Bibliotheekblad 5 • mei / juni 2026

Nieuw gezamenlijk collectieplan gepubliceerd

Soms wordt wachten beloond: het nieuwe gezamenlijke collectieplan voor de periode 2026-2030 is gepubliceerd. Na een uitgebreid consultatieproces ligt er nu een document met heldere speerpunten voor de nabije toekomst. Onderzoeker Maurits van der Graaf, netwerkcommissievoorzitter Nan van Schendel (directeur-bestuurder Huis73), netwerkcommissielid Frans Bergfeld (directeur-bestuurder Probiblio), expertgroeplid Margriet van Leeuwen en KB-coördinator Anouk Hagenvoort vertellen over het proces.

‘Dit is een plan van de hele sector’


Collectioneren / collectiebeleid

TEKST: Anne Louïse van den Dool • Foto: Jacqueline van der Kort, Beeldstudio, KB nationale bibliotheek

Daarmee werd bewust gewacht tot de nieuwe editie van de Netwerkagenda was gelanceerd: die vormt namelijk de basis van de nieuwe editie van het gezamenlijke collectieplan. In beide documenten staan dezelfde drie maatschappelijke opgaven centraal: de geletterde samenleving, participatie in de informatiesamenleving en een leven lang ontwikkelen. De collectie is een essentieel middel om met deze onderwerpen aan de slag te gaan, is de achterliggende gedachte.

Geen papieren tijger
Het opstellen van het gezamenlijk collectieplan is een wettelijke verplichting, die opgenomen is in de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) als taak van de KB. Toch vroeg Van der Graaf zich wel even af of de nieuwe versie van het plan geen ‘papieren tijger’ zou worden. ‘Daarom heb ik aan het begin van deze opdracht met een aantal collectiespecialisten gesproken: wat is voor jou de meerwaarde van dit plan? Gelukkig bleek het daadwerkelijk te worden gebruikt als basis voor lokale collectieplannen.’

Ook op provinciaal niveau wordt dankbaar gebruikgemaakt van het gezamenlijk collectieplan, weet Frans Bergfeld, directeur-bestuurder van Probiblio, uit eigen ervaring. ‘Vanwege de vertraging in de planning zijn wij alvast verdergegaan met het creëren van een nieuw provinciaal collectieplan, maar idealiter bouw je als POI voort op landelijke afspraken. Bovendien geven we met dit document een belangrijk signaal af: collectie staat in onze branche centraal.’

Democratisch proces
De nieuwe editie van het plan kwam tot stand met dank aan vele meedenkers uit de sector, vertelt Van der Graaf. ‘Eerst ben ik in alle cijfers rondom collectie gedoken. Vervolgens heb ik vijf collectiespecialisten van onder meer dbieb, Bibliotheek Eemland, Bibliotheek Eindhoven en Bibliotheek Midden-Brabant geïnterviewd over hun behoeften en de praktische toepassing van het plan. Daarna heb ik aan alle koersgroepen gevraagd wat de betekenis van de Netwerkagenda voor de collectie in hun ogen is.’

Vervolgens organiseerde Van der Graaf een zestal sessies met de expertgroep, met leden van onder meer Bibliotheek Rotterdam, Bibliotheek Utrecht, de OBA, Rijnbrink, Probiblio en de KB. Ook hield hij aparte interviews met andere betrokkenen uit het veld, waaronder Muziekweb, Musidesk, Stichting Lezen, Aangepast Lezen en NBD Biblion. Bij de feedbackronde op het concept van het plan in januari waren nog eens meer dan honderd bibliotheekcollega’s betrokken. ‘Dat leverde 36 kantjes aan reacties op,’ aldus Van der Graaf. ‘Die hebben we zoveel mogelijk verwerkt in het plan; andere punten zullen we de komende jaren oppakken.’

