Leesopvoeding door ouders is het 68e onderzoek dat door GfK is uitgevoerd in opdracht van Stichting Marktonderzoek Boekenvak (SMB): een samenwerkingsverband tussen de Koninklijke Boekverkopersbond, Groep Algemene Uitgevers, CPNB, Stichting Lezen en de KB. Sinds 2007 laat SMB consumentenonderzoek uitvoeren naar het lezen, kopen en lenen van boeken. Jaarlijks wordt één algemeen onderzoek uitgevoerd en drie onderzoeken naar specifieke thema’s. Alle onderzoeksrapporten zijn HIER verzameld.

Over het onderzoek

In deze video uit maart 2024, leggen Maartje Spoelstra, onderwijsspecialist van de Bibliotheek van Schiedam en presentator Emma Matthee, het belang van voorlezen uit.

Twee derde van de ouders leest dagelijks aan hun kind voor, acht op de tien ouders doet dit (minstens) wekelijks.

Voorlezen en bezig zijn met boeken en verhalen stimuleert de taalontwikkeling, leesvaardigheid en schoolprestaties van kinderen.1 Ouders spelen hierin een cruciale rol. Maar hoe denken zij over het belang van lezen, en wat doen ze precies aan leesopvoeding? Waaraan hebben ze behoefte bij de leesopvoeding van hun kinderen, en hoe kan de bibliotheek hierbij helpen? Nieuw onderzoek door GfK onder duizend ouders met kinderen van 0 tot en met 12 jaar biedt hierover inzichten én ideeën.2


Wat doen ouders aan leesopvoeding?

TEKST: Bjorn Schrijen, adviseur onderzoek en kennisdeling bij de KB, de nationale bibliotheek • Foto: Shutterstock • Grafieken: GfK en Stichting Marktonderzoek Boekenvak (SMB) • Video: de Bibliotheek Schiedam

Bronnen en noten

1. Zie bijvoorbeeld Stichting Lezen (2021). Voorlezen: boost voor taal en lezen.

2. Nagelhout, E., Richards, C. & Qing, L. (2024). Themameting: Leesopvoeding door ouders. 1e themameting 2024 (meting 68). Amstelveen: GfK, in opdracht van Stichting Marktonderzoek Boekenvak.

3. Leesopvoeding is in het onderzoek gedefinieerd als ‘het verbeteren van het leesplezier en het leesgedrag van uw kind en het interesseren van uw kind voor boeken en verhalen. Bijvoorbeeld door samen naar de bibliotheek te gaan, voor te lezen of samen zelf (stil) een boek te lezen’.

4. Zie bijvoorbeeld: Nagelhout, E., Richards, C. & Qing, L. (2023). In de leeswereld van jongeren. Boeken lezen, lenen en kopen (meting 64). Amstelveen: GfK, in opdracht van Stichting Marktonderzoek Boekenvak; Gubbels, J., Langen, A. van, Maassen, N. & Meelissen, M. (2019). Resultaten PISA-2018 in vogelvlucht. Enschede: Universiteit: Twente; KVB Boekwerk (2024). Wie is de lezer: 2023.

5. CBS (2023). Emancipatiemonitor 2022. Den Haag/Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Mogelijk heeft dit ermee te maken dat deze oudere kinderen naar school gaan, waar ook een deel van de leesopvoeding plaatsvindt. Van de ouders met schoolgaande kinderen (4 t/m 12 jaar) vindt ongeveer 1 op de 3 ouders dat de verantwoordelijkheid voor leesopvoeding merendeels of volledig bij de school ligt. Daarnaast speelt de interesse van kinderen zelf mee. Kinderen van 6 t/m 12 jaar vinden het (volgens hun ouders) minder leuk om voorgelezen te worden of om zelf te lezen dan kinderen van 0 t/m 5 jaar. Bovendien beginnen bij oudere kinderen schermen en andere interesses een grotere concurrentie voor het lezen te vormen.

