Video: deBuren

Foto: Sarah Van Looy

Foto: Marianne Hommersom

deBuren binnen de Vlaams-Nederlandse samenwerking.

Een bijeenkomst van deBuren.

Willem Bongers-Dek is sinds 2019 directeur van deBuren in Brussel. deBuren is het Vlaams-Nederlands huis voor cultuur en debat.

Willem Bongers-Dek, de Nederlandse directeur van deBuren

Bibliotheekblad sprak met de Nederlander Willem Bongers-Dek. Sinds 2019 is hij directeur van deBuren in Brussel. deBuren is het Vlaams-Nederlands huis voor cultuur en debat, waar Bongers-Dek overigens al sinds 2009 werkt. In 2022 werd hij tevens voorzitter van het Vlaamse BoekenOverleg. (Een platform dat de gezamenlijke belangen van de boeken- en letterensector behartigt, en wordt gecoördineerd door Literatuur Vlaanderen.) Een gesprek over de staat van de Vlaamse bibliotheek in een woelig tijdperk.

‘Vlaamse bibliotheken moeten nu heel hard aan de bel trekken’

Vlaanderen

Tekst: Elselien Dijkstra • Foto’s: zie credits
langs zijkant • Video: deBuren

Bibliotheekblad 3 • maart 2025

Ik wil zeker niet Nederland als het beloofde land schetsen, maar op dit vlak zijn er wel stappen gezet. Nederland begon in 1987 met decentralisatie. Net op het moment dat Vlaanderen besloot te decentraliseren, in 2015, keerde Nederland de kar. Daarna heeft het een beetje lang geduurd, voordat Nederland daar de middelen bij had, maar die zijn er nu wel.

Het is heel interessant wat er in 2025 in Nederland gaat gebeuren. Daar wil ik wel iedereen die daar in Vlaanderen mee bezig is over adviseren: hou dat eens goed in de gaten, welke stappen er worden gezet. En hoe die vorm krijgen.’

Waarom is er centrale regie nodig voor Vlaamse bibliotheken?
‘Er zijn tal van gemeenten die het wel goed doen en die de bibliotheek belangrijk vinden. Maar er zijn ook gemeentes die geen letter wijden aan de bibliotheek in hun plannen. Als een bevoegdheid op een niveau terechtkomt, dan verwacht je dat er op dat niveau een plan is, en dat is er lang niet altijd. En dat werkt willekeur in de hand. Een bibliotheek zou er voor iedereen moeten zijn en mag niet afhankelijk zijn van de toevalligheid van een wethouder.

Op basis van het onderzoek dat wij verricht hebben, durf ik wel te zeggen dat de situatie nu al problematisch is. De problemen spelen bij alles wat voor een bibliotheek belangrijk is. Dat begint al bij: Zijn er genoeg mensen? Kun je een bibliotheek openhouden? Of heb je meteen een probleem als er iemand ziek is? Dat is in verschillende Vlaamse bibliotheken op dit moment al aan de hand. Als er iemand ziek is, dan is er een acuut probleem.

En zijn die mensen voldoende professioneel ondersteund, alleen al in opleiding maar ook in doorontwikkeling, om hun job te kunnen doen? Een burger gaat het niet meteen merken als de collectiebeheerder een jaar thuis zit met een burn-out. Maar het effect gaat er wel zijn, want jouw aanbod gaat verschralen, of gaat zich heel specifiek richten op een aanbod dat van een partner komt met een eigenbelang.

Het derde is tijd voor samenwerking. Als bibliotheken onder druk staan, zowel in manuren als in deskundigheid, is het eerste wat gebeurt een beweging naar binnen: we zullen de dingen doen, die nu urgent op tafel liggen. Maar voor een bibliotheek is het juist belangrijk om naar buiten te treden. Om te kunnen netwerken, te kunnen samenwerken met andere bibliotheken.

Vervolgens hebben we natuurlijk het gebouwbeheer. Kan de bibliothecaris bij iemand aankloppen om te zeggen ‘het regent hier binnen’? Of moet die ergens achteraan aansluiten omdat de douches van het zwembad eerst moeten worden gerepareerd?

En dan zijn er nog de financiën. In ons rapport heb ik de tendens gekenschetst als ‘de lettervreter anno nu’: het personeel eet de collectie op. De mensen kunnen in dienst blijven, soms ook vast benoemd, maar elke loonindexering gaat ten koste van andere posten zoals de collectie. En daar zie ik ook externe bedreigingen: boeken worden er niet goedkoper op en hebben steeds vaker een lagere papierkwaliteit, waardoor de duurzaamheid en bruikbaarheid daalt.