Daarmee is het proces beduidend democratischer aangepakt dan bij de vorige twee edities van het plan. Ook de betrokkenheid van Van der Graaf als onafhankelijke auteur heeft geholpen, aldus Anouk Hagenvoort, coördinator en contactpersoon vanuit de KB. ‘We wilden graag dat het een plan zou worden van, met en door het netwerk. De KB is initiatiefnemer, maar het resultaat is van ons allemaal.’

Levend plan
Dat heeft ook een andere inhoud opgeleverd. Het vorige plan bestond voor een belangrijk deel uit actiepunten voor verschillende partijen in de branche. Aan zo’n lange lijst was vanuit collectiekenners in de sector deze keer minder behoefte, lieten zij aan Van der Graaf weten. Dat geldt ook voor de lange opsomming met cijfers over de collectie.

Verder was duidelijk dat de tussentijdse evaluatie deze keer anders moet verlopen: vorige keer schoot die er bij in. Daarom is de wens nu jaarlijks een collectiedag te organiseren, waarvan de eerste op 8 oktober gepland staat. Ook blijven de expertgroep en de netwerkcommissie bestaan, en wordt het document waar nodig tussentijds geactualiseerd. Verder wordt de hele branche deze keer nadrukkelijker geïnformeerd over de inhoud van het nieuwe plan: elke bibliotheekorganisatie ontvangt een exemplaar, evenals een bondige infographic.

Van der Graaf is verheugd dat al deze stappen worden gezet om van het gezamenlijk collectieplan een levend document te maken. ‘Ik schrijf ook weleens stukken die uiteindelijk in een la verdwijnen. Dat gaat bij dit plan sowieso niet gebeuren.’

Richtinggevend kader
Het gezamenlijk collectieplan is, zoals de wet ook voorschrijft, een “richtinggevend kader”: het geeft, net als de vorige versie, handvatten op het gebied van vervangingspercentages en normen voor interbibliothecair leenverkeer, maar schrijft niet wettelijk voor hoe een lokale bibliotheek de eigen collectie precies moet inrichten. ‘We zijn allemaal gebonden aan lokale financiering,’ legt Van Schendel uit. ‘Wel kan de provinciale laag als gesprekspartner dienen, wanneer de middelen onvoldoende zijn om deze normen na te leven.’

Van der Graaf maakt zich niet zo’n zorgen over de weinig dwingende status van het document. ‘Deze vorm werkt, heb ik ook bij eerdere trajecten gezien. Een jaar of vijf geleden deed ik samen met Probiblio onderzoek naar schoolbibliotheken, waarbij de conclusie was dat een collectieomvang van acht banden per kind optimaal zou zijn. In de gesprekken rondom dit nieuwe gezamenlijke collectieplan hoorde ik terug dat daar nog steeds naar wordt gestreefd. Het hoeft geen bindende afspraak te zijn om te resoneren in de sector.’

Naar een hoger niveau
De betrokkenen aan tafel kijken stuk voor stuk terug op een soepel en zorgvuldig proces en zijn blij met het eindresultaat. ‘De genoemde handvatten kunnen helpen in het monitoren van de collectie,’ aldus Van Leeuwen. ‘De vastgestelde actiepunten gaan knelpunten hopelijk oplossen door ze naar een landelijk niveau te tillen.’

Bergfeld wordt met name gelukkig van de rol die de collectie voor jeugd in het plan heeft gekregen. ‘Een thema als meertaligheid is essentieel om in gezamenlijkheid op te pakken. Ik gun het ieder kind dat het kan lezen in de thuistaal en zo plezier krijgt in lezen. Ook hoop ik dat de collecties van bibliotheken op scholen en in vestigingen nog beter op elkaar zullen worden afgestemd, zodat kinderen overal een rijke leesomgeving aantreffen. Dat thema was bij het vorige plan bewust buiten beschouwing gelaten, maar hoort er nu helemaal bij, zeker omdat bibliotheken volgens de nieuwe Wsob een verplichte rol krijgen bij leesbevordering in het onderwijs. Verder word ik heel blij van de aandacht voor de hybride bibliotheek, waarbij ik graag kijk naar het klantperspectief: het lenen van een e-book verloopt nog niet altijd even soepel.’

