Marjan Slob sprak voor de Studium Generale Lezingen van Maastricht University over het thema eenzaamheid.

Marjan Slob: ‘Het is toch geweldig dat jonge mensen zich ook nu nog kunnen ontwikkelen in de bibliotheek. Er is nog steeds behoefte aan een plek waar de menselijke kennis geconcentreerd is en voor iedereen ter beschikking staat, ook in dit digitale tijdperk.’

Marjan Slob, Denker des Vaderlands

Ons land kent een Kok des Vaderlands, een Stripmaker des Vaderlands, een Fotograaf des Vaderlands, en zo kunnen we nog wel even doorgaan. Wat is volgens de vaandeldragers van hun vak de functie van de bibliotheek, is de centrale vraagstelling in deze nieuwe rubriek. Als eerste geven we het woord aan filosoof Marjan Slob, Denker des Vaderlands.

‘De bibliotheek is voor mij een plek van gulheid’

Filosofie / … des Vaderlands

Tekst en foto: Eimer Wieldraaijer • Video: Studium
Generale Maastricht University

Filosoof Marjan Slob (1964) is geboren en getogen in Giessenburg in de Alblasserwaard, bij menigeen bekend als de Bible Belt van Zuid-Holland. In hoeverre heeft die achtergrond meegespeeld in haar latere studiekeuze? ‘Ik heb mijn jeugd als veilig en geborgen ervaren, maar het was geen intellectueel stimulerende omgeving waarin ik opgroeide. De kerk speelde evenmin een rol in ons gezin, al krijg je die bevindelijke sfeer wel mee. Het was een omgeving zonder veel woorden, zonder veel taal, zonder veel verwondering. In die zin heb ik me wel ontheemd gevoeld, want zolang ik me kan herinneren heb ik interesse gehad in hoe mensen over zichzelf nadenken. Ik dacht: psychologie is de wetenschap van de mensen, daarom ben ik indertijd dat gaan studeren. Algauw besefte ik echter dat de vragen waar ik mee liep filosofische vragen waren. Om die reden ben ik overgestapt naar die studie.’

Je vergelijkt je werk als publieksfilosoof wel eens met dat van een loodgieter. Iemand die lekkages of verstoppingen in denkpatronen opspoort en deze probeert te verhelpen ...

‘Sinds april 2023 ben ik Denker des Vaderlands. Dat is een eretitel die ik twee jaar mag dragen, met als doelstelling om het belang, de waarde en de schoonheid van filosofie uit te dragen aan een zo breed mogelijk publiek. Mijn toegevoegde waarde moet bestaan uit het vinden van alledaagse voorbeelden die duidelijk maken wat filosofie kan betekenen voor iedereen. Denker des Vaderlands is best een bombastische titel, dus ik heb wel het gevoel dat ik iets waar te maken heb. In die zin legt het wel degelijk een zekere druk op me.’

Je hebt illustere voorgangers, zoals Hans Achterhuis, René Gude, Marli Huijer en Daan Rovers. Welke accenten wil jij leggen om je te onderscheiden van de filosofen die je voorgingen?

‘Ik ben mijn eigen instrument. Ik kan het alleen maar doen zoals ik het doe. In een folder van de Universiteit Utrecht, waar ik gestudeerd heb, werd filosofie omschreven als een vak met een bètakant (logisch en strak redeneren), een gammakant (kennis over de wereld inzetten voor mensen) en een alfakant (toegespitst op letteren, zeg maar: de meer muzische kant). Die muzische kant heb ik mijn voorgangers wat minder zien uitdrukken. Het belang van de kunsten, de letteren, het zoeken naar nieuwe taal- en expressievormen, dat is voor mij heel wezenlijk, dus daar leg ik met name het accent op.’

Waar blijkt dat uit?
‘Onder andere uit de plekken waar ik spreek. Ik heb bijvoorbeeld iets gedaan met Nicole Beutler, een choreograaf, en met Musica Sacra, het kunstenfestival in Maastricht met onder andere muziek, dans en theater. Op Oerol, het jaarlijkse culturele festival op Terschelling, ga ik waarschijnlijk iets met theater doen. Ik vind het mooi mijn inzet te verbinden aan mensen die iets nieuws maken. Kunstenaars die creatief uitdrukken wat ze in hun binnenste voelen.’

