Foto: Nationaal Archief, Publiek domein

Jac. P. Thijsse (1865-1945). Nederlands schrijver, onderwijzer en natuurbeschermer. Bekend van onder andere de beroemde Verkade albums.

Foto: LinkedIn

Foto: invuullen 5

Foto: Delftsche studenten-almanak voor het jaar 1939 / Delpher / Publiek domein

Foto: Jelmer de Haas

Video: Maand van de Geschiedenis

Bibliotheekagenda lezingen Eva Vriend

8 oktober 19.30 uur Bibliocenter Weert
9 oktober 20 uur Bibliotheek Emmeloord
17 oktober 20 uur CODA, Apeldoorn
20 oktober 20 uur Bibliotheek Bomenbuurt Den Haag
21 oktober 19 uur Bibliotheek Velserbroek
26 oktober 14.30 uur Bibliotheek Den Helder
29 oktober 10.30 uur Bibliotheek Heerenveen
30 oktober (tijd volgt) Universiteitsbibliotheek Leiden
31 oktober 20 uur Bibliotheek Waddinxveen

De Maand van de Geschiedenis biedt bibliotheken de kans om mee te liften op hun landelijke promotie op radio, televisie, internet en abriposters. Er is gratis promotiemateriaal beschikbaar, bibliotheekmedewerkers kunnen een jaarlijkse Inspiratiedag bijwonen, of na afloop online het Inspiratiedossier bekijken. Deelnemen kan van heel laagdrempelig flyers uitdelen of een thematafel inrichten, tot het organiseren van lezingen en debatten, samenwerken met andere lokale organisaties, of het organiseren of deel uitmaken van één de vele spin-offs. Bibliotheken kunnen hun historische activiteiten toevoegen aan de landelijke agenda en de nieuwsbrief.

Het motto van de Maand van de Geschiedenis is: ontdek gisteren, begrijp vandaag. Ieder jaar staat er een ander actueel maatschappelijk thema centraal. De thema’s zijn ruim op voorhand bekend: op de website staan de komende thema’s tot 2029.

Alle deadlines voor deelname zijn HIER te vinden.

Meedoen aan de Maand van de Geschiedenis

Eva Vriend, historica en auteur van het essay voor de Maand van de Geschiedenis.

Jo Thijsse (1893- 1984). Nederlandse waterstaatkundig ingenieur.

De cover van het essay, uitgegeven door Atlas Contact (ISBN: 9789045051895)

Tessel Hengeveld, programma-maker bij CODA.

Oktober: Maand van de Geschiedenis

In oktober vindt de 21e editie plaats van de Maand van de Geschiedenis. Historica Eva Vriend schreef dit jaar het Essay en gaat bij CODA Talks in Apeldoorn in gesprek over het thema van dit jaar: Natuurlijk.

‘De geschiedenis kan je helpen om na te denken over de toekomst’

Maand van de Geschiedenis

Tekst: Elselien Dijkstra • Foto’s: zie credits
langs zijkant • Video: Maand van de Geschiedenis

Alleen merken wij die offers niet of nauwelijks…
‘Dat is altijd interessant als het over dit onderwerp gaat. Je hebt de korte termijn en de lange termijn. Op de korte termijn merken we er niets tot weinig van en op de lange termijn gaat de wereld naar de klote. Maar omdat we dat niet voelen, we merken er niks van, handelen we op de korte termijn. Dat is ingewikkeld.

Het is moeilijk om ons tot de lange termijn te verhouden. Om nu te gaan nadenken over wat de effecten zijn van ons handelen over vijftig jaar. En de geschiedenis, je bewust worden van een historische ontwikkeling, kan je helpen om ook na te denken over de toekomst. Omdat je dat besef krijgt van tijd.

