Een kijkje achter de schermen in een bajesbieb (deel I)

Hoe is het om te werken in een bajesbieb? Over een paar jaar werkt Irma (medewerkers van penitentiaire inrichtingen mogen niet met achternaam genoemd worden, red.) al veertig jaar in de bibliotheek in de Penitentiaire Inrichting in Vught. ‘Ik doe dit niet alleen,’ benadrukt ze meteen. ‘Er zijn hier verschillende afdelingen en drie verschillende bibliotheken. Over gedetineerden bestaan “buiten” soms de raarste ideeën. Als je hier werkt, kom je al snel tot de conclusie dat zij eigenlijk normale mensen zijn. Alleen hebben ze iets gedaan wat in strijd is met de wet. En daarom zijn ze hier!’

‘Een belangrijke ontmoetingsplek
voor sociaal contact’

Gevangenisbibliotheken

Tekst: Linda van Pelt • Illustratie: Google Gemini

Rake klappen
Na afronding van haar opleiding aan de Bibliotheek Academie in Tilburg koos Irma niet direct en bewust voor werken in de gevangenis. ‘In de periode dat ik afstudeerde, eind jaren ‘80 van de vorige eeuw, vielen er rake klappen in de bibliotheekwereld. Het was zelfs al moeilijk om een plek op de Academie te bemachtigen. Per ongeluk raakte mijn aanmelding onderop de stapel en ik werd uitgeloot. Dat gaf me wél de gelegenheid om alvast een jaar, ongediplomeerd, praktijkervaring op te doen in de bibliotheek van Tilburg. Dit bleek later een gouden jaar, want ik werd nauw betrokken bij de voorbereidingen van de verhuizing naar een nieuw gebouw. Toen ik uiteindelijk aan de opleiding kon beginnen, had ik al de nodige achtergrondkennis van binnenuit. ‘Jij hebt zó werk,’ zeiden de mensen om me heen, toen ik mijn diploma kreeg. Maar bibliotheken waren huiverig om vaste contracten te geven, dus had ik geen andere keuze dan mijn uren bij elkaar sprokkelen met invalwerk. In bibliotheken, in bejaardenhuizen, ziekenhuizen, de bibliobus.’

Het uiteindelijke kleine contract in Tilburg gaf onvoldoende uren. En toen kwam die vacature in Vught in beeld. ‘Niet aan de bak, dan maar in de bak,’ was Irma’s redenatie om de situatie een positieve draai te geven. Met deze uitspraak als begin van haar sollicitatiebrief en een grondige voorbereiding op het daaropvolgende gesprek (door het lezen van de aanbeveling voor gevangenisbibliotheken, geschreven door voormalig adviseur van Justitie Frances Kaiser) kon Irma in het voorjaar van 1989 van start in een voor haar “compleet nieuwe wereld”.

Waar moet ik heen?
Ze ziet nóg voor zich hoe ze binnenkwam, die eerste dag in Vught. ‘De bibliotheek was in de vroegere tandartsruimte, klein en rommelig. Wat een wereld van verschil met de openbare bibliotheek in Tilburg, waar de boeken netjes in het gelid stonden. ‘Mijn handen jeuken’, waren mijn eerste woorden. In die tijd werd er nog weinig belang gehecht aan bibliotheken in de gevangenis. En voor de bibliotheken die er wel waren, zoals in Vught, was er weinig budget. Er stonden vooral afgeschreven boeken, van een goede collectie was geen sprake.’

In Irma’s begintijd in Vught runde ze de bibliotheek samen met een docent van de afdeling Educatie.

‘Zij had de overstap gemaakt van onderwijs naar bibliotheek, maar ze was een fijne collega die me wegwijs maakte. Zelf werkte ik in die tijd ook nog 16 uur in de buitenbieb,’ zoals Irma haar werk bij de openbare bibliotheek Tilburg ging noemen. ‘Ik leefde als het ware in twee werelden. Leuk en aanvullend, maar ook weleens vermoeiend. Soms dacht ik bij het wakker worden: wat voor dag is het vandaag? Waar moet ik heen?’

Hart
Decennia later is er veel veranderd. Als bibliothecaris zorgt Irma voor het beheer van de bibliotheek, het verstrekken van informatie en (vak)literatuur aan gedetineerden en medewerkers en het vertalen van de vraag naar een collectie-aanbod, afgestemd op kennisniveau, culturen en talen.