Zie je daarin ook een rol weggelegd voor de bibliotheek, zoals deze in Utrecht?
‘De bibliotheek is een weelde aan pogingen van mensen om zich in die zin uit te drukken. Heel veel boeken die hier staan zijn geschreven door auteurs die verwoorden hoe het leven op hen overkomt. Hun teksten zijn de uitdrukking van de dingen die voor hen van belang zijn, ze verwoorden wat van waarde is in een mensenleven. Dat voel ik, en dat vind ik geweldig.’

Wat vind je van deze nieuwe bibliotheek aan Neude in het voormalige hoofdpostkantoor?
‘Een prachtig gebouw op een mooie centrale locatie. Een levendig geheel met veel werkplekken waar jongeren lekker kunnen studeren. Een plek vol allure, waar je anderen ontmoet, waar je in aanraking komt met de geestkracht in al die boeken. Een humane omgeving, die is verrijkt met een theaterzaaltje en een leescafé. Er vinden diverse bijeenkomsten plaats. Wat ik minder geslaagd vind, is de inrichting van de collectie, die vind ik verwarrend. De afdeling Filosofie staat bijvoorbeeld wat verloren in een zee van andere boeken.’

Speelde de bibliotheek een rol in jouw jeugd?
‘Absoluut. Veel meer nog dan nu. Vroeger opende de bibliotheek voor mij de wereld. De bibliotheek heeft mijn leefwereld geopend en verruimd. Het feit dat daar een wereld te vinden was, veel groter dan ik van huis uit en op school meekreeg, was een echte openbaring. De bibliotheek was voor mij één groot denkavontuur. Een plek van gulheid. Niet dat ik het als kind zo wist te benoemen, maar het omschrijft wel mijn gevoel van toen. Dat er een fantastisch publiek bezit was dat ik zomaar mocht lenen en mee naar huis mocht nemen, dat ik zomaar in de schoot geworpen kreeg. Een gunst die mijn denkervaring zo veel ruimer maakte. Ik weet niet hoe ik eruit zou hebben gezien zonder de bibliotheek, echt niet.’

Is die bibliotheekfunctie anno 2024 nog steeds dezelfde of is zij veranderd?

‘Die functie is ongewijzigd. Het is toch geweldig dat jonge mensen zich ook nu nog kunnen ontwikkelen in de bibliotheek. Er is nog steeds behoefte aan een plek waar de menselijke kennis geconcentreerd is en voor iedereen ter beschikking staat. Ook in dit digitale tijdperk is er behoefte aan een fysieke plek waar je kunt experimenteren, waar je verrast kunt worden. De waarde van zo’n levensvormende plek valt nauwelijks te overschatten.’

Pakweg twintig jaar geleden was men nogal somber over de toekomst van de bibliotheek. Het boek zou verdwijnen en daarmee ook de bibliotheek. Dat pessimisme is weggesmolten als sneeuw voor de zon. De bibliotheek is onomstreden. Her en der in Nederland zijn schitterende nieuwe bibliotheken verrezen. Er kwam weer een Bibliotheekwet, en sinds kort is er de verplichting voor elke gemeente om een bibliotheekvoorziening te faciliteren ...
‘Aan de andere kan hoor je nog steeds dat jongeren minder lezen dan vroeger. Zelf beleef ik als vijftigplusser veel plezier aan het fysieke boek, maar jongeren maken vaak gebruik van andere informatiedragers. Dus of zij nou zo veel minder lezen? In mijn jeugd lazen de meeste jongeren ook niet. Voor mijn meeste leeftijdsgenoten was de bibliotheek lang niet zo levensvormend als voor mij. Dat zal nu niet anders zijn, maar de bibliotheek kan nog steeds iemands leven enorm verrijken, en daar gaat het om. Het is zo belangrijk dat kinderen die ervoor openstaan die keuzemogelijkheid hebben en grijpen. Ik gun alle mensen van nu en in de toekomst de kans die ik als kind kreeg. De bibliotheek als tempel van menselijke reflectie heeft nog altijd een ontzettend belangrijke en onvervangbare functie. Kijk om je heen, en zie hoe druk het hier is. Ik zie veel jongeren die geen boek lezen, maar ze zitten hier wel.’

