Ronald van Steden (op foto 1) is Universitair Hoofddocent Bestuurswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam en onderzoeker bij Socires. David Oldenhof (foto 2) is onderzoeker bij Socires.
Over de auteurs
Het organiseren van ontmoeting en debat wordt expliciet genoemd in de Wsob (Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen) als een belangrijke functie van de openbare bibliotheek.
Bijdragen aan emancipatie én zelftranscendentie
Binnen de bibliotheekwereld worden er momenteel gesprekken gevoerd over de betekenis van democratisch burgerschap. Die gesprekken blijken best lastig, wat heel begrijpelijk is: mensen praten al eeuwen over wat de term burgerschap inhoudt. Daarom poogt dit artikel meer helderheid te verschaffen. Ook biedt het verdieping door burgerschap te verbinden met fundamentele lagen van zin- en betekenisgeving.
Bibliotheken, burgerschap en betekenisgeving
Burgerschap
TEKST: Ronald van Steden en David Oldenhof (zie over de auteurs • Video: Henri Mathieu-Saint-Laurent (PexEls.com)
Literatuur
Arthur, J. (2008). Christianity, citizenship and democracy, in: Arthur, J. e.a. (eds.). SAGE Handbook of education for citizenship and democracy. Sage, p. 305-313.
Honingh, M. e.a. (2025). De mensen in het land: wat burgerschap eigenlijk (nog) is. NSOB.
Huetink, W., Hol, L. & Klaver, E. (2024). Zin in de samenleving: nieuwe plekken van betekenis, verzet en perspectief. Vrijzinnigen Nederland/Socires.
Hurenkamp, M. & Tonkens, T. (2020). Ontwerpprincipes voor betere burgerparticipatie. Bestuurskunde, 29(1), p. 54-63.
Huysmans, F. (2006). De betere bibliotheek: over de normatieve grondslagen van de openbare bibliotheek in het internettijdperk. Vossiuspers UvA.
Lijster, T. (2022). Wat we gemeen hebben: een filosofie van de meenten. De Bezige Bij.
Magendane, K. & Eidhof, B. (2023). Democratisch burgerschap in de bibliotheek: theorie, praktijk en mogelijkheden. BiSC Utrecht.
Stewart, A. (1995). Two conceptions of citizenship. The British Journal of Sociology, 46(1), p. 63-78.
Wijdeven, T. van de (2012). Doe-democratie: over actief burgerschap in stadswijken. Universiteit Tilburg.
Diepere lagen
Magendane en Eidhof merken in hun betoog terecht op dat bibliotheken, als openbare ruimten, een plek bieden aan betekenisvolle ontmoetingen, met alle mogelijke fricties die daarmee gepaard gaan. Mensen moeten worden uitgedaagd uit hun eigen bubbels te stappen en open te staan voor andere meningen en gezichtspunten. Zodoende geeft betekenisgeving vorm aan wie wij – als mensen – zijn. Dat is een waardevol inzicht in tijden van spreadsheets en impactanalyses. De aantallen bezoekers die binnenkomen, de boeken die (online) worden uitgeleend en de hoeveelheid activiteiten die wordt georganiseerd, kunnen makkelijk worden geteld en gemeten. Deze kwantitatieve grootheden zeggen inderdaad iets over wat bibliotheken aan democratisch burgerschap bijdragen. Toch is burgerschap ook een doel in zichzelf: bijdragen leveren aan het publieke domein, zelfs als iemand alleen maar passief aansluit, heeft intrinsieke waarde. Meedoen aan de samenleving zorgt ervoor dat mensen tot bloei kunnen komen.
