Figuur 3: Aandeel medewerkers dat wil doorwerken tot de AOW-leeftijd naar hoe vaak een hoge werkdruk/werkstress is ervaren.

Figuur 2: Aandeel medewerkers dat verwacht te kunnen doorwerken tot de pensioengerechtigde leeftijd, totaal en naar persoons- en baankenmerken.

Figuur 1: Aandeel medewerkers dat wel of niet wil doorwerken tot de pensioengerechtigde leeftijd, totaal en naar persoons- en baankenmerken.1

Een belangrijke opdracht voor de bibliotheekbranche is om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk medewerkers – in ieder geval tot hun AOW-leeftijd – gezond en met plezier kunnen blijven werken.

Werken in de bibliotheekbranche tot aan je pensioen:

Stichting BibliotheekWerk is het arbeidsmarktfonds voor de branche openbare bibliotheken, bestuurd door vakbonden en werkgeversvertegenwoordigers. Zij ontwikkelen in nauwe samenspraak met de branche activiteiten die ten goede komen aan de arbeidsmarkt van openbare bibliotheken. Zo is er in 2022 met subsidie vanuit de Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid (MDIEU) 3 van SZW een activiteitenplan ontwikkeld en uitgevoerd. Zo konden medewerkers gesprekken voeren met een pensioendeskundige en vitaliteitscoach over de financiële mogelijkheden en advies over hoe je zo vitaal mogelijk naar je pensioen kunt toewerken. Ook is er een toolkit ontwikkeld met rekenmodellen en informatie over korter of juist langer doorwerken. Daarnaast biedt deze toolkit HR-professionals en leidinggevenden handvatten om medewerkers te begeleiden in het vitaal en fit doorwerken tot aan hun pensioen.

Bekijk hier de toolkit.

Activiteiten Stichting BibliotheekWerk

Om de paar jaar laat Stichting BibliotheekWerk een analyse maken van de nieuwste arbeidsmarktontwikkelingen, knelpunten en prognoses voor de werkgelegenheid in de bibliotheekbranche. Uit de nieuwste Arbeidsmarktanalyse 2023 blijkt wat directeuren en medewerkers waarderen in hun werk: vooral de werksfeer, algemene arbeidsomstandigheden en de inhoud van het werk vinden zij positief.1 Tegelijkertijd blijkt ook dat niet alle medewerkers even positief staan tegenover het willen en kunnen doorwerken tot aan de AOW-leeftijd. Ondertussen hebben veel bibliotheken te maken met een hoge gemiddelde leeftijd van het personeel. In de komende tien tot twaalf jaar stroomt naar verwachting een groot deel van de medewerkers uit door het hoge aandeel 55-plussers.1, 2 Een belangrijke opdracht voor de bibliotheekbranche is dus om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk medewerkers in ieder geval tot hun AOW-leeftijd gezond en met plezier kunnen blijven werken.

Hoe kijken medewerkers
hier tegenaan?

Pensioen / HRM / onderzoek

Tekst: Daniël van Hassel en Simon Cornel,
onderzoekers CAOP • video: fauxels

Toelichting: Significant verschil bij 95%-betrouwbaarheidsinterval (p < 0,05, chi-kwadraattoets).

Aanbeveling: houd rekening met diversiteit in behoeften van medewerkers
Zoals gezegd is ongeveer de helft van de medewerkers in de branche openbare bibliotheken van plan om door te werken tot de pensioenleeftijd en verwacht bijna hetzelfde deel dit ook te kunnen volhouden. Het overige deel staat hier vooral neutraal in. Dit artikel laat zien dat deze uitkomsten verschillen tussen groepen medewerkers als we afzonderlijk kijken naar specifieke persoons- en baankenmerken. De analyse geeft geen duidelijkheid in de oorzaken van deze verschillen. Wel is het voor het beleid gericht op duurzame inzetbaarheid en doorwerken tot aan het pensioen van belang te erkennen dat de ervaringen tussen groepen verschillen. Bij de ontwikkeling en uitvoering van maatregelen moet dan ook rekening worden gehouden met diversiteit in wensen en behoeften van medewerkers.

Lees meer over de arbeidsmarktanalyse
Dit artikel is gebaseerd op de enquête voor de Arbeidsmarktanalyse 2023 die door 267 medewerkers uit de branche is ingevuld en die een belangrijk onderdeel van de arbeidsmarktanalyse vormt. In het rapport over de arbeidsmarktanalyse is meer informatie over de respons en resultaten te vinden.3 Deze analyse kun je vinden op de website van BibliotheekWerk, inclusief een handige samenvatting.

