• NBLC Infobulletin. (Afgebeeld: een editie uit 1991.) 

• Bibliotheek en samenleving: tijdschrift van de Vereniging Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum. (Afgebeeld: de eerste editie uit 1973.)

• De bibliotheekhouder. Officieel veertiendaagsch orgaan van den Algemene Nederlandsche Bond van Leesbibliotheekhouders. (Afgebeeld: een editie uit 1937.)

• Boekzaal der geheele wereld. Geïllustreerd internationaal maandschrift voor bibliographie. (Afgebeeld een editie uit 1925.)

• Bibliotheekleven. Orgaan der Centrale Vereeniging voor Openbare Leeszalen en Bibliotheken en Nederlandsche Vereeniging van Bibliothecarissen. (Afgebeeld: een editie uit 1916).

• Maandblad voor Bibliotheekwezen. Uitgegeven door de Centrale Vereeniging voor Openbare Leeszalen en Bibliotheken. (Afgebeeld: een editie uit 1913).

• De bibliothecaris. (Afgebeeld: de eerste editie uit 1912).

• Maandblad voor bibliotheekwezen.  Maandblad voor Boek- en Bibliotheekwezen. (Afgebeeld: de eerste editie uit 1913).

• Maandberichten uit de ­openbare leeszaal en bibliotheek. (Afgebeeld: de eerste editie uit 1911).

Met veel dank aan Huibert Crijns, Collectiespecialist Geschiedenis bij de Kb nationale bibliotheek. 

Een geschiedenis die meer dan een eeuw teruggaat

De eerste editie van Bibliotheekblad en de voorlopers

In 1996 kwam er een 0-nummer van Bibliotheekblad uit. Een 0-nummer (ook wel een nulnummer genoemd) is een proefexemplaar van een tijdschrift dat wordt gemaakt vóórdat de officiële eerste editie (nummer 1) verschijnt. Je kunt het zien als een prototype of een pilot-aflevering. In 1997 verscheen het eerste officiële nummer van Bibliotheekblad. Bij de KB nationale bibliotheek zijn alle jaargangen van Bibliotheekblad en de voorgangers (of concurrenten) gearchiveerd. Dit waren onder andere:

Bibliotheekblad 2 extra • januari 2026

Tegenover me zitten twee mensen die ik een warm hart toedraag. De een was tot aan mijn pensionering de uitgever van het vakblad waarvan ik jarenlang (21 jaar, red.) hoofdredacteur heb mogen zijn, de ander volgde mij in 2020 op en strikt me sindsdien regelmatig voor een freelance opdracht voor het magazine dat u thans in handen heeft. Zoals nu. Het verzoek is om met uitgever en hoofdredacteur van gedachten te wisselen over verleden, heden en toekomst van het jubilerende Bibliotheekblad. En wat is daarvoor een passender locatie dan de centrale vestiging van de openbare bibliotheek in Utrecht, onlangs door dit tijdschrift en NBD Biblion gekroond tot de Beste Bibliotheek van Nederland 2025.

Maar welke insteek kiezen we voor dit interview? De geschiedenis van dit vakblad beslaat immers drie decennia, de voorlopers niet meegerekend. Drie decennia waarin de bibliotheken én dit vakblad ingrijpend transformeerden. In overleg valt de keuze op het laatste decennium, omdat dit de jaren zijn waarin Bibliotheekblad onderdak vond bij de huidige uitgeverij. Elf jaar geleden nam Uitgeverij IP Bibliotheekblad namelijk over van NBD Biblion. Paul Baak is Principal Consultant en CEO van KBenP (waar UIP onderdeel van is).

Paul, wat was indertijd de voornaamste redenen om het vakblad over te nemen?
‘Dat zag en zie ik als een logische stap. Het adviesbureau KBenP is actief in het informatiedomein en daar horen vakbladen bij. Rode draad in dit alles: ontwikkelingen signaleren, trends delen, mensen stimuleren en attenderen op nieuwe mogelijkheden. Zo zie ik ook de betekenis van een vakblad als Bibliotheekblad: mensen prikkelen tot vakinhoudelijke vernieuwing, met als uiteindelijk doel betere dienstverlening voor de klant, en bij openbare bibliotheken zijn dat de burgers. De overname van Bibliotheekblad was niet alleen een zakelijk besluit, maar ook een persoonlijke keuze. Als gepromoveerd historicus koester ik warme herinneringen aan bibliotheken. Ik heb mijn leven lang gebruikgemaakt van bibliotheken, niet alleen als student, maar ook als kind al. De toegang tot de wereld, die bibliotheken vormen, vind ik fantastisch. Een plek waar je met allerhande vragen terecht kunt, waar je tot je verrassing geconfronteerd wordt met iets wat je niet had verwacht. Kortom, de bibliotheek als plek waar je inspiratie opdoet.’

Menno, in 2020 volgde jij me op als hoofdredacteur van Bibliotheekblad. Wat deed je besluiten tot deze stap? En kwam het beeld dat je van de branche had uit?
‘Paul Baak benaderde mij via mijn netwerk met de vraag of ik oren had naar deze functie, maar ik moest daar eerlijk gezegd wel over nadenken. Ik had een totaal verouderd beeld van bibliotheken. Ik was sinds mijn studietijd niet meer in de bibliotheek geweest. Inmiddels had ik zelf mijn eigen boekencollectie. Wat min of meer de doorslag gaf in mijn beslissing om toch “ja” te zeggen, is dat ik de kans kreeg aan de slag te gaan bij een blad met maatschappelijke relevantie. In een vorige baan ben ik bijvoorbeeld ook tien jaar lang hoofdredacteur geweest van SW-Journaal, een vakblad over sociale werkvoorziening. Ik zou geen Story of Privé kunnen maken en bibliotheken hebben nu eenmaal een grote maatschappelijke impact. Bovendien werd ik enorm verrast door de brede en eigentijdse dienstverlening van bibliotheken, toen ik eenmaal in de materie dook.

Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik voordien nog nooit in de hoofdvestiging van de OBA was geweest – terwijl ik op een steenworp afstand woon – maar de schellen vielen mij van de ogen. Vervolgens ben ik ook een aantal andere bibliotheken gaan bezoeken en mijn gedateerde veronderstelling dat bibliotheken simpelweg uitleenfabriekjes waren, bleek een ernstige misvatting. Er bleek van alles gaande, variërend van debatten en cursussen tot theatervoorstellingen en exposities. De wereld waarin ik terechtkwam bleek zo interessant dat ik de knoop doorhakte en daar heb ik geen moment spijt van gehad.’

Het feit dat de bibliotheek van nu een onbekend fenomeen was voor jou en zoveel anderen zegt tegelijkertijd iets over de nog altijd niet optimale pr van de branche …
‘Voordat ik bij Bibliotheekblad aantrad, werkte ik in de medische journalistiek bij Operationeel, een vakblad over chirurgie, waar ik nog steeds verbonden aan ben. Ook hield ik mij bezig met de vakgebieden ouderenzorg, verplegingswetenschap en psychiatrie. Toen ik mijn overstap kenbaar maakte in de medische wereld, was de standaard-reactie: “O, je verruilt de high tech-operatiekamer voor de stoffige wereld van de bibliotheek”. Dit onderstreept dat nog altijd te veel mensen een verouderd beeld van de bibliotheek hebben. Inmiddels hebben bibliotheken wel enkele imagocampagnes gevoerd, en dat zal zeker hebben geholpen, maar er valt nog heel veel te winnen. Bijvoorbeeld bij hoogopgeleiden zonder kinderen, die doorgaans geen bibliotheekpas hebben. Wat in dit opzicht een duwtje in de goede richting kan geven, is dat veel bibliotheken de laatste tijd een gratis lidmaatschap tot 27 jaar hebben geïntroduceerd.’

Is jouw kijk op de functie van Bibliotheekblad de afgelopen jaren veranderd?
‘Ik denk het eigenlijk niet. Elk vakgebied verdient een vakblad om de doelgroep te verbinden, medewerkers te inspireren. Een vakblad bevestigt mensen in hun identiteit. Wat wel veranderde, is dat ik het vakgebied veel meer ben gaan waarderen. Ik besef steeds meer hoe ontzettend belangrijk bibliotheken zijn. Dan denk ik onder meer aan kinderen van immigranten en vluchtelingen voor wie de bibliotheek niet zelden een toevluchtsoord is. En als één ding me is opgevallen in mijn vele gesprekken met bibliotheekmedewerkers: ze zijn stuk voor stuk ontzettend bevlogen. Ze helpen kinderen met het vinden van de juiste informatie voor hun werkstuk en noem maar op.’

Paul: hoe verhoudt Bibliotheekblad zich tot de andere titel in de uitgeverij: Informatieprofessional (IP). Wordt er wel eens aan gedacht om beide titels ineen te schuiven?
‘Beide bladen bedienen een ander type lezers. Bibliotheekblad richt zich puur op iedereen die werkzaam is in een (openbare) bibliotheek, terwijl Informatieprofessional een bredere groep lezers bereikt die meer beleidsmatig met informatie en databestanden bezig zijn. Dat kan bij tal van instellingen zijn, zoals informatie- en documentatieafdelingen, bij bibliotheken en archieven, en in kenniscentra van grote bedrijven, non-profitorganisaties, universiteiten, hogescholen en andere onderwijsinstellingen, adviesbureaus, erfgoedinstellingen, uitgeverijen, gemeenten, provincies en rijksoverheid. Concreet houdt deze doelgroep zich meer bezig met het verzamelen, beheren en analyseren tot preserveren, hergebruiken en verspreiden van informatie. Tussen beide abonneebestanden is dan ook sprake van een zeer beperkte overlap. Voor een deel is er zelfs sprake van gescheiden werelden. Om die redenen bestaan er bij onze uitgeverij geen plannen om de titels in elkaar te schuiven. Wel is het zo dat we elkaar ondersteunen en samenwerken, want een ontwikkeling als AI heeft een diepere impact dan enkel op het eigen vakgebied.’

Printmedia hebben het zwaar. Kranten, tijdschriften, vakbladen, ze hebben allemaal te kampen met teruglopende abonnee-aantallen en advertentie-inkomsten. Dat maakt een gezonde exploitatie vaak lastig. Voelt Bibliotheekblad die pijn ook?
Paul: ‘Zeker, wij vormen daarop geen uitzondering. Bibliotheekblad beweegt zich in een specifiek segment. De doelgroep hecht aan het vakblad, maar niettemin is het niet gemakkelijk om een titel overeind te houden die zich richt op een klein afgebakend deel van de markt. We doen dat met liefde, maar we doen tevens een moreel appèl op onze achterban om het vakblad in de lucht te houden. Eerlijk gezegd, vind ik het gek als een bibliotheek geen abonnement heeft op Bibliotheekblad, en dat komt helaas voor.’

