Video: Bibliotheekblad
Foto: Marcel Krijgsman
Foto: Anouk van Tiel
Foto: Eimer Wieldraaijer
In 2018 werd Marjolein Hordijk, genomineerd voor de verkiezing van de Beste Bibliothecaris van Nederland. Marjolein werd uiteindelijk tweede. Jolanda Robben haalde de eerste plaats.
managers als programmamaker een vreemde eend in de bijt was. Toen dacht ik: wild card… Die rol bevalt me wel, dat vind ik lekker. Laat mij maar die wild card zijn. Dat betekent dat ze mij meenemen op deze reis, omdat ze hopen dat er iets gebeurt, dat ik iets bij hen losmaak. Nadat ik de beslissing had genomen om weg te gaan bij de bibliotheek – geen gemakkelijke beslissing, want ik heb lopen janken als een malle – heb ik in de appgroep van die Chester-reis gezet: “Lieve mensen, ik ben inderdaad die wild card, dat buitenbeentje, die paradijsvogel, maar voor mij zijn er geen doorstroommogelijkheden in de bibliotheek. Ik wil zo graag verbonden blijven aan die bibliotheekwereld, maar in welke hoedanigheid? Ik wil geen beleid maken, ik wil tegen beleid aan schoppen. Dus heb ik geen andere keuze dan te stoppen. Inmiddels weet ik dat ik toch aan de bibliotheekwereld verbonden kan blijven, omdat bibliotheken behoefte hebben aan buitenbeentjes zoals ik. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een fantastisch project waarmee ik binnenkort langs vijftig bibliotheken in het land ga. Voor zijn podcast RomanReuzen heeft journalist Frénk van der Linden vijftig auteurs geïnterviewd. In samenwerking met de Schrijverscentrale en SPN komt er een tour langs vijftig bibliotheken waarin middelbare scholieren in een College Tour-achtige setting in gesprek gaan met een auteur. Dat project mag ik gaan leiden. Middelbare scholen, schrijvers, bibliotheken, dat alles komt samen in dit project… Snap je nu waarom ik zo in mijn nopjes ben?
Lale Gül
Hoe staat het met de belangstelling vanuit bibliotheken? ‘We hebben een fijne samenwerking met Rijnbrink, dat de Gelderse Vrijheidsdagen organiseert, maar ook bibliotheken uit de rest van Nederland doen enthousiast mee. Een van mijn eerste Vrijheidscolleges was die met Lale Gül in een volle theaterzaal van de bibliotheek in Capelle aan den IJssel. We zijn op dit moment in gesprek met Groningen. Daarnaast werken we nauw samen met de Bevrijdingsfestivals die hun intrek nemen in bijvoorbeeld Stadkamer Zwolle.’
Op de site van de Vrijheidscolleges staat een hele rits BN’ers. Betekent dit dat bekende gezichten doorgaans snel bereid zijn om mee te werken aan dit initiatief? ‘Dat is inderdaad het geval. Velen vinden het een eer. Simpelweg omdat het een belangrijk onderwerp is. Volgend jaar vieren we dat Nederland tachtig jaar geleden werd bevrijd. Dat gaan we herdenken door het te hebben over heden, verleden en toekomst. Dat doen we onder meer met sprekers als de journalist Natascha van Weezel en de auteurs Wilma Geldof en Astrid Sy.’
Activist
Zit Marjolein in deze functie helemaal op haar plek? ‘Ja. Ik ben absoluut een activist – dat ben ik altijd geweest en dat zal ik altijd blijven – omdat ik wil dat de wereld een betere plek wordt voor heel veel mensen voor wie dat nu niet het geval is, maar ik ben niet het type dat de barricades opgaat, dat met een megafoon vooraan staat te joelen. Soms ben ik dat schreeuwerige type tegen wil en dank in mijn loopbaan wel geworden, maar op mijn huidige manier bewustwording creëren ligt meer in mijn lijn. Ook denk ik dat we zo verder komen.’
Heeft ze nog een droom? ‘Twee jaar geleden ben ik met een Fantasy-festival begonnen, waarvan de bibliotheek de voortrekker was. Dat is zo’n succes geworden, dat het de slagkracht van de bieb overstijgt. Daarom richten we nu de stichting Novio Magica op. Daarin participeren naast de bibliotheek ook het Filmhuis, het Kunst- en Educatiecentrum, het Huis van de Binnenstad, een aantal ondernemers, onderwijsinstellingen, boekhandels en de Stevenskerk. Als je mij vraagt wat is jouw stip op de horizon, dan zeg ik: ik ga de hele stad overnemen met dat Fantasy-festival. Dat doe ik niet voor mezelf, dat doe ik voor de jongeren die vroeger in de klas naar mij toe kwamen en vroegen: “Leest u ook Terry Pratchett?”
