Foto: LinkedIn

Foto: LinkedIn

Illustratie: Shutterstock

Het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden (ook Nederlands Caribisch gebied of Nederlandse Caraïben) is het eilandengebied van het Koninkrijk der Nederlanden dat in de Caraïben ligt en uit vier jurisdicties bestaat. Onder het Caribisch deel vallen de drie zelfstandige landen Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en daarnaast het geografisch deel van Nederland bekend als Caribisch Nederland, bestaande uit de openbare lichamen (bijzondere gemeenten) Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Sander van Kempen, strategisch adviseur bij de KB.

Monique Alberts, beleidsadviseur Subsidies en Samenwerking bij de KB.

KB ondersteunt Caribisch deel van het Koninkrijk

Sinds 2018 ondersteunt de KB in toenemende mate ook de openbare bibliotheken in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Dat heeft geresulteerd in mooie stappen, zoals de aansluiting op de landelijke digitale bibliotheek en de ondersteuning bij huisvestingsvraagstukken. Senior adviseur Sander van Kempen was vanaf het begin betrokken en droeg in maart 2025 het stokje over aan zijn opvolger Monique Alberts.

De eilanden als inspiratiebron

Caribisch Nederland / BES-eilanden

Tekst: Anne van den Dool • Illustratie /
foto’s: Zie credits langs zijkant

Sander van Kempen herinnert zich nog goed dat het verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) in 2018 binnenkwam: of ook de inwoners van het Caribisch deel van het Koninkrijk konden worden aangesloten op de landelijke digitale bibliotheek, die door de KB wordt beheerd. ‘Aanvankelijk ging het alleen om de BES-eilanden: Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dat zijn bijzondere gemeenten van Nederland – anders dan de CAS-eilanden, Curaçao, Aruba en Sint Maarten, die zelfstandige landen zijn binnen ons Koninkrijk.’


De bibliotheeksystemen die op de BES-eilanden werden gebruikt, waren voor de KB onbekend. Dat vroeg dus om een oplossing op maat. ‘Die vonden we in de vorm van lidmaatschapsnummers, die we in lange beveiligde Excel-lijsten aanleverden, zodat ze op de eilanden konden worden gebruikt.’

Impuls door coronavirus
Zo konden vanaf 2019 via een kleine omweg ook de inwoners van de BES-eilanden bij e-books, luisterboeken en digitale tijdschriften van de online Bibliotheek. Die werkwijze riep ook bij de CAS-eilanden enthousiasme op. ‘Wel hebben zij als zelfstandige landen een andere status dan de BES-eilanden,’ roept Van Kempen in herinnering. ‘De CAS-eilanden vallen namelijk niet onder de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob, red.). Gelukkig was die wet al aan herziening toe, waardoor we deze direct op de wensenlijst konden zetten.’

Een extra impuls werd gegeven door de opkomst van het coronavirus, waardoor bibliotheken massaal hun deuren moesten sluiten. De behoefte aan digitale dienstverlening groeide ook op de CAS-eilanden in een rap tempo. Zo lukte het om met een akkoord van het ministerie van OCW in de hand binnen enkele maanden ook die eilanden op de landelijke digitale bibliotheek aan te sluiten.

Zorgplicht
Daarmee waren echter nog niet alle behoeften vervuld: de bibliotheken op de eilanden wilden graag meer ondersteuning, bijvoorbeeld rondom BoekStart en de Bibliotheek op school. ‘Het lastige was dat er eigenlijk geen budget was om hen hierin te faciliteren,’ herinnert Van Kempen zich. ‘Er waren dus extra middelen nodig. Die kwamen gelukkig in de vorm van een speciaal soort SPUK-regeling, specifiek voor de BES-eilanden. Hoog op de wensenlijst stond de ondersteuning vanuit de POI’s, die inmiddels is gerealiseerd, met dank aan Rijnbrink en Biblionet Groningen.’

