Foto: Albin Olsson

Foto: TEDx Roermond

Foto: Matthijs Weenk

Foto: DWDD

Foto: Jos Schuurman

Foto: Georges Biard,

Video: L1 Nieuws

CPNB-voorzitter Eveline Aendekerk sprak tijdens de opening van het Boekenbal het moeilijkste publiek van het land toe in haar moedertaal, het Roermonds. Hierover werd ze geïnterviewd door L1 Nieuws. De regionale omroep van Limburg.

‘Papiamento is meer dan woorden voor mij’

Waylon, geboren als Willem Bijkerk, groeide op in Nederland, maar zijn moeder komt van Curaçao en spreekt Papiamento. De zanger heeft altijd een sterke band gehad met de Antilliaanse cultuur en de taal die daar gesproken wordt. ‘Papiamento is meer dan woorden voor mij. Het is de taal van mijn moeder, het is de taal die mijn familie met elkaar spreekt. Als ik Papiamento spreek, voel ik me dichter bij mijn roots,’ vertelt Waylon in een interview met NRC Handelsblad. Hoewel Waylon als artiest wereldwijd bekend is geworden, heeft hij nooit zijn Antilliaanse achtergrond losgelaten. ‘Elke keer als ik naar Curaçao ga, voel ik me thuis. Het geluid van het Papiamento om me heen, de muziek, de mensen… het is voor mij als thuiskomen,' legt hij uit.

Voor Waylon heeft het Papiamento een veel diepere betekenis dan een gewoon communicatiemiddel. Het is een taal die zijn identiteit als persoon en als artiest mede vormgeeft. ‘Papiamento heeft mijn karakter mee gevormd. Het is een taal die de liefde, de warmte en de cultuur van het eiland weerspiegelt. De manier waarop we praten, de uitdrukkingen die we gebruiken, ze hebben zoveel karakter en kracht. Het Papiamento heeft iets unieks wat je in geen enkele andere taal vindt.’

De zanger stelt dat het Papiamento niet alleen een persoonlijke betekenis voor hem heeft, maar ook een historisch en cultureel belang draagt. ‘Het Papiamento is ontstaan uit verschillende invloeden, het is een mengelmoes van talen, en dat maakt het zo bijzonder. Het is een taal die de geschiedenis van de Antillen vertelt, van de slavernij tot de huidige tijd. Het is een teken van veerkracht.’

Passie
Waylon vindt dat het Papiamento een grotere plaats moet krijgen in de Nederlandse samenleving. Hij maakt zich zorgen dat de taal, net als vele andere minderheidstalen, langzaamaan terrein verliest, vooral onder jongeren. ‘Als je kijkt naar de jeugd op Curaçao of Aruba, zie je dat steeds meer jongeren het Papiamento niet goed beheersen. Ze spreken liever Nederlands of Engels. We moeten er alles aan doen om de taal te behouden,’ vertelt hij met passie. In een gesprek met RTL Nieuws voegt hij eraan toe: ‘Ik weet dat het niet altijd makkelijk is. De Antilliaanse gemeenschappen voelen vaak de druk om Nederlands te spreken. Maar we moeten trots zijn op wat we hebben en dat is onze taal. Als je je taal verliest, verlies je een stukje van jezelf. Ik wil niet dat we als samenleving alleen maar een land van één taal worden. Verschillende talen maken ons sterker en rijker en Papiamento is daar een onmiskenbaar onderdeel van.

Reflecties
Poels heeft ooit in NRC Handelsblad gezegd: ‘Limburgers houden van de muziek en van hun taal. Het Limburgs spreekt tot de verbeelding, het heeft een warme klank. Het is gewoon het juiste middel om iets van jezelf te laten horen.’ In een interview met Humo legde hij uit: ‘Als ik in het Nederlands zou zingen, zou het niet goed zijn. Limburgs is zo rijk en vol karakter, dat het veel beter past bij de manier waarop ik muziek maak. Het is de taal van mijn hart.’ In een interview met De Limburger zei Poels: ‘Het Limburgs zit in mijn bloed. Het is de taal van mijn vader, mijn grootouders, mijn omgeving. Het is de taal die ik het beste kan gebruiken om mijn gevoelens uit te drukken en mijn verhalen te vertellen.’

In 2019 nam Poels deel aan het populaire televisieprogramma De slimste mens, waarin hij met trots zijn afkomst en de betekenis van het Limburgs benadrukte. Tijdens het programma zei hij: ‘Als je Limburgs spreekt, kom je vaak in de verleiding om het als iets minderwaardigs te zien. Maar het is een prachtige taal en het is belangrijk om deze te koesteren.’ Hij heeft altijd benadrukt dat het Limburgs geen “achtergestelde” taal is, maar een rijke en expressieve taal die net zoveel waarde heeft als andere talen in Nederland.

