Foto: Erikjan Koopmans
Reading challenges creëren lezers van morgen
Vrijwel elke bibliothecaris kent de droevige scores van Nederlandse middelbare scholieren op het gebied van leesvaardigheid en leesplezier. Hoe keren we het tij? Al tijdens haar opleiding tot docent bedacht Emma Kustermans een oplossing: het populaire leesplatform Hebban inzetten om leerlingen elkaar op de hoogte te laten brengen van hun leesgedrag. Het blijkt een groot succes, dat ook voor bibliotheken voordelen kan opleveren.
Hebban in de Klas helpt
leerlingen meer te lezen
Leesbevordering
Tekst: Anne van den Dool • Foto’s: Hebban / CPNB
• Video: Renew the Book
Kapstok voor boekengesprek
De reacties zijn tot nu toe erg positief, ziet Verheijen. ‘Het platform biedt een kapstok om over boeken in gesprek te gaan. Bovendien geeft het docenten inzicht in de leesontwikkeling van hun leerlingen. Ze ervaren lezen niet langer als een straf, maar als een uitdaging, horen we terug. Dat een reading challenge werkt, bewijst lezerscommunity Hebban.nl, waar uit onderzoek blijkt dat deelnemers gemiddeld acht boeken per jaar meer lezen dan ze van tevoren hadden ingeschat. Zeventig procent daarvan kopen ze in de boekhandel of lenen ze in de bibliotheek, dus dat is winst voor de hele sector.’
Dat kan ook Kustermans beamen. Haar klassen dienden vanaf het begin als proefkonijnen voor doorontwikkelingen van het platform. Ook leert ze zelf steeds beter hoe ze Hebban het beste in de klas kan implementeren. ‘Wanneer het schooljaar begint, maak ik een klassenpagina aan en moedig ik de leerlingen aan alles toe te voegen wat ze ooit hebben gelezen. Dat leidt nogal eens tot gezucht en gesteun, maar helpt ze wel om na te denken over hun leesontwikkeling tot nu toe. Gedurende het jaar zet ik om de twee weken een herinneringsslide op het bord met de voortgang: hoeveel procent van de boeken hebben we gelezen? Zitten we nog op schema? Vaak verbind ik zo’n moment met een leesles, waarin we aan de hand van vragen boeken bespreken.’
Landelijke ontwikkelingen
Kustermans ziet hoe de jongeren dankzij Hebban in de Klas andersoortige gesprekken met elkaar voeren. ‘Ze stellen elkaar vragen over wat ze hebben gelezen en zijn benieuwd naar boekentips van hun medeleerlingen. Als docent kijk ik daar met veel tevredenheid naar: waar school en thuis op leesgebied eerst helemaal los van elkaar stonden, komen die nu steeds dichter bij elkaar.’
Bovendien biedt de tool Kustermans een duidelijk overzicht van wat in haar klassen wordt gelezen. ‘Ik vergelijk dat met de collectie van onze mediatheek en zie wat moet worden aangeschaft om aan de vraag te voldoen. Op termijn kan de lees-mediaconsulent van de bibliotheek hopelijk ook in de Hebban-omgeving, waardoor zij leerlingen nog betere boekentips kan geven.’
De tool helpt ook om op landelijk niveau kennis te vergaren over het leesgedrag van jongeren, aldus Verheijen. ‘We zijn bezig met de ontwikkeling van een dashboard waarop we kunnen laten zien wat in klassen door het hele land gelezen wordt. Wie weet vertonen leerlingen in Zuid-Holland wel heel ander leesgedrag dan die in Groningen. Van zulke informatie hebben we als hele boekensector profijt.’
Samenwerking binnen de branche
Het platform is ontstaan als gevolg van de nauwere samenwerking binnen de leesbranche. Een positieve ontwikkeling, vindt Verheijen. ‘We zijn ook in gesprek met NBD Biblion over de koppeling van Hebban in de Klas aan Aura, het uitleensysteem dat veel schoolbibliotheken gebruiken, zodat leerlingen direct kunnen zien wat op school aan titels beschikbaar is. Ook hebben we eerder met de KB, de nationale bibliotheek, gesproken over de verbinding met de collectie e-books en luisterboeken van de landelijke digitale bibliotheek. Veel leerlingen weten niet dat ze tot hun achttiende gratis lid kunnen zijn van de bieb; die boodschap helpen we graag verspreiden.’
