Foto: Stichting Lezen
Tamar van Gelder wordt per 1 oktober 2024 de nieuwe directeur-bestuurder van Stichting Lezen. Van Gelder (1975) was sinds 2021 voorzitter van de Algemene Onderwijsbond (AOb), die 83.000 medewerkers in het onderwijs en onderzoek vertegenwoordigt. Van 2016 tot 2021 was zij bij de AOb algemeen secretaris. Daarvoor werkte ze als opleidingsmanager bij het ROC Amsterdam en was ze mede-oprichter van de Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO). Ze is lid van de Raad van Advies SER Diversiteit in Bedrijf en voorzitter van de Stichting van het Onderwijs.
Tamar van Gelder volgt
Gerlien van Dalen op
Foto: Stichting Lezen
Om ervoor te zorgen dat leerlingen onder meer beter leren lezen, lanceerde het kabinet in 2022 het Masterplan basisvaardigheden. Scholen in het primair en voortgezet onderwijs kunnen subsidie aanvragen om te werken aan het verbeteren van de basisvaardigheden van hun leerlingen. Naast lezen gaat het om schrijven, rekenen, digitale vaardigheden en burgerschap. Het versterken van de samenwerking van bibliotheken met scholen en de kinderopvang maakt deel uit van het plan. Inmiddels werken sinds het afgelopen jaar 2400 kinderdagverblijven en scholen in het primair onderwijs, het vmbo en het praktijkonderwijs voor het eerst structureel samen met de bibliotheek. Daarnaast bouwen ruim zesduizend kinderopvanglocaties en scholen de komende jaren hun bestaande samenwerking met de lokale bibliotheek verder uit. Zij krijgen (extra) ondersteuning van leesconsulenten en er is meer geld en aandacht voor de leesomgeving inclusief de collectie. De plannen zijn onderdeel van de programma’s BoekStart in de kinderopvang en de Bibliotheek op school, beide ontwikkeld door Stichting Lezen in samenwerking met de KB nationale bibliotheek, en worden uitgevoerd door provinciale en lokale bibliotheekorganisaties. Stichting Lezen verdeelt de komende jaren het door de overheid beschikbaar gestelde geld (87 miljoen euro in vier jaar) over de bibliotheken en monitort samen met de bibliotheken en scholen de ontwikkeling van het leesgedrag en leesplezier van leerlingen en het leesbevorderende gedrag van leraren.
Masterplan basisvaardigheden
In de Leescoalitie werken tien organisaties samen om zo veel mogelijk mensen aan het (voor)lezen te krijgen. Een belangrijke doelgroep is de jeugd, die steeds minder leest. Met het stimuleren van lezen wil de Leescoalitie de laaggeletterdheid terugdringen. De samenwerkende partijen zijn: Stichting Lezen (voorzitter), KB nationale bibliotheek, Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, Vereniging van Openbare Bibliotheken, Nederlands Letterenfonds, Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum, De Taalunie, Stichting Lezen & Schrijven, De Schoolschrijver en De Schrijverscentrale.
De Leescoalitie
Foto: Eimer Wieldraaijer
Video: Stichting lezen
In 2021 riep Gerlien van Dalen scholen, kinderopvang en gemeentes op om leesbevordering en onderwijs meer te verbinden.
“Sluit aan op het Leesoffensief, ga aan de slag met BoekStart en de Bibliotheek op school."
Gerlien van Dalen vertrekt bij Stichting Lezen
Vijftien jaar lang was Gerlien van Dalen hét gezicht van Stichting Lezen. Op 15 augustus nam ze afscheid als directeur-bestuurder. Hoe kijkt ze terug op die periode, waarin de krachten met andere leesbevorderaars gebundeld werden om de leesmotivatie van kinderen en jongeren te vergroten en zo laaggeletterdheid in ons land te voorkomen en terug te dringen, en het rijk ruimhartig over de brug kwam met het Masterplan basisvaardigheden, maar er desondanks nog altijd heel veel werk aan de winkel is?
‘Leesbevordering staat scherper op het netvlies van iedereen’
Leesbevordering
Tekst en foto’s: Eimer WieldraaiJer • Video: Stichting lezen
Bibliotheekblad 7 • september 2024
Welke tip zou je je opvolger willen meegeven?
‘Weet goed waar je het over hebt. Het is echt belangrijk om het debat vanuit de inhoud aan te gaan. Ga als directeur-bestuurder niet zitten micromanagen, want de mensen die bij Stichting Lezen werken zijn allemaal professionals. Geef ze de ruimte om hun expertise te kunnen ontplooien. Verder lijkt het me verstandig om nog wat meer dan ik heb gedaan stelling te nemen in het publieke debat. Heel wezenlijk is een goede belangenbehartiging in Den Haag. Wij zijn een door het rijk gesubsidieerde instelling, dus moet je nauwe aansluiting zoeken bij wat er politiek speelt en wat er aan nieuw beleid wordt ontwikkeld.’
Wat ga je na 15 augustus doen?
‘Dat weet ik nog niet. Ik ga eerst een tijdje niks doen. De adrenaline moet uit het lijf. Daarna zie ik wel. In ieder geval zal ik meer ruimte vrijmaken voor persoonlijke dingen. Sinds kort heb ik een kleindochter, aan wie ik graag meer tijd wil besteden. Mijn ouders zijn beiden op leeftijd, die kan ik straks ook vaker zien. Ik heb een eerstegraads lesbevoegdheid Nederlands, misschien ga ik daar ooit iets mee doen. Of leerlingen met een busje naar school rijden. Of als zzp’er aan de slag. En al een paar jaar ben ik Arabisch aan het leren, wellicht ligt een rol als taalmaatje in het verschiet. Op een andere manier toch maatschappelijk actief en betrokken zijn, dat is hoe ik er nu tegenaan kijk. Maar misschien wordt het heel iets anders. Kortom, alles ligt nog open.’