‘Limburgs is de taal van mijn hart’

Jack Poels (rechts op de foto), geboren in 1957 in het Limburgse America, is een van de meest iconische artiesten van Nederland, vooral bekend als de zanger en oprichter van de band Rowwen Hèze. Met zijn band, opgericht in 1985, heeft Poels erkenning gekregen voor zijn vermogen om traditionele Limburgse muziek te combineren met elementen van moderne rock, folk en zelfs Mexicaanse en Cajun invloeden. Door in het Limburgs te zingen, heeft Poels niet alleen de regionale cultuur gepromoot, maar heeft hij ook laten zien dat het Limburgs zich uitstekend leent voor diverse muzikale stijlen.
Voor Poels is het Limburgs dialect niet slechts een middel om muziek te maken, het is de essentie van zijn identiteit en cultuur. Hij heeft in verschillende interviews benadrukt hoe belangrijk het Limburgs voor hem is, niet alleen als taal, maar als het hart van de Limburgse volksaard. Poels heeft altijd geweigerd om in het Nederlands te zingen, ondanks de grotere reikwijdte van deze taal in de muziekwereld.
In een interview met De Limburger verklaarde hij: ‘Het Limburgs is voor mij de mooiste taal om in te zingen. Het is de taal van mijn jeugd, de taal van mijn roots. Je kunt veel meer uitdragen met het Limburgs dan met het Nederlands.’ Het Limburgs biedt, volgens Poels, niet alleen een muzikale klank die rijker en expressiever is, maar het is ook een authentieke manier om zijn gevoelens en ervaringen te delen.

Naast zijn muzikale activiteiten heeft Bökkers zich ingezet voor het onderwijzen van het Nedersaksisch. Hij ontwikkelt momenteel een leerlijn voor het basisonderwijs om ervoor te zorgen dat de jeugd in aanraking komt met haar culturele erfgoed. Hij ziet dit als een noodzakelijke stap om de taal voor toekomstige generaties te behouden. In zijn eigen woorden: ‘Het zou heel mooi zijn als je de jeugd wat bij kan brengen van die cultuur.’
Nogmaals het interview in de Volkskrant: ‘Opvallend vaak zijn het de “terugkeerders” die zich inzetten voor de taal en de cultuur van het oosten. Mensen die hier zijn geboren, maar een tijd in het westen hebben gewoond. Daniël Lohues, die in Utrecht ging studeren en knetterende heimwee kreeg. Bennie Jolink studeerde ooit aan de kunstacademie in Amsterdam, voelde zich daar helemaal niet thuis, kwam terug en richtte Normaal op. Misschien is het nodig om deze streek van een afstand te bekijken, voordat je beseft: godverdomme, wat heb ik eigenlijk achtergelaten? En dat je dat gevoel dan wil uitdragen en uiten in boeken, films of muziek. Zo is het met mij ook gegaan.’

Bökkers' invloed strekt zich inmiddels uit tot televisieland. Zo speelde hij een hoofdrol in de plattelandssoap Woeste Grond, waarin hij het personage Dinant Ottink vertolkte. Deze rol gaf hem de mogelijkheid om het Nedersaksisch verder onder de aandacht te brengen bij een breder publiek. De dramaserie trok per aflevering meer dan een miljoen kijkers.

‘Nedersaksisch is veel meer rock 'n roll dan het Nederlands’

Hendrik Jan Bökkers, geboren en getogen in Salland, is een prominente figuur in de Nederlandse muziekwereld. Als zanger en gitarist van de rockband Bökkers heeft hij zich niet alleen onderscheiden door zijn muzikale talent, maar ook door zijn passie voor het behoud en de promotie van het Nedersaksisch, het dialect van zijn thuisregio. Net als Finkers beschouwt Bökkers het Nedersaksisch als essentieel onderdeel van zijn identiteit en cultuur. Hij gelooft dat deze taal rijker en expressiever is dan het ABN. In een interview met 1Twente benadrukte hij: ‘Nedersaksisch is veel meer rock 'n roll dan het Nederlands.’
Met zijn band Bökkers heeft Hendrik Jan niet alleen muziek gemaakt in het Nedersaksisch, maar ook actief bijgedragen aan de verspreiding en het behoud ervan. Het gebruik van het dialect in hun muziek is voor hem een manier om de cultuur levend te houden en een breder publiek te bereiken. Hij verklaarde: ‘Het mooie aan het Nedersaksisch zijn de dingen die we niet zeggen.’

In een interview voor de Volkskrant (7 december 2024): ‘Toen ik als broekie naar de pabo in Zwolle ging, werd mij sterk aangeraden om op logopedie te gaan om mijn accent af te leren. “Want hoe moet dat dan als je ooit gaat lesgeven in Rotterdam of zo?” Mijn moeder is opgevoed in het Sallands. Zij werd onderwijzeres in de jaren zeventig, toen de teneur was: je moet kinderen Nederlands aanleren, want anders zijn ze gedoemd te mislukken in de maatschappij. Dus dat deed ze. Maar intussen was de boodschap toch wel dat ze zich moest schamen voor het dialect. Toen het Nedersaksisch werd erkend, zei ze: dus ik ben eigenlijk al die tijd tweetalig geweest! Het is niet dat ik een stomme, verbasterde vorm van Nederlands praat, het is gewoon een andere taal.’