Over de auteurs
Daniël van Hassel, onderzoeker bij het CAOP, heeft meerdere arbeidsmarktanalyses uitgevoerd voor BibliotheekWerk. Coauteur Simon Cornel, onderzoeker bij het CAOP, werkte mee aan de recente arbeidsmarktanalyse uit 2023.

Bronnen
• Van Hassel, D. & S. Cornel (2023). Arbeidsmarkt openbare bibliotheken. Ontwikkelingen in de afgelopen jaren en blik op de toekomst. Den Haag: CAOP, in opdracht van Stichting BibliotheekWerk.
• Van Hassel, D. & Kools, M. (2021). Sectoranalyse openbare bibliotheken. Den Haag: CAOP, in opdracht van Stichting BibliotheekWerk.
• SZW (2023). MENUKAART Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU) 2021 t/m 2025 Onderdeel Duurzame Inzetbaarheid.
• Renne T. (2019). Vissen naar visie. Op zoek naar het waarom van de bibliotheek. Tilburg: Cubiss.
• Van den Heuvel, SG, Beiro, L en Van Dam, LMC (2023). Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden. Resultaten in vogelvlucht. Den Haag: TNO/CBS, pag. 40. bron, geraadpleegd maart 2024.
• RIVM&TNO (2023). De Toekomst van Gezond en Veilig Werken, Een brede horizonscan.

Toelichting: Om hogere aantallen per functie te krijgen zijn functies gegroepeerd. Bibliotheekmedewerkers/klantenservice = bibliotheekmedewerker (frontoffice) en klantenservice, adviseurs/consulenten = leesconsulent, cultuur consulent, community librarian, projectmedewerkers, leiders; ondersteuning/leiding = secretariaat, communicatie, teamleiders. De categorie ‘overig’ betreft alle medewerkers die bij onze vraag over functie kozen voor het antwoord ‘anders’. Bij enkele variabelen geldt dat de optelsom van aantellen licht afwijkt van het totaal van 267 doordat het betreffende kenmerk onbekend is. *Significant verschil bij 90%-betrouwbaarheidsinterval.

Medewerkers met hoge werkdruk willen liever eerder stoppen
In totaal ervaart 37 procent van de medewerkers vaak of altijd een hoge werkdruk, terwijl de overige ondervraagden dat soms of nooit zo ervaren. Als we dit afzetten tegen de resultaten uit een enquête van TNO/CBS5, dan zijn de cijfers vrijwel gelijk aan die in horeca (41 procent), het onderwijs (38 procent) en de zorg (38 procent), maar hoger dan in andere sectoren zoals de recreatieve sector (30 procent), de bouw (31 procent) en zakelijke dienstverlening (34 procent). Dit onderstreept het belang van aandacht voor werkdruk in de branche openbare bibliotheken.

Interessant is ook te kijken naar het verschil tussen de mate van ervaren werkdruk en het kunnen en willen doorwerken. Voor het kunnen doorwerken vinden we geen substantiële verschillen in de mate van werkdruk. Wel blijkt dat 56 procent van de medewerkers die niet of weinig te maken hebben met een hoge werkdruk, wil doorwerken tot de AOW-leeftijd (figuur 3). Dit aandeel is ruim lager voor medewerkers die juist vaak een hoge werkdruk ervaren: 39 procent van hen wil liever eerder stoppen met werken.
Dit sluit aan op de constatering uit een ander onderzoek van het RIVM en TNO dat werkstress een belangrijke factor vormt voor duurzame inzetbaarheid en dus langer kunnen en willen doorwerken tot aan het pensioen.6

Overigens is werkstress niet het enige element dat duurzame inzetbaarheid beïnvloedt. Ook bijvoorbeeld sociale veiligheid en loopbaan- en ontwikkelmogelijkheden spelen daarbij een rol. Het zijn dan ook onder meer deze onderwerpen waar BibliotheekWerk met diverse activiteiten op inzet.

Toelichting: om hogere aantallen per functie te krijgen zijn functies gegroepeerd. Bibliotheekmedewerker/klantenservice = bibliotheekmedewerker (frontoffice) en klantenservice, adviseurs/consulenten = leesconsulent, cultuur consulent, community librarian, projectmedewerkers, leiders; ondersteuning/leiding = secretariaat, communicatie, teamleiders. De categorie ‘overig’ betreft alle medewerkers die bij onze vraag over functie kozen voor het antwoord ‘anders’. Bij enkele variabelen geldt dat de optelsom van de aantallen licht kan afwijken van het totaal van 267 doordat het betreffende kenmerk onbekend is. *Significant verschil bij 95%-betrouwbaarheidsinterval.