Dit zijn allemaal factoren die tegelijkertijd gebeuren, en die ervoor zorgen dat de kernfuncties onder druk komen te staan. Dat is nu al, we zitten er middenin. Daarom moeten wij nu heel hard aan de bel trekken om te laten zien: wij zien dit. En we zien dit niet vandaag, we zien een trend. We zien dat het al jaren geleden begonnen is en de reden dat we het eerder niet hebben gezien, is, omdat het onderzoek er eerder niet was.’

Zou je Vlaamse bibliotheken willen oproepen om toch gegevens te bewaren?
‘Ja. Ik weet hoe zwaar medewerkers in bibliotheken onder druk kunnen staan. Maar ik denk dat het heel goed zou zijn als bibliothecarissen tijd vinden om op sommige kerncijfers wel degelijk data bij te houden, ook als ze het niet moeten. Dat geldt ook voor bezoekersaantallen.

In Nederland kan ik hardmaken dat de bibliotheken de belangrijkste culturele instellingen van het land zijn. Niet omdat ik dat zo leuk vind, of omdat ik van lezen hou. Dat kan ik onderbouwen met cijfers, bibliotheken hebben 57 miljoen bezoeken per jaar. Dat is een culturele activiteit van immense omvang. Als ik in Vlaanderen vandaag dat punt zou willen maken, dan kan ik het niet. Het lijkt me heerlijk om hetzelfde te kunnen zeggen tegen de Vlaamse minister: kijk eens, zoveel miljoen mensen gaan hier naar de bibliotheek. En al die mensen rekenen op u.’

Je woont en werkt sinds 2009 in België. Zijn de uitdagingen voor Vlaamse en Nederlandse bibliotheken vergelijkbaar?
‘Over het algemeen denk ik dat er veel overeenkomstige uitdagingen zijn. De klassieke boekerij verandert in de Lage Landen in een multimediale, multifunctionele en maatschappelijk breder ingevuld stuk van de publieke ruimte. In die transformatie zie je dezelfde vraagstukken opdoemen. Naast polarisering en digitalisering gaat dat ook over andere fundamentele kwesties. Wil je een gratis (basis)abonnement? Hanteer je boetes? En als je moet kiezen, installeer je dan een bibliotheek op school of haal je liever de leerlingen naar de bibliotheek?’

Wat kunnen Nederlandse bibliotheken leren van Vlaanderen?

‘De digitale samenwerking in Vlaanderen is verder dan die in Nederland. Het al jaren geleden eengemaakte bibliotheeksysteem – met indrukwekkende cijfers die uit die ICT-samenwerking voortvloeien, en een prominente rol van de instelling Cultuurconnect – bestaat in Nederland op die manier niet. Dat die samenwerking er kwam, werd niet op overheidsniveau vastgelegd, maar ontstond van onderop.

Een ander voorbeeld: toen het bibliotheekdecreet op Vlaams niveau verdween, ontstond een serieuze campagne met een ludieke slogan: “Blijf van mijn bibs!” Daarna vonden de bibliotheken elkaar in een indrukwekkende actie, die leidde tot het bibliotheekcharter “Een bibliotheek voor iedereen” met een zeer hoge lokale dekkingsgraad. Een vergelijkbare beweging zie ik nu rondom het kernwaardencharter, waarin Vlaamse bibliotheken zich samen sterk maken om hun inhoudelijke autonomie te vrijwaren van oneigenlijke invloeden.

Het helpt ook dat dit soort kwesties besproken kunnen worden in het BoekenOverleg. Een dergelijk platform waarin echt alle spelers in de brede boeken-, letteren- en leesbevorderingssector regelmatig samenkomen om onderling uit te wisselen en tegelijkertijd op de politiek te kunnen wegen, bestaat in Nederland niet.’

Wat is er volgens jou in de toekomst nodig om van elkaar te blijven leren?

‘Ik zou het van harte toejuichen als er structureel kennis wordt uitgewisseld. Er gebeurt op dat vlak gelukkig al van alles tussen Vlaanderen en Nederland. Bibliothecarissen bezoeken elkaar en specialisten wisselen informatie uit, maar momenteel zit er nog geen vaste lijn en dus geen continuïteit in. Een gedeeld kennisknooppunt voor de Vlaams-Nederlandse bibliotheeksector lijkt me een prachtig streven en ik zie veel bereidwilligheid aan beide kanten van de landsgrens om daarmee aan de slag te gaan.’

Naschrift redactie
• Het BoekenOverleg is een Vlaams platform dat de gezamenlijke belangen van de boeken- en letterensector behartigt, en wordt gecoördineerd door Literatuur Vlaanderen.

• Huis deBuren in Brussel is een Vlaams-Nederlands forum voor cultuur en debat in de Lage Landen. Het werd opgericht in 2004 door de Vlaamse en Nederlandse regeringen.