‘Dialect is geen taal om in te verhullen, maar om in te uiten’

Ook Herman Finkers, de Twentse cabaretier die bekend staat om zijn droogkomische humor, heeft zich door de jaren heen gepositioneerd als een groot voorvechter van het behoud van streektaal en dialect. Finkers, geboren in Almelo en opgegroeid in een regio waar het Twents (een variant van het Nedersaksisch) nog altijd veel wordt gesproken, is trots op zijn afkomst en heeft in zijn werk vaak gebruikgemaakt van het dialect. Hij heeft herhaaldelijk benadrukt hoe belangrijk streektaal is voor de identiteit van een gemeenschap. In verschillende interviews en tijdens optredens legt hij uit dat dialect niet alleen een middel is om te communiceren, maar ook een belangrijke drager van cultuur en geschiedenis. Dialect is voor Finkers meer dan een manier van spreken; het is een manier van denken en voelen. In een interview met Onze Taal zegt hij bijvoorbeeld: ‘Een andere taal is een andere wereld.’

Humor
In een interview met Visit Twente laat hij weten: ‘Deze regio is mijn identiteit, dat ligt vooral in de klank en de taal.’ Finkers beschouwt zijn Twentse dialect als een onmiskenbaar onderdeel van zijn persoonlijke en professionele leven. Het gebruik van dialect biedt hem niet alleen de mogelijkheid om humor te gebruiken die specifiek is voor zijn regio, maar het helpt ook om een gevoel van gemeenschap te creëren bij zijn publiek, dat zich in zijn taal en humor kan herkennen. Het schrijven van een boek in dialect was voor Finkers dan ook geen oppervlakkige keuze. In 1995 publiceerde hij het boek De Grens, waarin hij naast de Nederlandse taal ook uitgebreid gebruikmaakt van het Twents. Dit was een bewuste keuze om de taal te behouden en te gebruiken in een literair werk, iets wat in Nederland in die tijd relatief ongewoon was. Door de keuze voor dialect in zijn literaire werk hoopt hij niet alleen de regionale taal te behouden, maar ook een breder publiek te laten kennismaken met de rijkdom en de charme van streektaal.

Het gebruik van dialect is voor Finkers ook een vorm van verzet tegen de steeds verdergaande uniformering van de Nederlandse taal. In zijn shows speelt hij met de verschillen tussen het standaard Nederlands en het Twents en benadrukt hij het humoristische aspect van de verschillen in uitspraak en betekenis. Dit draagt bij aan een grotere waardering voor dialecten en zorgt ervoor dat het publiek zich bewust wordt van de rijkdom die streektaal biedt. In verschillende optredens benadrukt Finkers de kracht van dialect om humor te brengen, die niet altijd direct begrijpelijk is voor mensen buiten de regio. Maar dat is juist wat de taal zo speciaal maakt: het vormt een band tussen de mensen die het spreken. Zijn uitspraak hierover, afkomstig uit een interview met Onze Taal, zegt veel over zijn benadering: ‘Dialect is geen taal om in te verhullen, maar om in te uiten.’

‘Het Gronings zit diep in mijn hart’

De Groningse cabaretier Bert Visscher heeft zich altijd uitgesproken over de waarde van het Gronings, zijn moedertaal. De liefde voor het dialect is voor hem een diepgeworteld onderdeel van zijn identiteit en cultuur. Visscher vindt het essentieel om het Gronings in ere te houden. Zijn inzet voor de taal is niet alleen persoonlijk, maar ook maatschappelijk: hij wil voorkomen dat het dialect verloren gaat en pleit voor een grotere erkenning van het Gronings in de media en het onderwijs. Visscher groeide op in de provincie Groningen, waar het Gronings de taal was die hij van jongs af aan sprak. ‘Het Gronings is niet zomaar een dialect voor mij, het is de taal die ik van mijn ouders heb meegekregen, die ik met mijn vrienden sprak en die ik nog steeds gebruik in mijn dagelijks leven,’ vertelt hij in een interview met Groninger Gezinsbode.

Visscher benadrukt hoe belangrijk het voor hem is om het Gronings te behouden. ‘Wanneer ik in het Gronings praat, voel ik me thuis. Het brengt me terug naar mijn jeugd, naar de warmte van mijn familie. Het is iets wat in je zit, diep van binnen. Je zou kunnen zeggen dat het Gronings mijn ziel raakt.’ Hij ziet het dialect als een rijke culturele schat, vol geschiedenis en traditie. ‘Het Gronings is een taal die door de eeuwen heen is gevormd door de mensen die hier woonden. Het vertelt het verhaal van onze regio, van de hardwerkende boeren, de vissers, de mensen die altijd in hun eigen levensonderhoud hebben voorzien. Het Gronings is een taal die de kracht en het doorzettingsvermogen van de Groningers weerspiegelt.’