Zou een aantal branchepartijen hierin geen ondersteunende rol dienen te spelen?
Paul: ‘We hebben goed contact met NBD Biblion, die ook hoofdsponsor is van de Beste Bibliotheek van Nederland-verkiezing. Ook met de KB en VOB hebben we goed contact, waarbij we telkens weer constateren dat iedereen blij is met het vakblad en onder de indruk is van wat we met ons kleine team presteren. Dat geeft ons uiteraard een flinke boost, maar om op je vraag terug te komen: we moeten het blad wel in de lucht houden.’
Menno: ‘Ook ik vind het wel eens moeilijk om te zien dat sommigen er abusievelijk van uitgaan dat we een soort gratis dienst leveren. Regelmatig krijg ik mailtjes in de trant van: ik ben geen abonnee, maar kunt u me dit artikel mailen? Dan denk ik: wij maken toch ook kosten om zo’n artikel te produceren, waarom zouden we het dan gratis moeten verstrekken? Of een geïnterviewde die om tien exemplaren van het blad vraagt…’
Paul: ‘We willen absoluut geen negatief signaal afgeven, maar een moreel beroep op de verantwoordelijkheid van de branche als geheel lijkt ons zeker gerechtvaardigd.’
Menno: ‘Vergeet niet dat we geen enkele subsidie krijgen. Met weinig middelen bedienen we deze beroepsgroep en daar slagen we best aardig in, zeg ik in alle bescheidenheid.’

Wat is de journalistieke meerwaarde van een vakblad in een branche die sterk door politiek, (gemeentelijk) beleid en branchepartijen wordt gekenmerkt? Anders gezegd: waar ligt de grens tussen vakbladjournalistiek en belangenbehartiging in een vakgebied dat zo nauw verweven is? En opereert de redactie daarin onafhankelijk van de uitgever?
Menno:Bibliotheekblad laat iedereen aan het woord en neemt geen standpunt in, behalve in columns. Wij vertegenwoordigen niet de KB, VOB, OCW of een POI. Als er iets niet goed gaat, berichten we daar open en eerlijk over, zoals we ook zaken belichten die wel goed gaan. Dat doen we zonder inmenging vanuit de uitgever. We zijn objectief en onafhankelijk. Paul legt mij in dat opzicht geen strobreed in de weg. Natuurlijk bespreken we regelmatig dingen, maar de redactionele koers is aan mij om te bepalen. Iets wat beslist niet overal vanzelfsprekend is. Dat heb ik gedurende mijn carrière bij verschillende uitgeverijen zeer zeker meegemaakt. De bemoeienis van uitgevers met het redactionele beleid kan heel ver gaan…’

In het verleden bood het blad vaker een podium aan kritische geluiden. Iemand als Wim Keizer gooide geregeld de knuppel in het hoenderdok. Is daar nu minder ruimte voor?
Menno:
‘Dat kan nog steeds, zeker in de vorm van een column, maar ik vind niet dat je als onafhankelijk vakblad nadrukkelijk stelling moet nemen. Je vertegenwoordigt immers niet één partij, maar laat alle belanghebbenden aan het woord. Neem bijvoorbeeld de mediastorm die ontstond toen NBD Biblion besloot alle (freelance) recensenten die de aanschafinformatie verzorgden, te ontslaan en te vervangen door metadatering door AI. In zo’n geval laten we zowel voor- als tegenstanders aan het woord. Iedereen mag zijn zegje doen en de lezer mag vervolgens zijn eigen conclusie trekken.’

Wat is de waarde van de verkiezing van de Beste Bibliotheek van Nederland?
Menno:
‘De verkiezing heeft zowel de bibliotheken als het vakblad scherper op de kaart gezet. We worden elke keer geciteerd door de landelijke media. Dit jaar hebben we naast tientallen regionale bladen zelfs De Telegraaf gehaald. En voor mijn tijd is er ook weleens in het NOS Journaal aandacht aan besteed. Wat ik persoonlijk heel mooi vind, is de enorme betrokkenheid van het publiek bij de verkiezing. Het aantal publieksstemmen groeit nog elk jaar. Afgelopen jaar brachten meer dan 13.000 mensen hun stem uit.’

Wat zien jullie als grootste uitdaging voor het vakblad in de komende jaren?
Menno:
‘Dat we de doelgroep net als de afgelopen dertig jaar van goede informatie blijven voorzien. Een vraag waar we ook antwoord op moeten geven, is het vinden van de juiste balans tussen papier en digitaal. Bibliotheekblad komt nu deels fysiek en deels digitaal uit. Blijven we dat doen in de huidige verhouding? We merken dat de jongere doelgroep blij is met het digitale Bibliotheekblad, terwijl de oudere garde liever van papier leest. De realiteit is wel dat de bibliotheeksector sterk vergrijst en dat veel oudere werknemers de komende jaren met pensioen zullen gaan. Dat leidt ertoe dat veel jongeren zullen instromen. Jongeren met een totaal andere achtergrond, want een echte bibliotheekopleiding is er niet meer. Hoe zorg je ervoor dat die nieuwkomers binding krijgen met hun vakgebied? Daar kan een vakblad een voortrekkersrol in vervullen.’
Paul: ‘Als uitgever probeer je vooruit te kijken, en het laat zich raden dat de media in de toekomst nog digitaler zullen zijn dan nu. Je ontkomt er niet aan die trend te volgen. Positiever geformuleerd betekent het dat je kansen krijgt om via nieuwe vormen met mensen in contact te komen, in de hoop dat het blad zich breder en dieper verspreidt, zodat je kunt komen tot aanvullende wijzen van dienstverlening. Bijvoorbeeld door trainingen aan te bieden of congressen en bijeenkomsten te organiseren. Je kunt de beschikbare kanalen wellicht ook gebruiken om je maatschappelijke positie krachtiger neer te zetten. Bibliotheekmedewerkers zijn van oudsher tamelijk bescheiden, maar waarom zou je je betekenis voor de samenleving niet luider aan de grote klok hangen?’

