Illustratie: Shutterstock

Een veelzijdig vak vereist gedegen scholing

Werken in de bibliotheek is dynamisch; van medewerkers wordt veel gevraagd. Gedegen scholing is dan ook een must, vinden niet alleen de geïnterviewde opleiders, maar ook de net-afgestudeerden.

‘Er is sprake van “achterstallig onderhoud” in de sector’, constateert Anke ten Brinke. ‘Toen de bibliotheken in zwaar weer verkeerden, verdwenen veel opleidingen. Nieuwe medewerkers moesten het doen met een inwerkprogramma op de werkvloer. Nu het financieel beter gaat, is het tijd voor een inhaalslag. Werken in de bibliotheek is pittig; het is een vak. Om dat goed te kunnen uitoefenen, heb je kennis en vaardigheden nodig. Dat vraagt om gedegen scholing.’

Peter Becker is dat met haar eens: ‘Soms wordt gezegd: ‘Ach, iemand met een hbo-niveau en tien jaar ervaring in een andere branche leert het vak wel in de praktijk.’ Maar als je je eigen sector serieus neemt, hoort daarbij dat je mensen schoolt. Via een algemeen scholingstraject, of via gerichte modules, bijvoorbeeld voor (aankomende) community librarians.’

Ook Maureen Yvel vindt het belangrijk dat bibliotheekorganisaties meer investeren in de deskundigheidsbevordering van hun personeel. ‘Dit komt misschien over alsof ik zeg: “Wij van WC-eend adviseren WC-Eend”, lacht ze, ‘maar zo bedoel ik het niet. Het is vooral belangrijk dat leidinggevenden gericht kijken welke scholingen en cursussen hun medewerkers kunnen versterken. Dat komt uiteindelijk de dienstverlening ten goede.’

De voormalige studenten onderschrijven het belang van scholing. Sonja van den Heuvel: ‘Je leert nieuwe dingen, doet inspiratie op. Dit voegt iets toe aan je werk.’ Angela Schenk-Busch: ‘Ik vind zelfs dat ik niet in de bibliotheek had kunnen blijven werken zonder scholing. Ik had te weinig achtergrond en moest alles vragen. Terwijl ik nu echt kan bijdragen aan het uitbouwen van onze kleine vestigingen tot volwaardige bibliotheken.’ Ook Angelique Spiering is ervan overtuigd: ‘Scholing zorgt ervoor dat je meer kwaliteit kunt leveren.’ Ina de Haan gunt iedere nieuwe medewerker een scholingstraject. ‘Sterker nog, ik kan me goed voorstellen dat bibliotheekorganisaties het verplicht gaan stellen.’

De student: Yvonne van Berlo

‘Mijn blik is verbreed’

Na een carrière van twintig jaar in het basisonderwijs werkt Yvonne van Berlo (51) sinds vier jaar als bibliothecaris bij de NOBB, voor de vestigingen in Bernheze. ‘Ik houd mij bezig met de programmering voor volwassenen, geef digivaardigheidscursusssen en bemens een IDO-spreekuur.’

Van Berlo leerde het vak vooral in de praktijk, van ervaren collega’s. ‘Maar ik wilde graag meer kennis opdoen. Bijvoorbeeld weten hoe het bibliotheeklandschap in elkaar steekt, in Nederland en daarbuiten. Dus toen er vanuit de directie werd gevraagd wie deze leergang wilde volgen, stak ik direct mijn hand op’, vertelt zij.

Terugkijkend vindt ze dat ze ontzettend veel geleerd heeft over het bibliotheekwerk. ‘Bovendien heb ik persoonlijk een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Ik kwam erachter dat ik vaardigheden heb, waarvan ik vooraf niet wist dat ik erover beschikte. Zo ging het maken van een benchmark, waarvoor ik allerlei getallen moest verzamelen en interpreteren, mij goed af.’

Van Berlo vertelt dat ze door de leergang ook meer vragen stelde aan collega’s: ‘Ik wilde bijvoorbeeld weten hoe het geregeld is met geldstromen, subsidies, budgetten. Maar ik vroeg me ook af: Weten we wie onze bewoners zijn? Hoeveel NT2’ers hebben we bijvoorbeeld binnen onze gemeente? Wat betekent dit voor onze collectie en programmering? Verder deed ik onderzoek naar de culturele programmering voor volwassenen in kleine vestigingen.’

De skills die Van Berlo opdeed, zoals impact meten, zet ze nu in haar werk in. ‘Zo bracht ik in kaart waar deelnemers aan een activiteit vandaan kwamen, om inzicht te krijgen in de reisafstand die ze bereid zijn af te leggen. Ook vroeg ik ze na afloop om hun mening over de activiteit op een whiteboard te zetten. Die input is waardevol om bijvoorbeeld met de gemeente te delen. Er op die manier naar kijken, is iets wat ik heb geleerd. Mijn blik is ruimer geworden.’

Foto uit privécollectie

De student: Ina de Haan

‘Taaie stof werd afgewisseld met lessen die energie gaven’

Van huis uit is Ina de Haan (39) secretaresse. Na de komst van haar kinderen had zij tijdelijk geen betaalde baan. ‘Toen ben ik in de bibliotheek vrijwilligerswerk gaan doen. Dat beviel ontzettend goed: ik houd van boeken en vind het fijn om iets te kunnen betekenen voor anderen. Dus toen de kans voorbijkwam om als flexwerker in dienst te treden bij Rijnbrink, heb ik die gegrepen.’

De Haan werkt nu in de publieksservice, bij verschillende bibliotheken. Vorig jaar deed ze het scholingstraject, met de bedoeling om meer te leren over het bibliotheekwerk en om zich persoonlijk verder te kunnen ontwikkelen. ‘Bovendien hoopte ik met deze extra bagage klanten nog beter te woord te kunnen staan.’

Tijdens de lesdagen kreeg De Haan veel informatie aangereikt. ‘Leerzaam, al vond ik sommige theorie best taai, zoals vaktermen of geschiedenis van het bibliotheekwerk. Gelukkig kon ik altijd terecht bij onze fijne docent. En er waren juist ook veel onderdelen waar ik energie van kreeg, zoals oefenen met klantgedrag, met een trainingsacteur. En het presenteren van de collectie. Daarnaast was ik druk met mijn opdrachten. Zo bezocht ik als mystery guest een andere bibliotheek – erg leuk!’

