Van links naar rechts: Sjaak Simonse (IPO), Mark Wit (VNG), Eppo Bruins (OCW), Wilma van Wezenbeek (KB), Gerard Hendriks (Bibliotheek Aan de Vliet), Annelies Bakelaar (SPN), Klaas Gravesteijn (VOB).

Nieuwe afspraken tussen overheden en bibliotheken

Erna Winters viel als gloednieuwe netwerkmanager* bij de KB met haar neus in de boter, want ze ondertekende het Bibliotheekconvenant 2024-2027. ‘De grootste uitdaging is om de energie erin te houden.’

‘Alleen samen komen we verder’

Bibliotheekconvenant 2024-2027

Tekst: Stan Verhaag • Foto’s: KB | Karin Ottenhoff

Bibliotheekblad 1 • januari 2025

Toch zie ik bij de IDO’s (Informatiepunten Digitale Overheid) vooral oudere mensen aankloppen.
‘Klopt. Die oudere loopt ertegenaan dat hij of zij iets digitaals niet kan. Maar wanneer jij als jongere geen verzekering hebt, of financieel niet goed onderlegd bent, dan loop je op een gegeven moment echt tegen een muur aan. Dan moet er wat gebeuren. De bibliotheek kan helpen dat te voorkomen of op te lossen.’

In het Bibliotheekconvenant staat dat de ministeries van OC&W en Binnenlandse Zaken intensief contact onderhouden om de opzet van de IDO’s aan te laten sluiten bij de bibliotheekpraktijk. Wat wordt daarmee bedoeld?
‘Er is een programma ontwikkeld voor IDO’s, maar in de praktijk blijkt dat de vragen van bezoekers soms net anders zijn dan hoe het aanbod van IDO eruitziet. Ik denk zelf dat IDO’s nog meer feedback moeten organiseren: Past ons aanbod bij de vragen die we lokaal krijgen? Ik weet bijvoorbeeld dat veel bibliotheken werken met spreekuren – en dat is prima. Maar ik ken ook enkele bibliotheken die ernaar streven dat elke medewerker op de bibliotheekvloer de basisvragen rondom digitale overheid kan oplossen. Dat vraagt natuurlijk wel iets van die medewerkers.’

Onder opgave 3 lees ik: Partijen onderzoeken hoe het bereik en gebruik van bibliotheken vergroot kan worden. Dat doet mij denken aan de bibliotheek hier in mijn woonplaats Venray. Die verhuisde in 2024 naar een prachtig pand en opeens komen er veel meer pubers over de vloer. Bereik en gebruik zijn dus vergroot. Maar dat levert ook nieuwe uitdagingen op. Men huurt nu zelfs beveiligers in.
‘Ik herken die ervaring. Toen wij bibliotheek Alkmaar hadden heringericht, kregen wij ineens ook massa’s pubers binnen. Als bibliotheken roepen we altijd: We moeten veel meer aandacht hebben voor de jeugd, maar tegelijkertijd zijn we niet altijd toegerust om met groepen jongeren om te gaan. En in groepsverband zijn jongeren lastiger te managen, dan één op één. De overlast is een gevolg van het feit dat de jeugd de bieb steeds meer weet te vinden, juist ook als studieplek. Kijk, het hoeft niet meer stil te zijn in de bibliotheek, maar van muitende pubers word je ook niet blij.’

Hoe ging u er in Alkmaar mee om?
‘We boden onze medewerkers een training aan. En als het echt nodig was – maar dit kwam zelden voor – dan huurden we beveiliging in en die kwam dan enkele dagen de boel op orde brengen. Dat sprak zich vervolgens rond – en dan was het weer een tijdje rustig.’