Verschillen tussen meisjes en jongens, moeders en vaders
Uit verschillende onderzoeken weten we dat meisjes en vrouwen significant meer leesplezier ervaren en ook meer lezen dan jongens en mannen.4 Dat verschil is al in de vroege leesopvoeding te zien. Bij meisjes vinden ouders lezen vaker een van de belangrijkste activiteiten (78%) dan bij jongens (70%). Dit is vooral zo bij de jongste doelgroep van 0-5 jaar. Daarnaast spelen moeders bij vrijwel alle leesactiviteiten een grotere rol dan vaders. Ruim 7 op de 10 moeders geeft dan ook aan dat zij de belangrijkste rol in de leesopvoeding van hun kind spelen, terwijl dit maar voor een kwart van de vaders het geval is. Dit hangt er ook mee samen dat moeders gemiddeld meer tijd besteden aan de zorg van hun kinderen. Bij ruim de helft van de ouders besteedt de vrouw hier meer tijd aan, bij 35% is deze zorg gelijk verdeeld.5

De rol van de bibliotheek
Het onderzoek onderstreept het belang van de bibliotheek bij leesopvoeding. Ruim 8 op de 10 ouders bezoeken wel eens de bibliotheek met hun kind. De bibliotheek is bovendien de plek waar zij het vaakst aan tips over boeken en leesopvoeding komen, en ook de plek waar ze het vaakst nieuwe kinderboeken halen.

Daarnaast bieden de onderzoeksresultaten aanknopingspunten voor ideeën om de leesopvoeding van ouders verder te ondersteunen. Zo valt op dat ouders het vaakst aan leesopvoeding doen vanwege het belang voor de taalontwikkeling en schoolprestaties. Andere voordelen van voorlezen (zoals ontspanning, het creëren van een band, plezier en meer leren over de wereld en over anderen) worden minder vaak benoemd. Het is dan ook waardevol om deze voordelen van (voor)lezen onder het voetlicht te blijven brengen. Vaders en ouders van iets oudere kinderen lijken daarbij in het bijzonder belangrijke doelgroepen.

Ook geeft het onderzoek meer inzicht in de momenten waarop ouders met hun kind de bibliotheek bezoeken. Dat zijn vanzelfsprekend leen- en terugbrengmomenten, maar voor circa 1 op de 8 ouders van kinderen t/m 5 jaar zijn ook activiteiten en evenementen (rondom kinderboeken) redenen om de bieb te bezoeken. Ouders van kinderen van 6 t/m 12 jaar bezoeken relatief vaak de bibliotheek als hun kind zin heeft om te lezen, tijdens een vakantie of als hun kind meer over een onderwerp wil weten.

Ten slotte is een interessante bevinding dat ongeveer 1 op de 6 ouders van kinderen van 6 t/m 12 jaar hun kind beloont voor het lezen. Ouders geven bijvoorbeeld iets lekkers, schermtijd, zakgeld of een cadeautje als hun kind een bepaalde tijd of titel gelezen heeft. Er zijn mogelijkheden waarop ook de bibliotheek een rol hierin kan spelen. Zo biedt een aantal bibliotheken op hun website een leesbingokaart aan, met daarop opdrachten als het lezen van een boek onder de keukentafel, na het avondeten of samen met een knuffel. Ouders kunnen deze bingokaart gebruiken om hun kinderen te stimuleren te lezen, eventueel in ruil voor een beloning bij een volle bingokaart. Een vergelijkbaar idee is om als bibliotheek een bingokaart te ontwikkelen met opdrachten over boeken (bv. lees een stripboek, een boek met 200 pagina’s of een boek met een kat op de voorkant), die kinderen kunnen laten afstempelen wanneer ze een boek uitlenen dat aan de bingokaart voldoet.

Leesopvoeding voor meerdere generaties
De resultaten van het onderzoek gaan over leesopvoeding bij de eigen kinderen, maar reiken eigenlijk nog verder. Het onderzoek toont namelijk dat ouders die vroeger zelf veel zijn voorgelezen, nu ook meer voorlezen aan hun eigen kinderen. Dat maakt leesopvoeding door ouders – en de ondersteuning daarbij door bibliotheken – dubbel belangrijk. Het biedt niet alleen voordelen voor hun eigen kinderen, maar kan er ook aan bijdragen dat die het lezen later weer doorgeven aan hún kinderen.

