Universiteit van Amsterdam (UvA) opent prachtige bibliotheek

Precies zes jaar na het slaan van de eerste paal was het zover: de nieuwe universiteitsbibliotheek van de UvA opende op 1 september. De bouw ging niet zonder slag of stoot. De plannen voor het ontwerp dateren van 2013 en in 2018 werd begonnen met sloopwerkzaamheden en asbestverwijdering. Vervolgens startte een complex bouwproject dat ook nog eens te kampen had met meerdere vertragingen, maar het resultaat mag er zijn. Midden in het Universiteitskwartier, waar de UvA haar oorsprong vindt, staat nu een moderne bibliotheek die de rijke geschiedenis van Amsterdam en de UvA ademt. De locatie op het Singel, waar de bibliotheek sinds 1881 was gevestigd, is afgelopen juni gesloten.

‘Er is veel ruimte om te werken en te studeren in een boekenambiance’

Universiteitsbibliotheken

Tekst: Robin van Schijndel (Projectmanager/housing policy adviser bij de Universiteitsbibliotheek Amsterdam) • Foto’s en video: UvA

Naschrift redactie
Voor een rondleiding kun je je aanmelden via deze website. Hier vind je ook meer informatie over de bibliotheek in het Universiteitskwartier en verhalen over de geschiedenis en de totstandkoming.


Variatie in studieplekken

Sinds jaar en dag is de bibliotheek het eerste of tweede studiehuis of verblijf voor studenten – hier is in IP al eerder over gepubliceerd. Vanuit de vele studentconsultaties en de UB-ervaringen als eigenaar van de UvA-learning spaces was de opgave voor het projectteam helder: maak kwalitatief goede studieplekken met een diversiteit aan type plekken. Ontwerp hiernaast afwisselende en uitdagende zalen en creëer plekken tussen de boeken en in de atriumboom. De eerste feedback van studenten leert dat het gebouw is geslaagd. De huidige en komende generaties medewerkers en studenten gaan dit gebouw tot hun bibliotheek maken.

Gevelscherm

Met het gevelscherm van 50 bij 10 meter met de regel ‘lees maar, er staat niet wat er staat’ uit het gedicht Awater van Martinus Nijhoff – vertaald in de 24 talen die aan de UvA kunnen worden gestudeerd – wordt een statement gemaakt. ‘Wij, de UB van de UvA, zijn hier gevestigd, midden in de stad, en dat mag gezien worden.’ Inmiddels is het gevelscherm een gewild object voor voorbijgangers en toeristen om te fotograferen.

Ondergrondse fietsenstalling

Nu het gebouw klaar is, vergeten we wel eens wat voor immense bouwkundige opgave hier is gerealiseerd. Het gebouw was in zeer slechte staat en de gemeente Amsterdam had de voorwaarde gesteld dat er een ondergrondse fietsenstalling moest worden gerealiseerd. Dat is gelukt: de fundering is vernieuwd en de nieuwe fietsenkelder voor zo’n negenhonderd fietsen is operationeel. De stalling bestaat uit negen compartimenten met enorme betonnen muren die het hele gebouw dragen.

UB-Café

Een van de experimenten op weg naar het nieuwe gebouw was het UB-diner. In de tentamenweek konden studenten zich inschrijven voor een maaltijd tegen een kleine vergoeding. Het idee was dat bekenden en niet-bekenden tijdens het diner met elkaar goede gesprekken zouden voeren. Daarnaast gaf een conservator toelichting op een item uit of een onderdeel van de collectie. Dit geslaagde experiment heeft ertoe geleid dat de keuken van het UB-Café dusdanig is uitgerust dat hier maaltijden kunnen worden bereid.