Wild card
‘Ik vind het mooi om mensen te inspireren. Dat zal altijd de rode draad blijven in wat ik doe. Ik hou ontzettend veel van de bibliotheekwereld. In november ben ik met Erik Boekesteijn naar het Story House in Chester geweest. Dat was op uitnodiging van Astrid Kraal, toenmalig netwerkmanager bij de KB. Bij die gelegenheid zei zij tegen me: “Jij hebt de wild card”, omdat ik te midden van al die directeuren en
Pratchett?”, dan geniet ik vanbinnen. Als ik op hun vraag bevestigend antwoord, gaat er iets bij die jongeren stralen, dan gaat er iets in hen aan. Met een beetje geluk heb je op dat moment welllicht de bibliothecaris van de toekomst tot leven gewekt.’
Valkuil
Ze vertelt zo enthousiast over het bibliotheekvak, wat deed haar niettemin besluiten de bakens te verzetten? ‘Meerdere dingen. De bibliotheek is een valkuil waarin je te lang kunt blijven vastzitten. Juist omdat het zo’n mooie plek is om te werken. Veel mensen kiezen er bewust voor om in de bibliotheek te gaan werken en blijven daar lang in dienst omdat ze iets willen betekenen voor de samenleving. Terecht, want het is betekenisvol werk. Mede daardoor heb je in de bibliotheek fantastische collega’s. Ik ben dan ook niet op zoek gegaan naar een andere baan omdat het gras daar groener zou zijn. Kill your darlings, dat was voor mij de belangrijkste reden om mijn pijlen op iets anders te richten. Op een gegeven moment heb ik een nieuwe uitdaging nodig. De positie die ik had is nooit een sleur geworden. Ik had een vrije rol, kon doen wat ik wilde, maar omdat ik inmiddels met de Vrijheidscolleges was begonnen merkte ik hoe prettig ik het vond om ergens zo vol in te kunnen duiken als bij de bieb niet mogelijk was. Daar kwam bij dat ik weliswaar 28 uur in dienst was, maar in de praktijk veel meer uren draaide. Twee jaar geleden kreeg ik een pleegkind, en dat heb ik niet gedaan om vervolgens te zeggen: ik ben er nooit. Dus ik moest ook gewoon keuzes maken.’
Vrijheid
Als zzp’er richt Marjolein zich sinds twee jaar op de Vrijheidscolleges. Waarin schuilt voor haar de fascinatie? ‘Dat zijn nog steeds de verhalen, die staan centraal. Ik doe meer projecten op het gebied van vrijheid – ik werk bijvoorbeeld ook voor het Nationaal Comité 4 en 5 mei – en daarin kan ik echt mijn ei kwijt. Vrijheid is zo’n belangrijk onderwerp. We hebben vrijheid te lang voor lief genomen. Er was ook geen reden om aan onze vrijheid te twijfelen, maar dat is wel een geprivilegieerde positie. Bovendien was er bij vrijheid meteen de link naar de Tweede Wereldoorlog, terwijl vrijheid zoveel meer behelst. Die extra lading vind ik ontzettend interessant. Of daar ook de zorg uitspreekt dat die vrijheid onder druk staat? Zeer zeker. Je ziet het om je heen. Je ziet het in de oorlog in Oekraïne, je ziet het in de Gazastrook, maar je ziet het ook bij jongeren als slachtoffers van de coronapandemie.’
Dialoog
Bij de Vrijheidscolleges richt ze zich met name op jongeren om hen bewust te maken van de onvervangbare waarde van vrijheid. Staan zij daarvoor open of moet Marjolein net als bij leesbevordering eerst hun argwaan overwinnen? Een houding van: daar heb je weer zo iemand die ons komt vertellen wat we moeten doen en denken? ‘Wij werken met sprekers. Bekende en minder bekende mensen die vanuit hun eigen verhaal en vorm het onderwerp vrijheid op de kaart zetten. Zij vertellen een verhaal van ongeveer dertig minuten. Het uitgangspunt bij alles wat we doen zijn de vier vrijheden van de voormalige Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt: vrijwaring van gebrek, vrijheid van religie, vrijheid van meningsuiting en vrijwaring van vrees. In alle gevallen zorgen we ervoor dat er triggers in de verhalen zitten. Waar gaan jongeren over nadenken? Voor iemand van zestig ligt dat immers heel anders dan voor iemand van zestien. Zo werken we onder anderen samen met oud-profvoetballer Evgeniy Levchenko, die vertelt over Oekraïne en zijn jeugd in het Russische voetbalkamp. Hij schetst dan hoe hij heeft geleerd om in één minuut een uzi in elkaar te zetten en met dat machinegeweer te schieten. Daardoor beseffen jongeren hoe anders hun leven is. Over dat soort dingen gaan we in gesprek. Ander voorbeeld: we hebben een hele programmareeks gemaakt over het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Dan weet je dat er protesten komen, dat mensen in de zaal zich luidruchtig uitspreken, maar we doen het toch, omdat we met elkaar in gesprek moeten gaan. In een dialoog ga je elkaar namelijk ontmoeten. Het hoeft niet te betekenen dat je het eens wordt, maar je raakt wel met elkaar in discussie. Cabaretier Raoul Heertje verwoordde dat als volgt: “Je hoeft het niet eens te worden, maar als je ziet waar de pijn van iemand anders zit, kun je begrip opbrengen. Bovendien gaat de ander zien waar jouw pijn zit”. Dan gebeurt er iets bijzonders.’