Van Schendel wordt met name gelukkig van de publieke waarden uit de Wsob – onafhankelijk, betrouwbaar, toegankelijk, pluriform en authentiek – die in het plan een plek hebben gekregen, waar mogelijk als onderdeel van het meer met elkaar vervlechten van aanbod op collectie- en programmeringsgebied. Van der Graaf kijkt op zijn beurt uit naar vervolgonderzoek over impactgericht collectioneren – ‘geen makkelijk onderwerp, maar wel enorm de moeite waard’.

Vervolgstappen
Het plan roept op meer vlakken op tot vervolgstappen. De roep om meertalige collecties, met name voor jeugd en jongvolwassenen, vraagt bijvoorbeeld om een landelijke aanpak. Dat geldt ook voor de effecten van de toenemende roep om community-gedreven en doelgroepgericht te collectioneren: wat betekent dit onder meer voor het collectiebudget en de inspanningen die dit van een collectiespecialist vraagt? Ook is in het veld behoefte aan vernieuwde richtlijnen voor de optimale fysieke omvang van een collectie.

Verder worden POI’s in het nieuwe gezamenlijk collectieplan uitgenodigd om de verbinding tussen dit plan en lokale collectieplannen te leggen middels gedegen provinciale afspraken. Ook wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor een nauwe verbinding tussen de online en de fysieke collectie, bijvoorbeeld door digitaal beschikbare titels zichtbaar te maken in de lokale catalogus. Daarnaast worden bibliotheken opgeroepen collectiebeleid duidelijk in de organisatie te beleggen – nu is dat nog niet overal het geval.

Hoe gaat de sector al deze actiepunten de komende tijd oppakken? Ook dat wordt een nauwe netwerksamenwerking, aldus Bergfeld. ‘De volgende stap is een plan van aanpak met bijbehorende tijdlijn. Ook gaan we samen kijken wie formatie kan vrijmaken om bij te dragen en betrekken we partners als NBD Biblion en Beeld & Geluid waar mogelijk. Daarnaast brengen we lokale “best practices” bij elkaar en tillen we ze waar mogelijk naar een landelijk niveau. Daarbij weten we ons gesteund door lopende trajecten, bijvoorbeeld rondom het koppelen van collecties aan bibliotheekactiviteiten. Dit is een plan van de hele sector en dat geldt ook voor de uitvoering.’

Meer informatie
Ben je benieuwd naar het gezamenlijk collectieplan? Lees het op Bnetwerk. De eerste landelijke collectiedag vindt plaats op donderdag 8 oktober in het ICOON Theater in Amersfoort. Meer informatie volgt op de site van het Bnetwerk.

De bibliotheeksector wachtte al een aantal jaar met smart op de komst van het nieuwe gezamenlijk collectieplan. Na het aflopen van de vorige editie van het plan, dat de jaren 2019 tot en met 2024 bestreek, bleef het een tijdje stil.

Dat valt te verklaren door een aantal verschuivingen in de sector, legt Nan van Schendel uit, die naast haar directeurschap van Huis73 ook voorzitter van de netwerkcommissie collectie is. ‘In de zoektocht naar een betere werkwijze rondom de Netwerkagenda zijn alle koersgroepen, waaronder die rondom collectie, opgeheven. Het kostte vervolgens even tijd om het onderwerp opnieuw te beleggen. De KB heeft toen aan onderzoeker Maurits van der Graaf gevraagd dit plan op te stellen. Daarna hebben we een expertgroep samengesteld, waarin veel leden van de koersgroep zitting hebben genomen. In september 2025 zijn we uiteindelijk van start gegaan met het onderzoek.’

