Video: KB nationale bibliotheek
Jeroen Vandommele, conservator na-middeleeuwse en moderne handschriften bij de KB, vertelt over de Vischboek chatbot.
Foto: KB nationale bibliotheek
Een screenshot van de chatbot waarmee je in gesprek kunt gaan met het Visboeck van Adriaen Coenen uit 1579.
Martijn Kleppe, plaatsvervangend algemeen directeur bij de KB.
De VVBAD in gesprek met Martijn Kleppe (KB nationale bibliotheek)
De bibliotheek als kompas in de digitale jungle
Tamar van Gelder wordt per 1 oktober 2024 de nieuwe directeur-bestuurder van Stichting Lezen. Van Gelder (1975) was sinds 2021 voorzitter van de Algemene Onderwijsbond (AOb), die 83.000 medewerkers in het onderwijs en onderzoek vertegenwoordigt. Van 2016 tot 2021 was zij bij de AOb algemeen secretaris. Daarvoor werkte ze als opleidingsmanager bij het ROC Amsterdam en was ze mede-oprichter van de Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO). Ze is lid van de Raad van Advies SER Diversiteit in Bedrijf en voorzitter van de Stichting van het Onderwijs.
Vlaanderen / VVBAD / Informatie aan Zoo
Tekst: Maxine Lynch, communicatiemedewerker bij de VVBAD • Foto’s: zie credits langs zijkant
• Video: KB nationale Bibliotheek
Martijn Kleppe, plaatsvervangend algemeen directeur bij de KB, geeft tijdens het Vlaamse congres Informatie aan ZOO een keynotelezing op vrijdag 10 oktober. (Het congres vindt plaats op 9 en 10 oktober, red.) In dit interview neemt hij ons mee op een inspirerende verkenning van de bibliotheek als toekomstgerichte kennisinstelling. Hij toont aan hoe bibliotheken een sleutelrol kunnen spelen in digitale geletterdheid, democratische weerbaarheid én technologische innovatie – zonder hun menselijke waarden te verliezen. Een gesprek over nieuwsgierigheid, keuzes maken in tijden van artificiële intelligentie (AI), en waarom een gidsfunctie belangrijker is dan ooit.
Een mooi voorbeeld hiervan is onze Curator Bot. Toen Open AI nog in haar kinderschoenen stond, droomde onze (enige) conservator na-middeleeuwse en moderne handschriften ervan om een digitale kopie of een digitaal hologram van zichzelf te maken om de vele vragen van de bezoekers meteen te kunnen beantwoorden. (Zie video op deze pagina, red.) De onderzoekers gingen aan de slag en ontwikkelden een chatbot waarmee je in gesprek kunt gaan met een eeuwenoud boek: het Visboeck van Adriaen Coenen uit 1579. Niet zomaar zoeken in tekst, maar écht communiceren – alsof het boek zelf tot leven komt. Stel je voor: je bladert door het Visboeck, met prachtige illustraties van wezens uit de Noordzee, inclusief mythische wezens zoals eenhoorns en zelfs draken. Dat boek begint te ruiken naar zout en inkt waardoor kennis, geschiedenis én fantasie samenvloeien. Dankzij AI, taalmodellen en de expertise van de conservator kan dat boek nu antwoorden geven. Het spreekt terug. En je kunt zelfs ludieke vragen stellen zoals: ’Mag ik het boek thuis in de open haard gooien?’ (Lacht).
En dat is pas het begin. Door in interactie te gaan met de inhoud van boeken, maken we een beweging van statisch lezen naar dynamisch ontdekken. Tegelijkertijd groeit de digitale collectie enorm, maar hoe maak je de rijkdom van zo’n ongrijpbare digitale collectie voelbaar? Daar komt natuurlijk AI om de hoek kijken. Hoe kunnen we onze dienstverlening aanpassen, zodat je er nog meer informatie uit kunt halen? We worden geconfronteerd met heel verschillende perspectieven en dat vraagt veel van ons. Het dwingt ons om echt na te denken: ga je overal in mee of maak je een bewuste keuze? Bij de KB merken we dat het lastig is die keuze te maken. We proberen veel verschillende initiatieven op te zetten, maar uiteindelijk begint dat budgettair te wringen, dus moeten we steeds slimmer omgaan met de middelen die we hebben.
In het Future Libraries Lab verkennen we hoe we met nieuwe technologieën, zoals chatbots en taalmodellen, onze collecties op andere manieren kunnen ontsluiten. We kijken daarbij niet alleen naar de fysieke collectie – die met zo’n 122 kilometer aan boeken, kranten en tijdschriften best indrukwekkend is – maar ook naar onze digitale collectie. Die collectie blijft maar groeien, met ruim 2 petabyte aan bestanden, van gedigitaliseerde en born-digital publicaties tot gearchiveerde websites. Omdat de digitale collectie moeilijk te bevatten is, zoeken we naar manieren om deze ook fysiek te laten beleven. Via installaties experimenteren we met beweging en interactie, om mensen een gevoel te geven van de omvang, rijkdom en inhoud van wat er digitaal beschikbaar is. Dat roept fundamentele vragen op: hoe blijven we als bibliotheek, midden in die technologische transitie, een toegankelijke en inclusieve publieke kennisinstelling? Digitale geletterdheid wordt daarbij steeds belangrijker, net als het herdefiniëren van onze kernwaarden als publieke dienstverlener.
