Foto: Eimer Wieldraaijer

Foto: OBA

Foto: OBA

Fjodor Buis is een portret- en reportagefotograaf, die furore maakte met Dienaren van de Kroon, een project van 2010-2015, waarbij hij 114 (oud)-ministers in beeld vastlegde. Voor Uitgeverij Atlas Contact maakt hij al sinds jaar en dag auteursportretten. Tentoonstellingen van zijn hand waren bijvoorbeeld: 28 bekende en Markante Haarlemmers in Teylers Museum 1995 en Hals meets Vinci in de Schagchelstraat Haarlem (2017-2018).

Journalist Frénk van der Linden is vooral bekend van zijn interviews voor de Volkskrant en als presentator van het culturele programma Kunststof op NPO Radio 1. Van zijn hand verschenen onder meer de boeken Laten we eerlijk zijn – 25 jaar spraakmakende interviews en De Steniging. Voor de interviewserie Geloof, Dood & Liefde in NRC Handelsblad ontving hij in 1998 de Prijs voor de Nederlandse Dagbladjournalistiek.

Over de initiatiefnemers

Murat Isik schreef de prijswinnende bestsellers Wees onzichtbaar en In de mist van Golden Gate Park.

Een twintigtal leerlingen uit 4 havo van het Marcanti College – en hun docenten – zitten op de zesde etage van de centrale vestiging van de OBA in een kring geboeid te luisteren naar schrijver Murat Isik.

Romanreuzen zetten aan tot lezen

‘Het is leuk om een schrijver beter te leren kennen’

Tamar van Gelder wordt per 1 oktober 2024 de nieuwe directeur-bestuurder van Stichting Lezen. Van Gelder (1975) was sinds 2021 voorzitter van de Algemene Onderwijsbond (AOb), die 83.000 medewerkers in het onderwijs en onderzoek vertegenwoordigt. Van 2016 tot 2021 was zij bij de AOb algemeen secretaris. Daarvoor werkte ze als opleidingsmanager bij het ROC Amsterdam en was ze mede-oprichter van de Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO). Ze is lid van de Raad van Advies SER Diversiteit in Bedrijf en voorzitter van de Stichting van het Onderwijs.

Leesbevordering

Tekst: Maarten Dessing • Foto’s:
zie credits langs zijkant

Onder de noemer RomanReuzen zetten fotograaf Fjodor Buis en journalist Frénk van der Linden een groots multimediaal leesbevorderingsproject op, waarmee ze vooral enthousiasme wilden overbrengen. Dat heeft zijn uitwerking niet gemist, zeggen alle betrokkenen nu het zijn einde nadert. (Bibliotheekblad schreef in maart 2025 ook over dit project. Dat artikel kunt u HIER teruglezen.).

Schrijvers uitnodigen werkt
Uit eerder onderzoek van De Schrijverscentrale, die jaarlijks bemiddelt voor meer dan 6000 optredens van schrijvers in bibliotheken, scholen, literaire cafés en waar dan ook, is gebleken hoe groot de impact van een ontmoeting met een schrijver is. Het geeft een extra boost aan de leesmotivatie en het leesplezier van leerlingen in alle leeftijden – óók in NT2-klassen. Ze gaan er daadwerkelijk meer door lezen. Ook werkt het inspirerend voor docenten om meer met lezen te doen.

RomanReuzen maakt ontmoetingen voor de bovenbouw van de middelbare school op een toegankelijke manier mogelijk, vindt ook zelfstandig programmamaker Marjolein Hordijk, die er achter de schermen veel voor heeft gedaan. ‘Veel leesbevordering is gericht op het vmbo en mbo. Voor hogere schoolniveaus wordt weinig gedaan, omdat de gedachte vaak is dat die leerlingen toch wel lezen. Dat is niet zo. En dan is RomanReuzen nog met ontzettend veel energie opgepakt ook.’

De crux zit volgens haar in de voorbereiding op scholen. Leerlingen lezen het boek van de schrijver en stellen met de hele klas een gedegen vragenlijst op. ‘Tegelijk bereiden Frénk en Fjodor de schrijvers erop voor dat de leerlingen hen alles mogen vragen. Dat zorgt voor een openheid die de leerlingen voelen. Dat ze zelf het interview mogen doen, geeft ze ook een gevoel van autonomie. Ik hoor dan ook regelmatig van collega’s uit de bibliotheekwereld hoe geweldig het was.’