‘Buitenlandse boeken zijn hier heel belangrijk. Daarvan hebben wij er waarschijnlijk zelfs meer dan in de openbare bibliotheken. Russisch, Oekraïens, Pools, Bulgaars, Chinees. In alle talen schaffen de gevangenisbibliotheken gezamenlijk boeken aan. Dat gebeurt in onderling overleg met de bajesbiebcollega’s en wij ruilen regelmatig onderling, want het is niet haalbaar en ook niet nodig om alles zelf beschikbaar te hebben. We doen wel ons best om zowel de collecties als de vakkundige knowhow op orde te houden, maar daarvoor is wel een financiële injectie nodig.’

Er kunnen zo’n 310 mannen gebruik maken van Irma’s bibliotheek, als onderdeel van het activiteitenprogramma, verder bestaande uit onderwijs, sport, geestelijke verzorging, therapie en het reïntegratietraject. De bezoektijd varieert van een half uur tot een uur, en de mannen komen altijd groepsgewijs met een begeleider, een zogeheten PIW’er (Penitentiair Inrichtingswerker of een ZBIW-er (Zorg- en Behandelinrichtingswerker).

Irma: ‘Ik weet wanneer welke groep van zo’n twaalf personen aan de beurt is, maar nooit precies wie er komt. De belangstelling is groot. Logisch, want in de gevangenis heb je niet zoveel te doen, dus de bibliotheek geeft een leuke afleiding. Sommige mannen hebben van huis uit geen leescultuur en lopen hier wat rond, blij om even weg te zijn van hun afdeling. Anderen komen de krant lezen. Vooral rond de actualiteiten ontstaan vaak spontaan gesprekken of zelfs discussies. De bibliotheek is het hart van de inrichting: een belangrijke ontmoetingsplek voor sociaal contact.’

Buitenbieb of buitenbeentjes
Irma werkt op de afdeling PPC (Penitentiair Psychiatrisch Centrum, een onderdeel binnen het gevangeniswezen met zorg voor gedetineerden met psychiatrische aandoeningen, een verslaving of een verstandelijke beperking, red.)

‘Op het PPC is het belangrijk om feeling te hebben met de doelgroep. Dat heb ik in de loop der jaren wel geleerd. Mijn ene collega werkt in het regulier bibliotheekwerk, onder andere voor mensen die – nog in afwachting van hun definitieve veroordeling – verblijven in het Huis van Bewaring. Onze derde bibliothecaris werkt op de afdeling TA, voor gedetineerden die worden verdacht van terroristische activiteiten.’

Vanwege de grote verscheidenheid aan aanvragen van boeken maken Irma en haar collega’s regelmatig gebruik van het interbibliothecair leenverkeer. ‘Dat is handig, maar helaas worden wij als bajesbieb weleens over het hoofd gezien. Zo worden wij lang niet altijd geïnformeerd, als er iets veranderd is in het IBL-systeem,’ is haar ervaring.

Whodunnit
Vooral nieuwe gedetineerden hebben weleens behoefte aan een praatje met de bibliothecaris. ‘Soms zitten nieuwe bewoners hier in zak en as. Ik doe mijn best ze te motiveren om regelmatig naar de bibliotheek te komen. Als je een boek leest dat je aanspreekt of je verdiept in een onderwerp dat je interesseert, lijkt het of de tijd sneller loopt. Ik zeg dan: ‘Volgende week zie ik je weer terug, hè?’ en daar houd ik ze ook aan. Vooral omdat ik weet dat een bibliotheekbezoekje iemand in een moeilijke periode toch een beetje kan opfleuren. Dat geldt ook voor degenen die van huis uit niet van die fanatieke lezers zijn. Soms moet je de lol van het lezen eerst ontdekken. Kijk naar Eus (Özcan Akyol, red.) die er niet geheimzinnig over doet dat hij ooit in de gevangenis zat en door een van de bewaarders werd meegenomen naar de bibliotheek. Daar is hij enthousiast aan het lezen geslagen. Hij is een van de mooiste uithangborden voor ons werk: het bewijs hoe lezen je wereld kan veranderen.’