Verhalen
Hordijks aanpak resulteerde in diverse initiatieven, waaronder Night at the Library. Had ze wel eens het idee dat ze met dit soort onorthodoxe projecten voor de troepen uitliep? ‘Niet alleen intern, maar ook in het land was dat in het begin zo. In totaal heb ik vijftien jaar voor de bibliotheek gewerkt. De eerste vijf jaar heb ik, samen met enkele gelijkgestemden, op educatiegebied gepionierd. Ik voel me echt bevoorrecht dat ik de educatiemedewerkers die allengs in steeds meer bibliotheken werden aangenomen heb mogen inspireren en dat ik managers en directeuren het nut van deze functie heb leren inzien. Vergeet niet dat de doelgroep jongeren er heel lang niet toe deed. Jongeren leverden de bibliotheek immers niets op, kostten alleen maar geld. Men was van oudsher gefocust op het basisonderwijs. Ik durf gerust te stellen dat de bibliotheek in dit en ander opzicht gedurende de vijftien jaar dat ik er werkte fundamenteel is veranderd. Bibliotheken zijn naar buiten gaan kijken, zijn opengegaan. Toen ik begon, was de bieb nog echt de uitleenfabriek waar iedereen het altijd over heeft. Nog steeds behoren boeken tot de core business, maar als je het mij vraagt, draait een bibliotheek om verhalen. Boeken zijn dragers van verhalen, en die verhalen zitten ook in medewerkers, bezoekers, films. Verhalen zitten overal. Ook in de bibliotheek zelf.’
Dwarsligger
Vergde het veel sleur- en trekwerk om de bibliotheek als organisatie in beweging te krijgen? ‘Ja, én een reorganisatie, hoewel iedereen weet dat zoiets een wond slaat en een litteken achterlaat. Als je echter wordt uitgenodigd om te blijven en mee te helpen bouwen, dan krijg je ook de kans iets nieuws te beginnen en je eigen verhaal te ontwikkelen. Wat willen we nou precies? Waar zijn we als bibliotheek voor? Begrijp me goed: ik heb moeten knokken, en deed dat soms op een lompe manier, want ik ben eerder van het gestrekte been dan van het subtiele, maar dat was nodig. Het wordt je niet altijd in dank afgenomen, maar het moet om je doel te bereiken. Waarbij ik zowel van de vorige als van de huidige directeur heel veel kansen kreeg. Ik mocht die dwarsligger zijn en die ruimte heb ik met alle plezier benut.’
Buitenbeentje
Wat geeft haar terugkijkend de meeste voldoening? ‘Als educatiemedewerker weet je: dadelijk loop ik zo’n klas in en die kinderen gaan mij niet leuk vinden. Die zitten helemaal niet op mij te wachten. Die denken: daar heb je weer zo’n blabla-figuur met een boek waar ik geen reet aan vind. Dat zie je vooral op vmbo-niveau. De taal van die jongeren zal ik nooit spreken, maar ik versta en begrijp ze wel. En ik zorg er ook voor dat ze mij verstaan en begrijpen. Als ze dan stukje bij beetje toch geïnteresseerd raken, is mijn dag goed. Dat geldt niet in het minst voor de buitenbeentjes in de klas, die in mij ook een buitenbeentje herkennen. Ze zullen nooit zeggen dat ze je tof vinden, maar als ik hen na de les met een boek de klas zie uitlopen, waarbij ze elkaar aanstoten, en vragen: “Leest u ook de boeken van Terry
Op de oever van de Waal, aan de rand van Nijmegen, ligt een voormalig fabrieksterrein waar de gemeente een nieuwbouwwijk dacht te realiseren. Het liep anders, want wat er verrees was geen kersverse woonwijk maar een culturele broedplaats. Een makerplaats voor creatief talent, NYMA, dat dermate succesvol bleek dat er inmiddels ook een horecavestiging, kunstgalerie en skatehal op het complex te vinden zijn. In een grote oude industriehal zijn op de benedenverdieping tientallen ateliers van kunstenaars en vaklui gesitueerd - onder wie een goudsmid, een restaurateur van 2CV’s (‘lelijke eendjes’) en een producent van tegelkachels - terwijl een verdieping hoger digitale makers, designers en vormgevers bivakkeren. Tussen hen zetelt ook een programmamaker. Haar naam: Marjolein Hordijk.
Over de ontstaansgeschiedenis van deze culturele Gelderse hotspot is een documentaire gemaakt: De gekke mieren van de NYMA. Marjolein: ‘Bioloog Arjan Postma vertelt daarin over een mierenhoop. Je kunt die zien als een soort metropool, zegt hij. Alles verloopt volgens een vast schema, alle mieren volgen hetzelfde pad, totdat er iets gebeurt waardoor die mieren voor een vraagstuk komen te staan. Dan gaan een paar gekke mieren op avontuur, waarna enkele pioniers volgen, en ten slotte het gehele volk.’ Dat is hier gebeurd. Eerst was er een braakliggend terrein, daarna kwam de makerplaats, en inmiddels worden er zelfs technofestivals en grootschalige feesten georganiseerd. Nadat ik die documentaire had gezien, dacht ik: misschien ben ik zelf wel zo’n gekke mier in de bibliotheekwereld geweest.’
