Foto: Marcel Krijgsman
Want Hogemans heeft geen andere redenen om het centrum eventueel weg te jagen. 'Het is een gewaardeerde partner, die met een uitgebreid programma ook bezoekers trekt. We doen de Poëzieweek samen. Ook in de stad zijn ze heel actief als lid van de Stichting Literaire Activiteiten Nijmegen. Poëzie is alleen wél voor maar een klein deel van het publiek relevant. Je zou je daarom hooguit kunnen afvragen of het niet te niche voor ons is.'
Veel potentie
Betekent dat dat het Poëziecentrum Nederland automatisch meeverhuist als de bibliotheek voor optie twee kiest? Zo eenvoudig ligt dat ook niet. 'Het gaat niet om de vorm. Het gaat om de vraag: waartoe is het Poëziecentrum op aarde? Op grond daarvan kunnen we bedenken: hoe past dat bij ons? Zit hem dat in eerste plaats in de functionaliteit van het centrum of eerder in de vierkante meters die ze bij ons innemen?'
Hogemans is daarom blij met de toekomstvisie die het centrum opstelde naar aanleiding van de huisvestingsproblematiek. 'Er spreekt duidelijk ambitie uit, ze laten zien dat ze meer willen zijn dan de enthousiaste vrijwilligersorganisatie van de afgelopen tien jaar. Ik lees veel potentie, bijvoorbeeld op het gebied van educatieve programma's. Dat is bij uitstek iets waar het Poëziecentrum en de bibliotheek in kunnen samenwerken.'
De tijden zijn veranderd. Dat is volgens Bert Hogemans, directeur van Bibliotheek Gelderland Zuid, de oorzaak van de onzekerheid waarin het Poëziecentrum Nederland onbedoeld is beland. 'De stadsbibliotheek Mariënburg is in 2000 gebouwd als een klassieke plek om boeken in te bewaren. De prominentste ruimtes zijn bedoeld voor boekenkasten. Dat past niet meer bij de brede maatschappelijke functie van de bibliotheek van tegenwoordig.'
Gelderland Zuid moet dus iets met het gebouw, zegt hij. 'Een bibliotheek moet een plek zijn die rust, ruist én bruist. Dat kan hier niet voldoende tegelijk. De verschillende functies zitten elkaar in de weg, waardoor we bijvoorbeeld al buiten openingstijden programmeren. Ik heb het Poëziecentrum daarom tweeëneenhalf jaar geleden gezegd dat het onzeker is of ze na de eerste contractperiode van tien jaar kunnen blijven. Mogelijk hebben we de vierkante meters zelf nodig.'
Twee scenario's
De bibliotheek heeft de afgelopen jaren verschillende scenario's onderzocht, waarover Hogemans dit najaar een knoop hoopt te kunnen doorhakken. 'In de eerste die is overgebleven, blijft de bibliotheek in het huidige gebouw. In dat geval hebben we alle meters inderdaad zelf nodig. Sterker: dan zullen we ook een deel van de kantoorruimten moeten verhuizen naar elders in de stad, om alle publieksfuncties te kunnen vervullen.'
Maar hij heeft een voorkeur voor het tweede scenario, blijkt tussen de regels. 'In dat geval verhuizen we naar een multifunctioneel gebouw waar we meer ruimte hebben: De Lindenberg, waar de bibliotheek vijfentwintig jaar geleden ook vandaan kwam en waar we kunnen samenwerken met het kunsteducatiecentrum. Op inhoud is dat een heel werkbaar scenario. De vraag is nog of het financieel mogelijk is en of het gebouw schaalbaar genoeg is.'
Gewaardeerde partner
Zolang Gelderland Zuid zelf niet weet wat de toekomst brengt, wordt de huurovereenkomst met het Poëziecentrum Nederland steeds met een half jaar verlengd. 'We laten dat drie maanden van tevoren weten, zodat ze ruim op tijd zekerheid hebben. Dat is niet meer onder dezelfde gunstige condities. Met de huidige economische omstandigheden kan dat niet meer. Maar nu de organisatie inmiddels structurele financiering heeft, hoeft dat ook niet.'