Als je je grootouders of je ouders een hand geeft, dan geef je de geschiedenis een hand. En dat geldt ook voor je kinderen, dat je dan de toekomst een hand geeft. Dat is het mooie van geschiedenis. En ook het belangrijke. Los van het feit dat het gewoon ook hele leuke verhalen zijn en dat een moeder in 1917 schrijft over haar worstelingen met haar puber die ik hier ook dagelijks heb, dat is wel heel leuk. Maar het helpt ook om je aan het denken te zetten en om je besef te verdiepen. Dat is waarom die Maand van de Geschiedenis zo tof is, omdat je daarmee echt een breder publiek bereikt. Zeker als het gaat over de lange termijn. Dat besef van de lange termijn doorvoel je dan.’

Waar sta je zelf?
‘Ik drink inmiddels haverdrank in mijn koffie. En ik eet niet zo heel veel vlees. Ik ben geen Extinction Rebellion, maar ik ga niet op vliegvakantie en zo. Ik probeer bewust te leven. Maar tegelijkertijd voel ik die spanning die erin zit. Alle geneugten van mijn leven, dat mijn huis lekker warm is, dat er water uit de kraan komt als ik wil douchen, dat we een auto hebben, dat ik naar mijn schoonfamilie in Brabant kan rijden. Zo veel luxe is mogelijk, ik profiteer daar zelf iedere dag van. En dat gaat allemaal ten koste van ons ecologisch evenwicht. Wij vreten die aarde natuurlijk op. Ik heb ook gewoon een tv en een mobiele telefoon en ik zit op ChatGPT. Allemaal technologische vooruitgang waar ik ook dag in dag uit van profiteer. En waar we offers voor brengen met zijn allen. Hoever willen we daarin gaan?’

Zijn er nog meer verschillen met hoe we nu over de natuur denken?
‘Al die boeken zoals Wolleben over de bomen, dat bomen met elkaar communiceren, dat ze boos kunnen worden, dat je naar ze moet luisteren. Dat is heel antropomorf. Dan geef je een boom of een plant een menselijke eigenschap. Het idee eronder is dat wij onderdeel zijn van een geheel, als menselijk organisme. Dat we er niet boven staan, dat is in het huidige milieudebat wel een geluid dat steeds sterker klinkt. We moeten samenwerken met de natuur. We moeten zachte dijken maken die kunnen meebewegen. Dat geldt natuurlijk ook voor hoe we omgaan met ons vee, de vee-industrie of met natuurgebieden. Dat we daar meer dienstbaar zijn in plaats dat we ons verheven voelen.’

‘Dat gaat nog weer iets verder dan wat Jac. P. Thijsse propageerde. In zijn tijd was het heel vooruitstrevend dat hij zei: ‘Dit is een heidegrond, die moet je niet wegplaggen en gaan bebouwen. We moeten kijken: wat voor plantjes groeien hier eigenlijk en is het de moeite van het beschermen waard?’

‘Dat was toen een internationale beweging, de tijd van het boek Walden, van de Amerikaanse schrijver Henry David Thoreau die in de natuur ging leven. De tijd dat in Amerika de grote nationale parken werden gesticht. Jac. P. Thijsse las ook veel Engelse en Franse natuurschrijvers. Dat waren voorbeelden voor hem. Hij was onderdeel van een internationale tendens. Waarbij Nederland wat laat was, omdat ook de industrialisatie hier wat laat was.’

Hoe ging het eraan toe bij de familie Thijsse?
‘Ik heb een dagboek gevonden van de moeder van Jo Thijse, de vrouw van Jac. P. Thijsse. Dat is echt fantastisch. Jo was een enorme bolleboos, hij kon heel goed wiskunde, hij zat op de HBS in Haarlem. Maar hij was ook een heftige puber. Hij had een heel sterk karakter. Hij wilde zijn huiswerk niet altijd maken en hij gooide met een liniaal naar zijn moeder. Dan had hij driftbuien. Een beetje impulsief. Dat komt later in zijn carrière ook terug. Dat is ook belangrijk natuurlijk, mensen die vooruitstrevend zijn, wat hij was, die zijn ook eigenwijs en dat was hij dus ook al in zijn puberteit.’

‘Maar Jac. P. was altijd van huis. Die was overal voordrachten aan het geven en het pleidooi voor natuurmonumenten aan het bekrachtigen. Ik probeer het verhaal vanuit die vader, die zoon en het gezin te vertellen. Hoe ontwikkelt dat zich? En daar zit dat denken over de natuur in verweven.’

