Stadsdeelbibliotheek nieuwe stijl in Eindhoven
In de Eindhovense “Bibliotopen” kunnen mensen werken aan hun persoonlijke ontwikkeling, nieuwe dingen ontdekken en verrassende ontmoetingen hebben. Is dit de toekomst van de bibliotheek? ‘Wij geven de inwoner een doorslaggevende stem.’
In de Bibliotoop gebeurt een hoop
Stadsdeelbibliotheken / vestigingen /filialen
Tekst: Stan Verhaag • Foto’s: Bibliotheek Eindhoven
‘Wat ik ook zie bij bibliotheken, is dat ze zich intensief bezighouden met democratie: ze installeren burgerberaden, een kinderdirecteur, een kinderraad, een jongerenraad. Dat is leuk, maar het is allemaal advies. Waar hebben burgers nu echt een doorslaggevende stem? In onze Bibliotopen gaan we dat realiseren. Onze buurtaanjagers voeren gesprekken met inwoners: waar willen jullie iets over te zeggen hebben en waarover niet? Dat maken we heel concreet. Dan zeggen inwoners bijvoorbeeld: ‘We willen geen religieuze uitingen, want het moet voor iedereen laagdrempelig zijn. Maar ook geen uitingen van biermerken, want veel moslims willen geen alcohol.’
Maar PSV mag wel?
Albert Kivits: ‘Het moet anderen niet uitsluiten. Bibliotheken zeggen altijd dat ze neutraal zijn. Ik zeg: nee, bibliotheken kiezen kant. Wij nemen de grondrechten als uitgangspunt en we willen dat iedereen kan meedoen. Dus als er ook maar iemand wordt uitgesloten, dan nemen wij daar een standpunt over in. Alcohol sluit een groep uit, religieuze uitingen ook. En Sinterklaas dan? We zijn het er met elkaar over eens dat dat geen geloof is, maar cultuur. Net als Halloween: dat komt weliswaar uit een geloof, maar is toch vooral iets wat ons allemaal bindt.’
Annet Nooijen: ‘Sinds jaren geleden de “linkse hobby's” werden afgeschaft, zijn veel plekken van publieke familiariteit verdwenen uit wijken. Een schoolplein is zo’n plek. Daar ontmoeten ouders elkaar, en als ze elkaar vervolgens in de supermarkt zien, dan knikken ze een keer naar elkaar. Ze hoeven niet meteen vrienden te worden, maar ze weten: O ja, wij wonen in hetzelfde gebied.
Als je dat rotjoch dat altijd met zijn fatbike door de straat sjeest de volgende dag in de Bibliotoop ziet, waar hij samen met zijn broertje boeken komt terugbrengen, dan stimuleert dat je gevoel van veiligheid.’
Is de Bibliotoop de toekomst van de bibliotheek in Nederland?
Albert Kivits: ‘Als ik kijk naar onze eigen regio, dan zie ik bijvoorbeeld in Asten ’t Kwartier: een bundeling van organisaties in een gebouw waar faciliteiten worden gedeeld. DePetrus in Vught is een ontmoetingscentrum voor iedereen. En in Son en Breugel is een vergelijkbaar initiatief. Maar wat ik niet zie, is dat organisaties naar een inhoudelijke basis zoeken: Wat zijn jullie competenties? En onze? En hoe kunnen wij vanuit de problematiek die mensen ervaren hen zo goed mogelijk bedienen?
Veel bibliotheken komen niet verder dan een bedrijfsverzamelgebouw met allerlei hokjes. Mijn vraag is: Ga je ook samen op weg? Werk je echt samen? Zorgorganisatie De Ruwaard in Oss laat de cliëntenraad, bewoners, hun familie, vrijwilligers en medewerkers meedenken over de zorg. Zo wordt de zorg van iedereen. Zo'n model zie ik ook voor de bibliotheek. Vandaar dat wij gekozen hebben voor de design thinking-methode: stapje voor stapje, op alle niveaus, de inwoners heel serieus nemen en de conclusies durven effectueren.’