Want je wilt de scholieren wel binnenhouden.
‘Exact. En ik zeg ook altijd: ga gewoon eens met ze in gesprek. In vestiging Alkmaar-Noord haalden we bewust jongeren zonder startkwalificatie naar binnen. Samen met het met ons gefuseerde Centrum voor de Kunsten boden we hen workshops graffitispuiten aan en workshops 3D-printen. De vaste chillavond waar in eerste instantie twee of drie jongeren op af kwamen, groeide uit naar tussen de twintig en dertig jongeren. Dan moet je dus oppassen dat het niet aan zijn eigen succes ten onder gaat. Wat je binnen zo'n groep probeert te doen, is hen aanspreken op hun verantwoordelijkheid: “Jullie mogen gebruik maken van deze bibliotheek. Graag zelfs! Maar dit is niet je achtertuin en ook niet je huiskamer. Dus ruim je rotzooi achter je op en zorg dat je je goodwill niet verspeelt.”’

Het bereik en gebruik van bibliotheken kan ook vergroot worden als een gemeente het gratis lidmaatschap verruimt, lees ik bij opgave 3. Wat is verruimen? Iedereen gratis lid?
‘Dat zou natuurlijk het ideaalbeeld zijn. Seneca zei: ‘Overigens ben ik van mening dat Carthago vernietigd moet worden’. Eigenlijk zouden wij elke keer tegen politieke partijen moeten zeggen: ‘Overigens zijn wij van mening dat de bibliotheek voor iedereen gratis moet zijn.’ Maar laten we eerst maar eens kijken of we de leeftijd kunnen oprekken. Enkele bibliotheken experimenteren met gratis lidmaatschap tot 25 jaar. Want we zien namelijk dat veel jongeren afhaken als ze moeten gaan betalen. We willen heel graag dat wat de bibliotheek te bieden heeft, toegankelijk maken voor iedereen, maar dat gaat alleen in stapjes.’

Wat is de grootste uitdaging als het gaat om de uitvoering van het convenant? Of gaat dat van een leien dakje de komende jaren?
Lachend: ‘Als het allemaal van een leien dakje zou gaan, zou ik geen baan meer hebben! Maar serieus: de grootste uitdaging is om de energie erin te houden en om met elkaar de goede keuzes te maken. Er is de afgelopen jaren meer geld bij de bibliotheek terechtgekomen na daarvóór financieel moeilijke jaren, maar er komen opnieuw financieel guurdere jaren aan. Laten we dan ook met elkaar helder hebben, dat er een wereld van verschil zit tussen bibliotheek Heuvelland in Limburg met zes man personeel en bibliotheek Amsterdam met tweehonderd man personeel. En toch wil je allemaal iets kunnen bijdragen aan die maatschappelijke opgaven. Dus moeten we als branche helder hebben wat ieders speelveld is en dat we elkaar nodig hebben. Het besef dat we samen echt verder komen, maar dat het samen soms wat langzamer gaat, is belangrijk. Dat kan soms opleveren dat een bibliotheek zegt: ‘Dit is wat wij kunnen leveren, maar méér zit er niet in.’ Laten we daar met elkaar begrip voor hebben.’

Nog een hartenkreet tot slot?
‘Laten we als branche nooit uit het oog verliezen hoeveel energie we halen uit de dingen die we met elkaar bereiken. Hoeveel plezier we eraan beleven. Hoe trots we erop zijn. Dat we in ruim tien jaar erin geslaagd zijn om vijftig procent van de scholen te bereiken met dBos; dat we in vier jaar bijna achthonderd IDO’s hebben gerealiseerd: dat zijn mooie succesverhalen, die we te weinig met elkaar vieren en voor het voetlicht weten te brengen.’

U doet het bij dezen.
‘Inderdaad. Ik hoop dus ook dat veel Kamerleden en gemeenteraadsleden dit artikel doorgestuurd krijgen.’

Naschrift redactie
*In Bibliotheekblad 2-2025 (printeditie) leest u een uitgebreid interview met Erna Winters over haar rol als netwerkmanager. Het interview in dit nummer (1-2025) focust zich vooral op het nieuwe convenant.