Verder lezen
Onderzoek naar de slagkracht van bibliotheken
Adviezen voor het beleid

Welke organisatie zou een centrale regie van de Vlaamse bibliotheken op zich kunnen nemen?
‘Er zijn verschillende organisaties die dat kúnnen doen, maar op dit moment is er niet één waarvan ik zou zeggen: die móet het doen. Je zou zoiets ook in een beheerstructuur kunnen steken. Dat je verschillende spelers samenbrengt om hier eens goed over na te denken. Voor mij is het BoekenOverleg daar een eerste aanknopingspunt, omdat het BoekenOverleg alle belangrijke spelers overkoepelt. Maar dat is zeker niet de organisatie, die dat uiteindelijk moet uitvoeren. Wij zijn een overlegorgaan dat de verschillende overheidsniveaus adviseert. Op het moment dat het operationeel wordt, wordt het losgezongen van het BoekenOverleg, zoals bijvoorbeeld met de Vlaamse Literatuurprijs De Boon.’

Er zou ook een nieuwe organisatie kunnen worden opgezet?
‘Dat is nog te vroeg. Voor mij is het veel belangrijker dat het besef nu ontstaat dat dit op Vlaams niveau moet worden opgepakt. De provincies zijn verdampt, federaal kan het niet en lokaal vind ik het een veel te groot risico op tal van vlakken. Op Vlaams niveau komen zoveel dingen samen om dit goed te kunnen doen. Ook de samenwerking tussen onderwijs, cultuur en welzijn, in het geval van bibliotheken, is cruciaal. Als je daar op wil kunnen sturen, dan zul je daar op centraal niveau iets mee willen doen, dan zul je de regie willen nemen, en op dit moment kan dat niet.

Hoe start u het jaar 2025, met alle berichtgevingen over Trump en Musk?
‘Die dreiging voel ik het hele jaar door eigenlijk wel. Ik denk dat het heel erg belangrijk is om met elkaar te blijven praten nu de democratie onder druk staat. Democratie is het fundamentele gesprek over wie we zijn, en hoe we de wereld om ons heen willen vormgeven. Ik vind het belangrijk dat daarbinnen meerdere perspectieven mogen bestaan en we niet gedwongen zijn om in één richting te denken.

Het maatschappelijke gesprek van vandaag is sterk afhankelijk van emoties en vindt plaats in een aandachtseconomie. Er zijn tal van elementen die onze aandacht vragen, en ik denk dat de versnippering van onze aandacht een vrij grote bedreiging is voor het gesprek dat we voeren. Omdat we daardoor constant afgeleid zijn. Het gesprek dat we nu voeren gaat te vaak over kleine steekvlamincidenten in plaats van over de grote uitdagingen waar we voor staan.’

Hoe ziet u de rol van bibliotheken bij het voeren van dat gesprek?
‘Het oefenen van burgerschap vind ik een belangrijke functie van de bibliotheek. Eigenlijk heeft een bibliotheek alles in huis om dat te kunnen doen. Om je als burger te kunnen informeren over de wereld waarin je leeft, en om je daar kritisch toe te kunnen verhouden, om in gesprek te kunnen gaan met allerlei mensen.

Ruimtegebruik staat ook sterk onder druk. Er zijn steeds minder plekken waar de commercie niet de regels bepaalt en we de tijd kunnen nemen om aan gemeenschapsvorming te doen. Om elkaar als mensen in de ogen te kijken en te praten over wat we belangrijk vinden. De bibliotheek is daar geen wondermiddel voor, maar ik zie ‘ontmoeting en debat’ wel als mogelijke kernfunctie voor de bibliotheek van de toekomst, juist vanwege het open karakter van de bibliotheek.’

Lukt het bij deBuren om een divers publiek te bereiken?
‘Daar hebben wij de afgelopen jaren echt stappen in gezet. We denken al sinds 2016 diep na over inclusie. We hebben geprobeerd om aan alle knoppen te draaien waar we zelf aan konden draaien: Met welke partners werk je samen? Welke sprekers zet je op je podia? Welke talenten nodig je uit in je trajecten? Wie zitten er in de jury’s om die talenten te selecteren?

De moeilijkste stap was: hoe krijg je vervolgens ook een publiek, dat weerspiegelt wie je op het podium ziet? Die stap hebben we de afgelopen jaren kunnen zetten, omdat we daar een bepaalde geloofwaardigheid in hebben opgebouwd. Dat mensen rondom ons zien: voor deBuren is inclusie geen gimmick om subsidies binnen te halen, maar iets wat ze menen.’