Existentiële betekenis
Dit waardevolle gevoel onderdeel te zijn van een lokale gemeenschap raakt aan diepere lagen van “zin in de samenleving”, zowel opgevat als iets dat leuk en zinvol is om te doen, als existentiële betekenis geeft. Zin geven en ervaren komt binnen de bibliotheekwereld echter weinig terug in gesprekken en nota’s over democratisch burgerschap. Dat heeft er mede mee te maken dat zingeving net zo lastig, zo niet lastiger, grijpbaar is dan burgerschap. Mensen gaan natuurlijk nooit letterlijk burgerschap “doen” en het dagelijks leven betekenis “geven” als zij de bieb bezoeken. Beiden komen eerder op een natuurlijke en speelse manier uit hun bezoek voort. Bibliotheken zijn immers niet alleen lokale boekencollecties; zij geven ook een podium aan mensen van allerlei pluimage om met elkaar invulling te geven aan de samenleving. Dat ideaal is nauw verbonden met Aristoteles’ oude idee van een agora (plein of marktplaats) waar mensen elkaar tegenkomen, ideeën opdoen, wijsheid delen en inspiratie krijgen. Of net iets anders verbeeld: bibliotheken zijn uitgegroeid tot een hedendaagse versie van ouderwetse “meenten”, gedeelde bronnen die collectief bezit zijn en waarvan iedereen gebruik kan maken. Daar vinden mensen wat zij “gemeen” hebben en waar zij zinvolle ervaringen opdoen, die raken aan een besef van samenhang, richting en welbevinden.
Openbare leesmusea en individuele Bildung
Zodoende komt uiteindelijk de droom van Henri Ekhard Greve uit. Hij pleitte al aan het einde van de negentiende eeuw voor de oprichting van “openbare leesmusea” die ten dienste moesten staan van individuele Bildung, zelfontplooiing en emancipatie, en het verkleinen van verschillen in ontwikkelingskansen tussen groepen mensen. Zijn sociaal-pedagogische motief dat humanistische aanspraken doet op “mens-zijn” vormt nog steeds een normatieve hoeksteen van de bibliotheek. Filosofisch gezegd zou je biebs kunnen zien als ruimten van de geest en van een democratische houding die raakt aan grotere (levens)vragen over zin- en betekenisgeving. Dit geldt voor bezoekers, maar ook voor beroepskrachten en vrijwilligers die naar scholen gaan, boeken wegbrengen naar een oude vrouw in de buurt, naar mensen luisteren en hun gezichtspunten in het eigen denken integreren, een clubje starten tegen eenzaamheid, enzovoort. Kortom, biebs dragen bij aan emancipatie én zelftranscendentie. Dit laatste lastige woord verwijst naar het “boven jezelf en je eigen belangen uitstijgen” om bij te dragen aan “het geheel” van de samenleving. Hiermee is zelftranscendentie ook weer nauw verbonden met democratisch burgerschap. Zoiets klinkt groot, maar begint klein aan een leestafel, tijdens een voorleesochtend of in het taalcafé. Daar zien en horen mensen elkaar, leren zij iets, groeit er zelfvertrouwen en ontkiemen er zaadjes die hen laten afstemmen op de ander.
Openbare bibliotheken lenen boeken uit, maar voeren ook het gesprek over hun bredere rol in de samenleving. Als publiek toegankelijke plekken hebben filialen een belangrijke sociale functie van ontmoeting, verbinding en gesprek. Om die reden verkennen bibliotheken wat het bevorderen van democratisch burgerschap voor hen betekent. De centrale bibliotheek in Utrecht herbergt inmiddels een Huis van Actief Burgerschap: “een plek voor mensen die omkijken naar anderen en zich inzetten voor de leefbaarheid van hun buurt, wijk of stad”. Maar ook elders in het land ontspruiten soortgelijke initiatieven. Zo zijn er in Eindhoven zogeheten “bibliotopen” opgezet: “een aantrekkelijke en toegankelijke plek voor alle bewoners”, waar zij aan “persoonlijke ontwikkeling” kunnen werken, “verrassende dingen” kunnen doen en “verrassende ontmoetingen” kunnen hebben. Het versterken van burgerschap en democratie is tegenwoordig zelfs een formele opdracht, vastgelegd in het bibliotheekconvenant 2024-2027. Ter ondersteuning van deze opdracht biedt de Democratische Code een mooi lijstje waarden (waaronder inclusiviteit, onpartijdigheid en openheid) en handige gedragsregels (wat wel en niet geaccepteerd wordt) ter ondersteuning van ontmoeting en uitwisseling in de bieb.
Wat betekent democratisch burgerschap?
