Foto: uit de privécollectie van Jan Hoogenberg
Foto: Hans Verstegen
Jan Hoogenberg: ‘Op de foto ons gezin met het pasgeboren kleinkind van goede vrienden van ons, ons leenkleinkind’.
Jan Hoogenberg: ‘Ik zie mezelf als een coachende leidinggevende. Daar heb ik in de loop van de jaren wel een hoop stappen in gezet: toen ik 25 jaar geleden begon als directeur, moest ik nog ongelooflijk veel leren.’
MANAGEMENT
TEKST: ANNE VAN DEN DOOL • FOTO’S: ZIE CREDITS langs zijkant
Jan Hoogenberg, directeur Bibliotheek Enschede
‘Ik moet altijd iets omhanden hebben’
Jan Hoogenberg had als klein jongetje al de wens om een eigen bibliotheek te hebben. Na enkele omzwervingen bij de overheid en in het onderwijs heeft hij die droom nu waargemaakt als directeur van de Bibliotheek Enschede.
Bibliotheekblad 8 • oktober 2024
Mijn vrouw en ik gaan ook graag naar het filmhuis. Ik hou van de intieme sfeer, en van het feit dat je je kopje koffie mee de zaal in mag nemen. Oppenheimer vond ik erg goed. Verder zit ik graag in de theaterzaal. Binnenkort gaan we weer naar Bert Visscher. Dat zijn mooie avondjes uit.
Voorheen was ik een actieve sporter, maar sinds een paar jaar moet ik het door lichamelijke beperkingen bij wandelen houden. Verder ben ik zeer geïnteresseerd in de politiek. Een van mijn zoons zit in de gemeenteraad, waardoor ik via hem nauw betrokken ben bij lokale ontwikkelingen. Daarnaast zit ik in twee raden van toezicht en in de Raad voor de Journalistiek. Dat laatste helpt me om na te denken over hoe artikelen tot stand komen en mijn kennis te vergroten. Ik heb, kortom, altijd genoeg omhanden.
Wat is je favoriete vakantiebestemming?
De Provence. Daar zitten we graag op een boerencamping in the middle of nowhere, zonder voorzieningen. Er is alleen een jeu de boules-baan, een dorpje met een bakkertje en een meer. Daar keren we eens in de zoveel jaar naar terug.
Wat weten maar weinig mensen over jou?
Ik ben aan het proberen het oeuvre van Jan Wolkers compleet te krijgen. Daarvoor struin ik regelmatig tweedehandsmarkten af.
Op welke prestatie ben je trots?
Ik ben enorm trots op mijn gezin. Ik vind het fantastisch hoe mijn vier kinderen zich ieder op hun eigen manier ontwikkelen, en hoe ze tegelijkertijd een hechte groep vormen. Dat doen ze met steun van mijn vrouw en mij, maar voor een belangrijk deel ook zelf.
Op werkgebied kijk ik met trots terug op de manier waarop ik de Bibliotheek Noordwest Veluwe heb achtergelaten, met mooie huisvesting en gezonde financiën. Ook naar de ontwikkeling die we met de Bibliotheek Enschede hebben doorgemaakt, kijk ik met trots: er staat nu een compleet andere organisatie dan vijf jaar geleden. De gemiddelde leeftijd van ons personeel is van zestig naar veertig gegaan, en dat merk je aan alles. We krijgen ontzettend veel klanten over de vloer, met name jongeren. Ik vind het mooi om te zien dat we voor scholieren en studenten zo relevant zijn.
Ben je meer een denker of een doener?
Een combinatie van beide. Met name in privésferen steek ik graag mijn handen uit de mouwen om klusjes aan te pakken. Ik moet altijd iets te doen hebben: als er een voorwerp op tafel staat, moet ik ermee spelen. Dat kan soms irritant zijn voor anderen, vrees ik. Dat zat er op de middelbare school al in: ik verveelde me enorm, waardoor ik me heel slecht kon concentreren. Toen zat ik vaak karikaturen van leraren in mijn schrift te tekenen. Dat werd me niet door iedereen in dank afgenomen.
