Jessie Wolters en Henrick Reijersen van Buuren.

Enkele medewerkers van Moos: Jessie Wolters (floormanager), Seyma (deelneemster), Henrick Reijersen van Buuren (initiatiefnemer) en Soria (deelneemster).

Toekomsttaal
Eten en spreken zijn beide belangrijke eerste levensbehoeften, daarover zijn Henrick en Gert het eens. Ook al is het eerste noodzakelijk voor de fysieke overleving, terwijl het bij spreken meer draait om communicatie en sociale interactie, zijn ze allebei van belang.

Op dit moment maken acht deelnemers deel uit van de leerwerktrajecten bij Moos en Taalhuis van Bibliotheek Lek en IJssel. Maar de wens is er om in de toekomst de openingstijden (nu nog twee middagen per week, op woensdag en vrijdag – red.) verder uit te breiden zodat er meer mensen aan de trajecten kunnen deelnemen. Wie weet verhuist Moos (nu gevestigd in het vroegere restaurant NOOR aan de Voorstraat 19 in Vianen) in de toekomst naar een andere locatie? 'We denken er weleens over om hiervoor misschien het oude stadhuis van Vianen te kopen,' filosofeert Gert voorzichtig naar de toekomst.

Voorlopig wordt er tweemaal per week een authentiek driegangenmenu bereid met de smaken van het Midden-Oosten. Tussen de gangen door houdt Henrick een kort interview met een van de deelnemers, zodat de restaurantgasten wat meer kunnen horen van iemands achtergrond en geboorteland. Voor de deelnemers is dit bovendien een mooie manier om te oefenen met spreken in de Nederlandse taal over iets waar ze zelf enthousiast over zijn: Nederlanders iets laten proeven van hun eigen cultuur.

Sterk Staaltje
Directeur-bestuurder Gert Staal is blij met de verbinding tussen het Taalhuis en de leerwerktrajecten bij restaurant Moos.'Bibliotheek Lek & IJssel was er relatief vroeg bij om met taallessen voor buitenlanders te starten. Zo'n tien jaar terug was onze organisatie al actief in het sociaal domein en nog steeds werken we veel samen met onder andere Vluchtelingenwerk, welzijnsstichtingen en uitkerende instanties. Wij zijn geen concurrenten, maar hebben juist een hechte onderlinge band. Allemaal vinden we dat nieuwe inwoners van Nederland zo snel mogelijk op eigen benen moeten kunnen staan en om dat gemeenschappelijke doel te bereiken, vullen we elkaar goed aan.’

Het stimuleren van het leren van de Nederlandse taal door het bereiden van authentieke gerechten bij Moos vindt hij ook perfect passen in het takenpakket van de bibliotheek van nu.

Daarbij baseert hij zich onder andere op de visie van David Lankes (de bedenker van het begrip community librarian) wiens boek The Atlas of New Librarianship Gert vertaald heeft naar het Nederlands met als titel: Veldgids-voor-nieuw-bibliotheekwerk (hier gratis te downloaden, red.) Hierin omschrijft Lankes de moderne missie van de bibliotheek als: het verbeteren van de maatschappij door het faciliteren van kenniscreatie in hun gemeenschappen. De opzet van het Taalhuis in connectie met Moos vindt Gert hiervan een sterk praktijkvoorbeeld.

‘Ik ben ook voorstander van multifunctionele accommodaties binnen de bibliotheekgebouwen. In onze vestiging in Houten is sinds kort een groep mensen vanuit welzijnsorganisatie Reinaerde actief. Dankzij de geur van hun ter plekke gebakken cake en gebak, die zich door het hele pand verspreidt, zijn de bezoekersaantallen al met 35 procent gestegen,’ aldus de bibliotheekdirecteur die, afkomstig uit een horecafamilie op een Waddeneiland, zelf ook goed kan kokkerellen.

‘Een driegangendiner voor bijna 150 mensen,’ noemt hij zijn grootste culinaire wapenfeit. Of is het beter te spreken van een “sterk Staaltje”?

