Kevin Hassing: ‘Al die fascinerende bezoekers in de bibliotheek trekken me uit mijn eigen hoofd. Dat helpt me bij het bedenken.’

Kevin Hassing, Simon van der Geest, Levina van Teunenbroek en Charlotte Bruijn.

1 t/m 12 oktober: Kinderboekenweek

De Kinderboekenweek vindt dit jaar plaats van 1 t/m 12 oktober met als thema Vol avontuur!
Kevin Hassing schreef het geschenk Lexie dat boekhandels cadeau doen bij aankoop van 13,50 euro aan kinderboeken. Levina van Teunenbroek en Charlotte Bruijn maakten het prentenboek De koning zonder paard, dat voor 7,99 euro in de winkels ligt. Het Kinderboekenweekgedicht is van Simon van der Geest.

Het Kinderboekenweekgeschenk, dat ook een maand lang een toegangskaartje is voor de pretparken Drievliet (Den Haag) en Hellendoorn (in de gelijknamige plaats), is dankzij Hassings aandacht voor dyslexie dit jaar toegankelijker dan ooit. Het wordt afgedrukt in een voor dyslectici makkelijk leesbaar lettertype en er is een luisterboek beschikbaar (gratis voor wie het papieren geschenk bezit), die door de schrijver zelf is ingesproken. Ook wordt er via de sociale media-accounts van de auteur en de CPNB een instructiefilmpje verspreid om de volledige titel te leren uitspreken, met daaraan gekoppeld een winactie voor kinderen.

Een week vol avontuur

Lexie en pneumono... – hoe precies? Kevin Hassing schreef dit jaar het Kinderboekenweekgeschenk met bewust een onuitspreekbaar woord in de ondertitel. ‘Juist als je Pneumonoultramicroscopicsilicovolcanoconiosis probeert uit te spreken, snap je in één keer wat dyslexie is.’

‘De bibliotheek is een heel inspirerende plek om te werken’

Kinderboekenweek

Tekst: Maarten Dessing • Foto’s: Els
Zweerink • Video: NOS Jeugdjournaal

Veel prettiger vibe
Tijdens de Kinderboekenweek staat opnieuw een hele reeks bezoeken aan klassen, bibliotheken en boekhandels in zijn agenda. Heeft hij daar na al die jaren toeren nog zin in? ‘Zelfs meer dan vroeger’, beweert Hassing stellig. ‘Nu kinderen me beginnen te kennen, is de energie in klassen veranderd. Ze hebben mijn boeken gelezen, hebben daarom meer interesse en stellen ook inhoudelijke vragen over mijn werk. Dat geeft een veel prettiger vibe.’

‘In het begin moest ik het ook nog leren. Stond ik daar een half uur over mezelf te vertellen en filmpjes te laten zien. Het was alleen maar zenden. Nu heb ik geleerd met een klas te communiceren en begin ik gewoon met: ‘Zijn er nog vragen?’ En omdat ik mijn verhaal inmiddels al zo goed ken, lukt het daarna altijd om alles aan bod te laten komen – óók die filmpjes. Ik doe ook een quiz met ze, waarbij ze een boek kunnen winnen, deel boekenleggers en handtekeningen uit.’

‘En vergeet niet: ik kom er niet alleen wat brengen. Ik kom er ook informatie halen. Omdat ik zelf al oud ben en geen kinderen heb, vraag ik aan hen wat er speelt, waar zij mee bezig zijn, wat zij belangrijk vinden. Ook voor het Kinderboekenweekgeschenk. Wat moest daar nou echt in? “Frikandelbroodje!”, riepen ze. Ze beweerden ook dat al jaren te roepen, maar het nog nooit in een boek te zijn tegengekomen. Er zit dus óók een frikandelbroodje in Lexie.’ Waarna hij nog één keer de ondertitel herhaalt.

Een soort plafond
Uiteindelijk debuteerde Hassing in 2020 met Mus & kapitein Kwaadbaard en De 5 slangen – het eerste deel van de even avontuurlijke als grappige vijfdelige serie over een dapper weesmeisje en een groep vrijbuiters, die in dit boek met veel vernuft een piratenbende onder leiding van de kwaadaardige Ramon uit Zeeburgerdam verdrijven. Voor maar liefst drie delen won hij de prijs van de Kinderjury in de leeftijdscategorie 10 tot 12 jaar.