Dit positieve verhaal roept de vraag op hoe bibliotheken op dit succes zouden kunnen meeliften. Binnen de werkwijze van de Bibliotheek op school sluiten meerdere bouwstenen aan bij het gebruik van Hebban in de Klas, zoals de monitor die onder leerlingen wordt afgenomen en de activiteiten die worden ingezet om leerlingen in aanraking te laten komen met een boek van hun gading.
Verheijen hoopt dat het platform helpt de ontlezing onder jongeren te kenteren. ‘Ik zie het nu al om me heen: jongeren lezen weer meer. Ze bezoeken de bibliotheek en de boekhandel en laten trots op Instagram en TikTok zien welke boeken ze aan het lezen zijn. Sommigen vinden het zorgelijk dat dat steeds vaker Engelstalige boeken zijn. Wat ons betreft maakt het niet zoveel uit wat een leerling leest: als je er maar plezier in hebt.’
Als een volwassene tegen een jongere zeggen dat die moet gaan lezen, heeft dat zin? Al jaren roepen boekhandelaren, bibliothecarissen en hoogleraren dat het leesniveau van de jeugd drastisch aan het dalen is, maar het lijkt aan dovemansoren gericht.
De enigen die jongeren aan het lezen kunnen krijgen, zijn jongeren zelf, denkt Sander Verheijen, hoofdredacteur van leesplatform Hebban. Hier vinden al meer dan tien jaar duizenden lezers elkaar en delen ze hun boekentips, voorzien van sterren en recensies, in navolging van het populaire Engelstalige platform Goodreads. Dat zouden jongeren in de klas ook eens moeten doen, was zijn gedachte.
Dat idee verzon hij niet in zijn eentje – het ontstond naar aanleiding van de vraag waarmee docent in opleiding Emma Kustermans in 2021 bij Stichting Lezen aanklopte: hoe krijg ik de leerlingen in mijn klas aan het lezen en, als ik ze eenmaal zover heb, kan ik als docent inzicht krijgen in wat ze precies tot zich nemen? Zelf was ze al een fanatiek gebruiker van Hebban, waar ze nauwkeurig bijhield wat ze las. ‘Die tool leek me wel geschikt om af te komen van de onhandige Excel-sheets waarin docenten het leesgedrag van hun leerlingen nogal eens bijhouden. Daarnaast ligt een website of app een stuk dichter bij de belevingswereld van leerlingen dan een invulformulier. Bovendien delen jongeren met hun telefoon via WhatsApp en sociale media alles wat ze doen met elkaar: hoe mooi zou het zijn als ze dat ook zouden doen met de boeken die ze lezen?’
Meteen een succes
Stichting Lezen zag wel mogelijkheden in een samenwerking met boekenplatform Hebban, dat recent werd overgenomen door Stichting CPNB, voor dat doeleinde. Samen besloten de organisaties een speciale Hebban-variant voor schoolklassen te creëren, waar leerlingen elkaar tips kunnen geven voor hun volgende leeservaring.
Daan Beeke, specialist voortgezet onderwijs bij Stichting Lezen, was direct enthousiast. ‘Het idee sluit perfect aan bij de onderzoeken rondom leesmotivatie zoals wij die kennen: het helpt om van lezen een sociale activiteit te maken, waarbij je actief met het gelezen boek aan de slag gaat. Leerlingen vertellen hun docent wat ze lezen, maar gaan lang niet altijd over hun bevindingen in gesprek. Daardoor kunnen ze elkaar ook niet aansteken met elkaars enthousiasme en elkaar helpen om hun smaak te ontwikkelen.’