Je hebt het steeds over boeken, maar de bibliotheek van nu heeft ook andere taken op zich genomen. Bijvoorbeeld mensen helpen bij het invullen van hun belastingformulier of minderdraagkrachtige burgers wijzen op de mogelijkheid van het aanvragen van toeslagen ...
‘Op zichzelf juich ik die verbreding van taken toe, maar ik hoop wel dat de kerntaak van bibliotheken daardoor niet verzwakt. Die kerntaak is het op peil houden en toegankelijk maken van een goede collectie. Eerlijk gezegd, vind ik het een beetje treurig dat bibliotheekmensen het sociaal werk moeten overnemen dat wegbezuinigd is. Dat zou nog tot daaraan toe zijn als ze ook een bijpassend budget zouden krijgen, maar daarvan is niet of hooguit gedeeltelijk sprake. De taken die je noemde liggen weliswaar in het verlengde van de kerntaak van bibliotheken – de burger betrekken bij de kennissamenleving – maar als je als overheid die taakverbreding relevant acht, trek daar dan ook ruimhartig de buidel voor.’

Veel bibliotheken zitten in multifunctionele centra waar partijen de krachten bundelen ...
‘Wat mij betreft, moeten bibliotheken niet te verdund raken. Prima, om mensen op weg te helpen in de woeste wereld van de bureaucratie en de operationele kosten te delen met partners, maar laat het niet ten koste gaan van de meer muzische kant. Geef ruimte aan de verwondering, aan de meer filosofische vraag: hoe leef je goed, wat is een goed leven? In feite gaat elke roman daarover. Of ik daarmee zeg: bibliothecaris, blijf bij je leest? Het is niet aan mij om dat te zeggen, maar het is toch zo dat bibliotheekmensen bij de bibliotheek zijn gaan werken omdat ze liefde voor de letteren en voor boeken hebben? Ik gun ze dat ze die liefde mogen uitdragen en niet een soort administrateur van de bureaucratie worden.’

De meeste bibliotheekmedewerkers van nu hebben geen vakinhoudelijke opleiding gevolgd, maar hebben een achtergrond in bijvoorbeeld de IT, onderwijs, sociologie of marketing …
‘Voor mij gaat het om de ziel van deze instelling, en die zit in de letteren. Begrijp me niet verkeerd: het gaat mij niet om de boeken, maar om wat in die boeken staat, om datgene wat raakt aan de levensvragen. En wel op een manier die onderzoekend en bespiegelend is. De waardering voor die houding is wat je als bibliothecaris volgens mij moet uitstralen. Om die reden zeg ik: blijf die prachtige boeken koesteren. Hoe ik het vak van bibliothecaris zie, is ziel geven aan een gemeenschap. In mijn woorden: reflectie op wat het is een mens te zijn. Dat doel kun je via meerdere dragers bereiken – naast boeken zijn bijvoorbeeld ook films en muziek daarvoor geschikt – maar het begint bij een experimentele, democratische, verruimende houding. Voor mij is het boek een koninklijke weg naar contact met mijn binnenwereld, maar voor anderen zijn andere media wellicht beter. Het boek is niet de enige weg, maar het is wel een belangrijk instrument vanwege zijn onvervangbare kwaliteiten.’

Zou jij bibliotheekdirecteur willen zijn?
‘Een mooie vraag, maar ik denk niet dat zo’n baan iets voor mij zou zijn. Ik ben namelijk geen manager. Wat ik me wel kan voorstellen, is dat ik leesconsulent zou zijn. Ik heb het nu te druk, maar ik zie mijzelf dat als vrijwilliger wel doen wanneer ik uitgewerkt ben.’

Je hebt je diverse keren uitgesproken tegen eenzijdig en totalitair denken ...
‘In deze bibliotheek staan honderdduizenden boeken. De meerstemmigheid daarvan is toch geweldig? Al die schrijvers hebben met toewijding kunnen zeggen wat ze wilden. Hier bloeien honderdduizenden stemmen. Die stemmen zijn het vaak niet met elkaar eens, maar dat is het punt niet. Het interesseert me niet of iemand het eens is met mij. Als iemand de moeite heeft genomen om met toewijding zijn of haar gedachten op papier te zetten, en als dat mij aan het denken zet, maakt dat mij niet alleen blij maar bovenal gelukkig.’