Annet Nooijen: ‘Als buurtaanjager ben je vers in zo’n wijk. Dan zie je bijvoorbeeld dat er al van alles wordt aangeboden, maar ook dat het langs elkaar heen loopt. Er was een taalpunt, een werkplaats financiën, er waren sociale raadslieden, er was jeugdwerk, wijzelf hadden IDO. Wij zeiden: kunnen we dit niet tegelijk doen? Dus dat bezoekers letterlijk een tafeltje kunnen opschuiven. Nu zeggen we: ‘Ga eens even met Alex van het Taalpunt kletsen, want die weet misschien wel iets voor jouw taalontwikkeling.’ Of: ‘Vind je inloggen lastig? Ga even naar Mark van IDO.’ Zij zitten gewoon naast elkaar aan aparte tafeltjes. Dat loopt als een tierelier.’
Albert Kivits: ‘Het is laagdrempelig, hè? Dus niet met loketten en officiële intakes, maar gewoon een tafeltje met een kopje koffie. Wat we van alle organisaties terughoren is dat een bibliotheek heel veel vertrouwen geeft. En dus zien ook die kernpartners: ‘Hé, als we op deze manier samenwerken, dan is het voor inwoners veilig.’ Bij organisaties als de gemeente en welzijnsorganisatie WijEindhoven krijgen sommige Eindhovenaren een gevoel van scepsis, want daar krijgen ze gelijk een stempel. Daar kunnen die organisaties niks aan doen, want zij moeten zo werken. Alles is geformaliseerd, waardoor je meteen in een hokje wordt geplaatst en een traject moet volgen. Sommige inwoners hebben daar problemen mee. Daarom werken wij bijvoorbeeld samen met @ease, een onderdeel van de GGD voor jongeren tussen 12 en 25 jaar die behoefte hebben aan een luisterend oor, dat wordt geboden door vrijwilligers. Daar kunnen jongeren gewoon aanschuiven en praten over mentale problemen. Geen intake, geen zorgverzekeraar, geen formulieren. Gewoon je verhaal vertellen.’
Hoe win je als Bibliotoop het vertrouwen van organisaties in het sociaal domein?
Margot Lasance: ‘Onze eerste gesprekken met de kernpartners stonden in het teken van een open sfeer creëren. Dat is ook een van onze rollen: om dingen op tafel te leggen en bespreekbaar te maken.’
Was men bang voor concurrentie?
Margot Lasance: ‘Daarover ging het onder andere, de vrees dat wij bijvoorbeeld dubbel werk zouden doen: ‘Waar sta ik dan in mijn rol? Wat verandert er dan in mijn takenpakket?’ Als je daar open over praat, is de conclusie dat je elkaar met samenwerking juist kunt versterken. En dat iedereen hetzelfde doel heeft: de inwoners.’
Albert Kivits: ‘Heel belangrijk is dat je dat als mens naar elkaar uitspreekt: Jij bent jongerenwerker, ik ga jouw werk niet overnemen, maar ik ga wel heel erg gebruikmaken van jouw kwaliteiten om de verbinding met die jongeren te maken.’
Annet Nooijen: ‘Hoe kunnen we ervoor zorgen dat jij je werk optimaal kunt doen en dat ik mijn werk optimaal kan doen?’
Geef eens een voorbeeld?
Annet Nooijen: ‘In Tongelre woont een grote Turkse gemeenschap. De meeste culturele centra vinden het lastig om mensen met een migratieachtergrond te bereiken. Ook CKE, de lokale cultuuraanbieder, wil heel graag dieper doordringen in de haarvaten van de samenleving. Tegelijkertijd moet jongerenwerk Lumens krimpen én zijn zij op zoek naar jongeren om te bevragen. Dus hoefden wij alleen nog maar te zorgen dat de neuzen van Lumens en CKE naar elkaar zouden wijzen: “Ga eens praten bij de moskee”, zeiden wij.’
Wat heeft dat opgeleverd?