Het monumentale Chirurgisch Theater

Een aantal onderwijszalen is integraal onderdeel van de bibliotheek. In de nabijheid zijn facultaire gebouwen met meer onderwijsfuncties. Voor de UB is een hoofdvestiging met onderwijszalen én representatieve zalen een must. Met het monumentale Chirurgisch Theater beschikt de UB over een topzaal voor onderwijs, lezingen, diploma-uitreikingen en filmvertoningen. Ooit werd de zaal gebruikt om studenten live chirurgische ingrepen te tonen.

Zaalmanagement

Kenmerkend voor de bibliotheek is het grote aantal ruimten – wel 631, waarvan 126 zalen voor bezoekers. Vanwege de monumentenstatus was doorbraak van muren niet mogelijk. Het situeren van 1.100 studieplekken in 99 ruimten is daardoor geen keuze, maar een gegeven. Om ervoor te zorgen dat de benutting optimaal wordt, is een sensorsysteem toegepast dat inzichtelijk maakt op het niveau van de studieplek of een plaats bezet is of niet. Het systeem is te raadplegen via app, website en scherm.

Veel studiezalen zijn ook geschikt als werkgroepruimte of vergaderzaal. Het zaalmanagementsysteem maakt het mogelijk om deze zalen gedurende dagdelen van functie te veranderen, bijvoorbeeld van studiezaal naar workshopzaal.

Collectie in open opstelling

Over het nut en de noodzaak in deze tijd van de open opstelling van boekencollecties verschillen de bibliotheekmeningen. Voor de UB als ‘klassieke researchbibliotheek’ met een grote focus op de geesteswetenschappen is het vanzelfsprekend dat collecties voor onderwijs, onderzoek en eigen UvA-publicaties een prominente etalage verdienen. Uiteindelijk is er 5,1 kilometer aan boeken geplaatst in een aantrekkelijke galerijopstelling, die er ook voor zorgt dat er veel ruimte is in de zalen om te werken en te studeren in een boekenambiance – een terugkerend verzoek van vele generaties studenten. Er is een bronnenkamer met primaire en secundaire werken van de klassieke oudheid en vroege middeleeuwen aanwezig, en een BoekLab, een ruimte voor thematische invulling van collecties.

Ziekenhuisgangen

Frans Poggenbeek, de architect van het voormalige ziekenhuis, heeft zich voor het ontwerp van het ziekenhuis (1897) laten inspireren door kloostergebouwen. Dit is te herkennen aan de enorm lange gangen (corridors) met hoge plafonds. Bij een klooster bevordert deze bouw contemplatie; in de bibliotheekpraktijk nodigt het wandelen door de gangen of het plaatsnemen op een bank uit tot reflectie.

Atrium als ontmoetingsplek

Door digitalisering en dataficatie is de functie van de bibliotheek minder vanzelfsprekend. Data-uitwisseling vindt plaats via platforms en apps. De onderzoeker, docent en student bepalen zelf of en hoe zij de bibliotheek nodig hebben. De UB was voorheen ietwat een silo – een eenheid die zich vooral met de organisatie van diensten, documentaire informatie en media bezighield. Inmiddels maakt zij als organisatie en gebouw een transformatie door en fungeert ze als een ecosysteem. Het grote, veelzijdige bibliotheekgebouw, gesitueerd op en verbonden met de campus, met een concentratie van voorzieningen en bibliotheekdiensten maar ook met afdelingen met bijvoorbeeld data-onderzoekers, kan als een magneet werken voor de UvA-gemeenschap om op deze locatie of in de nabijheid te leren, werken of onderzoeken.

De locatie stimuleert bij uitstek betekenisvolle ontmoetingen en samenwerking. Het UB-ontwerp heeft beoogd een omgeving te creëren waarin mensen op de een of andere manier kunnen deelnemen aan activiteiten en events waar ‘bedrijvigheid’ van de diverse typen bezoekers is: ‘Ik ben welkom bij een bijeenkomst. Ja, ik wil erbij zijn, maar ik kan ook bijdragen. Ik heb een actieve rol te spelen.’