Trajecten met structuur
Inmiddels heeft de combinatie tussen het leren van de Nederlandse taal en het actief meedraaien bij Moos meer structuur gekregen. In de zomer van 2024, toen de vaste coördinator van Taalhuis Vianen vertrok, tipte zij Henrick over de ontstane vacature. Na een succesvol sollicitatiegesprek kon hij zijn vrijwillige betrokkenheid verruilen voor deze baan. ‘Een mooi moment om ook de combinatie van taallessen en koken en bedienen bij Moos meer vastigheid te geven,' stelt hij. 'Moos is nu een Stichting en een officiële leer-werkplek. Deelnemers verbinden zich met een contract voor een traject van zes of twaalf maanden. In deze periode volgen ze dus taalles bij het Taalhuis van Bibliotheek Lek & IJssel en zijn ze gemiddeld negen uur per week actief bij Moos. Daar krijgen ze barista- en keukentrainingen, maar ook een coaching voor persoonlijke ontwikkeling,’ vertelt Henrick, die dit laatste voor zijn rekening neemt.

Verder koppelt hij iedere deelnemer aan een buddy, met de bedoeling om minimaal eens per maand elkaar te ontmoeten. ‘Zo’n buddy is géén taaldocent,’ belicht hij. ‘Bij het contact tussen buddy en nieuwkomer in Nederland is het juist de bedoeling dat beiden een gelijkwaardige relatie opbouwen en samen optrekken. Met een uitstapje of met een praatje. En voor wie wat inspiratie nodig heeft, zijn er speciale praatkaartjes met gespreksonderwerpen.’

Rolmodellen met ambitie en hart
Ondertussen hebben diverse Moos-deelnemers hun traject al afgerond. Henrick geeft het voorbeeld van een Turkse vrouw die haar vriendinnen meenam om hen te enthousiasmeren. En dat lukte prima!

‘Ik wil worden zoals zij,’ sprak een van die vriendinnen, die in haar landgenote een mooi rolmodel zag.

Een Afghaanse jonge vrouw kwam samen met haar man naar Nederland. Hij had, als rijschoolhouder, hier snel zijn weg gevonden. Zij, op haar achttiende al getrouwd en nooit een opleiding gevolgd, had daar meer moeite mee. ‘In het begin was ze erg verlegen en sprak ze bijna fluisterend Nederlands,’ herinnert Henrick zich. Maar hij zag ook de motivatie en het doorzettingsvermogen van deze vrouw om van het traject bij Moos een succes te maken en moedigde haar aan om Open Dagen van studies te bezoeken.

‘Inmiddels heeft ze goed Nederlands geleerd en werkt ze als klassenassistent. ‘Ik voel me een andere vrouw,’ zei ze bij haar vertrek. De talenkennis heeft haar zelfvertrouwen gegeven en dat is belangrijk.’

Als derde voorbeeld noemt Henrick de Turkse vrouw die, vóórdat ze naar Nederland kwam, zelfstandig al een beetje Engels had geleerd. ‘Dat gaf haar een voorsprong en maakte het gemakkelijker om Nederlands te leren. Na afronding van het traject bij Moos, heeft ze nu een coördinerende rol bij een postbedrijf. Het is weliswaar nog niet haar droombaan, maar zo’n intelligente en leergierige vrouw slaagt er wel in haar ambitie waar te maken. Waarschijnlijk in de richting van geschiedenis en cultuur.’

‘Mijn hart blijft altijd bij jullie,’ waren de woorden die deze Turkse schreef bij haar afzwaaien eind 2024.

Drie-in-één
Na afronding van zijn studie, nu drie jaar geleden, ging Henrick aan de slag als welzijnscoach bij BindkrachtVHL (welzijnsorganisatie voor alle inwoners van Vijfheerenlanden – red.).

‘Ik wilde mooie dingen doen in mijn woonplaats Vianen.’