Word je nooit moedeloos van statistieken, zoals in het laatste PISA-onderzoek, waaruit blijkt dat we qua leesvaardigheid onder jongeren zelfs gedaald zijn op de Europese ladder?
‘Soms wel, maar ik ben en blijf optimistisch. Anders kun je dit werk niet doen. Ik kijk ook altijd naar de plekken waar we wel goede resultaten boeken. Vergeet niet dat een opgave als leesbevordering met zo veel meer aspecten dan enkel lezen te maken heeft. Het gaat om de manier waarop lesgegeven wordt, de gehanteerde methodes, de veelheid aan vakken, het lerarentekort: heel veel dingen die wij als stichting niet kunnen beïnvloeden. En dan heb ik het nog niet eens over de ontwikkelingen in de samenleving als geheel. Ik houd mezelf regelmatig voor: met elkaar willen we met deze stichting iets heel groots bereiken, terwijl onze slagkracht in geen verhouding staat tot die torenhoge ambities. Daarom zijn die Leescoalitie en de samenwerking met de bibliotheken en het onderwijs ook zo belangrijk. Met elkaar kom je verder dan in je eentje.’
Het geld dat het rijk heeft uitgetrokken om de leesbevordering te versterken is meer
dan welkom, maar sinds de laatste parlementsverkiezingen waait er een andere politieke wind …
‘De basisvaardigheden worden van links tot rechts in de politiek belangrijk gevonden. Ze staan ook vermeld in het hoofdlijnenakkoord van de nieuwe coalitie, maar ook het culturele aspect is van onschatbare waarde voor de samenleving, en dat daar het mes in wordt gezet, stemt me allesbehalve vrolijk. Als je ziet welke kaalslag in 2012 onder het bewind van staatssecretaris Halbe Zijlstra plaatsvond … Daar ondervinden bepaalde organisaties en kunstenaars nu nog de gevolgen van. Het is makkelijk wegbezuinigen maar moeilijk terugwinnen. Cultuur is een samenspel van creativiteit, passie en economie. Als je daarin snijdt, moet dat verhaal zich opnieuw vormen. Laten we onze rijke cultuur koesteren.’
Bibliotheken krijgen steeds meer maatschappelijke taken. Zie jij het als risico dat ze leesbevordering daardoor wellicht minder prominent gaan behartigen dan voorheen?
‘Ik denk dat het eerder een kwestie is van: vind maar eens de juiste mensen. Het personeelstekort is echt urgent. Dankzij de Masterplan-middelen wordt de financiering weliswaar eenvoudiger, maar goede mensen aan je organisatie binden is echt lastig. Los daarvan zie ik dat bibliotheken wel degelijk keuzes maken. Niet alle maatschappelijke opgaven worden in even grote mate opgepakt. Zoals gezegd heeft dat te maken met lokale politieke keuzes. Het zal je niet verbazen dat ik in dit opzicht blij ben met de beslissing van de gemeente Amsterdam om met de OBA de komende jaren een leesoffensief te starten.’
Stichting Lezen heeft ook de samenwerking met het onderwijs in de loop der jaren versterkt. Wat doen scholen goed en op welke punten schieten ze wellicht tekort?
‘Steeds meer scholen zetten de basisvaardigheden, waaronder lezen, centraal, en het leesonderwijs wordt beter aangeboden. Tegelijkertijd moeten scholen heel veel doen. Er wordt van scholen verwacht dat maatschappelijke thema’s als voeding en milieu ook een plek hebben in het onderwijs. Dan zie je dat het soms gaat wringen. Over de hele linie zie ik echter dat meer scholen tijd vrijmaken voor lezen, voorlezen, praten over boeken en teksten. Kennisopbouw is daarbij ook essentieel. Docenten gaan daarmee goed aan de slag gaan, het aantal stijgt.’
Op het gebied van leesbevordering gebeurt er heel veel. Diverse organisaties maken zich er sinds jaar en dag sterk voor, en toch stuit je dan op berichten in de media als: ons land telt 250.000 analfabeten en 2,5 miljoen laaggeletterden. Dat zijn schrikbarende cijfers …
‘Er wordt minder gelezen, en lezen is wel een vaardigheid die je moet bijhouden. Use it or loose it, luidt niet voor niets het Engelse gezegde, of anders gezegd: lezen is een spier die je moet blijven trainen. Daarom is lezen op school ook zo belangrijk.’
Niettemin: treurige cijfers voor een zo rijk en ontwikkeld land als Nederland …
‘Een derde van de vijftienjarigen loopt het risico laaggeletterd te worden, bleek uit het laatste PISA-onderzoek (PISA-2022). Om die reden zijn onze programma’s zo belangrijk. Zo kun je leerlingen een goede basis voor later meegeven. Temeer omdat de negatieve gevolgen van niet goed kunnen lezen zeer ingrijpend zijn. We weten allemaal dat laaggeletterden mindere banen krijgen, minder gezond zijn en zelfs eerder overlijden. Bovendien verdiep je je in meer werelden dan enkel die van jezelf als je wel kunt lezen. Alle reden dus om een flink tandje bij te zetten, en dat gebeurt nu ook dankzij de extra overheidsinvesteringen die gegarandeerd zijn tot en met het schooljaar 2025-2026, en hopelijk daarna ook nog.’