Visscher maakt zich zorgen over het voortbestaan van het Gronings. ‘Er zijn steeds minder jongeren die het dialect goed beheersen. In sommige dorpen hoor je het niet eens meer in de straat en dat is zorgwekkend. Als je de taal niet meer spreekt, verlies je een deel van je cultuur en je geschiedenis. Het is belangrijk dat we het Gronings niet alleen bewaren, maar het ook actief gebruiken en doorgeven aan de volgende generatie.’

Schattig
‘Ik gebruik het Gronings niet omdat het zo uniek is, of omdat het “schattig” klinkt, maar omdat het iets is wat diep in mijn hart zit. Ik wil de mensen laten zien hoe mooi het is, hoe het de verbinding tussen mensen versterkt,’ legt Visscher uit. ‘Mensen herkennen zich in de verhalen, in de taal, en dat is precies wat ik hoop te bereiken. Het Gronings heeft een bepaalde warmte en directheid die de mensen aantrekt.’

Visscher pleit er ook voor dat het Gronings een grotere rol krijgt in het onderwijs. Hij vindt het belangrijk dat kinderen in de regio Groningen niet alleen de standaardtalen leren, maar ook hun eigen dialect. ‘We moeten het Gronings een plek geven in de scholen. Het is een groot gemis dat veel jongeren het niet meer leren. Het is niet alleen de taal van je ouders of grootouders, maar het is ook een manier om je streek en je geschiedenis te begrijpen.’

In een interview met Dagblad van het Noorden zei Visscher: ‘Als kinderen leren hoe ze het Gronings moeten spreken, kunnen ze niet alleen communiceren in hun eigen streektaal, maar krijgen ze ook een gevoel van trots en verbondenheid.’ Hij hoopt dat zijn inzet voor het Gronings niet alleen bijdraagt aan het behoud van het dialect, maar ook aan het vergroten van het respect voor regionale talen in Nederland. ‘Nederland is een land van vele talen en dialecten, en we moeten trots zijn op die diversiteit. Als we de dialecten verliezen, verliezen we een deel van onze cultuur. Het Gronings is daar een belangrijk onderdeel van.’

‘Het Fries is een stukje van mijn ziel’

Doutzen Kroes, het wereldberoemde Nederlandse fotomodel uit Friesland, heeft zich altijd gepositioneerd als een voorvechter voor haar afkomst en cultuur. De Friese taal speelt daarin een centrale rol. In een interview voor het Friesch Dagblad sprak ze zich uit over het belang van het Fries, zowel voor haar persoonlijke identiteit als voor de bredere culturele waarde die het vertegenwoordigt. ‘Het Fries is een belangrijk onderdeel van wie ik ben’, zei ze, terwijl ze haar motivatie om zich in te zetten voor het behoud van de taal toelichtte.

Kroes groeide op in het Friese dorp Eastermar, waar ze werd omringd door de rijke cultuur van haar provincie. Ze is trots op haar Friese roots en hoewel haar carrière haar over de hele wereld heeft gebracht, heeft ze nooit haar afkomst en de taal die haar gevormd heeft losgelaten. ‘Ik spreek het Fries nog altijd met mijn familie en vrienden. Het is de taal van mijn jeugd en het brengt me dichter bij mijn familie en mijn wortels.’

Kroes’ liefde voor het Fries is niet alleen gebaseerd op nostalgie. Ze erkent de waarde van het Fries als een cultureel erfgoed dat het verdient om bewaard te blijven. ‘Talen zijn niet zomaar woorden, ze zijn de dragers van geschiedenis, cultuur en identiteit. Het Fries is meer dan een middel om te communiceren; het is een stukje van mijn ziel.’

Kroes maakt zich sterk voor het behoud en de promotie van de Friese taal, vooral nu deze in de verdrukking komt door de dominantie van het Nederlands en andere talen. ‘Het Fries moet een plaats krijgen in het dagelijks leven, in de media, op school en in de politiek. Het zou zonde zijn als toekomstige generaties de taal niet meer zouden leren spreken of waarderen. Ik wil niet dat het Fries alleen nog maar een herinnering is’, vertelde ze in een interview met de Leeuwarder Courant.

Regionale talen onder druk (Deel II)

BN’ers op de bres voor hun streektaal

Hoewel regionale talen onder druk staan, is er ook een trend om ze uit het verdomhoekje te halen. In alle regio’s van ons land treden bekende ambassadeurs naar voren die een lans breken voor de taal van hun jeugd. Strijdlustig beklimmen ze de barricades om het voortbestaan van ‘hun’ Fries, Nedersaksisch, Limburgs of Papiamento te verdedigen.