Ook de vrijwillige taallessen bij de bibliotheek bleven onderdeel uitmaken van zijn leven. En er kwam nog een derde initiatief bij: namelijk Moos, een restaurant met Midden-Oosterse specialiteiten én een idealistische insteek. Want bij Moos wilde Henrick nieuwkomers in Nederland de kans geven om tijdens het werk in de keuken of de bediening te leren over de Nederlandse gebruiken. 'Zoals op tijd komen en je tijdig afmelden als je een keertje niet kunt komen,' benoemt hij.

Naast de focus op alle voorkomende horecavaardigheden werd ook geoefend met de Nederlandse taal. Binnen Moos vooral in de vorm van contact met de restaurantbezoekers (Is alles naar wens? Kan ik nog iets voor u doen?) en in het Taalhuis meer gericht op algemene taalverwerving.

Deelnemers vinden bleek niet zo moeilijk, dankzij Henricks lijntje met de bibliotheek. 'Belangstelling voor koken, inzet en enthousiasme,' meldt hij een aantal basisvoorwaarden.

Interesse was er dus zeker, maar cultuurverschillen waren er ook! Precies op de dag waarop er voor 25 gasten een driegangenmaaltijd bij Moos bereid moest worden, meldde een van de deelnemers zich af, want hij had zelf thuis bezoek gekregen. 'Een leermomentje,' vat Henrick het terugblikkend kort en krachtig samen.

Zelfvertrouwen
‘Ik kan bijna niks!’ of ‘Het lukt me niet!’ Zulke bijna wanhopige uitroepen hoorde Henrick vaker dan hem lief was in de periode dat hij nog als taalvrijwilliger verbonden was aan Bibliotheek Lek & IJssel. Terwijl hij nog bezig was met zijn studie theologie, besloot hij al een deel van zijn vrije tijd te besteden aan het helpen van nieuwe Nederlanders om de taal van hun nieuwe thuisland te leren.

‘Het is meestal niet gemakkelijk om te emigreren en je aan te passen aan je nieuwe land,’ zag hij van nabij. ‘Door de moeilijkheden waar mensen uit andere landen regelmatig tegenaan lopen, verliezen ze vaak aan zelfvertrouwen. Jammer, want dat maakt het wennen nog lastiger. En dat terwijl velen zulke mooie talenten hebben, die in hun nieuwe bestaan helaas niet altijd direct tot uiting komen.’

Bij de mensen thuis
Gedreven door enerzijds de motivatie om anderen te helpen én anderzijds interesse in andere culturen (‘Aangewakkerd door mijn theologiestudie’) vond Henrick snel zijn draai als vrijwilliger in het Taalhuis.

‘De bibliotheek is een prachtige plek voor nieuwkomers. Niet alleen om zichzelf te ontwikkelen, maar ook om anderen te leren kennen. Ik zag vriendschappen ontstaan over culturele grenzen heen en ook ikzelf kwam regelmatig bij mensen uit onze taalgroep thuis.’ Dat betekende vaak ook proeven van de gerechten uit andere landen. Henrick was onder de indruk hoe fantastisch de meeste deelnemers uit de taalgroep konden koken. ‘Eerlijk gezegd smaakte het me meestal beter dan het Nederlandse eten.’

Bibliotheek Lek & IJssel geeft het Taalhuis een exotische smaak

Nieuwkomers in Nederland laten ons proeven van hun cultuur

Eten hoort tot de eerste levensbehoeften. Maar het begrijpen en je verstaanbaar kunnen maken in de taal van het land waarin je woont, hoort daar zeker ook bij, vinden taalhuiscoördinator Henrick Reijersen van Buuren en directeur-bestuurder Gert Staal. Dat wáármaken hoort wat hen betreft tot het takenpakket van Bibliotheek Lek & IJssel en dat betekent concreet: de combinatie van Nederlands leren en koken vanuit je eigen cultuur. Zij vertellen samen over deze nieuwe smaakmaker in taalverwerving.