Ook de zorgplicht zal straks voor de bibliotheken op de BES-eilanden gaan gelden, wat betekent dat alle inwoners toegang moeten hebben tot een volwaardige bibliotheekvoorziening. ‘Ook op de eilanden snapt de lokale overheid steeds beter dat een goede bibliotheek broodnodig en straks zelfs wettelijk verplicht is,’ ziet Van Kempen. ‘Daarom wordt hard gewerkt aan de herziening en bouw van hoogwaardige bibliotheekvoorzieningen, met ruimte voor alle kernfuncties van de Wsob.’

Opgave centraal
De samenwerking met de eilanden is altijd een van de hoogtepunten van Van Kempens werk als senior adviseur geweest. Daarbij is hij zich altijd sterk bewust geweest van de geschiedenis van het contact tussen het Caribische en het Nederlandse deel van het Koninkrijk. ‘Ik heb sinds het begin van de samenwerking zoveel mogelijk geprobeerd onze gezamenlijke opgaven centraal te stellen. We willen allemaal de strijd aangaan met laaggeletterdheid en zorgen voor burgers die zich hun leven lang blijven ontwikkelen en zo kunnen participeren in de informatiesamenleving. Dat vraagt om een gelijkwaardige houding. Tegelijkertijd zit er van oudsher een koloniale dimensie in onze onderlinge relatie, met verschillende machtsverhoudingen tot gevolg.’

Van Kempen staat daarom vaak stil bij zijn functie en voorkomen. ‘Ik realiseer me maar al te goed dat ik een witte man ben, die praat namens de Koninklijke Bibliotheek uit Den Haag – dat is geen neutrale positie. Ik denk daarom goed na over wat ik wel en niet zeg en doe, omdat ik het beeld zoals we dat vanuit onze gezamenlijke geschiedenis kennen geenszins wil bevestigen. Daarom ben ik in het onderlinge contact afwachtend in mijn suggesties en ben ik eerder dienend dan sturend.’

Lokale context
De netwerksamenwerking krijgt een concrete uitwerking in de vorm van een aparte variant van het Bibliotheekconvenant, speciaal voor Bonaire, waarbij de Nederlandse maatschappelijke opgaven zijn vertaald naar de lokale context aldaar. ‘Daarvoor moeten ze wel eerst nog de basis op orde krijgen, met volwaardige bibliotheekvoorzieningen,’ benadrukt Van Kempen. ‘Daarbij is hulp nodig. Hopelijk vormt dit convenant een voorbeeld voor Sint Eustatius en Saba, en wellicht later ook voor de CAS-eilanden. Zo geven we de maatschappelijke functie van de bibliotheek nog sterker vorm.’

Binnen de samenwerking benadrukt Van Kempen steevast: maak niet de fouten die wij gemaakt hebben. ‘Neem bijvoorbeeld de digitalisering van de overheid, die ook daar begint op te komen en die ervoor zorgt dat kwetsbare inwoners buiten de boot kunnen vallen. Daar kan de bibliotheek zeker een helpende rol in spelen, maar voor hen is die rol nog nieuw. Ons advies: richt die dienstverlening vanaf het begin goed in, zodat geen enkele burger achterop raakt.’

Stokje overdragen
Van Kempen was al langer van plan het stokje van deze functie over te dragen. Het liefst had hij dat na de wetswijziging gedaan, maar toen kreeg hij een andere mooie rol in de KB aangeboden, die onverenigbaar bleek met de begeleiding van de eilanden. Gelukkig was daar Monique Alberts, die goed ingevoerd is in de problematiek van de eilandbibliotheken. Op dit moment werkt ze bij de KB als beleidsadviseur subsidies en internationale samenwerking, maar tussen 1998 en 2022 was zij werkzaam op Aruba, Sint Maarten en Curaçao, waar zij managementfuncties in de verschillende bibliotheken bekleedde.