Bert Hogemans (directeur-bestuurder de Bibliotheek Gelderland Zuid)
‘Mogelijk hebben we de vierkante meters zelf nodig'
Tine Mientjes (bestuursvoorzitter van Poëziecentrum Nederland).
Kan Poëziecentrum Nederland in Bibliotheek Gelderland Zuid blijven?
‘Onze collectie is ons unique selling point’
Tamar van Gelder wordt per 1 oktober 2024 de nieuwe directeur-bestuurder van Stichting Lezen. Van Gelder (1975) was sinds 2021 voorzitter van de Algemene Onderwijsbond (AOb), die 83.000 medewerkers in het onderwijs en onderzoek vertegenwoordigt. Van 2016 tot 2021 was zij bij de AOb algemeen secretaris. Daarvoor werkte ze als opleidingsmanager bij het ROC Amsterdam en was ze mede-oprichter van de Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO). Ze is lid van de Raad van Advies SER Diversiteit in Bedrijf en voorzitter van de Stichting van het Onderwijs.
Poëzie
Tekst en foto’s: Maarten Dessing
Geen bibliotheek heeft zoveel poëzie in huis als Gelderland Zuid. Dankzij het Poëziecentrum Nederland, dat het sinds 2014 huisvest. Uitgerekend nu het instituut een kwart eeuw bestaat, bevindt het centrum zich op een kruispunt.
Meer naar buiten
In ieder geval hebben de zorgen voor de toekomst gezorgd voor nieuw elan. Het bestuur, sinds een jaar aangevuld met een aparte artistiek leider, is in gesprek gegaan met alle samenwerkingspartners, heeft op basis daarvan een toekomstvisie voor de komende vier jaar geschreven, en is energiek begonnen die uit te voeren. Mét nieuwe en jongere vrijwilligers, die zich juist door de getoonde daadkracht aangetrokken voelden.
'We treden meer naar buiten. We organiseerden al veel activiteiten, maar er waren nog meer mogelijkheden – vooral buiten onze locatie en in samenwerking met anderen. Zo zijn we dit jaar voor het eerst onderdeel van de Vierdaagse. We waren altijd dicht, maar nu organiseren we een postertentoonstelling in de kapel op de Valkhof. En op de derde dag houden we een poëzieavond met optredens, muziek en poëziekaraoke.'
Ook doet het Poëziecentrum Nederland meer aan PR, legt Mientjes uit. 'We zetten de activiteiten op de site, stuurden een nieuwsbrief uit, maakten folders en zorgden dat het in een huis-aan-huiskrant stond. Daarna was het klaar. Nu kijken we per activiteit: welke doelgroep spreken we daarmee aan en hoe kunnen we die bereiken. Zo hadden we dit voorjaar een reeks avonden rond poëzie uit een aantal landen, waaronder Turkije. Dus schreven we de Turkse vereniging aan.'
Positieve tekenen
Of dat op lange termijn zijn vruchten afwerpt, moet nog blijken. Wel ziet Mientjes naast de groei van het vrijwilligersbestand met zo'n acht mensen die specifieke kennis en vaardigheden – bijvoorbeeld op het gebied van communicatie – in huis hebben, positieve tekenen. 'Op het maandelijkse open podium kwamen gemiddeld zo'n tien mensen af. De laatste tijd is dat gegroeid naar minstens twintig. Ook zijn er meer mensen die er willen voordragen.'
En wie weet kan het Poëziecentrum Nederland uiteindelijk toch in de bibliotheek blijven – wat de organisatie het liefste heeft. 'Ook in deze samenwerking is eigenlijk nog veel meer mogelijk. Denk aan gezamenlijke programma's rond spoken word. Daar zijn allerlei interessante concepten voor te bedenken. Of door samen iets te doen voor het onderwijs. De bibliotheek heeft heel goede contacten met alle scholen, wij weten alles van poëzie. Dat moet toch iets moois kunnen opleveren?'