Bij binnenkomst fungeert het atrium als ontmoetingsplaats en plek voor events rond onderwijs en onderzoek. Bovenal zorgt het ervoor dat bezoekers makkelijk tussen de gebouwdelen kunnen bewegen.

Rijksmonument

Er is zeven jaar gewerkt aan het ontwerp, en vervolgens is er zeven jaar gebouwd. De ontwerpers waren zich ervan bewust dat zij met een unieke opdracht bezig waren. Het ontwerp van een eenentwintigste-eeuwse researchbibliotheek moest worden ingepast in een negentiende-eeuws ziekenhuisgebouw, en worden aangevuld met een nieuwbouwdeel. Het gebouw is vanbuiten en vanbinnen een rijksmonument, wat betekent dat bouwkundige aanpassingen beperkt mogelijk waren. Het interieur is onder architectuur ontworpen. Vanaf de eerste dag was het duidelijk dat de historische authenticiteit van het gebouw, in combinatie met een goed vlekkenplan en een ambitieus interieur, tot een bijzonder resultaat kon leiden.

‘Meanderend dak

In 2007 verhuisden de Bijzondere Collecties van de UB-locatie aan het Singel naar het Universiteitskwartier. Sindsdien zijn deze verder geïntegreerd in het Allard Pierson, het museum van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en onderdeel van de UB. Hoewel de UB snel zou volgen, duurde het achttien jaar voordat de bibliotheek en het museum weer dicht bij elkaar zouden komen. De huidige nabijheid biedt een nieuwe context en daarmee nieuwe inspiratie en mogelijkheden voor evenementen en programmering.

Een eis van de gemeente Amsterdam was dat het atriumdak van de UB zo min mogelijk zichtbaar zou zijn in de omgeving. Ook moesten alle bouwkundige oneffenheden – waaronder een torentje – worden overkapt. Het resultaat is een ‘meanderend’ dak, waarmee dit een enorme wowfactor is geworden.

Bibliotheekblad 8 • oktober 2025

Variatie in studieplekken

Sinds jaar en dag is de bibliotheek het eerste of tweede studiehuis of verblijf voor studenten – hier is in IP al eerder over gepubliceerd. Vanuit de vele studentconsultaties en de UB-ervaringen als eigenaar van de UvA-learning spaces was de opgave voor het projectteam helder: maak kwalitatief goede studieplekken met een diversiteit aan type plekken. Ontwerp hiernaast afwisselende en uitdagende zalen en creëer plekken tussen de boeken en in de atriumboom. De eerste feedback van studenten leert dat het gebouw is geslaagd. De huidige en komende generaties medewerkers en studenten gaan dit gebouw tot hun bibliotheek maken.

Gevelscherm

Met het gevelscherm van 50 bij 10 meter met de regel ‘lees maar, er staat niet wat er staat’ uit het gedicht Awater van Martinus Nijhoff – vertaald in de 24 talen die aan de UvA kunnen worden gestudeerd – wordt een statement gemaakt. ‘Wij, de UB van de UvA, zijn hier gevestigd, midden in de stad, en dat mag gezien worden.’ Inmiddels is het gevelscherm een gewild object voor voorbijgangers en toeristen om te fotograferen.

Het monumentale Chirurgisch Theater

Een aantal onderwijszalen is integraal onderdeel van de bibliotheek. In de nabijheid zijn facultaire gebouwen met meer onderwijsfuncties. Voor de UB is een hoofdvestiging met onderwijszalen én representatieve zalen een must. Met het monumentale Chirurgisch Theater beschikt de UB over een topzaal voor onderwijs, lezingen, diploma-uitreikingen en filmvertoningen. Ooit werd de zaal gebruikt om studenten live chirurgische ingrepen te tonen.

