Foto's: Stella Dekker Fotografie
Foto: Eimer Wieldraaijer
Foto: Stella Dekker Fotografie
Jolanda Robben en Albert Buring.
De lancering van de mobiele Bibliotheek.
Lezen, leren en ontmoeten dichtbij voor alle Groningers
Mobiele Bibliotheek:
speels zusje van vaste vestiging
Bedrijfsvoering
Tekst: Eimer Wieldraaijer • Foto’s:
zie credits langs zijkant
Van links naar rechts: Agmar van Rijn (Biblionet Groningen), Michael Bijmolt (By.baikel), Paul Mulder en Albert Buring (Paul&Albert), Jolanda Robben (Biblionet Groningen) poseren bij de Vertelly: een vierkante witte kast op wielen met een rode mond daar bovenop. Je kunt er horen wat anderen van een boek vonden of zelf een review inspreken.
Wat als “de bibliotheek dichtbij” niet langer betekent dat je naar een ander dorp moet, maar dat zij naar jou toe komt - met collectie, interactieve producten en professionals? Biblionet Groningen werkt sinds 2020, samen met provincie en negen gemeenten, aan een mobiele bibliotheek die verder gaat dan de klassieke bibliobus. De inzet: fysieke én mentale afstand overbruggen, aansluiten bij bestaande ontmoetingsplekken en de komende zorgplicht uit de wet vertalen naar een flexibel, schaalbaar model dat inwoners prikkelt er op diverse manieren mee aan de slag te gaan.
Vertelly
Wie een mobiele bibliotheek ontwerpt, botst op zaken die in een gebouw minder spelen: gewicht, maatvoering, transport, opslag, opbouwtijd. Buring: ‘Je moet een kast of balie bijvoorbeeld gemakkelijk mee kunnen nemen. Ze moeten niet te zwaar zijn en door deuren passen.’ Tegelijkertijd wilde Biblionet geen utilitair meubelpakket ontwikkelen, maar de gebruikers een unieke ervaring aanbieden. ‘De producten moesten meer zijn dan een rijdende kast of een rijdende balie. Waar we op mikten, zijn interactieve installaties die nieuwsgierigheid oproepen. Dingen waarvan mensen denken: hé, dit is leuk. Concreet voorbeeld is de Vertelly: een vierkante witte kast op wielen met een rode mond daar bovenop. Je kunt er horen wat anderen van een boek vonden of zelf een review inspreken. Na verloop van tijd ontstaat zo een database van mensen die iets van het boek vinden.’
Respons
De bibliotheekwet noemt ook ontmoeting, debat en maatschappelijke dialoog. Hoe faciliteer je dat in een mobiele setting? Robben: ‘Eind vorig jaar hebben we drie maanden lang een pilot gedaan in negen gemeenten. In elke gemeente hebben we één plek uitgekozen waar we een dagdeel in de week drie uur lang aanwezig waren, waarbij de locaties varieerden van dorpshuizen tot een plek in een verzorgingshuis. Een dorpshuisvoorzitter in Pieterburen vatte die ervaring als volgt samen: ‘Het was zo bijzonder, het was net een gezellig marktplein. Mensen kwamen binnenlopen, een boekje halen, even een kopje koffiedrinken.
Ze gingen digitale vragen stellen, begonnen elkaar te helpen.’ De respons van inwoners is eenduidig positief: mensen zijn heel blij dat we er als bibliotheek weer zijn. In enquêtes komt die positieve indruk ook terug. Daarin zegt men dingen als: ‘Ik kom weer gewoon mijn buurtgenoten tegen, het is echt een plek van ontmoeting, ik kan mijn boeken gewoon weer halen’. De mobiele Bibliotheek draagt in die zin ontegenzeglijk bij aan de verbinding in het dorp. Vergeet niet dat veel voorzieningen in kleine kernen zijn weggevallen. En nu komt er eindelijk iets terug. Dat geeft mensen het gevoel dat ze gezien en gewaardeerd worden.’