Zien jullie het blad evolueren tot zo’n breder kennis- en informatieplatform?
Paul:
‘Sterker, daar zijn we al mee begonnen. Enkele maanden geleden hebben we samen met GO Opleidingen een workshop Omgaan met complex gedrag van bibliotheekbezoekers georganiseerd. Dat werd zo’n succes, dat we dit traject verder willen oppakken, waarbij we niet alleen mikken op directies en managers maar op alle medewerkers van een organisatie. Ik zie dat als een waardevolle bijdrage vanuit onze uitgeverij om een bepaalde leemte op te vullen.’
Menno: ‘We kregen zoveel signalen over toenemende agressie waarmee bibliotheken te maken hebben. De bijeenkomst met arts/neurobioloog Ronald Siecker die gespecialiseerd is in beïnvloeding van menselijk gedrag sloeg dermate aan, dat we besloten verder te gaan op het pad om bibliotheken te helpen bij het vinden van antwoorden op vragen rond actuele thema’s.’

Iedereen kan tegenwoordig een blog of podcast maken. Ook in bibliotheekland gebeurt dat volop. Zien jullie dat als welkome aanvulling of gaat het ten koste van het vakblad?
Menno:
‘Aan de ene kant is het een mooie ontwikkeling, aan de andere kant kan iemand zich bij die stortvloed aan gedeelde informatie ook afvragen of hij Bibliotheekblad nog wel nodig heeft. Men verliest dan wel uit het oog dat veel van die blogs en podcasts uitingen van een bepaalde zender zijn. Zenders met een meestal gekleurde boodschap.’

In medialand is schaalvergroting aan de orde van de dag. Neem het Algemeen Dagblad dat is samengegaan met diverse regionale krantentitels. Zou zo’n krachtenbundeling – wellicht zelfs internationaal – voor Bibliotheekblad eveneens een optie kunnen zijn?
Menno: ‘We werken al met Vlaamse correspondenten. Met de collega’s van de VVBAD wisselen we kopij uit, maar het bibliotheeklandschap in Vlaanderen en zeker in Wallonië is zo verschillend van dat in Nederland, dat ik niet snel één vakblad voor beide landen zie ontstaan. Laat staan een vakblad voor bijvoorbeeld heel West-Europa.’
Paul: ‘Daar komt bij dat een nieuwe titel in de markt zetten duizend keer moeilijker is dan je vaste basis zien te behouden en waar mogelijk uit te breiden. Vergeet ook niet dat we op dit moment al best veel Vlaamse abonnees hebben, waar we zeer content mee zijn.’

Welke rol zullen nieuwe technologieën zoals AI gaan spelen voor Bibliotheekblad?
Menno:
‘Als het gaat om het maken van een illustratie bij een artikel doen we momenteel soms al een beroep op AI. Dat geven we in de bijschriften dan uiteraard duidelijk aan. Maar een artikel of analyse voor Bibliotheekblad laten schrijven door AI? Dat zie ik niet zo snel gebeuren, hoe rap de ontwikkelingen op dit gebied ook gaan.’

Waar staat Bibliotheekblad over pakweg vijf jaar?
Menno: ‘Ik hoop dat we dan nog steeds het veel gelezen vakblad zijn en dat we tegen die tijd een aantal nieuwe abonnees hebben mogen begroeten. Ik geloof in de combinatie van print en digitaal. Die heeft veel voordelen. Een gedrukt blad leg je op de koffietafel en blader je af en toe nog eens door, in een digitaal magazine lees je artikelen en kijk je naar video’s of raadpleeg je links. De combinatie biedt het beste van beide werelden.’
Paul: ‘Mijn verwachting is dat het blad voor de helft print blijft, omdat de fysieke aanwezigheid van een medium onvervangbaar is. Belangrijk is ook dat we als vakblad blijven staan voor de kwaliteit van ons product. We blijven ons richten op het bedienen van deze specifieke doelgroep. We gaan dat niet verbreden. Grootste uitdaging in mijn ogen is om jonge mensen te boeien. Dat is een serieuze opgave, waarvoor trouwens de branche als geheel staat. Verder zullen we de komende jaren naast het maken van een goed vakblad ook nieuwe verdienmodellen ontwikkelen, en ik heb er alle vertrouwen in dat ons dit gaat lukken. Kortom, ik geloof in de continuïteit en doorgroei van Bibliotheekblad.’

dertig jaar bibliotheekblad

TEKST en foto's: Eimer Wieldraaijer

Koers houden tussen papier, pixels en principes

‘Wij staan voor onafhankelijk, objectief en betrouwbaar nieuws’

Bibliotheekblad bestaat dertig jaar. Aanvankelijk onderdeel van Het Nederlands Bibliotheek- en Lektuur Centrum (NBLC) dat in 2006 omgedoopt werd tot Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB). Een paar jaar later werd Bibliotheekblad overgenomen door NBD Biblion. Sinds 1 januari 2015 behoort het blad toe tot Uitgeverij IP dat ook IP, vakblad voor informatieprofessionals uitgeeft. In dit artikel kijken uitgever Paul Baak en hoofdredacteur Menno Goosen terug op de afgelopen jaren. Ook blikken ze vooruit.