Annet Nooijen: ‘CKE heeft een aantal workshops gegeven tijdens de braderie van de moskee en tijdens de meidenmiddag in de moskee. Jongerenwerk werd ontlast omdat ze niet zelf een activiteit hoefden te verzinnen, en CKE was blij dat ze in contact kwamen met een nieuwe doelgroep via de moskee. Zo kwamen de jongeren er bijvoorbeeld achter dat ze realistisch tekenen fantastisch vinden om te doen. We hebben een expositie georganiseerd in de Bibliotoop van al het werk dat ze hebben gemaakt tijdens de workshops.’
Verzorgt sociaal werk dit soort activiteiten niet al?
Annet Nooijen: ‘Het verschil is dat mensen minder makkelijk ergens naar binnen gaan als er heel groot “Welzijn” op de gevel staat. Bij een bibliotheek ga je even een kopje koffie drinken, een krantje lezen, een boek halen of jezelf ontwikkelen. Vandaar ook dat het woordje “biblio” in de nieuwe opzet is gehandhaafd. Onze neutraliteit en onafhankelijkheid maken het veel makkelijker om aan te haken – of het nou gaat om een organisatie of om een inwoner die al helemaal klaar is met die organisatie.’
Margot Lasance: ‘In Gestel zijn krachtwijken, maar ligt ook de High Tech Campus. Het is een prachtige uitdaging om die bij elkaar te brengen. Dat heeft geleid tot een reeks groene workshops, bijvoorbeeld “Zelf shampoo maken”. Maar ook een workshop “Goedkoper boodschappen doen”. Daar leer je bijvoorbeeld hoe je kunt zien wat een product per liter kost. Dus dat je etiketten anders leest. Maar ook: wat betekent “Vier halen, twee betalen” eigenlijk? ‘Hé, als we dan samen vier producten kopen, hoeven we er allebei maar één te betalen. Laten we samen naar de winkel gaan.’ Zo ontstaat contact. En daarnaast is het een vorm van “camouflageaanbod”: veel NT1’ers die laaggeletterd zijn, weten niet eens dat de term laaggeletterd bestaat. Zo’n workshop is een manier om spelenderwijs resultaat te boeken.’
Hoe ontstond het idee van de Bibliotoop?
Albert Kivits, directeur bibliotheek Eindhoven: ‘In november 2020 constateerde het lokale PvdA-raadslid Arnold Raaijmakers dat hij heel veel tijd en energie aan het steken was in het Muziekgebouw. Dat was een lastig dossier met veel gedoe over veel geld. Hij zei: ’Ik ben nu constant bezig met negativiteit. Ik heb nagedacht: wat vind ik belangrijk? Ik vind de bibliotheek belangrijk.’ Hij nam het initiatief om een commissie in het leven te roepen die onderzoek zou doen naar de toekomst van de bibliotheek in Eindhoven. Deze commissie-Fiers concludeerde in april 2021 dat de laagdrempeligheid terug moest en dat Eindhoven weer de beweging naar de wijken moest maken. Dat zou moeten gebeuren via multifunctionele stadsdeelbibliotheken. In 2024 gaan er vier open, maar er is inmiddels ook geld beschikbaar voor de laatste twee, die we in 2025 opzetten. We doen dat telkens volgens het proces van design thinking (een model dat helpt om in vijf stappen te komen tot creatieve oplossingen voor een vraagstuk, red.) en user experience, dus de gebruikers centraal. In plaats van dat je een aanbod bedenkt en wacht tot inwoners daarop afkomen, ga je in gesprek met die inwoners en probeer je te achterhalen waar hun grootste behoeftes liggen en hoe je dat kunt vertalen in aanbod. Onze doelstelling is: power to the people.’
Vanwaar de naam ‘Bibliotoop’?
Albert Kivits: ‘Het bedenken van een naam was best lastig, want dat is vergelijkbaar met de nieuwe outfits van PSV aan het begin van elk seizoen: daar vindt iedereen wat van. In dit geval vroegen we een Eindhovens communicatiebureau om een lijst op te stellen met mogelijke namen. “Bibliotoop” lieten we testen. Die naam riep vragen op, maar dat is niet erg. ‘Het zal wel iets met bibliotheek zijn ‘, zeiden mensen, ‘maar dan iets méér’. Ja, dat klopt. Een biotoop is een ruimtelijk homogeen gebied én een bibliotheek. Het is dus veel meer dan alleen een bibliotheek.’