Zou je de tegenstelling tussen de vader en de zoon kunnen doortrekken naar de extremen die nu bestaan? Kun je Jac P. Thijsse bijvoorbeeld zien als een voorloper van Extinction Rebellion?
‘Jac P. Thijsse wordt wel de eerste milieuactivist van Nederland genoemd. Of een van de eersten, maar op een manier die zich niet laat vergelijken met hoe Extinction Rebellion zich vandaag de dag manifesteert. Jac P. Thijsse probeerde heel erg het gesprek erover te voeren. Een woord wat bij hem voorin de mond ligt is: offervaardigheid. Wijsheid, overleg en offervaardigheid. Dat schrijft hij onder andere in een van zijn Verkade albums en citeert hij ook op meerdere plekken. Alles wat we vandaag de dag hebben, aan welvaart en economische vooruitgang, daar hebben we offers voor gebracht. Het heeft offers gekost in de natuur. Dat is waar hij een realiteitszin heeft. Jac P. Thijsse was bijvoorbeeld niet tegen het afsluiten van de Zuiderzee. Hij dacht: die polders, die hebben we nodig. Als je radicaal denkt, dan zou je zeggen: dat moet je dan ook niet doen, dan moet je die natuur helemaal beschermen. Dus hij was best wel een beminnelijk man. Hij probeerde daar het gesprek over te voeren. Dat maakt Jac P. Thijsse wel interessant, hij is geen Extinction Rebellion.’

Hoe verhoudt deze geschiedenis zich tot onze tijd?
‘Des te rijker en welvarender we worden, des te hoger we die dijken kunnen bouwen. Maar op een gegeven moment houdt het natuurlijk op: hoe hoog wil je die dijken bouwen? Dus dat is natuurlijk de vraag waar we voor staan, waar we in Nederland voor staan, en in de hele wereld. Want we hebben dankzij klimaatverandering een zeespiegelstijging en dat probleem speelt overal.’

‘Zowel bij Jac. P. Thijssen als bij Jo Thijssen staat de mens altijd bovenaan. En wat je vandaag de dag hoort in het debat hierover is dat wij als mens onderdeel zijn van de natuur, en niet erboven staan. En dat is iets wat bij vader en zoon Thijsse nog niet aan de orde was. Dat is echt van de laatste tijd.’

‘Mede door Jac. P. Thijsse zijn we anders naar de natuur gaan kijken. Zijn Verkade albums richtten zich heel nadrukkelijk op roodborstjes, sneeuwklokjes, vlijtige liesjes, allemaal dingen die we in onze achtertuin vinden, of als je een wandeling maakt in de buurt. Hij wilde dat we daar anders naar gingen kijken en daar kennis van namen. Want als je er kennis van hebt, dan ga je ervan houden en dan wil je het ook beschermen. Dus het idee dat je de natuur wil koesteren, dat is toen begonnen. In reactie op de industrialisatie. Pas als je iets kwijtraakt, ga je het waarderen. Je weet niet wat je hebt tot je het verliest.’

Hoe groot was het verschil tussen de opvattingen van vader en zoon?
‘In de beginjaren, de eerste decennia van de twintigste eeuw was er een heel groot geloof in de vooruitgang. Die nieuwe ontwikkelingen kwamen allemaal net op: de wegen verbeterden, de infrastructuur verbeterde, de gezondheidszorg verbeterde. De wereld lag aan onze voeten en we konden vooruit. En daar was Jac. P. Thijsse ook van overtuigd, dat de wetenschap ons een dienst ging bewijzen. Maar dat is dan weer te ver doorgeschoten. In de jaren dertig begon Jac. P. Thijsse al van: ‘Hoho, we moeten ook wel een beetje gaan uitkijken.’’