Doornroosje
Marjolein refereert daarmee aan haar bijzondere rol in bibliotheekland, waarover later meer. Eerst terug naar haar roots. ‘Mijn vader is een Rotterdammer die op zijn zeventiende in Zutphen is beland en daar mijn moeder ontmoette,’ schetst ze haar achtergrond. ‘Ik ben opgegroeid in Zutphen en dus een Achterhoeker, maar dat Rotterdamse zit qua karakter wel een beetje in mij. Van Zutphen zijn we verhuisd naar Laren, een dorpje bij Lochem waar iedereen elkaar kent. Ik zat daar op voetbal in een echt meisjesteam. Toen mijn oom en tante niet lang na elkaar overleden, kwamen mijn neefje en nichtje bij ons wonen. Op de middelbare school was het niet mijn droom om later in een bibliotheek te gaan werken. Wel was ik als kind al gek op lezen. Wat wel mijn droom was? Tuinarchitect worden. Al snel bleek echter dat je dan een veredelde hovenier zou worden, waarop ik mij realiseerde: dat is niet wat ik ambieer. Omdat ik wel iets met planten en bloemen wilde doen, ging ik op mijn zestiende de mbo-opleiding tot bloemiste in Nijmegen volgen, maar ook dat vak was het niet voor mij. Vervolgens ging ik de docentopleiding tekenen doen. Dat vond ik enorm leuk, totdat ik er in het derde jaar achter kwam dat ik evenmin leraar wilde worden. Wat dan wel? Aanvankelijk zette ik mijn zinnen op de Kunstacademie, maar daar is het niet van gekomen. Om aan de kost te komen nam ik een baan aan in een bloemenwinkel en ging ik aan de slag bij poppodium Doornroosje. Decors bouwen en educatiewerk. Ineens drong het besef tot me door: ik ben geen docent maar een educatiemedewerker. Waar het verschil in zit? Een docent moet mee in het onderwijssysteem. Daar ontkom je niet aan. Bovendien sta je elke dag voor dezelfde groep. Als educatiemedewerker heb je iedere dag een andere groep, kun je telkens een nieuw project ontwikkelen, je creativiteit de vrije loop geven, je eigen weg zoeken. Bij Doornroosje kon ik het wiel uitvinden. In 2009 heb ik daarom mijn baan in de bloemenwinkel opgezegd en besloot ik te gaan solliciteren naar een betrekking als educatiemedewerker in de culturele wereld. Een slechte timing, want twee weken later brak de economische crisis uit. Gelukkig zag ik na een tijdje een vacature in de zaterdageditie van De Gelderlander. De Bibliotheek Gelderland-Zuid zocht een educatiemedewerker voor het voortgezet onderwijs, in combinatie met werkzaamheden in de front-office (informatie en advies). Ik heb gesolliciteerd op die baan en werd aangenomen.’
Handrem
In een eerder interview voor dit blad zei ze: ‘Bij de bibliotheek kwam ik in een soort bureaucratische wereld terecht. Het oogde als een log apparaat, lastig in beweging te krijgen’. Ziet ze dat nog steeds zo? ‘In mijn proeftijd zei een collega tegen me: “Je moet hier een beetje voorzichtig zijn met de mensen. Jij gaat wat snel, en de mensen kunnen niet zo snel. Wees niet die olifant in de porseleinkast”. Nog steeds geloof ik niet dat ik iemand ben die met de handrem aan werkt, maar ik heb het wel in mijn oren geknoopt. Wat ik merkte, was dat velen weerstand voelden tegen verandering. Men deed het werk al jaren zo, dus waarom zouden ze dat wijzigen? Terwijl er een wereld te winnen viel in het educatiewerk voor het voortgezet onderwijs. De primaire zorg was namelijk: laten we er eerst eens voor zorgen dat de doelgroep bij ons over de vloer komt. Laten we jongeren over de drempel van de bibliotheek helpen en hen laten zien dat het een plek is waar ze mogen zijn. Geen plek waar ze beoordeeld worden of zelfs een onvoldoende kunnen halen, maar een plek waar ze welkom zijn. In dat opzicht kon ik mijn eigen plan trekken en dat heb ik ook gedaan.’
Marjolein Hordijk wordt ZZP’er
De boel opschudden, nieuwe paden inslaan, vijftien jaar lang was Marjolein Hordijk een van de drijvende krachten achter bibliotheekinnovatie. Vooral haar succesvolle inzet om jongeren naar de bieb te lokken bleef niet onopgemerkt – in 2018 was ze een van de drie finalisten in de Beste Bibliothecaris van Nederland-verkiezing – maar deze zomer verruilde ze de Bibliotheek Gelderland-Zuid voor een nieuw bestaan als zzp’er. Vanwaar die stap?