Tegelijk geven noch het convenant, noch de Code, een heldere omschrijving van wat democratisch burgerschap betekent. Dat is op zich niet zo vreemd. Burgerschap is naar zijn aard een omstreden begrip dat in verschillende maatschappelijke en historische contexten anders wordt begrepen. Filosofen en politicologen debatteren er al eeuwen, zo niet millennia, over. In de klassieke definitie van Aristoteles (384-322 v. Chr.) is een burger “iemand die zowel regeert als geregeerd wordt”. Hierbij wijst hij op een ethos, een zedelijke houding, gericht op toewijding aan het algemeen belang. Door te participeren worden burgers volgens hem in staat gesteld te excelleren in deugden, zoals zelfbeheersing, moed en wellevendheid, die het “goede” – gezamenlijke – leven stutten. Ook in de oude Romeinse wereld staan virtu (deugden) centraal, maar komen hier nadrukkelijker rechten en plichten bij. We kunnen dus concluderen dat burgerschap zowel een morele als een juridische component heeft. Beide elementen herkennen we nog altijd in de genoemde Democratische Code waarin (morele) waarden en (juridische) regels centraal staan.
Inmiddels is er veel in het denken en spreken over burgerschap veranderd. Een grote beperking ten opzichte van onze moderne tijd is dat bij Aristoteles alleen mannen van een zekere welstand aan het publieke leven mochten meedoen. Dit heeft ermee te maken dat het hebben van veel bezit eraan zou bijdragen dat deze mannen hun eigen belangen konden overstijgen. Vrouwen, maar ook minder gefortuneerde mannen en slaven, stonden daarom niet op de radar van de filosoof. Uiteraard valt er heel wat op zijn elitaire redenering af te dingen. Onder invloed van het christendom heeft burgerschap zich ontwikkeld tot een begrip dat aan iedereen toebehoort. Burgerschap kreeg een universele betekenis, die later in de tijd ook doorklinkt in het credo “vrijheid, gelijkheid en broederschap” (of zusterschap) van de Franse Revolutie. In de praktijk heeft de invoering van het algemeen kiesrecht tot 1919 geduurd en nog altijd zijn discussies over “wie erbij hoort” en ”wat een goede burger is” niet van de lucht. Sommige denkers ontkennen zelfs het bestaan van een gedeeld burgerschap en zien slechts consumenten, als zelfredzame individuen, en producenten van goederen en diensten. Die ontkenning biedt weinig inspiratie voor het creëren van een samenleving en van publieke ruimten waar mensen zaken, die hen allemaal aangaan, kunnen onderzoeken en bespreken.
Participatieladder
In een essay van BISC, de provinciale ondersteuningsinstelling van Utrecht, leggen Kiza Magendane en Bram Eidhof de relatie tussen bibliotheken en burgerschap als volgt uit: “in de notie democratisch burgerschap zit het idee besloten dat het voor iedereen goed is om te weten hoe we samen onze gezamenlijke problemen op kunnen lossen”. Daar horen concrete vaardigheden bij: informatie kunnen verzamelen en kennis opdoen, een standpunt verwoorden en tot oplossingen komen. Deze vaardigheden zijn belangrijk in tijden van nepnieuws, sociale segregatie en een sluimerend onbehagen over bijvoorbeeld de kwaliteit van (landelijke) politici en maatschappelijke polarisatie. De openbare bibliotheek biedt een unieke plek, waar mensen niet alleen boeken lenen of de krant lezen, maar ook activiteiten bezoeken, iets interessants leren, ondersteuning krijgen en burgerschap oefenen door naar anderen te luisteren en een eigen oordeel te vormen binnen een kakafonie aan ideeën, overtuigingen en belangen.