Daarmee werd bewust gewacht tot de nieuwe editie van de Netwerkagenda was gelanceerd: die vormt namelijk de basis van de nieuwe editie van het gezamenlijke collectieplan. In beide documenten staan dezelfde drie maatschappelijke opgaven centraal: de geletterde samenleving, participatie in de informatiesamenleving en een leven lang ontwikkelen. De collectie is een essentieel middel om met deze onderwerpen aan de slag te gaan, is de achterliggende gedachte.

Geen papieren tijger
Het opstellen van het gezamenlijk collectieplan is een wettelijke verplichting, die opgenomen is in de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) als taak van de KB. Toch vroeg Van der Graaf zich wel even af of de nieuwe versie van het plan geen ‘papieren tijger’ zou worden. ‘Daarom heb ik aan het begin van deze opdracht met een aantal collectiespecialisten gesproken: wat is voor jou de meerwaarde van dit plan? Gelukkig bleek het daadwerkelijk te worden gebruikt als basis voor lokale collectieplannen.’

Ook op provinciaal niveau wordt dankbaar gebruikgemaakt van het gezamenlijk collectieplan, weet Frans Bergfeld, directeur-bestuurder van Probiblio, uit eigen ervaring. ‘Vanwege de vertraging in de planning zijn wij alvast verdergegaan met het creëren van een nieuw provinciaal collectieplan, maar idealiter bouw je als POI voort op landelijke afspraken. Bovendien geven we met dit document een belangrijk signaal af: collectie staat in onze branche centraal.’

Democratisch proces
De nieuwe editie van het plan kwam tot stand met dank aan vele meedenkers uit de sector, vertelt Van der Graaf. ‘Eerst ben ik in alle cijfers rondom collectie gedoken. Vervolgens heb ik vijf collectiespecialisten van onder meer dbieb, Bibliotheek Eemland, Bibliotheek Eindhoven en Bibliotheek Midden-Brabant geïnterviewd over hun behoeften en de praktische toepassing van het plan. Daarna heb ik aan alle koersgroepen gevraagd wat de betekenis van de Netwerkagenda voor de collectie in hun ogen is.’

Vervolgens organiseerde Van der Graaf een zestal sessies met de expertgroep, met leden van onder meer Bibliotheek Rotterdam, Bibliotheek Utrecht, de OBA, Rijnbrink, Probiblio en de KB. Ook hield hij aparte interviews met andere betrokkenen uit het veld, waaronder Muziekweb, Musidesk, Stichting Lezen, Aangepast Lezen en NBD Biblion. Bij de feedbackronde op het concept van het plan in januari waren nog eens meer dan honderd bibliotheekcollega’s betrokken. ‘Dat leverde 36 kantjes aan reacties op,’ aldus Van der Graaf. ‘Die hebben we zoveel mogelijk verwerkt in het plan; andere punten zullen we de komende jaren oppakken.’

Daarmee is het proces beduidend democratischer aangepakt dan bij de vorige twee edities van het plan. Ook de betrokkenheid van Van der Graaf als onafhankelijke auteur heeft geholpen, aldus Anouk Hagenvoort, coördinator en contactpersoon vanuit de KB. ‘We wilden graag dat het een plan zou worden van, met en door het netwerk. De KB is initiatiefnemer, maar het resultaat is van ons allemaal.’

Levend plan
Dat heeft ook een andere inhoud opgeleverd. Het vorige plan bestond voor een belangrijk deel uit actiepunten voor verschillende partijen in de branche. Aan zo’n lange lijst was vanuit collectiekenners in de sector deze keer minder behoefte, lieten zij aan Van der Graaf weten. Dat geldt ook voor de lange opsomming met cijfers over de collectie.