Daarin zijn leerlingen vaak nog zoekende, laat onderzoek zien. Jeroen Dera, docent en onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen, toonde onlangs nog aan dat juist de boeken van de leeslijst die het vaakst worden gekozen, zoals Karel ende Elegast en De aanslag, door leerlingen het minst worden gewaardeerd. ‘Ze zijn vaak op zoek naar meer variatie,’ weet Beeke. ‘Ze zoeken bijvoorbeeld naar verhalen geschreven door vrouwen en mensen van kleur, maar weten niet hoe ze bij de juiste titels kunnen komen.’
Boekenambassadeurs
Het idee om Hebban daarvoor in te zetten sloeg blijkbaar aan, want inmiddels gebruiken zo’n 1300 docenten Nederlands van 880 scholen het platform. Zij hebben mini-communities aangemaakt, waarin leerlingen boekentips met elkaar kunnen delen, met de klas een challenge aangaan en aan de slag kunnen met verwerkingsopdrachten die de docent voor hen heeft klaargezet.
Het platform was al vanaf het begin een succes, herinnert Verheijen zich. ‘We hoefden nauwelijks ons best te doen om docenten te werven voor de pilot. De volgende stap is natuurlijk dat docenten en leerlingen het platform blijven gebruiken. Dat is niet makkelijk: leraren staan wel open voor nieuwe tools, maar hebben het vaak te druk om ze in hun lessen te implementeren.’
Die overstap moest ze dus zo makkelijk mogelijk gemaakt worden. Daartoe ontwikkelde Hebban een starterspakket met instructies voor de eerste lessen, zodat leraar en leerlingen weten hoe ze het platform moeten gebruiken. ‘Het uiteindelijke doel is om de docent een vast moment in de week te laten vrijmaken om samen met de leerlingen te kijken naar welke boeken er worden gelezen door de klas,’ aldus Verheijen. ‘Zo krijgen de leerlingen die graag lezen ruimte om ambassadeurs voor het boek te worden. Ook kunnen de docenten op het platform van elkaars creativiteit proeven, in de vorm van inspiratiepagina’s waar ze met collega’s in heel Nederland hun ideeën delen.’
Bibliotheekblad 8 • oktober 2024
Kapstok voor boekengesprek
De reacties zijn tot nu toe erg positief, ziet Verheijen. ‘Het platform biedt een kapstok om over boeken in gesprek te gaan. Bovendien geeft het docenten inzicht in de leesontwikkeling van hun leerlingen. Ze ervaren lezen niet langer als een straf, maar als een uitdaging, horen we terug. Dat een reading challenge werkt, bewijst lezerscommunity Hebban.nl, waar uit onderzoek blijkt dat deelnemers gemiddeld acht boeken per jaar meer lezen dan ze van tevoren hadden ingeschat. Zeventig procent daarvan kopen ze in de boekhandel of lenen ze in de bibliotheek, dus dat is winst voor de hele sector.’
Dat kan ook Kustermans beamen. Haar klassen dienden vanaf het begin als proefkonijnen voor doorontwikkelingen van het platform. Ook leert ze zelf steeds beter hoe ze Hebban het beste in de klas kan implementeren. ‘Wanneer het schooljaar begint, maak ik een klassenpagina aan en moedig ik de leerlingen aan alles toe te voegen wat ze ooit hebben gelezen. Dat leidt nogal eens tot gezucht en gesteun, maar helpt ze wel om na te denken over hun leesontwikkeling tot nu toe. Gedurende het jaar zet ik om de twee weken een herinneringsslide op het bord met de voortgang: hoeveel procent van de boeken hebben we gelezen? Zitten we nog op schema? Vaak verbind ik zo’n moment met een leesles, waarin we aan de hand van vragen boeken bespreken.’
Landelijke ontwikkelingen
Kustermans ziet hoe de jongeren dankzij Hebban in de Klas andersoortige gesprekken met elkaar voeren. ‘Ze stellen elkaar vragen over wat ze hebben gelezen en zijn benieuwd naar boekentips van hun medeleerlingen. Als docent kijk ik daar met veel tevredenheid naar: waar school en thuis op leesgebied eerst helemaal los van elkaar stonden, komen die nu steeds dichter bij elkaar.’
