Onomstreden factor
Staat de bibliotheek er als geheel nu beter voor dan ooit? ‘Ja, dat vind ik wel. De bibliotheek is een onomstreden factor in de samenleving. Dat hebben al die duizenden mensen die in de branche werken met elkaar bereikt. Boekstart, de Bibliotheek op school, het Taalhuis, IDO, digitaal burgerschap, de gezamenlijke monitoring, sturing en bedrijfsvoering die we hebben ontwikkeld, dit en nog veel meer is met gedeelde krachten tot stand gebracht. Dat brengt me weer terug op mijn begintijd. Als iemand zegt dat het bibliotheekwerk vroeger heel anders was dan nu, antwoord ik: kijk eens wat dieper. In wezen doen we nog steeds hetzelfde: mensen helpen bij het vinden van informatie die van toepassing is op hun persoonlijke situatie. Uiteindelijk gaat het slechts om één ding: impact hebben voor de mensen in dit land.
Zoals ik al eerder aangaf: daar liggen best nog uitdagingen. We moeten van bladgoud goud maken. Het is waar dat we met Boekstart, Taalhuis en IDO mensen bereiken, maar eind vorige eeuw had 33% van de Deventenaren een bibliotheekpas en 50% van de gezinnen gebruikte de bibliotheek. Met bladgoud bedoel ik dat we nu inderdaad impact hebben, veel bezoekers trekken, maar ons bereik is nog niet optimaal. Dan noem ik nogmaals wat ik zojuist al zei: laten we streven naar meer impact op het vlak van echte kennis en informatie in een wereld die in toenemende mate kampt met desinformatie. Waarom niet beginnen met kinderen? Waarom niet inzetten op een internet voor de jeugd? Deze vraag hebben we al eerder in de branche opgeworpen, maar door allerlei oorzaken is het antwoord naar de achtergrond verdwenen, net als de virtuele schoolmediatheek en Al@din als digitaal inlichtingenbureau. Allemaal componenten van wat we nu node missen, want ook het door Diane Janknegt en Theo Huibers bedachte en ontwikkelde Wizenoze (zie kadertekst 1), dat in een lacune voorzag, is twee jaar geleden failliet gegaan. Toen ik dat hoorde, heb ik in de trein figuurlijk gesproken zitten janken, want waar vindt een kind een relevante bron? Wie zorgt daarvoor in het publieke domein? Wie ligt daar echt wakker van? Niemand!
Met dBos mikken we samen met het onderwijs vooral op leesbevordering door fictie en leesplezier. Ook heel belangrijk, maar laten we de kinderen evenzeer wegwijs maken in de wereld van de non-fictie, de digitale informatie. Mijn vingers jeuken om partijen bij elkaar te brengen, want er zijn heus wel goede initiatieven op dit vlak. Laten we niet roepen dat we naar Mallorca willen, maar op een zonvakantie. Laten we partijen samen met het onderwijs aan tafel brengen. Laten we werk maken van een prototype. Of ik daar zelf de schouders onder zou willen zetten? Als er één ding is waarvoor ik best nog een keer twee jaar zou willen vrijmaken, is het dat. Onderdeel zijn van een project waar je met elkaar in gelooft. Iets wat haalbaar is samen met anderen daadwerkelijk realiseren, daarvoor wil ik honderd worden. Maar dan denk ik ook aan de verzuchting van mijn vrouw Carla die laatst zei: ‘Moet je het niet wat rustiger aan gaan doen?’ Ze heeft gelijk. Ook na mijn pensioen kom ik uren tekort.’
Convenant: een eitje
Als de KB de regiefunctie niet had toebedeeld gekregen, was er minder progressie geboekt, daarvan is Jos overtuigd. ‘De KB is een sterke organisatie met statuur. Ook een traditionele organisatie en ik beken dat dit het soms lastig maakte, maar haar kracht heeft zich uitbetaald. Een andere hobbel was de clash met het VOB-bestuur, dat opstapte over de IDO-kwestie, dus wat we uiteindelijk bereikt hebben, is niet zonder slag of stoot gegaan, maar we hebben onze ogen altijd gericht gehouden op het bevorderen van een volwaardige bibliotheek die bijdraagt aan het oplossen van maatschappelijke opgaven, en daar hebben KB, VOB, SPN, OCW, IPO en VNG elkaar getuige de totstandkoming van het convenant ten slotte goed in gevonden.
Eerlijk gezegd, was dat convenant een eitje, want iedereen was overtuigd wat er moest gebeuren. Met als gevolg dat er een Netwerkagenda kwam, waarin staat wat ieder vanuit zijn eigen rol kan bijdragen. Ook dat was af en toe best trekken en duwen, maar tot mijn grote vreugde zie ik dat de ingezette lijn onder aanvoering van mijn opvolger Erna Winters verder wordt uitgewerkt, dat we alsmaar dichter bij het beoogde doel komen.’
Doodlopende weg
‘Nick Poole van CILIP, de Engelse vereniging van bibliothecarissen, schreef laatst in een column: ‘Een van onze menselijke tekortkomingen is dat het altijd moeilijker is om een oude vertrouwde oplossing te zijn dan een levendige nieuwe. Iedereen is op zoek naar een nieuwe rol en identiteit voor bibliotheken in een digitaal tijdperk, terwijl de beste identiteit voor bibliotheken in een digitaal tijdperk juist die is waarmee ze begonnen: open, gratis, egalitaire, veilige, vertrouwde ruimtes die mensen empoweren door toegang tot kennis en informatie. De zoektocht van bibliotheken om allesbehalve een bibliotheek te worden, is al 75 jaar een doodlopende weg.
Het beste wat we voor de toekomst van onze samenleving kunnen doen, is simpelweg besluiten om een bibliotheek weer een bibliotheek te laten zijn, met een professionele bibliothecaris als kern.’ Dat ben ik met hem eens. De bibliothecaris van nu draagt natuurlijk een andere jas dan zijn collega vroeger, maar zijn belangrijkste taak is nog steeds informatie bruikbaar maken voor iemands persoonlijke situatie. Het beste wat we voor de samenleving kunnen doen is eenvoudigweg besluiten om de bibliotheek weer bibliotheek te laten zijn, met de professionele bibliothecaris als kern.’