'Zij was het Poëziecentrum zeer goed gezind. We kregen een huurcontract voor tien jaar. Niet tegen commerciële tarieven. Hier in de buurt betaal je anders al gauw het driedubbele. Dat hadden we natuurlijk nooit kunnen opbrengen. En we zouden geen schuld opbouwen als we de huur niet konden betalen. Dat is een aantal jaar ook gebeurd. Je begrijpt: daar zijn we de bibliotheek altijd dankbaar voor geweest.'
Aankoopbudget 1500 euro
Het Poëziecentrum Nederland werkt financieel op een smalle basis. Er is een subsidie van de gemeente van 20.000 euro die uitsluitend aan activiteiten kan worden besteed. Alle andere kosten moeten worden betaald van projectbijdragen van het Lira-fonds, een Vrienden van-stichting en kaartverkoop. Ook ontvangt het centrum bundels uit erfenissen. Als daar titels bij zitten die al in de collectie aanwezig zijn, worden die verkocht – onder meer via Boekwinkeltjes.nl.
'Iedereen die wij hebben gesproken, bevestigt dat onze collectie ons unique selling point is', zegt Mientjes. 'Al die bundels, maar ook enorm veel knipsels van recensies die we hebben verzameld: zoiets bestaat nergens anders in Nederland. Nu is de collectie nog up to date, maar we hebben maar een aankoopbudget van 1500 euro voor nieuwe bundels. Dat betekent keuzes maken. Een commissie, onder leiding van artistiek leider Willemijn van den Geest, beslist over wat interessant genoeg is. Het liefst zouden we de collectie ook beter digitaliseren. Mensen zoeken steeds vaker online iets op in plaats van dat ze hier komen. Dat doe ik zelf ook als ik een boek wil lenen van de bibliotheek: ik reserveer het eerst online. Maar onze website is al tien jaar oud, je kan daar niet goed vinden welke bundels er allemaal in de collectie zitten. Alle knipsels zijn alleen op locatie te raadplegen.'
Waar nu heen?
Toch is de toekomst van de collectie niet het grootste probleem van het Poëziecentrum Nederland. Op 1 januari van dit jaar is de termijn van het huurcontract verstreken. Weliswaar is die inmiddels twee keer met zes maanden verlengd, maar Bibliotheek Gelderland Zuid wil het centrum niet zomaar blijven huisvesten. Mogelijk wil de huidige directeur-bestuurder Bert Hogemans de ruimte na een verbouwing anders invullen (zie kader.)
Het bestuur is daar niet bitter over, benadrukt Mientjes met klem. 'De bibliotheek heeft allemaal nieuwe taken op haar bord gekregen en is daarom vanaf het moment dat wij erin trokken, erg veranderd. Er is een koffiecorner gekomen, er zijn veel meer werkplekken voor studenten. De bibliotheek is een ontmoetingsplek geworden. Ik snap best dat de bibliotheek ruimte nodig heeft om al die taken te vervullen. Zij zitten eigenlijk ook klem.'
Het Poëziecentrum heeft inmiddels de stad afgestruind op zoek naar nieuwe locaties. Tot nu toe tevergeefs. Leegstaande winkelpanden vragen te veel huur. Een voormalig industrieterrein buiten de stad lag wel erg ver van het stadscentrum. Een herontwikkeld fabrieksgebouw vol broedplaatsen is dichterbij, maar vroeg een te stevige huur. En de gemeente is vooralsnog niet bereid toch een deel van de huur te subsidiëren. Dus wat nu?