Hoe kunnen bibliotheken technologische vernieuwing omarmen en tegelijkertijd een inclusieve plek voor iedereen blijven?
Bibliotheken zijn gidsen in het informatielandschap. Dat landschap verandert, dus bibliotheken veranderen mee. De gidsfunctie verandert ook en tegelijkertijd niet. We blijven mensen gidsen naar informatie. Neem nu het voorbeeld van de belastingaangiften. Veel mensen hebben daar hulp bij nodig. In de bibliotheek lag vroeger de Belastinggids, een boek dat mensen konden raadplegen om te begrijpen hoe ze hun belastingformulier moesten invullen. De bibliotheek hielp door die gids beschikbaar te stellen. Nu is die papieren gids er niet meer, maar in veel bibliotheken zijn er vrijwilligers, die mensen helpen met hun belastingaangifte. Het doel is dus hetzelfde gebleven: mensen ondersteunen. Alleen is het middel veranderd: eerst was dat een boek, nu is het een mens. En in de toekomst kan het misschien weer iets anders zijn, een technologische oplossing bijvoorbeeld.
Het is juist daarom dat je als bibliotheek adaptief moet zijn en steeds moet meebewegen met de ontwikkelingen. Dat is niet altijd gemakkelijk. Ook niet als grote organisatie die al lang bestaat. Er werken veel mensen die vaak al jaren hetzelfde werk doen. Verandering kan spannend zijn. Daarom moet je als organisatie goed nadenken: hoe beweeg je mee met de verandering? Hoe neem je je medewerkers mee? Dat is, denk ik, ook een interessante insteek voor het congres. Ik heb daar niet direct een passend antwoord op, maar aandacht voor medewerkers en voor veranderstrategieën is cruciaal. Want uiteindelijk blijft die kernfunctie van de bibliotheek in mijn ogen overeind: we gidsen mensen in het informatielandschap. Dat landschap verandert, dus wij veranderen ook, maar onze gidsfunctie blijft hetzelfde.
Helaas kan niet iedereen mee in dat digitale informatielandschap. Denk maar aan oudere mensen die moeite hebben om het bij te benen en die met veel moeite hun digitale post lezen. Velen krijgen hulp, maar de kans is groot dat ze dat nooit zelfstandig zullen kunnen. Dat is niet erg, maar het laat wel zien dat digitalisering niet voor iedereen vanzelfsprekend is. In Nederland richten openbare bibliotheken zich daarom op grote maatschappelijke opgaven. Zo zijn “een geletterde samenleving” en ”participatie in de informatiesamenleving” twee belangrijke pijlers. Hoe kunnen we mensen helpen mee te komen in een steeds digitalere wereld? Die gidsrol ligt tegenwoordig vaak in het versterken van digitale vaardigheden.
Dat sluit trouwens ook mooi aan bij het thema van Informatie aan ZOO dit jaar: Informatie in transitie: menselijke waarden in een digitale toekomst. Dat raakt voor mij aan de essentie van waar bibliotheken voor staan. Het gaat om menselijke waarden en technologie mag nooit los komen te staan van de mens.
Wat zijn volgens jou de belangrijkste uitdagingen in de digitale toekomst als het gaat over het beschermen van de democratische waarden?
Een van de belangrijkste uitdagingen is de manier waarop we omgaan met technologische ontwikkelingen – en vooral de toenemende dominantie van de big tech. Ik gaf net het voorbeeld van de Curator Bot. Daarbij hebben we in eerste instantie gebruikgemaakt van modellen van OpenAI, omdat die technisch gezien indrukwekkend zijn. Maar ondertussen weten we dat die modellen juist zo goed zijn, omdat ze onze data zonder toestemming gebruiken. Daar zit een ethisch dilemma: aan de ene kant wil je zulke technieken gebruiken, omdat ze aansluiten bij je missie – mensen helpen navigeren in het informatielandschap. Aan de andere kant zijn ze ontwikkeld op manieren die haaks staan op waar we voor staan, zoals auteursrecht en eerlijke vergoedingen.
Om die reden hebben we bij de KB besloten om deze technieken voorlopig niet te gebruiken, niet voor onze medewerkers en niet in onze diensten. We beseffen dat mensen die toepassingen wél willen gebruiken. Daarom blijven we hier een rol in spelen, enerzijds als intermediair tussen ontwikkelaars en rechthebbenden – zoals uitgevers en auteurs – en anderzijds als kennisinstelling die gesprekken organiseert.
Niet elke bibliotheek kan zo’n intermediaire rol opnemen. Voor kleinere bibliotheken is het belangrijk om samen te werken aan de ontwikkeling van technieken die passen bij de publieke waarden en die we als sector zelf in de hand houden. Je gebruikt dus modellen waarbij je weet waar de data vandaan komen, waarbij je transparant bent over hoe het werkt en waarbij je gebruikersdata niet opslaat. Dat is de benadering die we nastreven.