In het slop
Geschraagd door NBD Biblion en VOB kreeg de branche begin deze eeuw rijksmiddelen om bibliotheek.nl te realiseren. Onder aanvoering van Jos als managing consultant werd ICT-expertisecentrum Laurens opgericht. Een klein team van experts dat – begeleid door externe deskundigen – de kar ging trekken. ‘In een paar jaar tijd is dat project van de grond gekomen en ondergebracht bij de VOB, waarna we onszelf hebben opgeheven.’
Toeval bracht hem aansluitend terug in Deventer. ‘Nadat we in 2006 de stekker uit Laurens hadden getrokken, ben ik, samen met Rob Bruijnzeels, bij de VOB nog even hoofd bibliotheekvernieuwing geweest, maar toen er vanuit Deventer een beroep op mij werd gedaan, greep ik die kans met beide handen aan. Ik was het dagelijks op en neer reizen naar Den Haag beu. De kinderen waren het huis uit en ik wilde ook wel eens wat meer tijd met mijn vrouw doorbrengen. Hoe ik beide periodes in Deventer heb ervaren? De eerste keer was vooral een leerperiode, maar de tweede keer moest ik echt doorpakken. Gelukkig had ik in de tussentijd enige kennis en ervaring opgedaan waarop ik kon terugvallen. Financieel was de bibliotheek Deventer in het slop geraakt. Er lag een bezuinigings- en een vernieuwingsopdracht. Dat laatste gold niet alleen voor de vestigingen in de stad, maar ook voor die in de omliggende kernen Schalkhaar, Diepenveen en Bathmen. Het was zaak alle maatschappelijke initiatieven die voor de bibliotheek anno 2026 vanzelfsprekend zijn, op te pakken en handen en voeten te geven. En dat in een tijd van krimpende budgetten en een slinkend personeelsbestand.
Vrijwilligers deden hun intrede met de komst van het Taalhuis. Terwijl het aantal uitleningen landelijk terugliep, slaagden wij er toch in deze uit te bouwen dankzij klantvriendelijker dienstverlening. De logistieke groei werd opgevangen door een heel team van collega’s “met afstand tot de arbeidsmarkt”.’
Geheim van vroeger
En toen, in 2014, riep het land nogmaals. De KB nationale bibliotheek zocht een hoofd bibliotheekstelsel omdat het rijk de regiefunctie voor de openbare bibliotheken in Nederland bij de KB had ondergebracht. ‘Wat is van oudsher de kracht van de bibliotheken? Dat we een gezamenlijk netwerk vormen: lokaal, provinciaal en landelijk. Iets van onderop vernieuwen en dat op gezamenlijk niveau bij elkaar brengen en produceren, dat noem ik het geheim van vroeger dat we in belangrijke mate hebben vastgehouden en in de nieuwe constellatie verder ontwikkeld. Daar hoort de tussenlaag van de POI’s absoluut bij. Ongetwijfeld is het waar dat het stelsel in de loop der jaren enigszins verbrokkeld was geraakt, maar de Wsob (Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, red.) die in 2015 van kracht werd, behield de drie lagen, verankerde de kernfuncties van de bibliotheek, en hevelde de verantwoordelijkheid voor het stelsel van het Sectorinstituut over naar de KB.’
Gezamenlijke missie
Gelet op de aanvankelijke terughoudend bij veel bibliotheken, was de opdracht om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen geen simpele klus, maar Jos bleek de juiste man op de juiste plek. Als verbinder wist hij meer en meer bibliotheken ervan te overtuigen dat de KB allerminst dictaten wenste op te leggen, maar vooral aanvoerder wilde zijn van een team met een gezamenlijke missie. ‘Toen de vacature bij de KB werd aangeboden, zei ik tegen Mark Deckers: ‘Op die post moet wel iemand met een bibliotheekachtergrond komen te zitten’. Waarop Mark zei: ‘Waarom ga jij dat niet doen?’ Ook Jacqueline Roelofs sprak zich in soortgelijke bewoordingen uit, waarna ik besloot mij kandidaat te stellen.
Achteraf kijk ik met veel voldoening terug op mijn acht jaar bij de KB. Ik ben echt een teamspeler. Er moest bijvoorbeeld een collectieplan komen. Nou, dat stel je dan samen met het veld op. Zo hebben we de aanvankelijke huiver in de branche beetje bij beetje weg kunnen nemen. Wat weten ze bij de KB nou van openbare bibliotheken, kreeg ik nogal eens te horen. Ook binnen de KB had men aanvankelijk bedenkingen. Men had zoiets van: wat krijgen we nu weer in huis?’
Naar de zon
‘Er is maar één manier om die argwaan te ontmantelen: samen om tafel gaan en afspraken maken over hoe je het varkentje gaat wassen. Welke stappen zullen we zetten? Wat is realistisch? Wat vergt tijd? Kortom, elkaar zoeken op inhoud. Natuurlijk heeft het daarbij geholpen dat ik het reilen en zeilen van een bibliotheek uit ervaring kende, maar je neemt ook je karakter als persoon mee. Ik kan mijn eigen wil parkeren om te kijken wat de gezamenlijke wil is. Als voorbeeld noem ik vaak: wanneer jij zegt dat je op vakantie naar Mallorca wilt, dan is de kans aanwezig dat je reisgenoot zegt: dat is niet mijn keuze. Zeg je daarentegen: laten we naar de zon gaan, dan heb je meer kans dat iemand zich daarbij aansluit. Mede door die benadering hebben we met elkaar toch stappen gezet.
Waar ik met het meeste genoegen op terugkijk? Dat de verbinding tussen KB en stelsel echt op gang is gekomen. Op diverse onderdelen hebben we invulling gegeven aan onze landelijke taken. Het is zeker geen verdienste van mij alleen. We hebben dat samen gedaan en als de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten, red.) laat weten dat geen wet zo succesvol is geïmplementeerd als de Wsob, dan stemt dat tevreden. Oké, er zijn nog verbeterpunten – en die ambitie is aanwezig – maar met elkaar mogen we best trots zijn op waar de bibliotheken nu staan. Ook Lily Knibbeler, voormalig algemeen directeur van de KB, heeft in dat hele proces als slimme verbinder pur sang een niet te onderschatten rol gespeeld.’