En wat doet een buurtaanjager?
Annet Nooijen, buurtaanjager voor de bilbiotoop Bibliotoop in stadsdeel Tongelre: ‘Wij zijn aangenomen om de totstandkoming van zes nieuwe stadsdeelbibliotheken in goede banen te leiden. Omdat een Bibliotoop méér is dan een huis met boeken, zijn een heleboel partijen in de wijk betrokken, allereerst de inwoners. Bovendien is het zaak om iets te maken dat aansluit bij het betreffende stadsdeel en dat niet concurreert met wat er al is. We willen ondersteunen en versterken wat er al is.’
Margot Lasance, buurtaanjager in stadsdeel Gestel: ‘We willen eilandjes verbinden met elkaar. Als bibliotheek hebben we van de gemeente twee speerpunten meegekregen: laaggeletterdheid en eenzaamheid.’
Annet Nooijen: ‘“Laaggeletterdheid” en “eenzaamheid” hebben we zelf wat positiever geframed, namelijk als “stimuleren basisvaardigheden” en “bevorderen onderling contact”. Eenzaamheid is een gevoel, dat kun je niet oplossen, maar aan onderlinge verbinding en contact kun je wél werken.’
Margot Lasance: ‘Wat we vooral willen doen, is samen met inwoners dingen opzetten en ontdekken en de trots en de kracht van de inwoners laten zien. Dat geldt zeker in de krachtwijken, waar toch veel negativiteit de media haalt. Onze rol als buurtaanjager is om mensen te verbinden.’
Annet Nooijen: ‘Wat ik heel tof vind: zoals de wijken verschillen van elkaar, zo heeft ook elke buurtaanjager zijn eigen aanpak. In Tongelre buitelen de behoefteonderzoeken over elkaar – zoals in heel veel aandachtsgebieden. Vervolgens wordt er een plan gemaakt, maar op enig moment is de looptijd voorbij of is het geld op. Dan blijft er heel weinig over voor inwoners. Mijn idee was: als wij hier in Tongelre iets willen bereiken, moeten we beginnen met leveren. Dus zijn we op heel kleine schaal opengegaan, met twee kasten met boeken voor volwassenen, twee kasten met kinderboeken, een paar tafels en stoelen en een poef. We creëerden een warm nest waarin van alles mogelijk is. Nu hebben we daar een Klik & Tik. En toen de vrouwen die daarop af kwamen een beetje computervaardiger waren, wilden ze ook vaker hun taal oefenen. Dus nu komen ze een dag later terug om nog een paar uurtjes oefenen.nl te doen. Wij faciliteren de laptops en hoofdtelefoons.’
Margot Lasance: ‘In Gestel organiseren we Praatje Pot: buurtgenoten met allerlei achtergronden gaan tijdens een maaltijd met elkaar in gesprek. Eten verbindt, taal verbindt. Vaak ontstaat het gesprek automatisch en dan laat ik het zo. Soms zetten we “kletspotten” op tafel, glazen potten met daarin kaartjes met gespreksonderwerpen. Dan komen inwoners er bijvoorbeeld achter dat ze dezelfde hobby hebben en gaan ze elkaar vaker opzoeken, bijvoorbeeld in iemands moestuin. Zo ontstaan fantastische kruisbestuivingen – of je nou in een bungalow woont of in een flat, of je nou katholiek bent of moslim.’
Annet Nooijen: ‘In Tongelre zijn we begonnen met “Open Soep”. Elke dinsdag kan iedereen soep komen eten – of je nou professional bent of inwoner. Langzamerhand kwamen er steeds meer inwoners die zeiden: ‘Ik wil ook een keer soep maken.’ Uiteindelijk zijn de inwoners leidend. Zit onze taak als buurtaanjager erop, dan wordt een community librarian het gezicht van de Bibliotoop. Die neemt de stoel van de bibliotheek aan tafel over; op dit moment is het nog de bibliotheek die telkens de tafel neerzet.’