‘En zijn zoon, Jo Thijsse, die liet zich daar helemaal door meeslepen. Die kreeg de ene na de andere grote opdracht: de Europoort, de havenuitbreiding bij Rotterdam, al die containerterminals die je daar ziet, dat is toen allemaal begonnen in de jaren vijftig en zestig. Waarvoor dus echt natuurgebieden zijn geofferd, en opgegeven. Dat was het werk van de zoon eigenlijk, die maakte dat mogelijk. In mijn essay probeer ik dat te onderzoeken: hoe was het thuis bij de familie Thijsse tijdens het kerstdiner? Was er een ijzige stilte?’

Essay
Historica Eva Vriend onderzoekt in haar Essay voor de Maand van de Geschiedenis de tegengestelde visies op de natuur van vader en zoon Thijsse. In De waterzoon. Jac. P. Thijsse, zijn zoon en onze verhouding tot de natuur laat ze hun verschillende visies zien, maar ook hoezeer onze huidige opvattingen over de natuur binnen een eeuw zijn veranderd. Kunnen we van de geschiedenis leren hoe we vandaag het debat over onze omgang met de natuur voeren?

Op het moment dat ik Eva Vriend spreek, legt ze net de laatste hand aan haar essay. Ze vertelt vol enthousiasme over vader en zoon Thijsse. ‘De watersnoodramp was de grootste natuurramp die Nederland in de vorige eeuw heeft getroffen’, zegt ze. ‘Jo Thijsse (Johannes Theodoor Thijsse, red.) was op dat moment een soort Messias die ons land moest redden. Op het gebied van waterstaatkunde en kustbescherming was hij dé autoriteit die Nederland had in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Tot hij in de jaren zeventig met pensioen ging, was hij dé man op het gebied van dijkbescherming.’

Freek Vonk van zijn tijd
Eva Vriend noemt de vader van Jo Thijsse, Jac. P. Thijsse (Jacobus Pieter Thijsse, roepnaam Ko, red.) “de Freek Vonk van zijn tijd”. Eva Vriend: ‘Jac. P. Thijsse begon rond 1900 met zijn werk voor de Verkade albums en natuurmonumenten. Hij schreef ook nog natuurgidsen voor kinderen, twaalf- en dertienjarigen. Hij dacht: we moeten de mensen kennis laten maken met de natuur. Tot 1900, in die tijd van industrialisatie, was de natuur eigenlijk de vijand, dat waren woeste gronden, daar leefde ongedierte. Dat was eng en spannend, daar moest je eigenlijk niet willen zijn.’

In CODA (Cultuur Onder Dak Apeldoorn) zijn erfgoed en archief, een museum, een ExperienceLab en de bibliotheek samen ondergebracht. Tessel Hengeveld werkt als programmamaker bij CODA en ze woonde de landelijke Inspiratiedag van de Maand van de Geschiedenis bij in Den Haag. De lezing die Eva Vriend daar gaf, inspireerde Tessel om haar uit te nodigen voor CODA Talks, een jaarlijkse serie van zes gesprekken onder leiding van een moderator waarin maatschappelijke thema's, kunst, wetenschap en techniek samenkomen. ‘CODA vindt het belangrijk om als bibliotheek het onderwerp geschiedenis te programmeren’, laat Tessel weten. ‘We besteden heel het jaar door veel aandacht aan de geschiedenis van Apeldoorn, onder andere in Het grote verhaal van Apeldoorn. Tijdens de Maand van de Geschiedenis doen we iets extra’s. Het is goed om te weten waar je vandaan komt, om te weten hoe je met elkaar verder moet.’

Tentoonstellingen
Tijdens de Maand van de Geschiedenis haakt onder andere het CODA Museum met twee tentoonstellingen aan bij het thema natuur: de fototentoonstelling Felwa - Natuur in transitie; en de tentoonstelling Holy Shit - Kunst over een veranderend landschap. Hierin maken kunstenaars Milah van Zuilen, Beppe Kessler en Jeroen Jongeleen, in combinatie met werk uit de CODA collectie, de gevolgen van de stikstofcrisis op de Veluwse natuur zichtbaar en voelbaar. In oktober gaat Eva Vriend tijdens CODA Talks in gesprek met bioloog Lex Terbraak en de kunstenaars van de tentoonstelling Holy Shit.