Regionale talen / streektalen / dialecten

Tekst: Eimer Wieldraaijer Foto’s /
video: zie credits langs zijkant

Bibliotheekblad 8 • oktober 2025

Foto: Albin Olsson

Reflecties
Poels heeft ooit in NRC Handelsblad gezegd: ‘Limburgers houden van de muziek en van hun taal. Het Limburgs spreekt tot de verbeelding, het heeft een warme klank. Het is gewoon het juiste middel om iets van jezelf te laten horen.’ In een interview met Humo legde hij uit: ‘Als ik in het Nederlands zou zingen, zou het niet goed zijn. Limburgs is zo rijk en vol karakter, dat het veel beter past bij de manier waarop ik muziek maak. Het is de taal van mijn hart.’ In een interview met De Limburger zei Poels: ‘Het Limburgs zit in mijn bloed. Het is de taal van mijn vader, mijn grootouders, mijn omgeving. Het is de taal die ik het beste kan gebruiken om mijn gevoelens uit te drukken en mijn verhalen te vertellen.’

In 2019 nam Poels deel aan het populaire televisieprogramma De slimste mens, waarin hij met trots zijn afkomst en de betekenis van het Limburgs benadrukte. Tijdens het programma zei hij: ‘Als je Limburgs spreekt, kom je vaak in de verleiding om het als iets minderwaardigs te zien. Maar het is een prachtige taal en het is belangrijk om deze te koesteren.’ Hij heeft altijd benadrukt dat het Limburgs geen “achtergestelde” taal is, maar een rijke en expressieve taal die net zoveel waarde heeft als andere talen in Nederland.

‘Limburgs is de taal van mijn hart’

Jack Poels (rechts op de foto), geboren in 1957 in het Limburgse America, is een van de meest iconische artiesten van Nederland, vooral bekend als de zanger en oprichter van de band Rowwen Hèze. Met zijn band, opgericht in 1985, heeft Poels erkenning gekregen voor zijn vermogen om traditionele Limburgse muziek te combineren met elementen van moderne rock, folk en zelfs Mexicaanse en Cajun invloeden. Door in het Limburgs te zingen, heeft Poels niet alleen de regionale cultuur gepromoot, maar heeft hij ook laten zien dat het Limburgs zich uitstekend leent voor diverse muzikale stijlen.
Voor Poels is het Limburgs dialect niet slechts een middel om muziek te maken, het is de essentie van zijn identiteit en cultuur. Hij heeft in verschillende interviews benadrukt hoe belangrijk het Limburgs voor hem is, niet alleen als taal, maar als het hart van de Limburgse volksaard. Poels heeft altijd geweigerd om in het Nederlands te zingen, ondanks de grotere reikwijdte van deze taal in de muziekwereld.
In een interview met De Limburger verklaarde hij: ‘Het Limburgs is voor mij de mooiste taal om in te zingen. Het is de taal van mijn jeugd, de taal van mijn roots. Je kunt veel meer uitdragen met het Limburgs dan met het Nederlands.’ Het Limburgs biedt, volgens Poels, niet alleen een muzikale klank die rijker en expressiever is, maar het is ook een authentieke manier om zijn gevoelens en ervaringen te delen.

Naast zijn muzikale activiteiten heeft Bökkers zich ingezet voor het onderwijzen van het Nedersaksisch. Hij ontwikkelt momenteel een leerlijn voor het basisonderwijs om ervoor te zorgen dat de jeugd in aanraking komt met haar culturele erfgoed. Hij ziet dit als een noodzakelijke stap om de taal voor toekomstige generaties te behouden. In zijn eigen woorden: ‘Het zou heel mooi zijn als je de jeugd wat bij kan brengen van die cultuur.’
Nogmaals het interview in de Volkskrant: ‘Opvallend vaak zijn het de “terugkeerders” die zich inzetten voor de taal en de cultuur van het oosten. Mensen die hier zijn geboren, maar een tijd in het westen hebben gewoond. Daniël Lohues, die in Utrecht ging studeren en knetterende heimwee kreeg. Bennie Jolink studeerde ooit aan de kunstacademie in Amsterdam, voelde zich daar helemaal niet thuis, kwam terug en richtte Normaal op. Misschien is het nodig om deze streek van een afstand te bekijken, voordat je beseft: godverdomme, wat heb ik eigenlijk achtergelaten? En dat je dat gevoel dan wil uitdragen en uiten in boeken, films of muziek. Zo is het met mij ook gegaan.’

Bökkers' invloed strekt zich inmiddels uit tot televisieland. Zo speelde hij een hoofdrol in de plattelandssoap Woeste Grond, waarin hij het personage Dinant Ottink vertolkte. Deze rol gaf hem de mogelijkheid om het Nedersaksisch verder onder de aandacht te brengen bij een breder publiek. De dramaserie trok per aflevering meer dan een miljoen kijkers.