Heb je hobby’s?
Ik ben gek op muziek luisteren: ik ga graag naar concerten en heb, ondanks het bestaan van Spotify, nog steeds ontzettend veel cd’s en lp’s. Ik had vroeger zelfs de ambitie om dj te worden.
Grappig genoeg hebben mijn kinderen die verzamelwoede van me overgenomen. Ook worden we thuis omringd door boeken: van de woonkamer tot de werkkamer, overal staan kasten. Nu heb ik dus toch de bibliotheek waar ik als klein jongetje van droomde. Daarin staat vooral muziek van grootheden als Bruce Springsteen en U2, maar ook rockers als The War on Drugs, Son Mieux en The Killers. Qua boeken ben ik vooral fan van Nederlandse schrijvers, zoals Ronald Giphart, Jan Siebelink en Tommy Wieringa, maar ook jongere schrijvers volg ik graag.
Rond 2000 werd ik door een ROC benaderd met de vraag of ik daar directeur wilde worden. Dat leek me een grote eer. Een van de uitdagingen was om de internationale schakelklassen draaiende te houden, een andere om ook de volwasseneducatie op gang te brengen. Dat heb ik in goede banen kunnen leiden.
Na zeven jaar vond ik het mooi geweest: er ontstond steeds meer een vergadercultuur, terwijl ik juist meer een aanpakker ben. Toen kwam de kans voorbij om directeur te worden van de Bibliotheek Noordwest Veluwe. Die kans greep ik met beide handen aan. Ik had bij het ROC eerder met de bibliotheek samengewerkt: we zorgden ervoor dat NT2’ers gebruik konden maken van onze collectie. Het leek me een interessante sector, waar ik graag meer wilde weten.
Wat voor situatie trof je aan bij de bibliotheek?
De organisatie had net een fusie achter de rug, maar die was nog niet helemaal geslaagd. Ik zag hoeveel er te doen was, onder meer op het gebied van laaggeletterdheid. Al enkele jaren na mijn aanstelling, in 2011, kwamen er reusachtige bezuinigingen onze kant op. Met name de gemeente Harderwijk deelde harde klappen uit: die besloot driekwart van het budget voor de bibliotheek te saneren. Dat hakte er flink in. We hebben toen verschillende acties gevoerd, met veel steun vanuit de lokale bevolking en de media, waardoor we de bezuinigingen wisten terug te brengen tot 45 procent.
Van dat proces leerde ik: als je bedreigd wordt, kun je in je schulp kruipen, maar je kunt ook proberen er samen bovenop te komen. Uiteindelijk hebben we een financieel gezonde organisatie kunnen neerzetten, die in harmonie met de gemeente opereerde. Dat maakt het werk voor mij leuk: niet alleen de boeken, maar alles eromheen.
In mijn tijd daar verlegden we de focus van de collectie naar onze bredere dienstverlening, met een grote rol voor educatie, waar mijn hart stiekem nog steeds lag. Toen dat proces eenmaal doorlopen was, en we meerdere reorganisaties en verhuizingen hadden meegemaakt, zat ik er bijna tien jaar. Het voelde alsof het tijd was om iets anders te gaan doen, dus ik begon om me heen te kijken. Ik merkte hoe gelukkig ik werd van de culturele sector, maar wilde wel graag een functie in een grote stad – die complexe bestuurlijke processen trokken me.
Hoe kwam je vervolgens in Enschede terecht?