Een belangrijke conclusie van het onderzoek: ouders vinden (voor)lezen duidelijk belangrijk. Samen met buitenspelen en sporten wordt (voor)lezen het vaakst genoemd als belangrijkste activiteit voor de ontwikkeling van het kind. Vrijwel alle ouders geven daarnaast aan dat zij leesopvoeding belangrijk vinden, dat zij het belangrijk vinden dat hun kind plezier heeft in het lezen en dat hun kind thuis zelf een boek kan pakken. Ouders besteden vooral aandacht aan leesopvoeding voor de taalontwikkeling, omdat het leerzaam is voor hun kind of omdat ze het belangrijk vinden voor de toekomst van hun kind.

Het belang dat ouders aan (voor)lezen hechten, blijkt ook uit hun voorleesgedrag. Twee derde van de ouders leest dagelijks aan hun kind voor, acht op de tien ouders doet dit (minstens) wekelijks. Het voorleesgedrag is daarmee gelijk aan 2017, toen dit onderzoek ook werd uitgevoerd. Gemiddeld lezen ouders zestien minuten per keer voor. Meestal wordt hiervoor een papieren boek gebruikt, maar bij een deel van de ouders gebruikt het kind ook wel eens (samen of zelfstandig) een luisterboek (16%) of digitaal boek (10%).

Naast voorlezen omvat de leesopvoeding ook andere activiteiten. De meest voorkomende activiteiten die ouders uitvoeren, zijn het aanmoedigen om te lezen, het praten over gelezen boeken, het stimuleren van lezen in de schoolvakanties, en het geven van het goede voorbeeld door zelf stil te lezen.

Leesopvoeding neemt af als kinderen ouder worden
Hoewel ouders leesopvoeding belangrijk vinden en hier op verschillende manieren aan werken, neemt de intensiteit hiervan af als kinderen ouder worden. Zo leest 94% van de ouders met kinderen van 0 t/m 5 jaar wekelijks voor, terwijl van de ouders met kinderen van 6 t/m 12 jaar nog maar 67% dit doet. Ook zegt 88% van de ouders met kinderen van 0 t/m 5 jaar (veel) aandacht aan leesopvoeding te geven, ten opzichte van 70% van de ouders met kinderen van 6 t/m 12 jaar.

Bibliotheekblad 7 • september 2024

Onderzoek

Leesopvoeding door ouders is het 68e onderzoek dat door GfK is uitgevoerd in opdracht van Stichting Marktonderzoek Boekenvak (SMB): een samenwerkingsverband tussen de Koninklijke Boekverkopersbond, Groep Algemene Uitgevers, CPNB, Stichting Lezen en de KB. Sinds 2007 laat SMB consumentenonderzoek uitvoeren naar het lezen, kopen en lenen van boeken. Jaarlijks wordt één algemeen onderzoek uitgevoerd en drie onderzoeken naar specifieke thema’s. Alle onderzoeksrapporten zijn HIER verzameld.

Bronnen en noten

1. Zie bijvoorbeeld Stichting Lezen (2021). Voorlezen: boost voor taal en lezen.

2. Nagelhout, E., Richards, C. & Qing, L. (2024). Themameting: Leesopvoeding door ouders. 1e themameting 2024 (meting 68). Amstelveen: GfK, in opdracht van Stichting Marktonderzoek Boekenvak.

3. Leesopvoeding is in het onderzoek gedefinieerd als ‘het verbeteren van het leesplezier en het leesgedrag van uw kind en het interesseren van uw kind voor boeken en verhalen. Bijvoorbeeld door samen naar de bibliotheek te gaan, voor te lezen of samen zelf (stil) een boek te lezen’.

4. Zie bijvoorbeeld: Nagelhout, E., Richards, C. & Qing, L. (2023). In de leeswereld van jongeren. Boeken lezen, lenen en kopen (meting 64). Amstelveen: GfK, in opdracht van Stichting Marktonderzoek Boekenvak; Gubbels, J., Langen, A. van, Maassen, N. & Meelissen, M. (2019). Resultaten PISA-2018 in vogelvlucht. Enschede: Universiteit: Twente; KVB Boekwerk (2024). Wie is de lezer: 2023.