Bibliotheekblad 5 • mei 2024

Marjan Slob, Denker des Vaderlands

Marjan Slob: ‘Het is toch geweldig dat jonge mensen zich ook nu nog kunnen ontwikkelen in de bibliotheek. Er is nog steeds behoefte aan een plek waar de menselijke kennis geconcentreerd is en voor iedereen ter beschikking staat, ook in dit digitale tijdperk.’

Bibliotheekblad 5 • mei 2024

Ons land kent een Kok des Vaderlands, een Stripmaker des Vaderlands, een Fotograaf des Vaderlands, en zo kunnen we nog wel even doorgaan. Wat is volgens de vaandeldragers van hun vak de functie van de bibliotheek, is de centrale vraagstelling in deze nieuwe rubriek. Als eerste geven we het woord aan filosoof Marjan Slob, Denker des Vaderlands.

‘De bibliotheek is voor mij een plek van gulheid’

Tekst en foto: Eimer Wieldraaijer
• Video: Studium
Generale Maastricht University

Marjan Slob sprak voor de Studium Generale Lezingen van Maastricht University over het thema eenzaamheid.

Filosoof Marjan Slob (1964) is geboren en getogen in Giessenburg in de Alblasserwaard, bij menigeen bekend als de Bible Belt van Zuid-Holland. In hoeverre heeft die achtergrond meegespeeld in haar latere studiekeuze? ‘Ik heb mijn jeugd als veilig en geborgen ervaren, maar het was geen intellectueel stimulerende omgeving waarin ik opgroeide. De kerk speelde evenmin een rol in ons gezin, al krijg je die bevindelijke sfeer wel mee. Het was een omgeving zonder veel woorden, zonder veel taal, zonder veel verwondering. In die zin heb ik me wel ontheemd gevoeld, want zolang ik me kan herinneren heb ik interesse gehad in hoe mensen over zichzelf nadenken. Ik dacht: psychologie is de wetenschap van de mensen, daarom ben ik indertijd dat gaan studeren. Algauw besefte ik echter dat de vragen waar ik mee liep filosofische vragen waren. Om die reden ben ik overgestapt naar die studie.’

Je vergelijkt je werk als publieksfilosoof wel eens met dat van een loodgieter. Iemand die lekkages of verstoppingen in denkpatronen opspoort en deze probeert te verhelpen ...

‘Sinds april 2023 ben ik Denker des Vaderlands. Dat is een eretitel die ik twee jaar mag dragen, met als doelstelling om het belang, de waarde en de schoonheid van filosofie uit te dragen aan een zo breed mogelijk publiek. Mijn toegevoegde waarde moet bestaan uit het vinden van alledaagse voorbeelden die duidelijk maken wat filosofie kan betekenen voor iedereen. Denker des Vaderlands is best een bombastische titel, dus ik heb wel het gevoel dat ik iets waar te maken heb. In die zin legt het wel degelijk een zekere druk op me.’

Je hebt illustere voorgangers, zoals Hans Achterhuis, René Gude, Marli Huijer en Daan Rovers. Welke accenten wil jij leggen om je te onderscheiden van de filosofen die je voorgingen?

‘Ik ben mijn eigen instrument. Ik kan het alleen maar doen zoals ik het doe. In een folder van de Universiteit Utrecht, waar ik gestudeerd heb, werd filosofie omschreven als een vak met een bètakant (logisch en strak redeneren), een gammakant (kennis over de wereld inzetten voor mensen) en een alfakant (toegespitst op letteren, zeg maar: de meer muzische kant). Die muzische kant heb ik mijn voorgangers wat minder zien uitdrukken. Het belang van de kunsten, de letteren, het zoeken naar nieuwe taal- en expressievormen, dat is voor mij heel wezenlijk, dus daar leg ik met name het accent op.’

Waar blijkt dat uit?
‘Onder andere uit de plekken waar ik spreek. Ik heb bijvoorbeeld iets gedaan met Nicole Beutler, een choreograaf, en met Musica Sacra, het kunstenfestival in Maastricht met onder andere muziek, dans en theater. Op Oerol, het jaarlijkse culturele festival op Terschelling, ga ik waarschijnlijk iets met theater doen. Ik vind het mooi mijn inzet te verbinden aan mensen die iets nieuws maken. Kunstenaars die creatief uitdrukken wat ze in hun binnenste voelen.’