De Haan vindt dat de scholing haar veel gebracht heeft. ‘Ik weet nu bijvoorbeeld beter wat de maatschappelijke functies van de bibliotheek zijn, de verhouding met de overheid en welke samenwerkingspartners interessant kunnen zijn. Ik heb kennis en vaardigheden opgedaan waar ik op de werkvloer veel aan heb. Zo kan ik klanten gerichter adviseren, doordat ik heb geleerd de klantvraag scherper te krijgen. Ook kan ik beter zoeken in verschillende bronnen. Daarnaast ben ik er alerter op dat ik de zelfredzaamheid van klanten stimuleer, in plaats van dat ik alles overneem. Ik laat ze bijvoorbeeld zien waar en hoe ze zelf online het beste kunnen zoeken.’

Foto: Pieter Schenk

De student: Angela Schenk-Busch

‘Ik kan klanten nu beter op weg helpen’

Angela Schenk-Busch (38) is sinds oktober 2024 in dienst van de KopGroep Bibliotheken, vestiging Wieringerwerf. Zij is oorspronkelijk opgeleid als ergotherapeut en werkte voorheen met kwetsbare anderstaligen. Nu is ze frontofficemedewerker en verzorgt zij (voorlees)activiteiten voor kinderen. ‘Werken in de bibliotheek spreekt me aan, omdat je bijdraagt aan sociale verbinding, geletterdheid en digitale vaardigheden. Het is heel betekenisvol.’

De bibliotheek in Wieringerwerf draaide lange tijd volledig op vrijwilligers. Dankzij een financiële impuls kon de dienstverlening worden uitgebreid en nieuwe medewerkers aangenomen, vertelt Schenk-Busch. ‘Hoewel het bibliotheekwerk raakvlakken heeft met mijn vorige baan, was het toch zoeken naar de juiste manier om mijn functie vorm te geven.’

Elke nieuwe medewerker van de KopGroep Bibliotheken krijgt een scholingstraject aangeboden. ‘De directie wil graag dat het personeel goed is onderlegd. En ik vind het zelf ook belangrijk om bij te leren. Al kreeg ik het een beetje benauwd toen ik de studiebelasting zag: twintig weken les en daarnaast opdrachten. Hoe ging ik dat combineren met mijn werk en gezin?’

Ondanks de flinke tijdsinvestering is Schenk-Busch, terugkijkend, zeer te spreken over de scholing. ‘Deze was heel breed, waardoor ik veel kennis en vaardigheden heb opgedaan. Die komen me goed van pas.’ Ze geeft een voorbeeld. ‘Onlangs had ik een negenjarig meisje aan de balie. Zij wilde graag een boek lenen, maar wist niet goed wat ze leuk vond. Doordat ik heb geleerd de klantvraag te achterhalen – middels: luisteren, samenvatten, doorvragen – kreeg ik helder wat haar interesses waren. Vervolgens kon ik haar dankzij mijn nieuwe kennis van de collectie, AVI-niveaus en doorgaande leeslijnen verschillende titels aanraden. Ook kon ik haar uitleggen hoe je in de catalogus zoekt en hoe je een boek leent. Heel fijn dat ik haar zo goed op weg kon helpen.’

Foto uit privécollectie

De student: Angelique Spiering

‘Ik hing aan de lippen van docenten’

Angelique Spiering (54) is mediathecaris bij Christelijk Lyceum Delft. Voorheen had zij een andere functie binnen de school, maar die kon zij na een hersenbloeding niet meer uitvoeren. ‘In de mediatheek heb ik het nu ook naar mijn zin. Ik vind het een mooie uitdaging om leerlingen aan het lezen te krijgen. Ik vraag ze bijvoorbeeld wat zij graag kijken op YouTube en TikTok, zodat ik het leesadvies op hun interesses kan afstemmen. Ook het contact met de vaksecties over hun collectiewensen vind ik erg leuk.’

Op advies van haar collega-mediathecaris en haar leidinggevende gaf Spiering zich op voor de BOB. ‘Ik behoorde in 2024 tot de laatste lichting die de oude variant volgde’, vertelt ze. ‘Aanvankelijk zag ik wel een beetje op tegen het studeren. Sinds mijn hersenbloeding ben ik sneller vermoeid en kan ik minder goed onthouden. Tegelijkertijd had ik ook veel zin om iets nieuws te leren.’

De BOB was inderdaad pittig, blikt Spiering terug. ‘Vooral de eindopdracht. Je moest toen een onderwerp helemaal uitdiepen door er literatuur over te zoeken en een presentatie over te geven. Ik koos voor niet-aangeboren hersenletsel, een onderwerp dat mij persoonlijk raakt. Dus stond ik er tijdens de presentatie met knikkende knietjes. Maar het is goed gegaan. In mei 2024 rondde ik de scholing succesvol af.’

Spiering is erg enthousiast over de BOB. ‘De docenten waren top; ik hing aan hun lippen. Met al mijn vragen kon ik bij hen terecht. Ik heb superveel geleerd, bijvoorbeeld over “zoeken en vinden”, klantadvies en bibliotheekterminologie. Wel vind ik het jammer dat er minder aandacht was voor hoe je een collectie opbouwt en onderhoudt. Misschien logisch, want in de openbare bibliotheek houdt niet elke medewerker zich daarmee bezig. Maar voor mij als mediathecaris is dit heel belangrijk. Misschien dat ik nog een aanvullende scholing ga doen.’

Foto: Dienst Justitiële Inrichtingen

De student: Arnold*

‘In de gevangenisbibliotheek ontstond mijn interesse in het vak’

Arnold* (34) werkt als penitentiair inrichtingsmedewerker in de gevangenis en vergezelt regelmatig gedetineerden naar de gevangenisbibliotheek. ‘Zo is mijn interesse in het bibliotheekwerk ontstaan.’

Arnold liep mee met de bibliothecaris, om zich een beter beeld te vormen van diens werk. ‘Hij liet me zien hoe je justitiabelen kunt motiveren om een boek uit te kiezen, op passend niveau. En hij legde uit dat we bij de aanschaf van materialen rekening moeten houden met restricties – in onze collectie vind je bijvoorbeeld geen horrorfilms of erotiek. Wél veel strips.’

Bij stripliefhebber Arnold ging het kriebelen: ‘Ik ontdekte dat ik me graag in dit werk wil specialiseren. Gelukkig was mijn werkgever bereid de scholing te betalen.’