5. CBS (2023). Emancipatiemonitor 2022. Den Haag/Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Over het onderzoek

Mogelijk heeft dit ermee te maken dat deze oudere kinderen naar school gaan, waar ook een deel van de leesopvoeding plaatsvindt. Van de ouders met schoolgaande kinderen (4 t/m 12 jaar) vindt ongeveer 1 op de 3 ouders dat de verantwoordelijkheid voor leesopvoeding merendeels of volledig bij de school ligt. Daarnaast speelt de interesse van kinderen zelf mee. Kinderen van 6 t/m 12 jaar vinden het (volgens hun ouders) minder leuk om voorgelezen te worden of om zelf te lezen dan kinderen van 0 t/m 5 jaar. Bovendien beginnen bij oudere kinderen schermen en andere interesses een grotere concurrentie voor het lezen te vormen.

Verschillen tussen meisjes en jongens, moeders en vaders
Uit verschillende onderzoeken weten we dat meisjes en vrouwen significant meer leesplezier ervaren en ook meer lezen dan jongens en mannen.4 Dat verschil is al in de vroege leesopvoeding te zien. Bij meisjes vinden ouders lezen vaker een van de belangrijkste activiteiten (78%) dan bij jongens (70%). Dit is vooral zo bij de jongste doelgroep van 0-5 jaar. Daarnaast spelen moeders bij vrijwel alle leesactiviteiten een grotere rol dan vaders. Ruim 7 op de 10 moeders geeft dan ook aan dat zij de belangrijkste rol in de leesopvoeding van hun kind spelen, terwijl dit maar voor een kwart van de vaders het geval is. Dit hangt er ook mee samen dat moeders gemiddeld meer tijd besteden aan de zorg van hun kinderen. Bij ruim de helft van de ouders besteedt de vrouw hier meer tijd aan, bij 35% is deze zorg gelijk verdeeld.5

De rol van de bibliotheek
Het onderzoek onderstreept het belang van de bibliotheek bij leesopvoeding. Ruim 8 op de 10 ouders bezoeken wel eens de bibliotheek met hun kind. De bibliotheek is bovendien de plek waar zij het vaakst aan tips over boeken en leesopvoeding komen, en ook de plek waar ze het vaakst nieuwe kinderboeken halen.

Daarnaast bieden de onderzoeksresultaten aanknopingspunten voor ideeën om de leesopvoeding van ouders verder te ondersteunen. Zo valt op dat ouders het vaakst aan leesopvoeding doen vanwege het belang voor de taalontwikkeling en schoolprestaties. Andere voordelen van voorlezen (zoals ontspanning, het creëren van een band, plezier en meer leren over de wereld en over anderen) worden minder vaak benoemd. Het is dan ook waardevol om deze voordelen van (voor)lezen onder het voetlicht te blijven brengen. Vaders en ouders van iets oudere kinderen lijken daarbij in het bijzonder belangrijke doelgroepen.

Ook geeft het onderzoek meer inzicht in de momenten waarop ouders met hun kind de bibliotheek bezoeken. Dat zijn vanzelfsprekend leen- en terugbrengmomenten, maar voor circa 1 op de 8 ouders van kinderen t/m 5 jaar zijn ook activiteiten en evenementen (rondom kinderboeken) redenen om de bieb te bezoeken. Ouders van kinderen van 6 t/m 12 jaar bezoeken relatief vaak de bibliotheek als hun kind zin heeft om te lezen, tijdens een vakantie of als hun kind meer over een onderwerp wil weten.

Ten slotte is een interessante bevinding dat ongeveer 1 op de 6 ouders van kinderen van 6 t/m 12 jaar hun kind beloont voor het lezen. Ouders geven bijvoorbeeld iets lekkers, schermtijd, zakgeld of een cadeautje als hun kind een bepaalde tijd of titel gelezen heeft. Er zijn mogelijkheden waarop ook de bibliotheek een rol hierin kan spelen. Zo biedt een aantal bibliotheken op hun website een leesbingokaart aan, met daarop opdrachten als het lezen van een boek onder de keukentafel, na het avondeten of samen met een knuffel. Ouders kunnen deze bingokaart gebruiken om hun kinderen te stimuleren te lezen, eventueel in ruil voor een beloning bij een volle bingokaart. Een vergelijkbaar idee is om als bibliotheek een bingokaart te ontwikkelen met opdrachten over boeken (bv. lees een stripboek, een boek met 200 pagina’s of een boek met een kat op de voorkant), die kinderen kunnen laten afstempelen wanneer ze een boek uitlenen dat aan de bingokaart voldoet.