‘Nedersaksisch is veel meer rock 'n roll dan het Nederlands’

Hendrik Jan Bökkers, geboren en getogen in Salland, is een prominente figuur in de Nederlandse muziekwereld. Als zanger en gitarist van de rockband Bökkers heeft hij zich niet alleen onderscheiden door zijn muzikale talent, maar ook door zijn passie voor het behoud en de promotie van het Nedersaksisch, het dialect van zijn thuisregio. Net als Finkers beschouwt Bökkers het Nedersaksisch als essentieel onderdeel van zijn identiteit en cultuur. Hij gelooft dat deze taal rijker en expressiever is dan het ABN. In een interview met 1Twente benadrukte hij: ‘Nedersaksisch is veel meer rock 'n roll dan het Nederlands.’
Met zijn band Bökkers heeft Hendrik Jan niet alleen muziek gemaakt in het Nedersaksisch, maar ook actief bijgedragen aan de verspreiding en het behoud ervan. Het gebruik van het dialect in hun muziek is voor hem een manier om de cultuur levend te houden en een breder publiek te bereiken. Hij verklaarde: ‘Het mooie aan het Nedersaksisch zijn de dingen die we niet zeggen.’

In een interview voor de Volkskrant (7 december 2024): ‘Toen ik als broekie naar de pabo in Zwolle ging, werd mij sterk aangeraden om op logopedie te gaan om mijn accent af te leren. “Want hoe moet dat dan als je ooit gaat lesgeven in Rotterdam of zo?” Mijn moeder is opgevoed in het Sallands. Zij werd onderwijzeres in de jaren zeventig, toen de teneur was: je moet kinderen Nederlands aanleren, want anders zijn ze gedoemd te mislukken in de maatschappij. Dus dat deed ze. Maar intussen was de boodschap toch wel dat ze zich moest schamen voor het dialect. Toen het Nedersaksisch werd erkend, zei ze: dus ik ben eigenlijk al die tijd tweetalig geweest! Het is niet dat ik een stomme, verbasterde vorm van Nederlands praat, het is gewoon een andere taal.’

Foto: Matthijs Weenk

Foto: DWDD

‘Dialect is geen taal om in te verhullen, maar om in te uiten’

Ook Herman Finkers, de Twentse cabaretier die bekend staat om zijn droogkomische humor, heeft zich door de jaren heen gepositioneerd als een groot voorvechter van het behoud van streektaal en dialect. Finkers, geboren in Almelo en opgegroeid in een regio waar het Twents (een variant van het Nedersaksisch) nog altijd veel wordt gesproken, is trots op zijn afkomst en heeft in zijn werk vaak gebruikgemaakt van het dialect. Hij heeft herhaaldelijk benadrukt hoe belangrijk streektaal is voor de identiteit van een gemeenschap. In verschillende interviews en tijdens optredens legt hij uit dat dialect niet alleen een middel is om te communiceren, maar ook een belangrijke drager van cultuur en geschiedenis. Dialect is voor Finkers meer dan een manier van spreken; het is een manier van denken en voelen. In een interview met Onze Taal zegt hij bijvoorbeeld: ‘Een andere taal is een andere wereld.’

Humor
In een interview met Visit Twente laat hij weten: ‘Deze regio is mijn identiteit, dat ligt vooral in de klank en de taal.’ Finkers beschouwt zijn Twentse dialect als een onmiskenbaar onderdeel van zijn persoonlijke en professionele leven. Het gebruik van dialect biedt hem niet alleen de mogelijkheid om humor te gebruiken die specifiek is voor zijn regio, maar het helpt ook om een gevoel van gemeenschap te creëren bij zijn publiek, dat zich in zijn taal en humor kan herkennen. Het schrijven van een boek in dialect was voor Finkers dan ook geen oppervlakkige keuze. In 1995 publiceerde hij het boek De Grens, waarin hij naast de Nederlandse taal ook uitgebreid gebruikmaakt van het Twents. Dit was een bewuste keuze om de taal te behouden en te gebruiken in een literair werk, iets wat in Nederland in die tijd relatief ongewoon was. Door de keuze voor dialect in zijn literaire werk hoopt hij niet alleen de regionale taal te behouden, maar ook een breder publiek te laten kennismaken met de rijkdom en de charme van streektaal.

Het gebruik van dialect is voor Finkers ook een vorm van verzet tegen de steeds verdergaande uniformering van de Nederlandse taal. In zijn shows speelt hij met de verschillen tussen het standaard Nederlands en het Twents en benadrukt hij het humoristische aspect van de verschillen in uitspraak en betekenis. Dit draagt bij aan een grotere waardering voor dialecten en zorgt ervoor dat het publiek zich bewust wordt van de rijkdom die streektaal biedt. In verschillende optredens benadrukt Finkers de kracht van dialect om humor te brengen, die niet altijd direct begrijpelijk is voor mensen buiten de regio. Maar dat is juist wat de taal zo speciaal maakt: het vormt een band tussen de mensen die het spreken. Zijn uitspraak hierover, afkomstig uit een interview met Onze Taal, zegt veel over zijn benadering: ‘Dialect is geen taal om in te verhullen, maar om in te uiten.’