‘In die tijd kregen wen we nog niet zoveel structurele hulp van de KB of andere partijen in Nederland,’ blikt ze terug. ‘Wel stonden vakspecialisten van de KB en contactpersonen van verschillende openbare bibliotheken altijd klaar om ons bij te staan met concrete hulp en adviezen als wij met vragen kwamen. Ik ben blij dat die ondersteuning nu structureel is ingericht. De komende jaren hoop ik dat we de bibliotheken niet alleen kunnen ondersteunen bij het opzetten van dienstverlening rondom de digitale overheid, maar ook nog meer de focus kunnen leggen op laaggeletterdheid en de andere basisvaardigheden. Wanneer burgers daarin achterstanden oplopen, zijn ze direct ook minder betrokken bij het democratisch proces. Nederlandse bibliotheken zijn al heel ver in die dienstverlening en dus geloof ik dat de POI’s goede ondersteuning kunnen bieden in het ontwikkelen van aanbod rondom basisvaardigheden.’

Wederzijds
Ook hoopt Alberts dat de samenwerking in de toekomst nog meer een wederzijds karakter krijgt. ‘De CAS-eilanden hebben ervaring met leesbevorderingsactiviteiten waarmee ook Nederlandse bibliotheken iets kunnen. Aruba kent bijvoorbeeld een prachtige Kinderboekenweek, met auteurs uit verschillende landen en een groot straatfeest. Daar kunnen we in Nederland een voorbeeld aan nemen. Ook hoop ik de komende jaren op nog meer culturele uitwisseling: kinderboeken die daar verschijnen, zijn hier ook heel goed leesbaar. Meer samenwerking tussen de openbare bibliotheken kan die uitwisseling wellicht bevorderen – nu is die uitwisseling nog vooral gericht op de technische infrastructuur en te veel eenrichtingsverkeer.’

Dat beaamt Van Kempen. ‘Het bleek soms lastig een brug te slaan. Sommige collega’s hadden af en toe het idee dat we daar vanuit Nederland geen nieuwe kennis kwamen ophalen, maar alleen ervaringen kwamen brengen. Terwijl: van het proces rondom de nieuwe bibliotheken die daar in aanbouw zijn, kunnen we zoveel leren.’

Van Kempen is trots dat hij zo’n belangrijke rol mocht spelen in de samenwerking tussen het Caribisch en het Europees deel van het Koninkrijk. ‘Nu onderschrijven veel meer collega’s het belang van de samenwerking met de eilanden dan toen ik hier in 2018 aan begon,’ blikt hij terug. ‘Ook de borging van de rol van de POI’s in de wet helpt ons daarbij – dat kan een volgend kabinet niet zomaar schrappen. Dit is een trein die hopelijk niet meer stopt. Ik had er graag veel meer hoofdstukken aan willen toevoegen, maar soms is het goed het stokje over te dragen.’

Samenwerken op afstand
Natuurlijk bracht de samenwerking op afstand soms uitdagingen met zich mee. Van Kempen: ‘In Nederland is samenwerking sterk gebaseerd op je functie. Daar werkt dat anders, ontdekte ik: mensen willen zich inzetten voor jouw doelen, omdat ze je persoonlijk kennen. Met Sint Eustatius heb ik twee jaar lang gemaild en gebeld, zonder enig resultaat. Pas toen ik er fysiek was geweest en ze de hand had geschud, kwam er verandering: vanaf dat moment hadden ze een gevoel bij wie ik was en hadden ze zin om met mij aan de slag te gaan.’

Bovendien heeft die afstand ook een voordeel: soms zie je van veraf zaken die van dichtbij onzichtbaar blijven. ‘Je kunt makkelijker adviseren en spiegelen, omdat je het overzicht houdt. Daarnaast moet je natuurlijk een vertrouwensband opbouwen en daar helpen fysieke bezoeken enorm bij.’

Wel bleef de samenwerking met sommige besturen een uitdaging. ‘Het bleek soms moeilijk elkaar in beweging te krijgen,’ geeft Van Kempen toe. ‘Men bleef bijvoorbeeld vasthouden aan de klassieke functie van de bibliotheek, puur gericht op de uitleen van boeken. De medewerkers van de bibliotheek willen graag vooruit, maar vanuit de KB bleven we tegen een muur op lopen. We willen graag ingrijpen, als we denken dat dat nodig is, maar hebben daar de middelen niet voor.’