Leesopvoeding voor meerdere generaties
De resultaten van het onderzoek gaan over leesopvoeding bij de eigen kinderen, maar reiken eigenlijk nog verder. Het onderzoek toont namelijk dat ouders die vroeger zelf veel zijn voorgelezen, nu ook meer voorlezen aan hun eigen kinderen. Dat maakt leesopvoeding door ouders – en de ondersteuning daarbij door bibliotheken – dubbel belangrijk. Het biedt niet alleen voordelen voor hun eigen kinderen, maar kan er ook aan bijdragen dat die het lezen later weer doorgeven aan hún kinderen.

Een belangrijke conclusie van het onderzoek: ouders vinden (voor)lezen duidelijk belangrijk. Samen met buitenspelen en sporten wordt (voor)lezen het vaakst genoemd als belangrijkste activiteit voor de ontwikkeling van het kind. Vrijwel alle ouders geven daarnaast aan dat zij leesopvoeding belangrijk vinden, dat zij het belangrijk vinden dat hun kind plezier heeft in het lezen en dat hun kind thuis zelf een boek kan pakken. Ouders besteden vooral aandacht aan leesopvoeding voor de taalontwikkeling, omdat het leerzaam is voor hun kind of omdat ze het belangrijk vinden voor de toekomst van hun kind.

Het belang dat ouders aan (voor)lezen hechten, blijkt ook uit hun voorleesgedrag. Twee derde van de ouders leest dagelijks aan hun kind voor, acht op de tien ouders doet dit (minstens) wekelijks. Het voorleesgedrag is daarmee gelijk aan 2017, toen dit onderzoek ook werd uitgevoerd. Gemiddeld lezen ouders zestien minuten per keer voor. Meestal wordt hiervoor een papieren boek gebruikt, maar bij een deel van de ouders gebruikt het kind ook wel eens (samen of zelfstandig) een luisterboek (16%) of digitaal boek (10%).

Naast voorlezen omvat de leesopvoeding ook andere activiteiten. De meest voorkomende activiteiten die ouders uitvoeren, zijn het aanmoedigen om te lezen, het praten over gelezen boeken, het stimuleren van lezen in de schoolvakanties, en het geven van het goede voorbeeld door zelf stil te lezen.

Leesopvoeding neemt af als kinderen ouder worden
Hoewel ouders leesopvoeding belangrijk vinden en hier op verschillende manieren aan werken, neemt de intensiteit hiervan af als kinderen ouder worden. Zo leest 94% van de ouders met kinderen van 0 t/m 5 jaar wekelijks voor, terwijl van de ouders met kinderen van 6 t/m 12 jaar nog maar 67% dit doet. Ook zegt 88% van de ouders met kinderen van 0 t/m 5 jaar (veel) aandacht aan leesopvoeding te geven, ten opzichte van 70% van de ouders met kinderen van 6 t/m 12 jaar.

In deze video uit maart 2024, leggen Maartje Spoelstra, onderwijsspecialist van de Bibliotheek van Schiedam en presentator Emma Matthee, het belang van voorlezen uit.

Bibliotheekblad 7 • september 2024

Twee derde van de ouders leest dagelijks aan hun kind voor, acht op de tien ouders doet dit (minstens) wekelijks.

Voorlezen en bezig zijn met boeken en verhalen stimuleert de taalontwikkeling, leesvaardigheid en schoolprestaties van kinderen.1 Ouders spelen hierin een cruciale rol. Maar hoe denken zij over het belang van lezen, en wat doen ze precies aan leesopvoeding? Waaraan hebben ze behoefte bij de leesopvoeding van hun kinderen, en hoe kan de bibliotheek hierbij helpen? Nieuw onderzoek door GfK onder duizend ouders met kinderen van 0 tot en met 12 jaar biedt hierover inzichten én ideeën.2


Wat doen ouders aan leesopvoeding?

Onderzoek

TEKST: Bjorn Schrijen, adviseur onderzoek en kennisdeling bij de KB, de nationale bibliotheek • Foto: Shutterstock • Grafieken: GfK en Stichting Marktonderzoek Boekenvak (SMB) • Video: de Bibliotheek Schiedam