Na de pilotfase volgt opschaling. Robben: ‘We zien 2026 een beetje als overbruggingsjaar. Als alles volgens plan verloopt, geschiedt structurele borging in 2027. Dat het concept van de Groningse mobiele Bibliotheek in een behoefte voorziet, bleek onder meer tijdens een presentatie. Robben: ‘Vanuit het hele land was er belangstelling. Met onze collega’s in Nederland willen we graag delen wat we aan het doen zijn, ook al in deze fase.’ Dat kan leiden tot inspiratie, maar eveneens tot opschaalbare producten. ‘Het kan zijn dat iemand zegt: “Te gek, Groningen. Kunnen wij die meubels en die objecten kopen?” Daar werken we wel naartoe.’
Buring: ‘We hebben een soort blauwdruk te pakken, maar het is zeker niet zo dat het nu af is. Het concept wordt steeds doorontwikkeld, en welke producten wel en niet succesvol zijn zal de praktijk leren. Het ene zal aanslaan, en er zullen wellicht ook dingen afvallen.’ Robben vat de identiteit van het concept samen in een pakkend beeld: ‘De mobiele Bibliotheek is het speelse zusje van een vaste vestiging.’ Met een duidelijk kenmerk: ‘Ze moet altijd die speelsheid en die bewegelijkheid blijven houden. Dat is de essentie.’
Modulair werken
De vertaalslag van visie naar uitvoering leidde tot het ontwerpprincipe van modulariteit. ‘We moeten de mobiele Bibliotheek kunnen aanpassen aan de lokale context,’ zegt Robben. ‘Per dorp dienen we te kunnen bepalen: wat is daar nodig? Wat gaat in elk geval mee? Dat is bijvoorbeeld altijd een deel van de collectie, maar ook het IDO, Taalhuis, programma’s als Klik & Tik of DigiSterker. Het gaat niet alleen om een kast met uitleenmateriaal, maar juist om een samenhang van functies die je op verschillende schaalniveaus kunt aanbieden, met professionals die het gesprek kunnen voeren en die de verbinding met partners kunnen leggen.’ Dat raakt aan een breder sectorvraagstuk: hoe organiseer je professionaliteit in een verspreid model? Antwoord van Biblionet: zie de bibliotheek niet als monolithisch gebouw, maar als pakket van modules dat op de juiste plek en tijd inzetbaar is. Daarnaast moest de mobiele Bibliotheek een duidelijke “presence” krijgen.
Om die vertaalslag te maken kwam men uit bij het designduo Paul Mulder en Albert Buring. De ontwerpers beschrijven hun praktijk als het materialiseren van verhalen. Buring: ‘Wij zeggen weleens: er zweven heel veel verhalen in de lucht. Wat wij doen is die verhalen pakken en in een jasje gieten.’
Met de mobiele Bibliotheek brengt Biblionet Groningen een pop-up-voorziening, ontworpen door het designduo Paul & Albert, naar dorpen en kleine kernen. Ook daar waar geen vaste bibliotheek meer is, kunnen inwoners er dan toch terecht voor lezen, leren en ontmoeten. Startpunt van het project was een bestuurlijke en inhoudelijke heroriëntatie. In 2020, vertelt Jolanda Robben, senior-adviseur van Biblionet Groningen, is ‘vanuit het gezamenlijk opdrachtgeverschap van de provincie en onze negen gemeenten gekeken naar de huisvesting en logica van het bibliotheeknetwerk: hoe zit dat netwerk nou in elkaar?’ Die analyse leidde tot een kernvraag die bibliotheekorganisaties in heel Nederland ongetwijfeld herkennen: hoe borg je de nabijheid en toegankelijkheid van de bibliotheek als demografie, mobiliteit, voorzieningenstructuur en gemeentelijke budgetten veranderen? In het hoge noorden is geconcludeerd: ‘De ambitie die we met elkaar hebben is om dichtbij én toegankelijk te zijn. Daarvoor heb je uiteraard je vestigingen, maar er is meer nodig.’
Vanaf 2021 werd die vraag expliciet gemaakt: ‘Hoe kunnen we de bibliotheek daadwerkelijk naar de mensen toe brengen en aantrekkelijk maken voor alle inwoners van een gemeente?’ Waarbij het antwoord dus meer moest zijn dan een optelsom van vierkante meters, openingsuren en uitleencijfers. Biblionet verbond het vraagstuk aan dienstverlening, aan partnerschappen en aan een bredere opvatting van de bibliotheek als publieke voorziening.