Bovendien biedt de tool Kustermans een duidelijk overzicht van wat in haar klassen wordt gelezen. ‘Ik vergelijk dat met de collectie van onze mediatheek en zie wat moet worden aangeschaft om aan de vraag te voldoen. Op termijn kan de lees-mediaconsulent van de bibliotheek hopelijk ook in de Hebban-omgeving, waardoor zij leerlingen nog betere boekentips kan geven.’
De tool helpt ook om op landelijk niveau kennis te vergaren over het leesgedrag van jongeren, aldus Verheijen. ‘We zijn bezig met de ontwikkeling van een dashboard waarop we kunnen laten zien wat in klassen door het hele land gelezen wordt. Wie weet vertonen leerlingen in Zuid-Holland wel heel ander leesgedrag dan die in Groningen. Van zulke informatie hebben we als hele boekensector profijt.’
Samenwerking binnen de branche
Het platform is ontstaan als gevolg van de nauwere samenwerking binnen de leesbranche. Een positieve ontwikkeling, vindt Verheijen. ‘We zijn ook in gesprek met NBD Biblion over de koppeling van Hebban in de Klas aan Aura, het uitleensysteem dat veel schoolbibliotheken gebruiken, zodat leerlingen direct kunnen zien wat op school aan titels beschikbaar is. Ook hebben we eerder met de KB, de nationale bibliotheek, gesproken over de verbinding met de collectie e-books en luisterboeken van de landelijke digitale bibliotheek. Veel leerlingen weten niet dat ze tot hun achttiende gratis lid kunnen zijn van de bieb; die boodschap helpen we graag verspreiden.’
Dit positieve verhaal roept de vraag op hoe bibliotheken op dit succes zouden kunnen meeliften. Binnen de werkwijze van de Bibliotheek op school sluiten meerdere bouwstenen aan bij het gebruik van Hebban in de Klas, zoals de monitor die onder leerlingen wordt afgenomen en de activiteiten die worden ingezet om leerlingen in aanraking te laten komen met een boek van hun gading.
Verheijen hoopt dat het platform helpt de ontlezing onder jongeren te kenteren. ‘Ik zie het nu al om me heen: jongeren lezen weer meer. Ze bezoeken de bibliotheek en de boekhandel en laten trots op Instagram en TikTok zien welke boeken ze aan het lezen zijn. Sommigen vinden het zorgelijk dat dat steeds vaker Engelstalige boeken zijn. Wat ons betreft maakt het niet zoveel uit wat een leerling leest: als je er maar plezier in hebt.’
Als een volwassene tegen een jongere zeggen dat die moet gaan lezen, heeft dat zin? Al jaren roepen boekhandelaren, bibliothecarissen en hoogleraren dat het leesniveau van de jeugd drastisch aan het dalen is, maar het lijkt aan dovemansoren gericht.
De enigen die jongeren aan het lezen kunnen krijgen, zijn jongeren zelf, denkt Sander Verheijen, hoofdredacteur van leesplatform Hebban. Hier vinden al meer dan tien jaar duizenden lezers elkaar en delen ze hun boekentips, voorzien van sterren en recensies, in navolging van het populaire Engelstalige platform Goodreads. Dat zouden jongeren in de klas ook eens moeten doen, was zijn gedachte.
Dat idee verzon hij niet in zijn eentje – het ontstond naar aanleiding van de vraag waarmee docent in opleiding Emma Kustermans in 2021 bij Stichting Lezen aanklopte: hoe krijg ik de leerlingen in mijn klas aan het lezen en, als ik ze eenmaal zover heb, kan ik als docent inzicht krijgen in wat ze precies tot zich nemen? Zelf was ze al een fanatiek gebruiker van Hebban, waar ze nauwkeurig bijhield wat ze las. ‘Die tool leek me wel geschikt om af te komen van de onhandige Excel-sheets waarin docenten het leesgedrag van hun leerlingen nogal eens bijhouden. Daarnaast ligt een website of app een stuk dichter bij de belevingswereld van leerlingen dan een invulformulier. Bovendien delen jongeren met hun telefoon via WhatsApp en sociale media alles wat ze doen met elkaar: hoe mooi zou het zijn als ze dat ook zouden doen met de boeken die ze lezen?’