Zo kwam Van Kempen erachter dat organisaties daar soms veel meer hiërarchisch zijn georganiseerd dan hij vooraf had bedacht. ‘Mijn stem telde bijvoorbeeld zwaarder dan die van een medewerker van een POI, alleen maar omdat ik bij de KB werk. Tegelijkertijd blijf ik het mooi vinden om te zien hoe iedereen doet wat hij kan om toch vooruitgang te boeken.’

Overzeese kennisuitwisseling
Alberts hoopt dat de samenwerking tussen bibliotheken in verschillende delen van het Koninkrijk in bredere zin nog verder kan worden bevorderd. ‘We zien bijvoorbeeld dat de VOB als brancheorganisatie nog zoekende is. Eerder was er wel een Dutch Caribbean Library Association, maar het bleek lastig die draaiende te houden. Vanuit de eilanden ligt die behoefte er volgens mij wel: Bonaire is bijvoorbeeld al VOB-lid, dus hopelijk volgen meer eilanden.’

Ook tussen lokale bibliotheken zou nog meer overzeese kennisuitwisseling kunnen plaatsvinden, bijvoorbeeld via de Virtual Library Exchange, die door de KB is opgezet om het netwerk tussen bibliotheken in Europees en Caribisch Nederland te versterken. ‘Juist voor kleine bibliotheken zijn zulke uitwisselingsmomenten heel prettig,’ weet Alberts. ‘Het is fijn om van elkaars werk op de hoogte te zijn en dat de eilanden ook voor Europees Nederland als inspiratiebron kunnen dienen.’

Bibliotheken en erfgoed
De bibliotheken in het Europese en Caribische deel van het Koninkrijk werken ook samen op erfgoedvlak. Zo helpt de KB bij de digitalisering van belangrijke documenten, die in het bezit zijn van bibliotheken op de eilanden. Ook in die samenwerking komt steeds meer structuur. ‘Geschiedenis is op de eilanden veel meer een integraal onderdeel van de cultuur,’ merkt Van Kempen. ‘Daardoor voelt de samenwerking tussen bibliotheken en archieven ook logischer. Wat mij betreft is dit een voorbeeld voor bibliotheken en archiefinstellingen in Nederland.’

Bibliotheekblad 5 • mei 2025

Foto: Shutterstock

KB ondersteunt Caribisch deel van het Koninkrijk

Bibliotheekblad 5 • mei 2025

Sinds 2018 ondersteunt de KB in toenemende mate ook de openbare bibliotheken in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Dat heeft geresulteerd in mooie stappen, zoals de aansluiting op de landelijke digitale bibliotheek en de ondersteuning bij huisvestingsvraagstukken. Senior adviseur Sander van Kempen was vanaf het begin betrokken en droeg in maart 2025 het stokje over aan zijn opvolger Monique Alberts.

Het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden (ook Nederlands Caribisch gebied of Nederlandse Caraïben) is het eilandengebied van het Koninkrijk der Nederlanden dat in de Caraïben ligt en uit vier jurisdicties bestaat. Onder het Caribisch deel vallen de drie zelfstandige landen Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en daarnaast het geografisch deel van Nederland bekend als Caribisch Nederland, bestaande uit de openbare lichamen (bijzondere gemeenten) Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

De eilanden als inspiratiebron

Tekst: Anne van den Dool • Illustratie /
foto’s: Zie credits langs zijkant

Wederzijds
Ook hoopt Alberts dat de samenwerking in de toekomst nog meer een wederzijds karakter krijgt. ‘De CAS-eilanden hebben ervaring met leesbevorderingsactiviteiten waarmee ook Nederlandse bibliotheken iets kunnen. Aruba kent bijvoorbeeld een prachtige Kinderboekenweek, met auteurs uit verschillende landen en een groot straatfeest. Daar kunnen we in Nederland een voorbeeld aan nemen. Ook hoop ik de komende jaren op nog meer culturele uitwisseling: kinderboeken die daar verschijnen, zijn hier ook heel goed leesbaar. Meer samenwerking tussen de openbare bibliotheken kan die uitwisseling wellicht bevorderen – nu is die uitwisseling nog vooral gericht op de technische infrastructuur en te veel eenrichtingsverkeer.’