Onze plicht
‘Die zorgen hebben ermee te maken dat eind vorige eeuw de gemiddelde lener veertig procent aan non-fictie en zestig procent aan fictie leende. De bibliotheek was mede een spil in de publieke informatievoorziening. Inmiddels is die informatieve uitleenfunctie van de bibliotheek bijna weg. Wat hebben we online wel gebracht in de bibliotheek? Met name fictie. Wie komt er nog voor een spreekbeurt of onderzoek naar de lokale bibliotheek? Dat is marginaal geworden. Wij hebben vergeten om de kennis en informatie van de nieuwe wereld op een nieuwe manier naar ons toe te halen en te ontsluiten. Via bijvoorbeeld het IDO ontplooien we wel initiatieven op dit vlak, maar niet in de mate zoals dat vroeger in de kern van ons vak en de breedte van de samenleving zat. Wie doet dat wel in een tijd van desinformatie? Veel databanken en informatiebronnen zitten achter slot en grendel, daar kom je als consument niet zomaar bij. In mijn ogen moeten we ons schamen dat we ons niet gerealiseerd hebben wat dit betekent voor een kennissamenleving. Wie zorgt er voor een internet voor kinderen? Waar vinden die hun relevante bronnen? Wie ontsluit deze bronnen? Wie voelt zich ervoor verantwoordelijk? Je merkt dat ik fel word, want dit gaat mij aan het hart.
Bibliotheken laten daar geen kans liggen; we verzaken onze plicht. Nu ik erover praat merk ik dat de bibliothecaris in mij toch weer wakker wordt. Het is goed dat we met vele anderen de brief ondertekenen aan de informateur waarin we stellen dat de publieke digitale informatievoorziening een plek in het regeerakkoord moet krijgen. Het zal een tour de force worden om in het wereldwijde digitale geweld alsnog een goede digitale publieke plek te maken waar breed gebruik van gemaakt wordt.’
Samenhang aanbrengen
Was het feit dat Jos zich altijd heeft beijverd om uitdagingen die lokaal overstijgend zijn gezamenlijk op te pakken, indertijd ook de reden voor zijn overstap naar de OBD (De Overijsselse Bibliotheek Dienst, red.) en later de VOB? ‘Gerard Kocx, toenmalig directeur van de bibliotheek Enschede die onlangs helaas is overleden, stelde voor om met elkaar geld in een pot te doen en de overstap naar het digitale tijdperk in gezamenlijkheid te maken. Dat was een hele stap, dat de grootste bibliotheek van Overijssel bekende zo’n klus niet in haar eentje te kunnen klaren, maar dat zij daarvoor ook de kleinere bij de OBD aangesloten bibliotheken nodig had. In dat proces samenhang en kwaliteit aanbrengen was een van de opgaven die ik bij de OBD met plezier op mij nam. We pakten vernieuwingstrajecten met elkaar op, niet alleen in Overijssel, maar naderhand ook op landelijk niveau.
In die tijd zag eveneens het rapport van de Commissie-Meijer het licht, dat stelde dat je moest schaalvergroten om de ontwikkelingen aan te kunnen. Met als gevolg dat de basisbibliotheken, die voor meerdere gemeenten werkten, het licht zagen. Terugkijkend kun je gerust stellen dat we dankzij het bundelen van onze krachten de organisatorische, bestuurlijke en inhoudelijke vernieuwing hebben kunnen versnellen.’
Gespreid bedje
Na zijn opleiding tot bibliothecaris aan de Bibliotheek en Documentatie Academie in Sittard (1975-1978) werkte Jos in de bibliotheken van Maasdriel, Roermond en Schiedam alvorens in Deventer aan de slag te gaan. ‘Ook heb ik nog vier jaar lesgegeven aan de bibliotheekopleiding, voordat ik op mijn 32stedirecteur werd in Deventer. Daar volgde ik Jan Hovy op, die overstapte naar Arnhem. Hoe ik terugkijk op die tijd? Internet was er nog niet, maar qua ontsluiting en dienstverlening behoorde Deventer tot de beste bibliotheken van Nederland. Vanaf 1948 was men al actief voor alle basisscholen in het werkgebied. Men had reeds een muziekbibliotheek en een centrale vakbibliotheek voor bedrijven. Kortom, ik kwam in het gespreide bedje van mijn voorgangers terecht. Maar Deventer kreeg ook veel rijkssubsidie, die in de nadagen van de bibliotheekwet uit 1975 helaas afgebouwd moest worden.
Wat mijn eerste tijd in Deventer voorts kenmerkte, waren de eerste initiatieven in het kader van de Overijsselse samenwerking en de opkomst van internet en databanken. Via een beeldscherm aan het inlichtingenbureau werd in één keer informatie uit boeken en wetenschappelijke tijdschriften ontsloten waarvoor je eerst in de trein moest stappen op weg naar een bibliotheek in een andere stad. Het digitaal ontsluiten van kennis en informatie dicht bij de burger vond toen voor het eerst plaats. Overigens maak ik mij daarover nu grote zorgen.’
Geboren in Meerssen keerde Jos Debeij kort voor zijn pensionering in 2022 terug naar zijn Limburgse geboortegrond. Aan stilzitten heeft Jos een broertje dood, dus is hij ook als AOW-gerechtigde onverminderd actief. Zo is hij niet alleen voorzitter van de stichting Heuvellandbibliotheken met vestigingen in Berg & Terblijt, Eijsden, Margraten, Vaals en Valkenburg, maar is hij in zijn woonplaats Schimmert ook de drijvende kracht achter Studio Oensel, een huiskamertheater en werkplaats voor Limburgs amateurtoneel. Daarnaast is Jos nog steeds bestuursvoorzitter van de Stichting ’t Oude Kinderboek. Elk jaar rond Kerst kruipt hij in de huid van een romanfiguur tijdens de Deventer Dickensdagen, want acteren is een van zijn passies.
Tijdens de eerste weken op de bibliotheekacademie vroeg Jos zich zelfs vertwijfeld af of hij niet beter voor de toneelschool had kunnen kiezen. Gelukkig voor de bibliotheekwereld kreeg de twijfel geen overhand. Jos’ roemruchte dagen in het veteranenelftal van SV Terwolde liggen inmiddels achter hem, maar hij mag nog graag een balletje trappen met zijn kleinkinderen. Ook de wielersport blijft boeien. Met smaak dist hij als liefhebber verhalen op van vroeger, toen de buren van zijn ouders het onvoorstelbare voorrecht genoten om een paar keer onderdak te bieden aan levende legende Eddy Merckx, die na afloop van een koers stond te douchen in het huis naast zijn ouders. Daar, in Nederlands meest bourgondische provincie, ontsproot zijn liefde voor de sport, maar ook voor het delen van verhalen en het prikkelen van de verbeelding.