Toen in 2018 de vacature voor de functie van directeur bij de Bibliotheek Enschede kwam, voelde het alsof die mij op het lijf geschreven was. Ook daar was flink wat te doen, onder meer op het gebied van digitalisering. Het voelde een beetje alsof ik tien jaar terug in de tijd ging: de omslag naar de maatschappelijk-educatieve bibliotheek was daar nog niet ingezet; dat pakten andere partijen in het werkgebied op. Daarin heb ik de afgelopen vijf jaar verandering geprobeerd te brengen. Inmiddels durf ik wel te zeggen dat we voorop lopen in alle ontwikkelingen. Daarbij hebben we misschien zelfs profijt gehad van de coronacrisis: die zette veel vernieuwingen in gang. De huisvesting blijft wel een aandachtspunt: we moeten nog steeds met een aantal vestigingen aan de slag om die een update te geven. De financiering daarvoor rondkrijgen blijkt ingewikkeld. De SPUK-gelden helpen ons daar wel enorm bij: daardoor kunnen we de komende periode in elk geval twee vestigingen aanpakken.
Is werken bij de bibliotheek anders dan in andere sectoren? Wat is het verschil?
Bibliotheekmedewerkers zijn ongelooflijk betrokken: de bieb voelt als een deel van henzelf. Dat eigenaarschap zouden mensen in andere sectoren ook wat meer mogen voelen. Ook het contact met de klant is waardevol. In andere branches, met name bij de overheid, mag men ook wel wat vaker de hort op gaan om de situatie in de praktijk te zien.
Hoe zou je je leiderschapsstijl typeren?
Ik zie mezelf als een coachende leidinggevende. Daar heb ik in de loop van de jaren wel een hoop stappen in gezet: toen ik 25 jaar geleden begon als directeur, moest ik nog ongelooflijk veel leren. Een van mijn uitdagingen is dat ik een vrij snelle denker ben, dus ik moet ervoor zorgen dat ik niet te ver voor de troepen uit loop. Ook heb ik steeds meer geleerd om zaken aan andere mensen over te laten. Als je je verantwoordelijk voelt voor je werk, is het extra mooi als je dat gevoel kunt omzetten in doelen en daden. We werken binnen de organisatie steeds meer toe naar zelfsturende teams. Die manier van leidinggeven past bij mij.
Was je altijd al een lezer?
Zeker. Ik ben opgegroeid in het Drentse Veenhuizen, een klein dorp met een bibliotheek die één keer per week open was. Verder kon je op school boeken halen. Dankzij die beschikbaarheid van boeken heb ik leren lezen. Ik heb zelfs nog één boekje in mijn kast staan dat ik nooit naar de schoolbibliotheek heb teruggebracht – een mooi aandenken aan een plek die belangrijk is geweest voor mijn ontwikkeling, en die inmiddels niet meer bestaat.
We hadden thuis niet veel jeugdboeken. De paar boeken die er waren, las ik zo vaak dat ik ze bijna helemaal uit mijn hoofd kende. Het was nog een tijd waarin je niet afgeleid kon raken door mobiele telefoons en computers. Ik vond het heerlijk om helemaal in een wereld te verdwijnen.
Toen we eenmaal verhuisden naar Assen, kreeg ik via de bibliotheek aldaar een veel bredere collectie tot mijn beschikking. Vooral de boeken van Arendsoog, De schippers van de Kameleon, Thea Beckman en Jan Terlouw verslond ik. Stiekem droomde ik er als jongen van een eigen bibliotheek om me heen te verzamelen – des te bijzonderder dat ik uiteindelijk in de bibliotheeksector terechtgekomen ben.
Hoe is je loopbaan verlopen? Hoe kwam je bij de bibliotheek terecht?
Toen ik naar het vwo ging, voerde ik daar niet veel uit en kwam op de mavo terecht.Wel bleef ik altijd lezen. Ik ontwikkelde steeds meer interesse in politiek, waardoor ik met een aantal tussenstappen alsnog bestuurskunde in Groningen kon gaan studeren. Na mijn studie ging ik bij verschillende gemeentes werken, waar ik vaak het onderwijs onder mijn hoede had. Dat motiveerde me zelfs om onderwijskunde te gaan studeren.