Meteen een succes
Stichting Lezen zag wel mogelijkheden in een samenwerking met boekenplatform Hebban, dat recent werd overgenomen door Stichting CPNB, voor dat doeleinde. Samen besloten de organisaties een speciale Hebban-variant voor schoolklassen te creëren, waar leerlingen elkaar tips kunnen geven voor hun volgende leeservaring.
Daan Beeke, specialist voortgezet onderwijs bij Stichting Lezen, was direct enthousiast. ‘Het idee sluit perfect aan bij de onderzoeken rondom leesmotivatie zoals wij die kennen: het helpt om van lezen een sociale activiteit te maken, waarbij je actief met het gelezen boek aan de slag gaat. Leerlingen vertellen hun docent wat ze lezen, maar gaan lang niet altijd over hun bevindingen in gesprek. Daardoor kunnen ze elkaar ook niet aansteken met elkaars enthousiasme en elkaar helpen om hun smaak te ontwikkelen.’
Daarin zijn leerlingen vaak nog zoekende, laat onderzoek zien. Jeroen Dera, docent en onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen, toonde onlangs nog aan dat juist de boeken van de leeslijst die het vaakst worden gekozen, zoals Karel ende Elegast en De aanslag, door leerlingen het minst worden gewaardeerd. ‘Ze zijn vaak op zoek naar meer variatie,’ weet Beeke. ‘Ze zoeken bijvoorbeeld naar verhalen geschreven door vrouwen en mensen van kleur, maar weten niet hoe ze bij de juiste titels kunnen komen.’
Boekenambassadeurs
Het idee om Hebban daarvoor in te zetten sloeg blijkbaar aan, want inmiddels gebruiken zo’n 1300 docenten Nederlands van 880 scholen het platform. Zij hebben mini-communities aangemaakt, waarin leerlingen boekentips met elkaar kunnen delen, met de klas een challenge aangaan en aan de slag kunnen met verwerkingsopdrachten die de docent voor hen heeft klaargezet.
Het platform was al vanaf het begin een succes, herinnert Verheijen zich. ‘We hoefden nauwelijks ons best te doen om docenten te werven voor de pilot. De volgende stap is natuurlijk dat docenten en leerlingen het platform blijven gebruiken. Dat is niet makkelijk: leraren staan wel open voor nieuwe tools, maar hebben het vaak te druk om ze in hun lessen te implementeren.’
Die overstap moest ze dus zo makkelijk mogelijk gemaakt worden. Daartoe ontwikkelde Hebban een starterspakket met instructies voor de eerste lessen, zodat leraar en leerlingen weten hoe ze het platform moeten gebruiken. ‘Het uiteindelijke doel is om de docent een vast moment in de week te laten vrijmaken om samen met de leerlingen te kijken naar welke boeken er worden gelezen door de klas,’ aldus Verheijen. ‘Zo krijgen de leerlingen die graag lezen ruimte om ambassadeurs voor het boek te worden. Ook kunnen de docenten op het platform van elkaars creativiteit proeven, in de vorm van inspiratiepagina’s waar ze met collega’s in heel Nederland hun ideeën delen.’
Bibliotheekblad 8 • oktober 2024
Vrijwel elke bibliothecaris kent de droevige scores van Nederlandse middelbare scholieren op het gebied van leesvaardigheid en leesplezier. Hoe keren we het tij? Al tijdens haar opleiding tot docent bedacht Emma Kustermans een oplossing: het populaire leesplatform Hebban inzetten om leerlingen elkaar op de hoogte te laten brengen van hun leesgedrag. Het blijkt een groot succes, dat ook voor bibliotheken voordelen kan opleveren.
Reading challenges creëren lezers van morgen
Hebban in de Klas helpt
leerlingen meer te lezen
Tekst: Anne van den Dool • Foto’s:
Hebban / CPNB • Video: Renew the Book
Leesbevordering