De afstand van Schimmert naar Deventer bedraagt tweehonderd kilometer, maar als iets Jos typeert, is het wel dat hij op de vraag of hij voor dit interview naar de koekstad wil komen, zonder aarzeling ‘ja’ zegt. Dat is even aimabel als toepasselijk, want gedurende zijn werkzame leven was Jos twee keer directeur van de OB Deventer. De eerste keer van 1989-1996, de tweede keer van 2007-2014.
Ontmoeting met inhoud
‘Deventer is een fijne stad,’ zegt hij bij binnenkomst in de nieuwe bibliotheek aan de Stromarkt, die op 28 september 2018 openging voor het publiek. ‘Ik heb hier twee periodes mogen werken en voelde me echt onderdeel van deze stad. We spreken elkaar op een doorsnee maandagochtend, maar kijk eens hoe vol het hier zit. Zo hoort het ook. Ontmoeting met inhoud, dat is waar de bibliotheek voor staat.’ Lachend: ‘Zoals wij hier ook zitten, zeg maar.’ Om te vervolgen: ‘Mooi, dat die nieuwe bibliotheek er uiteindelijk toch is gekomen, want man, man, man, wat ben ik daar lang mee bezig geweest.
Aanvankelijk zouden het stadskantoor en de bibliotheek in één gebouw aan het Grote Kerkhof komen te zitten, maar vanwege politieke perikelen is dat afgeblazen. Dus moesten we op zoek naar een nieuwe locatie. Tegelijkertijd dienden we te bezuinigen én de spreiding tot in de kleinste kernen overeind houden. Ik heb nog wel meegemaakt dat het plan om de nieuwe bibliotheek aan de Stromarkt te situeren door de gemeenteraad werd aangenomen, maar de voltooiing van de nieuwbouw niet. Toen “riep” Den Haag, zal ik maar zeggen, omdat men bij de KB op zoek was naar een hoofd van de afdeling bibliotheekstelsel. Of ik het jammer vind dat ik de realisatie van de nieuwe bieb heb gemist? Zo zit mijn karakter en loopbaan nu eenmaal in elkaar. Na verloop van tijd kwam er telkens iets anders op mijn pad en dat heeft ook zijn charme, dat zorgt voor vers elan.’
Jos Debeij heeft in zijn lange loopbaan het vakblad Bibliotheek & Samenleving zien transformeren in Bibliotheekblad (1996). Wat is in zijn ogen het belang van dit tijdschrift geweest in de achterliggende decennia? ‘Bibliotheekblad is een heel belangrijk platform, dat altijd een kien oog heeft gehad voor relevante ontwikkelingen. Wat zijn thema’s en onderwerpen om op te pakken en te duiden? Niet alleen in het vakgebied zelf en op de werkvloer, maar ook trends in de samenleving en de politiek. Via diverse invalshoeken heeft het magazine de bibliotheekwereld en alles daaromheen geïnformeerd gehouden. Opiniërend, kritisch. Eerst in print, later ook digitaal. Wat eveneens een steentje heeft bijgedragen aan de innovatie in de branche, was de introductie van de verkiezing van Beste Bibliotheek van Nederland. Bibliotheekblad is gewoon een essentiële speler in ons vak en ik hoop dat het dat nog lang blijft.’
Bibliotheekblad
Foto: uit de privécollectie van Jos Debeij
Foto: Eimer Wieldraaijer
Foto: Eimer Wieldraaijer
Foto: Erwin de Leeuw, 't Sticht)
Jos Debeij leest zijn kleinzoon Eli voor. (2022)
Jos Debeij in 2025.
Jos Debeij met Lily Knibbeler. (2015)
Jos Debeij in 1992.
Het bedrijf Wizenoze maakte het internet toegankelijk voor leerlingen en studenten door betrouwbare, relevante en begrijpelijke informatie aan te bieden op hun eigen leesniveau, zonder reclames of andere afleidingen. In eerste instantie richtte het initiatief zich op leerlingen op de lagere en middelbare school, maar allengs behoorden ook studenten op een beroepsopleiding tot de doelgroep. De directe inspiratie voor Wizenoze, dat in 2013 werd opgericht, vormde het promotieonderzoek van Hanna Jochmann-Mannak aan de Universiteit Twente. Haar studie naar het zoekgedrag van kinderen toonde aan dat dezen moeite hadden om geschikte informatie te vinden op het internet. Veel content was te complex of niet afgestemd op hun cognitieve en taalniveau. Hanna’s promotor, professor Theo Huibers, herkende de potentie om deze inzichten in een bedrijfsvorm te gieten en vond in Diane Janknegt een partner om dit voornemen te verwezenlijken. Ondanks de maatschappelijke impact en technologische innovatie bleef de financiering een kwetsbaar punt. In 2024 viel een cruciale investering onverwacht weg, waardoor Wizenoze het faillissement moest aanvragen.
Wizenoze
Jos Debeij over de impact van bibliotheken
Bibliotheekblad bestaat dertig jaar. Reden voor de redactie om via een aantal artikelen terug en vooruit te blikken. En wie kan voor een betere start zorgen dan Jos Debeij, voormalig hoofd afdeling Bibliotheekstelsel bij de KB nationale bibliotheek.
Na zijn klassieke bibliotheekopleiding heeft Jos een breed scala aan functies in het vak bekleed. Ook heeft hij Bibliotheekblad jarenlang van nuttige adviezen voorzien als lid van de redactieraad. Daarnaast sprong hij op de bres voor dit vakblad toen het bij de ontvlechting van de toenmalige VOB in 2010 tussen wal en schip dreigde te belanden.