Bibliotheekblad 7 • september 2025

Waar sta je zelf?
‘Ik drink inmiddels haverdrank in mijn koffie. En ik eet niet zo heel veel vlees. Ik ben geen Extinction Rebellion, maar ik ga niet op vliegvakantie en zo. Ik probeer bewust te leven. Maar tegelijkertijd voel ik die spanning die erin zit. Alle geneugten van mijn leven, dat mijn huis lekker warm is, dat er water uit de kraan komt als ik wil douchen, dat we een auto hebben, dat ik naar mijn schoonfamilie in Brabant kan rijden. Zo veel luxe is mogelijk, ik profiteer daar zelf iedere dag van. En dat gaat allemaal ten koste van ons ecologisch evenwicht. Wij vreten die aarde natuurlijk op. Ik heb ook gewoon een tv en een mobiele telefoon en ik zit op ChatGPT. Allemaal technologische vooruitgang waar ik ook dag in dag uit van profiteer. En waar we offers voor brengen met zijn allen. Hoever willen we daarin gaan?’

Bibliotheekagenda lezingen Eva Vriend

8 oktober 19.30 uur Bibliocenter Weert
9 oktober 20 uur Bibliotheek Emmeloord
17 oktober 20 uur CODA, Apeldoorn
20 oktober 20 uur Bibliotheek Bomenbuurt Den Haag
21 oktober 19 uur Bibliotheek Velserbroek
26 oktober 14.30 uur Bibliotheek Den Helder
29 oktober 10.30 uur Bibliotheek Heerenveen
30 oktober (tijd volgt) Universiteitsbibliotheek Leiden
31 oktober 20 uur Bibliotheek Waddinxveen

Alleen merken wij die offers niet of nauwelijks…
‘Dat is altijd interessant als het over dit onderwerp gaat. Je hebt de korte termijn en de lange termijn. Op de korte termijn merken we er niets tot weinig van en op de lange termijn gaat de wereld naar de klote. Maar omdat we dat niet voelen, we merken er niks van, handelen we op de korte termijn. Dat is ingewikkeld.

Het is moeilijk om ons tot de lange termijn te verhouden. Om nu te gaan nadenken over wat de effecten zijn van ons handelen over vijftig jaar. En de geschiedenis, je bewust worden van een historische ontwikkeling, kan je helpen om ook na te denken over de toekomst. Omdat je dat besef krijgt van tijd.

Als je je grootouders of je ouders een hand geeft, dan geef je de geschiedenis een hand. En dat geldt ook voor je kinderen, dat je dan de toekomst een hand geeft. Dat is het mooie van geschiedenis. En ook het belangrijke. Los van het feit dat het gewoon ook hele leuke verhalen zijn en dat een moeder in 1917 schrijft over haar worstelingen met haar puber die ik hier ook dagelijks heb, dat is wel heel leuk. Maar het helpt ook om je aan het denken te zetten en om je besef te verdiepen. Dat is waarom die Maand van de Geschiedenis zo tof is, omdat je daarmee echt een breder publiek bereikt. Zeker als het gaat over de lange termijn. Dat besef van de lange termijn doorvoel je dan.’

Meedoen aan de Maand van de Geschiedenis

Foto: LinkedIn

Tessel Hengeveld, programma-maker bij CODA.

Zijn er nog meer verschillen met hoe we nu over de natuur denken?
‘Al die boeken zoals Wolleben over de bomen, dat bomen met elkaar communiceren, dat ze boos kunnen worden, dat je naar ze moet luisteren. Dat is heel antropomorf. Dan geef je een boom of een plant een menselijke eigenschap. Het idee eronder is dat wij onderdeel zijn van een geheel, als menselijk organisme. Dat we er niet boven staan, dat is in het huidige milieudebat wel een geluid dat steeds sterker klinkt. We moeten samenwerken met de natuur. We moeten zachte dijken maken die kunnen meebewegen. Dat geldt natuurlijk ook voor hoe we omgaan met ons vee, de vee-industrie of met natuurgebieden. Dat we daar meer dienstbaar zijn in plaats dat we ons verheven voelen.’