De gekke mier van de bibliotheekwereld trekt verder
DE CARRIÈRESWITCH
TEKST: EIMER WIELDRAAIJER • Foto’s: zie credits langs zijkant • Video: Bibliotheekblad
Bibliotheekblad 8 • oktober 2024
Foto: Eimer Wieldraaijer
Foto: Anouk van Tiel
Foto: Marcel Krijgsman
Video: Bibliotheekblad
Marjolein Hordijk wordt ZZP’er
programmamaker een vreemde eend in de bijt was. Toen dacht ik: wild card… Die rol bevalt me wel, dat vind ik lekker. Laat mij maar die wild card zijn. Dat betekent dat ze mij meenemen op deze reis, omdat ze hopen dat er iets gebeurt, dat ik iets bij hen losmaak. Nadat ik de beslissing had genomen om weg te gaan bij de bibliotheek – geen gemakkelijke beslissing, want ik heb lopen janken als een malle – heb ik in de appgroep van die Chester-reis gezet: “Lieve mensen, ik ben inderdaad die wild card, dat buitenbeentje, die paradijsvogel, maar voor mij zijn er geen doorstroommogelijkheden in de bibliotheek. Ik wil zo graag verbonden blijven aan die bibliotheekwereld, maar in welke hoedanigheid? Ik wil geen beleid maken, ik wil tegen beleid aan schoppen. Dus heb ik geen andere keuze dan te stoppen. Inmiddels weet ik dat ik toch aan de bibliotheekwereld verbonden kan blijven, omdat bibliotheken behoefte hebben aan buitenbeentjes zoals ik. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een fantastisch project waarmee ik binnenkort langs vijftig bibliotheken in het land ga. Voor zijn podcast RomanReuzen heeft journalist Frénk van der Linden vijftig auteurs geïnterviewd. In samenwerking met de Schrijverscentrale en SPN komt er een tour langs vijftig bibliotheken waarin middelbare scholieren in een College Tour-achtige setting in gesprek gaan met een auteur. Dat project mag ik gaan leiden. Middelbare scholen, schrijvers, bibliotheken, dat alles komt samen in dit project… Snap je nu waarom ik zo in mijn nopjes ben?
In 2018 werd Marjolein Hordijk, genomineerd voor de verkiezing van de Beste Bibliothecaris van Nederland. Marjolein werd uiteindelijk tweede. Jolanda Robben haalde de eerste plaats.
Bibliotheekblad 8 • oktober 2024
Lale Gül
Hoe staat het met de belangstelling vanuit bibliotheken? ‘We hebben een fijne samenwerking met Rijnbrink, dat de Gelderse Vrijheidsdagen organiseert, maar ook bibliotheken uit de rest van Nederland doen enthousiast mee. Een van mijn eerste Vrijheidscolleges was die met Lale Gül in een volle theaterzaal van de bibliotheek in Capelle aan den IJssel. We zijn op dit moment in gesprek met Groningen. Daarnaast werken we nauw samen met de Bevrijdingsfestivals die hun intrek nemen in bijvoorbeeld Stadkamer Zwolle.’
Op de site van de Vrijheidscolleges staat een hele rits BN’ers. Betekent dit dat bekende gezichten doorgaans snel bereid zijn om mee te werken aan dit initiatief? ‘Dat is inderdaad het geval. Velen vinden het een eer. Simpelweg omdat het een belangrijk onderwerp is. Volgend jaar vieren we dat Nederland tachtig jaar geleden werd bevrijd. Dat gaan we herdenken door het te hebben over heden, verleden en toekomst. Dat doen we onder meer met sprekers als de journalist Natascha van Weezel en de auteurs Wilma Geldof en Astrid Sy.’
Activist
Zit Marjolein in deze functie helemaal op haar plek? ‘Ja. Ik ben absoluut een activist – dat ben ik altijd geweest en dat zal ik altijd blijven – omdat ik wil dat de wereld een betere plek wordt voor heel veel mensen voor wie dat nu niet het geval is, maar ik ben niet het type dat de barricades opgaat, dat met een megafoon vooraan staat te joelen. Soms ben ik dat schreeuwerige type tegen wil en dank in mijn loopbaan wel geworden, maar op mijn huidige manier bewustwording creëren ligt meer in mijn lijn. Ook denk ik dat we zo verder komen.’
Heeft ze nog een droom? ‘Twee jaar geleden ben ik met een Fantasy-festival begonnen, waarvan de bibliotheek de voortrekker was. Dat is zo’n succes geworden, dat het de slagkracht van de bieb overstijgt. Daarom richten we nu de stichting Novio Magica op. Daarin participeren naast de bibliotheek ook het Filmhuis, het Kunst- en Educatiecentrum, het Huis van de Binnenstad, een aantal ondernemers, onderwijsinstellingen, boekhandels en de Stevenskerk. Als je mij vraagt wat is jouw stip op de horizon, dan zeg ik: ik ga de hele stad overnemen met dat Fantasy-festival. Dat doe ik niet voor mezelf, dat doe ik voor de jongeren die vroeger in de klas naar mij toe kwamen en vroegen: “Leest u ook Terry Pratchett?”