Bibliotheekblad 8 • oktober 2024
Bibliotheekblad 8 • oktober 2024
‘Wat ik ook zie bij bibliotheken, is dat ze zich intensief bezighouden met democratie: ze installeren burgerberaden, een kinderdirecteur, een kinderraad, een jongerenraad. Dat is leuk, maar het is allemaal advies. Waar hebben burgers nu echt een doorslaggevende stem? In onze Bibliotopen gaan we dat realiseren. Onze buurtaanjagers voeren gesprekken met inwoners: waar willen jullie iets over te zeggen hebben en waarover niet? Dat maken we heel concreet. Dan zeggen inwoners bijvoorbeeld: ‘We willen geen religieuze uitingen, want het moet voor iedereen laagdrempelig zijn. Maar ook geen uitingen van biermerken, want veel moslims willen geen alcohol.’
Maar PSV mag wel?
Albert Kivits: ‘Het moet anderen niet uitsluiten. Bibliotheken zeggen altijd dat ze neutraal zijn. Ik zeg: nee, bibliotheken kiezen kant. Wij nemen de grondrechten als uitgangspunt en we willen dat iedereen kan meedoen. Dus als er ook maar iemand wordt uitgesloten, dan nemen wij daar een standpunt over in. Alcohol sluit een groep uit, religieuze uitingen ook. En Sinterklaas dan? We zijn het er met elkaar over eens dat dat geen geloof is, maar cultuur. Net als Halloween: dat komt weliswaar uit een geloof, maar is toch vooral iets wat ons allemaal bindt.’
Annet Nooijen: ‘Sinds jaren geleden de “linkse hobby's” werden afgeschaft, zijn veel plekken van publieke familiariteit verdwenen uit wijken. Een schoolplein is zo’n plek. Daar ontmoeten ouders elkaar, en als ze elkaar vervolgens in de supermarkt zien, dan knikken ze een keer naar elkaar. Ze hoeven niet meteen vrienden te worden, maar ze weten: O ja, wij wonen in hetzelfde gebied.
Als je dat rotjoch dat altijd met zijn fatbike door de straat sjeest de volgende dag in de Bibliotoop ziet, waar hij samen met zijn broertje boeken komt terugbrengen, dan stimuleert dat je gevoel van veiligheid.’
Is de Bibliotoop de toekomst van de bibliotheek in Nederland?
Albert Kivits: ‘Als ik kijk naar onze eigen regio, dan zie ik bijvoorbeeld in Asten ’t Kwartier: een bundeling van organisaties in een gebouw waar faciliteiten worden gedeeld. DePetrus in Vught is een ontmoetingscentrum voor iedereen. En in Son en Breugel is een vergelijkbaar initiatief. Maar wat ik niet zie, is dat organisaties naar een inhoudelijke basis zoeken: Wat zijn jullie competenties? En onze? En hoe kunnen wij vanuit de problematiek die mensen ervaren hen zo goed mogelijk bedienen?
Veel bibliotheken komen niet verder dan een bedrijfsverzamelgebouw met allerlei hokjes. Mijn vraag is: Ga je ook samen op weg? Werk je echt samen? Zorgorganisatie De Ruwaard in Oss laat de cliëntenraad, bewoners, hun familie, vrijwilligers en medewerkers meedenken over de zorg. Zo wordt de zorg van iedereen. Zo'n model zie ik ook voor de bibliotheek. Vandaar dat wij gekozen hebben voor de design thinking-methode: stapje voor stapje, op alle niveaus, de inwoners heel serieus nemen en de conclusies durven effectueren.’
Annet Nooijen: ‘Als buurtaanjager ben je vers in zo’n wijk. Dan zie je bijvoorbeeld dat er al van alles wordt aangeboden, maar ook dat het langs elkaar heen loopt. Er was een taalpunt, een werkplaats financiën, er waren sociale raadslieden, er was jeugdwerk, wijzelf hadden IDO. Wij zeiden: kunnen we dit niet tegelijk doen? Dus dat bezoekers letterlijk een tafeltje kunnen opschuiven. Nu zeggen we: ‘Ga eens even met Alex van het Taalpunt kletsen, want die weet misschien wel iets voor jouw taalontwikkeling.’ Of: ‘Vind je inloggen lastig? Ga even naar Mark van IDO.’ Zij zitten gewoon naast elkaar aan aparte tafeltjes. Dat loopt als een tierelier.’