Arnold volgde de vernieuwde BOB. ’De schooldagen waren intensief. Ik had de minste achtergrondkennis van iedereen en slurpte alle informatie gretig op’, zegt hij. ‘Alleen de lessen over omgang met – lastige – klanten waren voor mij gesneden koek.’ Hij vervolgt: ‘Wat ik het leukst vond? De geweldige lunches, haha! En verder: de lessen over zoekmachines en -technieken. En over inspirerend leesadvies: dat het belangrijk is dat niet alleen een thema de klant aanspreekt, maar ook de stijl van het boek.’

Arnolds hoofd zat aan het eind van een lange lesdag altijd vol. ‘Toch was dit traject goed te doen, omdat de groep niet te groot was en we veel aandacht kregen van onze docenten.’

Binnenkort gaat Arnold solliciteren op een functie in “zijn” gevangenisbibliotheek. ‘Het lijkt me mooi om mijn nieuwe kennis in te zetten voor onze doelgroep. Ook zou ik graag nieuwe onderdelen willen toevoegen aan onze programmering, zoals themamaanden en teken- en muziekactiviteiten.’

Hij besluit: ‘Als kind hield ik niet van lezen; ik ben zwaar dyslectisch. Later ging ik ervaren: lezen is fantastisch, het is als een film op je eigen tempo. Dat inzicht wil ik graag delen.’

*Medewerkers van penitentiaire inrichtingen mogen niet met achternaam genoemd worden, red.)

Foto: Eimer Wieldraaijer

De opleider: Maureen Yvel

‘We sluiten aan bij de transformatie van de bibliotheek’

Basisopleiding Bibliotheekmedewerker (GO Opleidingen)

Sinds 2000 kunnen (aankomende) bibliotheek- en mediatheekmedewerkers de Basisopleiding Bibliotheken (BOB) volgen, een traject op mbo-4-niveau. ‘Dit is vanaf januari 2025 in een nieuw jasje gestoken’, vertelt opleidingsmanager Maureen Yvel (53). ‘De naam is nu Basisopleiding Bibliotheekmedewerker – de afkorting BOB blijft hetzelfde.’ Er worden geen eisen gesteld aan de vooropleiding.

Yvel: ‘De functie van de bibliotheek is aan het veranderen van “boekenuitleenfabriek” naar “Huiskamer van de Stad”. De BOB hebben we op deze transformatie aangepast. Zo zijn er nieuwe inhoudelijke thema’s toegevoegd, waaronder: digitale informatievaardigheden, samenwerken en ondernemen in de bibliotheek. Ook nieuw is dat klantsituaties worden uitgespeeld met een trainingsacteur.’

Verder is de BOB tegenwoordig modulair opgebouwd. De module Basis (à €3000) bestaat uit een startbijeenkomst en 8 lesdagen; per dag komt er zo’n 3 uur bij aan voorbereiding en huiswerk. Er staan onderwerpen op het programma als: collecties en collectievorming, (online) zoekstrategieën en -technieken, effectief communiceren, digitale informatievaardigheden. ‘Wat cursisten het meest interessant vinden, verschilt per persoon en is onder meer afhankelijk van of ze al ervaring hebben in de bibliotheek’, ziet Yvel.

Daarnaast kunnen deelnemers kiezen uit drie vervolgmodules (van €2195 per stuk): Frontoffice, Maatschappelijke Educatie en Leesbevordering & (Digitale) Geletterdheid. Deze bestaan elk uit ongeveer 6,5 lesdagen. ’Verder krijgen cursisten altijd (huiswerk)opdrachten: ze lezen de syllabus en maken opdrachten op de werkplek’, zegt Yvel. ‘De toetsing bestaat uit takehome-tentamens. Deelnemers stellen dan bijvoorbeeld een bronnenlijst op, waarbij ze duidelijk maken hoe ze gezocht hebben naar informatie, welke databanken ze daarbij raadpleegden, wat hun zoektermen waren enzovoort.’

Cursisten die de module Basis en minstens één vervolgmodule succesvol afronden, krijgen een instellingsdiploma. ‘Deelnemers die enkel de module Basis doen, of alleen één van de vervolgmodules, krijgen een instellingscertificaat’, aldus Yvel.

Foto: Firda

De opleider: Anke ten Brinke

‘De schellen vallen studenten soms van de ogen’

Service en informatie in de bibliotheek (Drie roc’s)

Anke ten Brinke (62) is coördinator bibliotheekscholingen en -trainingen, bij Firda, een van de roc’s die sinds oktober 2024 het scholingstraject Service en informatie in de bibliotheek aanbiedt (naast Scalda en ROC Midden Nederland.) Concrete vooropleidingseisen zijn er niet, ‘al gaan we ervan uit dat deelnemers functioneren op mbo-niveau 4’, zegt Ten Brinke.

Het traject is bedoeld als basisscholing voor medewerkers in de frontoffice. ‘Sommige organisaties willen dat nieuwe medewerkers dit volgen en vergoeden de scholingskosten van €2000. Soms betalen studenten zelf. Zij hopen dat dit traject hun kansen in de bibliotheeksector vergroot.’

De scholing bestaat uit twintig dagdelen, verdeeld over een half jaar, met lessen over het bibliotheeknetwerk, de maatschappelijk-educatieve bibliotheek, collectie en plaatsing, klantvraag en -gedrag, zoeken in catalogi, databanken en internet, en het doorverwijzen naar samenwerkingspartners. Het lesmateriaal is geschreven met ondersteuning van de VOB.

De studiebelasting bedraagt 240 uur: tachtig uur voor lessen, tachtig uur voor werkvloerervaring en tachtig uur voor huiswerk, opdrachten en een eindgesprek. ‘De examinering bestaat uit een portfolio met zes opdrachten, plus het eindgesprek’, zegt Ten Brinke. ‘We zijn een mbo-gecertificeerde scholing; daar horen stevige eisen bij.’

Studenten waarderen vooral de praktische onderdelen, waaronder het achterhalen van de klantvraag, effectief zoeken in systemen, kennis van de collectie en de plaatsing daarvan, vertelt ze. ‘Theoretische onderwerpen – zoals de nieuwe Bibliotheekwet en het Bibliotheekconvenant – vinden sommigen lastiger. Maar ze benoemen tegelijkertijd dat ze hierdoor weten vanuit welke kaders zij handelen.’