Vormen van democratisch burgerschap
Hoe zien vormen van democratisch burgerschap er in de bibliotheek vervolgens in de praktijk uit? Deze vraag is lastig eenduidig te beantwoorden vanwege de grote autonomie van bibliotheken in het vormgeven van hun eigen programma’s. Om een generiek beeld te geven is de metafoor van een “participatieladder” handig om te laten zien op welke niveaus mensen kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van democratisch burgerschap. Om enkele voorbeelden binnen bibliotheken te geven: in oplopende lijn gaat het om “informeren” (over nieuwe collecties), “raadplegen” (van mensen over hun lokale behoeften), “adviseren” (over veilig internetgebruik), “coproduceren” (van activiteiten met burgers en professionele partners), “meebeslissen” (van burgers over het te vormen programma) en “zelfbestuur” (als vrijwilligers met elkaar een bibliotheek gaan runnen). Zoals Magendane en Eidhof schrijven, verdient “meedoen” specifieke investeringen in unusal suspects, waaronder (jonge) mensen met een taalachterstand en/of migratieachtergrond. Hoger opgeleide en meestal wat oudere mensen weten hun weg naar de bieb over het algemeen wel te vinden.
Bibliotheekblad 7 • september 2025
Het organiseren van ontmoeting en debat wordt expliciet genoemd in de Wsob (Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen) als een belangrijke functie van de openbare bibliotheek.
Natuurlijk kan iedere medewerker in de front office onwennige gezinnen bij hun eerste bezoek uitleggen waar wat staat en hoe alles werkt. Vertrouw het ze gerust toe dat zo enthousiast en warm te doen dat ouders en kinderen zich welkom voelen. Maar in Flevoland kan het ook anders. Sinds kort hebben FlevoMeer Bibliotheek en De Nieuwe Bibliotheek een Tellmie – om precies te zijn de vestigingen in Dronten, Urk, Lelystad, Zeewolde, Noordoostpolder (FlevoMeer) en Almere (DNB).
Of, nou ja, een Tellmie? Bij FlevoMeer spreken ze van Luna. Lisette van Kasteren, adviseur digitale geletterdheid en leesconsulent VO van FlevoMeer, laat haar zien in de bibliotheek van Dronten, waar ze zelf ook woont. Ogenschijnlijk is het een knuffel van een vos, die wordt bewaard in een mand achter de welkomstbalie. Maar in haar binnenste zit een boel technologie, waardoor Luna jonge kinderen van 6 tot 9 jaar wegwijs kan maken op de jeugdafdeling.
'Je start Luna door haar te schudden', legt ze uit. 'En je kunt steeds een stap verder gaan door over haar bol te aaien. Dat vindt ze lekker, zegt ze steeds. Ze geeft ook aan wanneer je dat moet doen. Luna vertelt kinderen dat ze met haar zeven welpjes in de bibliotheek is komen wonen omdat ze het daar zo leuk vinden, maar dat haar welpjes zich hebben verstopt – waarschijnlijk bij de kinderboeken. Kunnen de kinderen hen voor haar zoeken?'
Ronald van Steden (op foto 1) is Universitair Hoofddocent Bestuurswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam en onderzoeker bij Socires. David Oldenhof (foto 2) is onderzoeker bij Socires.
Over de auteurs
Literatuur
Arthur, J. (2008). Christianity, citizenship and democracy, in: Arthur, J. e.a. (eds.). SAGE Handbook of education for citizenship and democracy. Sage, p. 305-313.
Honingh, M. e.a. (2025). De mensen in het land: wat burgerschap eigenlijk (nog) is. NSOB.
Huetink, W., Hol, L. & Klaver, E. (2024). Zin in de samenleving: nieuwe plekken van betekenis, verzet en perspectief. Vrijzinnigen Nederland/Socires.
Hurenkamp, M. & Tonkens, T. (2020). Ontwerpprincipes voor betere burgerparticipatie. Bestuurskunde, 29(1), p. 54-63.
Huysmans, F. (2006). De betere bibliotheek: over de normatieve grondslagen van de openbare bibliotheek in het internettijdperk. Vossiuspers UvA.
Lijster, T. (2022). Wat we gemeen hebben: een filosofie van de meenten. De Bezige Bij.
Magendane, K. & Eidhof, B. (2023). Democratisch burgerschap in de bibliotheek: theorie, praktijk en mogelijkheden. BiSC Utrecht.
Stewart, A. (1995). Two conceptions of citizenship. The British Journal of Sociology, 46(1), p. 63-78.