Dertig jaar Bibliotheekblad / Bibliotheekgeschiedenis
Tekst: Eimer Wieldraaijer
• Foto’s: zie credits langs zijkant
Bibliotheekblad 1 • januari 2026
‘Laten we van bladgoud goud maken’
Bibliotheekblad
Jos Debeij heeft in zijn lange loopbaan het vakblad Bibliotheek & Samenleving zien transformeren in Bibliotheekblad (1996). Wat is in zijn ogen het belang van dit tijdschrift geweest in de achterliggende decennia? ‘Bibliotheekblad is een heel belangrijk platform, dat altijd een kien oog heeft gehad voor relevante ontwikkelingen. Wat zijn thema’s en onderwerpen om op te pakken en te duiden? Niet alleen in het vakgebied zelf en op de werkvloer, maar ook trends in de samenleving en de politiek. Via diverse invalshoeken heeft het magazine de bibliotheekwereld en alles daaromheen geïnformeerd gehouden. Opiniërend, kritisch. Eerst in print, later ook digitaal. Wat eveneens een steentje heeft bijgedragen aan de innovatie in de branche, was de introductie van de verkiezing van Beste Bibliotheek van Nederland. Bibliotheekblad is gewoon een essentiële speler in ons vak en ik hoop dat het dat nog lang blijft.’
Foto: uit de privécollectie van Jos Debeij
Foto: Jelmer de Haas
Jos Debeij leest zijn kleinzoon Eli voor. (2022)
Foto: Jelmer de Haas
Jos Debeij met Lily Knibbeler. (2015)
Convenant: een eitje
Als de KB de regiefunctie niet had toebedeeld gekregen, was er minder progressie geboekt, daarvan is Jos overtuigd. ‘De KB is een sterke organisatie met statuur. Ook een traditionele organisatie en ik beken dat dit het soms lastig maakte, maar haar kracht heeft zich uitbetaald. Een andere hobbel was de clash met het VOB-bestuur, dat opstapte over de IDO-kwestie, dus wat we uiteindelijk bereikt hebben, is niet zonder slag of stoot gegaan, maar we hebben onze ogen altijd gericht gehouden op het bevorderen van een volwaardige bibliotheek die bijdraagt aan het oplossen van maatschappelijke opgaven, en daar hebben KB, VOB, SPN, OCW, IPO en VNG elkaar getuige de totstandkoming van het convenant ten slotte goed in gevonden.
Eerlijk gezegd, was dat convenant een eitje, want iedereen was overtuigd wat er moest gebeuren. Met als gevolg dat er een Netwerkagenda kwam, waarin staat wat ieder vanuit zijn eigen rol kan bijdragen. Ook dat was af en toe best trekken en duwen, maar tot mijn grote vreugde zie ik dat de ingezette lijn onder aanvoering van mijn opvolger Erna Winters verder wordt uitgewerkt, dat we alsmaar dichter bij het beoogde doel komen.’
Doodlopende weg
‘Nick Poole van CILIP, de Engelse vereniging van bibliothecarissen, schreef laatst in een column: ‘Een van onze menselijke tekortkomingen is dat het altijd moeilijker is om een oude vertrouwde oplossing te zijn dan een levendige nieuwe. Iedereen is op zoek naar een nieuwe rol en identiteit voor bibliotheken in een digitaal tijdperk, terwijl de beste identiteit voor bibliotheken in een digitaal tijdperk juist die is waarmee ze begonnen: open, gratis, egalitaire, veilige, vertrouwde ruimtes die mensen empoweren door toegang tot kennis en informatie. De zoektocht van bibliotheken om allesbehalve een bibliotheek te worden, is al 75 jaar een doodlopende weg.
Het beste wat we voor de toekomst van onze samenleving kunnen doen, is simpelweg besluiten om een bibliotheek weer een bibliotheek te laten zijn, met een professionele bibliothecaris als kern.’ Dat ben ik met hem eens. De bibliothecaris van nu draagt natuurlijk een andere jas dan zijn collega vroeger, maar zijn belangrijkste taak is nog steeds informatie bruikbaar maken voor iemands persoonlijke situatie. Het beste wat we voor de samenleving kunnen doen is eenvoudigweg besluiten om de bibliotheek weer bibliotheek te laten zijn, met de professionele bibliothecaris als kern.’
In het slop
Geschraagd door NBD Biblion en VOB kreeg de branche begin deze eeuw rijksmiddelen om bibliotheek.nl te realiseren. Onder aanvoering van Jos als managing consultant werd ICT-expertisecentrum Laurens opgericht. Een klein team van experts dat – begeleid door externe deskundigen – de kar ging trekken. ‘In een paar jaar tijd is dat project van de grond gekomen en ondergebracht bij de VOB, waarna we onszelf hebben opgeheven.’
Toeval bracht hem aansluitend terug in Deventer. ‘Nadat we in 2006 de stekker uit Laurens hadden getrokken, ben ik, samen met Rob Bruijnzeels, bij de VOB nog even hoofd bibliotheekvernieuwing geweest, maar toen er vanuit Deventer een beroep op mij werd gedaan, greep ik die kans met beide handen aan. Ik was het dagelijks op en neer reizen naar Den Haag beu. De kinderen waren het huis uit en ik wilde ook wel eens wat meer tijd met mijn vrouw doorbrengen. Hoe ik beide periodes in Deventer heb ervaren? De eerste keer was vooral een leerperiode, maar de tweede keer moest ik echt doorpakken. Gelukkig had ik in de tussentijd enige kennis en ervaring opgedaan waarop ik kon terugvallen. Financieel was de bibliotheek Deventer in het slop geraakt. Er lag een bezuinigings- en een vernieuwingsopdracht. Dat laatste gold niet alleen voor de vestigingen in de stad, maar ook voor die in de omliggende kernen Schalkhaar, Diepenveen en Bathmen. Het was zaak alle maatschappelijke initiatieven die voor de bibliotheek anno 2026 vanzelfsprekend zijn, op te pakken en handen en voeten te geven. En dat in een tijd van krimpende budgetten en een slinkend personeelsbestand.
Vrijwilligers deden hun intrede met de komst van het Taalhuis. Terwijl het aantal uitleningen landelijk terugliep, slaagden wij er toch in deze uit te bouwen dankzij klantvriendelijker dienstverlening. De logistieke groei werd opgevangen door een heel team van collega’s “met afstand tot de arbeidsmarkt”.’