Werk volhouden tot pensioenleeftijd: jonge medewerkers denken van niet
Bijna de helft van de medewerkers verwacht het werk vol te houden tot aan de pensioenleeftijd (figuur 2). Bijna 20 procent denkt het niet vol te kunnen houden; de rest is er neutraal over.

Als we hier ook weer inzoomen op persoonskenmerken is er tussen mannen en vrouwen bijna geen verschil. Wel zien we dat oudere medewerkers vaker het werk verwachten vol te houden dan jongeren. Zo verwacht de helft van de medewerkers in de leeftijdsgroepen 40 tot 54 jaar en 55-plus te kunnen doorwerken tot de pensioengerechtigde leeftijd. Voor medewerkers onder de 40 jaar is dat een derde.

Dit laat zien dat het bij het beleid voor duurzame inzetbaarheid ook belangrijk is om te kijken naar de behoeften van medewerkers in verschillende leeftijdsgroepen. Zo bleek uit onderzoek van Cubiss4 bijvoorbeeld dat voor young professionals onder meer een goede werk-privébalans, carrièrepaden en erkenning van hun kwaliteiten van belang zijn.

Adviseurs en consulenten verwachten minder vaak te kunnen doorwerken
Verder zien we een verschil naar functie. Bibliotheekmedewerkers in de frontoffice verwachten vaker hun werk te kunnen volhouden dan adviseurs en consulenten (zoals lees- en cultuurconsulenten). Dit is een opvallende uitkomst, omdat juist bibliotheekmedewerkers in de frontoffice in de frontlinie staan. Naar jaren werkervaring en omvang van de werkweek zijn geen grote verschillen te zien.

Medewerkers denken verschillend over stoppen met werken voor de AOW-leeftijd
In een aanvullende analyse heeft BibliotheekWerk daarom in beeld gebracht wat medewerkers zouden willen als het om doorwerken of stoppen gaat. Daarnaast hebben we onderzocht of zij verwachten hun werk wel vol te kunnen houden. De resultaten zijn belangrijk voor bibliotheken om gericht beleid te kunnen ontwikkelen zodat medewerkers gezond en met plezier kunnen blijven werken.

De uitkomsten in het kort: de helft van alle medewerkers wil wel doorwerken tot aan de pensioenleeftijd, ruim 30 procent is hier neutraal over, terwijl bijna 20 procent niet wil doorwerken (figuur 1). De aanvullende analyse laat ook zien dat er soms grote verschillen bestaan tussen medewerkers als het gaat om het kunnen en willen doorwerken tot hun pensioen. Zij verschillen naar persoonskenmerken, zoals leeftijd en geslacht, maar ook kenmerken van de baan zijn van invloed: het gaat dan om de omvang van de werkweek, functie en werkervaring. Daarnaast zien we dat medewerkers die een hoge werkdruk ervaren liever eerder willen stoppen met werken. Hieronder lichten we de uitkomsten toe.

Mannen willen naar eigen zeggen vaker doorwerken tot de pensioenleeftijd dan hun vrouwelijke collega’s. Drie kwart van deze groep geeft dit aan, terwijl dit voor minder dan de helft van de vrouwen geldt. Bij dit resultaat is voorzichtigheid geboden, vanwege het beperkte aantal mannen dat deelnam aan de enquête. Als we de leeftijdscategorieën onder de loep nemen, is er weinig verschil te zien. Ongeveer de helft van de medewerkers wil tot de pensioenleeftijd doorwerken. Wel heeft de oudste groep medewerkers vaker de wens om eerder te stoppen.

Langer dienstverband: vaker liever eerder stoppen
We zien verder dat medewerkers met vijftien jaar of meer werkervaring in de branche vaker liever eerder willen stoppen met werken dan hun collega’s die er korter werken. Verder komt naar voren dat naarmate medewerkers meer uren per week werken, zij juist vaker de intentie hebben om door te werken tot hun pensioenleeftijd. Dit geldt bijvoorbeeld voor bijna 60 procent van de medewerkers die 32 uur of meer werken. Voor medewerkers met een werkweek van maximaal 24 uur is dit bijna 45 procent. Mogelijk hangt dit samen met een gevoel van binding; medewerkers die meer uren werken, zijn meer met hun werk bezig en kunnen zich zodoende daarmee meer verbonden voelen.