Inburgering / Taalhuis

Tekst: Linda van Pelt
Foto’s: Moos Vianen / Jan Eigenraam

Bibliotheekblad 8 • oktober 2025

Enkele medewerkers van Moos: Jessie Wolters (floormanager), Seyma (deelneemster), Henrick Reijersen van Buuren (initiatiefnemer) en Soria (deelneemster).

Bibliotheek Lek & IJssel geeft het Taalhuis een exotische smaak

Bibliotheekblad 8 • oktober 2025

Nieuwkomers in Nederland laten ons proeven van hun cultuur

Eten hoort tot de eerste levensbehoeften. Maar het begrijpen en je verstaanbaar kunnen maken in de taal van het land waarin je woont, hoort daar zeker ook bij, vinden taalhuiscoördinator Henrick Reijersen van Buuren en directeur-bestuurder Gert Staal. Dat wáármaken hoort wat hen betreft tot het takenpakket van Bibliotheek Lek & IJssel en dat betekent concreet: de combinatie van Nederlands leren en koken vanuit je eigen cultuur. Zij vertellen samen over deze nieuwe smaakmaker in taalverwerving.

Tekst: Linda van Pelt
Foto’s: Moos Vianen / Jan Eigenraam

Inburgering / Taalhuis

Jessie Wolters en Henrick Reijersen van Buuren.

Toekomsttaal
Eten en spreken zijn beide belangrijke eerste levensbehoeften, daarover zijn Henrick en Gert het eens. Ook al is het eerste noodzakelijk voor de fysieke overleving, terwijl het bij spreken meer draait om communicatie en sociale interactie, zijn ze allebei van belang.

Op dit moment maken acht deelnemers deel uit van de leerwerktrajecten bij Moos en Taalhuis van Bibliotheek Lek en IJssel. Maar de wens is er om in de toekomst de openingstijden (nu nog twee middagen per week, op woensdag en vrijdag – red.) verder uit te breiden zodat er meer mensen aan de trajecten kunnen deelnemen. Wie weet verhuist Moos (nu gevestigd in het vroegere restaurant NOOR aan de Voorstraat 19 in Vianen) in de toekomst naar een andere locatie? 'We denken er weleens over om hiervoor misschien het oude stadhuis van Vianen te kopen,' filosofeert Gert voorzichtig naar de toekomst.

Voorlopig wordt er tweemaal per week een authentiek driegangenmenu bereid met de smaken van het Midden-Oosten. Tussen de gangen door houdt Henrick een kort interview met een van de deelnemers, zodat de restaurantgasten wat meer kunnen horen van iemands achtergrond en geboorteland. Voor de deelnemers is dit bovendien een mooie manier om te oefenen met spreken in de Nederlandse taal over iets waar ze zelf enthousiast over zijn: Nederlanders iets laten proeven van hun eigen cultuur.

Sterk Staaltje
Directeur-bestuurder Gert Staal is blij met de verbinding tussen het Taalhuis en de leerwerktrajecten bij restaurant Moos.'Bibliotheek Lek & IJssel was er relatief vroeg bij om met taallessen voor buitenlanders te starten. Zo'n tien jaar terug was onze organisatie al actief in het sociaal domein en nog steeds werken we veel samen met onder andere Vluchtelingenwerk, welzijnsstichtingen en uitkerende instanties. Wij zijn geen concurrenten, maar hebben juist een hechte onderlinge band. Allemaal vinden we dat nieuwe inwoners van Nederland zo snel mogelijk op eigen benen moeten kunnen staan en om dat gemeenschappelijke doel te bereiken, vullen we elkaar goed aan.’

Het stimuleren van het leren van de Nederlandse taal door het bereiden van authentieke gerechten bij Moos vindt hij ook perfect passen in het takenpakket van de bibliotheek van nu.

Daarbij baseert hij zich onder andere op de visie van David Lankes (de bedenker van het begrip community librarian) wiens boek The Atlas of New Librarianship Gert vertaald heeft naar het Nederlands met als titel: Veldgids-voor-nieuw-bibliotheekwerk (hier gratis te downloaden, red.) Hierin omschrijft Lankes de moderne missie van de bibliotheek als: het verbeteren van de maatschappij door het faciliteren van kenniscreatie in hun gemeenschappen. De opzet van het Taalhuis in connectie met Moos vindt Gert hiervan een sterk praktijkvoorbeeld.