‘Als acteur had ik een soort plafond bereikt’, blikt hij terug. ‘Met mijn talent waren dit de mogelijkheden die dat zou brengen. Maar toen mijn eerste boek verscheen, dacht ik: hiermee kan ik de wereld veroveren. Hiermee kan ik zichtbaar zijn, mezelf profileren, succesvol worden. Dit was toch het soort verhaal en humor, zei ik tegen mijn agent, waar kinderen in deze tijd behoefte aan hebben? Dit bestaat toch nog niet in Nederland? Dat kon niet anders.’

En dat is gebleken. ‘Maar wat ook geholpen heeft, is dat ik er ongelooflijk hard voor heb gewerkt. Ik ben vijf jaar lang naar scholen gegaan, heb eindeloos mailtjes van kinderen beantwoord en filmpjes voor sociale media gemaakt. Ook daar heb ik mijn acteercarrière voor ingezet. Omdat kinderen mijn stem kenden van alle tekenfilms die ik heb ingesproken, gebruikte ik die in de TikTok-filmpjes waarmee ik ze daarna probeerde te verleiden ook eens een boek te lezen.’

Een enorme duw
Al die bezoeken aan klassen, bibliotheken en boekhandels zijn zeker niet alleen bedoeld om zijn boeken te kunnen verkopen. Daarvoor ziet hij te goed hoe duur kinderen boeken vinden. ‘Ze schrikken áltijd als ik vertel wat ze kosten. Ik begrijp dat goed. Boeken worden een luxeproduct. Zijn dat eigenlijk al. Ook daarom is het fijn dat er bibliotheken bestaan. Ik wijs kinderen er altijd op dat ze mijn boeken daar of in de online bibliotheek kunnen vinden.’

Ook leesbevordering vindt hij belangrijk. ‘Met een klassenbezoek kun je een enorme duw aan het leesplezier geven. Maar mijn optreden is maar het halve werk. Wat docenten en leesconsulenten doen, is net zo belangrijk. Als de voorbereiding niet goed is en er geen aandacht voor mijn werk is geweest, dooft het effect héél snel uit. Echt zonde vind ik, zo’n klassenbezoek kost een school toch een hoop geld. Ik zeg er daarom meestal wat van.’

‘Het komt nog steeds voor dat ik word uitgenodigd omdat er nog een potje leeg moet. Maar gelukkig steeds minder. Ik denk omdat mijn werk steeds beter gaat. Daarom ben ik ook positief over leesbevordering. Er is steeds meer aandacht voor, steeds meer geld voor. Dat de Bibliotheek op school nu structureel subsidie krijgt, is megagoed nieuws. Het is nergens voor nodig dat oudere auteurs die weten hoe het dertig jaar geleden was, zo verbitterd zijn over de ontlezing.’

Acteren & schrijven
Anders dan je misschien zou denken, volgt Hassings carrière als schrijver rechtstreeks uit zijn acteerwerk. Vooral als inspreker van luisterboeken, legt hij uit. ‘Toen ik ooit een vierdelige YA-serie van Simon Scarrow voorlas over een jongen die gladiator wilde worden, dacht ik opeens: ik snap wat hij doet, ik begrijp het trucje. Dat staat me nog helder voor de geest. Vanaf dat moment leek het me leuk om dat ooit een keer zelf te proberen.’

Maar het was niet alleen die vonk die wachtte op een goed idee om het vuur in hem te ontsteken. ‘Voorlezen heeft me ook ontzettend veel kennis verschaft. Hoe dialogen in elkaar zitten, welke taal werkt, hoe belangrijk spanning is, hoe je dat creëert en opbouwt. Ik doe het nu niet meer zo veel. Alleen boeken die ik erg goed vind, spreek ik nog in, zoals van Erna Sassen. Maar het is daarom wel jammer dat AI het inspreken straks helemaal overneemt.’

Ook van acteren kan een schrijver veel opsteken. ‘Op het podium ben je misschien onderdeel van het verhaal, maar je leert er wel hoe je een verhaal zo goed mogelijk moet brengen. Als je op het podium staat, moet er altijd iets aan de hand zijn, hoe klein ook. Want anders kun je er net zo goed niet staan. Dan is die rol overbodig. Dat geldt ook voor personages: als die geen nut heeft in een scène of in het hele boek, kan hij er dus uit.’