Ze vervolgt: ‘De schellen vallen studenten soms van de ogen. Ze stellen vast dat zij, met het hart op de juiste plaats, toch niet altijd vakmatig genoeg gewerkt hebben. Deze scholing geeft ze de tools in handen om dat wél te doen. Hierdoor staan ze met meer zelfvertrouwen op de werkvloer.’

Foto: NOBB

Foto: NOBB

Foto: Haagse Hogeschool

De geslaagde deelnemers van de Leergang Informatieprofessional (Haagse Hogeschool)

Foto: Janneke van Santen

De student: Sonja van den Heuvel

‘Het thema digitaal burgerschap maakte iets in mij wakker’

Sonja van den Heuvel (57) werkt sinds ruim zes jaar als programmamaker volwassenen bij de Noord Oost Brabantse Bibliotheken (NOBB), voor de locaties in Meierijstad. Voorheen was zij conferentietolk en vertaler. ‘Fantastisch werk’, blikt zij terug, ‘maar op een gegeven moment wilde ik iets anders. Toen dacht ik aan de bibliotheek, omdat je daar ook een intermediair bent tussen verhalen en mensen.’

Van den Heuvel speelde al langer met de gedachte weer te gaan studeren. ‘Dus toen ik vanuit mijn werkgever de kans kreeg om deze leergang te volgen, sprong ik een gat in de lucht! Toch was het in het begin schakelen; ik was niet meer gewend in de schoolbanken te zitten en dacht: gaat al deze informatie wel beklijven? En: hoe ga ik dit allemaal toepassen? Maar in de tweede helft van het traject viel alles op z’n plek, ook dankzij de goede docenten.’ Van den Heuvel geeft aan dat de studenten daarnaast veel van elkaar leerden.

Ze geeft twee voorbeelden van hoe zij haar nieuwe kennis nu toepast in de praktijk. ‘We leerden over digitaal burgerschap. In het begin dacht ik: wat moet ik ermee? Maar toen ik ontdekte dat dit raakt aan democratisch burgerschap, werd er iets in mij wakker. Ik zit nu in de Werkgroep Digitaal Burgerschap bij de NOBB. We hebben subsidie aangevraagd, omdat we meer willen doen met AI. Verder ben ik benieuwd of we ook goede programmering kunnen ontwikkelen voor democratisch burgerschap. We werken al aan schurende dialogen: hoe stel je dingen aan de kaak en hoe ga je om met botsende meningen?’

De impact van de programmering wil Van den Heuvel straks gaan meten. ‘Tijdens de leergang hebben we geleerd hoe je dat doet. Ik ben erg benieuwd naar het effect van onze activiteiten op deelnemers!’

De opleider: Peter Becker

‘Zij-instromers brengen veel mee, maar geen bibliotheekkennis’

Opleiders en studenten aan het woord

‘Ik was niet meer gewend in de schoolbanken te zitten’

Zij-instroom / Opleidingen / Bijscholing

TEKST: Femke van den Berg
• Foto’s: zie credits langs zijkant

Bibliotheekblad 1 • januari 2025

Leergang Informatieprofessional (Haagse Hogeschool)

Deze leergang is gericht op medewerkers die op tactisch niveau opereren, zoals programmamanagers. Het gaat om mensen met een hbo- werk- en denkniveau, al zijn er geen harde vooropleidingseisen’, zegt Peter Becker (58) die als programmamanager verantwoordelijk is voor de organisatie en kwaliteit van dit relatief nieuwe post-hbo-traject.

Becker vertelt dat de inhoud tot stand kwam in afstemming met bibliotheekwetenschapper Frank Huysmans, het werkveld, KB en VOB. ‘Bij de VOB zagen ze dat scholing noodzakelijk is, omdat er sinds 2015 geen reguliere hbo-bibliotheekopleiding meer bestaat. En zij-instromers met een hbo of academische achtergrond brengen weliswaar veel innovatieve ideeën en creativiteit mee, maar ze missen achtergrondkennis over de bibliotheek, haar functie en diensten.’

Deelnemers aan de leergang leren hoe zij maatschappelijke taakstellingen vanuit de overheid kunnen vertalen naar producten en diensten voor hun lokale bibliotheek. Er zijn vijf leerlijnen: bibliotheekkennis, klanten en producten, netwerken en samenwerking, projectmanagement en onderzoek. ‘Studenten kijken bijvoorbeeld naar de geschiedenis en taakstelling van hun bibliotheek, analyseren hun klanten en doen benchmarks. Aan het eind maken ze een uitgewerkt plan voor een nieuw product of nieuwe dienst in hun bibliotheek.’

De leergang duurt tien maanden; de studiebelasting is in totaal 140 uur (inclusief opdrachten). ‘Studenten hebben één lesdag per maand en voeren daarnaast opdrachten uit op hun werkplek’, vertelt Becker. De kosten bedragen €2500. ‘Meestal worden deze betaald door de werkgever.’

Uit de evaluatie blijkt dat de eerste lichting studenten erg enthousiast is. ‘Ze waarderen vooral de lesdag over collectiebeleid, de excursies en het direct toepassen van kennis in de praktijk. Een uitdaging was voor sommigen de cijfermatige Excel-opdracht. Maar allemaal geven zij aan dat ze hun functie nu beter kunnen invullen, dankzij de leergang.’

De opleider: Maureen Yvel

‘In de gevangenisbibliotheek ontstond mijn interesse in het vak’

De student: Arnold*

Foto uit privécollectie

Foto: Dienst Justitiële Inrichtingen

Angelique Spiering (54) is mediathecaris bij Christelijk Lyceum Delft. Voorheen had zij een andere functie binnen de school, maar die kon zij na een hersenbloeding niet meer uitvoeren. ‘In de mediatheek heb ik het nu ook naar mijn zin. Ik vind het een mooie uitdaging om leerlingen aan het lezen te krijgen. Ik vraag ze bijvoorbeeld wat zij graag kijken op YouTube en TikTok, zodat ik het leesadvies op hun interesses kan afstemmen. Ook het contact met de vaksecties over hun collectiewensen vind ik erg leuk.’

Op advies van haar collega-mediathecaris en haar leidinggevende gaf Spiering zich op voor de BOB. ‘Ik behoorde in 2024 tot de laatste lichting die de oude variant volgde’, vertelt ze. ‘Aanvankelijk zag ik wel een beetje op tegen het studeren. Sinds mijn hersenbloeding ben ik sneller vermoeid en kan ik minder goed onthouden. Tegelijkertijd had ik ook veel zin om iets nieuws te leren.’