Albert Kivits: ‘Het is laagdrempelig, hè? Dus niet met loketten en officiële intakes, maar gewoon een tafeltje met een kopje koffie. Wat we van alle organisaties terughoren is dat een bibliotheek heel veel vertrouwen geeft. En dus zien ook die kernpartners: ‘Hé, als we op deze manier samenwerken, dan is het voor inwoners veilig.’ Bij organisaties als de gemeente en welzijnsorganisatie WijEindhoven krijgen sommige Eindhovenaren een gevoel van scepsis, want daar krijgen ze gelijk een stempel. Daar kunnen die organisaties niks aan doen, want zij moeten zo werken. Alles is geformaliseerd, waardoor je meteen in een hokje wordt geplaatst en een traject moet volgen. Sommige inwoners hebben daar problemen mee. Daarom werken wij bijvoorbeeld samen met @ease, een onderdeel van de GGD voor jongeren tussen 12 en 25 jaar die behoefte hebben aan een luisterend oor, dat wordt geboden door vrijwilligers. Daar kunnen jongeren gewoon aanschuiven en praten over mentale problemen. Geen intake, geen zorgverzekeraar, geen formulieren. Gewoon je verhaal vertellen.’
Hoe win je als Bibliotoop het vertrouwen van organisaties in het sociaal domein?
Margot Lasance: ‘Onze eerste gesprekken met de kernpartners stonden in het teken van een open sfeer creëren. Dat is ook een van onze rollen: om dingen op tafel te leggen en bespreekbaar te maken.’
Was men bang voor concurrentie?
Margot Lasance: ‘Daarover ging het onder andere, de vrees dat wij bijvoorbeeld dubbel werk zouden doen: ‘Waar sta ik dan in mijn rol? Wat verandert er dan in mijn takenpakket?’ Als je daar open over praat, is de conclusie dat je elkaar met samenwerking juist kunt versterken. En dat iedereen hetzelfde doel heeft: de inwoners.’
Albert Kivits: ‘Heel belangrijk is dat je dat als mens naar elkaar uitspreekt: Jij bent jongerenwerker, ik ga jouw werk niet overnemen, maar ik ga wel heel erg gebruikmaken van jouw kwaliteiten om de verbinding met die jongeren te maken.’
Annet Nooijen: ‘Hoe kunnen we ervoor zorgen dat jij je werk optimaal kunt doen en dat ik mijn werk optimaal kan doen?’
Geef eens een voorbeeld?
Annet Nooijen: ‘In Tongelre woont een grote Turkse gemeenschap. De meeste culturele centra vinden het lastig om mensen met een migratieachtergrond te bereiken. Ook CKE, de lokale cultuuraanbieder, wil heel graag dieper doordringen in de haarvaten van de samenleving. Tegelijkertijd moet jongerenwerk Lumens krimpen én zijn zij op zoek naar jongeren om te bevragen. Dus hoefden wij alleen nog maar te zorgen dat de neuzen van Lumens en CKE naar elkaar zouden wijzen: “Ga eens praten bij de moskee”, zeiden wij.’
Wat heeft dat opgeleverd?
Annet Nooijen: ‘CKE heeft een aantal workshops gegeven tijdens de braderie van de moskee en tijdens de meidenmiddag in de moskee. Jongerenwerk werd ontlast omdat ze niet zelf een activiteit hoefden te verzinnen, en CKE was blij dat ze in contact kwamen met een nieuwe doelgroep via de moskee. Zo kwamen de jongeren er bijvoorbeeld achter dat ze realistisch tekenen fantastisch vinden om te doen. We hebben een expositie georganiseerd in de Bibliotoop van al het werk dat ze hebben gemaakt tijdens de workshops.’
Verzorgt sociaal werk dit soort activiteiten niet al?