Foto: Jos Schuurman

‘Het Gronings zit diep in mijn hart’

De Groningse cabaretier Bert Visscher heeft zich altijd uitgesproken over de waarde van het Gronings, zijn moedertaal. De liefde voor het dialect is voor hem een diepgeworteld onderdeel van zijn identiteit en cultuur. Visscher vindt het essentieel om het Gronings in ere te houden. Zijn inzet voor de taal is niet alleen persoonlijk, maar ook maatschappelijk: hij wil voorkomen dat het dialect verloren gaat en pleit voor een grotere erkenning van het Gronings in de media en het onderwijs. Visscher groeide op in de provincie Groningen, waar het Gronings de taal was die hij van jongs af aan sprak. ‘Het Gronings is niet zomaar een dialect voor mij, het is de taal die ik van mijn ouders heb meegekregen, die ik met mijn vrienden sprak en die ik nog steeds gebruik in mijn dagelijks leven,’ vertelt hij in een interview met Groninger Gezinsbode.

Visscher benadrukt hoe belangrijk het voor hem is om het Gronings te behouden. ‘Wanneer ik in het Gronings praat, voel ik me thuis. Het brengt me terug naar mijn jeugd, naar de warmte van mijn familie. Het is iets wat in je zit, diep van binnen. Je zou kunnen zeggen dat het Gronings mijn ziel raakt.’ Hij ziet het dialect als een rijke culturele schat, vol geschiedenis en traditie. ‘Het Gronings is een taal die door de eeuwen heen is gevormd door de mensen die hier woonden. Het vertelt het verhaal van onze regio, van de hardwerkende boeren, de vissers, de mensen die altijd in hun eigen levensonderhoud hebben voorzien. Het Gronings is een taal die de kracht en het doorzettingsvermogen van de Groningers weerspiegelt.’

Visscher maakt zich zorgen over het voortbestaan van het Gronings. ‘Er zijn steeds minder jongeren die het dialect goed beheersen. In sommige dorpen hoor je het niet eens meer in de straat en dat is zorgwekkend. Als je de taal niet meer spreekt, verlies je een deel van je cultuur en je geschiedenis. Het is belangrijk dat we het Gronings niet alleen bewaren, maar het ook actief gebruiken en doorgeven aan de volgende generatie.’

Schattig
‘Ik gebruik het Gronings niet omdat het zo uniek is, of omdat het “schattig” klinkt, maar omdat het iets is wat diep in mijn hart zit. Ik wil de mensen laten zien hoe mooi het is, hoe het de verbinding tussen mensen versterkt,’ legt Visscher uit. ‘Mensen herkennen zich in de verhalen, in de taal, en dat is precies wat ik hoop te bereiken. Het Gronings heeft een bepaalde warmte en directheid die de mensen aantrekt.’

Visscher pleit er ook voor dat het Gronings een grotere rol krijgt in het onderwijs. Hij vindt het belangrijk dat kinderen in de regio Groningen niet alleen de standaardtalen leren, maar ook hun eigen dialect. ‘We moeten het Gronings een plek geven in de scholen. Het is een groot gemis dat veel jongeren het niet meer leren. Het is niet alleen de taal van je ouders of grootouders, maar het is ook een manier om je streek en je geschiedenis te begrijpen.’

In een interview met Dagblad van het Noorden zei Visscher: ‘Als kinderen leren hoe ze het Gronings moeten spreken, kunnen ze niet alleen communiceren in hun eigen streektaal, maar krijgen ze ook een gevoel van trots en verbondenheid.’ Hij hoopt dat zijn inzet voor het Gronings niet alleen bijdraagt aan het behoud van het dialect, maar ook aan het vergroten van het respect voor regionale talen in Nederland. ‘Nederland is een land van vele talen en dialecten, en we moeten trots zijn op die diversiteit. Als we de dialecten verliezen, verliezen we een deel van onze cultuur. Het Gronings is daar een belangrijk onderdeel van.’

Foto: Georges Biard,

Regionale talen onder druk (Deel II)

Bibliotheekblad 8 • oktober 2025

BN’ers op de bres voor hun streektaal

Hoewel regionale talen onder druk staan, is er ook een trend om ze uit het verdomhoekje te halen. In alle regio’s van ons land treden bekende ambassadeurs naar voren die een lans breken voor de taal van hun jeugd. Strijdlustig beklimmen ze de barricades om het voortbestaan van ‘hun’ Fries, Nedersaksisch, Limburgs of Papiamento te verdedigen.

Tekst: Eimer Wieldraaijer Foto’s /
video: zie credits langs zijkant

Regionale talen / streektalen / dialecten

CPNB-voorzitter Eveline Aendekerk sprak tijdens de opening van het Boekenbal het moeilijkste publiek van het land toe in haar moedertaal, het Roermonds. Hierover werd ze geïnterviewd door L1 Nieuws. De regionale omroep van Limburg.