‘Als het gaat over het Bibliotheekconvenant, dan sta ik op de schouders van Tineke van Ham,’ zegt Erna Winters eerlijk aan het begin van het gesprek. ‘Tineke was mijn voorganger en zij heeft de totstandkoming van het Bibliotheekconvenant begeleid. Dat deed ze uiteraard in nauwe samenwerking met de andere partijen die het convenant ondertekenden: OC&W (het Ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen), IPO (Interprovinciaal Overleg van, voor en door Provincies), VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten), KB Nationale Bibliotheek, SPN (Samenwerkende POI’s Nederland) en VOB (Vereniging Openbare Bibliotheken). Alle hulde dus aan Tineke en de vertegenwoordigers van de zes partijen.’

Waarom is juist een convenant een goed middel om dingen gedaan te krijgen?
‘De Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (WSOB) – die in 2015 in werking trad en op dit moment wordt herzien – gaat vooral over functies en niet zozeer over taken. Toen ik nog directeur was, vond ik de wet zelf best een mooie kapstok om het een en ander aan op te hangen. Maar als het gaat over kennismaken met kunst en cultuur, met lezen en literatuur, dan is de wet aanbodgericht en een beetje “achteroverleunend” geformuleerd. Het convenant daarentegen staat geheel in het teken van de drie maatschappelijke opgaven die de zes partijen willen realiseren: 1) Geletterde samenleving, 2) Participatie in de (informatie)samenleving, en 3) Leven lang ontwikkelen. Het convenant is dus veel concreter dan de wet. En op dit moment werken we aan een nieuwe netwerkagenda. Die maakt de opgaven nóg concreter.’

Minister Bruins was aanwezig bij de ondertekening van het Bibliotheekconvenant. Geeft dit aan dat het ministerie de bibliotheek nog net zo belangrijk vindt als ten tijde van staatssecretaris Uslu?
‘Dat denk ik wel. In zijn speech omschreef de minister de bibliotheek als “een van de weinige lichtpuntjes in onze samenleving” – of woorden van gelijke strekking. Dat geeft wel aan dat hij een warm hart voor de bibliotheek heeft. Hij vindt het zeker heel belangrijk.’

Toch ben ik een beetje bezorgd vanwege de rechtse wind die er tegenwoordig waait vanuit Den Haag. Dat is niet per se wind-in-de-rug voor de bibliotheek, denk ik dan.
‘Ik denk dat wij onze handjes mogen dichtknijpen. Het Masterplan Basisvaardigheden en de SPUK-regelingen danken we inderdaad aan het vorige kabinet. Maar ook onder het nieuwe kabinet komt er nog steeds een decentralisatie-uitkering van € 2,90 per inwoner naar de gemeenten. OC&W en VOB heeft hebben daar stevig voor gelobbyd. En als ik het debat in de Kamer rondom cultuur en laaggeletterdheid beluister, dan kan ik niet anders concluderen dan dat de bibliotheek goed op het netvlies staat, en dat van links tot rechts.’

Laten we de drie opgaven eens bekijken. Onder opgave 1 staat bij Inzetten op de doorgaande leeslijn dat de gezinsaanpak een belangrijke rol speelt. Is dat een nieuwe kijk?
‘Het is niet echt een hele nieuwe kijk, maar er is de afgelopen jaren wel steeds meer het besef gekomen dat als een kind opgroeit in een taalarme omgeving, de kans op laaggeletterdheid vele malen groter is, dan wanneer het in een geletterd en taalvaardig gezin opgroeit. En dus moeten wij juist deze kinderen taalvaardiger en leesvaardiger maken. Wat daarbij helpt, is als we de ouders of opvoeders daarin meenemen.’

Onder opgave 1 staat ook als doelstelling: het verbeteren en verduurzamen van de samenwerking tussen bibliotheken en scholen op leesbevordering. Waar zit de ruimte voor verbetering?
‘Op dit moment bereiken we als bibliotheekbranche ongeveer vijftig procent van de basisscholen. Maar qua voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en de pabo’s is er nog een flinke slag te maken. Hoe mooi zou het bijvoorbeeld zijn als de leerkracht van de toekomst weet wat leuke kinderboeken zijn en ze zelf ook weer gaat lezen? Daarnaast zien we dat scholen de bibliotheek soms slechts beschouwen als leverancier van boeken. Maar het begint met de vraag: Zien jullie teruglopende leesvaardigheid ook als een gezamenlijke uitdaging voor scholen en bibliotheken? Wij als bibliotheken kunnen jullie als scholen daarbij helpen. Maar daar hangt wel een prijskaartje aan.’