‘Dat gaat nog weer iets verder dan wat Jac. P. Thijsse propageerde. In zijn tijd was het heel vooruitstrevend dat hij zei: ‘Dit is een heidegrond, die moet je niet wegplaggen en gaan bebouwen. We moeten kijken: wat voor plantjes groeien hier eigenlijk en is het de moeite van het beschermen waard?’

‘Dat was toen een internationale beweging, de tijd van het boek Walden, van de Amerikaanse schrijver Henry David Thoreau die in de natuur ging leven. De tijd dat in Amerika de grote nationale parken werden gesticht. Jac. P. Thijsse las ook veel Engelse en Franse natuurschrijvers. Dat waren voorbeelden voor hem. Hij was onderdeel van een internationale tendens. Waarbij Nederland wat laat was, omdat ook de industrialisatie hier wat laat was.’

Hoe ging het eraan toe bij de familie Thijsse?
‘Ik heb een dagboek gevonden van de moeder van Jo Thijse, de vrouw van Jac. P. Thijsse. Dat is echt fantastisch. Jo was een enorme bolleboos, hij kon heel goed wiskunde, hij zat op de HBS in Haarlem. Maar hij was ook een heftige puber. Hij had een heel sterk karakter. Hij wilde zijn huiswerk niet altijd maken en hij gooide met een liniaal naar zijn moeder. Dan had hij driftbuien. Een beetje impulsief. Dat komt later in zijn carrière ook terug. Dat is ook belangrijk natuurlijk, mensen die vooruitstrevend zijn, wat hij was, die zijn ook eigenwijs en dat was hij dus ook al in zijn puberteit.’

‘Maar Jac. P. was altijd van huis. Die was overal voordrachten aan het geven en het pleidooi voor natuurmonumenten aan het bekrachtigen. Ik probeer het verhaal vanuit die vader, die zoon en het gezin te vertellen. Hoe ontwikkelt dat zich? En daar zit dat denken over de natuur in verweven.’

De Maand van de Geschiedenis biedt bibliotheken de kans om mee te liften op hun landelijke promotie op radio, televisie, internet en abriposters. Er is gratis promotiemateriaal beschikbaar, bibliotheekmedewerkers kunnen een jaarlijkse Inspiratiedag bijwonen, of na afloop online het Inspiratiedossier bekijken. Deelnemen kan van heel laagdrempelig flyers uitdelen of een thematafel inrichten, tot het organiseren van lezingen en debatten, samenwerken met andere lokale organisaties, of het organiseren of deel uitmaken van één de vele spin-offs. Bibliotheken kunnen hun historische activiteiten toevoegen aan de landelijke agenda en de nieuwsbrief.

Het motto van de Maand van de Geschiedenis is: ontdek gisteren, begrijp vandaag. Ieder jaar staat er een ander actueel maatschappelijk thema centraal. De thema’s zijn ruim op voorhand bekend: op de website staan de komende thema’s tot 2029.

Alle deadlines voor deelname zijn HIER te vinden.

De cover van het essay, uitgegeven door Atlas Contact (ISBN: 9789045051895)

Zou je de tegenstelling tussen de vader en de zoon kunnen doortrekken naar de extremen die nu bestaan? Kun je Jac P. Thijsse bijvoorbeeld zien als een voorloper van Extinction Rebellion?
‘Jac P. Thijsse wordt wel de eerste milieuactivist van Nederland genoemd. Of een van de eersten, maar op een manier die zich niet laat vergelijken met hoe Extinction Rebellion zich vandaag de dag manifesteert. Jac P. Thijsse probeerde heel erg het gesprek erover te voeren. Een woord wat bij hem voorin de mond ligt is: offervaardigheid. Wijsheid, overleg en offervaardigheid. Dat schrijft hij onder andere in een van zijn Verkade albums en citeert hij ook op meerdere plekken. Alles wat we vandaag de dag hebben, aan welvaart en economische vooruitgang, daar hebben we offers voor gebracht. Het heeft offers gekost in de natuur. Dat is waar hij een realiteitszin heeft. Jac P. Thijsse was bijvoorbeeld niet tegen het afsluiten van de Zuiderzee. Hij dacht: die polders, die hebben we nodig. Als je radicaal denkt, dan zou je zeggen: dat moet je dan ook niet doen, dan moet je die natuur helemaal beschermen. Dus hij was best wel een beminnelijk man. Hij probeerde daar het gesprek over te voeren. Dat maakt Jac P. Thijsse wel interessant, hij is geen Extinction Rebellion.’