Sinds 2013 zet de Leescoalitie, die bestaat uit tien partijen (zie kader), zich in om zo veel mogelijk mensen aan te zetten tot (voor)lezen. Wat is de winst van deze krachtenbundeling?
‘Voor die tijd was er lang niet altijd sprake van dat de betrokken partijen eendrachtig dezelfde boodschap uitdroegen. Eppo van Nispen tot Sevenaer van de CPNB, Maria Heijne van het toenmalige SIOB, Merel Heimens Visser van Lezen en Schrijven en ik vonden elkaar in de opvatting dat het beter was om werk te maken van een gezamenlijk doel. Het is nog steeds niet altijd eenvoudig om tien partijen, elk met hun eigen belang, in de kruiwagen te houden, maar dat er in hoofdlijnen overeenstemming bestaat over waar we met elkaar naartoe willen en hoe we die gezamenlijke boodschap het best kunnen uitdragen, is zonder meer winst. In het directieoverleg gaan we moeilijke kwesties niet uit de weg, maar dat we met elkaar naar buiten toe een gezamenlijke boodschap uitspreken en in coronatijd een manifest hebben uitgebracht om leesbevordering nog sterker aan het onderwijs en de cultuur te verbinden, draagt zonder twijfel bij aan het dichterbij brengen van ons gemeenschappelijke doel.’
Om er één van jullie programma’s uit te lichten: ik kan me voorstellen dat je met voldoening ziet hoe de Bibliotheek op school zich in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld …
‘Absoluut, zeker als je ziet dat er nu van een verdiepingsslag sprake is met effectief leesonderwijs, waarbij de vorm – de Bibliotheek op school – een randvoorwaardelijke rol speelt. De aanpak staat. Nu is het zaak nog beter aan te sluiten op het onderwijs en alles wat we weten over leesmotivatie, leesstimulering en leesbevordering.’
Stichting Lezen is steeds intensiever gaan samenwerken met bibliotheken. Wat doen bibliotheken goed als het gaat om leesbevordering, en wat zou in jouw ogen beter kunnen?
‘Bibliotheken geven goed invulling aan de maatschappelijke opgaven die ze zichzelf gesteld hebben. Daarmee hebben ze zich gepositioneerd als een belangrijke maatschappelijke partner waar elke burger terechtkan. Dat verheffende element doen ze erg goed op een manier die letterlijk en figuurlijk dicht bij de mensen staat, in de bibliotheeklocatie in de woonwijken waar ze op een laagdrempelige manier hulp en informatie bieden. Wat lastig is aan de programma’s die ik noemde, is dat bibliotheken lokaal gefinancierd worden, waardoor gemeentelijke keuzes of bezuinigingen consequenties hebben voor die programma’s. Dit land telt pakweg 130 verschillende bibliotheekorganisaties. Dat betekent dat je te maken hebt met evenveel verschillende situaties. Niet alleen voor ons, maar ook voor de bibliotheken is dat lastig. Daar komt bij dat de programma’s waar ik het over heb door de opschaling zo groot worden, dat zaken als de benodigde opleidingen en uitvoering eigenlijk binnen het bibliotheeknetwerk opgepakt zouden moeten worden. Met de KB en SPN hebben we daar ook gesprekken over. Hoe kunnen we het zo insteken dat Stichting Lezen focust op leesbevordering, het onderzoek daarnaar en de kennis en innovatie op dit gebied, terwijl de daadwerkelijke uitrol stabiel door het bibliotheekstelsel geschiedt?’
Wat zie je als belangrijkste bijdrage die je zelf hebt kunnen leveren?
‘Visie is een groot woord, maar ik had wel meteen een beeld van wat er moest gebeuren. Verder was het een kwestie van rustig blijven en je doel voor ogen houden. Het vizier op de toekomst gericht en je niet door teleurstellingen uit het veld laten slaan. Ik ga weg op een moment dat het heel goed gaat met de stichting. Niet alleen financieel en organisatorisch, maar ook vanwege de inzet van deze enorm gedreven club mensen. Die hechte familie ga ik nog wel missen.’
25 Miljoen … Jeuken je vingers niet om daarmee aan de slag te gaan?
‘We kunnen programma’s opschalen die we al heel goed kennen: de Bibliotheek op school en BoekStart in de kinderopvang. Dat is uiteraard fantastisch, ik zie het ook als mooi moment om iemand anders met nieuwe energie en een eigen visie de kar te laten trekken. We hebben onder Halbe Zijlstra (staatssecretaris van OCW, 2010-2012, red.) een enorme bezuiniging voor de kiezen gekregen. Dat gaf veel zorgen, en ik was eindverantwoordelijk. Dat was op bepaalde momenten ook wel eenzaam; ik ben in wezen meer een groepsmens, heb moeten leren om directeur te zijn. Tegelijkertijd is het heel mooi om na die bezuinigingsronde samen met het team de schouders er weer onder te zetten en sturing te mogen geven aan deze organisatie, die inmiddels stevig staat. Het is een intensieve periode geweest, maar wel een periode waar ik met een heel goed gevoel op terugkijk. Ik zie het afscheid als een goed moment om te kijken of ik een betere balans kan vinden tussen werk en mijn persoonlijke leven.’