Kent Irma alle bibliotheekbezoekers persoonlijk? ‘De meesten ken ik in ieder geval van gezicht. Vroeger was de gevangenis – en daarmee ook de bibliotheek – veel kleiner en waren de lijnen korter. Ik weet ook lang niet altijd waarom iemand in de gevangenis zit. Ik hoef ook zeker niet alle details te weten, maar soms is het wel nuttig om enige achtergrondinformatie te hebben. De ene keer word ik door collega’s over de hoofdlijnen geïnformeerd, de andere keer haal ik wat informatie uit de krant. Dat is voor mij genoeg. Ik ben me er wel bewust van dat ik in Vught voortdurend alert moet zijn op veiligheidsaspecten. Geen scharen of andere scherpe voorwerpen laten slingeren. Altijd een sleutelbos en pieper bij me hebben. De deur op slot als ik mijn bibliotheek verlaat.’

Alles al gelezen
Zelf leest Irma graag. ‘Minder dan vroeger, maar dat heeft misschien ook met de leeftijd te maken. Vroeger veel thrillers, tegenwoordig vooral psychologische romans. Verder sta ik altijd áán voor Vught. Dat is een automatisme. Of het nu iets interessants is op tv of op de radio, of iets wat ik zie in een boekwinkel. Soms denk ik: dit moeten we hebben in Vught!’

Haar idee dat de bibliotheek in Vught nu best een grote collectie heeft, wordt ondersteund als er iemand binnenkomt die is overgeplaatst vanuit een andere gevangenis en roept: ‘Dat ziet er niet verkeerd uit!’ Toch blijven er altijd mannen die roepen dat ze Alles Al Gelezen hebben. Irma moet daar vaak een beetje om glimlachen. ‘Natuurlijk bestaan er veellezers, maar vaak lukt het me wel om nog wat gerichte suggesties te doen. De belangstelling van de mannen is trouwens veel breder dan het stereotiepe beeld dat in de maatschappij bestaat, dat gedetineerden alleen maar misdaadboeken lezen of misdaadseries kijken.’

Haar advies is soms ook inhoudelijk. ‘Bijvoorbeeld als een jonge verslaafde een boek over iemand die coke gebruikt wil lezen, vraag ik: is dat wel handig? Omdat dit zucht kan opwekken. Soms zet zo iemand het boek dan terug. Soms niet. Dat blijft altijd een persoonlijke beslissing. Ik geef alleen advies.’

Vrijheid
De gevangenen zijn hun vrijheid kwijt. Dat dit heel lastig is, begrijpt Irma goed.

Zelf ervaart ze, misschien gek, juist méér vrijheid in de bajesbieb dan in de openbare bibliotheek. ‘Bij die laatste word je geacht mee te doen met het complete programma aan activiteiten, bijvoorbeeld rond de Boekenweek. Mijn collega’s en ik kunnen meer onze eigen accenten leggen en creativiteit gebruiken om er een persoonlijke invulling aan te geven. Dat betekent óók dat we zelf verantwoordelijk zijn voor alle taken. De openbare bibliotheek heeft verschillende afdelingen met een eigen takenpakket. Hier binnen zijn wij alle drie generalist: van boeken bestellen, inwerken tot aanvragen. Dit gebeurt via de Koninklijke Bibliotheek, Universiteitsbibliotheken, Hogeschoolbibliotheken en ook openbare bibliotheken, zoals hier dichtbij huis in Vught. Soms gaan die aanvragen tegen betaling, maar als iemand echt serieus met een studie bezig is en daarvoor informatie nodig heeft, doe ik mijn best dat aangevraagde boek te krijgen, zodat iemand zich kan ontwikkelen als voorbereiding op vertrek uit de bajes. Ik wil zo’n studie- of re-integratietraject niet belemmeren. Straf is slechts één aspect van gevangenschap. Resocialisatie en terugkeer in de maatschappij zijn minstens zo belangrijk! En daar kan de bibliotheek aan bijdragen.’

Penitentiaire Inrichting (PI) Vught
De Penitentiaire Inrichting (PI) Vught, bestaande uit een terrein van circa 30 hectare, is een gevangenis, Huis van Bewaring (HvB), Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD), Extra Beveiligde Inrichting (EBI), Terroristen Afdeling (TA) en een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) voor Beheersproblematische Gedetineerden (BPG) en Zeer intensieve Specialistische Zorg (ZISZ).

Naschrift redactie
•Dit artikel bestaat uit drie delen. Deel II leest u in Bibliotheekblad 6-2025 en deel III in Bibliotheekblad 7-2025. In ons archief kunt u na inloggen alle afleveringen bekijken.

•Over re-integratie van gedetineerden met behulp van het Digisterker-lesprogramma, leest u op de volgende pagina.