Zaalmanagement

Kenmerkend voor de bibliotheek is het grote aantal ruimten – wel 631, waarvan 126 zalen voor bezoekers. Vanwege de monumentenstatus was doorbraak van muren niet mogelijk. Het situeren van 1.100 studieplekken in 99 ruimten is daardoor geen keuze, maar een gegeven. Om ervoor te zorgen dat de benutting optimaal wordt, is een sensorsysteem toegepast dat inzichtelijk maakt op het niveau van de studieplek of een plaats bezet is of niet. Het systeem is te raadplegen via app, website en scherm.

Veel studiezalen zijn ook geschikt als werkgroepruimte of vergaderzaal. Het zaalmanagementsysteem maakt het mogelijk om deze zalen gedurende dagdelen van functie te veranderen, bijvoorbeeld van studiezaal naar workshopzaal.

Ziekenhuisgangen

Frans Poggenbeek, de architect van het voormalige ziekenhuis, heeft zich voor het ontwerp van het ziekenhuis (1897) laten inspireren door kloostergebouwen. Dit is te herkennen aan de enorm lange gangen (corridors) met hoge plafonds. Bij een klooster bevordert deze bouw contemplatie; in de bibliotheekpraktijk nodigt het wandelen door de gangen of het plaatsnemen op een bank uit tot reflectie.

Collectie in open opstelling

Over het nut en de noodzaak in deze tijd van de open opstelling van boekencollecties verschillen de bibliotheekmeningen. Voor de UB als ‘klassieke researchbibliotheek’ met een grote focus op de geesteswetenschappen is het vanzelfsprekend dat collecties voor onderwijs, onderzoek en eigen UvA-publicaties een prominente etalage verdienen. Uiteindelijk is er 5,1 kilometer aan boeken geplaatst in een aantrekkelijke galerijopstelling, die er ook voor zorgt dat er veel ruimte is in de zalen om te werken en te studeren in een boekenambiance – een terugkerend verzoek van vele generaties studenten. Er is een bronnenkamer met primaire en secundaire werken van de klassieke oudheid en vroege middeleeuwen aanwezig, en een BoekLab, een ruimte voor thematische invulling van collecties.

Atrium als ontmoetingsplek

Door digitalisering en dataficatie is de functie van de bibliotheek minder vanzelfsprekend. Data-uitwisseling vindt plaats via platforms en apps. De onderzoeker, docent en student bepalen zelf of en hoe zij de bibliotheek nodig hebben. De UB was voorheen ietwat een silo – een eenheid die zich vooral met de organisatie van diensten, documentaire informatie en media bezighield. Inmiddels maakt zij als organisatie en gebouw een transformatie door en fungeert ze als een ecosysteem. Het grote, veelzijdige bibliotheekgebouw, gesitueerd op en verbonden met de campus, met een concentratie van voorzieningen en bibliotheekdiensten maar ook met afdelingen met bijvoorbeeld data-onderzoekers, kan als een magneet werken voor de UvA-gemeenschap om op deze locatie of in de nabijheid te leren, werken of onderzoeken.

De locatie stimuleert bij uitstek betekenisvolle ontmoetingen en samenwerking. Het UB-ontwerp heeft beoogd een omgeving te creëren waarin mensen op de een of andere manier kunnen deelnemen aan activiteiten en events waar ‘bedrijvigheid’ van de diverse typen bezoekers is: ‘Ik ben welkom bij een bijeenkomst. Ja, ik wil erbij zijn, maar ik kan ook bijdragen. Ik heb een actieve rol te spelen.’

Bij binnenkomst fungeert het atrium als ontmoetingsplaats en plek voor events rond onderwijs en onderzoek. Bovenal zorgt het ervoor dat bezoekers makkelijk tussen de gebouwdelen kunnen bewegen.

Ondergrondse fietsenstalling

Nu het gebouw klaar is, vergeten we wel eens wat voor immense bouwkundige opgave hier is gerealiseerd. Het gebouw was in zeer slechte staat en de gemeente Amsterdam had de voorwaarde gesteld dat er een ondergrondse fietsenstalling moest worden gerealiseerd. Dat is gelukt: de fundering is vernieuwd en de nieuwe fietsenkelder voor zo’n negenhonderd fietsen is operationeel. De stalling bestaat uit negen compartimenten met enorme betonnen muren die het hele gebouw dragen.