Annet Nooijen: ‘Het verschil is dat mensen minder makkelijk ergens naar binnen gaan als er heel groot “Welzijn” op de gevel staat. Bij een bibliotheek ga je even een kopje koffie drinken, een krantje lezen, een boek halen of jezelf ontwikkelen. Vandaar ook dat het woordje “biblio” in de nieuwe opzet is gehandhaafd. Onze neutraliteit en onafhankelijkheid maken het veel makkelijker om aan te haken – of het nou gaat om een organisatie of om een inwoner die al helemaal klaar is met die organisatie.’
Margot Lasance: ‘In Gestel zijn krachtwijken, maar ligt ook de High Tech Campus. Het is een prachtige uitdaging om die bij elkaar te brengen. Dat heeft geleid tot een reeks groene workshops, bijvoorbeeld “Zelf shampoo maken”. Maar ook een workshop “Goedkoper boodschappen doen”. Daar leer je bijvoorbeeld hoe je kunt zien wat een product per liter kost. Dus dat je etiketten anders leest. Maar ook: wat betekent “Vier halen, twee betalen” eigenlijk? ‘Hé, als we dan samen vier producten kopen, hoeven we er allebei maar één te betalen. Laten we samen naar de winkel gaan.’ Zo ontstaat contact. En daarnaast is het een vorm van “camouflageaanbod”: veel NT1’ers die laaggeletterd zijn, weten niet eens dat de term laaggeletterd bestaat. Zo’n workshop is een manier om spelenderwijs resultaat te boeken.’
Hoe ontstond het idee van de Bibliotoop?
Albert Kivits, directeur bibliotheek Eindhoven: ‘In november 2020 constateerde het lokale PvdA-raadslid Arnold Raaijmakers dat hij heel veel tijd en energie aan het steken was in het Muziekgebouw. Dat was een lastig dossier met veel gedoe over veel geld. Hij zei: ’Ik ben nu constant bezig met negativiteit. Ik heb nagedacht: wat vind ik belangrijk? Ik vind de bibliotheek belangrijk.’ Hij nam het initiatief om een commissie in het leven te roepen die onderzoek zou doen naar de toekomst van de bibliotheek in Eindhoven. Deze commissie-Fiers concludeerde in april 2021 dat de laagdrempeligheid terug moest en dat Eindhoven weer de beweging naar de wijken moest maken. Dat zou moeten gebeuren via multifunctionele stadsdeelbibliotheken. In 2024 gaan er vier open, maar er is inmiddels ook geld beschikbaar voor de laatste twee, die we in 2025 opzetten. We doen dat telkens volgens het proces van design thinking (een model dat helpt om in vijf stappen te komen tot creatieve oplossingen voor een vraagstuk, red.) en user experience, dus de gebruikers centraal. In plaats van dat je een aanbod bedenkt en wacht tot inwoners daarop afkomen, ga je in gesprek met die inwoners en probeer je te achterhalen waar hun grootste behoeftes liggen en hoe je dat kunt vertalen in aanbod. Onze doelstelling is: power to the people.’
Vanwaar de naam ‘Bibliotoop’?
Albert Kivits: ‘Het bedenken van een naam was best lastig, want dat is vergelijkbaar met de nieuwe outfits van PSV aan het begin van elk seizoen: daar vindt iedereen wat van. In dit geval vroegen we een Eindhovens communicatiebureau om een lijst op te stellen met mogelijke namen. “Bibliotoop” lieten we testen. Die naam riep vragen op, maar dat is niet erg. ‘Het zal wel iets met bibliotheek zijn ‘, zeiden mensen, ‘maar dan iets méér’. Ja, dat klopt. Een biotoop is een ruimtelijk homogeen gebied én een bibliotheek. Het is dus veel meer dan alleen een bibliotheek.’
En wat doet een buurtaanjager?
Annet Nooijen, buurtaanjager voor de bilbiotoop Bibliotoop in stadsdeel Tongelre: ‘Wij zijn aangenomen om de totstandkoming van zes nieuwe stadsdeelbibliotheken in goede banen te leiden. Omdat een Bibliotoop méér is dan een huis met boeken, zijn een heleboel partijen in de wijk betrokken, allereerst de inwoners. Bovendien is het zaak om iets te maken dat aansluit bij het betreffende stadsdeel en dat niet concurreert met wat er al is. We willen ondersteunen en versterken wat er al is.’