Wild card
‘Ik vind het mooi om mensen te inspireren. Dat zal altijd de rode draad blijven in wat ik doe. Ik hou ontzettend veel van de bibliotheekwereld. In november ben ik met Erik Boekesteijn naar het Story House in Chester geweest. Dat was op uitnodiging van Astrid Kraal, toenmalig netwerkmanager bij de KB. Bij die gelegenheid zei zij tegen me: “Jij hebt de wild card”, omdat ik te midden van al die directeuren en managers als
Terry Pratchett?”, dan geniet ik vanbinnen. Als ik op hun vraag bevestigend antwoord, gaat er iets bij die jongeren stralen, dan gaat er iets in hen aan. Met een beetje geluk heb je op dat moment welllicht de bibliothecaris van de toekomst tot leven gewekt.’
Valkuil
Ze vertelt zo enthousiast over het bibliotheekvak, wat deed haar niettemin besluiten de bakens te verzetten? ‘Meerdere dingen. De bibliotheek is een valkuil waarin je te lang kunt blijven vastzitten. Juist omdat het zo’n mooie plek is om te werken. Veel mensen kiezen er bewust voor om in de bibliotheek te gaan werken en blijven daar lang in dienst omdat ze iets willen betekenen voor de samenleving. Terecht, want het is betekenisvol werk. Mede daardoor heb je in de bibliotheek fantastische collega’s. Ik ben dan ook niet op zoek gegaan naar een andere baan omdat het gras daar groener zou zijn. Kill your darlings, dat was voor mij de belangrijkste reden om mijn pijlen op iets anders te richten. Op een gegeven moment heb ik een nieuwe uitdaging nodig. De positie die ik had is nooit een sleur geworden. Ik had een vrije rol, kon doen wat ik wilde, maar omdat ik inmiddels met de Vrijheidscolleges was begonnen merkte ik hoe prettig ik het vond om ergens zo vol in te kunnen duiken als bij de bieb niet mogelijk was. Daar kwam bij dat ik weliswaar 28 uur in dienst was, maar in de praktijk veel meer uren draaide. Twee jaar geleden kreeg ik een pleegkind, en dat heb ik niet gedaan om vervolgens te zeggen: ik ben er nooit. Dus ik moest ook gewoon keuzes maken.’
Vrijheid
Als zzp’er richt Marjolein zich sinds twee jaar op de Vrijheidscolleges. Waarin schuilt voor haar de fascinatie? ‘Dat zijn nog steeds de verhalen, die staan centraal. Ik doe meer projecten op het gebied van vrijheid – ik werk bijvoorbeeld ook voor het Nationaal Comité 4 en 5 mei – en daarin kan ik echt mijn ei kwijt. Vrijheid is zo’n belangrijk onderwerp. We hebben vrijheid te lang voor lief genomen. Er was ook geen reden om aan onze vrijheid te twijfelen, maar dat is wel een geprivilegieerde positie. Bovendien was er bij vrijheid meteen de link naar de Tweede Wereldoorlog, terwijl vrijheid zoveel meer behelst. Die extra lading vind ik ontzettend interessant. Of daar ook de zorg uitspreekt dat die vrijheid onder druk staat? Zeer zeker. Je ziet het om je heen. Je ziet het in de oorlog in Oekraïne, je ziet het in de Gazastrook, maar je ziet het ook bij jongeren als slachtoffers van de coronapandemie.’
Dialoog
Bij de Vrijheidscolleges richt ze zich met name op jongeren om hen bewust te maken van de onvervangbare waarde van vrijheid. Staan zij daarvoor open of moet Marjolein net als bij leesbevordering eerst hun argwaan overwinnen? Een houding van: daar heb je weer zo iemand die ons komt vertellen wat we moeten doen en denken? ‘Wij werken met sprekers. Bekende en minder bekende mensen die vanuit hun eigen verhaal en vorm het onderwerp vrijheid op de kaart zetten. Zij vertellen een verhaal van ongeveer dertig minuten. Het uitgangspunt bij alles wat we doen zijn de vier vrijheden van de voormalige Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt: vrijwaring van gebrek, vrijheid van religie, vrijheid van meningsuiting en vrijwaring van vrees. In alle gevallen zorgen we ervoor dat er triggers in de verhalen zitten. Waar gaan jongeren over nadenken? Voor iemand van zestig ligt dat immers heel anders dan voor iemand van zestien. Zo werken we onder anderen samen met oud-profvoetballer Evgeniy Levchenko, die vertelt over Oekraïne en zijn jeugd in het Russische voetbalkamp. Hij schetst dan hoe hij heeft geleerd om in één minuut een uzi in elkaar te zetten en met dat machinegeweer te schieten. Daardoor beseffen jongeren hoe anders hun leven is. Over dat soort dingen gaan we in gesprek. Ander voorbeeld: we hebben een hele programmareeks gemaakt over het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Dan weet je dat er protesten komen, dat mensen in de zaal zich luidruchtig uitspreken, maar we doen het toch, omdat we met elkaar in gesprek moeten gaan. In een dialoog ga je elkaar namelijk ontmoeten. Het hoeft niet te betekenen dat je het eens wordt, maar je raakt wel met elkaar in discussie. Cabaretier Raoul Heertje verwoordde dat als volgt: “Je hoeft het niet eens te worden, maar als je ziet waar de pijn van iemand anders zit, kun je begrip opbrengen. Bovendien gaat de ander zien waar jouw pijn zit”. Dan gebeurt er iets bijzonders.’