Bibliotheekblad 5 • mei 2025

Bibliotheekblad 5 • mei 2025

Rake klappen
Na afronding van haar opleiding aan de Bibliotheek Academie in Tilburg koos Irma niet direct en bewust voor werken in de gevangenis. ‘In de periode dat ik afstudeerde, eind jaren ‘80 van de vorige eeuw, vielen er rake klappen in de bibliotheekwereld. Het was zelfs al moeilijk om een plek op de Academie te bemachtigen. Per ongeluk raakte mijn aanmelding onderop de stapel en ik werd uitgeloot. Dat gaf me wél de gelegenheid om alvast een jaar, ongediplomeerd, praktijkervaring op te doen in de bibliotheek van Tilburg. Dit bleek later een gouden jaar, want ik werd nauw betrokken bij de voorbereidingen van de verhuizing naar een nieuw gebouw. Toen ik uiteindelijk aan de opleiding kon beginnen, had ik al de nodige achtergrondkennis van binnenuit. ‘Jij hebt zó werk,’ zeiden de mensen om me heen, toen ik mijn diploma kreeg. Maar bibliotheken waren huiverig om vaste contracten te geven, dus had ik geen andere keuze dan mijn uren bij elkaar sprokkelen met invalwerk. In bibliotheken, in bejaardenhuizen, ziekenhuizen, de bibliobus.’

Het uiteindelijke kleine contract in Tilburg gaf onvoldoende uren. En toen kwam die vacature in Vught in beeld. ‘Niet aan de bak, dan maar in de bak,’ was Irma’s redenatie om de situatie een positieve draai te geven. Met deze uitspraak als begin van haar sollicitatiebrief en een grondige voorbereiding op het daaropvolgende gesprek (door het lezen van de aanbeveling voor gevangenisbibliotheken, geschreven door voormalig adviseur van Justitie Frances Kaiser) kon Irma in het voorjaar van 1989 van start in een voor haar “compleet nieuwe wereld”.

Waar moet ik heen?
Ze ziet nóg voor zich hoe ze binnenkwam, die eerste dag in Vught. ‘De bibliotheek was in de vroegere tandartsruimte, klein en rommelig. Wat een wereld van verschil met de openbare bibliotheek in Tilburg, waar de boeken netjes in het gelid stonden. ‘Mijn handen jeuken’, waren mijn eerste woorden. In die tijd werd er nog weinig belang gehecht aan bibliotheken in de gevangenis. En voor de bibliotheken die er wel waren, zoals in Vught, was er weinig budget. Er stonden vooral afgeschreven boeken, van een goede collectie was geen sprake.’

In Irma’s begintijd in Vught runde ze de bibliotheek samen met een docent van de afdeling Educatie.

‘Zij had de overstap gemaakt van onderwijs naar bibliotheek, maar ze was een fijne collega die me wegwijs maakte. Zelf werkte ik in die tijd ook nog 16 uur in de buitenbieb,’ zoals Irma haar werk bij de openbare bibliotheek Tilburg ging noemen. ‘Ik leefde als het ware in twee werelden. Leuk en aanvullend, maar ook weleens vermoeiend. Soms dacht ik bij het wakker worden: wat voor dag is het vandaag? Waar moet ik heen?’

Hart
Decennia later is er veel veranderd. Als bibliothecaris zorgt Irma voor het beheer van de bibliotheek, het verstrekken van informatie en (vak)literatuur aan gedetineerden en medewerkers en het vertalen van de vraag naar een collectie-aanbod, afgestemd op kennisniveau, culturen en talen.

‘Buitenlandse boeken zijn hier heel belangrijk. Daarvan hebben wij er waarschijnlijk zelfs meer dan in de openbare bibliotheken. Russisch, Oekraïens, Pools, Bulgaars, Chinees. In alle talen schaffen de gevangenisbibliotheken gezamenlijk boeken aan. Dat gebeurt in onderling overleg met de bajesbiebcollega’s en wij ruilen regelmatig onderling, want het is niet haalbaar en ook niet nodig om alles zelf beschikbaar te hebben. We doen wel ons best om zowel de collecties als de vakkundige knowhow op orde te houden, maar daarvoor is wel een financiële injectie nodig.’

Er kunnen zo’n 310 mannen gebruik maken van Irma’s bibliotheek, als onderdeel van het activiteitenprogramma, verder bestaande uit onderwijs, sport, geestelijke verzorging, therapie en het reïntegratietraject. De bezoektijd varieert van een half uur tot een uur, en de mannen komen altijd groepsgewijs met een begeleider, een zogeheten PIW’er (Penitentiair Inrichtingswerker of een ZBIW-er (Zorg- en Behandelinrichtingswerker).