Het BoekenOverleg organiseert regelmatig De Staat van het Boek. Wat is op dit moment de staat van de bibliotheek in Vlaanderen?
‘Wat vooral mijn zorg op Vlaams niveau is, is dat er geen enkel centraal beleid is. Het is volledig versnipperd. We zitten nu nog in de gelukkige situatie dat elke gemeente een bibliotheek heeft die min of meer draait. Dat ik er zo halfslachtig over praat ‘die min of meer draait’ is omdat we er maar heel weinig van weten. De pest is dat we geen centrale gegevens meer hebben. Vlaamse bibliotheken zijn niet meer verplicht om wat dan ook te registeren op centraal niveau. Dat wordt mondjesmaat gedaan. Maar het is geen plicht meer.

We hebben bij BoekenOverleg een onderzoek uitgevoerd: Steeds meer met steeds minder. Daarin schetsen we een kantelpunt waar we nu zitten. Wij zien een problematische tendens, een veelkoppig monster. Enerzijds wordt er steeds meer van de bibliotheken verwacht, vanuit overheden, maar zeker ook vanuit burgers. Anderzijds zien we een bibliotheek, die daar steeds minder toe in staat is. Er zijn allemaal uitzonderingen op te verzinnen, zoals De Krook in Gent en Utopia in Aalst, maar de algemene tendens is niet goed.

We zien dat gemiddeld genomen elke bibliotheek in 2024 bijna een half voltijdsequivalent verloren is. Puur menskracht. De mensen die er werken hebben een steeds minder hoog opleidingsniveau. Mensen met te lage opleidingen, zijn te hoge functies aan het uitvoeren. En onderaan die waterval staan de vrijwilligers.

Dat is een heel ambigue situatie. Eigenlijk ben je heel blij dat de lokale gemeenschap opstaat om de bibliotheek op te vangen en het belang daarvan inziet, het aantal vrijwilligers is de afgelopen tien jaar spectaculair toegenomen in Vlaanderen. Maar wat moeten die mensen doen? Die moeten werk doen waarvoor ze niet gekwalificeerd zijn, en sterker nog, waarvoor ze op dit moment zelfs nauwelijks gekwalificeerd kúnnen worden. Je hebt onvoldoende opleidingsaanbod om een brede toegankelijkheid daartoe te garanderen.

En daar verwacht ik Vlaamse regie. Omdat dit te belangrijk is om zomaar los te laten. Met name als je in ogenschouw neemt dat we in een crisis van ontlezing zitten, die inhaakt op een democratische crisis. Dat zijn twee dingen die heel sterk met elkaar te maken hebben. Ik verzet me er altijd tegen als die twee dingen uit elkaar getrokken worden.

Kritisch burgerschap is, net als de democratie zelf, een wordingsproces dat nooit afgerond is en actief onderhoud vraagt. Om kritisch burger te kunnen zijn, in een complexe wereld, heb je allerlei vaardigheden nodig. Het onderwijs is daar belangrijk in, en ik zie daar ook echt een rol voor bibliotheken weggelegd.

In die dubbele crisis, waarin het steeds moeilijker wordt om in te schatten waar informatie vandaan komt, hoe informatie tot stand gekomen is, hoe je informatie kan wegen, is het heel erg belangrijk om burgers daarin te versterken. Om hen te helpen om dat te doen in het grote belang van de democratie.

Ik praat met veel idealisme en liefde over de rol van bibliotheken, maar er moet ook een hele duidelijke materiële basis zijn. Ik verwacht dat een democratische, nationale overheid die rol oppakt, en het niet laat afhangen van welwillendheid van lokale besturen, vrijwilligers of particulieren.’

Welke functies zou een basisbibliotheek moeten vervullen?
‘In Nederland gaat op 1 januari 2026 de zorgplicht voor gemeentes in. Veel Nederlandse gemeentes sorteren daar al op voor, dat is ook al goed nieuws. Daar wordt vanuit de wettekst hardop nagedacht over waar de bibliotheek minstens aan moet voldoen. Het gaat over voldoende professioneel geschoold personeel. Dat wordt onderdeel van de zorgplicht en dat moet je vervolgens operationaliseren: wat is voldoende geschoold? Ik denk dat je daar in de breedte moet kijken naar wat de bibliotheek vandaag is en moet zijn.

Zelf collectiebeheer kunnen voeren, dat is heel belangrijk. Ik denk dat op dit moment in Vlaanderen onderschat wordt hoe snel de kennis van collectiebeheer afneemt. Er is een hele generatie van bibliothecarissen die tussen nu en 2035 met pensioen gaat. Met hen verdwijnt er een bak aan kennis en ervaring over wat collectiebeheer is. Je moet vandaag al de jongere bibliotheekmedewerkers kunnen laten meelopen met die oudere generatie, omdat je anders in een situatie komt, waarin collectiebeheer afhankelijk wordt van oneigenlijke tendensen. Zoals een te grote macht van de markt, of de macht van schenkingen, van particulieren en verenigingen. Beide tendensen, zowel de druk van de markt, als die van ongevraagde schenkingen, zijn gevaarlijk.’