Dat beaamt Van Kempen. ‘Het bleek soms lastig een brug te slaan. Sommige collega’s hadden af en toe het idee dat we daar vanuit Nederland geen nieuwe kennis kwamen ophalen, maar alleen ervaringen kwamen brengen. Terwijl: van het proces rondom de nieuwe bibliotheken die daar in aanbouw zijn, kunnen we zoveel leren.’

Van Kempen is trots dat hij zo’n belangrijke rol mocht spelen in de samenwerking tussen het Caribisch en het Europees deel van het Koninkrijk. ‘Nu onderschrijven veel meer collega’s het belang van de samenwerking met de eilanden dan toen ik hier in 2018 aan begon,’ blikt hij terug. ‘Ook de borging van de rol van de POI’s in de wet helpt ons daarbij – dat kan een volgend kabinet niet zomaar schrappen. Dit is een trein die hopelijk niet meer stopt. Ik had er graag veel meer hoofdstukken aan willen toevoegen, maar soms is het goed het stokje over te dragen.’

Samenwerken op afstand
Natuurlijk bracht de samenwerking op afstand soms uitdagingen met zich mee. Van Kempen: ‘In Nederland is samenwerking sterk gebaseerd op je functie. Daar werkt dat anders, ontdekte ik: mensen willen zich inzetten voor jouw doelen, omdat ze je persoonlijk kennen. Met Sint Eustatius heb ik twee jaar lang gemaild en gebeld, zonder enig resultaat. Pas toen ik er fysiek was geweest en ze de hand had geschud, kwam er verandering: vanaf dat moment hadden ze een gevoel bij wie ik was en hadden ze zin om met mij aan de slag te gaan.’

Bovendien heeft die afstand ook een voordeel: soms zie je van veraf zaken die van dichtbij onzichtbaar blijven. ‘Je kunt makkelijker adviseren en spiegelen, omdat je het overzicht houdt. Daarnaast moet je natuurlijk een vertrouwensband opbouwen en daar helpen fysieke bezoeken enorm bij.’

Wel bleef de samenwerking met sommige besturen een uitdaging. ‘Het bleek soms moeilijk elkaar in beweging te krijgen,’ geeft Van Kempen toe. ‘Men bleef bijvoorbeeld vasthouden aan de klassieke functie van de bibliotheek, puur gericht op de uitleen van boeken. De medewerkers van de bibliotheek willen graag vooruit, maar vanuit de KB bleven we tegen een muur op lopen. We willen graag ingrijpen, als we denken dat dat nodig is, maar hebben daar de middelen niet voor.’

Zo kwam Van Kempen erachter dat organisaties daar soms veel meer hiërarchisch zijn georganiseerd dan hij vooraf had bedacht. ‘Mijn stem telde bijvoorbeeld zwaarder dan die van een medewerker van een POI, alleen maar omdat ik bij de KB werk. Tegelijkertijd blijf ik het mooi vinden om te zien hoe iedereen doet wat hij kan om toch vooruitgang te boeken.’

Overzeese kennisuitwisseling
Alberts hoopt dat de samenwerking tussen bibliotheken in verschillende delen van het Koninkrijk in bredere zin nog verder kan worden bevorderd. ‘We zien bijvoorbeeld dat de VOB als brancheorganisatie nog zoekende is. Eerder was er wel een Dutch Caribbean Library Association, maar het bleek lastig die draaiende te houden. Vanuit de eilanden ligt die behoefte er volgens mij wel: Bonaire is bijvoorbeeld al VOB-lid, dus hopelijk volgen meer eilanden.’

Ook tussen lokale bibliotheken zou nog meer overzeese kennisuitwisseling kunnen plaatsvinden, bijvoorbeeld via de Virtual Library Exchange, die door de KB is opgezet om het netwerk tussen bibliotheken in Europees en Caribisch Nederland te versterken. ‘Juist voor kleine bibliotheken zijn zulke uitwisselingsmomenten heel prettig,’ weet Alberts. ‘Het is fijn om van elkaars werk op de hoogte te zijn en dat de eilanden ook voor Europees Nederland als inspiratiebron kunnen dienen.’