Geheim van vroeger
En toen, in 2014, riep het land nogmaals. De KB nationale bibliotheek zocht een hoofd bibliotheekstelsel omdat het rijk de regiefunctie voor de openbare bibliotheken in Nederland bij de KB had ondergebracht. ‘Wat is van oudsher de kracht van de bibliotheken? Dat we een gezamenlijk netwerk vormen: lokaal, provinciaal en landelijk. Iets van onderop vernieuwen en dat op gezamenlijk niveau bij elkaar brengen en produceren, dat noem ik het geheim van vroeger dat we in belangrijke mate hebben vastgehouden en in de nieuwe constellatie verder ontwikkeld. Daar hoort de tussenlaag van de POI’s absoluut bij. Ongetwijfeld is het waar dat het stelsel in de loop der jaren enigszins verbrokkeld was geraakt, maar de Wsob (Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, red.) die in 2015 van kracht werd, behield de drie lagen, verankerde de kernfuncties van de bibliotheek, en hevelde de verantwoordelijkheid voor het stelsel van het Sectorinstituut over naar de KB.’
Gezamenlijke missie
Gelet op de aanvankelijke terughoudend bij veel bibliotheken, was de opdracht om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen geen simpele klus, maar Jos bleek de juiste man op de juiste plek. Als verbinder wist hij meer en meer bibliotheken ervan te overtuigen dat de KB allerminst dictaten wenste op te leggen, maar vooral aanvoerder wilde zijn van een team met een gezamenlijke missie. ‘Toen de vacature bij de KB werd aangeboden, zei ik tegen Mark Deckers: ‘Op die post moet wel iemand met een bibliotheekachtergrond komen te zitten’. Waarop Mark zei: ‘Waarom ga jij dat niet doen?’ Ook Jacqueline Roelofs sprak zich in soortgelijke bewoordingen uit, waarna ik besloot mij kandidaat te stellen.
Achteraf kijk ik met veel voldoening terug op mijn acht jaar bij de KB. Ik ben echt een teamspeler. Er moest bijvoorbeeld een collectieplan komen. Nou, dat stel je dan samen met het veld op. Zo hebben we de aanvankelijke huiver in de branche beetje bij beetje weg kunnen nemen. Wat weten ze bij de KB nou van openbare bibliotheken, kreeg ik nogal eens te horen. Ook binnen de KB had men aanvankelijk bedenkingen. Men had zoiets van: wat krijgen we nu weer in huis?’
Naar de zon
‘Er is maar één manier om die argwaan te ontmantelen: samen om tafel gaan en afspraken maken over hoe je het varkentje gaat wassen. Welke stappen zullen we zetten? Wat is realistisch? Wat vergt tijd? Kortom, elkaar zoeken op inhoud. Natuurlijk heeft het daarbij geholpen dat ik het reilen en zeilen van een bibliotheek uit ervaring kende, maar je neemt ook je karakter als persoon mee. Ik kan mijn eigen wil parkeren om te kijken wat de gezamenlijke wil is. Als voorbeeld noem ik vaak: wanneer jij zegt dat je op vakantie naar Mallorca wilt, dan is de kans aanwezig dat je reisgenoot zegt: dat is niet mijn keuze. Zeg je daarentegen: laten we naar de zon gaan, dan heb je meer kans dat iemand zich daarbij aansluit. Mede door die benadering hebben we met elkaar toch stappen gezet.
Waar ik met het meeste genoegen op terugkijk? Dat de verbinding tussen KB en stelsel echt op gang is gekomen. Op diverse onderdelen hebben we invulling gegeven aan onze landelijke taken. Het is zeker geen verdienste van mij alleen. We hebben dat samen gedaan en als de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten, red.) laat weten dat geen wet zo succesvol is geïmplementeerd als de Wsob, dan stemt dat tevreden. Oké, er zijn nog verbeterpunten – en die ambitie is aanwezig – maar met elkaar mogen we best trots zijn op waar de bibliotheken nu staan. Ook Lily Knibbeler, voormalig algemeen directeur van de KB, heeft in dat hele proces als slimme verbinder pur sang een niet te onderschatten rol gespeeld.’
Onze plicht
‘Die zorgen hebben ermee te maken dat eind vorige eeuw de gemiddelde lener veertig procent aan non-fictie en zestig procent aan fictie leende. De bibliotheek was mede een spil in de publieke informatievoorziening. Inmiddels is die informatieve uitleenfunctie van de bibliotheek bijna weg. Wat hebben we online wel gebracht in de bibliotheek? Met name fictie. Wie komt er nog voor een spreekbeurt of onderzoek naar de lokale bibliotheek? Dat is marginaal geworden. Wij hebben vergeten om de kennis en informatie van de nieuwe wereld op een nieuwe manier naar ons toe te halen en te ontsluiten. Via bijvoorbeeld het IDO ontplooien we wel initiatieven op dit vlak, maar niet in de mate zoals dat vroeger in de kern van ons vak en de breedte van de samenleving zat. Wie doet dat wel in een tijd van desinformatie? Veel databanken en informatiebronnen zitten achter slot en grendel, daar kom je als consument niet zomaar bij. In mijn ogen moeten we ons schamen dat we ons niet gerealiseerd hebben wat dit betekent voor een kennissamenleving. Wie zorgt er voor een internet voor kinderen? Waar vinden die hun relevante bronnen? Wie ontsluit deze bronnen? Wie voelt zich ervoor verantwoordelijk? Je merkt dat ik fel word, want dit gaat mij aan het hart.
Bibliotheken laten daar geen kans liggen; we verzaken onze plicht. Nu ik erover praat merk ik dat de bibliothecaris in mij toch weer wakker wordt. Het is goed dat we met vele anderen de brief ondertekenen aan de informateur waarin we stellen dat de publieke digitale informatievoorziening een plek in het regeerakkoord moet krijgen. Het zal een tour de force worden om in het wereldwijde digitale geweld alsnog een goede digitale publieke plek te maken waar breed gebruik van gemaakt wordt.’