Margot Lasance, buurtaanjager in stadsdeel Gestel: ‘We willen eilandjes verbinden met elkaar. Als bibliotheek hebben we van de gemeente twee speerpunten meegekregen: laaggeletterdheid en eenzaamheid.’
Annet Nooijen: ‘“Laaggeletterdheid” en “eenzaamheid” hebben we zelf wat positiever geframed, namelijk als “stimuleren basisvaardigheden” en “bevorderen onderling contact”. Eenzaamheid is een gevoel, dat kun je niet oplossen, maar aan onderlinge verbinding en contact kun je wél werken.’
Margot Lasance: ‘Wat we vooral willen doen, is samen met inwoners dingen opzetten en ontdekken en de trots en de kracht van de inwoners laten zien. Dat geldt zeker in de krachtwijken, waar toch veel negativiteit de media haalt. Onze rol als buurtaanjager is om mensen te verbinden.’
Annet Nooijen: ‘Wat ik heel tof vind: zoals de wijken verschillen van elkaar, zo heeft ook elke buurtaanjager zijn eigen aanpak. In Tongelre buitelen de behoefteonderzoeken over elkaar – zoals in heel veel aandachtsgebieden. Vervolgens wordt er een plan gemaakt, maar op enig moment is de looptijd voorbij of is het geld op. Dan blijft er heel weinig over voor inwoners. Mijn idee was: als wij hier in Tongelre iets willen bereiken, moeten we beginnen met leveren. Dus zijn we op heel kleine schaal opengegaan, met twee kasten met boeken voor volwassenen, twee kasten met kinderboeken, een paar tafels en stoelen en een poef. We creëerden een warm nest waarin van alles mogelijk is. Nu hebben we daar een Klik & Tik. En toen de vrouwen die daarop af kwamen een beetje computervaardiger waren, wilden ze ook vaker hun taal oefenen. Dus nu komen ze een dag later terug om nog een paar uurtjes oefenen.nl te doen. Wij faciliteren de laptops en hoofdtelefoons.’
Margot Lasance: ‘In Gestel organiseren we Praatje Pot: buurtgenoten met allerlei achtergronden gaan tijdens een maaltijd met elkaar in gesprek. Eten verbindt, taal verbindt. Vaak ontstaat het gesprek automatisch en dan laat ik het zo. Soms zetten we “kletspotten” op tafel, glazen potten met daarin kaartjes met gespreksonderwerpen. Dan komen inwoners er bijvoorbeeld achter dat ze dezelfde hobby hebben en gaan ze elkaar vaker opzoeken, bijvoorbeeld in iemands moestuin. Zo ontstaan fantastische kruisbestuivingen – of je nou in een bungalow woont of in een flat, of je nou katholiek bent of moslim.’
Annet Nooijen: ‘In Tongelre zijn we begonnen met “Open Soep”. Elke dinsdag kan iedereen soep komen eten – of je nou professional bent of inwoner. Langzamerhand kwamen er steeds meer inwoners die zeiden: ‘Ik wil ook een keer soep maken.’ Uiteindelijk zijn de inwoners leidend. Zit onze taak als buurtaanjager erop, dan wordt een community librarian het gezicht van de Bibliotoop. Die neemt de stoel van de bibliotheek aan tafel over; op dit moment is het nog de bibliotheek die telkens de tafel neerzet.’
In de Eindhovense “Bibliotopen” kunnen mensen werken aan hun persoonlijke ontwikkeling, nieuwe dingen ontdekken en verrassende ontmoetingen hebben. Is dit de toekomst van de bibliotheek? ‘Wij geven de inwoner een doorslaggevende stem.’
In de Bibliotoop gebeurt een hoop
Tekst: Stan Verhaag • Foto’s: Bibliotheek Eindhoven
Stadsdeelbibliotheken / vestigingen /filialen
Stadsdeelbibliotheek nieuwe stijl in Eindhoven