Gelukkig ontstaan er steeds meer initiatieven in die richting. De versnelling daarin wordt nu extra zichtbaar door de ontwikkelingen in de VS, maar in Nederland loopt de Public Spaces-beweging – een samenwerking van publieke instellingen zoals bibliotheken, erfgoedinstellingen en openbare omroepen – hier al ruim vijf jaar op vooruit. Zij geven aan dat we te afhankelijk zijn van big tech en stellen de vraag hoe we samen kunnen optreden of toepassingen kunnen ontwikkelen, die niet alleen aansluiten bij de technische wens die we hebben, maar ook passen bij de publieke waarden waarvoor we staan. Een concreet project is de ontwikkeling van een publiek taalmodel, opgezet door grote onderzoeksinstellingen, waar ook de KB bij betrokken is. We concurreren niet met OpenAI, – dat is gewoon niet realistisch – maar we zien wel potentieel om iets te bouwen dat ethisch verantwoord is. Een taalmodel waarvan je weet welke data erin zitten, dat met toestemming gemaakt is en dat gebruikt wordt voor toepassingen, die passen binnen onze samenleving.
Bibliotheken kunnen dat niet alleen. Maar als collectief – samen met erfgoedinstellingen en andere publieke organisaties in de brede GLAM-sector (Galeries, Libraries, Archives en Museums) – kunnen we wel impact hebben. Tegelijkertijd hinken de juridische richtlijnen, vooral op het gebied van auteursrecht op zowel nationaal als Europees niveau, nog achterop. Daar is nog veel werk aan, maar op dat niveau kunnen we lobbyen, zodat de wetgeving aangepast wordt aan de digitale realiteit.
Hoe kunnen bibliotheken bijdragen aan digitale geletterdheid en zo de veerkracht van gemeenschappen versterken? Wat hebben ze daarbij nodig om relevant te blijven in een snel digitaliserende samenleving?
In Nederland gebeurt dat onder meer via Digitaal Burgerschap, een programma dat openbare bibliotheken ondersteunt bij het ontwikkelen van initiatieven rond digitale vaardigheden voor zowel bezoekers als medewerkers. Dat laatste is cruciaal: als medewerkers zelf nog vragen hebben over bijvoorbeeld AI, dan wordt het lastig om anderen daarin goed te begeleiden. Juist daarom staat samenwerking centraal. Een goed voorbeeld van zo’n initiatief is de AI Parade. Dat is een reizende tentoonstelling met debatten, cursussen en activiteiten, die op een laagdrempelige manier mensen meeneemt in vragen zoals: Wat is AI precies? Wat gebeurt er? Wat kun je ermee? Door de kracht van het netwerk te benutten, kunnen bibliotheken optreden als intermediair: ze hoeven niet alle kennis zelf in huis te hebben, maar helpen burgers wel een stap verder in hun digitale ontwikkeling.
Om relevant te blijven, moeten bibliotheken bovendien hun klassieke rol als gids in het informatielandschap blijven vervullen, aangepast aan de huidige maatschappelijke en technologische context. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het verantwoord omgaan met nieuwe technologieën. Dat wordt ondersteund door een gezamenlijke strategie.
Nederlandse bibliotheken treden steeds meer als één geheel naar buiten in plaats van bijvoorbeeld enkel de lokale gemeenschap te betrekken. Samen hebben ze een gedeelde missie en werken ze rond thema’s zoals digitale geletterdheid, informatievaardigheden, participatie in de informatiesamenleving en levenslang leren. De nationale publiekscampagne die een tijdje geleden op televisie te zien was, onderstreept dat met de boodschap “De bibliotheek, daar leer je meer”.
Die gezamenlijke aanpak geeft bibliotheken maatschappelijk gewicht en maakt ze weerbaar tegen druk van buitenaf – zoals we die in de VS zien ontstaan. Door als sector samen te werken, bouwen bibliotheken aan vertrouwen, relevantie en democratische veerkracht. Ze vormen een stevig bolwerk tegen polarisatie en desinformatie – ontwikkelingen die elders (zoals in de VS, maar ook in het Verenigd Koninkrijk) al verder doorgedrongen zijn.
Worden bibliotheken in Nederland al gezien als publieke plekken die bijdragen aan de democratie?
De laatste jaren is het (stereotiepe) beeld van de bibliotheek inderdaad veranderd, maar dat is niet alleen te danken aan de campagne. Die kwam er deels dankzij overheidsfinanciering, omdat de overheid uiteindelijk ook inzag hoe bibliotheken zich aan het heruitvinden waren. Verschillende factoren hebben daaraan bijgedragen. In 2015 kwam de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob), waarin duidelijke maatschappelijke taken benoemd werden, zoals ontmoeting, debat en leesbevordering. Bibliotheken hebben zich daar goed aan aangepast. Daarnaast is er flink geïnvesteerd in de gebouwen zelf. In steden zoals Tilburg, Groningen, Arnhem en Amsterdam – en binnenkort ook Rotterdam – zijn prachtige bibliotheken gerealiseerd die echte publiekstrekkers geworden zijn. Een mooi voorbeeld is de LocHal in Tilburg, een voormalige locomotiefwerkplaats die omgevormd is tot een innovatieve bibliotheek. Het is een architectonisch juweel én een bruisende plek vol activiteiten. Zo’n bibliotheek draagt natuurlijk enorm bij aan het vernieuwende imago van de bibliotheek.