‘Ik ben ook voorstander van multifunctionele accommodaties binnen de bibliotheekgebouwen. In onze vestiging in Houten is sinds kort een groep mensen vanuit welzijnsorganisatie Reinaerde actief. Dankzij de geur van hun ter plekke gebakken cake en gebak, die zich door het hele pand verspreidt, zijn de bezoekersaantallen al met 35 procent gestegen,’ aldus de bibliotheekdirecteur die, afkomstig uit een horecafamilie op een Waddeneiland, zelf ook goed kan kokkerellen.

‘Een driegangendiner voor bijna 150 mensen,’ noemt hij zijn grootste culinaire wapenfeit. Of is het beter te spreken van een “sterk Staaltje”?

Trajecten met structuur
Inmiddels heeft de combinatie tussen het leren van de Nederlandse taal en het actief meedraaien bij Moos meer structuur gekregen. In de zomer van 2024, toen de vaste coördinator van Taalhuis Vianen vertrok, tipte zij Henrick over de ontstane vacature. Na een succesvol sollicitatiegesprek kon hij zijn vrijwillige betrokkenheid verruilen voor deze baan. ‘Een mooi moment om ook de combinatie van taallessen en koken en bedienen bij Moos meer vastigheid te geven,' stelt hij. 'Moos is nu een Stichting en een officiële leer-werkplek. Deelnemers verbinden zich met een contract voor een traject van zes of twaalf maanden. In deze periode volgen ze dus taalles bij het Taalhuis van Bibliotheek Lek & IJssel en zijn ze gemiddeld negen uur per week actief bij Moos. Daar krijgen ze barista- en keukentrainingen, maar ook een coaching voor persoonlijke ontwikkeling,’ vertelt Henrick, die dit laatste voor zijn rekening neemt.

Verder koppelt hij iedere deelnemer aan een buddy, met de bedoeling om minimaal eens per maand elkaar te ontmoeten. ‘Zo’n buddy is géén taaldocent,’ belicht hij. ‘Bij het contact tussen buddy en nieuwkomer in Nederland is het juist de bedoeling dat beiden een gelijkwaardige relatie opbouwen en samen optrekken. Met een uitstapje of met een praatje. En voor wie wat inspiratie nodig heeft, zijn er speciale praatkaartjes met gespreksonderwerpen.’

Rolmodellen met ambitie en hart
Ondertussen hebben diverse Moos-deelnemers hun traject al afgerond. Henrick geeft het voorbeeld van een Turkse vrouw die haar vriendinnen meenam om hen te enthousiasmeren. En dat lukte prima!

‘Ik wil worden zoals zij,’ sprak een van die vriendinnen, die in haar landgenote een mooi rolmodel zag.

Een Afghaanse jonge vrouw kwam samen met haar man naar Nederland. Hij had, als rijschoolhouder, hier snel zijn weg gevonden. Zij, op haar achttiende al getrouwd en nooit een opleiding gevolgd, had daar meer moeite mee. ‘In het begin was ze erg verlegen en sprak ze bijna fluisterend Nederlands,’ herinnert Henrick zich. Maar hij zag ook de motivatie en het doorzettingsvermogen van deze vrouw om van het traject bij Moos een succes te maken en moedigde haar aan om Open Dagen van studies te bezoeken.

‘Inmiddels heeft ze goed Nederlands geleerd en werkt ze als klassenassistent. ‘Ik voel me een andere vrouw,’ zei ze bij haar vertrek. De talenkennis heeft haar zelfvertrouwen gegeven en dat is belangrijk.’