De eerste editie van Bibliotheekblad en de voorlopers

Bibliotheekblad 2 extra • januari 2026

• NBLC Infobulletin. (Afgebeeld: een editie uit 1991.) 

• Bibliotheek en samenleving: tijdschrift van de Vereniging Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum. (Afgebeeld: de eerste editie uit 1973.)

• De bibliotheekhouder. Officieel veertiendaagsch orgaan van den Algemene Nederlandsche Bond van Leesbibliotheekhouders. (Afgebeeld: een editie uit 1937.)

• Boekzaal der geheele wereld. Geïllustreerd internationaal maandschrift voor bibliographie. (Afgebeeld een editie uit 1925.)

• Bibliotheekleven. Orgaan der Centrale Vereeniging voor Openbare Leeszalen en Bibliotheken en Nederlandsche Vereeniging van Bibliothecarissen. (Afgebeeld: een editie uit 1916).

• Maandblad voor Bibliotheekwezen. Uitgegeven door de Centrale Vereeniging voor Openbare Leeszalen en Bibliotheken. (Afgebeeld: een editie uit 1913).

• De bibliothecaris. (Afgebeeld: de eerste editie uit 1912).

• Maandblad voor bibliotheekwezen.  Maandblad voor Boek- en Bibliotheekwezen. (Afgebeeld: de eerste editie uit 1913).

• Maandberichten uit de ­openbare leeszaal en bibliotheek. (Afgebeeld: de eerste editie uit 1911).

Met veel dank aan Huibert Crijns, Collectiespecialist Geschiedenis bij de Kb nationale bibliotheek. 

In 1996 kwam er een 0-nummer van Bibliotheekblad uit. Een 0-nummer (ook wel een nulnummer genoemd) is een proefexemplaar van een tijdschrift dat wordt gemaakt vóórdat de officiële eerste editie (nummer 1) verschijnt. Je kunt het zien als een prototype of een pilot-aflevering. In 1997 verscheen het eerste officiële nummer van Bibliotheekblad. Bij de KB nationale bibliotheek zijn alle jaargangen van Bibliotheekblad en de voorgangers (of concurrenten) gearchiveerd. Dit waren onder andere:

Bibliotheekblad bestaat dertig jaar. Aanvankelijk onderdeel van Het Nederlands Bibliotheek- en Lektuur Centrum (NBLC) dat in 2006 omgedoopt werd tot Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB). Een paar jaar later werd Bibliotheekblad overgenomen door NBD Biblion. Sinds 1 januari 2015 behoort het blad toe tot Uitgeverij IP dat ook IP, vakblad voor informatieprofessionals uitgeeft. In dit artikel kijken uitgever Paul Baak en hoofdredacteur Menno Goosen terug op de afgelopen jaren. Ook blikken ze vooruit.

Koers houden tussen papier, pixels en principes

‘Wij staan voor onafhankelijk, objectief en betrouwbaar nieuws’

TEKST en foto's: EIMER WIELDRAaIJER

dertig jaar bibliotheekblad

Een geschiedenis die meer dan een eeuw teruggaat

Tegenover me zitten twee mensen die ik een warm hart toedraag. De een was tot aan mijn pensionering de uitgever van het vakblad waarvan ik jarenlang (21 jaar, red.) hoofdredacteur heb mogen zijn, de ander volgde mij in 2020 op en strikt me sindsdien regelmatig voor een freelance opdracht voor het magazine dat u thans in handen heeft. Zoals nu. Het verzoek is om met uitgever en hoofdredacteur van gedachten te wisselen over verleden, heden en toekomst van het jubilerende Bibliotheekblad. En wat is daarvoor een passender locatie dan de centrale vestiging van de openbare bibliotheek in Utrecht, onlangs door dit tijdschrift en NBD Biblion gekroond tot de Beste Bibliotheek van Nederland 2025.

Maar welke insteek kiezen we voor dit interview? De geschiedenis van dit vakblad beslaat immers drie decennia, de voorlopers niet meegerekend. Drie decennia waarin de bibliotheken én dit vakblad ingrijpend transformeerden. In overleg valt de keuze op het laatste decennium, omdat dit de jaren zijn waarin Bibliotheekblad onderdak vond bij de huidige uitgeverij. Elf jaar geleden nam Uitgeverij IP Bibliotheekblad namelijk over van NBD Biblion. Paul Baak is Principal Consultant en CEO van KBenP (waar UIP onderdeel van is).

Paul, wat was indertijd de voornaamste redenen om het vakblad over te nemen?
‘Dat zag en zie ik als een logische stap. Het adviesbureau KBenP is actief in het informatiedomein en daar horen vakbladen bij. Rode draad in dit alles: ontwikkelingen signaleren, trends delen, mensen stimuleren en attenderen op nieuwe mogelijkheden. Zo zie ik ook de betekenis van een vakblad als Bibliotheekblad: mensen prikkelen tot vakinhoudelijke vernieuwing, met als uiteindelijk doel betere dienstverlening voor de klant, en bij openbare bibliotheken zijn dat de burgers. De overname van Bibliotheekblad was niet alleen een zakelijk besluit, maar ook een persoonlijke keuze. Als gepromoveerd historicus koester ik warme herinneringen aan bibliotheken. Ik heb mijn leven lang gebruikgemaakt van bibliotheken, niet alleen als student, maar ook als kind al. De toegang tot de wereld, die bibliotheken vormen, vind ik fantastisch. Een plek waar je met allerhande vragen terecht kunt, waar je tot je verrassing geconfronteerd wordt met iets wat je niet had verwacht. Kortom, de bibliotheek als plek waar je inspiratie opdoet.’