De grote stad
Het Poëziecentrum Nederland is in 2000 opgericht door Wim van Til. De eerste laureaat van de Esther Jansmaprijs, waarmee de overleden dichters mensen wil eren die zich inzetten voor de poëzie, stelde toen zijn eigen collectie, die sinds zijn eerste aankoop op zijn 16e enorm was gegroeid, open voor het grote publiek. Eerst in een kantoorpand in Geffen (Noord-Brabant), zes jaar later in het 'boekendorp' Bredevoort in de Achterhoek.
'Maar Wim wilde liever naar de grote stad', vertelt Tine Mientjes die sinds vorig jaar voorzitter van het bestuur is. 'Daar heb je meer aanloop en kun je makkelijker een netwerk opbouwen. Zeker in Nijmegen, waar boekhandels zitten als Dekker v.d. Vegt en Roelants, literaire organisaties als Wintertuin, een literair tijdschrift als Op Ruwe Planken en het Besiendershuis dat residenties aan schrijvers biedt. Een plek ook waar de gemeente subsidie voor literaire activiteiten verstrekt. Je zit hier letterlijk en figuurlijk in het centrum.'
Tien jaar
Dankzij Dianne Weersink, toenmalig directeur-bestuurder van Gelderland Zuid, kon Poëziecentrum in 2014 ruimte krijgen in Bibliotheek Mariënburg. Een ideale plek, midden in het cultureel kwartier van de stad – met onder meer filmhuis-theater Lux, bioscoop Vue en museum Huis van de Nijmeegse geschiedenis. De organisatie kon daardoor zijn vleugels flink uitspreiden, het aantal activiteiten groeide naar ruim honderd per jaar.
Dat de poëzie bij Bibliotheek Gelderland Zuid niet de meeste ruimte krijgt, is begrijpelijk. Zo vaak worden gedichtenbundels niet uitgeleend. De twee kasten in de hoofdvestiging in hartje Nijmegen beperken zich ook tot hoofdzakelijk verzameld werk van bekende dichters als Anna Enquist en Remco Campert, thematische bloemlezingen, aangevuld met hier en daar een recente bundel zoals Te midden van alles van Frans Budé (2024).
Toch kunnen bezoekers van Bibliotheek Mariënburg véél meer poëzie lezen. Achterin de centrale ruimte op de begane grond zit het Poëziecentrum Nederland, dat op zo'n twintig vierkante meter naar eigen zeggen meer dan 30.000 bundels en secundaire literatuur herbergt. Daar vind je opeens het verzameld werk van J.H. Leopold – mét enkele delen toelichting. Of een uitgave als Twee emmertjes water halen. Bloemlezing uit de Nederlandse Waterstaatsliteratuur (1952).
Wit vs beige
Het Poëziecentrum zit wat verscholen achterin, maar valt evengoed onmiddellijk op. In de bibliotheek staan alle boeken overal netjes in het gelid, ogenschijnlijk gloednieuw, stuk voor stuk voorzien van harde kaft en informatiesticker op de rug, met veel lege ruimte op de planken. Wit is de overheersende kleur. Het Poëziecentrum heeft de uitstraling van een gezellig antiquariaat: overvol, zeer ongelijksoortige, oude boeken. En alles oogt beige.
Te leen zijn deze boeken niet. Daarom is er ook een afscheiding tussen bibliotheek en Poëziecentrum. Maar van maandag tot en met zaterdag is er tussen 11 en 17 uur een vrijwilliger aanwezig om geïnteresseerden te verwelkomen, die alles uit de kast kunnen plukken waar ze zin in hebben. Dat is maar een paar uur minder dan de openingstijden van de bibliotheek, die om 9 uur opengaat en om 18 uur sluit – met uitzondering van donderdag (21 uur) en zaterdag (17 uur).
En je kunt er niet alleen poëzie lezen. In de vitrines rondom een paal in het midden zijn tijdelijke exposities te bekijken. Voormalig stadsdichter Marijke Hanegraaf houdt er wekelijks een spreekuur, waar dichters met haar over hun eigen werk kunnen praten. En er vindt hier – of elders in de stad – een brede waaier aan activiteiten plaats: lezingen en optredens, bijeenkomsten van leesclubs, poëziewandelingen door Nijmegen, open podia.