Betaalbaar aanbod
Ook Petra Willemsteijn, een van de leesmediaconsulenten van de OBA, had er direct bij haar scholen op aangedrongen om gebruik te maken van het betaalbare aanbod van RomanReuzen. Daaronder het Marcanti College. ‘Het is niet altijd makkelijk leerlingen aan het lezen te krijgen. Samen met de docent maken we elk jaar een leesplan waarin we proberen een gedragsverandering te bewerkstelligen. Een schrijversbezoek is daarvoor een van de krachtigste middelen.’

Dan kun je zeggen: waarom dan niet iedere maand een schrijver uitnodigen? Zo simpel is het niet. Er hangt ten eerste een prijskaartje aan. ‘Vooral de subsidie die op RomanReuzen zat, maakte het interessant daaraan mee te doen. Een schrijver ontvangen is voor scholen toch kostbaar.’ Ook vereist het een degelijke voorbereiding. ‘Het idee dat je een schrijver gaat ontmoeten, wekt veel zin op om zijn of haar boek te gaan lezen. Maar in de praktijk lukt dat niet altijd.’

Dat bleek bij het bezoek van Murat Isik. Het vuistdikke Wees onzichtbaar telt in de reguliere papieren uitgave 600 pagina’s. Vier havo had daar klassikaal slechts een deel van gelezen. Willemsteijn: ‘Evengoed kijk ik heel positief terug op deze ochtend. De klas had mooie vragen voorbereid en de schrijver betrok hen goed in zijn verhaal. Je merkte aan alles dat iedereen luisterde. Ik weet zeker dat een groot aantal na afloop heeft gedacht: en nu ga ik het boek uitlezen ook.’

Meer lezen?
Willemsteijn is niet de enige die er zo over denkt. Ook Isik zelf gloeit nog na terwijl hij zich alweer mentaal voorbereidt op de sessie met vijf havo. ‘Ik vond dit onwijs leuk om te doen’, zegt hij. ‘De groep luisterde en had veel vragen. Ze waren enthousiast en nieuwsgierig. Daar sla ik op aan, dan kun je echt het gesprek aangaan. Het is belangrijk ook. Ik wist zelf als kind niets over boeken. Als je hen erover vertelt, is dat een stimulans om meer te gaan lezen.’

En de leerlingen zelf? ‘Hij gaf ons echt zijn tijd. Dat kon je goed merken’, zegt Sohaib. ‘Hij beantwoordde enthousiast al onze vragen’, vindt Elif. ‘Het is leuk dat je hem nu beter hebt leren kennen’, analyseert Brian. ‘Hij vertelde over zijn persoonlijk leven en ervaringen. Het is leuk dat terug te zien in zijn boek.’ Sohaib: ‘Door zijn migratieachtergrond sprak het me toch al aan. Dat is herkenbaar.’ Brian: ‘En de thuisproblematiek. Dat herken ik ook.’

Dus gaan ze nu ook meer lezen? ‘Het hangt van het boek af. Ik heb niet echt veel tijd’, zegt Elif. Maar voor de andere twee geldt dat zeker. ‘Toen ik klein was, moest ik van mijn vader veel lezen, omdat mijn Nederlands nog niet zo goed was’, zegt Sohaib. ‘Ik woon pas negen jaar in Nederland. Toen het niet meer verplicht was, werd het minder. Maar verhalen zijn toch leuk.’ En Brian zegt: ‘Ik wilde toch al meer gaan lezen. Ik zit ook in de boekenclub van school. Maar dit boek ga ik nu zeker uitlezen.’

Enthousiasme overbrengen
De hamvraag is: heeft het project conform de bedoelingen ook mensen tot lezen gebracht? Buis weet het wel zeker. ‘Ik merk het alleen al aan mezelf. Ik heb er alle keren bijgezeten als Frénk de interviews voor het boek deed. Als een schrijver enthousiast over een boek van vroeger vertelt, raak je toch geïntrigeerd en ga je ernaar op zoek. Het respijt van Primo Levi heb ik bijvoorbeeld toen gelezen. Maar ook boeken van de geïnterviewden heb ik daarna opgezocht.’

Zo hoort hij ook na afloop van de ontmoeting met een schrijver soms terug van leraren dat het gesprek wel degelijk zaadjes heeft geplant. ‘Tijdens de interviews merk je er vaak niets van. De dynamiek in de klas maakt het voor leerlingen vaak moeilijk om te zeggen dat je een boek wilt lezen. Het is nu eenmaal niet cool om te lezen. Maar als het gesprek is afgelopen, komen er altijd een of twee leerlingen op de schrijver af met extra vragen. Die, weet je dan, zijn geraakt.’