Ook digitaal is er veel veranderd: met een lidmaatschap bij je lokale bibliotheek heb je toegang tot duizenden e-boeken. Zo speel je als bibliotheek een steeds grotere rol in het dagelijkse leven van mensen: in de stoel met een e-boek, op zaterdagochtend met je kind naar het voorleesuurtje en even koffiedrinken of gezellig een praatje maken.
Hoe ziet de ideale bibliotheek er voor jou uit in de toekomst? En welke rol speelt technologie daarin?
Naast openbare bibliotheken hebben universiteitsbibliotheken en gespecialiseerde bibliotheken zich ook verder ontwikkeld. Maar toch zijn het nog steeds verschillende werelden. In mijn ideale bibliotheek vervagen die grenzen meer. Of je nu een universiteitsbibliotheek, openbare bibliotheek of gespecialiseerde bibliotheek binnenwandelt: iedereen is welkom, ongeacht je achtergrond of doel.
In de praktijk zijn er vandaag nog veel drempels. Een universiteitsbibliotheek is vaak enkel toegankelijk voor studenten of medewerkers. Ik hoop dat burgers in de toekomst vrij kunnen schakelen tussen die werelden. In Nederland zitten we als netwerk al gezamenlijk aan tafel en sluiten we soms zelfs collectieve contracten met leveranciers af. Het belangrijkste is steeds dat we de bezoeker centraal stellen en zorgen dat die overal toegang heeft tot kennis, ontmoeting en ontwikkeling.
Hoe zie je de rol van openbare bibliotheken in een digitale toekomst?
Openbare bibliotheken zijn van cruciaal belang – misschien nu wel meer dan ooit. Gelukkig erkennen we in België en Nederland dat bibliotheken diep verankerd zitten in de samenleving. De Lage Landen zijn blijkbaar de uitzondering, zeker als je ze vergelijkt met bijvoorbeeld de Verenigde Staten (VS), waar bibliotheken onder druk staan. Er zijn maar weinig plekken in de samenleving waar je als burger vrij heen kunt gaan om te lezen, kennis op te doen, een debat bij te wonen, anderen te ontmoeten of simpelweg jezelf te zijn – zonder commerciële druk. Maar ook digitaal vormen bibliotheken een veilige haven.
Juist in die digitale omgeving groeit de relevantie van bibliotheken. Het is een plek waar je informatie kunt vinden en waar je toegang krijgt tot kennis via vernieuwende technologie. Wat is de toekomstige rol van bibliotheken in dat digitale tijdperk? Hoe maken we collecties toegankelijker? Hoe zorgen we voor een digitale infrastructuur die zowel veilig als betekenisvol is? Het Future Libraries Lab, een samenwerking met de Technische Universiteit (TU) Delft, onderzoekt precies dat soort vragen.
Wat kunnen we verwachten van je keynote? Wat zijn de belangrijkste thema’s die je wilt aansnijden?
Momenteel valt er een duidelijke tendens op: steeds meer mensen duiken zelfstandig in complexe thema’s, van de eigen leefwereld tot bredere maatschappelijke uitdagingen zoals klimaatverandering. Ze doen dat niet vanuit hun maatschappelijke functie of opleiding, maar puur uit nieuwsgierigheid. Ze gaan zelf actief op zoek naar informatie, leggen verbanden en gebruiken die informatie kritisch, precies zoals een expert dat doet. Ze noemen zichzelf geen “onderzoeker” of “citizen scientist”, maar ze gedragen zich wel zo. Op deze manier vervaagt de traditionele scheidingslijn tussen “de wetenschapper” en “de burger”.
Die beweging ontgaat de KB uiteraard niet. Daarom proberen we die werelden nu dichter bij elkaar te brengen. Waar we ons vroeger vooral richtten op de wetenschappelijke vooruitgang, zien we nu een bredere opdracht. Mede door onze rol binnen het netwerk van openbare bibliotheken willen we onze kennis, collecties en digitale infrastructuur ook toegankelijk maken voor nieuwsgierige burgers. ‘Iedereen is onderzoeker’, zei een voormalige Nederlandse minister van Onderwijs ooit zo treffend. Het is precies die gedachte die richting geeft aan hoe we onze diensten ontwikkelen en onze verantwoordelijkheid in deze samenleving herzien.
Tijdens Informatie aan ZOO wil ik verkennen wat deze verandering betekent voor de informatiesector en meer bepaald op het vlak van het publiek. Hoe gaan we om met nieuwe doelgroepen die andere verwachtingen en zoekstrategieën hebben? Hoe vinden we de balans tussen openheid en betrouwbaarheid, zeker in tijden van desinformatie? En hoe navigeren we tussen de razendsnelle ontwikkelingen rond AI en taalmodellen, die waarschijnlijk ondertussen onze data gebruiken om nieuwe toepassingen te ontwikkelen? Hoe verhouden we ons daartoe en gaan we daarin mee of niet? Aan de hand van concrete voorbeelden uit de praktijk – zowel uit Nederland als internationaal – wil ik illustreren hoe de KB daarmee aan de slag gegaan is, wat we geleerd hebben en welke vragen we nog hebben. Waar lopen we nog tegenaan? En vooral: hoe blijf je als organisatie wendbaar, nieuwsgierig en relevant in een tijd waarin alles voortdurend in beweging is?