Foto: Marianne Hommersom

Willem Bongers-Dek is sinds 2019 directeur van deBuren in Brussel. deBuren is het Vlaams-Nederlands huis voor cultuur en debat.

Willem Bongers-Dek, de Nederlandse directeur van deBuren

Bibliotheekblad sprak met de Nederlander Willem Bongers-Dek. Sinds 2019 is hij directeur van deBuren in Brussel. deBuren is het Vlaams-Nederlands huis voor cultuur en debat, waar Bongers-Dek overigens al sinds 2009 werkt. In 2022 werd hij tevens voorzitter van het Vlaamse BoekenOverleg. (Een platform dat de gezamenlijke belangen van de boeken- en letterensector behartigt, en wordt gecoördineerd door Literatuur Vlaanderen.) Een gesprek over de staat van de Vlaamse bibliotheek in een woelig tijdperk.

Foto: Sarah Van Looy

deBuren binnen de Vlaams-Nederlandse samenwerking.

Video: deBuren

Bibliotheekblad 3 • maart 2025

‘Vlaamse bibliotheken moeten nu heel hard aan de bel trekken’

Tekst: Elselien Dijkstra • Foto’s: zie credits
langs zijkant • Video: deBuren

Vlaanderen

Hoe start u het jaar 2025, met alle berichtgevingen over Trump en Musk?
‘Die dreiging voel ik het hele jaar door eigenlijk wel. Ik denk dat het heel erg belangrijk is om met elkaar te blijven praten nu de democratie onder druk staat. Democratie is het fundamentele gesprek over wie we zijn, en hoe we de wereld om ons heen willen vormgeven. Ik vind het belangrijk dat daarbinnen meerdere perspectieven mogen bestaan en we niet gedwongen zijn om in één richting te denken.

Het maatschappelijke gesprek van vandaag is sterk afhankelijk van emoties en vindt plaats in een aandachtseconomie. Er zijn tal van elementen die onze aandacht vragen, en ik denk dat de versnippering van onze aandacht een vrij grote bedreiging is voor het gesprek dat we voeren. Omdat we daardoor constant afgeleid zijn. Het gesprek dat we nu voeren gaat te vaak over kleine steekvlamincidenten in plaats van over de grote uitdagingen waar we voor staan.’

Hoe ziet u de rol van bibliotheken bij het voeren van dat gesprek?
‘Het oefenen van burgerschap vind ik een belangrijke functie van de bibliotheek. Eigenlijk heeft een bibliotheek alles in huis om dat te kunnen doen. Om je als burger te kunnen informeren over de wereld waarin je leeft, en om je daar kritisch toe te kunnen verhouden, om in gesprek te kunnen gaan met allerlei mensen.

Ruimtegebruik staat ook sterk onder druk. Er zijn steeds minder plekken waar de commercie niet de regels bepaalt en we de tijd kunnen nemen om aan gemeenschapsvorming te doen. Om elkaar als mensen in de ogen te kijken en te praten over wat we belangrijk vinden. De bibliotheek is daar geen wondermiddel voor, maar ik zie ‘ontmoeting en debat’ wel als mogelijke kernfunctie voor de bibliotheek van de toekomst, juist vanwege het open karakter van de bibliotheek.’

Lukt het bij deBuren om een divers publiek te bereiken?
‘Daar hebben wij de afgelopen jaren echt stappen in gezet. We denken al sinds 2016 diep na over inclusie. We hebben geprobeerd om aan alle knoppen te draaien waar we zelf aan konden draaien: Met welke partners werk je samen? Welke sprekers zet je op je podia? Welke talenten nodig je uit in je trajecten? Wie zitten er in de jury’s om die talenten te selecteren?

De moeilijkste stap was: hoe krijg je vervolgens ook een publiek, dat weerspiegelt wie je op het podium ziet? Die stap hebben we de afgelopen jaren kunnen zetten, omdat we daar een bepaalde geloofwaardigheid in hebben opgebouwd. Dat mensen rondom ons zien: voor deBuren is inclusie geen gimmick om subsidies binnen te halen, maar iets wat ze menen.’

Het BoekenOverleg organiseert regelmatig De Staat van het Boek. Wat is op dit moment de staat van de bibliotheek in Vlaanderen?
‘Wat vooral mijn zorg op Vlaams niveau is, is dat er geen enkel centraal beleid is. Het is volledig versnipperd. We zitten nu nog in de gelukkige situatie dat elke gemeente een bibliotheek heeft die min of meer draait. Dat ik er zo halfslachtig over praat ‘die min of meer draait’ is omdat we er maar heel weinig van weten. De pest is dat we geen centrale gegevens meer hebben. Vlaamse bibliotheken zijn niet meer verplicht om wat dan ook te registeren op centraal niveau. Dat wordt mondjesmaat gedaan. Maar het is geen plicht meer.