Zie je daarin ook een rol weggelegd voor de bibliotheek, zoals deze in Utrecht?
‘De bibliotheek is een weelde aan pogingen van mensen om zich in die zin uit te drukken. Heel veel boeken die hier staan zijn geschreven door auteurs die verwoorden hoe het leven op hen overkomt. Hun teksten zijn de uitdrukking van de dingen die voor hen van belang zijn, ze verwoorden wat van waarde is in een mensenleven. Dat voel ik, en dat vind ik geweldig.’

Wat vind je van deze nieuwe bibliotheek aan Neude in het voormalige hoofdpostkantoor?
‘Een prachtig gebouw op een mooie centrale locatie. Een levendig geheel met veel werkplekken waar jongeren lekker kunnen studeren. Een plek vol allure, waar je anderen ontmoet, waar je in aanraking komt met de geestkracht in al die boeken. Een humane omgeving, die is verrijkt met een theaterzaaltje en een leescafé. Er vinden diverse bijeenkomsten plaats. Wat ik minder geslaagd vind, is de inrichting van de collectie, die vind ik verwarrend. De afdeling Filosofie staat bijvoorbeeld wat verloren in een zee van andere boeken.’

Speelde de bibliotheek een rol in jouw jeugd?
‘Absoluut. Veel meer nog dan nu. Vroeger opende de bibliotheek voor mij de wereld. De bibliotheek heeft mijn leefwereld geopend en verruimd. Het feit dat daar een wereld te vinden was, veel groter dan ik van huis uit en op school meekreeg, was een echte openbaring. De bibliotheek was voor mij één groot denkavontuur. Een plek van gulheid. Niet dat ik het als kind zo wist te benoemen, maar het omschrijft wel mijn gevoel van toen. Dat er een fantastisch publiek bezit was dat ik zomaar mocht lenen en mee naar huis mocht nemen, dat ik zomaar in de schoot geworpen kreeg. Een gunst die mijn denkervaring zo veel ruimer maakte. Ik weet niet hoe ik eruit zou hebben gezien zonder de bibliotheek, echt niet.’

Is die bibliotheekfunctie anno 2024 nog steeds dezelfde of is zij veranderd?

‘Die functie is ongewijzigd. Het is toch geweldig dat jonge mensen zich ook nu nog kunnen ontwikkelen in de bibliotheek. Er is nog steeds behoefte aan een plek waar de menselijke kennis geconcentreerd is en voor iedereen ter beschikking staat. Ook in dit digitale tijdperk is er behoefte aan een fysieke plek waar je kunt experimenteren, waar je verrast kunt worden. De waarde van zo’n levensvormende plek valt nauwelijks te overschatten.’

Pakweg twintig jaar geleden was men nogal somber over de toekomst van de bibliotheek. Het boek zou verdwijnen en daarmee ook de bibliotheek. Dat pessimisme is weggesmolten als sneeuw voor de zon. De bibliotheek is onomstreden. Her en der in Nederland zijn schitterende nieuwe bibliotheken verrezen. Er kwam weer een Bibliotheekwet, en sinds kort is er de verplichting voor elke gemeente om een bibliotheekvoorziening te faciliteren ...
‘Aan de andere kan hoor je nog steeds dat jongeren minder lezen dan vroeger. Zelf beleef ik als vijftigplusser veel plezier aan het fysieke boek, maar jongeren maken vaak gebruik van andere informatiedragers. Dus of zij nou zo veel minder lezen? In mijn jeugd lazen de meeste jongeren ook niet. Voor mijn meeste leeftijdsgenoten was de bibliotheek lang niet zo levensvormend als voor mij. Dat zal nu niet anders zijn, maar de bibliotheek kan nog steeds iemands leven enorm verrijken, en daar gaat het om. Het is zo belangrijk dat kinderen die ervoor openstaan die keuzemogelijkheid hebben en grijpen. Ik gun alle mensen van nu en in de toekomst de kans die ik als kind kreeg. De bibliotheek als tempel van menselijke reflectie heeft nog altijd een ontzettend belangrijke en onvervangbare functie. Kijk om je heen, en zie hoe druk het hier is. Ik zie veel jongeren die geen boek lezen, maar ze zitten hier wel.’