Bibliotheekblad 7 • september 2025
Video: KB nationale bibliotheek
Jeroen Vandommele, conservator na-middeleeuwse en moderne handschriften bij de KB, vertelt over de Vischboek chatbot.
Hoe zie je de rol van openbare bibliotheken in een digitale toekomst?
Openbare bibliotheken zijn van cruciaal belang – misschien nu wel meer dan ooit. Gelukkig erkennen we in België en Nederland dat bibliotheken diep verankerd zitten in de samenleving. De Lage Landen zijn blijkbaar de uitzondering, zeker als je ze vergelijkt met bijvoorbeeld de Verenigde Staten (VS), waar bibliotheken onder druk staan. Er zijn maar weinig plekken in de samenleving waar je als burger vrij heen kunt gaan om te lezen, kennis op te doen, een debat bij te wonen, anderen te ontmoeten of simpelweg jezelf te zijn – zonder commerciële druk. Maar ook digitaal vormen bibliotheken een veilige haven.
Juist in die digitale omgeving groeit de relevantie van bibliotheken. Het is een plek waar je informatie kunt vinden en waar je toegang krijgt tot kennis via vernieuwende technologie. Wat is de toekomstige rol van bibliotheken in dat digitale tijdperk? Hoe maken we collecties toegankelijker? Hoe zorgen we voor een digitale infrastructuur die zowel veilig als betekenisvol is? Het Future Libraries Lab, een samenwerking met de Technische Universiteit (TU) Delft, onderzoekt precies dat soort vragen.
Foto: KB nationale bibliotheek
Martijn Kleppe, plaatsvervangend algemeen directeur bij de KB, geeft tijdens het Vlaamse congres Informatie aan ZOO een keynotelezing op vrijdag 10 oktober. (Het congres vindt plaats op 9 en 10 oktober, red.) In dit interview neemt hij ons mee op een inspirerende verkenning van de bibliotheek als toekomstgerichte kennisinstelling. Hij toont aan hoe bibliotheken een sleutelrol kunnen spelen in digitale geletterdheid, democratische weerbaarheid én technologische innovatie – zonder hun menselijke waarden te verliezen. Een gesprek over nieuwsgierigheid, keuzes maken in tijden van artificiële intelligentie (AI), en waarom een gidsfunctie belangrijker is dan ooit.
Bibliotheekblad 7 • september 2025
Tekst: Maxine Lynch, communicatiemedewerker bij de VVBAD • Foto’s: zie credits langs zijkant
• Video: KB nationale Bibliotheek
De bibliotheek als kompas in de digitale jungle
De VVBAD in gesprek met Martijn Kleppe (KB nationale bibliotheek)
Vlaanderen / VVBAD / Informatie aan Zoo
Wat kunnen we verwachten van je keynote? Wat zijn de belangrijkste thema’s die je wilt aansnijden?
Momenteel valt er een duidelijke tendens op: steeds meer mensen duiken zelfstandig in complexe thema’s, van de eigen leefwereld tot bredere maatschappelijke uitdagingen zoals klimaatverandering. Ze doen dat niet vanuit hun maatschappelijke functie of opleiding, maar puur uit nieuwsgierigheid. Ze gaan zelf actief op zoek naar informatie, leggen verbanden en gebruiken die informatie kritisch, precies zoals een expert dat doet. Ze noemen zichzelf geen “onderzoeker” of “citizen scientist”, maar ze gedragen zich wel zo. Op deze manier vervaagt de traditionele scheidingslijn tussen “de wetenschapper” en “de burger”.
Die beweging ontgaat de KB uiteraard niet. Daarom proberen we die werelden nu dichter bij elkaar te brengen. Waar we ons vroeger vooral richtten op de wetenschappelijke vooruitgang, zien we nu een bredere opdracht. Mede door onze rol binnen het netwerk van openbare bibliotheken willen we onze kennis, collecties en digitale infrastructuur ook toegankelijk maken voor nieuwsgierige burgers. ‘Iedereen is onderzoeker’, zei een voormalige Nederlandse minister van Onderwijs ooit zo treffend. Het is precies die gedachte die richting geeft aan hoe we onze diensten ontwikkelen en onze verantwoordelijkheid in deze samenleving herzien.
Tijdens Informatie aan ZOO wil ik verkennen wat deze verandering betekent voor de informatiesector en meer bepaald op het vlak van het publiek. Hoe gaan we om met nieuwe doelgroepen die andere verwachtingen en zoekstrategieën hebben? Hoe vinden we de balans tussen openheid en betrouwbaarheid, zeker in tijden van desinformatie? En hoe navigeren we tussen de razendsnelle ontwikkelingen rond AI en taalmodellen, die waarschijnlijk ondertussen onze data gebruiken om nieuwe toepassingen te ontwikkelen? Hoe verhouden we ons daartoe en gaan we daarin mee of niet? Aan de hand van concrete voorbeelden uit de praktijk – zowel uit Nederland als internationaal – wil ik illustreren hoe de KB daarmee aan de slag gegaan is, wat we geleerd hebben en welke vragen we nog hebben. Waar lopen we nog tegenaan? En vooral: hoe blijf je als organisatie wendbaar, nieuwsgierig en relevant in een tijd waarin alles voortdurend in beweging is?