Diensten
Gedurende de verkenningsfase werd breed gekeken naar mogelijke uitwerkingsvormen. Robben: ‘Wij zijn begonnen met kijken naar bestaande opties. Wat is er op dat vlak in het buitenland, wat is er in Nederland?’ Daarbij werd volgens haar direct zichtbaar dat je als bibliotheekorganisatie al snel verschuift van “plek” naar “dienst”: ‘Je merkt dan dat je de oplossing moet zoeken aan de dienstverleningskant. Het antwoord dat je zoekt zit niet in een gebouw, in stenen, maar meer in diensten, in de functies van de bieb.’
Die verschuiving kreeg in Groningen letterlijk wielen. Met innovatiegeld van de provincie werd een expeditiebus omgebouwd tot een programmabus. ‘Daarmee zijn we gaan rijden naar wijken en dorpen. Niet om een eindmodel te tonen, maar om te leren, om te kijken waaraan behoefte is.’ Die “leerbus” past bij een benadering die in de sector steeds vaker opduikt: niet eerst een grote investering doen, maar iets interactief ontwikkelen in de praktijk. In zo’n traject, zegt Robben, ontdek je waar de echte hobbels en drempels zitten.’
Mentale afstand
Een van de scherpste observaties die men deed, is dat afstand niet alleen geografisch is. ‘Naast de fysieke afstand bestaat er ook zoiets als mentale afstand.’ Dat gaat volgens Robben over herkenning, eigenaarschap en zich ergens thuis voelen: ‘Is de bibliotheek ook echt de plek voor mij? Kan ik daar iets halen? Voel ik mij er thuis? Die mentale afstand is misschien wel net zo belangrijk,’ klinkt het. Dat heeft consequenties voor de rolopvatting van de bibliotheek. ‘Je kunt als bibliotheek wachten tot mensen bij jou binnenstappen, maar je kunt ook zeggen: wij nemen verantwoordelijkheid om die brug te slaan naar de gebruiker.’ Dit past bij de manier waarop bibliotheken de laatste jaren hun maatschappelijke opdracht formuleren: niet alleen faciliteren, maar actief drempels verlagen.
Zorgplicht
Zodra een bibliotheekorganisatie mobiel gaat, wordt al snel gedacht aan de bibliobus. Robben herkent dat: ‘Als je denkt aan een mobiele bibliotheek, dan denk je al vrij snel aan een bibliobus, maar volgens ons schiet die vorm tekort als het gaat om de volwaardige bibliotheekvoorziening die de Wsob beoogt. Inwoners van een gemeente moeten volgens die wet op een redelijke afstand toegang hebben tot een volwaardige bibliotheek. Dat gaf ons echt een duw in de rug. Het was de bevestiging van een reeds ingezette koers: de zorgplicht die de overheid oplegt, hanteerden wij reeds als uitgangspunt.’ Maar hoe vertaal je die zorgplicht in een provincie die, zoals Robben het noemt, ‘uitgestrekt en dunbevolkt’ is? Groningen kent immers geen stedelijke compactheid, maar is een landschap van kernen, dorpen, buurtschappen en qua oppervlakte grote gemeenten met tientallen woonkernen.
Om die reden zocht Biblionet de oplossing in een model dat niet afhankelijk is van stenen. Beter gezegd: men ging niet uit van het bouwen van nieuwe vestigingen. In plaats daarvan zocht men de aansluiting bij het bestaande sociaal-culturele ecosysteem. ‘Hoewel er veel is verdwenen, zijn er nog steeds plekken in Groningen waar mensen samenkomen, waar wij als bibliotheek iets extra’s kunnen toevoegen, waar we elkaar kunnen versterken. Denk aan dorpshuizen, MFC’s, schoolgemeenschappen, leegstaande kerken. Allemaal plekken waar we de bibliotheek naartoe kunnen brengen. Zeg maar: plekken die al betekenis hebben, aanvullen en versterken met diensten en producten van de bibliotheek.’