Menno, in 2020 volgde jij me op als hoofdredacteur van Bibliotheekblad. Wat deed je besluiten tot deze stap? En kwam het beeld dat je van de branche had uit?
‘Paul Baak benaderde mij via mijn netwerk met de vraag of ik oren had naar deze functie, maar ik moest daar eerlijk gezegd wel over nadenken. Ik had een totaal verouderd beeld van bibliotheken. Ik was sinds mijn studietijd niet meer in de bibliotheek geweest. Inmiddels had ik zelf mijn eigen boekencollectie. Wat min of meer de doorslag gaf in mijn beslissing om toch “ja” te zeggen, is dat ik de kans kreeg aan de slag te gaan bij een blad met maatschappelijke relevantie. In een vorige baan ben ik bijvoorbeeld ook tien jaar lang hoofdredacteur geweest van SW-Journaal, een vakblad over sociale werkvoorziening. Ik zou geen Story of Privé kunnen maken en bibliotheken hebben nu eenmaal een grote maatschappelijke impact. Bovendien werd ik enorm verrast door de brede en eigentijdse dienstverlening van bibliotheken, toen ik eenmaal in de materie dook.

Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik voordien nog nooit in de hoofdvestiging van de OBA was geweest – terwijl ik op een steenworp afstand woon – maar de schellen vielen mij van de ogen. Vervolgens ben ik ook een aantal andere bibliotheken gaan bezoeken en mijn gedateerde veronderstelling dat bibliotheken simpelweg uitleenfabriekjes waren, bleek een ernstige misvatting. Er bleek van alles gaande, variërend van debatten en cursussen tot theatervoorstellingen en exposities. De wereld waarin ik terechtkwam bleek zo interessant dat ik de knoop doorhakte en daar heb ik geen moment spijt van gehad.’

Het feit dat de bibliotheek van nu een onbekend fenomeen was voor jou en zoveel anderen zegt tegelijkertijd iets over de nog altijd niet optimale pr van de branche …
‘Voordat ik bij Bibliotheekblad aantrad, werkte ik in de medische journalistiek bij Operationeel, een vakblad over chirurgie, waar ik nog steeds verbonden aan ben. Ook hield ik mij bezig met de vakgebieden ouderenzorg, verplegingswetenschap en psychiatrie. Toen ik mijn overstap kenbaar maakte in de medische wereld, was de standaard-reactie: “O, je verruilt de high tech-operatiekamer voor de stoffige wereld van de bibliotheek”. Dit onderstreept dat nog altijd te veel mensen een verouderd beeld van de bibliotheek hebben. Inmiddels hebben bibliotheken wel enkele imagocampagnes gevoerd, en dat zal zeker hebben geholpen, maar er valt nog heel veel te winnen. Bijvoorbeeld bij hoogopgeleiden zonder kinderen, die doorgaans geen bibliotheekpas hebben. Wat in dit opzicht een duwtje in de goede richting kan geven, is dat veel bibliotheken de laatste tijd een gratis lidmaatschap tot 27 jaar hebben geïntroduceerd.’

Is jouw kijk op de functie van Bibliotheekblad de afgelopen jaren veranderd?
‘Ik denk het eigenlijk niet. Elk vakgebied verdient een vakblad om de doelgroep te verbinden, medewerkers te inspireren. Een vakblad bevestigt mensen in hun identiteit. Wat wel veranderde, is dat ik het vakgebied veel meer ben gaan waarderen. Ik besef steeds meer hoe ontzettend belangrijk bibliotheken zijn. Dan denk ik onder meer aan kinderen van immigranten en vluchtelingen voor wie de bibliotheek niet zelden een toevluchtsoord is. En als één ding me is opgevallen in mijn vele gesprekken met bibliotheekmedewerkers: ze zijn stuk voor stuk ontzettend bevlogen. Ze helpen kinderen met het vinden van de juiste informatie voor hun werkstuk en noem maar op.’

Paul: hoe verhoudt Bibliotheekblad zich tot de andere titel in de uitgeverij: Informatieprofessional (IP). Wordt er wel eens aan gedacht om beide titels ineen te schuiven?
‘Beide bladen bedienen een ander type lezers. Bibliotheekblad richt zich puur op iedereen die werkzaam is in een (openbare) bibliotheek, terwijl Informatieprofessional een bredere groep lezers bereikt die meer beleidsmatig met informatie en databestanden bezig zijn. Dat kan bij tal van instellingen zijn, zoals informatie- en documentatieafdelingen, bij bibliotheken en archieven, en in kenniscentra van grote bedrijven, non-profitorganisaties, universiteiten, hogescholen en andere onderwijsinstellingen, adviesbureaus, erfgoedinstellingen, uitgeverijen, gemeenten, provincies en rijksoverheid. Concreet houdt deze doelgroep zich meer bezig met het verzamelen, beheren en analyseren tot preserveren, hergebruiken en verspreiden van informatie. Tussen beide abonneebestanden is dan ook sprake van een zeer beperkte overlap. Voor een deel is er zelfs sprake van gescheiden werelden. Om die redenen bestaan er bij onze uitgeverij geen plannen om de titels in elkaar te schuiven. Wel is het zo dat we elkaar ondersteunen en samenwerken, want een ontwikkeling als AI heeft een diepere impact dan enkel op het eigen vakgebied.’