Een mooi voorbeeld hiervan is onze Curator Bot. Toen Open AI nog in haar kinderschoenen stond, droomde onze (enige) conservator na-middeleeuwse en moderne handschriften ervan om een digitale kopie of een digitaal hologram van zichzelf te maken om de vele vragen van de bezoekers meteen te kunnen beantwoorden. (Zie video op deze pagina, red.) De onderzoekers gingen aan de slag en ontwikkelden een chatbot waarmee je in gesprek kunt gaan met een eeuwenoud boek: het Visboeck van Adriaen Coenen uit 1579. Niet zomaar zoeken in tekst, maar écht communiceren – alsof het boek zelf tot leven komt. Stel je voor: je bladert door het Visboeck, met prachtige illustraties van wezens uit de Noordzee, inclusief mythische wezens zoals eenhoorns en zelfs draken. Dat boek begint te ruiken naar zout en inkt waardoor kennis, geschiedenis én fantasie samenvloeien. Dankzij AI, taalmodellen en de expertise van de conservator kan dat boek nu antwoorden geven. Het spreekt terug. En je kunt zelfs ludieke vragen stellen zoals: ’Mag ik het boek thuis in de open haard gooien?’ (Lacht).
En dat is pas het begin. Door in interactie te gaan met de inhoud van boeken, maken we een beweging van statisch lezen naar dynamisch ontdekken. Tegelijkertijd groeit de digitale collectie enorm, maar hoe maak je de rijkdom van zo’n ongrijpbare digitale collectie voelbaar? Daar komt natuurlijk AI om de hoek kijken. Hoe kunnen we onze dienstverlening aanpassen, zodat je er nog meer informatie uit kunt halen? We worden geconfronteerd met heel verschillende perspectieven en dat vraagt veel van ons. Het dwingt ons om echt na te denken: ga je overal in mee of maak je een bewuste keuze? Bij de KB merken we dat het lastig is die keuze te maken. We proberen veel verschillende initiatieven op te zetten, maar uiteindelijk begint dat budgettair te wringen, dus moeten we steeds slimmer omgaan met de middelen die we hebben.
In het Future Libraries Lab verkennen we hoe we met nieuwe technologieën, zoals chatbots en taalmodellen, onze collecties op andere manieren kunnen ontsluiten. We kijken daarbij niet alleen naar de fysieke collectie – die met zo’n 122 kilometer aan boeken, kranten en tijdschriften best indrukwekkend is – maar ook naar onze digitale collectie. Die collectie blijft maar groeien, met ruim 2 petabyte aan bestanden, van gedigitaliseerde en born-digital publicaties tot gearchiveerde websites. Omdat de digitale collectie moeilijk te bevatten is, zoeken we naar manieren om deze ook fysiek te laten beleven. Via installaties experimenteren we met beweging en interactie, om mensen een gevoel te geven van de omvang, rijkdom en inhoud van wat er digitaal beschikbaar is. Dat roept fundamentele vragen op: hoe blijven we als bibliotheek, midden in die technologische transitie, een toegankelijke en inclusieve publieke kennisinstelling? Digitale geletterdheid wordt daarbij steeds belangrijker, net als het herdefiniëren van onze kernwaarden als publieke dienstverlener.
Hoe kunnen bibliotheken technologische vernieuwing omarmen en tegelijkertijd een inclusieve plek voor iedereen blijven?
Bibliotheken zijn gidsen in het informatielandschap. Dat landschap verandert, dus bibliotheken veranderen mee. De gidsfunctie verandert ook en tegelijkertijd niet. We blijven mensen gidsen naar informatie. Neem nu het voorbeeld van de belastingaangiften. Veel mensen hebben daar hulp bij nodig. In de bibliotheek lag vroeger de Belastinggids, een boek dat mensen konden raadplegen om te begrijpen hoe ze hun belastingformulier moesten invullen. De bibliotheek hielp door die gids beschikbaar te stellen. Nu is die papieren gids er niet meer, maar in veel bibliotheken zijn er vrijwilligers, die mensen helpen met hun belastingaangifte. Het doel is dus hetzelfde gebleven: mensen ondersteunen. Alleen is het middel veranderd: eerst was dat een boek, nu is het een mens. En in de toekomst kan het misschien weer iets anders zijn, een technologische oplossing bijvoorbeeld.