Bibliotheekblad 5 • mei / juni 2026
Vertelly
Wie een mobiele bibliotheek ontwerpt, botst op zaken die in een gebouw minder spelen: gewicht, maatvoering, transport, opslag, opbouwtijd. Buring: ‘Je moet een kast of balie bijvoorbeeld gemakkelijk mee kunnen nemen. Ze moeten niet te zwaar zijn en door deuren passen.’ Tegelijkertijd wilde Biblionet geen utilitair meubelpakket ontwikkelen, maar de gebruikers een unieke ervaring aanbieden. ‘De producten moesten meer zijn dan een rijdende kast of een rijdende balie. Waar we op mikten, zijn interactieve installaties die nieuwsgierigheid oproepen. Dingen waarvan mensen denken: hé, dit is leuk. Concreet voorbeeld is de Vertelly: een vierkante witte kast op wielen met een rode mond daar bovenop. Je kunt er horen wat anderen van een boek vonden of zelf een review inspreken. Na verloop van tijd ontstaat zo een database van mensen die iets van het boek vinden.’
Respons
De bibliotheekwet noemt ook ontmoeting, debat en maatschappelijke dialoog. Hoe faciliteer je dat in een mobiele setting? Robben: ‘Eind vorig jaar hebben we drie maanden lang een pilot gedaan in negen gemeenten. In elke gemeente hebben we één plek uitgekozen waar we een dagdeel in de week drie uur lang aanwezig waren, waarbij de locaties varieerden van dorpshuizen tot een plek in een verzorgingshuis. Een dorpshuisvoorzitter in Pieterburen vatte die ervaring als volgt samen: ‘Het was zo bijzonder, het was net een gezellig marktplein. Mensen kwamen binnenlopen, een boekje halen, even een kopje koffiedrinken.
Ze gingen digitale vragen stellen, begonnen elkaar te helpen.’ De respons van inwoners is eenduidig positief: mensen zijn heel blij dat we er als bibliotheek weer zijn. In enquêtes komt die positieve indruk ook terug. Daarin zegt men dingen als: ‘Ik kom weer gewoon mijn buurtgenoten tegen, het is echt een plek van ontmoeting, ik kan mijn boeken gewoon weer halen’. De mobiele Bibliotheek draagt in die zin ontegenzeglijk bij aan de verbinding in het dorp. Vergeet niet dat veel voorzieningen in kleine kernen zijn weggevallen. En nu komt er eindelijk iets terug. Dat geeft mensen het gevoel dat ze gezien en gewaardeerd worden.’
Na de pilotfase volgt opschaling. Robben: ‘We zien 2026 een beetje als overbruggingsjaar. Als alles volgens plan verloopt, geschiedt structurele borging in 2027. Dat het concept van de Groningse mobiele Bibliotheek in een behoefte voorziet, bleek onder meer tijdens een presentatie. Robben: ‘Vanuit het hele land was er belangstelling. Met onze collega’s in Nederland willen we graag delen wat we aan het doen zijn, ook al in deze fase.’ Dat kan leiden tot inspiratie, maar eveneens tot opschaalbare producten. ‘Het kan zijn dat iemand zegt: “Te gek, Groningen. Kunnen wij die meubels en die objecten kopen?” Daar werken we wel naartoe.’
Buring: ‘We hebben een soort blauwdruk te pakken, maar het is zeker niet zo dat het nu af is. Het concept wordt steeds doorontwikkeld, en welke producten wel en niet succesvol zijn zal de praktijk leren. Het ene zal aanslaan, en er zullen wellicht ook dingen afvallen.’ Robben vat de identiteit van het concept samen in een pakkend beeld: ‘De mobiele Bibliotheek is het speelse zusje van een vaste vestiging.’ Met een duidelijk kenmerk: ‘Ze moet altijd die speelsheid en die bewegelijkheid blijven houden. Dat is de essentie.’
Modulair werken
De vertaalslag van visie naar uitvoering leidde tot het ontwerpprincipe van modulariteit. ‘We moeten de mobiele Bibliotheek kunnen aanpassen aan de lokale context,’ zegt Robben. ‘Per dorp dienen we te kunnen bepalen: wat is daar nodig? Wat gaat in elk geval mee? Dat is bijvoorbeeld altijd een deel van de collectie, maar ook het IDO, Taalhuis, programma’s als Klik & Tik of DigiSterker. Het gaat niet alleen om een kast met uitleenmateriaal, maar juist om een samenhang van functies die je op verschillende schaalniveaus kunt aanbieden, met professionals die het gesprek kunnen voeren en die de verbinding met partners kunnen leggen.’ Dat raakt aan een breder sectorvraagstuk: hoe organiseer je professionaliteit in een verspreid model? Antwoord van Biblionet: zie de bibliotheek niet als monolithisch gebouw, maar als pakket van modules dat op de juiste plek en tijd inzetbaar is. Daarnaast moest de mobiele Bibliotheek een duidelijke “presence” krijgen.