Het echte lezen kwam pas toen een vriend hem deel één van Harry Potter gaf. ‘Als puber ging ik steeds meer lezen. Thrillers vooral, die ik in Wassenaar uit de bieb haalde. Toen ik vijftien of zestien was had ik daar ook een zomerbaantje. Alle boeken moesten worden gecodeerd. Samen met een paar anderen zat ik er elke dag boeken te lamineren en te stickeren. Zo ging de hele collectie door mijn handen. Dat stimuleerde me enorm.’

Iedereen welkom
Die zomer ontdekte hij ook wat voor fijne plek de bibliotheek kan zijn. ‘Daarom schrijf ik altijd in de bibliotheek, denk ik. Ik heb een vaste tafel in het filiaal van de OBA op het Mercatorplein, de enige tafel waar je wat mag drinken. Dan haal ik een ijskoffie, vertoon ik eerst een half uur uitstelgedrag, lees ik een krant of kijk ik of mijn eigen boeken er nog staan, maar daarna schrijf ik een of twee hoofdstukken. Dan ben ik weer voldaan voor de dag.’

‘Mijn eerste boek heb ik nog geschreven in deze theebar. Maar je mag hier, zoals in zoveel cafés tegenwoordig, nog maar aan één tafel met je laptop zitten. Terecht natuurlijk. Al die mensen die één thee bestellen, urenlang blijven zitten, de hele wifi leegtrekken en ondertussen zes tafels bezet houden – daar kun je een café niet mee overeind houden. Dat het nog aan één tafel mag, is al een geste. Alleen vind ik die nu daarom vaak te druk.’

‘Het is mooi dat in bibliotheken wel iedereen welkom is. Studenten, ouderen die er hun eenzaamheid wegkletsen, mensen die er Nederlands leren, verwarde mensen soms ook die een krantje komen lezen – het geeft een heel prettige reuring. Ik vind het een erg inspirerende omgeving. Niet alleen door de boeken om me heen, die ik vaak opensla. Al die fascinerende bezoekers in de bibliotheek trekken me uit mijn eigen hoofd. Dat helpt me bij het bedenken.’

Wél de hele titel 
Lexie en Pneumonoultramicroscopicsilicovolcanoconiosis gaat over een meisje, dat vanwege haar dyslexie zoveel moeite heeft met voorlezen en spreekbeurten, dat ze alle moeilijke woorden wegwenst, wanneer ze een vallende ster ziet. Maar als haar wens uitkomt, dreigt dat dramatische gevolgen te hebben. Niet alleen de woorden verdwijnen, ook de dingen en mensen zelf. Lexie moet haar superkracht aanspreken om een ramp te voorkomen.

‘Je schrijft het wel op mét de ondertitel erbij, hè?’, maant hij de interviewer. ‘Mensen hebben de neiging het over Lexie te hebben, maar ik vecht daartegen. Want juist als je Pneumonoultramicroscopicsilicovolcanoconiosis probeert uit te spreken, snap je in één keer wat dyslexie is. Ik zag het in aanloop naar de Kinderboekenweek al: als ik het omslag in klassen liet zien, probeerden alle kinderen het meteen uit te spreken. En állemaal lopen ze vast.’

‘Het geschenk moest een visitekaartje worden van mijn werk. Mijn soort spanning, mijn humor, met typografische grapjes. Maar ik wilde ook de kinderen met dyslexie kracht geven, die ik vaak heb ontmoet, maar niet goed aan mijn werk durven te beginnen. Ze hebben vaak bijzondere talenten. Ze zijn creatief, denken beeldend, kunnen heel goed verhalen vertellen. Maar ze zijn daar onzeker over – juist vanwege dat lezen. Laat mij dan de stem zijn die hen vertrouwen geeft.’

Sinds kort kinderboeken
Voordat de 40-jarige Hassing ging schrijven, was hij acteur. Na de Toneelschool en Kleinkunstacademie in Amsterdam had hij rollen in Goede tijden, slechte tijden en Centraal Medisch Centrum en was hij te zien in series als De mannen van dokter AnneMocro Maffia en Het jaar van Fortuyn. Hij deed ook veel als stemacteur – vaak in kinderfilms en -series zoals De Lego Ninjago FilmVioletta en Alvinnnn en de chipmunks. En hij sprak honderden luisterboeken in.