Je hebt het steeds over boeken, maar de bibliotheek van nu heeft ook andere taken op zich genomen. Bijvoorbeeld mensen helpen bij het invullen van hun belastingformulier of minderdraagkrachtige burgers wijzen op de mogelijkheid van het aanvragen van toeslagen ...
‘Op zichzelf juich ik die verbreding van taken toe, maar ik hoop wel dat de kerntaak van bibliotheken daardoor niet verzwakt. Die kerntaak is het op peil houden en toegankelijk maken van een goede collectie. Eerlijk gezegd, vind ik het een beetje treurig dat bibliotheekmensen het sociaal werk moeten overnemen dat wegbezuinigd is. Dat zou nog tot daaraan toe zijn als ze ook een bijpassend budget zouden krijgen, maar daarvan is niet of hooguit gedeeltelijk sprake. De taken die je noemde liggen weliswaar in het verlengde van de kerntaak van bibliotheken – de burger betrekken bij de kennissamenleving – maar als je als overheid die taakverbreding relevant acht, trek daar dan ook ruimhartig de buidel voor.’

Veel bibliotheken zitten in multifunctionele centra waar partijen de krachten bundelen ...
‘Wat mij betreft, moeten bibliotheken niet te verdund raken. Prima, om mensen op weg te helpen in de woeste wereld van de bureaucratie en de operationele kosten te delen met partners, maar laat het niet ten koste gaan van de meer muzische kant. Geef ruimte aan de verwondering, aan de meer filosofische vraag: hoe leef je goed, wat is een goed leven? In feite gaat elke roman daarover. Of ik daarmee zeg: bibliothecaris, blijf bij je leest? Het is niet aan mij om dat te zeggen, maar het is toch zo dat bibliotheekmensen bij de bibliotheek zijn gaan werken omdat ze liefde voor de letteren en voor boeken hebben? Ik gun ze dat ze die liefde mogen uitdragen en niet een soort administrateur van de bureaucratie worden.’

De meeste bibliotheekmedewerkers van nu hebben geen vakinhoudelijke opleiding gevolgd, maar hebben een achtergrond in bijvoorbeeld de IT, onderwijs, sociologie of marketing …
‘Voor mij gaat het om de ziel van deze instelling, en die zit in de letteren. Begrijp me niet verkeerd: het gaat mij niet om de boeken, maar om wat in die boeken staat, om datgene wat raakt aan de levensvragen. En wel op een manier die onderzoekend en bespiegelend is. De waardering voor die houding is wat je als bibliothecaris volgens mij moet uitstralen. Om die reden zeg ik: blijf die prachtige boeken koesteren. Hoe ik het vak van bibliothecaris zie, is ziel geven aan een gemeenschap. In mijn woorden: reflectie op wat het is een mens te zijn. Dat doel kun je via meerdere dragers bereiken – naast boeken zijn bijvoorbeeld ook films en muziek daarvoor geschikt – maar het begint bij een experimentele, democratische, verruimende houding. Voor mij is het boek een koninklijke weg naar contact met mijn binnenwereld, maar voor anderen zijn andere media wellicht beter. Het boek is niet de enige weg, maar het is wel een belangrijk instrument vanwege zijn onvervangbare kwaliteiten.’

Zou jij bibliotheekdirecteur willen zijn?
‘Een mooie vraag, maar ik denk niet dat zo’n baan iets voor mij zou zijn. Ik ben namelijk geen manager. Wat ik me wel kan voorstellen, is dat ik leesconsulent zou zijn. Ik heb het nu te druk, maar ik zie mijzelf dat als vrijwilliger wel doen wanneer ik uitgewerkt ben.’

Je hebt je diverse keren uitgesproken tegen eenzijdig en totalitair denken ...
‘In deze bibliotheek staan honderdduizenden boeken. De meerstemmigheid daarvan is toch geweldig? Al die schrijvers hebben met toewijding kunnen zeggen wat ze wilden. Hier bloeien honderdduizenden stemmen. Die stemmen zijn het vaak niet met elkaar eens, maar dat is het punt niet. Het interesseert me niet of iemand het eens is met mij. Als iemand de moeite heeft genomen om met toewijding zijn of haar gedachten op papier te zetten, en als dat mij aan het denken zet, maakt dat mij niet alleen blij maar bovenal gelukkig.’