Printmedia hebben het zwaar. Kranten, tijdschriften, vakbladen, ze hebben allemaal te kampen met teruglopende abonnee-aantallen en advertentie-inkomsten. Dat maakt een gezonde exploitatie vaak lastig. Voelt Bibliotheekblad die pijn ook?
Paul: ‘Zeker, wij vormen daarop geen uitzondering. Bibliotheekblad beweegt zich in een specifiek segment. De doelgroep hecht aan het vakblad, maar niettemin is het niet gemakkelijk om een titel overeind te houden die zich richt op een klein afgebakend deel van de markt. We doen dat met liefde, maar we doen tevens een moreel appèl op onze achterban om het vakblad in de lucht te houden. Eerlijk gezegd, vind ik het gek als een bibliotheek geen abonnement heeft op Bibliotheekblad, en dat komt helaas voor.’

Zou een aantal branchepartijen hierin geen ondersteunende rol dienen te spelen?
Paul: ‘We hebben goed contact met NBD Biblion, die ook hoofdsponsor is van de Beste Bibliotheek van Nederland-verkiezing. Ook met de KB en VOB hebben we goed contact, waarbij we telkens weer constateren dat iedereen blij is met het vakblad en onder de indruk is van wat we met ons kleine team presteren. Dat geeft ons uiteraard een flinke boost, maar om op je vraag terug te komen: we moeten het blad wel in de lucht houden.’
Menno: ‘Ook ik vind het wel eens moeilijk om te zien dat sommigen er abusievelijk van uitgaan dat we een soort gratis dienst leveren. Regelmatig krijg ik mailtjes in de trant van: ik ben geen abonnee, maar kunt u me dit artikel mailen? Dan denk ik: wij maken toch ook kosten om zo’n artikel te produceren, waarom zouden we het dan gratis moeten verstrekken? Of een geïnterviewde die om tien exemplaren van het blad vraagt…’
Paul: ‘We willen absoluut geen negatief signaal afgeven, maar een moreel beroep op de verantwoordelijkheid van de branche als geheel lijkt ons zeker gerechtvaardigd.’
Menno: ‘Vergeet niet dat we geen enkele subsidie krijgen. Met weinig middelen bedienen we deze beroepsgroep en daar slagen we best aardig in, zeg ik in alle bescheidenheid.’

Wat is de journalistieke meerwaarde van een vakblad in een branche die sterk door politiek, (gemeentelijk) beleid en branchepartijen wordt gekenmerkt? Anders gezegd: waar ligt de grens tussen vakbladjournalistiek en belangenbehartiging in een vakgebied dat zo nauw verweven is? En opereert de redactie daarin onafhankelijk van de uitgever?
Menno:Bibliotheekblad laat iedereen aan het woord en neemt geen standpunt in, behalve in columns. Wij vertegenwoordigen niet de KB, VOB, OCW of een POI. Als er iets niet goed gaat, berichten we daar open en eerlijk over, zoals we ook zaken belichten die wel goed gaan. Dat doen we zonder inmenging vanuit de uitgever. We zijn objectief en onafhankelijk. Paul legt mij in dat opzicht geen strobreed in de weg. Natuurlijk bespreken we regelmatig dingen, maar de redactionele koers is aan mij om te bepalen. Iets wat beslist niet overal vanzelfsprekend is. Dat heb ik gedurende mijn carrière bij verschillende uitgeverijen zeer zeker meegemaakt. De bemoeienis van uitgevers met het redactionele beleid kan heel ver gaan…’

In het verleden bood het blad vaker een podium aan kritische geluiden. Iemand als Wim Keizer gooide geregeld de knuppel in het hoenderdok. Is daar nu minder ruimte voor?
Menno:
‘Dat kan nog steeds, zeker in de vorm van een column, maar ik vind niet dat je als onafhankelijk vakblad nadrukkelijk stelling moet nemen. Je vertegenwoordigt immers niet één partij, maar laat alle belanghebbenden aan het woord. Neem bijvoorbeeld de mediastorm die ontstond toen NBD Biblion besloot alle (freelance) recensenten die de aanschafinformatie verzorgden, te ontslaan en te vervangen door metadatering door AI. In zo’n geval laten we zowel voor- als tegenstanders aan het woord. Iedereen mag zijn zegje doen en de lezer mag vervolgens zijn eigen conclusie trekken.’

Wat is de waarde van de verkiezing van de Beste Bibliotheek van Nederland?
Menno:
‘De verkiezing heeft zowel de bibliotheken als het vakblad scherper op de kaart gezet. We worden elke keer geciteerd door de landelijke media. Dit jaar hebben we naast tientallen regionale bladen zelfs De Telegraaf gehaald. En voor mijn tijd is er ook weleens in het NOS Journaal aandacht aan besteed. Wat ik persoonlijk heel mooi vind, is de enorme betrokkenheid van het publiek bij de verkiezing. Het aantal publieksstemmen groeit nog elk jaar. Afgelopen jaar brachten meer dan 13.000 mensen hun stem uit.’

