De bibliotheek van het Centraal Museum
De bibliotheek van het Centraal Museum begon als een verzameling handbibliotheken van museumdirecteuren en wetenschappelijk medewerkers. Vandaag de dag staan er in de bibliotheek ruim 50.000 publicaties. Doordat er in het museum verschillende kunstverzamelingen zijn samengebracht, is ook de bibliotheekcollectie zeer divers, vertelt bibliotheekmedewerker Catharina van Daalen.
Catharina van Daalen, medewerker Bibliotheek & Documentatie.
Poppenhuis van Petronella de la Court
Een van de topstukken van het Centraal Museum is het 17e-eeuwse poppenhuis van Petronella de la Court, een welgestelde Amsterdamse dame. Over dat poppenhuis heeft gemeentearchivaris Samuel Muller samen met professor Vogelsang al in 1891 een publicatie gemaakt in het Nederlands, Frans en Duits, aldus Catharina. ´Die publicatie is dan weer een van de topstukken van onze bibliotheek. Het boek bevat foto´s en een essay van Vogelsang. Muller heeft de publicatie indertijd opgestuurd naar grote musea in de wereld. Er zijn exemplaren in de bibliotheek van het Louvre en Windsor Castle. Door die publicatie is het poppenhuis heel bekend geworden. ´
De Madonna's van Jan van Scorel
Catharina´s persoonlijke favoriet uit de bibliotheekcollectie is het boek´ De Madonna's van Jan van Scorel´. ´Dat is een prachtige publicatie over technisch onderzoek naar de Madonnaschilderijen van de Utrechtse schilder Jan van Scorel. Een aantal schilderijen van Jan Van Scorel die bij elkaar horen, maar door de tijd heen gescheiden zijn geraakt, zijn bij elkaar gebracht en onderzocht met uv-, röntgen- en infraroodtechnieken. Het is een mooi voorbeeld van hoe je technisch onderzoek begrijpelijk kunt presenteren en het ligt me ook na aan het hart, omdat ik op dit onderwerp ben afgestudeerd. ´
Opruimen
Catharina zou graag zien dat meer mensen van buiten het museum de bibliotheek weten te vinden. Ze wil de bibliotheek breder gaan promoten. Maar voorlopig is ze met hulp van vrijwilligers vooral flink aan het opruimen. Ze verwacht dat zo’n dertig procent van de bibliotheekcollectie weg kan. ‘Die publicaties zijn niet meer nodig en bovendien niet goed bruikbaar omdat ze in talen geschreven zijn die maar weinig mensen beheersen. Het museum had decennialang zo’n vijfentwintig ruilovereenkomsten met musea over de hele wereld die inhoudelijke overeenkomsten hadden met onze collecties. Bijvoorbeeld met musea in Brazilië, Polen en Hongarije. Deze musea stuurden ons elk jaar al hun tentoonstellingscatalogi en wij hen de onze, zodat we van elkaars activiteiten op de hoogte waren. Dat doen we allang niet meer, want we kunnen nu in het Engels op elkaars websites lezen wat we doen.’
Ontdekking zeldzame publicaties
Sinds 1994 heeft het museum een digitale bibliotheekcatalogus. Het overgrote deel van de boeken die vóór 1994 zijn aangeschaft, is daarin niet opgenomen, vertelt Catharina. ‘Alleen de boeken die vanaf 1994 werden aangeschaft en waar veel vraag naar was, zijn erin beschreven. Dat betekent dat we nu tijdens het opruimen allerlei publicaties ontdekken, waarvan we niet wisten dat we ze hadden. Regelmatig vinden we zeldzame publicaties, vooral over mode en kostuums. De publicaties die we behouden, linken we weer aan de online collectiedatabase. Eind 2025 hopen we klaar te zijn met opruimen. Het streven is dat de digitale bibliotheekcatalogus dan ook doorzoekbaar is op de website van het museum.’
Voor de acquisitie kijkt Catharina wat er verschijnt bij de uitgeverijen. ‘Ik houd bij wat het Rijksmuseum en het RKD (Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis) aanschaffen. Verder doen de conservatoren en het hoofd collectiebeheer ook suggesties. Ik houd in de gaten wat de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit Utrecht en het Utrechts Archief aanschaffen. Als zij het al hebben, schaf ik het niet altijd aan.’
Link van bibliotheekcatalogus naar collectiedatabase
Catharina neemt alle nieuwe publicaties op in de digitale bibliotheekcatalogus met een link naar de online collectiedatabase. ‘Als je dus op de website van het Centraal Museum klikt op een object, bijvoorbeeld een schilderij van Honthorst, krijg je een overzicht van alle publicaties die er in onze bibliotheek zijn over dat object. De bibliotheek bewaart ook niet-officiële publicaties over de collectie, zoals afstudeerscripties van studenten.’