Hoe verhoudt deze geschiedenis zich tot onze tijd?
‘Des te rijker en welvarender we worden, des te hoger we die dijken kunnen bouwen. Maar op een gegeven moment houdt het natuurlijk op: hoe hoog wil je die dijken bouwen? Dus dat is natuurlijk de vraag waar we voor staan, waar we in Nederland voor staan, en in de hele wereld. Want we hebben dankzij klimaatverandering een zeespiegelstijging en dat probleem speelt overal.’

‘Zowel bij Jac. P. Thijssen als bij Jo Thijssen staat de mens altijd bovenaan. En wat je vandaag de dag hoort in het debat hierover is dat wij als mens onderdeel zijn van de natuur, en niet erboven staan. En dat is iets wat bij vader en zoon Thijsse nog niet aan de orde was. Dat is echt van de laatste tijd.’

‘Mede door Jac. P. Thijsse zijn we anders naar de natuur gaan kijken. Zijn Verkade albums richtten zich heel nadrukkelijk op roodborstjes, sneeuwklokjes, vlijtige liesjes, allemaal dingen die we in onze achtertuin vinden, of als je een wandeling maakt in de buurt. Hij wilde dat we daar anders naar gingen kijken en daar kennis van namen. Want als je er kennis van hebt, dan ga je ervan houden en dan wil je het ook beschermen. Dus het idee dat je de natuur wil koesteren, dat is toen begonnen. In reactie op de industrialisatie. Pas als je iets kwijtraakt, ga je het waarderen. Je weet niet wat je hebt tot je het verliest.’

Hoe groot was het verschil tussen de opvattingen van vader en zoon?
‘In de beginjaren, de eerste decennia van de twintigste eeuw was er een heel groot geloof in de vooruitgang. Die nieuwe ontwikkelingen kwamen allemaal net op: de wegen verbeterden, de infrastructuur verbeterde, de gezondheidszorg verbeterde. De wereld lag aan onze voeten en we konden vooruit. En daar was Jac. P. Thijsse ook van overtuigd, dat de wetenschap ons een dienst ging bewijzen. Maar dat is dan weer te ver doorgeschoten. In de jaren dertig begon Jac. P. Thijsse al van: ‘Hoho, we moeten ook wel een beetje gaan uitkijken.’’

‘En zijn zoon, Jo Thijsse, die liet zich daar helemaal door meeslepen. Die kreeg de ene na de andere grote opdracht: de Europoort, de havenuitbreiding bij Rotterdam, al die containerterminals die je daar ziet, dat is toen allemaal begonnen in de jaren vijftig en zestig. Waarvoor dus echt natuurgebieden zijn geofferd, en opgegeven. Dat was het werk van de zoon eigenlijk, die maakte dat mogelijk. In mijn essay probeer ik dat te onderzoeken: hoe was het thuis bij de familie Thijsse tijdens het kerstdiner? Was er een ijzige stilte?’

Jo Thijsse (1893- 1984). Nederlandse waterstaatkundig ingenieur.

Foto: Delftsche studenten-almanak voor het jaar 1939 / Delpher / Publiek domein

Jac. P. Thijsse (1865-1945). Nederlands schrijver, onderwijzer en natuurbeschermer. Bekend van onder andere de beroemde Verkade albums.

Foto: Nationaal Archief, Publiek domein

Essay
Historica Eva Vriend onderzoekt in haar Essay voor de Maand van de Geschiedenis de tegengestelde visies op de natuur van vader en zoon Thijsse. In De waterzoon. Jac. P. Thijsse, zijn zoon en onze verhouding tot de natuur laat ze hun verschillende visies zien, maar ook hoezeer onze huidige opvattingen over de natuur binnen een eeuw zijn veranderd. Kunnen we van de geschiedenis leren hoe we vandaag het debat over onze omgang met de natuur voeren?