Rijksmonument

Er is zeven jaar gewerkt aan het ontwerp, en vervolgens is er zeven jaar gebouwd. De ontwerpers waren zich ervan bewust dat zij met een unieke opdracht bezig waren. Het ontwerp van een eenentwintigste-eeuwse researchbibliotheek moest worden ingepast in een negentiende-eeuws ziekenhuisgebouw, en worden aangevuld met een nieuwbouwdeel. Het gebouw is vanbuiten en vanbinnen een rijksmonument, wat betekent dat bouwkundige aanpassingen beperkt mogelijk waren. Het interieur is onder architectuur ontworpen. Vanaf de eerste dag was het duidelijk dat de historische authenticiteit van het gebouw, in combinatie met een goed vlekkenplan en een ambitieus interieur, tot een bijzonder resultaat kon leiden.

‘Meanderend dak

In 2007 verhuisden de Bijzondere Collecties van de UB-locatie aan het Singel naar het Universiteitskwartier. Sindsdien zijn deze verder geïntegreerd in het Allard Pierson, het museum van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en onderdeel van de UB. Hoewel de UB snel zou volgen, duurde het achttien jaar voordat de bibliotheek en het museum weer dicht bij elkaar zouden komen. De huidige nabijheid biedt een nieuwe context en daarmee nieuwe inspiratie en mogelijkheden voor evenementen en programmering.

Een eis van de gemeente Amsterdam was dat het atriumdak van de UB zo min mogelijk zichtbaar zou zijn in de omgeving. Ook moesten alle bouwkundige oneffenheden – waaronder een torentje – worden overkapt. Het resultaat is een ‘meanderend’ dak, waarmee dit een enorme wowfactor is geworden.

UB-Café

Een van de experimenten op weg naar het nieuwe gebouw was het UB-diner. In de tentamenweek konden studenten zich inschrijven voor een maaltijd tegen een kleine vergoeding. Het idee was dat bekenden en niet-bekenden tijdens het diner met elkaar goede gesprekken zouden voeren. Daarnaast gaf een conservator toelichting op een item uit of een onderdeel van de collectie. Dit geslaagde experiment heeft ertoe geleid dat de keuken van het UB-Café dusdanig is uitgerust dat hier maaltijden kunnen worden bereid.

Naschrift redactie
Voor een rondleiding kun je je aanmelden via deze website. Hier vind je ook meer informatie over de bibliotheek in het Universiteitskwartier en verhalen over de geschiedenis en de totstandkoming.


Bibliotheekblad 8 • oktober 2025

Precies zes jaar na het slaan van de eerste paal was het zover: de nieuwe universiteitsbibliotheek van de UvA opende op 1 september. De bouw ging niet zonder slag of stoot. De plannen voor het ontwerp dateren van 2013 en in 2018 werd begonnen met sloopwerkzaamheden en asbestverwijdering. Vervolgens startte een complex bouwproject dat ook nog eens te kampen had met meerdere vertragingen, maar het resultaat mag er zijn. Midden in het Universiteitskwartier, waar de UvA haar oorsprong vindt, staat nu een moderne bibliotheek die de rijke geschiedenis van Amsterdam en de UvA ademt. De locatie op het Singel, waar de bibliotheek sinds 1881 was gevestigd, is afgelopen juni gesloten.

‘Er is veel ruimte om te werken en te studeren in een boekenambiance’

Tekst: Robin van Schijndel (Projectmanager/housing policy adviser bij de Universiteitsbibliotheek Amsterdam) • Foto’s en video: UvA

Universiteitsbibliotheken

Universiteit van Amsterdam (UvA) opent prachtige bibliotheek