Verder was duidelijk dat de tussentijdse evaluatie deze keer anders moet verlopen: vorige keer schoot die er bij in. Daarom is de wens nu jaarlijks een collectiedag te organiseren, waarvan de eerste op 8 oktober gepland staat. Ook blijven de expertgroep en de netwerkcommissie bestaan, en wordt het document waar nodig tussentijds geactualiseerd. Verder wordt de hele branche deze keer nadrukkelijker geïnformeerd over de inhoud van het nieuwe plan: elke bibliotheekorganisatie ontvangt een exemplaar, evenals een bondige infographic.

Van der Graaf is verheugd dat al deze stappen worden gezet om van het gezamenlijk collectieplan een levend document te maken. ‘Ik schrijf ook weleens stukken die uiteindelijk in een la verdwijnen. Dat gaat bij dit plan sowieso niet gebeuren.’

Richtinggevend kader
Het gezamenlijk collectieplan is, zoals de wet ook voorschrijft, een “richtinggevend kader”: het geeft, net als de vorige versie, handvatten op het gebied van vervangingspercentages en normen voor interbibliothecair leenverkeer, maar schrijft niet wettelijk voor hoe een lokale bibliotheek de eigen collectie precies moet inrichten. ‘We zijn allemaal gebonden aan lokale financiering,’ legt Van Schendel uit. ‘Wel kan de provinciale laag als gesprekspartner dienen, wanneer de middelen onvoldoende zijn om deze normen na te leven.’

Van der Graaf maakt zich niet zo’n zorgen over de weinig dwingende status van het document. ‘Deze vorm werkt, heb ik ook bij eerdere trajecten gezien. Een jaar of vijf geleden deed ik samen met Probiblio onderzoek naar schoolbibliotheken, waarbij de conclusie was dat een collectieomvang van acht banden per kind optimaal zou zijn. In de gesprekken rondom dit nieuwe gezamenlijke collectieplan hoorde ik terug dat daar nog steeds naar wordt gestreefd. Het hoeft geen bindende afspraak te zijn om te resoneren in de sector.’

Naar een hoger niveau
De betrokkenen aan tafel kijken stuk voor stuk terug op een soepel en zorgvuldig proces en zijn blij met het eindresultaat. ‘De genoemde handvatten kunnen helpen in het monitoren van de collectie,’ aldus Van Leeuwen. ‘De vastgestelde actiepunten gaan knelpunten hopelijk oplossen door ze naar een landelijk niveau te tillen.’

Bergfeld wordt met name gelukkig van de rol die de collectie voor jeugd in het plan heeft gekregen. ‘Een thema als meertaligheid is essentieel om in gezamenlijkheid op te pakken. Ik gun het ieder kind dat het kan lezen in de thuistaal en zo plezier krijgt in lezen. Ook hoop ik dat de collecties van bibliotheken op scholen en in vestigingen nog beter op elkaar zullen worden afgestemd, zodat kinderen overal een rijke leesomgeving aantreffen. Dat thema was bij het vorige plan bewust buiten beschouwing gelaten, maar hoort er nu helemaal bij, zeker omdat bibliotheken volgens de nieuwe Wsob een verplichte rol krijgen bij leesbevordering in het onderwijs. Verder word ik heel blij van de aandacht voor de hybride bibliotheek, waarbij ik graag kijk naar het klantperspectief: het lenen van een e-book verloopt nog niet altijd even soepel.’

Van Schendel wordt met name gelukkig van de publieke waarden uit de Wsob – onafhankelijk, betrouwbaar, toegankelijk, pluriform en authentiek – die in het plan een plek hebben gekregen, waar mogelijk als onderdeel van het meer met elkaar vervlechten van aanbod op collectie- en programmeringsgebied. Van der Graaf kijkt op zijn beurt uit naar vervolgonderzoek over impactgericht collectioneren – ‘geen makkelijk onderwerp, maar wel enorm de moeite waard’.