Bibliotheekblad 5 • mei 2024

Figuur 2: Aandeel medewerkers dat verwacht te kunnen doorwerken tot de pensioengerechtigde leeftijd, totaal en naar persoons- en baankenmerken.

Figuur 3: Aandeel medewerkers dat wil doorwerken tot de AOW-leeftijd naar hoe vaak een hoge werkdruk/werkstress is ervaren.

Toelichting: om hogere aantallen per functie te krijgen zijn functies gegroepeerd. Bibliotheekmedewerker/klantenservice = bibliotheekmedewerker (frontoffice) en klantenservice, adviseurs/consulenten = leesconsulent, cultuur consulent, community librarian, projectmedewerkers, leiders; ondersteuning/leiding = secretariaat, communicatie, teamleiders. De categorie ‘overig’ betreft alle medewerkers die bij onze vraag over functie kozen voor het antwoord ‘anders’. Bij enkele variabelen geldt dat de optelsom van de aantallen licht kan afwijken van het totaal van 267 doordat het betreffende kenmerk onbekend is. *Significant verschil bij 95%-betrouwbaarheidsinterval.

Werk volhouden tot pensioenleeftijd: jonge medewerkers denken van niet
Bijna de helft van de medewerkers verwacht het werk vol te houden tot aan de pensioenleeftijd (figuur 2). Bijna 20 procent denkt het niet vol te kunnen houden; de rest is er neutraal over.

Als we hier ook weer inzoomen op persoonskenmerken is er tussen mannen en vrouwen bijna geen verschil. Wel zien we dat oudere medewerkers vaker het werk verwachten vol te houden dan jongeren. Zo verwacht de helft van de medewerkers in de leeftijdsgroepen 40 tot 54 jaar en 55-plus te kunnen doorwerken tot de pensioengerechtigde leeftijd. Voor medewerkers onder de 40 jaar is dat een derde.

Dit laat zien dat het bij het beleid voor duurzame inzetbaarheid ook belangrijk is om te kijken naar de behoeften van medewerkers in verschillende leeftijdsgroepen. Zo bleek uit onderzoek van Cubiss4 bijvoorbeeld dat voor young professionals onder meer een goede werk-privébalans, carrièrepaden en erkenning van hun kwaliteiten van belang zijn.

Adviseurs en consulenten verwachten minder vaak te kunnen doorwerken
Verder zien we een verschil naar functie. Bibliotheekmedewerkers in de frontoffice verwachten vaker hun werk te kunnen volhouden dan adviseurs en consulenten (zoals lees- en cultuurconsulenten). Dit is een opvallende uitkomst, omdat juist bibliotheekmedewerkers in de frontoffice in de frontlinie staan. Naar jaren werkervaring en omvang van de werkweek zijn geen grote verschillen te zien.

Toelichting: Om hogere aantallen per functie te krijgen zijn functies gegroepeerd. Bibliotheekmedewerkers/klantenservice = bibliotheekmedewerker (frontoffice) en klantenservice, adviseurs/consulenten = leesconsulent, cultuur consulent, community librarian, projectmedewerkers, leiders; ondersteuning/leiding = secretariaat, communicatie, teamleiders. De categorie ‘overig’ betreft alle medewerkers die bij onze vraag over functie kozen voor het antwoord ‘anders’. Bij enkele variabelen geldt dat de optelsom van aantellen licht afwijkt van het totaal van 267 doordat het betreffende kenmerk onbekend is. *Significant verschil bij 90%-betrouwbaarheidsinterval.

Medewerkers met hoge werkdruk willen liever eerder stoppen
In totaal ervaart 37 procent van de medewerkers vaak of altijd een hoge werkdruk, terwijl de overige ondervraagden dat soms of nooit zo ervaren. Als we dit afzetten tegen de resultaten uit een enquête van TNO/CBS5, dan zijn de cijfers vrijwel gelijk aan die in horeca (41 procent), het onderwijs (38 procent) en de zorg (38 procent), maar hoger dan in andere sectoren zoals de recreatieve sector (30 procent), de bouw (31 procent) en zakelijke dienstverlening (34 procent). Dit onderstreept het belang van aandacht voor werkdruk in de branche openbare bibliotheken.