Foto: Hans Verstegen
Foto: uit de privécollectie van Jan Hoogenberg
Mijn vrouw en ik gaan ook graag naar het filmhuis. Ik hou van de intieme sfeer, en van het feit dat je je kopje koffie mee de zaal in mag nemen. Oppenheimer vond ik erg goed. Verder zit ik graag in de theaterzaal. Binnenkort gaan we weer naar Bert Visscher. Dat zijn mooie avondjes uit.
Voorheen was ik een actieve sporter, maar sinds een paar jaar moet ik het door lichamelijke beperkingen bij wandelen houden. Verder ben ik zeer geïnteresseerd in de politiek. Een van mijn zoons zit in de gemeenteraad, waardoor ik via hem nauw betrokken ben bij lokale ontwikkelingen. Daarnaast zit ik in twee raden van toezicht en in de Raad voor de Journalistiek. Dat laatste helpt me om na te denken over hoe artikelen tot stand komen en mijn kennis te vergroten. Ik heb, kortom, altijd genoeg omhanden.
Wat is je favoriete vakantiebestemming?
De Provence. Daar zitten we graag op een boerencamping in the middle of nowhere, zonder voorzieningen. Er is alleen een jeu de boules-baan, een dorpje met een bakkertje en een meer. Daar keren we eens in de zoveel jaar naar terug.
Wat weten maar weinig mensen over jou?
Ik ben aan het proberen het oeuvre van Jan Wolkers compleet te krijgen. Daarvoor struin ik regelmatig tweedehandsmarkten af.
Op welke prestatie ben je trots?
Ik ben enorm trots op mijn gezin. Ik vind het fantastisch hoe mijn vier kinderen zich ieder op hun eigen manier ontwikkelen, en hoe ze tegelijkertijd een hechte groep vormen. Dat doen ze met steun van mijn vrouw en mij, maar voor een belangrijk deel ook zelf.
Op werkgebied kijk ik met trots terug op de manier waarop ik de Bibliotheek Noordwest Veluwe heb achtergelaten, met mooie huisvesting en gezonde financiën. Ook naar de ontwikkeling die we met de Bibliotheek Enschede hebben doorgemaakt, kijk ik met trots: er staat nu een compleet andere organisatie dan vijf jaar geleden. De gemiddelde leeftijd van ons personeel is van zestig naar veertig gegaan, en dat merk je aan alles. We krijgen ontzettend veel klanten over de vloer, met name jongeren. Ik vind het mooi om te zien dat we voor scholieren en studenten zo relevant zijn.
Ben je meer een denker of een doener?
Een combinatie van beide. Met name in privésferen steek ik graag mijn handen uit de mouwen om klusjes aan te pakken. Ik moet altijd iets te doen hebben: als er een voorwerp op tafel staat, moet ik ermee spelen. Dat kan soms irritant zijn voor anderen, vrees ik. Dat zat er op de middelbare school al in: ik verveelde me enorm, waardoor ik me heel slecht kon concentreren. Toen zat ik vaak karikaturen van leraren in mijn schrift te tekenen. Dat werd me niet door iedereen in dank afgenomen.
Heb je hobby’s?
Ik ben gek op muziek luisteren: ik ga graag naar concerten en heb, ondanks het bestaan van Spotify, nog steeds ontzettend veel cd’s en lp’s. Ik had vroeger zelfs de ambitie om dj te worden.
Grappig genoeg hebben mijn kinderen die verzamelwoede van me overgenomen. Ook worden we thuis omringd door boeken: van de woonkamer tot de werkkamer, overal staan kasten. Nu heb ik dus toch de bibliotheek waar ik als klein jongetje van droomde. Daarin staat vooral muziek van grootheden als Bruce Springsteen en U2, maar ook rockers als The War on Drugs, Son Mieux en The Killers. Qua boeken ben ik vooral fan van Nederlandse schrijvers, zoals Ronald Giphart, Jan Siebelink en Tommy Wieringa, maar ook jongere schrijvers volg ik graag.