De BOB was inderdaad pittig, blikt Spiering terug. ‘Vooral de eindopdracht. Je moest toen een onderwerp helemaal uitdiepen door er literatuur over te zoeken en een presentatie over te geven. Ik koos voor niet-aangeboren hersenletsel, een onderwerp dat mij persoonlijk raakt. Dus stond ik er tijdens de presentatie met knikkende knietjes. Maar het is goed gegaan. In mei 2024 rondde ik de scholing succesvol af.’

Spiering is erg enthousiast over de BOB. ‘De docenten waren top; ik hing aan hun lippen. Met al mijn vragen kon ik bij hen terecht. Ik heb superveel geleerd, bijvoorbeeld over “zoeken en vinden”, klantadvies en bibliotheekterminologie. Wel vind ik het jammer dat er minder aandacht was voor hoe je een collectie opbouwt en onderhoudt. Misschien logisch, want in de openbare bibliotheek houdt niet elke medewerker zich daarmee bezig. Maar voor mij als mediathecaris is dit heel belangrijk. Misschien dat ik nog een aanvullende scholing ga doen.’

‘Ik hing aan de lippen van docenten’

De student: Angelique Spiering

Arnold* (34) werkt als penitentiair inrichtingsmedewerker in de gevangenis en vergezelt regelmatig gedetineerden naar de gevangenisbibliotheek. ‘Zo is mijn interesse in het bibliotheekwerk ontstaan.’

Arnold liep mee met de bibliothecaris, om zich een beter beeld te vormen van diens werk. ‘Hij liet me zien hoe je justitiabelen kunt motiveren om een boek uit te kiezen, op passend niveau. En hij legde uit dat we bij de aanschaf van materialen rekening moeten houden met restricties – in onze collectie vind je bijvoorbeeld geen horrorfilms of erotiek. Wél veel strips.’

Bij stripliefhebber Arnold ging het kriebelen: ‘Ik ontdekte dat ik me graag in dit werk wil specialiseren. Gelukkig was mijn werkgever bereid de scholing te betalen.’

Arnold volgde de vernieuwde BOB. ’De schooldagen waren intensief. Ik had de minste achtergrondkennis van iedereen en slurpte alle informatie gretig op’, zegt hij. ‘Alleen de lessen over omgang met – lastige – klanten waren voor mij gesneden koek.’ Hij vervolgt: ‘Wat ik het leukst vond? De geweldige lunches, haha! En verder: de lessen over zoekmachines en -technieken. En over inspirerend leesadvies: dat het belangrijk is dat niet alleen een thema de klant aanspreekt, maar ook de stijl van het boek.’

Arnolds hoofd zat aan het eind van een lange lesdag altijd vol. ‘Toch was dit traject goed te doen, omdat de groep niet te groot was en we veel aandacht kregen van onze docenten.’

Binnenkort gaat Arnold solliciteren op een functie in “zijn” gevangenisbibliotheek. ‘Het lijkt me mooi om mijn nieuwe kennis in te zetten voor onze doelgroep. Ook zou ik graag nieuwe onderdelen willen toevoegen aan onze programmering, zoals themamaanden en teken- en muziekactiviteiten.’

Hij besluit: ‘Als kind hield ik niet van lezen; ik ben zwaar dyslectisch. Later ging ik ervaren: lezen is fantastisch, het is als een film op je eigen tempo. Dat inzicht wil ik graag delen.’

*Medewerkers van penitentiaire inrichtingen mogen niet met achternaam genoemd worden, red.)

Foto: Eimer Wieldraaijer

Sinds 2000 kunnen (aankomende) bibliotheek- en mediatheekmedewerkers de Basisopleiding Bibliotheken (BOB) volgen, een traject op mbo-4-niveau. ‘Dit is vanaf januari 2025 in een nieuw jasje gestoken’, vertelt opleidingsmanager Maureen Yvel (53). ‘De naam is nu Basisopleiding Bibliotheekmedewerker – de afkorting BOB blijft hetzelfde.’ Er worden geen eisen gesteld aan de vooropleiding.

Yvel: ‘De functie van de bibliotheek is aan het veranderen van “boekenuitleenfabriek” naar “Huiskamer van de Stad”. De BOB hebben we op deze transformatie aangepast. Zo zijn er nieuwe inhoudelijke thema’s toegevoegd, waaronder: digitale informatievaardigheden, samenwerken en ondernemen in de bibliotheek. Ook nieuw is dat klantsituaties worden uitgespeeld met een trainingsacteur.’

Verder is de BOB tegenwoordig modulair opgebouwd. De module Basis (à €3000) bestaat uit een startbijeenkomst en 8 lesdagen; per dag komt er zo’n 3 uur bij aan voorbereiding en huiswerk. Er staan onderwerpen op het programma als: collecties en collectievorming, (online) zoekstrategieën en -technieken, effectief communiceren, digitale informatievaardigheden. ‘Wat cursisten het meest interessant vinden, verschilt per persoon en is onder meer afhankelijk van of ze al ervaring hebben in de bibliotheek’, ziet Yvel.

Daarnaast kunnen deelnemers kiezen uit drie vervolgmodules (van €2195 per stuk): Frontoffice, Maatschappelijke Educatie en Leesbevordering & (Digitale) Geletterdheid. Deze bestaan elk uit ongeveer 6,5 lesdagen. ’Verder krijgen cursisten altijd (huiswerk)opdrachten: ze lezen de syllabus en maken opdrachten op de werkplek’, zegt Yvel. ‘De toetsing bestaat uit takehome-tentamens. Deelnemers stellen dan bijvoorbeeld een bronnenlijst op, waarbij ze duidelijk maken hoe ze gezocht hebben naar informatie, welke databanken ze daarbij raadpleegden, wat hun zoektermen waren enzovoort.’

Cursisten die de module Basis en minstens één vervolgmodule succesvol afronden, krijgen een instellingsdiploma. ‘Deelnemers die enkel de module Basis doen, of alleen één van de vervolgmodules, krijgen een instellingscertificaat’, aldus Yvel.