Lezen, literatuur, letteren, ze lopen als rode draad door het leven van Gerlien van Dalen. Dat geldt zowel voor haar studietijd (Nederlands, RU Groningen) als voor de zaken waarmee ze later beleidsmatig te maken kreeg (Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam, Nederlands Literair Productie- en Vertalingen Fonds, Raad voor Cultuur). Was de huidige directeur van Stichting Lezen kortom zo’n meisje dat van jongs af altijd met haar neus in de boeken zat?
Gerlien: ‘Vroeger thuis in Hoogeveen hadden we niet veel boeken. Ik herinner me een encyclopedie waar elke week een aanvulling op kwam. Ook hadden we de leesportefeuille, want mijn vader was kapper. Daar grasduinde ik vaak in, en verder bezocht ik regelmatig de bibliotheek. Op mijn kamer speelde ik zelf ook bibliotheekje. Dan deed ik kaartjes in mijn boeken. Ik kon heel goed opgaan in verhalen, iets wat mijn ouders zeker stimuleerden. Als ze de kappersbeurs in Utrecht bezochten, namen ze meestal een boekje voor me mee.’
Ze vonden het belangrijk dat jij de kans greep die ze zelf niet hadden gekregen?
‘Toen ze veertien was moest mijn moeder van school. Mede daardoor vonden zij en mijn vader het belangrijk dat mijn broer en ik er qua opleiding zouden uithalen wat in ons vermogen lag. Daarnaast had ik een “rooie” opa, die met vakbondszakjes langs de huizen ging. Ook hij hamerde erop om jezelf te ontwikkelen, dus het belang van verheffing en geletterdheid is mij met de paplepel ingegoten. Mijn broer en ik waren de eersten in de familie die gingen studeren. Toen ik Nederlands ging doen in Groningen, kreeg ik van sommige familieleden te horen: “Maar je kunt toch allang Nederlands?” In die middenstandsomgeving waar werken de norm was moest je indertijd de keuze om te gaan studeren echt nog bevechten. Niet bij mijn ouders, maar wel in mijn directe omgeving.’
Stichting Lezen werd in 1988 opgericht. Sinds 2009 geef jij leiding aan deze organisatie. Wat voor instantie trof je vijftien jaar geleden bij je aantreden aan?
‘Een relatief kleine organisatie van een man of acht. Veel specialisten, gedreven, en volop bezig met allerlei projecten. Er was een startend kenniscentrum met onze bijzonder hoogleraar Leesgedrag Dick Schram, die onlangs helaas is overleden. Diverse onderzoekpublicaties zagen het licht, zij het nog weinig geordend. Inhoudelijk wist ik al het een en ander van leesbevordering, maar echt de diepte was ik nog niet ingegaan. Als ik iets wilde weten, moest ik te rade gaan bij een onderzoeker of zelf gaan spitten in de aanwezige boeken. Dat moeten we beter ontsluiten, realiseerde ik mij, zodat je snel de juiste gegevens bij elkaar hebt als je bijvoorbeeld in de richting van de politiek wilt reageren. Vervolgens hebben we de Leesmonitor opgezet, waar je thematisch snel en overzichtelijk bij elkaar vindt wat je zoekt op het gebied van lezen en aanpalende onderwerpen. De Leesmonitor (te vinden via lezen.nl) actualiseren we tot op de dag van vandaag.’
Met welke intenties begon je aan de klus?
‘Omdat ik dat zelf ook heb ervaren, was mijn belangrijkste drijfveer ervoor te zorgen dat elk kind een lezer kan worden. Dat houdt in dat je beleid ontwikkelt dat een betekenisvolle bijdrage levert aan het realiseren van die ambitie. Ervoor zorgen dat kinderen en jongeren in de kinderopvang en op scholen met lezen in aanraking komen, juist wanneer dat thuis niet gebeurt.’
Na je afscheid heb je vijftien jaar leidinggegeven aan Stichting Lezen. Wat zijn de grootste veranderingen die de organisatie in die periode heeft doorgemaakt?
‘Het afgelopen jaar hebben we extra geld voor leesbevordering, via de Bibliotheek op school en BoekStart in de kinderopvang, gekregen dankzij het Masterplan Basisvaardigheden. Drie jaar lang krijgen we 25 miljoen euro per jaar, terwijl we in 2023 al 13 miljoen ontvingen. Dat is voor ons een enorm bedrag als je het afzet tegen ons normale budget van 2,3 miljoen euro voor Stichting Lezen en 3,5 miljoen euro voor de leesbevorderingsprogramma’s. Dankzij de veelvoud van wat we voorheen ontvingen kunnen we onze inspanningen flink opschalen. Deze middelen gaan grotendeels naar lokale bibliotheken om de infrastructuur uit te breiden en te verstevigen, veel meer kinderopvanginstellingen en scholen kunnen meedoen aan de programma’s. Terugkijkend op de afgelopen jaren zie ik verder dat onze organisatie een stuk groter is geworden. Er zijn meer onderzoekers en specialisten bijgekomen. Ik constateer dat het belang van leesbevordering scherper op het netvlies van iedereen staat. In het begin moest ik nog wel eens verdedigen wat we aan het doen waren. Dat is nu absoluut niet meer het geval. Om de politiek staat het hoog op de agenda. In gesprekken met Kamerleden merk ik dat de urgentie terdege gevoeld wordt. Mede omdat menigeen zich bewust is geworden van de nadelige effecten van laaggeletterdheid, en van wat je kunt doen om laaggeletterdheid te voorkomen.’