Irma: ‘Ik weet wanneer welke groep van zo’n twaalf personen aan de beurt is, maar nooit precies wie er komt. De belangstelling is groot. Logisch, want in de gevangenis heb je niet zoveel te doen, dus de bibliotheek geeft een leuke afleiding. Sommige mannen hebben van huis uit geen leescultuur en lopen hier wat rond, blij om even weg te zijn van hun afdeling. Anderen komen de krant lezen. Vooral rond de actualiteiten ontstaan vaak spontaan gesprekken of zelfs discussies. De bibliotheek is het hart van de inrichting: een belangrijke ontmoetingsplek voor sociaal contact.’

Buitenbieb of buitenbeentjes
Irma werkt op de afdeling PPC (Penitentiair Psychiatrisch Centrum, een onderdeel binnen het gevangeniswezen met zorg voor gedetineerden met psychiatrische aandoeningen, een verslaving of een verstandelijke beperking, red.)

‘Op het PPC is het belangrijk om feeling te hebben met de doelgroep. Dat heb ik in de loop der jaren wel geleerd. Mijn ene collega werkt in het regulier bibliotheekwerk, onder andere voor mensen die – nog in afwachting van hun definitieve veroordeling – verblijven in het Huis van Bewaring. Onze derde bibliothecaris werkt op de afdeling TA, voor gedetineerden die worden verdacht van terroristische activiteiten.’

Vanwege de grote verscheidenheid aan aanvragen van boeken maken Irma en haar collega’s regelmatig gebruik van het interbibliothecair leenverkeer. ‘Dat is handig, maar helaas worden wij als bajesbieb weleens over het hoofd gezien. Zo worden wij lang niet altijd geïnformeerd, als er iets veranderd is in het IBL-systeem,’ is haar ervaring.

Whodunnit
Vooral nieuwe gedetineerden hebben weleens behoefte aan een praatje met de bibliothecaris. ‘Soms zitten nieuwe bewoners hier in zak en as. Ik doe mijn best ze te motiveren om regelmatig naar de bibliotheek te komen. Als je een boek leest dat je aanspreekt of je verdiept in een onderwerp dat je interesseert, lijkt het of de tijd sneller loopt. Ik zeg dan: ‘Volgende week zie ik je weer terug, hè?’ en daar houd ik ze ook aan. Vooral omdat ik weet dat een bibliotheekbezoekje iemand in een moeilijke periode toch een beetje kan opfleuren. Dat geldt ook voor degenen die van huis uit niet van die fanatieke lezers zijn. Soms moet je de lol van het lezen eerst ontdekken. Kijk naar Eus (Özcan Akyol, red.) die er niet geheimzinnig over doet dat hij ooit in de gevangenis zat en door een van de bewaarders werd meegenomen naar de bibliotheek. Daar is hij enthousiast aan het lezen geslagen. Hij is een van de mooiste uithangborden voor ons werk: het bewijs hoe lezen je wereld kan veranderen.’

Kent Irma alle bibliotheekbezoekers persoonlijk? ‘De meesten ken ik in ieder geval van gezicht. Vroeger was de gevangenis – en daarmee ook de bibliotheek – veel kleiner en waren de lijnen korter. Ik weet ook lang niet altijd waarom iemand in de gevangenis zit. Ik hoef ook zeker niet alle details te weten, maar soms is het wel nuttig om enige achtergrondinformatie te hebben. De ene keer word ik door collega’s over de hoofdlijnen geïnformeerd, de andere keer haal ik wat informatie uit de krant. Dat is voor mij genoeg. Ik ben me er wel bewust van dat ik in Vught voortdurend alert moet zijn op veiligheidsaspecten. Geen scharen of andere scherpe voorwerpen laten slingeren. Altijd een sleutelbos en pieper bij me hebben. De deur op slot als ik mijn bibliotheek verlaat.’

Alles al gelezen
Zelf leest Irma graag. ‘Minder dan vroeger, maar dat heeft misschien ook met de leeftijd te maken. Vroeger veel thrillers, tegenwoordig vooral psychologische romans. Verder sta ik altijd áán voor Vught. Dat is een automatisme. Of het nu iets interessants is op tv of op de radio, of iets wat ik zie in een boekwinkel. Soms denk ik: dit moeten we hebben in Vught!’