‘We sluiten aan bij de transformatie van de bibliotheek’

Foto: Pieter Schenk

Foto uit privécollectie

De student: Angela Schenk-Busch

‘Ik kan klanten nu beter op weg helpen’

Angela Schenk-Busch (38) is sinds oktober 2024 in dienst van de KopGroep Bibliotheken, vestiging Wieringerwerf. Zij is oorspronkelijk opgeleid als ergotherapeut en werkte voorheen met kwetsbare anderstaligen. Nu is ze frontofficemedewerker en verzorgt zij (voorlees)activiteiten voor kinderen. ‘Werken in de bibliotheek spreekt me aan, omdat je bijdraagt aan sociale verbinding, geletterdheid en digitale vaardigheden. Het is heel betekenisvol.’

De bibliotheek in Wieringerwerf draaide lange tijd volledig op vrijwilligers. Dankzij een financiële impuls kon de dienstverlening worden uitgebreid en nieuwe medewerkers aangenomen, vertelt Schenk-Busch. ‘Hoewel het bibliotheekwerk raakvlakken heeft met mijn vorige baan, was het toch zoeken naar de juiste manier om mijn functie vorm te geven.’

Elke nieuwe medewerker van de KopGroep Bibliotheken krijgt een scholingstraject aangeboden. ‘De directie wil graag dat het personeel goed is onderlegd. En ik vind het zelf ook belangrijk om bij te leren. Al kreeg ik het een beetje benauwd toen ik de studiebelasting zag: twintig weken les en daarnaast opdrachten. Hoe ging ik dat combineren met mijn werk en gezin?’

Ondanks de flinke tijdsinvestering is Schenk-Busch, terugkijkend, zeer te spreken over de scholing. ‘Deze was heel breed, waardoor ik veel kennis en vaardigheden heb opgedaan. Die komen me goed van pas.’ Ze geeft een voorbeeld. ‘Onlangs had ik een negenjarig meisje aan de balie. Zij wilde graag een boek lenen, maar wist niet goed wat ze leuk vond. Doordat ik heb geleerd de klantvraag te achterhalen – middels: luisteren, samenvatten, doorvragen – kreeg ik helder wat haar interesses waren. Vervolgens kon ik haar dankzij mijn nieuwe kennis van de collectie, AVI-niveaus en doorgaande leeslijnen verschillende titels aanraden. Ook kon ik haar uitleggen hoe je in de catalogus zoekt en hoe je een boek leent. Heel fijn dat ik haar zo goed op weg kon helpen.’

Foto: Firda

Foto: NOBB

Foto: NOBB

Foto: Haagse Hogeschool

Anke ten Brinke (62) is coördinator bibliotheekscholingen en -trainingen, bij Firda, een van de roc’s die sinds oktober 2024 het scholingstraject Service en informatie in de bibliotheek aanbiedt (naast Scalda en ROC Midden Nederland.) Concrete vooropleidingseisen zijn er niet, ‘al gaan we ervan uit dat deelnemers functioneren op mbo-niveau 4’, zegt Ten Brinke.

Het traject is bedoeld als basisscholing voor medewerkers in de frontoffice. ‘Sommige organisaties willen dat nieuwe medewerkers dit volgen en vergoeden de scholingskosten van €2000. Soms betalen studenten zelf. Zij hopen dat dit traject hun kansen in de bibliotheeksector vergroot.’

De scholing bestaat uit twintig dagdelen, verdeeld over een half jaar, met lessen over het bibliotheeknetwerk, de maatschappelijk-educatieve bibliotheek, collectie en plaatsing, klantvraag en -gedrag, zoeken in catalogi, databanken en internet, en het doorverwijzen naar samenwerkingspartners. Het lesmateriaal is geschreven met ondersteuning van de VOB.

De studiebelasting bedraagt 240 uur: tachtig uur voor lessen, tachtig uur voor werkvloerervaring en tachtig uur voor huiswerk, opdrachten en een eindgesprek. ‘De examinering bestaat uit een portfolio met zes opdrachten, plus het eindgesprek’, zegt Ten Brinke. ‘We zijn een mbo-gecertificeerde scholing; daar horen stevige eisen bij.’

Studenten waarderen vooral de praktische onderdelen, waaronder het achterhalen van de klantvraag, effectief zoeken in systemen, kennis van de collectie en de plaatsing daarvan, vertelt ze. ‘Theoretische onderwerpen – zoals de nieuwe Bibliotheekwet en het Bibliotheekconvenant – vinden sommigen lastiger. Maar ze benoemen tegelijkertijd dat ze hierdoor weten vanuit welke kaders zij handelen.’

Ze vervolgt: ‘De schellen vallen studenten soms van de ogen. Ze stellen vast dat zij, met het hart op de juiste plaats, toch niet altijd vakmatig genoeg gewerkt hebben. Deze scholing geeft ze de tools in handen om dat wél te doen. Hierdoor staan ze met meer zelfvertrouwen op de werkvloer.’

De opleider: Anke ten Brinke

‘De schellen vallen studenten soms van de ogen’

‘Zij-instromers brengen veel mee, maar geen bibliotheekkennis’

De opleider: Peter Becker

De geslaagde deelnemers van de Leergang Informatieprofessional (Haagse Hogeschool)

Leergang Informatieprofessional (Haagse Hogeschool)

Foto: Janneke van Santen

Voor de één (niet zelden jong van leeftijd) is het gesneden koek, voor de ander (vaak wat ouder) is het abracadabra. Welkom in de wondere virtuele wereld – en het bijbehorende taalgebruik. In het persbericht van het convenant Virtueel Bibliotheek Platform gaat het over ‘het optimaliseren van de klantreizen’, ‘het gezamenlijk creëren van content’ en ‘strategisch de lijnen uitzetten met een gedeelde roadmap, zodat product owners, contentmarketeers en communicatiespecialisten samen aan de slag kunnen.’
Schaam u niet als u het spoor een beetje bijster raakt; Bibliotheekblad helpt een handje:

Hybride: letterlijk ‘kruising tussen twee dingen’. In dit geval: dat je als bibliotheek zowel fysiek als digitaal een heleboel te bieden hebt.

Klantreis: wat je klant beleeft als hij je (fysiek of digitaal) bezoekt.

Content: de inhoud van iets (bijvoorbeeld het platform), ofwel de informatie en ervaringen die gericht zijn op je publiek.

Content marketeer: iemand die met behulp van content een product of dienst ‘in de markt zet’ (aan de man of vrouw brengt).

CMS: Content Management Systeem, ofwel de software die je gebruikt om de inhoud van je website/platform te creëren en wijzigen.