Het is juist daarom dat je als bibliotheek adaptief moet zijn en steeds moet meebewegen met de ontwikkelingen. Dat is niet altijd gemakkelijk. Ook niet als grote organisatie die al lang bestaat. Er werken veel mensen die vaak al jaren hetzelfde werk doen. Verandering kan spannend zijn. Daarom moet je als organisatie goed nadenken: hoe beweeg je mee met de verandering? Hoe neem je je medewerkers mee? Dat is, denk ik, ook een interessante insteek voor het congres. Ik heb daar niet direct een passend antwoord op, maar aandacht voor medewerkers en voor veranderstrategieën is cruciaal. Want uiteindelijk blijft die kernfunctie van de bibliotheek in mijn ogen overeind: we gidsen mensen in het informatielandschap. Dat landschap verandert, dus wij veranderen ook, maar onze gidsfunctie blijft hetzelfde.
Helaas kan niet iedereen mee in dat digitale informatielandschap. Denk maar aan oudere mensen die moeite hebben om het bij te benen en die met veel moeite hun digitale post lezen. Velen krijgen hulp, maar de kans is groot dat ze dat nooit zelfstandig zullen kunnen. Dat is niet erg, maar het laat wel zien dat digitalisering niet voor iedereen vanzelfsprekend is. In Nederland richten openbare bibliotheken zich daarom op grote maatschappelijke opgaven. Zo zijn “een geletterde samenleving” en ”participatie in de informatiesamenleving” twee belangrijke pijlers. Hoe kunnen we mensen helpen mee te komen in een steeds digitalere wereld? Die gidsrol ligt tegenwoordig vaak in het versterken van digitale vaardigheden.
Dat sluit trouwens ook mooi aan bij het thema van Informatie aan ZOO dit jaar: Informatie in transitie: menselijke waarden in een digitale toekomst. Dat raakt voor mij aan de essentie van waar bibliotheken voor staan. Het gaat om menselijke waarden en technologie mag nooit los komen te staan van de mens.
Wat zijn volgens jou de belangrijkste uitdagingen in de digitale toekomst als het gaat over het beschermen van de democratische waarden?
Een van de belangrijkste uitdagingen is de manier waarop we omgaan met technologische ontwikkelingen – en vooral de toenemende dominantie van de big tech. Ik gaf net het voorbeeld van de Curator Bot. Daarbij hebben we in eerste instantie gebruikgemaakt van modellen van OpenAI, omdat die technisch gezien indrukwekkend zijn. Maar ondertussen weten we dat die modellen juist zo goed zijn, omdat ze onze data zonder toestemming gebruiken. Daar zit een ethisch dilemma: aan de ene kant wil je zulke technieken gebruiken, omdat ze aansluiten bij je missie – mensen helpen navigeren in het informatielandschap. Aan de andere kant zijn ze ontwikkeld op manieren die haaks staan op waar we voor staan, zoals auteursrecht en eerlijke vergoedingen.
Om die reden hebben we bij de KB besloten om deze technieken voorlopig niet te gebruiken, niet voor onze medewerkers en niet in onze diensten. We beseffen dat mensen die toepassingen wél willen gebruiken. Daarom blijven we hier een rol in spelen, enerzijds als intermediair tussen ontwikkelaars en rechthebbenden – zoals uitgevers en auteurs – en anderzijds als kennisinstelling die gesprekken organiseert.
Niet elke bibliotheek kan zo’n intermediaire rol opnemen. Voor kleinere bibliotheken is het belangrijk om samen te werken aan de ontwikkeling van technieken die passen bij de publieke waarden en die we als sector zelf in de hand houden. Je gebruikt dus modellen waarbij je weet waar de data vandaan komen, waarbij je transparant bent over hoe het werkt en waarbij je gebruikersdata niet opslaat. Dat is de benadering die we nastreven.
Gelukkig ontstaan er steeds meer initiatieven in die richting. De versnelling daarin wordt nu extra zichtbaar door de ontwikkelingen in de VS, maar in Nederland loopt de Public Spaces-beweging – een samenwerking van publieke instellingen zoals bibliotheken, erfgoedinstellingen en openbare omroepen – hier al ruim vijf jaar op vooruit. Zij geven aan dat we te afhankelijk zijn van big tech en stellen de vraag hoe we samen kunnen optreden of toepassingen kunnen ontwikkelen, die niet alleen aansluiten bij de technische wens die we hebben, maar ook passen bij de publieke waarden waarvoor we staan. Een concreet project is de ontwikkeling van een publiek taalmodel, opgezet door grote onderzoeksinstellingen, waar ook de KB bij betrokken is. We concurreren niet met OpenAI, – dat is gewoon niet realistisch – maar we zien wel potentieel om iets te bouwen dat ethisch verantwoord is. Een taalmodel waarvan je weet welke data erin zitten, dat met toestemming gemaakt is en dat gebruikt wordt voor toepassingen, die passen binnen onze samenleving.
Bibliotheken kunnen dat niet alleen. Maar als collectief – samen met erfgoedinstellingen en andere publieke organisaties in de brede GLAM-sector (Galeries, Libraries, Archives en Museums) – kunnen we wel impact hebben. Tegelijkertijd hinken de juridische richtlijnen, vooral op het gebied van auteursrecht op zowel nationaal als Europees niveau, nog achterop. Daar is nog veel werk aan, maar op dat niveau kunnen we lobbyen, zodat de wetgeving aangepast wordt aan de digitale realiteit.