Met boeken is hij echter al sinds zijn jeugd bezig. ‘Geen kinderboeken hoor’, nuanceert hij gelijk. ‘Die lees ik pas sinds ik ze zelf schrijf – en dan ook allemaal, omdat ik wil weten wat mijn collega’s maken. Tot nu toe koop ik alles: zeven, acht boeken per maand. Maar binnenkort ga ik lenen. Kopen wordt zó duur, terwijl ik het meeste niet wil houden. En bibliotheken hebben tegenwoordig de nieuwste titels al snel, is mij opgevallen.’

Natúúrlijk wilde hij ooit het Kinderboekenweekgeschenk schrijven. ‘Toen ik debuteerde, stond dit al snel op mijn lijstje dromen’, zegt Kevin Hassing op het terras van T’s Teabar in Amsterdam. ‘Binnen een jaar stond het bovenaan. Ik dacht wel: rustig aan, je bent nog kort bezig, het komt wel. Maar toen vroeg de CPNB Sanne Rooseboom en Pieter Koolwijk. Ook jonge auteurs met nog een klein oeuvre. Toen veranderde dromen in hopen.’

En inderdaad: hierna bleek de auteur van de Mus & kapitein Kwaadbaard-serie aan de beurt. ‘Ik ben daar zó blij mee. Vanaf het moment dat ik werd gevraagd tot op de dag van vandaag. Het voelde alsof ik opeens de stroom mee heb. Ik heb vijf jaar keihard geroeid – samen met mijn agent, mijn redacteur en mijn uitgever. Tegen de stroom in, vanwege de ontlezing en dalende verkoopcijfers. En nu gaat het even vanzelf. Kan ik even rustig genieten van mijn boot.’

‘De opdracht heeft me al veel gebracht. Ik mag meedoen aan De Slimste Mens, ik krijg veel meer aanvragen voor schoolbezoeken. Maar het is vooral belangrijk voor de lange termijn. Als je begint als schrijver moet je bijna letterlijk van mens tot mens vertellen wie je bent en wat je maakt. Na vijf jaar was ik daar nog lang niet mee klaar. En nu weten in een keer zóveel boekhandelaren, bibliothecarissen, ouders en kinderen wie ik ben.’

Bibliotheekblad 7 • september 2025

Een soort plafond
Uiteindelijk debuteerde Hassing in 2020 met Mus & kapitein Kwaadbaard en De 5 slangen – het eerste deel van de even avontuurlijke als grappige vijfdelige serie over een dapper weesmeisje en een groep vrijbuiters, die in dit boek met veel vernuft een piratenbende onder leiding van de kwaadaardige Ramon uit Zeeburgerdam verdrijven. Voor maar liefst drie delen won hij de prijs van de Kinderjury in de leeftijdscategorie 10 tot 12 jaar.

‘Als acteur had ik een soort plafond bereikt’, blikt hij terug. ‘Met mijn talent waren dit de mogelijkheden die dat zou brengen. Maar toen mijn eerste boek verscheen, dacht ik: hiermee kan ik de wereld veroveren. Hiermee kan ik zichtbaar zijn, mezelf profileren, succesvol worden. Dit was toch het soort verhaal en humor, zei ik tegen mijn agent, waar kinderen in deze tijd behoefte aan hebben? Dit bestaat toch nog niet in Nederland? Dat kon niet anders.’

En dat is gebleken. ‘Maar wat ook geholpen heeft, is dat ik er ongelooflijk hard voor heb gewerkt. Ik ben vijf jaar lang naar scholen gegaan, heb eindeloos mailtjes van kinderen beantwoord en filmpjes voor sociale media gemaakt. Ook daar heb ik mijn acteercarrière voor ingezet. Omdat kinderen mijn stem kenden van alle tekenfilms die ik heb ingesproken, gebruikte ik die in de TikTok-filmpjes waarmee ik ze daarna probeerde te verleiden ook eens een boek te lezen.’

Een enorme duw
Al die bezoeken aan klassen, bibliotheken en boekhandels zijn zeker niet alleen bedoeld om zijn boeken te kunnen verkopen. Daarvoor ziet hij te goed hoe duur kinderen boeken vinden. ‘Ze schrikken áltijd als ik vertel wat ze kosten. Ik begrijp dat goed. Boeken worden een luxeproduct. Zijn dat eigenlijk al. Ook daarom is het fijn dat er bibliotheken bestaan. Ik wijs kinderen er altijd op dat ze mijn boeken daar of in de online bibliotheek kunnen vinden.’