De bibliotheek wordt voor het overgrote deel gebruikt door de medewerkers van het Centraal Museum, ‘van de directeur en conservatoren tot en met stagiaires en de beveiligers´, weet Catharina. Sinds ze drie jaar geleden de leiding over de bibliotheek kreeg – ze was eerst collectiebeheerder - heeft Catharina de bibliotheek flink gepromoot bij haar collega’s. ‘Ik vind het belangrijk dat iedereen in het museum de bibliotheek gebruikt. Dat ook medewerkers van de technische dienst me vragen om publicaties. Het overige deel van de gebruikers zijn wetenschappelijke onderzoekers en studenten. Iedereen is hier welkom. Je moet alleen wel van tevoren een afspraak maken.’
Informatie over de kerncollecties
Vandaag de dag heeft de bibliotheek twee doelen, zegt Catharina. ‘Het ontsluiten van informatie over de collecties van het museum en het ondersteunen van onderzoek voor nieuwe tentoonstellingen. We verzamelen alle publicaties waar collectiestukken van het museum in voorkomen. We willen alles hebben, van onderzoekpublicaties tot en met bijvoorbeeld een managementboek waarin een afbeelding staat van een Rietveldstoel uit onze collectie. Daarnaast kopen we publicaties over kunstenaars van wie we werken in de museumcollectie hebben. Bijvoorbeeld over de magisch realisten Pyke Koch en Joop Moesman of de Utrechtse Caravaggisten.’
Van Vikingzwaarden tot videokunst
De bibliotheek staat ten dienste van de museumcollectie, benadrukt Catharina. ‘Doordat onze collecties zo divers zijn, is het een grote uitdaging om bij te houden welke publicaties er verschijnen. De collectie is te breed om over alle onderwerpen publicaties aan te kopen. We verzamelen nu voor onze vijf kerncollecties: Oude Kunst, Moderne en hedendaagse kunst, Toegepaste kunst en vormgeving – waaronder het Rietveld Schröderhuis -, de Utrechtse stadgeschiedenis, en Mode en Kostuums. Een van de directeuren van het Centraal Museum, freule Carla de Jonge, is bij professor Vogelsang gepromoveerd op het mannenkostuum. Ze heeft een grote modecollectie aangelegd. Het loopt dus uiteen van boeken over videokunst, Vikingzwaarden en gevelstenen tot en met modetijdschriften.’
De oudste voorloper van het Centraal Museum is het Stedelijk Museum voor Oudheden dat in 1838 op initiatief van Burgemeester Van Asch van Wijk geopend werd. Voor een kwartje konden bezoekers daar oude beelden, tekeningen en schilderijen ‘betrekking hebbend op de Stad Utrecht’ bewonderen. In 1921 werd deze collectie samengevoegd met onder andere de verzamelingen van het genootschap Kunstliefde, het Aartsbisschoppelijk museum en het Utrechtsch Museum van Kunstnijverheid, in één “centraal” museum. Later zijn daar langdurige bruiklenen bijgekomen, zoals het Rietveld Schröderarchief en -huis, de archeologische collectie van het Provinciaal Utrechts Genootschap, de Van Baaren collectie en de Dick Bruna collectie.
Handbibliotheek van professor Vogelzang
De eerste boeken van de bibliotheek werden verzameld door Burgemeester van Asch van Wijk; de eerste directeur van het museum, dr. W.C. Schuylenburg, en gemeentearchivaris Samuel Muller Fzn., vertelt Catharina. Maar het is vooral vanaf 1921, als het Centraal Museum zijn deuren opent, dat de bibliotheek vorm begint te krijgen. ‘Een belangrijke basis is de handbibliotheek van professor Vogelsang – de eerste hoogleraar Kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht – die in 1921 adviseur werd van het museum. Directeuren en conservatoren hadden in die tijd eigen boekencollecties onder handbereik op hun werkkamer. Uit de archieven kunnen we opmaken dat vanaf eind jaren vijftig er een aparte bibliotheekruimte was binnen de kantoren. In 1963 wordt de museumbibliotheek voor het eerst vermeld in een International Library Directory.’