‘Het Fries is een stukje van mijn ziel’

Doutzen Kroes, het wereldberoemde Nederlandse fotomodel uit Friesland, heeft zich altijd gepositioneerd als een voorvechter voor haar afkomst en cultuur. De Friese taal speelt daarin een centrale rol. In een interview voor het Friesch Dagblad sprak ze zich uit over het belang van het Fries, zowel voor haar persoonlijke identiteit als voor de bredere culturele waarde die het vertegenwoordigt. ‘Het Fries is een belangrijk onderdeel van wie ik ben’, zei ze, terwijl ze haar motivatie om zich in te zetten voor het behoud van de taal toelichtte.

Kroes groeide op in het Friese dorp Eastermar, waar ze werd omringd door de rijke cultuur van haar provincie. Ze is trots op haar Friese roots en hoewel haar carrière haar over de hele wereld heeft gebracht, heeft ze nooit haar afkomst en de taal die haar gevormd heeft losgelaten. ‘Ik spreek het Fries nog altijd met mijn familie en vrienden. Het is de taal van mijn jeugd en het brengt me dichter bij mijn familie en mijn wortels.’

Kroes’ liefde voor het Fries is niet alleen gebaseerd op nostalgie. Ze erkent de waarde van het Fries als een cultureel erfgoed dat het verdient om bewaard te blijven. ‘Talen zijn niet zomaar woorden, ze zijn de dragers van geschiedenis, cultuur en identiteit. Het Fries is meer dan een middel om te communiceren; het is een stukje van mijn ziel.’

Kroes maakt zich sterk voor het behoud en de promotie van de Friese taal, vooral nu deze in de verdrukking komt door de dominantie van het Nederlands en andere talen. ‘Het Fries moet een plaats krijgen in het dagelijks leven, in de media, op school en in de politiek. Het zou zonde zijn als toekomstige generaties de taal niet meer zouden leren spreken of waarderen. Ik wil niet dat het Fries alleen nog maar een herinnering is’, vertelde ze in een interview met de Leeuwarder Courant.

‘Papiamento is meer dan woorden voor mij’

Waylon, geboren als Willem Bijkerk, groeide op in Nederland, maar zijn moeder komt van Curaçao en spreekt Papiamento. De zanger heeft altijd een sterke band gehad met de Antilliaanse cultuur en de taal die daar gesproken wordt. ‘Papiamento is meer dan woorden voor mij. Het is de taal van mijn moeder, het is de taal die mijn familie met elkaar spreekt. Als ik Papiamento spreek, voel ik me dichter bij mijn roots,’ vertelt Waylon in een interview met NRC Handelsblad. Hoewel Waylon als artiest wereldwijd bekend is geworden, heeft hij nooit zijn Antilliaanse achtergrond losgelaten. ‘Elke keer als ik naar Curaçao ga, voel ik me thuis. Het geluid van het Papiamento om me heen, de muziek, de mensen… het is voor mij als thuiskomen,' legt hij uit.

Voor Waylon heeft het Papiamento een veel diepere betekenis dan een gewoon communicatiemiddel. Het is een taal die zijn identiteit als persoon en als artiest mede vormgeeft. ‘Papiamento heeft mijn karakter mee gevormd. Het is een taal die de liefde, de warmte en de cultuur van het eiland weerspiegelt. De manier waarop we praten, de uitdrukkingen die we gebruiken, ze hebben zoveel karakter en kracht. Het Papiamento heeft iets unieks wat je in geen enkele andere taal vindt.’

De zanger stelt dat het Papiamento niet alleen een persoonlijke betekenis voor hem heeft, maar ook een historisch en cultureel belang draagt. ‘Het Papiamento is ontstaan uit verschillende invloeden, het is een mengelmoes van talen, en dat maakt het zo bijzonder. Het is een taal die de geschiedenis van de Antillen vertelt, van de slavernij tot de huidige tijd. Het is een teken van veerkracht.’

Passie
Waylon vindt dat het Papiamento een grotere plaats moet krijgen in de Nederlandse samenleving. Hij maakt zich zorgen dat de taal, net als vele andere minderheidstalen, langzaamaan terrein verliest, vooral onder jongeren. ‘Als je kijkt naar de jeugd op Curaçao of Aruba, zie je dat steeds meer jongeren het Papiamento niet goed beheersen. Ze spreken liever Nederlands of Engels. We moeten er alles aan doen om de taal te behouden,’ vertelt hij met passie. In een gesprek met RTL Nieuws voegt hij eraan toe: ‘Ik weet dat het niet altijd makkelijk is. De Antilliaanse gemeenschappen voelen vaak de druk om Nederlands te spreken. Maar we moeten trots zijn op wat we hebben en dat is onze taal. Als je je taal verliest, verlies je een stukje van jezelf. Ik wil niet dat we als samenleving alleen maar een land van één taal worden. Verschillende talen maken ons sterker en rijker en Papiamento is daar een onmiskenbaar onderdeel van.