Ook leesbevordering vindt hij belangrijk. ‘Met een klassenbezoek kun je een enorme duw aan het leesplezier geven. Maar mijn optreden is maar het halve werk. Wat docenten en leesconsulenten doen, is net zo belangrijk. Als de voorbereiding niet goed is en er geen aandacht voor mijn werk is geweest, dooft het effect héél snel uit. Echt zonde vind ik, zo’n klassenbezoek kost een school toch een hoop geld. Ik zeg er daarom meestal wat van.’

‘Het komt nog steeds voor dat ik word uitgenodigd omdat er nog een potje leeg moet. Maar gelukkig steeds minder. Ik denk omdat mijn werk steeds beter gaat. Daarom ben ik ook positief over leesbevordering. Er is steeds meer aandacht voor, steeds meer geld voor. Dat de Bibliotheek op school nu structureel subsidie krijgt, is megagoed nieuws. Het is nergens voor nodig dat oudere auteurs die weten hoe het dertig jaar geleden was, zo verbitterd zijn over de ontlezing.’

1 t/m 12 oktober: Kinderboekenweek

De Kinderboekenweek vindt dit jaar plaats van 1 t/m 12 oktober met als thema Vol avontuur!
Kevin Hassing schreef het geschenk Lexie dat boekhandels cadeau doen bij aankoop van 13,50 euro aan kinderboeken. Levina van Teunenbroek en Charlotte Bruijn maakten het prentenboek De koning zonder paard, dat voor 7,99 euro in de winkels ligt. Het Kinderboekenweekgedicht is van Simon van der Geest.

Het Kinderboekenweekgeschenk, dat ook een maand lang een toegangskaartje is voor de pretparken Drievliet (Den Haag) en Hellendoorn (in de gelijknamige plaats), is dankzij Hassings aandacht voor dyslexie dit jaar toegankelijker dan ooit. Het wordt afgedrukt in een voor dyslectici makkelijk leesbaar lettertype en er is een luisterboek beschikbaar (gratis voor wie het papieren geschenk bezit), die door de schrijver zelf is ingesproken. Ook wordt er via de sociale media-accounts van de auteur en de CPNB een instructiefilmpje verspreid om de volledige titel te leren uitspreken, met daaraan gekoppeld een winactie voor kinderen.

Het echte lezen kwam pas toen een vriend hem deel één van Harry Potter gaf. ‘Als puber ging ik steeds meer lezen. Thrillers vooral, die ik in Wassenaar uit de bieb haalde. Toen ik vijftien of zestien was had ik daar ook een zomerbaantje. Alle boeken moesten worden gecodeerd. Samen met een paar anderen zat ik er elke dag boeken te lamineren en te stickeren. Zo ging de hele collectie door mijn handen. Dat stimuleerde me enorm.’

Iedereen welkom
Die zomer ontdekte hij ook wat voor fijne plek de bibliotheek kan zijn. ‘Daarom schrijf ik altijd in de bibliotheek, denk ik. Ik heb een vaste tafel in het filiaal van de OBA op het Mercatorplein, de enige tafel waar je wat mag drinken. Dan haal ik een ijskoffie, vertoon ik eerst een half uur uitstelgedrag, lees ik een krant of kijk ik of mijn eigen boeken er nog staan, maar daarna schrijf ik een of twee hoofdstukken. Dan ben ik weer voldaan voor de dag.’

‘Mijn eerste boek heb ik nog geschreven in deze theebar. Maar je mag hier, zoals in zoveel cafés tegenwoordig, nog maar aan één tafel met je laptop zitten. Terecht natuurlijk. Al die mensen die één thee bestellen, urenlang blijven zitten, de hele wifi leegtrekken en ondertussen zes tafels bezet houden – daar kun je een café niet mee overeind houden. Dat het nog aan één tafel mag, is al een geste. Alleen vind ik die nu daarom vaak te druk.’

‘Het is mooi dat in bibliotheken wel iedereen welkom is. Studenten, ouderen die er hun eenzaamheid wegkletsen, mensen die er Nederlands leren, verwarde mensen soms ook die een krantje komen lezen – het geeft een heel prettige reuring. Ik vind het een erg inspirerende omgeving. Niet alleen door de boeken om me heen, die ik vaak opensla. Al die fascinerende bezoekers in de bibliotheek trekken me uit mijn eigen hoofd. Dat helpt me bij het bedenken.’