Dan hebt u het over programma’s als de Bibliotheek op school (dBos) en BoekStart?
‘Klopt.’

Dat prijskaartje kan een heikel punt zijn. Want wie gaat dat betalen? De school, de gemeente en/of de bibliotheek?
‘Dat verschilt inderdaad sterk per gemeente. In Venlo heeft de gemeente gezegd: Wij financieren dBos, want wij vinden het heel belangrijk. Maar ik ken ook situaties waar de ene gemeente zegt: Wij financieren dBos op de scholen, maar de naastgelegen gemeente zegt tegen scholen die onder dezelfde scholenkoepel vallen: Wij gaan het niet financieren. Dat betalen jullie maar zelf. Vervolgens zeggen alle scholen in die gemeente: Wij gaan het niet afnemen totdat ook de tweede gemeente het gaat financieren. Bibliotheek, ga daar maar voor lobbyen. Dan denk ik: nee, bibliotheken én scholen moeten daarvoor lobbyen. Dat is een voorbeeld van waar je samen een vuist kunt maken richting de gemeente om te zorgen voor duurzame financiering.’

In het convenant staat als doelstelling: Volledige dekking in aanbod vanuit de bibliotheken van dBos voor het primair en voortgezet onderwijs. Dat is niet gering.
‘Klopt, maar dat betekent dus dat we ernaar streven dat alle bibliotheken dBos aanbieden, niet zozeer dat alle scholen het afnemen.’

Zou wel mooi zijn als alle scholen het afnemen!
‘Zeker! Maar in Den Haag vinden sommigen dat scholen daarin beleidsvrijheid moeten hebben.’

Bij opgave 2 wordt onder andere digitaal burgerschap genoemd. Dat betekent dat mensen zich actief vaardig en weerbaar kunnen bewegen in de online samenleving. Lost deze uitdaging zich dankzij de vergrijzing niet deels vanzelf op? Want volgende generaties zijn digitaal steeds vaardiger.
‘Ook onder jongeren is een behoorlijk grote groep die niet zo digitaal vaardig is. Met hun knoppenkennis zit het wel goed: ze weten precies hoe een pc, laptop en mobieltje werkt. Maar hoe vind je nou de juiste informatie? En hoe beoordeel je die op betrouwbaarheid? Dan is er ook nog zoiets als burgerschap: Weten alle 18-jarigen dat ze zelf een zorgverzekering moeten afsluiten? Wat heb je nodig om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving? Heel veel jongeren hebben daar geen beeld van.’

Tekst: Stan Verhaag • Foto’s: KB | Karin Ottenhoff

‘Als het gaat over het Bibliotheekconvenant, dan sta ik op de schouders van Tineke van Ham,’ zegt Erna Winters eerlijk aan het begin van het gesprek. ‘Tineke was mijn voorganger en zij heeft de totstandkoming van het Bibliotheekconvenant begeleid. Dat deed ze uiteraard in nauwe samenwerking met de andere partijen die het convenant ondertekenden: OC&W (het Ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen), IPO (Interprovinciaal Overleg van, voor en door Provincies), VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten), KB Nationale Bibliotheek, SPN (Samenwerkende POI’s Nederland) en VOB (Vereniging Openbare Bibliotheken). Alle hulde dus aan Tineke en de vertegenwoordigers van de zes partijen.’