Wijdeven, T. van de (2012). Doe-democratie: over actief burgerschap in stadswijken. Universiteit Tilburg.
Diepere lagen
Magendane en Eidhof merken in hun betoog terecht op dat bibliotheken, als openbare ruimten, een plek bieden aan betekenisvolle ontmoetingen, met alle mogelijke fricties die daarmee gepaard gaan. Mensen moeten worden uitgedaagd uit hun eigen bubbels te stappen en open te staan voor andere meningen en gezichtspunten. Zodoende geeft betekenisgeving vorm aan wie wij – als mensen – zijn. Dat is een waardevol inzicht in tijden van spreadsheets en impactanalyses. De aantallen bezoekers die binnenkomen, de boeken die (online) worden uitgeleend en de hoeveelheid activiteiten die wordt georganiseerd, kunnen makkelijk worden geteld en gemeten. Deze kwantitatieve grootheden zeggen inderdaad iets over wat bibliotheken aan democratisch burgerschap bijdragen. Toch is burgerschap ook een doel in zichzelf: bijdragen leveren aan het publieke domein, zelfs als iemand alleen maar passief aansluit, heeft intrinsieke waarde. Meedoen aan de samenleving zorgt ervoor dat mensen tot bloei kunnen komen.
Existentiële betekenis
Dit waardevolle gevoel onderdeel te zijn van een lokale gemeenschap raakt aan diepere lagen van “zin in de samenleving”, zowel opgevat als iets dat leuk en zinvol is om te doen, als existentiële betekenis geeft. Zin geven en ervaren komt binnen de bibliotheekwereld echter weinig terug in gesprekken en nota’s over democratisch burgerschap. Dat heeft er mede mee te maken dat zingeving net zo lastig, zo niet lastiger, grijpbaar is dan burgerschap. Mensen gaan natuurlijk nooit letterlijk burgerschap “doen” en het dagelijks leven betekenis “geven” als zij de bieb bezoeken. Beiden komen eerder op een natuurlijke en speelse manier uit hun bezoek voort. Bibliotheken zijn immers niet alleen lokale boekencollecties; zij geven ook een podium aan mensen van allerlei pluimage om met elkaar invulling te geven aan de samenleving. Dat ideaal is nauw verbonden met Aristoteles’ oude idee van een agora (plein of marktplaats) waar mensen elkaar tegenkomen, ideeën opdoen, wijsheid delen en inspiratie krijgen. Of net iets anders verbeeld: bibliotheken zijn uitgegroeid tot een hedendaagse versie van ouderwetse “meenten”, gedeelde bronnen die collectief bezit zijn en waarvan iedereen gebruik kan maken. Daar vinden mensen wat zij “gemeen” hebben en waar zij zinvolle ervaringen opdoen, die raken aan een besef van samenhang, richting en welbevinden.
Openbare leesmusea en individuele Bildung
Zodoende komt uiteindelijk de droom van Henri Ekhard Greve uit. Hij pleitte al aan het einde van de negentiende eeuw voor de oprichting van “openbare leesmusea” die ten dienste moesten staan van individuele Bildung, zelfontplooiing en emancipatie, en het verkleinen van verschillen in ontwikkelingskansen tussen groepen mensen. Zijn sociaal-pedagogische motief dat humanistische aanspraken doet op “mens-zijn” vormt nog steeds een normatieve hoeksteen van de bibliotheek. Filosofisch gezegd zou je biebs kunnen zien als ruimten van de geest en van een democratische houding die raakt aan grotere (levens)vragen over zin- en betekenisgeving. Dit geldt voor bezoekers, maar ook voor beroepskrachten en vrijwilligers die naar scholen gaan, boeken wegbrengen naar een oude vrouw in de buurt, naar mensen luisteren en hun gezichtspunten in het eigen denken integreren, een clubje starten tegen eenzaamheid, enzovoort. Kortom, biebs dragen bij aan emancipatie én zelftranscendentie. Dit laatste lastige woord verwijst naar het “boven jezelf en je eigen belangen uitstijgen” om bij te dragen aan “het geheel” van de samenleving. Hiermee is zelftranscendentie ook weer nauw verbonden met democratisch burgerschap. Zoiets klinkt groot, maar begint klein aan een leestafel, tijdens een voorleesochtend of in het taalcafé. Daar zien en horen mensen elkaar, leren zij iets, groeit er zelfvertrouwen en ontkiemen er zaadjes die hen laten afstemmen op de ander.