Om die vertaalslag te maken kwam men uit bij het designduo Paul Mulder en Albert Buring. De ontwerpers beschrijven hun praktijk als het materialiseren van verhalen. Buring: ‘Wij zeggen weleens: er zweven heel veel verhalen in de lucht. Wat wij doen is die verhalen pakken en in een jasje gieten.’
Jolanda Robben en Albert Buring.
Wat als “de bibliotheek dichtbij” niet langer betekent dat je naar een ander dorp moet, maar dat zij naar jou toe komt - met collectie, interactieve producten en professionals? Biblionet Groningen werkt sinds 2020, samen met provincie en negen gemeenten, aan een mobiele bibliotheek die verder gaat dan de klassieke bibliobus. De inzet: fysieke én mentale afstand overbruggen, aansluiten bij bestaande ontmoetingsplekken en de komende zorgplicht uit de wet vertalen naar een flexibel, schaalbaar model dat inwoners prikkelt er op diverse manieren mee aan de slag te gaan.
Video: Stichting lezen
Tamar van Gelder wordt per 1 oktober 2024 de nieuwe directeur-bestuurder van Stichting Lezen. Van Gelder (1975) was sinds 2021 voorzitter van de Algemene Onderwijsbond (AOb), die 83.000 medewerkers in het onderwijs en onderzoek vertegenwoordigt. Van 2016 tot 2021 was zij bij de AOb algemeen secretaris. Daarvoor werkte ze als opleidingsmanager bij het ROC Amsterdam en was ze mede-oprichter van de Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO). Ze is lid van de Raad van Advies SER Diversiteit in Bedrijf en voorzitter van de Stichting van het Onderwijs.
De lancering van de mobiele Bibliotheek.
Bibliotheekblad 5 • mei / juni 2026
Tekst: Eimer Wieldraaijer • Foto’s:
zie credits langs zijkant
Mobiele Bibliotheek:
speels zusje van vaste vestiging
Van links naar rechts: Agmar van Rijn (Biblionet Groningen), Michael Bijmolt (By.baikel), Paul Mulder en Albert Buring (Paul&Albert), Jolanda Robben (Biblionet Groningen) poseren bij de Vertelly: een vierkante witte kast op wielen met een rode mond daar bovenop. Je kunt er horen wat anderen van een boek vonden of zelf een review inspreken.
Lezen, leren en ontmoeten dichtbij voor alle Groningers
Bedrijfsvoering
Met de mobiele Bibliotheek brengt Biblionet Groningen een pop-up-voorziening, ontworpen door het designduo Paul & Albert, naar dorpen en kleine kernen. Ook daar waar geen vaste bibliotheek meer is, kunnen inwoners er dan toch terecht voor lezen, leren en ontmoeten. Startpunt van het project was een bestuurlijke en inhoudelijke heroriëntatie. In 2020, vertelt Jolanda Robben, senior-adviseur van Biblionet Groningen, is ‘vanuit het gezamenlijk opdrachtgeverschap van de provincie en onze negen gemeenten gekeken naar de huisvesting en logica van het bibliotheeknetwerk: hoe zit dat netwerk nou in elkaar?’ Die analyse leidde tot een kernvraag die bibliotheekorganisaties in heel Nederland ongetwijfeld herkennen: hoe borg je de nabijheid en toegankelijkheid van de bibliotheek als demografie, mobiliteit, voorzieningenstructuur en gemeentelijke budgetten veranderen? In het hoge noorden is geconcludeerd: ‘De ambitie die we met elkaar hebben is om dichtbij én toegankelijk te zijn. Daarvoor heb je uiteraard je vestigingen, maar er is meer nodig.’