Kevin Hassing: ‘Al die fascinerende bezoekers in de bibliotheek trekken me uit mijn eigen hoofd. Dat helpt me bij het bedenken.’

Acteren & schrijven
Anders dan je misschien zou denken, volgt Hassings carrière als schrijver rechtstreeks uit zijn acteerwerk. Vooral als inspreker van luisterboeken, legt hij uit. ‘Toen ik ooit een vierdelige YA-serie van Simon Scarrow voorlas over een jongen die gladiator wilde worden, dacht ik opeens: ik snap wat hij doet, ik begrijp het trucje. Dat staat me nog helder voor de geest. Vanaf dat moment leek het me leuk om dat ooit een keer zelf te proberen.’

Maar het was niet alleen die vonk die wachtte op een goed idee om het vuur in hem te ontsteken. ‘Voorlezen heeft me ook ontzettend veel kennis verschaft. Hoe dialogen in elkaar zitten, welke taal werkt, hoe belangrijk spanning is, hoe je dat creëert en opbouwt. Ik doe het nu niet meer zo veel. Alleen boeken die ik erg goed vind, spreek ik nog in, zoals van Erna Sassen. Maar het is daarom wel jammer dat AI het inspreken straks helemaal overneemt.’

Ook van acteren kan een schrijver veel opsteken. ‘Op het podium ben je misschien onderdeel van het verhaal, maar je leert er wel hoe je een verhaal zo goed mogelijk moet brengen. Als je op het podium staat, moet er altijd iets aan de hand zijn, hoe klein ook. Want anders kun je er net zo goed niet staan. Dan is die rol overbodig. Dat geldt ook voor personages: als die geen nut heeft in een scène of in het hele boek, kan hij er dus uit.’

Kevin Hassing, Simon van der Geest, Levina van Teunenbroek en Charlotte Bruijn.

Veel prettiger vibe
Tijdens de Kinderboekenweek staat opnieuw een hele reeks bezoeken aan klassen, bibliotheken en boekhandels in zijn agenda. Heeft hij daar na al die jaren toeren nog zin in? ‘Zelfs meer dan vroeger’, beweert Hassing stellig. ‘Nu kinderen me beginnen te kennen, is de energie in klassen veranderd. Ze hebben mijn boeken gelezen, hebben daarom meer interesse en stellen ook inhoudelijke vragen over mijn werk. Dat geeft een veel prettiger vibe.’

‘In het begin moest ik het ook nog leren. Stond ik daar een half uur over mezelf te vertellen en filmpjes te laten zien. Het was alleen maar zenden. Nu heb ik geleerd met een klas te communiceren en begin ik gewoon met: ‘Zijn er nog vragen?’ En omdat ik mijn verhaal inmiddels al zo goed ken, lukt het daarna altijd om alles aan bod te laten komen – óók die filmpjes. Ik doe ook een quiz met ze, waarbij ze een boek kunnen winnen, deel boekenleggers en handtekeningen uit.’

‘En vergeet niet: ik kom er niet alleen wat brengen. Ik kom er ook informatie halen. Omdat ik zelf al oud ben en geen kinderen heb, vraag ik aan hen wat er speelt, waar zij mee bezig zijn, wat zij belangrijk vinden. Ook voor het Kinderboekenweekgeschenk. Wat moest daar nou echt in? “Frikandelbroodje!”, riepen ze. Ze beweerden ook dat al jaren te roepen, maar het nog nooit in een boek te zijn tegengekomen. Er zit dus óók een frikandelbroodje in Lexie.’ Waarna hij nog één keer de ondertitel herhaalt.

Bibliotheekblad 7 • september 2025

Wél de hele titel 
Lexie en Pneumonoultramicroscopicsilicovolcanoconiosis gaat over een meisje, dat vanwege haar dyslexie zoveel moeite heeft met voorlezen en spreekbeurten, dat ze alle moeilijke woorden wegwenst, wanneer ze een vallende ster ziet. Maar als haar wens uitkomt, dreigt dat dramatische gevolgen te hebben. Niet alleen de woorden verdwijnen, ook de dingen en mensen zelf. Lexie moet haar superkracht aanspreken om een ramp te voorkomen.