CRM: Customer Relationship Management ofwel de manier waarop je klantgegevens beheert.

Product owner: degene die namens een organisatie de taak heeft om van een product/systeem (hier: het platform) een succes te maken. Hij/zij moet dus zorgen dat het platform waardevol is voor klanten en de organisatie.

Roadmap: plan voor de komende tijd, ofwel wat wil je komend jaar bereiken (met je platform)? ‘Gedeelde roadmap’: initiatieven waar meerdere bibliotheken (ofwel platformeigenaren) samen aan gaan werken.

Narrowcasting: een specifiek publiek (in dit geval je fysieke bezoekers) bereiken met informatie op beeldschermen. Tegenovergestelde van broadcasting: met hagel schieten zonder dat je onderscheid maakt in typen consumenten.

Voor wie vreest dat (potentiële) klanten zich laten afschrikken door al dit jargon en Engels, heeft Annerie Brenninkmeijer een geruststellende boodschap: ‘Om te kunnen genieten van ons platform, hoef je als bezoeker echt niet te snappen wat een product owner of een roadmap is.’

‘Ik was niet meer gewend in de schoolbanken te zitten’

Opleiders en studenten aan het woord

De student: Sonja van den Heuvel

Illustratie: Shutterstock

‘Mijn blik is verbreed’

Na een carrière van twintig jaar in het basisonderwijs werkt Yvonne van Berlo (51) sinds vier jaar als bibliothecaris bij de NOBB, voor de vestigingen in Bernheze. ‘Ik houd mij bezig met de programmering voor volwassenen, geef digivaardigheidscursusssen en bemens een IDO-spreekuur.’

Van Berlo leerde het vak vooral in de praktijk, van ervaren collega’s. ‘Maar ik wilde graag meer kennis opdoen. Bijvoorbeeld weten hoe het bibliotheeklandschap in elkaar steekt, in Nederland en daarbuiten. Dus toen er vanuit de directie werd gevraagd wie deze leergang wilde volgen, stak ik direct mijn hand op’, vertelt zij.

Terugkijkend vindt ze dat ze ontzettend veel geleerd heeft over het bibliotheekwerk. ‘Bovendien heb ik persoonlijk een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Ik kwam erachter dat ik vaardigheden heb, waarvan ik vooraf niet wist dat ik erover beschikte. Zo ging het maken van een benchmark, waarvoor ik allerlei getallen moest verzamelen en interpreteren, mij goed af.’

Van Berlo vertelt dat ze door de leergang ook meer vragen stelde aan collega’s: ‘Ik wilde bijvoorbeeld weten hoe het geregeld is met geldstromen, subsidies, budgetten. Maar ik vroeg me ook af: Weten we wie onze bewoners zijn? Hoeveel NT2’ers hebben we bijvoorbeeld binnen onze gemeente? Wat betekent dit voor onze collectie en programmering? Verder deed ik onderzoek naar de culturele programmering voor volwassenen in kleine vestigingen.’

De skills die Van Berlo opdeed, zoals impact meten, zet ze nu in haar werk in. ‘Zo bracht ik in kaart waar deelnemers aan een activiteit vandaan kwamen, om inzicht te krijgen in de reisafstand die ze bereid zijn af te leggen. Ook vroeg ik ze na afloop om hun mening over de activiteit op een whiteboard te zetten. Die input is waardevol om bijvoorbeeld met de gemeente te delen. Er op die manier naar kijken, is iets wat ik heb geleerd. Mijn blik is ruimer geworden.’

De student: Yvonne van Berlo

Sonja van den Heuvel (57) werkt sinds ruim zes jaar als programmamaker volwassenen bij de Noord Oost Brabantse Bibliotheken (NOBB), voor de locaties in Meierijstad. Voorheen was zij conferentietolk en vertaler. ‘Fantastisch werk’, blikt zij terug, ‘maar op een gegeven moment wilde ik iets anders. Toen dacht ik aan de bibliotheek, omdat je daar ook een intermediair bent tussen verhalen en mensen.’

Van den Heuvel speelde al langer met de gedachte weer te gaan studeren. ‘Dus toen ik vanuit mijn werkgever de kans kreeg om deze leergang te volgen, sprong ik een gat in de lucht! Toch was het in het begin schakelen; ik was niet meer gewend in de schoolbanken te zitten en dacht: gaat al deze informatie wel beklijven? En: hoe ga ik dit allemaal toepassen? Maar in de tweede helft van het traject viel alles op z’n plek, ook dankzij de goede docenten.’ Van den Heuvel geeft aan dat de studenten daarnaast veel van elkaar leerden.

Ze geeft twee voorbeelden van hoe zij haar nieuwe kennis nu toepast in de praktijk. ‘We leerden over digitaal burgerschap. In het begin dacht ik: wat moet ik ermee? Maar toen ik ontdekte dat dit raakt aan democratisch burgerschap, werd er iets in mij wakker. Ik zit nu in de Werkgroep Digitaal Burgerschap bij de NOBB. We hebben subsidie aangevraagd, omdat we meer willen doen met AI. Verder ben ik benieuwd of we ook goede programmering kunnen ontwikkelen voor democratisch burgerschap. We werken al aan schurende dialogen: hoe stel je dingen aan de kaak en hoe ga je om met botsende meningen?’

De impact van de programmering wil Van den Heuvel straks gaan meten. ‘Tijdens de leergang hebben we geleerd hoe je dat doet. Ik ben erg benieuwd naar het effect van onze activiteiten op deelnemers!’

‘Het thema digitaal burgerschap maakte iets in mij wakker’

Deze leergang is gericht op medewerkers die op tactisch niveau opereren, zoals programmamanagers. Het gaat om mensen met een hbo- werk- en denkniveau, al zijn er geen harde vooropleidingseisen’, zegt Peter Becker (58) die als programmamanager verantwoordelijk is voor de organisatie en kwaliteit van dit relatief nieuwe post-hbo-traject.

Becker vertelt dat de inhoud tot stand kwam in afstemming met bibliotheekwetenschapper Frank Huysmans, het werkveld, KB en VOB. ‘Bij de VOB zagen ze dat scholing noodzakelijk is, omdat er sinds 2015 geen reguliere hbo-bibliotheekopleiding meer bestaat. En zij-instromers met een hbo of academische achtergrond brengen weliswaar veel innovatieve ideeën en creativiteit mee, maar ze missen achtergrondkennis over de bibliotheek, haar functie en diensten.’