Interessant is ook te kijken naar het verschil tussen de mate van ervaren werkdruk en het kunnen en willen doorwerken. Voor het kunnen doorwerken vinden we geen substantiële verschillen in de mate van werkdruk. Wel blijkt dat 56 procent van de medewerkers die niet of weinig te maken hebben met een hoge werkdruk, wil doorwerken tot de AOW-leeftijd (figuur 3). Dit aandeel is ruim lager voor medewerkers die juist vaak een hoge werkdruk ervaren: 39 procent van hen wil liever eerder stoppen met werken.
Dit sluit aan op de constatering uit een ander onderzoek van het RIVM en TNO dat werkstress een belangrijke factor vormt voor duurzame inzetbaarheid en dus langer kunnen en willen doorwerken tot aan het pensioen.6

Overigens is werkstress niet het enige element dat duurzame inzetbaarheid beïnvloedt. Ook bijvoorbeeld sociale veiligheid en loopbaan- en ontwikkelmogelijkheden spelen daarbij een rol. Het zijn dan ook onder meer deze onderwerpen waar BibliotheekWerk met diverse activiteiten op inzet.

Figuur 1: Aandeel medewerkers dat wel of niet wil doorwerken tot de pensioengerechtigde leeftijd, totaal en naar persoons- en baankenmerken.1

Medewerkers denken verschillend over stoppen met werken voor de AOW-leeftijd
In een aanvullende analyse heeft BibliotheekWerk daarom in beeld gebracht wat medewerkers zouden willen als het om doorwerken of stoppen gaat. Daarnaast hebben we onderzocht of zij verwachten hun werk wel vol te kunnen houden. De resultaten zijn belangrijk voor bibliotheken om gericht beleid te kunnen ontwikkelen zodat medewerkers gezond en met plezier kunnen blijven werken.

De uitkomsten in het kort: de helft van alle medewerkers wil wel doorwerken tot aan de pensioenleeftijd, ruim 30 procent is hier neutraal over, terwijl bijna 20 procent niet wil doorwerken (figuur 1). De aanvullende analyse laat ook zien dat er soms grote verschillen bestaan tussen medewerkers als het gaat om het kunnen en willen doorwerken tot hun pensioen. Zij verschillen naar persoonskenmerken, zoals leeftijd en geslacht, maar ook kenmerken van de baan zijn van invloed: het gaat dan om de omvang van de werkweek, functie en werkervaring. Daarnaast zien we dat medewerkers die een hoge werkdruk ervaren liever eerder willen stoppen met werken. Hieronder lichten we de uitkomsten toe.

Mannen willen naar eigen zeggen vaker doorwerken tot de pensioenleeftijd dan hun vrouwelijke collega’s. Drie kwart van deze groep geeft dit aan, terwijl dit voor minder dan de helft van de vrouwen geldt. Bij dit resultaat is voorzichtigheid geboden, vanwege het beperkte aantal mannen dat deelnam aan de enquête. Als we de leeftijdscategorieën onder de loep nemen, is er weinig verschil te zien. Ongeveer de helft van de medewerkers wil tot de pensioenleeftijd doorwerken. Wel heeft de oudste groep medewerkers vaker de wens om eerder te stoppen.

Langer dienstverband: vaker liever eerder stoppen
We zien verder dat medewerkers met vijftien jaar of meer werkervaring in de branche vaker liever eerder willen stoppen met werken dan hun collega’s die er korter werken. Verder komt naar voren dat naarmate medewerkers meer uren per week werken, zij juist vaker de intentie hebben om door te werken tot hun pensioenleeftijd. Dit geldt bijvoorbeeld voor bijna 60 procent van de medewerkers die 32 uur of meer werken. Voor medewerkers met een werkweek van maximaal 24 uur is dit bijna 45 procent. Mogelijk hangt dit samen met een gevoel van binding; medewerkers die meer uren werken, zijn meer met hun werk bezig en kunnen zich zodoende daarmee meer verbonden voelen.

Werken in de bibliotheekbranche tot aan je pensioen:

Stichting BibliotheekWerk is het arbeidsmarktfonds voor de branche openbare bibliotheken, bestuurd door vakbonden en werkgeversvertegenwoordigers. Zij ontwikkelen in nauwe samenspraak met de branche activiteiten die ten goede komen aan de arbeidsmarkt van openbare bibliotheken. Zo is er in 2022 met subsidie vanuit de Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid (MDIEU) 3 van SZW een activiteitenplan ontwikkeld en uitgevoerd. Zo konden medewerkers gesprekken voeren met een pensioendeskundige en vitaliteitscoach over de financiële mogelijkheden en advies over hoe je zo vitaal mogelijk naar je pensioen kunt toewerken. Ook is er een toolkit ontwikkeld met rekenmodellen en informatie over korter of juist langer doorwerken. Daarnaast biedt deze toolkit HR-professionals en leidinggevenden handvatten om medewerkers te begeleiden in het vitaal en fit doorwerken tot aan hun pensioen.