De vraag is alleen: hoe lang nog?
Bibliotheekblad 8 • oktober 2025
Foto: Marcel Krijgsman
De tijden zijn veranderd. Dat is volgens Bert Hogemans, directeur van Bibliotheek Gelderland Zuid, de oorzaak van de onzekerheid waarin het Poëziecentrum Nederland onbedoeld is beland. 'De stadsbibliotheek Mariënburg is in 2000 gebouwd als een klassieke plek om boeken in te bewaren. De prominentste ruimtes zijn bedoeld voor boekenkasten. Dat past niet meer bij de brede maatschappelijke functie van de bibliotheek van tegenwoordig.'
Gelderland Zuid moet dus iets met het gebouw, zegt hij. 'Een bibliotheek moet een plek zijn die rust, ruist én bruist. Dat kan hier niet voldoende tegelijk. De verschillende functies zitten elkaar in de weg, waardoor we bijvoorbeeld al buiten openingstijden programmeren. Ik heb het Poëziecentrum daarom tweeëneenhalf jaar geleden gezegd dat het onzeker is of ze na de eerste contractperiode van tien jaar kunnen blijven. Mogelijk hebben we de vierkante meters zelf nodig.'
Twee scenario's
De bibliotheek heeft de afgelopen jaren verschillende scenario's onderzocht, waarover Hogemans dit najaar een knoop hoopt te kunnen doorhakken. 'In de eerste die is overgebleven, blijft de bibliotheek in het huidige gebouw. In dat geval hebben we alle meters inderdaad zelf nodig. Sterker: dan zullen we ook een deel van de kantoorruimten moeten verhuizen naar elders in de stad, om alle publieksfuncties te kunnen vervullen.'
Maar hij heeft een voorkeur voor het tweede scenario, blijkt tussen de regels. 'In dat geval verhuizen we naar een multifunctioneel gebouw waar we meer ruimte hebben: De Lindenberg, waar de bibliotheek vijfentwintig jaar geleden ook vandaan kwam en waar we kunnen samenwerken met het kunsteducatiecentrum. Op inhoud is dat een heel werkbaar scenario. De vraag is nog of het financieel mogelijk is en of het gebouw schaalbaar genoeg is.'
Gewaardeerde partner
Zolang Gelderland Zuid zelf niet weet wat de toekomst brengt, wordt de huurovereenkomst met het Poëziecentrum Nederland steeds met een half jaar verlengd. 'We laten dat drie maanden van tevoren weten, zodat ze ruim op tijd zekerheid hebben. Dat is niet meer onder dezelfde gunstige condities. Met de huidige economische omstandigheden kan dat niet meer. Maar nu de organisatie inmiddels structurele financiering heeft, hoeft dat ook niet.'
Want Hogemans heeft geen andere redenen om het centrum eventueel weg te jagen. 'Het is een gewaardeerde partner, die met een uitgebreid programma ook bezoekers trekt. We doen de Poëzieweek samen. Ook in de stad zijn ze heel actief als lid van de Stichting Literaire Activiteiten Nijmegen. Poëzie is alleen wél voor maar een klein deel van het publiek relevant. Je zou je daarom hooguit kunnen afvragen of het niet te niche voor ons is.'
Veel potentie
Betekent dat dat het Poëziecentrum Nederland automatisch meeverhuist als de bibliotheek voor optie twee kiest? Zo eenvoudig ligt dat ook niet. 'Het gaat niet om de vorm. Het gaat om de vraag: waartoe is het Poëziecentrum op aarde? Op grond daarvan kunnen we bedenken: hoe past dat bij ons? Zit hem dat in eerste plaats in de functionaliteit van het centrum of eerder in de vierkante meters die ze bij ons innemen?'