Waarom is juist een convenant een goed middel om dingen gedaan te krijgen?
‘De Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (WSOB) – die in 2015 in werking trad en op dit moment wordt herzien – gaat vooral over functies en niet zozeer over taken. Toen ik nog directeur was, vond ik de wet zelf best een mooie kapstok om het een en ander aan op te hangen. Maar als het gaat over kennismaken met kunst en cultuur, met lezen en literatuur, dan is de wet aanbodgericht en een beetje “achteroverleunend” geformuleerd. Het convenant daarentegen staat geheel in het teken van de drie maatschappelijke opgaven die de zes partijen willen realiseren: 1) Geletterde samenleving, 2) Participatie in de (informatie)samenleving, en 3) Leven lang ontwikkelen. Het convenant is dus veel concreter dan de wet. En op dit moment werken we aan een nieuwe netwerkagenda. Die maakt de opgaven nóg concreter.’

Minister Bruins was aanwezig bij de ondertekening van het Bibliotheekconvenant. Geeft dit aan dat het ministerie de bibliotheek nog net zo belangrijk vindt als ten tijde van staatssecretaris Uslu?
‘Dat denk ik wel. In zijn speech omschreef de minister de bibliotheek als “een van de weinige lichtpuntjes in onze samenleving” – of woorden van gelijke strekking. Dat geeft wel aan dat hij een warm hart voor de bibliotheek heeft. Hij vindt het zeker heel belangrijk.’

Toch ben ik een beetje bezorgd vanwege de rechtse wind die er tegenwoordig waait vanuit Den Haag. Dat is niet per se wind-in-de-rug voor de bibliotheek, denk ik dan.
‘Ik denk dat wij onze handjes mogen dichtknijpen. Het Masterplan Basisvaardigheden en de SPUK-regelingen danken we inderdaad aan het vorige kabinet. Maar ook onder het nieuwe kabinet komt er nog steeds een decentralisatie-uitkering van € 2,90 per inwoner naar de gemeenten. OC&W en VOB heeft hebben daar stevig voor gelobbyd. En als ik het debat in de Kamer rondom cultuur en laaggeletterdheid beluister, dan kan ik niet anders concluderen dan dat de bibliotheek goed op het netvlies staat, en dat van links tot rechts.’

Laten we de drie opgaven eens bekijken. Onder opgave 1 staat bij Inzetten op de doorgaande leeslijn dat de gezinsaanpak een belangrijke rol speelt. Is dat een nieuwe kijk?
‘Het is niet echt een hele nieuwe kijk, maar er is de afgelopen jaren wel steeds meer het besef gekomen dat als een kind opgroeit in een taalarme omgeving, de kans op laaggeletterdheid vele malen groter is, dan wanneer het in een geletterd en taalvaardig gezin opgroeit. En dus moeten wij juist deze kinderen taalvaardiger en leesvaardiger maken. Wat daarbij helpt, is als we de ouders of opvoeders daarin meenemen.’

Onder opgave 1 staat ook als doelstelling: het verbeteren en verduurzamen van de samenwerking tussen bibliotheken en scholen op leesbevordering. Waar zit de ruimte voor verbetering?
‘Op dit moment bereiken we als bibliotheekbranche ongeveer vijftig procent van de basisscholen. Maar qua voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en de pabo’s is er nog een flinke slag te maken. Hoe mooi zou het bijvoorbeeld zijn als de leerkracht van de toekomst weet wat leuke kinderboeken zijn en ze zelf ook weer gaat lezen? Daarnaast zien we dat scholen de bibliotheek soms slechts beschouwen als leverancier van boeken. Maar het begint met de vraag: Zien jullie teruglopende leesvaardigheid ook als een gezamenlijke uitdaging voor scholen en bibliotheken? Wij als bibliotheken kunnen jullie als scholen daarbij helpen. Maar daar hangt wel een prijskaartje aan.’

Dan hebt u het over programma’s als de Bibliotheek op school (dBos) en BoekStart?
‘Klopt.’