Wat zien jullie als grootste uitdaging voor het vakblad in de komende jaren?
Menno:
‘Dat we de doelgroep net als de afgelopen dertig jaar van goede informatie blijven voorzien. Een vraag waar we ook antwoord op moeten geven, is het vinden van de juiste balans tussen papier en digitaal. Bibliotheekblad komt nu deels fysiek en deels digitaal uit. Blijven we dat doen in de huidige verhouding? We merken dat de jongere doelgroep blij is met het digitale Bibliotheekblad, terwijl de oudere garde liever van papier leest. De realiteit is wel dat de bibliotheeksector sterk vergrijst en dat veel oudere werknemers de komende jaren met pensioen zullen gaan. Dat leidt ertoe dat veel jongeren zullen instromen. Jongeren met een totaal andere achtergrond, want een echte bibliotheekopleiding is er niet meer. Hoe zorg je ervoor dat die nieuwkomers binding krijgen met hun vakgebied? Daar kan een vakblad een voortrekkersrol in vervullen.’
Paul: ‘Als uitgever probeer je vooruit te kijken, en het laat zich raden dat de media in de toekomst nog digitaler zullen zijn dan nu. Je ontkomt er niet aan die trend te volgen. Positiever geformuleerd betekent het dat je kansen krijgt om via nieuwe vormen met mensen in contact te komen, in de hoop dat het blad zich breder en dieper verspreidt, zodat je kunt komen tot aanvullende wijzen van dienstverlening. Bijvoorbeeld door trainingen aan te bieden of congressen en bijeenkomsten te organiseren. Je kunt de beschikbare kanalen wellicht ook gebruiken om je maatschappelijke positie krachtiger neer te zetten. Bibliotheekmedewerkers zijn van oudsher tamelijk bescheiden, maar waarom zou je je betekenis voor de samenleving niet luider aan de grote klok hangen?’

Zien jullie het blad evolueren tot zo’n breder kennis- en informatieplatform?
Paul:
‘Sterker, daar zijn we al mee begonnen. Enkele maanden geleden hebben we samen met GO Opleidingen een workshop Omgaan met complex gedrag van bibliotheekbezoekers georganiseerd. Dat werd zo’n succes, dat we dit traject verder willen oppakken, waarbij we niet alleen mikken op directies en managers maar op alle medewerkers van een organisatie. Ik zie dat als een waardevolle bijdrage vanuit onze uitgeverij om een bepaalde leemte op te vullen.’
Menno: ‘We kregen zoveel signalen over toenemende agressie waarmee bibliotheken te maken hebben. De bijeenkomst met arts/neurobioloog Ronald Siecker die gespecialiseerd is in beïnvloeding van menselijk gedrag sloeg dermate aan, dat we besloten verder te gaan op het pad om bibliotheken te helpen bij het vinden van antwoorden op vragen rond actuele thema’s.’

Iedereen kan tegenwoordig een blog of podcast maken. Ook in bibliotheekland gebeurt dat volop. Zien jullie dat als welkome aanvulling of gaat het ten koste van het vakblad?
Menno:
‘Aan de ene kant is het een mooie ontwikkeling, aan de andere kant kan iemand zich bij die stortvloed aan gedeelde informatie ook afvragen of hij Bibliotheekblad nog wel nodig heeft. Men verliest dan wel uit het oog dat veel van die blogs en podcasts uitingen van een bepaalde zender zijn. Zenders met een meestal gekleurde boodschap.’

In medialand is schaalvergroting aan de orde van de dag. Neem het Algemeen Dagblad dat is samengegaan met diverse regionale krantentitels. Zou zo’n krachtenbundeling – wellicht zelfs internationaal – voor Bibliotheekblad eveneens een optie kunnen zijn?
Menno: ‘We werken al met Vlaamse correspondenten. Met de collega’s van de VVBAD wisselen we kopij uit, maar het bibliotheeklandschap in Vlaanderen en zeker in Wallonië is zo verschillend van dat in Nederland, dat ik niet snel één vakblad voor beide landen zie ontstaan. Laat staan een vakblad voor bijvoorbeeld heel West-Europa.’
Paul: ‘Daar komt bij dat een nieuwe titel in de markt zetten duizend keer moeilijker is dan je vaste basis zien te behouden en waar mogelijk uit te breiden. Vergeet ook niet dat we op dit moment al best veel Vlaamse abonnees hebben, waar we zeer content mee zijn.’

Welke rol zullen nieuwe technologieën zoals AI gaan spelen voor Bibliotheekblad?
Menno:
‘Als het gaat om het maken van een illustratie bij een artikel doen we momenteel soms al een beroep op AI. Dat geven we in de bijschriften dan uiteraard duidelijk aan. Maar een artikel of analyse voor Bibliotheekblad laten schrijven door AI? Dat zie ik niet zo snel gebeuren, hoe rap de ontwikkelingen op dit gebied ook gaan.’

Waar staat Bibliotheekblad over pakweg vijf jaar?
Menno: ‘Ik hoop dat we dan nog steeds het veel gelezen vakblad zijn en dat we tegen die tijd een aantal nieuwe abonnees hebben mogen begroeten. Ik geloof in de combinatie van print en digitaal. Die heeft veel voordelen. Een gedrukt blad leg je op de koffietafel en blader je af en toe nog eens door, in een digitaal magazine lees je artikelen en kijk je naar video’s of raadpleeg je links. De combinatie biedt het beste van beide werelden.’
Paul: ‘Mijn verwachting is dat het blad voor de helft print blijft, omdat de fysieke aanwezigheid van een medium onvervangbaar is. Belangrijk is ook dat we als vakblad blijven staan voor de kwaliteit van ons product. We blijven ons richten op het bedienen van deze specifieke doelgroep. We gaan dat niet verbreden. Grootste uitdaging in mijn ogen is om jonge mensen te boeien. Dat is een serieuze opgave, waarvoor trouwens de branche als geheel staat. Verder zullen we de komende jaren naast het maken van een goed vakblad ook nieuwe verdienmodellen ontwikkelen, en ik heb er alle vertrouwen in dat ons dit gaat lukken. Kortom, ik geloof in de continuïteit en doorgroei van Bibliotheekblad.’