Hogemans is daarom blij met de toekomstvisie die het centrum opstelde naar aanleiding van de huisvestingsproblematiek. 'Er spreekt duidelijk ambitie uit, ze laten zien dat ze meer willen zijn dan de enthousiaste vrijwilligersorganisatie van de afgelopen tien jaar. Ik lees veel potentie, bijvoorbeeld op het gebied van educatieve programma's. Dat is bij uitstek iets waar het Poëziecentrum en de bibliotheek in kunnen samenwerken.'
Bert Hogemans (directeur-bestuurder de Bibliotheek Gelderland Zuid)
‘Mogelijk hebben we de vierkante meters zelf nodig'
Meer naar buiten
In ieder geval hebben de zorgen voor de toekomst gezorgd voor nieuw elan. Het bestuur, sinds een jaar aangevuld met een aparte artistiek leider, is in gesprek gegaan met alle samenwerkingspartners, heeft op basis daarvan een toekomstvisie voor de komende vier jaar geschreven, en is energiek begonnen die uit te voeren. Mét nieuwe en jongere vrijwilligers, die zich juist door de getoonde daadkracht aangetrokken voelden.
'We treden meer naar buiten. We organiseerden al veel activiteiten, maar er waren nog meer mogelijkheden – vooral buiten onze locatie en in samenwerking met anderen. Zo zijn we dit jaar voor het eerst onderdeel van de Vierdaagse. We waren altijd dicht, maar nu organiseren we een postertentoonstelling in de kapel op de Valkhof. En op de derde dag houden we een poëzieavond met optredens, muziek en poëziekaraoke.'
Ook doet het Poëziecentrum Nederland meer aan PR, legt Mientjes uit. 'We zetten de activiteiten op de site, stuurden een nieuwsbrief uit, maakten folders en zorgden dat het in een huis-aan-huiskrant stond. Daarna was het klaar. Nu kijken we per activiteit: welke doelgroep spreken we daarmee aan en hoe kunnen we die bereiken. Zo hadden we dit voorjaar een reeks avonden rond poëzie uit een aantal landen, waaronder Turkije. Dus schreven we de Turkse vereniging aan.'
Positieve tekenen
Of dat op lange termijn zijn vruchten afwerpt, moet nog blijken. Wel ziet Mientjes naast de groei van het vrijwilligersbestand met zo'n acht mensen die specifieke kennis en vaardigheden – bijvoorbeeld op het gebied van communicatie – in huis hebben, positieve tekenen. 'Op het maandelijkse open podium kwamen gemiddeld zo'n tien mensen af. De laatste tijd is dat gegroeid naar minstens twintig. Ook zijn er meer mensen die er willen voordragen.'
En wie weet kan het Poëziecentrum Nederland uiteindelijk toch in de bibliotheek blijven – wat de organisatie het liefste heeft. 'Ook in deze samenwerking is eigenlijk nog veel meer mogelijk. Denk aan gezamenlijke programma's rond spoken word. Daar zijn allerlei interessante concepten voor te bedenken. Of door samen iets te doen voor het onderwijs. De bibliotheek heeft heel goede contacten met alle scholen, wij weten alles van poëzie. Dat moet toch iets moois kunnen opleveren?'
'Zij was het Poëziecentrum zeer goed gezind. We kregen een huurcontract voor tien jaar. Niet tegen commerciële tarieven. Hier in de buurt betaal je anders al gauw het driedubbele. Dat hadden we natuurlijk nooit kunnen opbrengen. En we zouden geen schuld opbouwen als we de huur niet konden betalen. Dat is een aantal jaar ook gebeurd. Je begrijpt: daar zijn we de bibliotheek altijd dankbaar voor geweest.'