Dat prijskaartje kan een heikel punt zijn. Want wie gaat dat betalen? De school, de gemeente en/of de bibliotheek?
‘Dat verschilt inderdaad sterk per gemeente. In Venlo heeft de gemeente gezegd: Wij financieren dBos, want wij vinden het heel belangrijk. Maar ik ken ook situaties waar de ene gemeente zegt: Wij financieren dBos op de scholen, maar de naastgelegen gemeente zegt tegen scholen die onder dezelfde scholenkoepel vallen: Wij gaan het niet financieren. Dat betalen jullie maar zelf. Vervolgens zeggen alle scholen in die gemeente: Wij gaan het niet afnemen totdat ook de tweede gemeente het gaat financieren. Bibliotheek, ga daar maar voor lobbyen. Dan denk ik: nee, bibliotheken én scholen moeten daarvoor lobbyen. Dat is een voorbeeld van waar je samen een vuist kunt maken richting de gemeente om te zorgen voor duurzame financiering.’

In het convenant staat als doelstelling: Volledige dekking in aanbod vanuit de bibliotheken van dBos voor het primair en voortgezet onderwijs. Dat is niet gering.
‘Klopt, maar dat betekent dus dat we ernaar streven dat alle bibliotheken dBos aanbieden, niet zozeer dat alle scholen het afnemen.’

Zou wel mooi zijn als alle scholen het afnemen!
‘Zeker! Maar in Den Haag vinden sommigen dat scholen daarin beleidsvrijheid moeten hebben.’

Bij opgave 2 wordt onder andere digitaal burgerschap genoemd. Dat betekent dat mensen zich actief vaardig en weerbaar kunnen bewegen in de online samenleving. Lost deze uitdaging zich dankzij de vergrijzing niet deels vanzelf op? Want volgende generaties zijn digitaal steeds vaardiger.
‘Ook onder jongeren is een behoorlijk grote groep die niet zo digitaal vaardig is. Met hun knoppenkennis zit het wel goed: ze weten precies hoe een pc, laptop en mobieltje werkt. Maar hoe vind je nou de juiste informatie? En hoe beoordeel je die op betrouwbaarheid? Dan is er ook nog zoiets als burgerschap: Weten alle 18-jarigen dat ze zelf een zorgverzekering moeten afsluiten? Wat heb je nodig om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving? Heel veel jongeren hebben daar geen beeld van.’

Voor de één (niet zelden jong van leeftijd) is het gesneden koek, voor de ander (vaak wat ouder) is het abracadabra. Welkom in de wondere virtuele wereld – en het bijbehorende taalgebruik. In het persbericht van het convenant Virtueel Bibliotheek Platform gaat het over ‘het optimaliseren van de klantreizen’, ‘het gezamenlijk creëren van content’ en ‘strategisch de lijnen uitzetten met een gedeelde roadmap, zodat product owners, contentmarketeers en communicatiespecialisten samen aan de slag kunnen.’
Schaam u niet als u het spoor een beetje bijster raakt; Bibliotheekblad helpt een handje:

Hybride: letterlijk ‘kruising tussen twee dingen’. In dit geval: dat je als bibliotheek zowel fysiek als digitaal een heleboel te bieden hebt.

Klantreis: wat je klant beleeft als hij je (fysiek of digitaal) bezoekt.

Content: de inhoud van iets (bijvoorbeeld het platform), ofwel de informatie en ervaringen die gericht zijn op je publiek.

Content marketeer: iemand die met behulp van content een product of dienst ‘in de markt zet’ (aan de man of vrouw brengt).

CMS: Content Management Systeem, ofwel de software die je gebruikt om de inhoud van je website/platform te creëren en wijzigen.

CRM: Customer Relationship Management ofwel de manier waarop je klantgegevens beheert.

Product owner: degene die namens een organisatie de taak heeft om van een product/systeem (hier: het platform) een succes te maken. Hij/zij moet dus zorgen dat het platform waardevol is voor klanten en de organisatie.

Roadmap: plan voor de komende tijd, ofwel wat wil je komend jaar bereiken (met je platform)? ‘Gedeelde roadmap’: initiatieven waar meerdere bibliotheken (ofwel platformeigenaren) samen aan gaan werken.

Narrowcasting: een specifiek publiek (in dit geval je fysieke bezoekers) bereiken met informatie op beeldschermen. Tegenovergestelde van broadcasting: met hagel schieten zonder dat je onderscheid maakt in typen consumenten.