In 2021 riep Gerlien van Dalen scholen, kinderopvang en gemeentes op om leesbevordering en onderwijs meer te verbinden.
“Sluit aan op het Leesoffensief, ga aan de slag met BoekStart en de Bibliotheek op school."
In de Leescoalitie werken tien organisaties samen om zo veel mogelijk mensen aan het (voor)lezen te krijgen. Een belangrijke doelgroep is de jeugd, die steeds minder leest. Met het stimuleren van lezen wil de Leescoalitie de laaggeletterdheid terugdringen. De samenwerkende partijen zijn: Stichting Lezen (voorzitter), KB nationale bibliotheek, Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, Vereniging van Openbare Bibliotheken, Nederlands Letterenfonds, Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum, De Taalunie, Stichting Lezen & Schrijven, De Schoolschrijver en De Schrijverscentrale.
Sinds 2013 zet de Leescoalitie, die bestaat uit tien partijen (zie kader), zich in om zo veel mogelijk mensen aan te zetten tot (voor)lezen. Wat is de winst van deze krachtenbundeling?
‘Voor die tijd was er lang niet altijd sprake van dat de betrokken partijen eendrachtig dezelfde boodschap uitdroegen. Eppo van Nispen tot Sevenaer van de CPNB, Maria Heijne van het toenmalige SIOB, Merel Heimens Visser van Lezen en Schrijven en ik vonden elkaar in de opvatting dat het beter was om werk te maken van een gezamenlijk doel. Het is nog steeds niet altijd eenvoudig om tien partijen, elk met hun eigen belang, in de kruiwagen te houden, maar dat er in hoofdlijnen overeenstemming bestaat over waar we met elkaar naartoe willen en hoe we die gezamenlijke boodschap het best kunnen uitdragen, is zonder meer winst. In het directieoverleg gaan we moeilijke kwesties niet uit de weg, maar dat we met elkaar naar buiten toe een gezamenlijke boodschap uitspreken en in coronatijd een manifest hebben uitgebracht om leesbevordering nog sterker aan het onderwijs en de cultuur te verbinden, draagt zonder twijfel bij aan het dichterbij brengen van ons gemeenschappelijke doel.’
Om er één van jullie programma’s uit te lichten: ik kan me voorstellen dat je met voldoening ziet hoe de Bibliotheek op school zich in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld …
‘Absoluut, zeker als je ziet dat er nu van een verdiepingsslag sprake is met effectief leesonderwijs, waarbij de vorm – de Bibliotheek op school – een randvoorwaardelijke rol speelt. De aanpak staat. Nu is het zaak nog beter aan te sluiten op het onderwijs en alles wat we weten over leesmotivatie, leesstimulering en leesbevordering.’
Stichting Lezen is steeds intensiever gaan samenwerken met bibliotheken. Wat doen bibliotheken goed als het gaat om leesbevordering, en wat zou in jouw ogen beter kunnen?
‘Bibliotheken geven goed invulling aan de maatschappelijke opgaven die ze zichzelf gesteld hebben. Daarmee hebben ze zich gepositioneerd als een belangrijke maatschappelijke partner waar elke burger terechtkan. Dat verheffende element doen ze erg goed op een manier die letterlijk en figuurlijk dicht bij de mensen staat, in de bibliotheeklocatie in de woonwijken waar ze op een laagdrempelige manier hulp en informatie bieden. Wat lastig is aan de programma’s die ik noemde, is dat bibliotheken lokaal gefinancierd worden, waardoor gemeentelijke keuzes of bezuinigingen consequenties hebben voor die programma’s. Dit land telt pakweg 130 verschillende bibliotheekorganisaties. Dat betekent dat je te maken hebt met evenveel verschillende situaties. Niet alleen voor ons, maar ook voor de bibliotheken is dat lastig. Daar komt bij dat de programma’s waar ik het over heb door de opschaling zo groot worden, dat zaken als de benodigde opleidingen en uitvoering eigenlijk binnen het bibliotheeknetwerk opgepakt zouden moeten worden. Met de KB en SPN hebben we daar ook gesprekken over. Hoe kunnen we het zo insteken dat Stichting Lezen focust op leesbevordering, het onderzoek daarnaar en de kennis en innovatie op dit gebied, terwijl de daadwerkelijke uitrol stabiel door het bibliotheekstelsel geschiedt?’
Om ervoor te zorgen dat leerlingen onder meer beter leren lezen, lanceerde het kabinet in 2022 het Masterplan basisvaardigheden. Scholen in het primair en voortgezet onderwijs kunnen subsidie aanvragen om te werken aan het verbeteren van de basisvaardigheden van hun leerlingen. Naast lezen gaat het om schrijven, rekenen, digitale vaardigheden en burgerschap. Het versterken van de samenwerking van bibliotheken met scholen en de kinderopvang maakt deel uit van het plan. Inmiddels werken sinds het afgelopen jaar 2400 kinderdagverblijven en scholen in het primair onderwijs, het vmbo en het praktijkonderwijs voor het eerst structureel samen met de bibliotheek. Daarnaast bouwen ruim zesduizend kinderopvanglocaties en scholen de komende jaren hun bestaande samenwerking met de lokale bibliotheek verder uit. Zij krijgen (extra) ondersteuning van leesconsulenten en er is meer geld en aandacht voor de leesomgeving inclusief de collectie. De plannen zijn onderdeel van de programma’s BoekStart in de kinderopvang en de Bibliotheek op school, beide ontwikkeld door Stichting Lezen in samenwerking met de KB nationale bibliotheek, en worden uitgevoerd door provinciale en lokale bibliotheekorganisaties. Stichting Lezen verdeelt de komende jaren het door de overheid beschikbaar gestelde geld (87 miljoen euro in vier jaar) over de bibliotheken en monitort samen met de bibliotheken en scholen de ontwikkeling van het leesgedrag en leesplezier van leerlingen en het leesbevorderende gedrag van leraren.