We hebben bij BoekenOverleg een onderzoek uitgevoerd: Steeds meer met steeds minder. Daarin schetsen we een kantelpunt waar we nu zitten. Wij zien een problematische tendens, een veelkoppig monster. Enerzijds wordt er steeds meer van de bibliotheken verwacht, vanuit overheden, maar zeker ook vanuit burgers. Anderzijds zien we een bibliotheek, die daar steeds minder toe in staat is. Er zijn allemaal uitzonderingen op te verzinnen, zoals De Krook in Gent en Utopia in Aalst, maar de algemene tendens is niet goed.

We zien dat gemiddeld genomen elke bibliotheek in 2024 bijna een half voltijdsequivalent verloren is. Puur menskracht. De mensen die er werken hebben een steeds minder hoog opleidingsniveau. Mensen met te lage opleidingen, zijn te hoge functies aan het uitvoeren. En onderaan die waterval staan de vrijwilligers.

Dat is een heel ambigue situatie. Eigenlijk ben je heel blij dat de lokale gemeenschap opstaat om de bibliotheek op te vangen en het belang daarvan inziet, het aantal vrijwilligers is de afgelopen tien jaar spectaculair toegenomen in Vlaanderen. Maar wat moeten die mensen doen? Die moeten werk doen waarvoor ze niet gekwalificeerd zijn, en sterker nog, waarvoor ze op dit moment zelfs nauwelijks gekwalificeerd kúnnen worden. Je hebt onvoldoende opleidingsaanbod om een brede toegankelijkheid daartoe te garanderen.

En daar verwacht ik Vlaamse regie. Omdat dit te belangrijk is om zomaar los te laten. Met name als je in ogenschouw neemt dat we in een crisis van ontlezing zitten, die inhaakt op een democratische crisis. Dat zijn twee dingen die heel sterk met elkaar te maken hebben. Ik verzet me er altijd tegen als die twee dingen uit elkaar getrokken worden.

Kritisch burgerschap is, net als de democratie zelf, een wordingsproces dat nooit afgerond is en actief onderhoud vraagt. Om kritisch burger te kunnen zijn, in een complexe wereld, heb je allerlei vaardigheden nodig. Het onderwijs is daar belangrijk in, en ik zie daar ook echt een rol voor bibliotheken weggelegd.

In die dubbele crisis, waarin het steeds moeilijker wordt om in te schatten waar informatie vandaan komt, hoe informatie tot stand gekomen is, hoe je informatie kan wegen, is het heel erg belangrijk om burgers daarin te versterken. Om hen te helpen om dat te doen in het grote belang van de democratie.

Ik praat met veel idealisme en liefde over de rol van bibliotheken, maar er moet ook een hele duidelijke materiële basis zijn. Ik verwacht dat een democratische, nationale overheid die rol oppakt, en het niet laat afhangen van welwillendheid van lokale besturen, vrijwilligers of particulieren.’

Welke functies zou een basisbibliotheek moeten vervullen?
‘In Nederland gaat op 1 januari 2026 de zorgplicht voor gemeentes in. Veel Nederlandse gemeentes sorteren daar al op voor, dat is ook al goed nieuws. Daar wordt vanuit de wettekst hardop nagedacht over waar de bibliotheek minstens aan moet voldoen. Het gaat over voldoende professioneel geschoold personeel. Dat wordt onderdeel van de zorgplicht en dat moet je vervolgens operationaliseren: wat is voldoende geschoold? Ik denk dat je daar in de breedte moet kijken naar wat de bibliotheek vandaag is en moet zijn.

Zelf collectiebeheer kunnen voeren, dat is heel belangrijk. Ik denk dat op dit moment in Vlaanderen onderschat wordt hoe snel de kennis van collectiebeheer afneemt. Er is een hele generatie van bibliothecarissen die tussen nu en 2035 met pensioen gaat. Met hen verdwijnt er een bak aan kennis en ervaring over wat collectiebeheer is. Je moet vandaag al de jongere bibliotheekmedewerkers kunnen laten meelopen met die oudere generatie, omdat je anders in een situatie komt, waarin collectiebeheer afhankelijk wordt van oneigenlijke tendensen. Zoals een te grote macht van de markt, of de macht van schenkingen, van particulieren en verenigingen. Beide tendensen, zowel de druk van de markt, als die van ongevraagde schenkingen, zijn gevaarlijk.’