Aankoopbudget 1500 euro
Het Poëziecentrum Nederland werkt financieel op een smalle basis. Er is een subsidie van de gemeente van 20.000 euro die uitsluitend aan activiteiten kan worden besteed. Alle andere kosten moeten worden betaald van projectbijdragen van het Lira-fonds, een Vrienden van-stichting en kaartverkoop. Ook ontvangt het centrum bundels uit erfenissen. Als daar titels bij zitten die al in de collectie aanwezig zijn, worden die verkocht – onder meer via Boekwinkeltjes.nl.
'Iedereen die wij hebben gesproken, bevestigt dat onze collectie ons unique selling point is', zegt Mientjes. 'Al die bundels, maar ook enorm veel knipsels van recensies die we hebben verzameld: zoiets bestaat nergens anders in Nederland. Nu is de collectie nog up to date, maar we hebben maar een aankoopbudget van 1500 euro voor nieuwe bundels. Dat betekent keuzes maken. Een commissie, onder leiding van artistiek leider Willemijn van den Geest, beslist over wat interessant genoeg is. Het liefst zouden we de collectie ook beter digitaliseren. Mensen zoeken steeds vaker online iets op in plaats van dat ze hier komen. Dat doe ik zelf ook als ik een boek wil lenen van de bibliotheek: ik reserveer het eerst online. Maar onze website is al tien jaar oud, je kan daar niet goed vinden welke bundels er allemaal in de collectie zitten. Alle knipsels zijn alleen op locatie te raadplegen.'
Waar nu heen?
Toch is de toekomst van de collectie niet het grootste probleem van het Poëziecentrum Nederland. Op 1 januari van dit jaar is de termijn van het huurcontract verstreken. Weliswaar is die inmiddels twee keer met zes maanden verlengd, maar Bibliotheek Gelderland Zuid wil het centrum niet zomaar blijven huisvesten. Mogelijk wil de huidige directeur-bestuurder Bert Hogemans de ruimte na een verbouwing anders invullen (zie kader.)
Het bestuur is daar niet bitter over, benadrukt Mientjes met klem. 'De bibliotheek heeft allemaal nieuwe taken op haar bord gekregen en is daarom vanaf het moment dat wij erin trokken, erg veranderd. Er is een koffiecorner gekomen, er zijn veel meer werkplekken voor studenten. De bibliotheek is een ontmoetingsplek geworden. Ik snap best dat de bibliotheek ruimte nodig heeft om al die taken te vervullen. Zij zitten eigenlijk ook klem.'
Het Poëziecentrum heeft inmiddels de stad afgestruind op zoek naar nieuwe locaties. Tot nu toe tevergeefs. Leegstaande winkelpanden vragen te veel huur. Een voormalig industrieterrein buiten de stad lag wel erg ver van het stadscentrum. Een herontwikkeld fabrieksgebouw vol broedplaatsen is dichterbij, maar vroeg een te stevige huur. En de gemeente is vooralsnog niet bereid toch een deel van de huur te subsidiëren. Dus wat nu?
De grote stad
Het Poëziecentrum Nederland is in 2000 opgericht door Wim van Til. De eerste laureaat van de Esther Jansmaprijs, waarmee de overleden dichters mensen wil eren die zich inzetten voor de poëzie, stelde toen zijn eigen collectie, die sinds zijn eerste aankoop op zijn 16e enorm was gegroeid, open voor het grote publiek. Eerst in een kantoorpand in Geffen (Noord-Brabant), zes jaar later in het 'boekendorp' Bredevoort in de Achterhoek.
'Maar Wim wilde liever naar de grote stad', vertelt Tine Mientjes die sinds vorig jaar voorzitter van het bestuur is. 'Daar heb je meer aanloop en kun je makkelijker een netwerk opbouwen. Zeker in Nijmegen, waar boekhandels zitten als Dekker v.d. Vegt en Roelants, literaire organisaties als Wintertuin, een literair tijdschrift als Op Ruwe Planken en het Besiendershuis dat residenties aan schrijvers biedt. Een plek ook waar de gemeente subsidie voor literaire activiteiten verstrekt. Je zit hier letterlijk en figuurlijk in het centrum.'