Deelnemers aan de leergang leren hoe zij maatschappelijke taakstellingen vanuit de overheid kunnen vertalen naar producten en diensten voor hun lokale bibliotheek. Er zijn vijf leerlijnen: bibliotheekkennis, klanten en producten, netwerken en samenwerking, projectmanagement en onderzoek. ‘Studenten kijken bijvoorbeeld naar de geschiedenis en taakstelling van hun bibliotheek, analyseren hun klanten en doen benchmarks. Aan het eind maken ze een uitgewerkt plan voor een nieuw product of nieuwe dienst in hun bibliotheek.’

De leergang duurt tien maanden; de studiebelasting is in totaal 140 uur (inclusief opdrachten). ‘Studenten hebben één lesdag per maand en voeren daarnaast opdrachten uit op hun werkplek’, vertelt Becker. De kosten bedragen €2500. ‘Meestal worden deze betaald door de werkgever.’

Uit de evaluatie blijkt dat de eerste lichting studenten erg enthousiast is. ‘Ze waarderen vooral de lesdag over collectiebeleid, de excursies en het direct toepassen van kennis in de praktijk. Een uitdaging was voor sommigen de cijfermatige Excel-opdracht. Maar allemaal geven zij aan dat ze hun functie nu beter kunnen invullen, dankzij de leergang.’

Van huis uit is Ina de Haan (39) secretaresse. Na de komst van haar kinderen had zij tijdelijk geen betaalde baan. ‘Toen ben ik in de bibliotheek vrijwilligerswerk gaan doen. Dat beviel ontzettend goed: ik houd van boeken en vind het fijn om iets te kunnen betekenen voor anderen. Dus toen de kans voorbijkwam om als flexwerker in dienst te treden bij Rijnbrink, heb ik die gegrepen.’

De Haan werkt nu in de publieksservice, bij verschillende bibliotheken. Vorig jaar deed ze het scholingstraject, met de bedoeling om meer te leren over het bibliotheekwerk en om zich persoonlijk verder te kunnen ontwikkelen. ‘Bovendien hoopte ik met deze extra bagage klanten nog beter te woord te kunnen staan.’

Tijdens de lesdagen kreeg De Haan veel informatie aangereikt. ‘Leerzaam, al vond ik sommige theorie best taai, zoals vaktermen of geschiedenis van het bibliotheekwerk. Gelukkig kon ik altijd terecht bij onze fijne docent. En er waren juist ook veel onderdelen waar ik energie van kreeg, zoals oefenen met klantgedrag, met een trainingsacteur. En het presenteren van de collectie. Daarnaast was ik druk met mijn opdrachten. Zo bezocht ik als mystery guest een andere bibliotheek – erg leuk!’

De Haan vindt dat de scholing haar veel gebracht heeft. ‘Ik weet nu bijvoorbeeld beter wat de maatschappelijke functies van de bibliotheek zijn, de verhouding met de overheid en welke samenwerkingspartners interessant kunnen zijn. Ik heb kennis en vaardigheden opgedaan waar ik op de werkvloer veel aan heb. Zo kan ik klanten gerichter adviseren, doordat ik heb geleerd de klantvraag scherper te krijgen. Ook kan ik beter zoeken in verschillende bronnen. Daarnaast ben ik er alerter op dat ik de zelfredzaamheid van klanten stimuleer, in plaats van dat ik alles overneem. Ik laat ze bijvoorbeeld zien waar en hoe ze zelf online het beste kunnen zoeken.’

‘Taaie stof werd afgewisseld met lessen die energie gaven’

De student: Ina de Haan

Een veelzijdig vak vereist gedegen scholing

Werken in de bibliotheek is dynamisch; van medewerkers wordt veel gevraagd. Gedegen scholing is dan ook een must, vinden niet alleen de geïnterviewde opleiders, maar ook de net-afgestudeerden.

‘Er is sprake van “achterstallig onderhoud” in de sector’, constateert Anke ten Brinke. ‘Toen de bibliotheken in zwaar weer verkeerden, verdwenen veel opleidingen. Nieuwe medewerkers moesten het doen met een inwerkprogramma op de werkvloer. Nu het financieel beter gaat, is het tijd voor een inhaalslag. Werken in de bibliotheek is pittig; het is een vak. Om dat goed te kunnen uitoefenen, heb je kennis en vaardigheden nodig. Dat vraagt om gedegen scholing.’

Peter Becker is dat met haar eens: ‘Soms wordt gezegd: ‘Ach, iemand met een hbo-niveau en tien jaar ervaring in een andere branche leert het vak wel in de praktijk.’ Maar als je je eigen sector serieus neemt, hoort daarbij dat je mensen schoolt. Via een algemeen scholingstraject, of via gerichte modules, bijvoorbeeld voor (aankomende) community librarians.’

Ook Maureen Yvel vindt het belangrijk dat bibliotheekorganisaties meer investeren in de deskundigheidsbevordering van hun personeel. ‘Dit komt misschien over alsof ik zeg: “Wij van WC-eend adviseren WC-Eend”, lacht ze, ‘maar zo bedoel ik het niet. Het is vooral belangrijk dat leidinggevenden gericht kijken welke scholingen en cursussen hun medewerkers kunnen versterken. Dat komt uiteindelijk de dienstverlening ten goede.’

De voormalige studenten onderschrijven het belang van scholing. Sonja van den Heuvel: ‘Je leert nieuwe dingen, doet inspiratie op. Dit voegt iets toe aan je werk.’ Angela Schenk-Busch: ‘Ik vind zelfs dat ik niet in de bibliotheek had kunnen blijven werken zonder scholing. Ik had te weinig achtergrond en moest alles vragen. Terwijl ik nu echt kan bijdragen aan het uitbouwen van onze kleine vestigingen tot volwaardige bibliotheken.’ Ook Angelique Spiering is ervan overtuigd: ‘Scholing zorgt ervoor dat je meer kwaliteit kunt leveren.’ Ina de Haan gunt iedere nieuwe medewerker een scholingstraject. ‘Sterker nog, ik kan me goed voorstellen dat bibliotheekorganisaties het verplicht gaan stellen.’

Bibliotheekblad 1 • januari 2025

TEKST: Femke van den Berg • Foto’s en video’s: zie credits langs zijkant

Zij-instroom / Opleidingen / Bijscholing