Welke organisatie zou een centrale regie van de Vlaamse bibliotheken op zich kunnen nemen?
‘Er zijn verschillende organisaties die dat kúnnen doen, maar op dit moment is er niet één waarvan ik zou zeggen: die móet het doen. Je zou zoiets ook in een beheerstructuur kunnen steken. Dat je verschillende spelers samenbrengt om hier eens goed over na te denken. Voor mij is het BoekenOverleg daar een eerste aanknopingspunt, omdat het BoekenOverleg alle belangrijke spelers overkoepelt. Maar dat is zeker niet de organisatie, die dat uiteindelijk moet uitvoeren. Wij zijn een overlegorgaan dat de verschillende overheidsniveaus adviseert. Op het moment dat het operationeel wordt, wordt het losgezongen van het BoekenOverleg, zoals bijvoorbeeld met de Vlaamse Literatuurprijs De Boon.’

Er zou ook een nieuwe organisatie kunnen worden opgezet?
‘Dat is nog te vroeg. Voor mij is het veel belangrijker dat het besef nu ontstaat dat dit op Vlaams niveau moet worden opgepakt. De provincies zijn verdampt, federaal kan het niet en lokaal vind ik het een veel te groot risico op tal van vlakken. Op Vlaams niveau komen zoveel dingen samen om dit goed te kunnen doen. Ook de samenwerking tussen onderwijs, cultuur en welzijn, in het geval van bibliotheken, is cruciaal. Als je daar op wil kunnen sturen, dan zul je daar op centraal niveau iets mee willen doen, dan zul je de regie willen nemen, en op dit moment kan dat niet.

Ik wil zeker niet Nederland als het beloofde land schetsen, maar op dit vlak zijn er wel stappen gezet. Nederland begon in 1987 met decentralisatie. Net op het moment dat Vlaanderen besloot te decentraliseren, in 2015, keerde Nederland de kar. Daarna heeft het een beetje lang geduurd, voordat Nederland daar de middelen bij had, maar die zijn er nu wel.

Het is heel interessant wat er in 2025 in Nederland gaat gebeuren. Daar wil ik wel iedereen die daar in Vlaanderen mee bezig is over adviseren: hou dat eens goed in de gaten, welke stappen er worden gezet. En hoe die vorm krijgen.’

Waarom is er centrale regie nodig voor Vlaamse bibliotheken?
‘Er zijn tal van gemeenten die het wel goed doen en die de bibliotheek belangrijk vinden. Maar er zijn ook gemeentes die geen letter wijden aan de bibliotheek in hun plannen. Als een bevoegdheid op een niveau terechtkomt, dan verwacht je dat er op dat niveau een plan is, en dat is er lang niet altijd. En dat werkt willekeur in de hand. Een bibliotheek zou er voor iedereen moeten zijn en mag niet afhankelijk zijn van de toevalligheid van een wethouder.

Op basis van het onderzoek dat wij verricht hebben, durf ik wel te zeggen dat de situatie nu al problematisch is. De problemen spelen bij alles wat voor een bibliotheek belangrijk is. Dat begint al bij: Zijn er genoeg mensen? Kun je een bibliotheek openhouden? Of heb je meteen een probleem als er iemand ziek is? Dat is in verschillende Vlaamse bibliotheken op dit moment al aan de hand. Als er iemand ziek is, dan is er een acuut probleem.

En zijn die mensen voldoende professioneel ondersteund, alleen al in opleiding maar ook in doorontwikkeling, om hun job te kunnen doen? Een burger gaat het niet meteen merken als de collectiebeheerder een jaar thuis zit met een burn-out. Maar het effect gaat er wel zijn, want jouw aanbod gaat verschralen, of gaat zich heel specifiek richten op een aanbod dat van een partner komt met een eigenbelang.

Het derde is tijd voor samenwerking. Als bibliotheken onder druk staan, zowel in manuren als in deskundigheid, is het eerste wat gebeurt een beweging naar binnen: we zullen de dingen doen, die nu urgent op tafel liggen. Maar voor een bibliotheek is het juist belangrijk om naar buiten te treden. Om te kunnen netwerken, te kunnen samenwerken met andere bibliotheken.

Vervolgens hebben we natuurlijk het gebouwbeheer. Kan de bibliothecaris bij iemand aankloppen om te zeggen ‘het regent hier binnen’? Of moet die ergens achteraan aansluiten omdat de douches van het zwembad eerst moeten worden gerepareerd?

En dan zijn er nog de financiën. In ons rapport heb ik de tendens gekenschetst als ‘de lettervreter anno nu’: het personeel eet de collectie op. De mensen kunnen in dienst blijven, soms ook vast benoemd, maar elke loonindexering gaat ten koste van andere posten zoals de collectie. En daar zie ik ook externe bedreigingen: boeken worden er niet goedkoper op en hebben steeds vaker een lagere papierkwaliteit, waardoor de duurzaamheid en bruikbaarheid daalt.