Foto: Bibliotheek Hoogeveen
Bibliotheekblad 8 • oktober 2024
Was je altijd al een lezer?
Zeker. Ik ben opgegroeid in het Drentse Veenhuizen, een klein dorp met een bibliotheek die één keer per week open was. Verder kon je op school boeken halen. Dankzij die beschikbaarheid van boeken heb ik leren lezen. Ik heb zelfs nog één boekje in mijn kast staan dat ik nooit naar de schoolbibliotheek heb teruggebracht – een mooi aandenken aan een plek die belangrijk is geweest voor mijn ontwikkeling, en die inmiddels niet meer bestaat.
We hadden thuis niet veel jeugdboeken. De paar boeken die er waren, las ik zo vaak dat ik ze bijna helemaal uit mijn hoofd kende. Het was nog een tijd waarin je niet afgeleid kon raken door mobiele telefoons en computers. Ik vond het heerlijk om helemaal in een wereld te verdwijnen.
Toen we eenmaal verhuisden naar Assen, kreeg ik via de bibliotheek aldaar een veel bredere collectie tot mijn beschikking. Vooral de boeken van Arendsoog, De schippers van de Kameleon, Thea Beckman en Jan Terlouw verslond ik. Stiekem droomde ik er als jongen van een eigen bibliotheek om me heen te verzamelen – des te bijzonderder dat ik uiteindelijk in de bibliotheeksector terechtgekomen ben.
Hoe is je loopbaan verlopen? Hoe kwam je bij de bibliotheek terecht?
Toen ik naar het vwo ging, voerde ik daar niet veel uit en kwam op de mavo terecht.Wel bleef ik altijd lezen. Ik ontwikkelde steeds meer interesse in politiek, waardoor ik met een aantal tussenstappen alsnog bestuurskunde in Groningen kon gaan studeren. Na mijn studie ging ik bij verschillende gemeentes werken, waar ik vaak het onderwijs onder mijn hoede had. Dat motiveerde me zelfs om onderwijskunde te gaan studeren.
Jan Hoogenberg had als klein jongetje al de wens om een eigen bibliotheek te hebben. Na enkele omzwervingen bij de overheid en in het onderwijs heeft hij die droom nu waargemaakt als directeur van de Bibliotheek Enschede.
‘Ik moet altijd iets omhanden hebben’
Jan Hoogenberg: ‘Op de foto ons gezin met het pasgeboren kleinkind van goede vrienden van ons, ons leenkleinkind’.
Rond 2000 werd ik door een ROC benaderd met de vraag of ik daar directeur wilde worden. Dat leek me een grote eer. Een van de uitdagingen was om de internationale schakelklassen draaiende te houden, een andere om ook de volwasseneducatie op gang te brengen. Dat heb ik in goede banen kunnen leiden.
Na zeven jaar vond ik het mooi geweest: er ontstond steeds meer een vergadercultuur, terwijl ik juist meer een aanpakker ben. Toen kwam de kans voorbij om directeur te worden van de Bibliotheek Noordwest Veluwe. Die kans greep ik met beide handen aan. Ik had bij het ROC eerder met de bibliotheek samengewerkt: we zorgden ervoor dat NT2’ers gebruik konden maken van onze collectie. Het leek me een interessante sector, waar ik graag meer wilde weten.
Wat voor situatie trof je aan bij de bibliotheek?
De organisatie had net een fusie achter de rug, maar die was nog niet helemaal geslaagd. Ik zag hoeveel er te doen was, onder meer op het gebied van laaggeletterdheid. Al enkele jaren na mijn aanstelling, in 2011, kwamen er reusachtige bezuinigingen onze kant op. Met name de gemeente Harderwijk deelde harde klappen uit: die besloot driekwart van het budget voor de bibliotheek te saneren. Dat hakte er flink in. We hebben toen verschillende acties gevoerd, met veel steun vanuit de lokale bevolking en de media, waardoor we de bezuinigingen wisten terug te brengen tot 45 procent.