Verhalen
Hordijks aanpak resulteerde in diverse initiatieven, waaronder Night at the Library. Had ze wel eens het idee dat ze met dit soort onorthodoxe projecten voor de troepen uitliep? ‘Niet alleen intern, maar ook in het land was dat in het begin zo. In totaal heb ik vijftien jaar voor de bibliotheek gewerkt. De eerste vijf jaar heb ik, samen met enkele gelijkgestemden, op educatiegebied gepionierd. Ik voel me echt bevoorrecht dat ik de educatiemedewerkers die allengs in steeds meer bibliotheken werden aangenomen heb mogen inspireren en dat ik managers en directeuren het nut van deze functie heb leren inzien. Vergeet niet dat de doelgroep jongeren er heel lang niet toe deed. Jongeren leverden de bibliotheek immers niets op, kostten alleen maar geld. Men was van oudsher gefocust op het basisonderwijs. Ik durf gerust te stellen dat de bibliotheek in dit en ander opzicht gedurende de vijftien jaar dat ik er werkte fundamenteel is veranderd. Bibliotheken zijn naar buiten gaan kijken, zijn opengegaan. Toen ik begon, was de bieb nog echt de uitleenfabriek waar iedereen het altijd over heeft. Nog steeds behoren boeken tot de core business, maar als je het mij vraagt, draait een bibliotheek om verhalen. Boeken zijn dragers van verhalen, en die verhalen zitten ook in medewerkers, bezoekers, films. Verhalen zitten overal. Ook in de bibliotheek zelf.’
Dwarsligger
Vergde het veel sleur- en trekwerk om de bibliotheek als organisatie in beweging te krijgen? ‘Ja, én een reorganisatie, hoewel iedereen weet dat zoiets een wond slaat en een litteken achterlaat. Als je echter wordt uitgenodigd om te blijven en mee te helpen bouwen, dan krijg je ook de kans iets nieuws te beginnen en je eigen verhaal te ontwikkelen. Wat willen we nou precies? Waar zijn we als bibliotheek voor? Begrijp me goed: ik heb moeten knokken, en deed dat soms op een lompe manier, want ik ben eerder van het gestrekte been dan van het subtiele, maar dat was nodig. Het wordt je niet altijd in dank afgenomen, maar het moet om je doel te bereiken. Waarbij ik zowel van de vorige als van de huidige directeur heel veel kansen kreeg. Ik mocht die dwarsligger zijn en die ruimte heb ik met alle plezier benut.’
Buitenbeentje
Wat geeft haar terugkijkend de meeste voldoening? ‘Als educatiemedewerker weet je: dadelijk loop ik zo’n klas in en die kinderen gaan mij niet leuk vinden. Die zitten helemaal niet op mij te wachten. Die denken: daar heb je weer zo’n blabla-figuur met een boek waar ik geen reet aan vind. Dat zie je vooral op vmbo-niveau. De taal van die jongeren zal ik nooit spreken, maar ik versta en begrijp ze wel. En ik zorg er ook voor dat ze mij verstaan en begrijpen. Als ze dan stukje bij beetje toch geïnteresseerd raken, is mijn dag goed. Dat geldt niet in het minst voor de buitenbeentjes in de klas, die in mij ook een buitenbeentje herkennen. Ze zullen nooit zeggen dat ze je tof vinden, maar als ik hen na de les met een boek de klas zie uitlopen, waarbij ze elkaar aanstoten, en vragen: “Leest u ook de boeken van
Op de oever van de Waal, aan de rand van Nijmegen, ligt een voormalig fabrieksterrein waar de gemeente een nieuwbouwwijk dacht te realiseren. Het liep anders, want wat er verrees was geen kersverse woonwijk maar een culturele broedplaats. Een makerplaats voor creatief talent, NYMA, dat dermate succesvol bleek dat er inmiddels ook een horecavestiging, kunstgalerie en skatehal op het complex te vinden zijn. In een grote oude industriehal zijn op de benedenverdieping tientallen ateliers van kunstenaars en vaklui gesitueerd - onder wie een goudsmid, een restaurateur van 2CV’s (‘lelijke eendjes’) en een producent van tegelkachels - terwijl een verdieping hoger digitale makers, designers en vormgevers bivakkeren. Tussen hen zetelt ook een programmamaker. Haar naam: Marjolein Hordijk.
Over de ontstaansgeschiedenis van deze culturele Gelderse hotspot is een documentaire gemaakt: De gekke mieren van de NYMA. Marjolein: ‘Bioloog Arjan Postma vertelt daarin over een mierenhoop. Je kunt die zien als een soort metropool, zegt hij. Alles verloopt volgens een vast schema, alle mieren volgen hetzelfde pad, totdat er iets gebeurt waardoor die mieren voor een vraagstuk komen te staan. Dan gaan een paar gekke mieren op avontuur, waarna enkele pioniers volgen, en ten slotte het gehele volk.’ Dat is hier gebeurd. Eerst was er een braakliggend terrein, daarna kwam de makerplaats, en inmiddels worden er zelfs technofestivals en grootschalige feesten georganiseerd. Nadat ik die documentaire had gezien, dacht ik: misschien ben ik zelf wel zo’n gekke mier in de bibliotheekwereld geweest.’