Vanaf 2021 werd die vraag expliciet gemaakt: ‘Hoe kunnen we de bibliotheek daadwerkelijk naar de mensen toe brengen en aantrekkelijk maken voor alle inwoners van een gemeente?’ Waarbij het antwoord dus meer moest zijn dan een optelsom van vierkante meters, openingsuren en uitleencijfers. Biblionet verbond het vraagstuk aan dienstverlening, aan partnerschappen en aan een bredere opvatting van de bibliotheek als publieke voorziening.
Diensten
Gedurende de verkenningsfase werd breed gekeken naar mogelijke uitwerkingsvormen. Robben: ‘Wij zijn begonnen met kijken naar bestaande opties. Wat is er op dat vlak in het buitenland, wat is er in Nederland?’ Daarbij werd volgens haar direct zichtbaar dat je als bibliotheekorganisatie al snel verschuift van “plek” naar “dienst”: ‘Je merkt dan dat je de oplossing moet zoeken aan de dienstverleningskant. Het antwoord dat je zoekt zit niet in een gebouw, in stenen, maar meer in diensten, in de functies van de bieb.’
Die verschuiving kreeg in Groningen letterlijk wielen. Met innovatiegeld van de provincie werd een expeditiebus omgebouwd tot een programmabus. ‘Daarmee zijn we gaan rijden naar wijken en dorpen. Niet om een eindmodel te tonen, maar om te leren, om te kijken waaraan behoefte is.’ Die “leerbus” past bij een benadering die in de sector steeds vaker opduikt: niet eerst een grote investering doen, maar iets interactief ontwikkelen in de praktijk. In zo’n traject, zegt Robben, ontdek je waar de echte hobbels en drempels zitten.’
Mentale afstand
Een van de scherpste observaties die men deed, is dat afstand niet alleen geografisch is. ‘Naast de fysieke afstand bestaat er ook zoiets als mentale afstand.’ Dat gaat volgens Robben over herkenning, eigenaarschap en zich ergens thuis voelen: ‘Is de bibliotheek ook echt de plek voor mij? Kan ik daar iets halen? Voel ik mij er thuis? Die mentale afstand is misschien wel net zo belangrijk,’ klinkt het. Dat heeft consequenties voor de rolopvatting van de bibliotheek. ‘Je kunt als bibliotheek wachten tot mensen bij jou binnenstappen, maar je kunt ook zeggen: wij nemen verantwoordelijkheid om die brug te slaan naar de gebruiker.’ Dit past bij de manier waarop bibliotheken de laatste jaren hun maatschappelijke opdracht formuleren: niet alleen faciliteren, maar actief drempels verlagen.
Zorgplicht
Zodra een bibliotheekorganisatie mobiel gaat, wordt al snel gedacht aan de bibliobus. Robben herkent dat: ‘Als je denkt aan een mobiele bibliotheek, dan denk je al vrij snel aan een bibliobus, maar volgens ons schiet die vorm tekort als het gaat om de volwaardige bibliotheekvoorziening die de Wsob beoogt. Inwoners van een gemeente moeten volgens die wet op een redelijke afstand toegang hebben tot een volwaardige bibliotheek. Dat gaf ons echt een duw in de rug. Het was de bevestiging van een reeds ingezette koers: de zorgplicht die de overheid oplegt, hanteerden wij reeds als uitgangspunt.’ Maar hoe vertaal je die zorgplicht in een provincie die, zoals Robben het noemt, ‘uitgestrekt en dunbevolkt’ is? Groningen kent immers geen stedelijke compactheid, maar is een landschap van kernen, dorpen, buurtschappen en qua oppervlakte grote gemeenten met tientallen woonkernen.
Om die reden zocht Biblionet de oplossing in een model dat niet afhankelijk is van stenen. Beter gezegd: men ging niet uit van het bouwen van nieuwe vestigingen. In plaats daarvan zocht men de aansluiting bij het bestaande sociaal-culturele ecosysteem. ‘Hoewel er veel is verdwenen, zijn er nog steeds plekken in Groningen waar mensen samenkomen, waar wij als bibliotheek iets extra’s kunnen toevoegen, waar we elkaar kunnen versterken. Denk aan dorpshuizen, MFC’s, schoolgemeenschappen, leegstaande kerken. Allemaal plekken waar we de bibliotheek naartoe kunnen brengen. Zeg maar: plekken die al betekenis hebben, aanvullen en versterken met diensten en producten van de bibliotheek.’