Haar idee dat de bibliotheek in Vught nu best een grote collectie heeft, wordt ondersteund als er iemand binnenkomt die is overgeplaatst vanuit een andere gevangenis en roept: ‘Dat ziet er niet verkeerd uit!’ Toch blijven er altijd mannen die roepen dat ze Alles Al Gelezen hebben. Irma moet daar vaak een beetje om glimlachen. ‘Natuurlijk bestaan er veellezers, maar vaak lukt het me wel om nog wat gerichte suggesties te doen. De belangstelling van de mannen is trouwens veel breder dan het stereotiepe beeld dat in de maatschappij bestaat, dat gedetineerden alleen maar misdaadboeken lezen of misdaadseries kijken.’

Haar advies is soms ook inhoudelijk. ‘Bijvoorbeeld als een jonge verslaafde een boek over iemand die coke gebruikt wil lezen, vraag ik: is dat wel handig? Omdat dit zucht kan opwekken. Soms zet zo iemand het boek dan terug. Soms niet. Dat blijft altijd een persoonlijke beslissing. Ik geef alleen advies.’

Vrijheid
De gevangenen zijn hun vrijheid kwijt. Dat dit heel lastig is, begrijpt Irma goed.

Zelf ervaart ze, misschien gek, juist méér vrijheid in de bajesbieb dan in de openbare bibliotheek. ‘Bij die laatste word je geacht mee te doen met het complete programma aan activiteiten, bijvoorbeeld rond de Boekenweek. Mijn collega’s en ik kunnen meer onze eigen accenten leggen en creativiteit gebruiken om er een persoonlijke invulling aan te geven. Dat betekent óók dat we zelf verantwoordelijk zijn voor alle taken. De openbare bibliotheek heeft verschillende afdelingen met een eigen takenpakket. Hier binnen zijn wij alle drie generalist: van boeken bestellen, inwerken tot aanvragen. Dit gebeurt via de Koninklijke Bibliotheek, Universiteitsbibliotheken, Hogeschoolbibliotheken en ook openbare bibliotheken, zoals hier dichtbij huis in Vught. Soms gaan die aanvragen tegen betaling, maar als iemand echt serieus met een studie bezig is en daarvoor informatie nodig heeft, doe ik mijn best dat aangevraagde boek te krijgen, zodat iemand zich kan ontwikkelen als voorbereiding op vertrek uit de bajes. Ik wil zo’n studie- of re-integratietraject niet belemmeren. Straf is slechts één aspect van gevangenschap. Resocialisatie en terugkeer in de maatschappij zijn minstens zo belangrijk! En daar kan de bibliotheek aan bijdragen.’

Penitentiaire Inrichting (PI) Vught
De Penitentiaire Inrichting (PI) Vught, bestaande uit een terrein van circa 30 hectare, is een gevangenis, Huis van Bewaring (HvB), Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD), Extra Beveiligde Inrichting (EBI), Terroristen Afdeling (TA) en een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) voor Beheersproblematische Gedetineerden (BPG) en Zeer intensieve Specialistische Zorg (ZISZ).

Naschrift redactie
•Dit artikel bestaat uit drie delen. Deel II leest u in Bibliotheekblad 6-2025 en deel III in Bibliotheekblad 7-2025. In ons archief kunt u na inloggen alle afleveringen bekijken.

•Over re-integratie van gedetineerden met behulp van het Digisterker-lesprogramma, leest u op de volgende pagina.

Hoe is het om te werken in een bajesbieb? Over een paar jaar werkt Irma (medewerkers van penitentiaire inrichtingen mogen niet met achternaam genoemd worden, red.) al veertig jaar in de bibliotheek in de Penitentiaire Inrichting in Vught. ‘Ik doe dit niet alleen,’ benadrukt ze meteen. ‘Er zijn hier verschillende afdelingen en drie verschillende bibliotheken. Over gedetineerden bestaan “buiten” soms de raarste ideeën. Als je hier werkt, kom je al snel tot de conclusie dat zij eigenlijk normale mensen zijn. Alleen hebben ze iets gedaan wat in strijd is met de wet. En daarom zijn ze hier!’

‘Een belangrijke ontmoetingsplek
voor sociaal contact’

Tekst: Linda van Pelt • Illustratie: Google Gemini

Gevangenisbibliotheken

Een kijkje achter de schermen in een bajesbieb (deel I)