‘Mijn opdracht is de kennis in de bibliotheek beter te ontsluiten’
Bijzondere Bibliotheken
TEKST: Anneke de Maat • Foto’s: Dea Rijper
• Video: Centraal Museum
Bibliotheekblad 8 • oktober 2024
Poppenhuis van Petronella de la Court
Een van de topstukken van het Centraal Museum is het 17e-eeuwse poppenhuis van Petronella de la Court, een welgestelde Amsterdamse dame. Over dat poppenhuis heeft gemeentearchivaris Samuel Muller samen met professor Vogelsang al in 1891 een publicatie gemaakt in het Nederlands, Frans en Duits, aldus Catharina. ´Die publicatie is dan weer een van de topstukken van onze bibliotheek. Het boek bevat foto´s en een essay van Vogelsang. Muller heeft de publicatie indertijd opgestuurd naar grote musea in de wereld. Er zijn exemplaren in de bibliotheek van het Louvre en Windsor Castle. Door die publicatie is het poppenhuis heel bekend geworden. ´
De Madonna's van Jan van Scorel
Catharina´s persoonlijke favoriet uit de bibliotheekcollectie is het boek´ De Madonna's van Jan van Scorel´. ´Dat is een prachtige publicatie over technisch onderzoek naar de Madonnaschilderijen van de Utrechtse schilder Jan van Scorel. Een aantal schilderijen van Jan Van Scorel die bij elkaar horen, maar door de tijd heen gescheiden zijn geraakt, zijn bij elkaar gebracht en onderzocht met uv-, röntgen- en infraroodtechnieken. Het is een mooi voorbeeld van hoe je technisch onderzoek begrijpelijk kunt presenteren en het ligt me ook na aan het hart, omdat ik op dit onderwerp ben afgestudeerd. ´
Opruimen
Catharina zou graag zien dat meer mensen van buiten het museum de bibliotheek weten te vinden. Ze wil de bibliotheek breder gaan promoten. Maar voorlopig is ze met hulp van vrijwilligers vooral flink aan het opruimen. Ze verwacht dat zo’n dertig procent van de bibliotheekcollectie weg kan. ‘Die publicaties zijn niet meer nodig en bovendien niet goed bruikbaar omdat ze in talen geschreven zijn die maar weinig mensen beheersen. Het museum had decennialang zo’n vijfentwintig ruilovereenkomsten met musea over de hele wereld die inhoudelijke overeenkomsten hadden met onze collecties. Bijvoorbeeld met musea in Brazilië, Polen en Hongarije. Deze musea stuurden ons elk jaar al hun tentoonstellingscatalogi en wij hen de onze, zodat we van elkaars activiteiten op de hoogte waren. Dat doen we allang niet meer, want we kunnen nu in het Engels op elkaars websites lezen wat we doen.’
Ontdekking zeldzame publicaties
Sinds 1994 heeft het museum een digitale bibliotheekcatalogus. Het overgrote deel van de boeken die vóór 1994 zijn aangeschaft, is daarin niet opgenomen, vertelt Catharina. ‘Alleen de boeken die vanaf 1994 werden aangeschaft en waar veel vraag naar was, zijn erin beschreven. Dat betekent dat we nu tijdens het opruimen allerlei publicaties ontdekken, waarvan we niet wisten dat we ze hadden. Regelmatig vinden we zeldzame publicaties, vooral over mode en kostuums. De publicaties die we behouden, linken we weer aan de online collectiedatabase. Eind 2025 hopen we klaar te zijn met opruimen. Het streven is dat de digitale bibliotheekcatalogus dan ook doorzoekbaar is op de website van het museum.’
Voor de acquisitie kijkt Catharina wat er verschijnt bij de uitgeverijen. ‘Ik houd bij wat het Rijksmuseum en het RKD (Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis) aanschaffen. Verder doen de conservatoren en het hoofd collectiebeheer ook suggesties. Ik houd in de gaten wat de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit Utrecht en het Utrechts Archief aanschaffen. Als zij het al hebben, schaf ik het niet altijd aan.’
Link van bibliotheekcatalogus naar collectiedatabase
Catharina neemt alle nieuwe publicaties op in de digitale bibliotheekcatalogus met een link naar de online collectiedatabase. ‘Als je dus op de website van het Centraal Museum klikt op een object, bijvoorbeeld een schilderij van Honthorst, krijg je een overzicht van alle publicaties die er in onze bibliotheek zijn over dat object. De bibliotheek bewaart ook niet-officiële publicaties over de collectie, zoals afstudeerscripties van studenten.’