Voor wie vreest dat (potentiële) klanten zich laten afschrikken door al dit jargon en Engels, heeft Annerie Brenninkmeijer een geruststellende boodschap: ‘Om te kunnen genieten van ons platform, hoef je als bezoeker echt niet te snappen wat een product owner of een roadmap is.’

‘Alleen samen komen we verder’

Nieuwe afspraken tussen overheden en bibliotheken

Bibliotheekblad 1 • januari 2025

Erna Winters viel als gloednieuwe netwerkmanager* bij de KB met haar neus in de boter, want ze ondertekende het Bibliotheekconvenant 2024-2027. ‘De grootste uitdaging is om de energie erin te houden.’

Bibliotheekconvenant 2024-2027

Toch zie ik bij de IDO’s (Informatiepunten Digitale Overheid) vooral oudere mensen aankloppen.
‘Klopt. Die oudere loopt ertegenaan dat hij of zij iets digitaals niet kan. Maar wanneer jij als jongere geen verzekering hebt, of financieel niet goed onderlegd bent, dan loop je op een gegeven moment echt tegen een muur aan. Dan moet er wat gebeuren. De bibliotheek kan helpen dat te voorkomen of op te lossen.’

In het Bibliotheekconvenant staat dat de ministeries van OC&W en Binnenlandse Zaken intensief contact onderhouden om de opzet van de IDO’s aan te laten sluiten bij de bibliotheekpraktijk. Wat wordt daarmee bedoeld?
‘Er is een programma ontwikkeld voor IDO’s, maar in de praktijk blijkt dat de vragen van bezoekers soms net anders zijn dan hoe het aanbod van IDO eruitziet. Ik denk zelf dat IDO’s nog meer feedback moeten organiseren: Past ons aanbod bij de vragen die we lokaal krijgen? Ik weet bijvoorbeeld dat veel bibliotheken werken met spreekuren – en dat is prima. Maar ik ken ook enkele bibliotheken die ernaar streven dat elke medewerker op de bibliotheekvloer de basisvragen rondom digitale overheid kan oplossen. Dat vraagt natuurlijk wel iets van die medewerkers.’

Onder opgave 3 lees ik: Partijen onderzoeken hoe het bereik en gebruik van bibliotheken vergroot kan worden. Dat doet mij denken aan de bibliotheek hier in mijn woonplaats Venray. Die verhuisde in 2024 naar een prachtig pand en opeens komen er veel meer pubers over de vloer. Bereik en gebruik zijn dus vergroot. Maar dat levert ook nieuwe uitdagingen op. Men huurt nu zelfs beveiligers in.
‘Ik herken die ervaring. Toen wij bibliotheek Alkmaar hadden heringericht, kregen wij ineens ook massa’s pubers binnen. Als bibliotheken roepen we altijd: We moeten veel meer aandacht hebben voor de jeugd, maar tegelijkertijd zijn we niet altijd toegerust om met groepen jongeren om te gaan. En in groepsverband zijn jongeren lastiger te managen, dan één op één. De overlast is een gevolg van het feit dat de jeugd de bieb steeds meer weet te vinden, juist ook als studieplek. Kijk, het hoeft niet meer stil te zijn in de bibliotheek, maar van muitende pubers word je ook niet blij.’

Hoe ging u er in Alkmaar mee om?
‘We boden onze medewerkers een training aan. En als het echt nodig was – maar dit kwam zelden voor – dan huurden we beveiliging in en die kwam dan enkele dagen de boel op orde brengen. Dat sprak zich vervolgens rond – en dan was het weer een tijdje rustig.’