Doornroosje
Marjolein refereert daarmee aan haar bijzondere rol in bibliotheekland, waarover later meer. Eerst terug naar haar roots. ‘Mijn vader is een Rotterdammer die op zijn zeventiende in Zutphen is beland en daar mijn moeder ontmoette,’ schetst ze haar achtergrond. ‘Ik ben opgegroeid in Zutphen en dus een Achterhoeker, maar dat Rotterdamse zit qua karakter wel een beetje in mij. Van Zutphen zijn we verhuisd naar Laren, een dorpje bij Lochem waar iedereen elkaar kent. Ik zat daar op voetbal in een echt meisjesteam. Toen mijn oom en tante niet lang na elkaar overleden, kwamen mijn neefje en nichtje bij ons wonen. Op de middelbare school was het niet mijn droom om later in een bibliotheek te gaan werken. Wel was ik als kind al gek op lezen. Wat wel mijn droom was? Tuinarchitect worden. Al snel bleek echter dat je dan een veredelde hovenier zou worden, waarop ik mij realiseerde: dat is niet wat ik ambieer. Omdat ik wel iets met planten en bloemen wilde doen, ging ik op mijn zestiende de mbo-opleiding tot bloemiste in Nijmegen volgen, maar ook dat vak was het niet voor mij. Vervolgens ging ik de docentopleiding tekenen doen. Dat vond ik enorm leuk, totdat ik er in het derde jaar achter kwam dat ik evenmin leraar wilde worden. Wat dan wel? Aanvankelijk zette ik mijn zinnen op de Kunstacademie, maar daar is het niet van gekomen. Om aan de kost te komen nam ik een baan aan in een bloemenwinkel en ging ik aan de slag bij poppodium Doornroosje. Decors bouwen en educatiewerk. Ineens drong het besef tot me door: ik ben geen docent maar een educatiemedewerker. Waar het verschil in zit? Een docent moet mee in het onderwijssysteem. Daar ontkom je niet aan. Bovendien sta je elke dag voor dezelfde groep. Als educatiemedewerker heb je iedere dag een andere groep, kun je telkens een nieuw project ontwikkelen, je creativiteit de vrije loop geven, je eigen weg zoeken. Bij Doornroosje kon ik het wiel uitvinden. In 2009 heb ik daarom mijn baan in de bloemenwinkel opgezegd en besloot ik te gaan solliciteren naar een betrekking als educatiemedewerker in de culturele wereld. Een slechte timing, want twee weken later brak de economische crisis uit. Gelukkig zag ik na een tijdje een vacature in de zaterdageditie van De Gelderlander. De Bibliotheek Gelderland-Zuid zocht een educatiemedewerker voor het voortgezet onderwijs, in combinatie met werkzaamheden in de front-office (informatie en advies). Ik heb gesolliciteerd op die baan en werd aangenomen.’
Handrem
In een eerder interview voor dit blad zei ze: ‘Bij de bibliotheek kwam ik in een soort bureaucratische wereld terecht. Het oogde als een log apparaat, lastig in beweging te krijgen’. Ziet ze dat nog steeds zo? ‘In mijn proeftijd zei een collega tegen me: “Je moet hier een beetje voorzichtig zijn met de mensen. Jij gaat wat snel, en de mensen kunnen niet zo snel. Wees niet die olifant in de porseleinkast”. Nog steeds geloof ik niet dat ik iemand ben die met de handrem aan werkt, maar ik heb het wel in mijn oren geknoopt. Wat ik merkte, was dat velen weerstand voelden tegen verandering. Men deed het werk al jaren zo, dus waarom zouden ze dat wijzigen? Terwijl er een wereld te winnen viel in het educatiewerk voor het voortgezet onderwijs. De primaire zorg was namelijk: laten we er eerst eens voor zorgen dat de doelgroep bij ons over de vloer komt. Laten we jongeren over de drempel van de bibliotheek helpen en hen laten zien dat het een plek is waar ze mogen zijn. Geen plek waar ze beoordeeld worden of zelfs een onvoldoende kunnen halen, maar een plek waar ze welkom zijn. In dat opzicht kon ik mijn eigen plan trekken en dat heb ik ook gedaan.’
De boel opschudden, nieuwe paden inslaan, vijftien jaar lang was Marjolein Hordijk een van de drijvende krachten achter bibliotheekinnovatie. Vooral haar succesvolle inzet om jongeren naar de bieb te lokken bleef niet onopgemerkt – in 2018 was ze een van de drie finalisten in de Beste Bibliothecaris van Nederland-verkiezing – maar deze zomer verruilde ze de Bibliotheek Gelderland-Zuid voor een nieuw bestaan als zzp’er. Vanwaar die stap?
De gekke mier van de bibliotheekwereld trekt verder
TEKST: EIMER WIELDRAAIJER
• Foto’s: zie credits langs zijkant
• Video: Bibliotheekblad
DE CARRIÈRESWITCH