‘Je schrijft het wel op mét de ondertitel erbij, hè?’, maant hij de interviewer. ‘Mensen hebben de neiging het over Lexie te hebben, maar ik vecht daartegen. Want juist als je Pneumonoultramicroscopicsilicovolcanoconiosis probeert uit te spreken, snap je in één keer wat dyslexie is. Ik zag het in aanloop naar de Kinderboekenweek al: als ik het omslag in klassen liet zien, probeerden alle kinderen het meteen uit te spreken. En állemaal lopen ze vast.’

‘Het geschenk moest een visitekaartje worden van mijn werk. Mijn soort spanning, mijn humor, met typografische grapjes. Maar ik wilde ook de kinderen met dyslexie kracht geven, die ik vaak heb ontmoet, maar niet goed aan mijn werk durven te beginnen. Ze hebben vaak bijzondere talenten. Ze zijn creatief, denken beeldend, kunnen heel goed verhalen vertellen. Maar ze zijn daar onzeker over – juist vanwege dat lezen. Laat mij dan de stem zijn die hen vertrouwen geeft.’

Sinds kort kinderboeken
Voordat de 40-jarige Hassing ging schrijven, was hij acteur. Na de Toneelschool en Kleinkunstacademie in Amsterdam had hij rollen in Goede tijden, slechte tijden en Centraal Medisch Centrum en was hij te zien in series als De mannen van dokter AnneMocro Maffia en Het jaar van Fortuyn. Hij deed ook veel als stemacteur – vaak in kinderfilms en -series zoals De Lego Ninjago FilmVioletta en Alvinnnn en de chipmunks. En hij sprak honderden luisterboeken in.

Met boeken is hij echter al sinds zijn jeugd bezig. ‘Geen kinderboeken hoor’, nuanceert hij gelijk. ‘Die lees ik pas sinds ik ze zelf schrijf – en dan ook allemaal, omdat ik wil weten wat mijn collega’s maken. Tot nu toe koop ik alles: zeven, acht boeken per maand. Maar binnenkort ga ik lenen. Kopen wordt zó duur, terwijl ik het meeste niet wil houden. En bibliotheken hebben tegenwoordig de nieuwste titels al snel, is mij opgevallen.’

Natúúrlijk wilde hij ooit het Kinderboekenweekgeschenk schrijven. ‘Toen ik debuteerde, stond dit al snel op mijn lijstje dromen’, zegt Kevin Hassing op het terras van T’s Teabar in Amsterdam. ‘Binnen een jaar stond het bovenaan. Ik dacht wel: rustig aan, je bent nog kort bezig, het komt wel. Maar toen vroeg de CPNB Sanne Rooseboom en Pieter Koolwijk. Ook jonge auteurs met nog een klein oeuvre. Toen veranderde dromen in hopen.’

En inderdaad: hierna bleek de auteur van de Mus & kapitein Kwaadbaard-serie aan de beurt. ‘Ik ben daar zó blij mee. Vanaf het moment dat ik werd gevraagd tot op de dag van vandaag. Het voelde alsof ik opeens de stroom mee heb. Ik heb vijf jaar keihard geroeid – samen met mijn agent, mijn redacteur en mijn uitgever. Tegen de stroom in, vanwege de ontlezing en dalende verkoopcijfers. En nu gaat het even vanzelf. Kan ik even rustig genieten van mijn boot.’

‘De opdracht heeft me al veel gebracht. Ik mag meedoen aan De Slimste Mens, ik krijg veel meer aanvragen voor schoolbezoeken. Maar het is vooral belangrijk voor de lange termijn. Als je begint als schrijver moet je bijna letterlijk van mens tot mens vertellen wie je bent en wat je maakt. Na vijf jaar was ik daar nog lang niet mee klaar. En nu weten in een keer zóveel boekhandelaren, bibliothecarissen, ouders en kinderen wie ik ben.’

Lexie en pneumono... – hoe precies? Kevin Hassing schreef dit jaar het Kinderboekenweekgeschenk met bewust een onuitspreekbaar woord in de ondertitel. ‘Juist als je Pneumonoultramicroscopicsilicovolcanoconiosis probeert uit te spreken, snap je in één keer wat dyslexie is.’

‘De bibliotheek is een heel inspirerende plek om te werken’

Tekst: Linda van Pelt • Foto: Joke Karsten

Kinderboekenweek

Een week vol avontuur