De bibliotheek wordt voor het overgrote deel gebruikt door de medewerkers van het Centraal Museum, ‘van de directeur en conservatoren tot en met stagiaires en de beveiligers´, weet Catharina. Sinds ze drie jaar geleden de leiding over de bibliotheek kreeg – ze was eerst collectiebeheerder - heeft Catharina de bibliotheek flink gepromoot bij haar collega’s. ‘Ik vind het belangrijk dat iedereen in het museum de bibliotheek gebruikt. Dat ook medewerkers van de technische dienst me vragen om publicaties. Het overige deel van de gebruikers zijn wetenschappelijke onderzoekers en studenten. Iedereen is hier welkom. Je moet alleen wel van tevoren een afspraak maken.’
Informatie over de kerncollecties
Vandaag de dag heeft de bibliotheek twee doelen, zegt Catharina. ‘Het ontsluiten van informatie over de collecties van het museum en het ondersteunen van onderzoek voor nieuwe tentoonstellingen. We verzamelen alle publicaties waar collectiestukken van het museum in voorkomen. We willen alles hebben, van onderzoekpublicaties tot en met bijvoorbeeld een managementboek waarin een afbeelding staat van een Rietveldstoel uit onze collectie. Daarnaast kopen we publicaties over kunstenaars van wie we werken in de museumcollectie hebben. Bijvoorbeeld over de magisch realisten Pyke Koch en Joop Moesman of de Utrechtse Caravaggisten.’
Van Vikingzwaarden tot videokunst
De bibliotheek staat ten dienste van de museumcollectie, benadrukt Catharina. ‘Doordat onze collecties zo divers zijn, is het een grote uitdaging om bij te houden welke publicaties er verschijnen. De collectie is te breed om over alle onderwerpen publicaties aan te kopen. We verzamelen nu voor onze vijf kerncollecties: Oude Kunst, Moderne en hedendaagse kunst, Toegepaste kunst en vormgeving – waaronder het Rietveld Schröderhuis -, de Utrechtse stadgeschiedenis, en Mode en Kostuums. Een van de directeuren van het Centraal Museum, freule Carla de Jonge, is bij professor Vogelsang gepromoveerd op het mannenkostuum. Ze heeft een grote modecollectie aangelegd. Het loopt dus uiteen van boeken over videokunst, Vikingzwaarden en gevelstenen tot en met modetijdschriften.’
Catharina van Daalen, medewerker Bibliotheek & Documentatie.
De bibliotheek van het Centraal Museum
De oudste voorloper van het Centraal Museum is het Stedelijk Museum voor Oudheden dat in 1838 op initiatief van Burgemeester Van Asch van Wijk geopend werd. Voor een kwartje konden bezoekers daar oude beelden, tekeningen en schilderijen ‘betrekking hebbend op de Stad Utrecht’ bewonderen. In 1921 werd deze collectie samengevoegd met onder andere de verzamelingen van het genootschap Kunstliefde, het Aartsbisschoppelijk museum en het Utrechtsch Museum van Kunstnijverheid, in één “centraal” museum. Later zijn daar langdurige bruiklenen bijgekomen, zoals het Rietveld Schröderarchief en -huis, de archeologische collectie van het Provinciaal Utrechts Genootschap, de Van Baaren collectie en de Dick Bruna collectie.
Handbibliotheek van professor Vogelzang
De eerste boeken van de bibliotheek werden verzameld door Burgemeester van Asch van Wijk; de eerste directeur van het museum, dr. W.C. Schuylenburg, en gemeentearchivaris Samuel Muller Fzn., vertelt Catharina. Maar het is vooral vanaf 1921, als het Centraal Museum zijn deuren opent, dat de bibliotheek vorm begint te krijgen. ‘Een belangrijke basis is de handbibliotheek van professor Vogelsang – de eerste hoogleraar Kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht – die in 1921 adviseur werd van het museum. Directeuren en conservatoren hadden in die tijd eigen boekencollecties onder handbereik op hun werkkamer. Uit de archieven kunnen we opmaken dat vanaf eind jaren vijftig er een aparte bibliotheekruimte was binnen de kantoren. In 1963 wordt de museumbibliotheek voor het eerst vermeld in een International Library Directory.’
Bibliotheekblad 8 • oktober 2024
De bibliotheek van het Centraal Museum begon als een verzameling handbibliotheken van museumdirecteuren en wetenschappelijk medewerkers. Vandaag de dag staan er in de bibliotheek ruim 50.000 publicaties. Doordat er in het museum verschillende kunstverzamelingen zijn samengebracht, is ook de bibliotheekcollectie zeer divers, vertelt bibliotheekmedewerker Catharina van Daalen.
‘Mijn opdracht is de kennis in de bibliotheek beter te ontsluiten’
TEKST: Anneke de Maat • Foto’s: Dea Rijper
• Video: Centraal Museum
Bijzondere Bibliotheken