Van dat proces leerde ik: als je bedreigd wordt, kun je in je schulp kruipen, maar je kunt ook proberen er samen bovenop te komen. Uiteindelijk hebben we een financieel gezonde organisatie kunnen neerzetten, die in harmonie met de gemeente opereerde. Dat maakt het werk voor mij leuk: niet alleen de boeken, maar alles eromheen.
In mijn tijd daar verlegden we de focus van de collectie naar onze bredere dienstverlening, met een grote rol voor educatie, waar mijn hart stiekem nog steeds lag. Toen dat proces eenmaal doorlopen was, en we meerdere reorganisaties en verhuizingen hadden meegemaakt, zat ik er bijna tien jaar. Het voelde alsof het tijd was om iets anders te gaan doen, dus ik begon om me heen te kijken. Ik merkte hoe gelukkig ik werd van de culturele sector, maar wilde wel graag een functie in een grote stad – die complexe bestuurlijke processen trokken me.
Hoe kwam je vervolgens in Enschede terecht?
Toen in 2018 de vacature voor de functie van directeur bij de Bibliotheek Enschede kwam, voelde het alsof die mij op het lijf geschreven was. Ook daar was flink wat te doen, onder meer op het gebied van digitalisering. Het voelde een beetje alsof ik tien jaar terug in de tijd ging: de omslag naar de maatschappelijk-educatieve bibliotheek was daar nog niet ingezet; dat pakten andere partijen in het werkgebied op. Daarin heb ik de afgelopen vijf jaar verandering geprobeerd te brengen. Inmiddels durf ik wel te zeggen dat we voorop lopen in alle ontwikkelingen. Daarbij hebben we misschien zelfs profijt gehad van de coronacrisis: die zette veel vernieuwingen in gang. De huisvesting blijft wel een aandachtspunt: we moeten nog steeds met een aantal vestigingen aan de slag om die een update te geven. De financiering daarvoor rondkrijgen blijkt ingewikkeld. De SPUK-gelden helpen ons daar wel enorm bij: daardoor kunnen we de komende periode in elk geval twee vestigingen aanpakken.
Is werken bij de bibliotheek anders dan in andere sectoren? Wat is het verschil?
Bibliotheekmedewerkers zijn ongelooflijk betrokken: de bieb voelt als een deel van henzelf. Dat eigenaarschap zouden mensen in andere sectoren ook wat meer mogen voelen. Ook het contact met de klant is waardevol. In andere branches, met name bij de overheid, mag men ook wel wat vaker de hort op gaan om de situatie in de praktijk te zien.
Hoe zou je je leiderschapsstijl typeren?
Ik zie mezelf als een coachende leidinggevende. Daar heb ik in de loop van de jaren wel een hoop stappen in gezet: toen ik 25 jaar geleden begon als directeur, moest ik nog ongelooflijk veel leren. Een van mijn uitdagingen is dat ik een vrij snelle denker ben, dus ik moet ervoor zorgen dat ik niet te ver voor de troepen uit loop. Ook heb ik steeds meer geleerd om zaken aan andere mensen over te laten. Als je je verantwoordelijk voelt voor je werk, is het extra mooi als je dat gevoel kunt omzetten in doelen en daden. We werken binnen de organisatie steeds meer toe naar zelfsturende teams. Die manier van leidinggeven past bij mij.
Jan Hoogenberg, directeur Bibliotheek Enschede
TEKST: ANNE VAN DEN DOOL • FOTO’S: ZIE CREDITS langs zijkant
Jan Hoogenberg: ‘Ik zie mezelf als een coachende leidinggevende. Daar heb ik in de loop van de jaren wel een hoop stappen in gezet: toen ik 25 jaar geleden begon als directeur, moest ik nog ongelooflijk veel leren.’
MANAGEMENT