De Leescoalitie
Wat zie je als belangrijkste bijdrage die je zelf hebt kunnen leveren?
‘Visie is een groot woord, maar ik had wel meteen een beeld van wat er moest gebeuren. Verder was het een kwestie van rustig blijven en je doel voor ogen houden. Het vizier op de toekomst gericht en je niet door teleurstellingen uit het veld laten slaan. Ik ga weg op een moment dat het heel goed gaat met de stichting. Niet alleen financieel en organisatorisch, maar ook vanwege de inzet van deze enorm gedreven club mensen. Die hechte familie ga ik nog wel missen.’
25 Miljoen … Jeuken je vingers niet om daarmee aan de slag te gaan?
‘We kunnen programma’s opschalen die we al heel goed kennen: de Bibliotheek op school en BoekStart in de kinderopvang. Dat is uiteraard fantastisch, ik zie het ook als mooi moment om iemand anders met nieuwe energie en een eigen visie de kar te laten trekken. We hebben onder Halbe Zijlstra (staatssecretaris van OCW, 2010-2012, red.) een enorme bezuiniging voor de kiezen gekregen. Dat gaf veel zorgen, en ik was eindverantwoordelijk. Dat was op bepaalde momenten ook wel eenzaam; ik ben in wezen meer een groepsmens, heb moeten leren om directeur te zijn. Tegelijkertijd is het heel mooi om na die bezuinigingsronde samen met het team de schouders er weer onder te zetten en sturing te mogen geven aan deze organisatie, die inmiddels stevig staat. Het is een intensieve periode geweest, maar wel een periode waar ik met een heel goed gevoel op terugkijk. Ik zie het afscheid als een goed moment om te kijken of ik een betere balans kan vinden tussen werk en mijn persoonlijke leven.’
Lezen, literatuur, letteren, ze lopen als rode draad door het leven van Gerlien van Dalen. Dat geldt zowel voor haar studietijd (Nederlands, RU Groningen) als voor de zaken waarmee ze later beleidsmatig te maken kreeg (Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam, Nederlands Literair Productie- en Vertalingen Fonds, Raad voor Cultuur). Was de huidige directeur van Stichting Lezen kortom zo’n meisje dat van jongs af altijd met haar neus in de boeken zat?
Gerlien: ‘Vroeger thuis in Hoogeveen hadden we niet veel boeken. Ik herinner me een encyclopedie waar elke week een aanvulling op kwam. Ook hadden we de leesportefeuille, want mijn vader was kapper. Daar grasduinde ik vaak in, en verder bezocht ik regelmatig de bibliotheek. Op mijn kamer speelde ik zelf ook bibliotheekje. Dan deed ik kaartjes in mijn boeken. Ik kon heel goed opgaan in verhalen, iets wat mijn ouders zeker stimuleerden. Als ze de kappersbeurs in Utrecht bezochten, namen ze meestal een boekje voor me mee.’
Ze vonden het belangrijk dat jij de kans greep die ze zelf niet hadden gekregen?
‘Toen ze veertien was moest mijn moeder van school. Mede daardoor vonden zij en mijn vader het belangrijk dat mijn broer en ik er qua opleiding zouden uithalen wat in ons vermogen lag. Daarnaast had ik een “rooie” opa, die met vakbondszakjes langs de huizen ging. Ook hij hamerde erop om jezelf te ontwikkelen, dus het belang van verheffing en geletterdheid is mij met de paplepel ingegoten. Mijn broer en ik waren de eersten in de familie die gingen studeren. Toen ik Nederlands ging doen in Groningen, kreeg ik van sommige familieleden te horen: “Maar je kunt toch allang Nederlands?” In die middenstandsomgeving waar werken de norm was moest je indertijd de keuze om te gaan studeren echt nog bevechten. Niet bij mijn ouders, maar wel in mijn directe omgeving.’
Stichting Lezen werd in 1988 opgericht. Sinds 2009 geef jij leiding aan deze organisatie. Wat voor instantie trof je vijftien jaar geleden bij je aantreden aan?
‘Een relatief kleine organisatie van een man of acht. Veel specialisten, gedreven, en volop bezig met allerlei projecten. Er was een startend kenniscentrum met onze bijzonder hoogleraar Leesgedrag Dick Schram, die onlangs helaas is overleden. Diverse onderzoekpublicaties zagen het licht, zij het nog weinig geordend. Inhoudelijk wist ik al het een en ander van leesbevordering, maar echt de diepte was ik nog niet ingegaan. Als ik iets wilde weten, moest ik te rade gaan bij een onderzoeker of zelf gaan spitten in de aanwezige boeken. Dat moeten we beter ontsluiten, realiseerde ik mij, zodat je snel de juiste gegevens bij elkaar hebt als je bijvoorbeeld in de richting van de politiek wilt reageren. Vervolgens hebben we de Leesmonitor opgezet, waar je thematisch snel en overzichtelijk bij elkaar vindt wat je zoekt op het gebied van lezen en aanpalende onderwerpen. De Leesmonitor (te vinden via lezen.nl) actualiseren we tot op de dag van vandaag.’