Openbare bibliotheken lenen boeken uit, maar voeren ook het gesprek over hun bredere rol in de samenleving. Als publiek toegankelijke plekken hebben filialen een belangrijke sociale functie van ontmoeting, verbinding en gesprek. Om die reden verkennen bibliotheken wat het bevorderen van democratisch burgerschap voor hen betekent. De centrale bibliotheek in Utrecht herbergt inmiddels een Huis van Actief Burgerschap: “een plek voor mensen die omkijken naar anderen en zich inzetten voor de leefbaarheid van hun buurt, wijk of stad”. Maar ook elders in het land ontspruiten soortgelijke initiatieven. Zo zijn er in Eindhoven zogeheten “bibliotopen” opgezet: “een aantrekkelijke en toegankelijke plek voor alle bewoners”, waar zij aan “persoonlijke ontwikkeling” kunnen werken, “verrassende dingen” kunnen doen en “verrassende ontmoetingen” kunnen hebben. Het versterken van burgerschap en democratie is tegenwoordig zelfs een formele opdracht, vastgelegd in het bibliotheekconvenant 2024-2027. Ter ondersteuning van deze opdracht biedt de Democratische Code een mooi lijstje waarden (waaronder inclusiviteit, onpartijdigheid en openheid) en handige gedragsregels (wat wel en niet geaccepteerd wordt) ter ondersteuning van ontmoeting en uitwisseling in de bieb.
Wat betekent democratisch burgerschap?
Tegelijk geven noch het convenant, noch de Code, een heldere omschrijving van wat democratisch burgerschap betekent. Dat is op zich niet zo vreemd. Burgerschap is naar zijn aard een omstreden begrip dat in verschillende maatschappelijke en historische contexten anders wordt begrepen. Filosofen en politicologen debatteren er al eeuwen, zo niet millennia, over. In de klassieke definitie van Aristoteles (384-322 v. Chr.) is een burger “iemand die zowel regeert als geregeerd wordt”. Hierbij wijst hij op een ethos, een zedelijke houding, gericht op toewijding aan het algemeen belang. Door te participeren worden burgers volgens hem in staat gesteld te excelleren in deugden, zoals zelfbeheersing, moed en wellevendheid, die het “goede” – gezamenlijke – leven stutten. Ook in de oude Romeinse wereld staan virtu (deugden) centraal, maar komen hier nadrukkelijker rechten en plichten bij. We kunnen dus concluderen dat burgerschap zowel een morele als een juridische component heeft. Beide elementen herkennen we nog altijd in de genoemde Democratische Code waarin (morele) waarden en (juridische) regels centraal staan.
Inmiddels is er veel in het denken en spreken over burgerschap veranderd. Een grote beperking ten opzichte van onze moderne tijd is dat bij Aristoteles alleen mannen van een zekere welstand aan het publieke leven mochten meedoen. Dit heeft ermee te maken dat het hebben van veel bezit eraan zou bijdragen dat deze mannen hun eigen belangen konden overstijgen. Vrouwen, maar ook minder gefortuneerde mannen en slaven, stonden daarom niet op de radar van de filosoof. Uiteraard valt er heel wat op zijn elitaire redenering af te dingen. Onder invloed van het christendom heeft burgerschap zich ontwikkeld tot een begrip dat aan iedereen toebehoort. Burgerschap kreeg een universele betekenis, die later in de tijd ook doorklinkt in het credo “vrijheid, gelijkheid en broederschap” (of zusterschap) van de Franse Revolutie. In de praktijk heeft de invoering van het algemeen kiesrecht tot 1919 geduurd en nog altijd zijn discussies over “wie erbij hoort” en ”wat een goede burger is” niet van de lucht. Sommige denkers ontkennen zelfs het bestaan van een gedeeld burgerschap en zien slechts consumenten, als zelfredzame individuen, en producenten van goederen en diensten. Die ontkenning biedt weinig inspiratie voor het creëren van een samenleving en van publieke ruimten waar mensen zaken, die hen allemaal aangaan, kunnen onderzoeken en bespreken.