Bekijk hier de toolkit.

Toelichting: Significant verschil bij 95%-betrouwbaarheidsinterval (p < 0,05, chi-kwadraattoets).

Aanbeveling: houd rekening met diversiteit in behoeften van medewerkers
Zoals gezegd is ongeveer de helft van de medewerkers in de branche openbare bibliotheken van plan om door te werken tot de pensioenleeftijd en verwacht bijna hetzelfde deel dit ook te kunnen volhouden. Het overige deel staat hier vooral neutraal in. Dit artikel laat zien dat deze uitkomsten verschillen tussen groepen medewerkers als we afzonderlijk kijken naar specifieke persoons- en baankenmerken. De analyse geeft geen duidelijkheid in de oorzaken van deze verschillen. Wel is het voor het beleid gericht op duurzame inzetbaarheid en doorwerken tot aan het pensioen van belang te erkennen dat de ervaringen tussen groepen verschillen. Bij de ontwikkeling en uitvoering van maatregelen moet dan ook rekening worden gehouden met diversiteit in wensen en behoeften van medewerkers.

Lees meer over de arbeidsmarktanalyse
Dit artikel is gebaseerd op de enquête voor de Arbeidsmarktanalyse 2023 die door 267 medewerkers uit de branche is ingevuld en die een belangrijk onderdeel van de arbeidsmarktanalyse vormt. In het rapport over de arbeidsmarktanalyse is meer informatie over de respons en resultaten te vinden.3 Deze analyse kun je vinden op de website van BibliotheekWerk, inclusief een handige samenvatting.

Over de auteurs
Daniël van Hassel, onderzoeker bij het CAOP, heeft meerdere arbeidsmarktanalyses uitgevoerd voor BibliotheekWerk. Coauteur Simon Cornel, onderzoeker bij het CAOP, werkte mee aan de recente arbeidsmarktanalyse uit 2023.

Bronnen
• Van Hassel, D. & S. Cornel (2023). Arbeidsmarkt openbare bibliotheken. Ontwikkelingen in de afgelopen jaren en blik op de toekomst. Den Haag: CAOP, in opdracht van Stichting BibliotheekWerk.
• Van Hassel, D. & Kools, M. (2021). Sectoranalyse openbare bibliotheken. Den Haag: CAOP, in opdracht van Stichting BibliotheekWerk.
• SZW (2023). MENUKAART Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU) 2021 t/m 2025 Onderdeel Duurzame Inzetbaarheid.
• Renne T. (2019). Vissen naar visie. Op zoek naar het waarom van de bibliotheek. Tilburg: Cubiss.
• Van den Heuvel, SG, Beiro, L en Van Dam, LMC (2023). Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden. Resultaten in vogelvlucht. Den Haag: TNO/CBS, pag. 40. bron, geraadpleegd maart 2024.
• RIVM&TNO (2023). De Toekomst van Gezond en Veilig Werken, Een brede horizonscan.

Activiteiten Stichting BibliotheekWerk

Bibliotheekblad 5 • mei 2024

Om de paar jaar laat Stichting BibliotheekWerk een analyse maken van de nieuwste arbeidsmarktontwikkelingen, knelpunten en prognoses voor de werkgelegenheid in de bibliotheekbranche. Uit de nieuwste Arbeidsmarktanalyse 2023 blijkt wat directeuren en medewerkers waarderen in hun werk: vooral de werksfeer, algemene arbeidsomstandigheden en de inhoud van het werk vinden zij positief.1 Tegelijkertijd blijkt ook dat niet alle medewerkers even positief staan tegenover het willen en kunnen doorwerken tot aan de AOW-leeftijd. Ondertussen hebben veel bibliotheken te maken met een hoge gemiddelde leeftijd van het personeel. In de komende tien tot twaalf jaar stroomt naar verwachting een groot deel van de medewerkers uit door het hoge aandeel 55-plussers.1, 2 Een belangrijke opdracht voor de bibliotheekbranche is dus om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk medewerkers in ieder geval tot hun AOW-leeftijd gezond en met plezier kunnen blijven werken.

Hoe kijken medewerkers
hier tegenaan?

Tekst: Daniël van Hassel en Simon Cornel,
onderzoekers CAOP • video: fauxels