Hoe kunnen bibliotheken bijdragen aan digitale geletterdheid en zo de veerkracht van gemeenschappen versterken? Wat hebben ze daarbij nodig om relevant te blijven in een snel digitaliserende samenleving?
In Nederland gebeurt dat onder meer via Digitaal Burgerschap, een programma dat openbare bibliotheken ondersteunt bij het ontwikkelen van initiatieven rond digitale vaardigheden voor zowel bezoekers als medewerkers. Dat laatste is cruciaal: als medewerkers zelf nog vragen hebben over bijvoorbeeld AI, dan wordt het lastig om anderen daarin goed te begeleiden. Juist daarom staat samenwerking centraal. Een goed voorbeeld van zo’n initiatief is de AI Parade. Dat is een reizende tentoonstelling met debatten, cursussen en activiteiten, die op een laagdrempelige manier mensen meeneemt in vragen zoals: Wat is AI precies? Wat gebeurt er? Wat kun je ermee? Door de kracht van het netwerk te benutten, kunnen bibliotheken optreden als intermediair: ze hoeven niet alle kennis zelf in huis te hebben, maar helpen burgers wel een stap verder in hun digitale ontwikkeling.
Om relevant te blijven, moeten bibliotheken bovendien hun klassieke rol als gids in het informatielandschap blijven vervullen, aangepast aan de huidige maatschappelijke en technologische context. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het verantwoord omgaan met nieuwe technologieën. Dat wordt ondersteund door een gezamenlijke strategie.
Nederlandse bibliotheken treden steeds meer als één geheel naar buiten in plaats van bijvoorbeeld enkel de lokale gemeenschap te betrekken. Samen hebben ze een gedeelde missie en werken ze rond thema’s zoals digitale geletterdheid, informatievaardigheden, participatie in de informatiesamenleving en levenslang leren. De nationale publiekscampagne die een tijdje geleden op televisie te zien was, onderstreept dat met de boodschap “De bibliotheek, daar leer je meer”.
Die gezamenlijke aanpak geeft bibliotheken maatschappelijk gewicht en maakt ze weerbaar tegen druk van buitenaf – zoals we die in de VS zien ontstaan. Door als sector samen te werken, bouwen bibliotheken aan vertrouwen, relevantie en democratische veerkracht. Ze vormen een stevig bolwerk tegen polarisatie en desinformatie – ontwikkelingen die elders (zoals in de VS, maar ook in het Verenigd Koninkrijk) al verder doorgedrongen zijn.
Worden bibliotheken in Nederland al gezien als publieke plekken die bijdragen aan de democratie?
De laatste jaren is het (stereotiepe) beeld van de bibliotheek inderdaad veranderd, maar dat is niet alleen te danken aan de campagne. Die kwam er deels dankzij overheidsfinanciering, omdat de overheid uiteindelijk ook inzag hoe bibliotheken zich aan het heruitvinden waren. Verschillende factoren hebben daaraan bijgedragen. In 2015 kwam de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob), waarin duidelijke maatschappelijke taken benoemd werden, zoals ontmoeting, debat en leesbevordering. Bibliotheken hebben zich daar goed aan aangepast. Daarnaast is er flink geïnvesteerd in de gebouwen zelf. In steden zoals Tilburg, Groningen, Arnhem en Amsterdam – en binnenkort ook Rotterdam – zijn prachtige bibliotheken gerealiseerd die echte publiekstrekkers geworden zijn. Een mooi voorbeeld is de LocHal in Tilburg, een voormalige locomotiefwerkplaats die omgevormd is tot een innovatieve bibliotheek. Het is een architectonisch juweel én een bruisende plek vol activiteiten. Zo’n bibliotheek draagt natuurlijk enorm bij aan het vernieuwende imago van de bibliotheek.
Ook digitaal is er veel veranderd: met een lidmaatschap bij je lokale bibliotheek heb je toegang tot duizenden e-boeken. Zo speel je als bibliotheek een steeds grotere rol in het dagelijkse leven van mensen: in de stoel met een e-boek, op zaterdagochtend met je kind naar het voorleesuurtje en even koffiedrinken of gezellig een praatje maken.
Hoe ziet de ideale bibliotheek er voor jou uit in de toekomst? En welke rol speelt technologie daarin?
Naast openbare bibliotheken hebben universiteitsbibliotheken en gespecialiseerde bibliotheken zich ook verder ontwikkeld. Maar toch zijn het nog steeds verschillende werelden. In mijn ideale bibliotheek vervagen die grenzen meer. Of je nu een universiteitsbibliotheek, openbare bibliotheek of gespecialiseerde bibliotheek binnenwandelt: iedereen is welkom, ongeacht je achtergrond of doel.
In de praktijk zijn er vandaag nog veel drempels. Een universiteitsbibliotheek is vaak enkel toegankelijk voor studenten of medewerkers. Ik hoop dat burgers in de toekomst vrij kunnen schakelen tussen die werelden. In Nederland zitten we als netwerk al gezamenlijk aan tafel en sluiten we soms zelfs collectieve contracten met leveranciers af. Het belangrijkste is steeds dat we de bezoeker centraal stellen en zorgen dat die overal toegang heeft tot kennis, ontmoeting en ontwikkeling.