Bibliotheken en erfgoed
De bibliotheken in het Europese en Caribische deel van het Koninkrijk werken ook samen op erfgoedvlak. Zo helpt de KB bij de digitalisering van belangrijke documenten, die in het bezit zijn van bibliotheken op de eilanden. Ook in die samenwerking komt steeds meer structuur. ‘Geschiedenis is op de eilanden veel meer een integraal onderdeel van de cultuur,’ merkt Van Kempen. ‘Daardoor voelt de samenwerking tussen bibliotheken en archieven ook logischer. Wat mij betreft is dit een voorbeeld voor bibliotheken en archiefinstellingen in Nederland.’

Foto: LinkedIn

Sander van Kempen, strategisch adviseur bij de KB.

Foto: LinkedIn

Monique Alberts, beleidsadviseur Subsidies en Samenwerking bij de KB.

Sander van Kempen herinnert zich nog goed dat het verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) in 2018 binnenkwam: of ook de inwoners van het Caribisch deel van het Koninkrijk konden worden aangesloten op de landelijke digitale bibliotheek, die door de KB wordt beheerd. ‘Aanvankelijk ging het alleen om de BES-eilanden: Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dat zijn bijzondere gemeenten van Nederland – anders dan de CAS-eilanden, Curaçao, Aruba en Sint Maarten, die zelfstandige landen zijn binnen ons Koninkrijk.’


De bibliotheeksystemen die op de BES-eilanden werden gebruikt, waren voor de KB onbekend. Dat vroeg dus om een oplossing op maat. ‘Die vonden we in de vorm van lidmaatschapsnummers, die we in lange beveiligde Excel-lijsten aanleverden, zodat ze op de eilanden konden worden gebruikt.’

Impuls door coronavirus
Zo konden vanaf 2019 via een kleine omweg ook de inwoners van de BES-eilanden bij e-books, luisterboeken en digitale tijdschriften van de online Bibliotheek. Die werkwijze riep ook bij de CAS-eilanden enthousiasme op. ‘Wel hebben zij als zelfstandige landen een andere status dan de BES-eilanden,’ roept Van Kempen in herinnering. ‘De CAS-eilanden vallen namelijk niet onder de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob, red.). Gelukkig was die wet al aan herziening toe, waardoor we deze direct op de wensenlijst konden zetten.’

Een extra impuls werd gegeven door de opkomst van het coronavirus, waardoor bibliotheken massaal hun deuren moesten sluiten. De behoefte aan digitale dienstverlening groeide ook op de CAS-eilanden in een rap tempo. Zo lukte het om met een akkoord van het ministerie van OCW in de hand binnen enkele maanden ook die eilanden op de landelijke digitale bibliotheek aan te sluiten.

Zorgplicht
Daarmee waren echter nog niet alle behoeften vervuld: de bibliotheken op de eilanden wilden graag meer ondersteuning, bijvoorbeeld rondom BoekStart en de Bibliotheek op school. ‘Het lastige was dat er eigenlijk geen budget was om hen hierin te faciliteren,’ herinnert Van Kempen zich. ‘Er waren dus extra middelen nodig. Die kwamen gelukkig in de vorm van een speciaal soort SPUK-regeling, specifiek voor de BES-eilanden. Hoog op de wensenlijst stond de ondersteuning vanuit de POI’s, die inmiddels is gerealiseerd, met dank aan Rijnbrink en Biblionet Groningen.’

Ook de zorgplicht zal straks voor de bibliotheken op de BES-eilanden gaan gelden, wat betekent dat alle inwoners toegang moeten hebben tot een volwaardige bibliotheekvoorziening. ‘Ook op de eilanden snapt de lokale overheid steeds beter dat een goede bibliotheek broodnodig en straks zelfs wettelijk verplicht is,’ ziet Van Kempen. ‘Daarom wordt hard gewerkt aan de herziening en bouw van hoogwaardige bibliotheekvoorzieningen, met ruimte voor alle kernfuncties van de Wsob.’