Samenhang aanbrengen
Was het feit dat Jos zich altijd heeft beijverd om uitdagingen die lokaal overstijgend zijn gezamenlijk op te pakken, indertijd ook de reden voor zijn overstap naar de OBD (De Overijsselse Bibliotheek Dienst, red.) en later de VOB? ‘Gerard Kocx, toenmalig directeur van de bibliotheek Enschede die onlangs helaas is overleden, stelde voor om met elkaar geld in een pot te doen en de overstap naar het digitale tijdperk in gezamenlijkheid te maken. Dat was een hele stap, dat de grootste bibliotheek van Overijssel bekende zo’n klus niet in haar eentje te kunnen klaren, maar dat zij daarvoor ook de kleinere bij de OBD aangesloten bibliotheken nodig had. In dat proces samenhang en kwaliteit aanbrengen was een van de opgaven die ik bij de OBD met plezier op mij nam. We pakten vernieuwingstrajecten met elkaar op, niet alleen in Overijssel, maar naderhand ook op landelijk niveau.
In die tijd zag eveneens het rapport van de Commissie-Meijer het licht, dat stelde dat je moest schaalvergroten om de ontwikkelingen aan te kunnen. Met als gevolg dat de basisbibliotheken, die voor meerdere gemeenten werkten, het licht zagen. Terugkijkend kun je gerust stellen dat we dankzij het bundelen van onze krachten de organisatorische, bestuurlijke en inhoudelijke vernieuwing hebben kunnen versnellen.’
Gespreid bedje
Na zijn opleiding tot bibliothecaris aan de Bibliotheek en Documentatie Academie in Sittard (1975-1978) werkte Jos in de bibliotheken van Maasdriel, Roermond en Schiedam alvorens in Deventer aan de slag te gaan. ‘Ook heb ik nog vier jaar lesgegeven aan de bibliotheekopleiding, voordat ik op mijn 32stedirecteur werd in Deventer. Daar volgde ik Jan Hovy op, die overstapte naar Arnhem. Hoe ik terugkijk op die tijd? Internet was er nog niet, maar qua ontsluiting en dienstverlening behoorde Deventer tot de beste bibliotheken van Nederland. Vanaf 1948 was men al actief voor alle basisscholen in het werkgebied. Men had reeds een muziekbibliotheek en een centrale vakbibliotheek voor bedrijven. Kortom, ik kwam in het gespreide bedje van mijn voorgangers terecht. Maar Deventer kreeg ook veel rijkssubsidie, die in de nadagen van de bibliotheekwet uit 1975 helaas afgebouwd moest worden.
Wat mijn eerste tijd in Deventer voorts kenmerkte, waren de eerste initiatieven in het kader van de Overijsselse samenwerking en de opkomst van internet en databanken. Via een beeldscherm aan het inlichtingenbureau werd in één keer informatie uit boeken en wetenschappelijke tijdschriften ontsloten waarvoor je eerst in de trein moest stappen op weg naar een bibliotheek in een andere stad. Het digitaal ontsluiten van kennis en informatie dicht bij de burger vond toen voor het eerst plaats. Overigens maak ik mij daarover nu grote zorgen.’
Het bedrijf Wizenoze maakte het internet toegankelijk voor leerlingen en studenten door betrouwbare, relevante en begrijpelijke informatie aan te bieden op hun eigen leesniveau, zonder reclames of andere afleidingen. In eerste instantie richtte het initiatief zich op leerlingen op de lagere en middelbare school, maar allengs behoorden ook studenten op een beroepsopleiding tot de doelgroep. De directe inspiratie voor Wizenoze, dat in 2013 werd opgericht, vormde het promotieonderzoek van Hanna Jochmann-Mannak aan de Universiteit Twente. Haar studie naar het zoekgedrag van kinderen toonde aan dat dezen moeite hadden om geschikte informatie te vinden op het internet. Veel content was te complex of niet afgestemd op hun cognitieve en taalniveau. Hanna’s promotor, professor Theo Huibers, herkende de potentie om deze inzichten in een bedrijfsvorm te gieten en vond in Diane Janknegt een partner om dit voornemen te verwezenlijken. Ondanks de maatschappelijke impact en technologische innovatie bleef de financiering een kwetsbaar punt. In 2024 viel een cruciale investering onverwacht weg, waardoor Wizenoze het faillissement moest aanvragen.
Wizenoze
Jos Debeij in 1992.
Foto: Jelmer de Haas
Jos Debeij in 2025.
Onomstreden factor
Staat de bibliotheek er als geheel nu beter voor dan ooit? ‘Ja, dat vind ik wel. De bibliotheek is een onomstreden factor in de samenleving. Dat hebben al die duizenden mensen die in de branche werken met elkaar bereikt. Boekstart, de Bibliotheek op school, het Taalhuis, IDO, digitaal burgerschap, de gezamenlijke monitoring, sturing en bedrijfsvoering die we hebben ontwikkeld, dit en nog veel meer is met gedeelde krachten tot stand gebracht. Dat brengt me weer terug op mijn begintijd. Als iemand zegt dat het bibliotheekwerk vroeger heel anders was dan nu, antwoord ik: kijk eens wat dieper. In wezen doen we nog steeds hetzelfde: mensen helpen bij het vinden van informatie die van toepassing is op hun persoonlijke situatie. Uiteindelijk gaat het slechts om één ding: impact hebben voor de mensen in dit land.
Zoals ik al eerder aangaf: daar liggen best nog uitdagingen. We moeten van bladgoud goud maken. Het is waar dat we met Boekstart, Taalhuis en IDO mensen bereiken, maar eind vorige eeuw had 33% van de Deventenaren een bibliotheekpas en 50% van de gezinnen gebruikte de bibliotheek. Met bladgoud bedoel ik dat we nu inderdaad impact hebben, veel bezoekers trekken, maar ons bereik is nog niet optimaal. Dan noem ik nogmaals wat ik zojuist al zei: laten we streven naar meer impact op het vlak van echte kennis en informatie in een wereld die in toenemende mate kampt met desinformatie. Waarom niet beginnen met kinderen? Waarom niet inzetten op een internet voor de jeugd? Deze vraag hebben we al eerder in de branche opgeworpen, maar door allerlei oorzaken is het antwoord naar de achtergrond verdwenen, net als de virtuele schoolmediatheek en Al@din als digitaal inlichtingenbureau. Allemaal componenten van wat we nu node missen, want ook het door Diane Janknegt en Theo Huibers bedachte en ontwikkelde Wizenoze (zie kadertekst 1), dat in een lacune voorzag, is twee jaar geleden failliet gegaan. Toen ik dat hoorde, heb ik in de trein figuurlijk gesproken zitten janken, want waar vindt een kind een relevante bron? Wie zorgt daarvoor in het publieke domein? Wie ligt daar echt wakker van? Niemand!