Met welke intenties begon je aan de klus?
‘Omdat ik dat zelf ook heb ervaren, was mijn belangrijkste drijfveer ervoor te zorgen dat elk kind een lezer kan worden. Dat houdt in dat je beleid ontwikkelt dat een betekenisvolle bijdrage levert aan het realiseren van die ambitie. Ervoor zorgen dat kinderen en jongeren in de kinderopvang en op scholen met lezen in aanraking komen, juist wanneer dat thuis niet gebeurt.’
Na je afscheid heb je vijftien jaar leidinggegeven aan Stichting Lezen. Wat zijn de grootste veranderingen die de organisatie in die periode heeft doorgemaakt?
‘Het afgelopen jaar hebben we extra geld voor leesbevordering, via de Bibliotheek op school en BoekStart in de kinderopvang, gekregen dankzij het Masterplan Basisvaardigheden. Drie jaar lang krijgen we 25 miljoen euro per jaar, terwijl we in 2023 al 13 miljoen ontvingen. Dat is voor ons een enorm bedrag als je het afzet tegen ons normale budget van 2,3 miljoen euro voor Stichting Lezen en 3,5 miljoen euro voor de leesbevorderingsprogramma’s. Dankzij de veelvoud van wat we voorheen ontvingen kunnen we onze inspanningen flink opschalen. Deze middelen gaan grotendeels naar lokale bibliotheken om de infrastructuur uit te breiden en te verstevigen, veel meer kinderopvanginstellingen en scholen kunnen meedoen aan de programma’s. Terugkijkend op de afgelopen jaren zie ik verder dat onze organisatie een stuk groter is geworden. Er zijn meer onderzoekers en specialisten bijgekomen. Ik constateer dat het belang van leesbevordering scherper op het netvlies van iedereen staat. In het begin moest ik nog wel eens verdedigen wat we aan het doen waren. Dat is nu absoluut niet meer het geval. Om de politiek staat het hoog op de agenda. In gesprekken met Kamerleden merk ik dat de urgentie terdege gevoeld wordt. Mede omdat menigeen zich bewust is geworden van de nadelige effecten van laaggeletterdheid, en van wat je kunt doen om laaggeletterdheid te voorkomen.’
Gerlien van Dalen vertrekt bij Stichting Lezen
Video: Stichting lezen
Vijftien jaar lang was Gerlien van Dalen hét gezicht van Stichting Lezen. Op 15 augustus nam ze afscheid als directeur-bestuurder. Hoe kijkt ze terug op die periode, waarin de krachten met andere leesbevorderaars gebundeld werden om de leesmotivatie van kinderen en jongeren te vergroten en zo laaggeletterdheid in ons land te voorkomen en terug te dringen, en het rijk ruimhartig over de brug kwam met het Masterplan basisvaardigheden, maar er desondanks nog altijd heel veel werk aan de winkel is?
Masterplan basisvaardigheden
Bibliotheken krijgen steeds meer maatschappelijke taken. Zie jij het als risico dat ze leesbevordering daardoor wellicht minder prominent gaan behartigen dan voorheen?
‘Ik denk dat het eerder een kwestie is van: vind maar eens de juiste mensen. Het personeelstekort is echt urgent. Dankzij de Masterplan-middelen wordt de financiering weliswaar eenvoudiger, maar goede mensen aan je organisatie binden is echt lastig. Los daarvan zie ik dat bibliotheken wel degelijk keuzes maken. Niet alle maatschappelijke opgaven worden in even grote mate opgepakt. Zoals gezegd heeft dat te maken met lokale politieke keuzes. Het zal je niet verbazen dat ik in dit opzicht blij ben met de beslissing van de gemeente Amsterdam om met de OBA de komende jaren een leesoffensief te starten.’
Stichting Lezen heeft ook de samenwerking met het onderwijs in de loop der jaren versterkt. Wat doen scholen goed en op welke punten schieten ze wellicht tekort?
‘Steeds meer scholen zetten de basisvaardigheden, waaronder lezen, centraal, en het leesonderwijs wordt beter aangeboden. Tegelijkertijd moeten scholen heel veel doen. Er wordt van scholen verwacht dat maatschappelijke thema’s als voeding en milieu ook een plek hebben in het onderwijs. Dan zie je dat het soms gaat wringen. Over de hele linie zie ik echter dat meer scholen tijd vrijmaken voor lezen, voorlezen, praten over boeken en teksten. Kennisopbouw is daarbij ook essentieel. Docenten gaan daarmee goed aan de slag gaan, het aantal stijgt.’
Op het gebied van leesbevordering gebeurt er heel veel. Diverse organisaties maken zich er sinds jaar en dag sterk voor, en toch stuit je dan op berichten in de media als: ons land telt 250.000 analfabeten en 2,5 miljoen laaggeletterden. Dat zijn schrikbarende cijfers …
‘Er wordt minder gelezen, en lezen is wel een vaardigheid die je moet bijhouden. Use it or loose it, luidt niet voor niets het Engelse gezegde, of anders gezegd: lezen is een spier die je moet blijven trainen. Daarom is lezen op school ook zo belangrijk.’