Vervolgstappen
Het plan roept op meer vlakken op tot vervolgstappen. De roep om meertalige collecties, met name voor jeugd en jongvolwassenen, vraagt bijvoorbeeld om een landelijke aanpak. Dat geldt ook voor de effecten van de toenemende roep om community-gedreven en doelgroepgericht te collectioneren: wat betekent dit onder meer voor het collectiebudget en de inspanningen die dit van een collectiespecialist vraagt? Ook is in het veld behoefte aan vernieuwde richtlijnen voor de optimale fysieke omvang van een collectie.

Verder worden POI’s in het nieuwe gezamenlijk collectieplan uitgenodigd om de verbinding tussen dit plan en lokale collectieplannen te leggen middels gedegen provinciale afspraken. Ook wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor een nauwe verbinding tussen de online en de fysieke collectie, bijvoorbeeld door digitaal beschikbare titels zichtbaar te maken in de lokale catalogus. Daarnaast worden bibliotheken opgeroepen collectiebeleid duidelijk in de organisatie te beleggen – nu is dat nog niet overal het geval.

Hoe gaat de sector al deze actiepunten de komende tijd oppakken? Ook dat wordt een nauwe netwerksamenwerking, aldus Bergfeld. ‘De volgende stap is een plan van aanpak met bijbehorende tijdlijn. Ook gaan we samen kijken wie formatie kan vrijmaken om bij te dragen en betrekken we partners als NBD Biblion en Beeld & Geluid waar mogelijk. Daarnaast brengen we lokale “best practices” bij elkaar en tillen we ze waar mogelijk naar een landelijk niveau. Daarbij weten we ons gesteund door lopende trajecten, bijvoorbeeld rondom het koppelen van collecties aan bibliotheekactiviteiten. Dit is een plan van de hele sector en dat geldt ook voor de uitvoering.’

Meer informatie
Ben je benieuwd naar het gezamenlijk collectieplan? Lees het op Bnetwerk. De eerste landelijke collectiedag vindt plaats op donderdag 8 oktober in het ICOON Theater in Amersfoort. Meer informatie volgt op de site van het Bnetwerk.

De bibliotheeksector wachtte al een aantal jaar met smart op de komst van het nieuwe gezamenlijk collectieplan. Na het aflopen van de vorige editie van het plan, dat de jaren 2019 tot en met 2024 bestreek, bleef het een tijdje stil.

Dat valt te verklaren door een aantal verschuivingen in de sector, legt Nan van Schendel uit, die naast haar directeurschap van Huis73 ook voorzitter van de netwerkcommissie collectie is. ‘In de zoektocht naar een betere werkwijze rondom de Netwerkagenda zijn alle koersgroepen, waaronder die rondom collectie, opgeheven. Het kostte vervolgens even tijd om het onderwerp opnieuw te beleggen. De KB heeft toen aan onderzoeker Maurits van der Graaf gevraagd dit plan op te stellen. Daarna hebben we een expertgroep samengesteld, waarin veel leden van de koersgroep zitting hebben genomen. In september 2025 zijn we uiteindelijk van start gegaan met het onderzoek.’

Bibliotheekblad • 5 mei / juni 2026

Soms wordt wachten beloond: het nieuwe gezamenlijke collectieplan voor de periode 2026-2030 is gepubliceerd. Na een uitgebreid consultatieproces ligt er nu een document met heldere speerpunten voor de nabije toekomst. Onderzoeker Maurits van der Graaf, netwerkcommissievoorzitter Nan van Schendel (directeur-bestuurder Huis73), netwerkcommissielid Frans Bergfeld (directeur-bestuurder Probiblio), expertgroeplid Margriet van Leeuwen en KB-coördinator Anouk Hagenvoort vertellen over het proces.

‘Dit is een plan van de hele sector’


TEKST: Anne Louïse van den Dool • Foto: Jacqueline van der Kort, Beeldstudio, KB nationale bibliotheek

Collectioneren / collectiebeleid