Met dBos mikken we samen met het onderwijs vooral op leesbevordering door fictie en leesplezier. Ook heel belangrijk, maar laten we de kinderen evenzeer wegwijs maken in de wereld van de non-fictie, de digitale informatie. Mijn vingers jeuken om partijen bij elkaar te brengen, want er zijn heus wel goede initiatieven op dit vlak. Laten we niet roepen dat we naar Mallorca willen, maar op een zonvakantie. Laten we partijen samen met het onderwijs aan tafel brengen. Laten we werk maken van een prototype. Of ik daar zelf de schouders onder zou willen zetten? Als er één ding is waarvoor ik best nog een keer twee jaar zou willen vrijmaken, is het dat. Onderdeel zijn van een project waar je met elkaar in gelooft. Iets wat haalbaar is samen met anderen daadwerkelijk realiseren, daarvoor wil ik honderd worden. Maar dan denk ik ook aan de verzuchting van mijn vrouw Carla die laatst zei: ‘Moet je het niet wat rustiger aan gaan doen?’ Ze heeft gelijk. Ook na mijn pensioen kom ik uren tekort.’
Bibliotheekblad 1 • januari 2026
Geboren in Meerssen keerde Jos Debeij kort voor zijn pensionering in 2022 terug naar zijn Limburgse geboortegrond. Aan stilzitten heeft Jos een broertje dood, dus is hij ook als AOW-gerechtigde onverminderd actief. Zo is hij niet alleen voorzitter van de stichting Heuvellandbibliotheken met vestigingen in Berg & Terblijt, Eijsden, Margraten, Vaals en Valkenburg, maar is hij in zijn woonplaats Schimmert ook de drijvende kracht achter Studio Oensel, een huiskamertheater en werkplaats voor Limburgs amateurtoneel. Daarnaast is Jos nog steeds bestuursvoorzitter van de Stichting ’t Oude Kinderboek. Elk jaar rond Kerst kruipt hij in de huid van een romanfiguur tijdens de Deventer Dickensdagen, want acteren is een van zijn passies.
Tijdens de eerste weken op de bibliotheekacademie vroeg Jos zich zelfs vertwijfeld af of hij niet beter voor de toneelschool had kunnen kiezen. Gelukkig voor de bibliotheekwereld kreeg de twijfel geen overhand. Jos’ roemruchte dagen in het veteranenelftal van SV Terwolde liggen inmiddels achter hem, maar hij mag nog graag een balletje trappen met zijn kleinkinderen. Ook de wielersport blijft boeien. Met smaak dist hij als liefhebber verhalen op van vroeger, toen de buren van zijn ouders het onvoorstelbare voorrecht genoten om een paar keer onderdak te bieden aan levende legende Eddy Merckx, die na afloop van een koers stond te douchen in het huis naast zijn ouders. Daar, in Nederlands meest bourgondische provincie, ontsproot zijn liefde voor de sport, maar ook voor het delen van verhalen en het prikkelen van de verbeelding.
De afstand van Schimmert naar Deventer bedraagt tweehonderd kilometer, maar als iets Jos typeert, is het wel dat hij op de vraag of hij voor dit interview naar de koekstad wil komen, zonder aarzeling ‘ja’ zegt. Dat is even aimabel als toepasselijk, want gedurende zijn werkzame leven was Jos twee keer directeur van de OB Deventer. De eerste keer van 1989-1996, de tweede keer van 2007-2014.
Ontmoeting met inhoud
‘Deventer is een fijne stad,’ zegt hij bij binnenkomst in de nieuwe bibliotheek aan de Stromarkt, die op 28 september 2018 openging voor het publiek. ‘Ik heb hier twee periodes mogen werken en voelde me echt onderdeel van deze stad. We spreken elkaar op een doorsnee maandagochtend, maar kijk eens hoe vol het hier zit. Zo hoort het ook. Ontmoeting met inhoud, dat is waar de bibliotheek voor staat.’ Lachend: ‘Zoals wij hier ook zitten, zeg maar.’ Om te vervolgen: ‘Mooi, dat die nieuwe bibliotheek er uiteindelijk toch is gekomen, want man, man, man, wat ben ik daar lang mee bezig geweest.
Aanvankelijk zouden het stadskantoor en de bibliotheek in één gebouw aan het Grote Kerkhof komen te zitten, maar vanwege politieke perikelen is dat afgeblazen. Dus moesten we op zoek naar een nieuwe locatie. Tegelijkertijd dienden we te bezuinigen én de spreiding tot in de kleinste kernen overeind houden. Ik heb nog wel meegemaakt dat het plan om de nieuwe bibliotheek aan de Stromarkt te situeren door de gemeenteraad werd aangenomen, maar de voltooiing van de nieuwbouw niet. Toen “riep” Den Haag, zal ik maar zeggen, omdat men bij de KB op zoek was naar een hoofd van de afdeling bibliotheekstelsel. Of ik het jammer vind dat ik de realisatie van de nieuwe bieb heb gemist? Zo zit mijn karakter en loopbaan nu eenmaal in elkaar. Na verloop van tijd kwam er telkens iets anders op mijn pad en dat heeft ook zijn charme, dat zorgt voor vers elan.’
Bibliotheekblad bestaat dertig jaar. Reden voor de redactie om via een aantal artikelen terug en vooruit te blikken. En wie kan voor een betere start zorgen dan Jos Debeij, voormalig hoofd afdeling Bibliotheekstelsel bij de KB nationale bibliotheek.
Na zijn klassieke bibliotheekopleiding heeft Jos een breed scala aan functies in het vak bekleed. Ook heeft hij Bibliotheekblad jarenlang van nuttige adviezen voorzien als lid van de redactieraad. Daarnaast sprong hij op de bres voor dit vakblad toen het bij de ontvlechting van de toenmalige VOB in 2010 tussen wal en schip dreigde te belanden.
‘Laten we van bladgoud goud maken’
Tekst: Eimer Wieldraaijer
• Foto’s: zie credits langs zijkant
Dertig jaar Bibliotheekblad / Bibliotheekgeschiedenis
Jos Debeij over de impact van bibliotheken