Niettemin: treurige cijfers voor een zo rijk en ontwikkeld land als Nederland …
‘Een derde van de vijftienjarigen loopt het risico laaggeletterd te worden, bleek uit het laatste PISA-onderzoek (PISA-2022). Om die reden zijn onze programma’s zo belangrijk. Zo kun je leerlingen een goede basis voor later meegeven. Temeer omdat de negatieve gevolgen van niet goed kunnen lezen zeer ingrijpend zijn. We weten allemaal dat laaggeletterden mindere banen krijgen, minder gezond zijn en zelfs eerder overlijden. Bovendien verdiep je je in meer werelden dan enkel die van jezelf als je wel kunt lezen. Alle reden dus om een flink tandje bij te zetten, en dat gebeurt nu ook dankzij de extra overheidsinvesteringen die gegarandeerd zijn tot en met het schooljaar 2025-2026, en hopelijk daarna ook nog.’
Word je nooit moedeloos van statistieken, zoals in het laatste PISA-onderzoek, waaruit blijkt dat we qua leesvaardigheid onder jongeren zelfs gedaald zijn op de Europese ladder?
‘Soms wel, maar ik ben en blijf optimistisch. Anders kun je dit werk niet doen. Ik kijk ook altijd naar de plekken waar we wel goede resultaten boeken. Vergeet niet dat een opgave als leesbevordering met zo veel meer aspecten dan enkel lezen te maken heeft. Het gaat om de manier waarop lesgegeven wordt, de gehanteerde methodes, de veelheid aan vakken, het lerarentekort: heel veel dingen die wij als stichting niet kunnen beïnvloeden. En dan heb ik het nog niet eens over de ontwikkelingen in de samenleving als geheel. Ik houd mezelf regelmatig voor: met elkaar willen we met deze stichting iets heel groots bereiken, terwijl onze slagkracht in geen verhouding staat tot die torenhoge ambities. Daarom zijn die Leescoalitie en de samenwerking met de bibliotheken en het onderwijs ook zo belangrijk. Met elkaar kom je verder dan in je eentje.’
Het geld dat het rijk heeft uitgetrokken om de leesbevordering te versterken is meer
dan welkom, maar sinds de laatste parlementsverkiezingen waait er een andere politieke wind …
‘De basisvaardigheden worden van links tot rechts in de politiek belangrijk gevonden. Ze staan ook vermeld in het hoofdlijnenakkoord van de nieuwe coalitie, maar ook het culturele aspect is van onschatbare waarde voor de samenleving, en dat daar het mes in wordt gezet, stemt me allesbehalve vrolijk. Als je ziet welke kaalslag in 2012 onder het bewind van staatssecretaris Halbe Zijlstra plaatsvond … Daar ondervinden bepaalde organisaties en kunstenaars nu nog de gevolgen van. Het is makkelijk wegbezuinigen maar moeilijk terugwinnen. Cultuur is een samenspel van creativiteit, passie en economie. Als je daarin snijdt, moet dat verhaal zich opnieuw vormen. Laten we onze rijke cultuur koesteren.’
Tamar van Gelder wordt per 1 oktober 2024 de nieuwe directeur-bestuurder van Stichting Lezen. Van Gelder (1975) was sinds 2021 voorzitter van de Algemene Onderwijsbond (AOb), die 83.000 medewerkers in het onderwijs en onderzoek vertegenwoordigt. Van 2016 tot 2021 was zij bij de AOb algemeen secretaris. Daarvoor werkte ze als opleidingsmanager bij het ROC Amsterdam en was ze mede-oprichter van de Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO). Ze is lid van de Raad van Advies SER Diversiteit in Bedrijf en voorzitter van de Stichting van het Onderwijs.
Tamar van Gelder volgt
Gerlien van Dalen op
Welke tip zou je je opvolger willen meegeven?
‘Weet goed waar je het over hebt. Het is echt belangrijk om het debat vanuit de inhoud aan te gaan. Ga als directeur-bestuurder niet zitten micromanagen, want de mensen die bij Stichting Lezen werken zijn allemaal professionals. Geef ze de ruimte om hun expertise te kunnen ontplooien. Verder lijkt het me verstandig om nog wat meer dan ik heb gedaan stelling te nemen in het publieke debat. Heel wezenlijk is een goede belangenbehartiging in Den Haag. Wij zijn een door het rijk gesubsidieerde instelling, dus moet je nauwe aansluiting zoeken bij wat er politiek speelt en wat er aan nieuw beleid wordt ontwikkeld.’
Wat ga je na 15 augustus doen?
‘Dat weet ik nog niet. Ik ga eerst een tijdje niks doen. De adrenaline moet uit het lijf. Daarna zie ik wel. In ieder geval zal ik meer ruimte vrijmaken voor persoonlijke dingen. Sinds kort heb ik een kleindochter, aan wie ik graag meer tijd wil besteden. Mijn ouders zijn beiden op leeftijd, die kan ik straks ook vaker zien. Ik heb een eerstegraads lesbevoegdheid Nederlands, misschien ga ik daar ooit iets mee doen. Of leerlingen met een busje naar school rijden. Of als zzp’er aan de slag. En al een paar jaar ben ik Arabisch aan het leren, wellicht ligt een rol als taalmaatje in het verschiet. Op een andere manier toch maatschappelijk actief en betrokken zijn, dat is hoe ik er nu tegenaan kijk. Maar misschien wordt het heel iets anders. Kortom, alles ligt nog open.’
Bibliotheekblad 7 • september 2024
‘Leesbevordering staat scherper op het netvlies van iedereen’
Tekst en foto’s: Eimer WieldraaiJer • Video: Stichting lezen
Leesbevordering