Opgave centraal
De samenwerking met de eilanden is altijd een van de hoogtepunten van Van Kempens werk als senior adviseur geweest. Daarbij is hij zich altijd sterk bewust geweest van de geschiedenis van het contact tussen het Caribische en het Nederlandse deel van het Koninkrijk. ‘Ik heb sinds het begin van de samenwerking zoveel mogelijk geprobeerd onze gezamenlijke opgaven centraal te stellen. We willen allemaal de strijd aangaan met laaggeletterdheid en zorgen voor burgers die zich hun leven lang blijven ontwikkelen en zo kunnen participeren in de informatiesamenleving. Dat vraagt om een gelijkwaardige houding. Tegelijkertijd zit er van oudsher een koloniale dimensie in onze onderlinge relatie, met verschillende machtsverhoudingen tot gevolg.’

Van Kempen staat daarom vaak stil bij zijn functie en voorkomen. ‘Ik realiseer me maar al te goed dat ik een witte man ben, die praat namens de Koninklijke Bibliotheek uit Den Haag – dat is geen neutrale positie. Ik denk daarom goed na over wat ik wel en niet zeg en doe, omdat ik het beeld zoals we dat vanuit onze gezamenlijke geschiedenis kennen geenszins wil bevestigen. Daarom ben ik in het onderlinge contact afwachtend in mijn suggesties en ben ik eerder dienend dan sturend.’

Lokale context
De netwerksamenwerking krijgt een concrete uitwerking in de vorm van een aparte variant van het Bibliotheekconvenant, speciaal voor Bonaire, waarbij de Nederlandse maatschappelijke opgaven zijn vertaald naar de lokale context aldaar. ‘Daarvoor moeten ze wel eerst nog de basis op orde krijgen, met volwaardige bibliotheekvoorzieningen,’ benadrukt Van Kempen. ‘Daarbij is hulp nodig. Hopelijk vormt dit convenant een voorbeeld voor Sint Eustatius en Saba, en wellicht later ook voor de CAS-eilanden. Zo geven we de maatschappelijke functie van de bibliotheek nog sterker vorm.’

Binnen de samenwerking benadrukt Van Kempen steevast: maak niet de fouten die wij gemaakt hebben. ‘Neem bijvoorbeeld de digitalisering van de overheid, die ook daar begint op te komen en die ervoor zorgt dat kwetsbare inwoners buiten de boot kunnen vallen. Daar kan de bibliotheek zeker een helpende rol in spelen, maar voor hen is die rol nog nieuw. Ons advies: richt die dienstverlening vanaf het begin goed in, zodat geen enkele burger achterop raakt.’

Stokje overdragen
Van Kempen was al langer van plan het stokje van deze functie over te dragen. Het liefst had hij dat na de wetswijziging gedaan, maar toen kreeg hij een andere mooie rol in de KB aangeboden, die onverenigbaar bleek met de begeleiding van de eilanden. Gelukkig was daar Monique Alberts, die goed ingevoerd is in de problematiek van de eilandbibliotheken. Op dit moment werkt ze bij de KB als beleidsadviseur subsidies en internationale samenwerking, maar tussen 1998 en 2022 was zij werkzaam op Aruba, Sint Maarten en Curaçao, waar zij managementfuncties in de verschillende bibliotheken bekleedde.

‘In die tijd kregen wen we nog niet zoveel structurele hulp van de KB of andere partijen in Nederland,’ blikt ze terug. ‘Wel stonden vakspecialisten van de KB en contactpersonen van verschillende openbare bibliotheken altijd klaar om ons bij te staan met concrete hulp en adviezen als wij met vragen kwamen. Ik ben blij dat die ondersteuning nu structureel is ingericht. De komende jaren hoop ik dat we de bibliotheken niet alleen kunnen ondersteunen bij het opzetten van dienstverlening rondom de digitale overheid, maar ook nog meer de focus kunnen leggen op laaggeletterdheid en de andere basisvaardigheden. Wanneer burgers daarin achterstanden oplopen, zijn ze direct ook minder betrokken bij het democratisch proces. Nederlandse bibliotheken zijn al heel ver in die dienstverlening en dus geloof ik dat de POI’s goede ondersteuning kunnen bieden in het ontwikkelen van aanbod rondom basisvaardigheden.’