Op het moment dat ik Eva Vriend spreek, legt ze net de laatste hand aan haar essay. Ze vertelt vol enthousiasme over vader en zoon Thijsse. ‘De watersnoodramp was de grootste natuurramp die Nederland in de vorige eeuw heeft getroffen’, zegt ze. ‘Jo Thijsse (Johannes Theodoor Thijsse, red.) was op dat moment een soort Messias die ons land moest redden. Op het gebied van waterstaatkunde en kustbescherming was hij dé autoriteit die Nederland had in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Tot hij in de jaren zeventig met pensioen ging, was hij dé man op het gebied van dijkbescherming.’

Freek Vonk van zijn tijd
Eva Vriend noemt de vader van Jo Thijsse, Jac. P. Thijsse (Jacobus Pieter Thijsse, roepnaam Ko, red.) “de Freek Vonk van zijn tijd”. Eva Vriend: ‘Jac. P. Thijsse begon rond 1900 met zijn werk voor de Verkade albums en natuurmonumenten. Hij schreef ook nog natuurgidsen voor kinderen, twaalf- en dertienjarigen. Hij dacht: we moeten de mensen kennis laten maken met de natuur. Tot 1900, in die tijd van industrialisatie, was de natuur eigenlijk de vijand, dat waren woeste gronden, daar leefde ongedierte. Dat was eng en spannend, daar moest je eigenlijk niet willen zijn.’

Foto: Jelmer de Haas

Video: Maand van de Geschiedenis

Foto: Shutterstock

Oktober: Maand van de Geschiedenis

Bibliotheekblad 7 • september 2025

In oktober vindt de 21e editie plaats van de Maand van de Geschiedenis. Historica Eva Vriend schreef dit jaar het Essay en gaat bij CODA Talks in Apeldoorn in gesprek over het thema van dit jaar: Natuurlijk.

‘De geschiedenis kan je helpen om na te denken over de toekomst’

Tekst: Elselien Dijkstra • Foto’s: zie credits
langs zijkant • Video: Maand van de Geschiedenis

Eva Vriend, historica en auteur van het essay voor de Maand van de Geschiedenis.

In CODA (Cultuur Onder Dak Apeldoorn) zijn erfgoed en archief, een museum, een ExperienceLab en de bibliotheek samen ondergebracht. Tessel Hengeveld werkt als programmamaker bij CODA en ze woonde de landelijke Inspiratiedag van de Maand van de Geschiedenis bij in Den Haag. De lezing die Eva Vriend daar gaf, inspireerde Tessel om haar uit te nodigen voor CODA Talks, een jaarlijkse serie van zes gesprekken onder leiding van een moderator waarin maatschappelijke thema's, kunst, wetenschap en techniek samenkomen. ‘CODA vindt het belangrijk om als bibliotheek het onderwerp geschiedenis te programmeren’, laat Tessel weten. ‘We besteden heel het jaar door veel aandacht aan de geschiedenis van Apeldoorn, onder andere in Het grote verhaal van Apeldoorn. Tijdens de Maand van de Geschiedenis doen we iets extra’s. Het is goed om te weten waar je vandaan komt, om te weten hoe je met elkaar verder moet.’

Tentoonstellingen
Tijdens de Maand van de Geschiedenis haakt onder andere het CODA Museum met twee tentoonstellingen aan bij het thema natuur: de fototentoonstelling Felwa - Natuur in transitie; en de tentoonstelling Holy Shit - Kunst over een veranderend landschap. Hierin maken kunstenaars Milah van Zuilen, Beppe Kessler en Jeroen Jongeleen, in combinatie met werk uit de CODA collectie, de gevolgen van de stikstofcrisis op de Veluwse natuur zichtbaar en voelbaar. In oktober gaat Eva Vriend tijdens CODA Talks in gesprek met bioloog Lex Terbraak en de kunstenaars van de tentoonstelling Holy Shit.