Dit zijn allemaal factoren die tegelijkertijd gebeuren, en die ervoor zorgen dat de kernfuncties onder druk komen te staan. Dat is nu al, we zitten er middenin. Daarom moeten wij nu heel hard aan de bel trekken om te laten zien: wij zien dit. En we zien dit niet vandaag, we zien een trend. We zien dat het al jaren geleden begonnen is en de reden dat we het eerder niet hebben gezien, is, omdat het onderzoek er eerder niet was.’

Zou je Vlaamse bibliotheken willen oproepen om toch gegevens te bewaren?
‘Ja. Ik weet hoe zwaar medewerkers in bibliotheken onder druk kunnen staan. Maar ik denk dat het heel goed zou zijn als bibliothecarissen tijd vinden om op sommige kerncijfers wel degelijk data bij te houden, ook als ze het niet moeten. Dat geldt ook voor bezoekersaantallen.

In Nederland kan ik hardmaken dat de bibliotheken de belangrijkste culturele instellingen van het land zijn. Niet omdat ik dat zo leuk vind, of omdat ik van lezen hou. Dat kan ik onderbouwen met cijfers, bibliotheken hebben 57 miljoen bezoeken per jaar. Dat is een culturele activiteit van immense omvang. Als ik in Vlaanderen vandaag dat punt zou willen maken, dan kan ik het niet. Het lijkt me heerlijk om hetzelfde te kunnen zeggen tegen de Vlaamse minister: kijk eens, zoveel miljoen mensen gaan hier naar de bibliotheek. En al die mensen rekenen op u.’

Je woont en werkt sinds 2009 in België. Zijn de uitdagingen voor Vlaamse en Nederlandse bibliotheken vergelijkbaar?
‘Over het algemeen denk ik dat er veel overeenkomstige uitdagingen zijn. De klassieke boekerij verandert in de Lage Landen in een multimediale, multifunctionele en maatschappelijk breder ingevuld stuk van de publieke ruimte. In die transformatie zie je dezelfde vraagstukken opdoemen. Naast polarisering en digitalisering gaat dat ook over andere fundamentele kwesties. Wil je een gratis (basis)abonnement? Hanteer je boetes? En als je moet kiezen, installeer je dan een bibliotheek op school of haal je liever de leerlingen naar de bibliotheek?’

Wat kunnen Nederlandse bibliotheken leren van Vlaanderen?

‘De digitale samenwerking in Vlaanderen is verder dan die in Nederland. Het al jaren geleden eengemaakte bibliotheeksysteem – met indrukwekkende cijfers die uit die ICT-samenwerking voortvloeien, en een prominente rol van de instelling Cultuurconnect – bestaat in Nederland op die manier niet. Dat die samenwerking er kwam, werd niet op overheidsniveau vastgelegd, maar ontstond van onderop.

Een ander voorbeeld: toen het bibliotheekdecreet op Vlaams niveau verdween, ontstond een serieuze campagne met een ludieke slogan: “Blijf van mijn bibs!” Daarna vonden de bibliotheken elkaar in een indrukwekkende actie, die leidde tot het bibliotheekcharter “Een bibliotheek voor iedereen” met een zeer hoge lokale dekkingsgraad. Een vergelijkbare beweging zie ik nu rondom het kernwaardencharter, waarin Vlaamse bibliotheken zich samen sterk maken om hun inhoudelijke autonomie te vrijwaren van oneigenlijke invloeden.

Het helpt ook dat dit soort kwesties besproken kunnen worden in het BoekenOverleg. Een dergelijk platform waarin echt alle spelers in de brede boeken-, letteren- en leesbevorderingssector regelmatig samenkomen om onderling uit te wisselen en tegelijkertijd op de politiek te kunnen wegen, bestaat in Nederland niet.’

Wat is er volgens jou in de toekomst nodig om van elkaar te blijven leren?

‘Ik zou het van harte toejuichen als er structureel kennis wordt uitgewisseld. Er gebeurt op dat vlak gelukkig al van alles tussen Vlaanderen en Nederland. Bibliothecarissen bezoeken elkaar en specialisten wisselen informatie uit, maar momenteel zit er nog geen vaste lijn en dus geen continuïteit in. Een gedeeld kennisknooppunt voor de Vlaams-Nederlandse bibliotheeksector lijkt me een prachtig streven en ik zie veel bereidwilligheid aan beide kanten van de landsgrens om daarmee aan de slag te gaan.’

Naschrift redactie
• Het BoekenOverleg is een Vlaams platform dat de gezamenlijke belangen van de boeken- en letterensector behartigt, en wordt gecoördineerd door Literatuur Vlaanderen.

• Huis deBuren in Brussel is een Vlaams-Nederlands forum voor cultuur en debat in de Lage Landen. Het werd opgericht in 2004 door de Vlaamse en Nederlandse regeringen.

Verder lezen
Onderzoek naar de slagkracht van bibliotheken
Adviezen voor het beleid

Een bijeenkomst van deBuren.