Want je wilt de scholieren wel binnenhouden.
‘Exact. En ik zeg ook altijd: ga gewoon eens met ze in gesprek. In vestiging Alkmaar-Noord haalden we bewust jongeren zonder startkwalificatie naar binnen. Samen met het met ons gefuseerde Centrum voor de Kunsten boden we hen workshops graffitispuiten aan en workshops 3D-printen. De vaste chillavond waar in eerste instantie twee of drie jongeren op af kwamen, groeide uit naar tussen de twintig en dertig jongeren. Dan moet je dus oppassen dat het niet aan zijn eigen succes ten onder gaat. Wat je binnen zo'n groep probeert te doen, is hen aanspreken op hun verantwoordelijkheid: “Jullie mogen gebruik maken van deze bibliotheek. Graag zelfs! Maar dit is niet je achtertuin en ook niet je huiskamer. Dus ruim je rotzooi achter je op en zorg dat je je goodwill niet verspeelt.”’

Het bereik en gebruik van bibliotheken kan ook vergroot worden als een gemeente het gratis lidmaatschap verruimt, lees ik bij opgave 3. Wat is verruimen? Iedereen gratis lid?
‘Dat zou natuurlijk het ideaalbeeld zijn. Seneca zei: ‘Overigens ben ik van mening dat Carthago vernietigd moet worden’. Eigenlijk zouden wij elke keer tegen politieke partijen moeten zeggen: ‘Overigens zijn wij van mening dat de bibliotheek voor iedereen gratis moet zijn.’ Maar laten we eerst maar eens kijken of we de leeftijd kunnen oprekken. Enkele bibliotheken experimenteren met gratis lidmaatschap tot 25 jaar. Want we zien namelijk dat veel jongeren afhaken als ze moeten gaan betalen. We willen heel graag dat wat de bibliotheek te bieden heeft, toegankelijk maken voor iedereen, maar dat gaat alleen in stapjes.’

Wat is de grootste uitdaging als het gaat om de uitvoering van het convenant? Of gaat dat van een leien dakje de komende jaren?
Lachend: ‘Als het allemaal van een leien dakje zou gaan, zou ik geen baan meer hebben! Maar serieus: de grootste uitdaging is om de energie erin te houden en om met elkaar de goede keuzes te maken. Er is de afgelopen jaren meer geld bij de bibliotheek terechtgekomen na daarvóór financieel moeilijke jaren, maar er komen opnieuw financieel guurdere jaren aan. Laten we dan ook met elkaar helder hebben, dat er een wereld van verschil zit tussen bibliotheek Heuvelland in Limburg met zes man personeel en bibliotheek Amsterdam met tweehonderd man personeel. En toch wil je allemaal iets kunnen bijdragen aan die maatschappelijke opgaven. Dus moeten we als branche helder hebben wat ieders speelveld is en dat we elkaar nodig hebben. Het besef dat we samen echt verder komen, maar dat het samen soms wat langzamer gaat, is belangrijk. Dat kan soms opleveren dat een bibliotheek zegt: ‘Dit is wat wij kunnen leveren, maar méér zit er niet in.’ Laten we daar met elkaar begrip voor hebben.’

Nog een hartenkreet tot slot?
‘Laten we als branche nooit uit het oog verliezen hoeveel energie we halen uit de dingen die we met elkaar bereiken. Hoeveel plezier we eraan beleven. Hoe trots we erop zijn. Dat we in ruim tien jaar erin geslaagd zijn om vijftig procent van de scholen te bereiken met dBos; dat we in vier jaar bijna achthonderd IDO’s hebben gerealiseerd: dat zijn mooie succesverhalen, die we te weinig met elkaar vieren en voor het voetlicht weten te brengen.’

U doet het bij dezen.
‘Inderdaad. Ik hoop dus ook dat veel Kamerleden en gemeenteraadsleden dit artikel doorgestuurd krijgen.’

Naschrift redactie
*In Bibliotheekblad 2-2025 (printeditie) leest u een uitgebreid interview met Erna Winters over haar rol als netwerkmanager. Het interview in dit nummer (1-2025) focust zich vooral op het nieuwe convenant.

Van links naar rechts: Sjaak Simonse (IPO), Mark Wit (VNG), Eppo Bruins (OCW), Wilma van Wezenbeek (KB), Gerard Hendriks (Bibliotheek Aan de Vliet), Annelies Bakelaar (SPN), Klaas Gravesteijn (VOB).