Tien jaar
Dankzij Dianne Weersink, toenmalig directeur-bestuurder van Gelderland Zuid, kon Poëziecentrum in 2014 ruimte krijgen in Bibliotheek Mariënburg. Een ideale plek, midden in het cultureel kwartier van de stad – met onder meer filmhuis-theater Lux, bioscoop Vue en museum Huis van de Nijmeegse geschiedenis. De organisatie kon daardoor zijn vleugels flink uitspreiden, het aantal activiteiten groeide naar ruim honderd per jaar.
Tine Mientjes (bestuursvoorzitter van Poëziecentrum Nederland).
Geen bibliotheek heeft zoveel poëzie in huis als Gelderland Zuid. Dankzij het Poëziecentrum Nederland, dat het sinds 2014 huisvest. Uitgerekend nu het instituut een kwart eeuw bestaat, bevindt het centrum zich op een kruispunt.
Bibliotheekblad 8 • oktober 2025
Tekst en foto’s: Maarten Dessing
‘Onze collectie is ons unique selling point’
Kan Poëziecentrum Nederland in Bibliotheek Gelderland Zuid blijven?
Poëzie
Dat de poëzie bij Bibliotheek Gelderland Zuid niet de meeste ruimte krijgt, is begrijpelijk. Zo vaak worden gedichtenbundels niet uitgeleend. De twee kasten in de hoofdvestiging in hartje Nijmegen beperken zich ook tot hoofdzakelijk verzameld werk van bekende dichters als Anna Enquist en Remco Campert, thematische bloemlezingen, aangevuld met hier en daar een recente bundel zoals Te midden van alles van Frans Budé (2024).
Toch kunnen bezoekers van Bibliotheek Mariënburg véél meer poëzie lezen. Achterin de centrale ruimte op de begane grond zit het Poëziecentrum Nederland, dat op zo'n twintig vierkante meter naar eigen zeggen meer dan 30.000 bundels en secundaire literatuur herbergt. Daar vind je opeens het verzameld werk van J.H. Leopold – mét enkele delen toelichting. Of een uitgave als Twee emmertjes water halen. Bloemlezing uit de Nederlandse Waterstaatsliteratuur (1952).
Wit vs beige
Het Poëziecentrum zit wat verscholen achterin, maar valt evengoed onmiddellijk op. In de bibliotheek staan alle boeken overal netjes in het gelid, ogenschijnlijk gloednieuw, stuk voor stuk voorzien van harde kaft en informatiesticker op de rug, met veel lege ruimte op de planken. Wit is de overheersende kleur. Het Poëziecentrum heeft de uitstraling van een gezellig antiquariaat: overvol, zeer ongelijksoortige, oude boeken. En alles oogt beige.
Te leen zijn deze boeken niet. Daarom is er ook een afscheiding tussen bibliotheek en Poëziecentrum. Maar van maandag tot en met zaterdag is er tussen 11 en 17 uur een vrijwilliger aanwezig om geïnteresseerden te verwelkomen, die alles uit de kast kunnen plukken waar ze zin in hebben. Dat is maar een paar uur minder dan de openingstijden van de bibliotheek, die om 9 uur opengaat en om 18 uur sluit – met uitzondering van donderdag (21 uur) en zaterdag (17 uur).
En je kunt er niet alleen poëzie lezen. In de vitrines rondom een paal in het midden zijn tijdelijke exposities te bekijken. Voormalig stadsdichter Marijke Hanegraaf houdt er wekelijks een spreekuur, waar dichters met haar over hun eigen werk kunnen praten. En er vindt hier – of elders in de stad – een brede waaier aan activiteiten plaats: lezingen en optredens, bijeenkomsten van leesclubs, poëziewandelingen door Nijmegen, open podia.
De vraag is alleen: hoe lang nog?