Participatieladder
In een essay van BISC, de provinciale ondersteuningsinstelling van Utrecht, leggen Kiza Magendane en Bram Eidhof de relatie tussen bibliotheken en burgerschap als volgt uit: “in de notie democratisch burgerschap zit het idee besloten dat het voor iedereen goed is om te weten hoe we samen onze gezamenlijke problemen op kunnen lossen”. Daar horen concrete vaardigheden bij: informatie kunnen verzamelen en kennis opdoen, een standpunt verwoorden en tot oplossingen komen. Deze vaardigheden zijn belangrijk in tijden van nepnieuws, sociale segregatie en een sluimerend onbehagen over bijvoorbeeld de kwaliteit van (landelijke) politici en maatschappelijke polarisatie. De openbare bibliotheek biedt een unieke plek, waar mensen niet alleen boeken lenen of de krant lezen, maar ook activiteiten bezoeken, iets interessants leren, ondersteuning krijgen en burgerschap oefenen door naar anderen te luisteren en een eigen oordeel te vormen binnen een kakafonie aan ideeën, overtuigingen en belangen.
Vormen van democratisch burgerschap
Hoe zien vormen van democratisch burgerschap er in de bibliotheek vervolgens in de praktijk uit? Deze vraag is lastig eenduidig te beantwoorden vanwege de grote autonomie van bibliotheken in het vormgeven van hun eigen programma’s. Om een generiek beeld te geven is de metafoor van een “participatieladder” handig om te laten zien op welke niveaus mensen kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van democratisch burgerschap. Om enkele voorbeelden binnen bibliotheken te geven: in oplopende lijn gaat het om “informeren” (over nieuwe collecties), “raadplegen” (van mensen over hun lokale behoeften), “adviseren” (over veilig internetgebruik), “coproduceren” (van activiteiten met burgers en professionele partners), “meebeslissen” (van burgers over het te vormen programma) en “zelfbestuur” (als vrijwilligers met elkaar een bibliotheek gaan runnen). Zoals Magendane en Eidhof schrijven, verdient “meedoen” specifieke investeringen in unusal suspects, waaronder (jonge) mensen met een taalachterstand en/of migratieachtergrond. Hoger opgeleide en meestal wat oudere mensen weten hun weg naar de bieb over het algemeen wel te vinden.
Bijdragen aan emancipatie én zelftranscendentie
Binnen de bibliotheekwereld worden er momenteel gesprekken gevoerd over de betekenis van democratisch burgerschap. Die gesprekken blijken best lastig, wat heel begrijpelijk is: mensen praten al eeuwen over wat de term burgerschap inhoudt. Daarom poogt dit artikel meer helderheid te verschaffen. Ook biedt het verdieping door burgerschap te verbinden met fundamentele lagen van zin- en betekenisgeving.
Bibliotheekblad 7 • september 2025
Bibliotheken, burgerschap en betekenisgeving
TEKST: Ronald van Steden en David Oldenhof (zie over de auteurs • Video: Henri Mathieu-Saint-Laurent (PexEls.com)
Burgerschap
Naast de in dit artikel genoemde initiatieven, verzorgt GO opleidingen ook al enige tijd opleidingsactiviteiten gericht op de frontoffice. Naast de Basisopleiding Bibliotheken (13-daagse opleiding), die zich juist richt op de klantgerichte informatievaardigheden en communicatie op de werkvloer, zijn de laatste jaren ook titels zoals 'Omgaan met grensoverschrijdend gedrag', 'Digitale informatievaardigheden', 'Coach Digitaal Burgerschap' en 'Customer Journey' toegevoegd aan het aanbod. GO opleidingen richt zich op medewerkers, die al in de bibliotheek werkzaam zijn en hun kennis en vaardigheden op het juiste niveau willen brengen. Het gehele aanbod is te vinden op: www.goopleidingen.nl