Als derde voorbeeld noemt Henrick de Turkse vrouw die, vóórdat ze naar Nederland kwam, zelfstandig al een beetje Engels had geleerd. ‘Dat gaf haar een voorsprong en maakte het gemakkelijker om Nederlands te leren. Na afronding van het traject bij Moos, heeft ze nu een coördinerende rol bij een postbedrijf. Het is weliswaar nog niet haar droombaan, maar zo’n intelligente en leergierige vrouw slaagt er wel in haar ambitie waar te maken. Waarschijnlijk in de richting van geschiedenis en cultuur.’

‘Mijn hart blijft altijd bij jullie,’ waren de woorden die deze Turkse schreef bij haar afzwaaien eind 2024.

Drie-in-één
Na afronding van zijn studie, nu drie jaar geleden, ging Henrick aan de slag als welzijnscoach bij BindkrachtVHL (welzijnsorganisatie voor alle inwoners van Vijfheerenlanden – red.).

‘Ik wilde mooie dingen doen in mijn woonplaats Vianen.’

Ook de vrijwillige taallessen bij de bibliotheek bleven onderdeel uitmaken van zijn leven. En er kwam nog een derde initiatief bij: namelijk Moos, een restaurant met Midden-Oosterse specialiteiten én een idealistische insteek. Want bij Moos wilde Henrick nieuwkomers in Nederland de kans geven om tijdens het werk in de keuken of de bediening te leren over de Nederlandse gebruiken. 'Zoals op tijd komen en je tijdig afmelden als je een keertje niet kunt komen,' benoemt hij.

Naast de focus op alle voorkomende horecavaardigheden werd ook geoefend met de Nederlandse taal. Binnen Moos vooral in de vorm van contact met de restaurantbezoekers (Is alles naar wens? Kan ik nog iets voor u doen?) en in het Taalhuis meer gericht op algemene taalverwerving.

Deelnemers vinden bleek niet zo moeilijk, dankzij Henricks lijntje met de bibliotheek. 'Belangstelling voor koken, inzet en enthousiasme,' meldt hij een aantal basisvoorwaarden.

Interesse was er dus zeker, maar cultuurverschillen waren er ook! Precies op de dag waarop er voor 25 gasten een driegangenmaaltijd bij Moos bereid moest worden, meldde een van de deelnemers zich af, want hij had zelf thuis bezoek gekregen. 'Een leermomentje,' vat Henrick het terugblikkend kort en krachtig samen.

Zelfvertrouwen
‘Ik kan bijna niks!’ of ‘Het lukt me niet!’ Zulke bijna wanhopige uitroepen hoorde Henrick vaker dan hem lief was in de periode dat hij nog als taalvrijwilliger verbonden was aan Bibliotheek Lek & IJssel. Terwijl hij nog bezig was met zijn studie theologie, besloot hij al een deel van zijn vrije tijd te besteden aan het helpen van nieuwe Nederlanders om de taal van hun nieuwe thuisland te leren.

‘Het is meestal niet gemakkelijk om te emigreren en je aan te passen aan je nieuwe land,’ zag hij van nabij. ‘Door de moeilijkheden waar mensen uit andere landen regelmatig tegenaan lopen, verliezen ze vaak aan zelfvertrouwen. Jammer, want dat maakt het wennen nog lastiger. En dat terwijl velen zulke mooie talenten hebben, die in hun nieuwe bestaan helaas niet altijd direct tot uiting komen.’

Bij de mensen thuis
Gedreven door enerzijds de motivatie om anderen te helpen én anderzijds interesse in andere culturen (‘Aangewakkerd door mijn theologiestudie’) vond Henrick snel zijn draai als vrijwilliger in het Taalhuis.

‘De bibliotheek is een prachtige plek voor nieuwkomers. Niet alleen om zichzelf te ontwikkelen, maar ook om anderen te leren kennen. Ik zag vriendschappen ontstaan over culturele grenzen heen en ook ikzelf kwam regelmatig bij mensen uit onze taalgroep thuis.’ Dat betekende vaak ook proeven van de gerechten uit andere landen. Henrick was onder de indruk hoe fantastisch de meeste deelnemers uit de taalgroep konden koken. ‘Eerlijk gezegd smaakte het me meestal beter dan het Nederlandse eten.’