Deze dynamiek maakt het voor Buis moeilijk vast te stellen of RomanReuzen het gehoopte succes is gebleken. ‘We wilden enthousiasme overbrengen. Ik denk zeker dat dat is gelukt. Al die ontmoetingen waren net zo leuk als in de OBA met Murat. Veel leerlingen die nu een schrijver hebben ontmoet, zullen dat onthouden. Ik herinner me de schrijversontmoetingen van vroeger óók nog. Maar hoeveel van hen daardoor meer gaan lezen – of überhaupt gaan lezen – is onmogelijk te bepalen.’

Een woensdagochtend op een dag dat de lente voor het eerst lijkt door te breken. In het OBA Forum heerst een geconcentreerde rust. Een twintigtal leerlingen uit 4 havo van het Marcanti College – en hun docenten – zitten hier op de zesde etage van de centrale vestiging van de Openbare Bibliotheek Amsterdam in een kring geboeid te luisteren naar de schrijver van de prijswinnende bestsellers Wees onzichtbaar (2017) en In de mist van Golden Gate Park (2024): Murat Isik.

Elif en Brian stellen namens de klas de vragen. Waarom is hij ooit begonnen met schrijven? Wat vindt hij moeilijk aan schrijven? Had hij gedacht er ooit succes mee te hebben? En zou hij zelf het scenario voor de verfilming willen schrijven? Isik geeft steeds uitgebreid antwoord. Over de autobiografische achtergrond van zijn werk bijvoorbeeld. Net als Metin, de hoofdpersoon van Wees onzichtbaar, groeide hij op in de Bijlmer en werd hij op school gepest.

De klas wordt door hem zo op zijn gemak gesteld dat sommige leerlingen tegen het einde, tijdens het rondje ‘vragen uit de zaal’, niet op kunnen houden. Zelfs nadat Fjodor Buis, de moderator vandaag, de slotvraag heeft aangekondigd, blíjven de vragen komen. Van wie krijgt hij steun bij het schrijven? Kan hij ervan rondkomen? Hoeveel verdient hij dan? Isik geeft steeds antwoord. Maar helaas, vijf havo wacht op hem voor de volgende sessie. De ontmoeting moet echt eindigen.

Een eenvoudig verzoek
Het bezoek van het Marcanti College aan de OBA is een direct uitvloeisel van het project RomanReuzen. Het begon ooit met een eenvoudig verzoek van Buis aan de bekende journalist Frénk van der Linden, die boven zijn fotostudio woont. Wilde hij misschien interviews maken bij de vijftig schrijversportretten die Buis wilde bundelen in een boek? Dat mondde uiteindelijk, behalve in een boek, uit in een podcastreeks, een reizende expositie, postzegels én een reeks ontmoetingen van scholieren met schrijvers.

‘In eerste instantie hield Frénk de boot af’, blikt Buis terug. ‘Vijftig interviews, zei hij, weet je hoeveel tijd dat kost!? Ieder gesprek moet je voorbereiden en uitwerken, daar kon hij niet aan beginnen. Maar een paar dagen later kwam hij erop terug. Kon hij geen podcastreeks maken? Dát had hij nog nooit gedaan. Ook bedacht hij een kernvraag: wat is het boek dat schrijvers tussen hun 15de en 25ste het diepst had geraakt en hoe werkt dat door bij hun dierbaarste boek van eigen hand?’

Indringende leeservaringen
Toen kregen beiden de geest. Er moest toch een boek over RomanReuzen komen, dat vorig jaar verscheen bij Luitingh-Sijthoff. ‘Daardoor ging Frénk uiteindelijk alsnog ruim vijftig teksten schrijven.’ De foto’s moesten worden geëxposeerd. Enzovoorts. Maar het belangrijkste was het laatste element: alle schrijvers zouden ook beschikbaar zijn voor ontmoetingen met scholieren, die nu zélf de leeftijd hebben voor hun eerste indringende leeservaringen.

Dat maakte van RomanReuzen een groots leesbevorderingsproject. Schrijvers traden tijdens het schooljaar 2025-2026 zo’n vijftig keer op in bibliotheken voor schoolklassen op voorwaarde dat de leerlingen het boek hadden gelezen en zelf de schrijver interviewden. Mede door subsidies van onder meer het Letterenfonds en het Cultuurfonds en sponsoring van PostNL en Corendon konden bibliotheken de schrijvers tegen gereduceerd tarief boeken.

‘Als je zou uitrekenen wat ik hier per uur aan verdien’, vertelde Van der Linden eerder in Boekblad, het vakblad voor de boekenbranche, ‘zal dat iets in de sfeer van 6,10 euro zijn. Bruto. Maar ik heb dit in de eerste plaats gemaakt, omdat ik iets wilde doen aan wat mij ongelooflijk dwars zit: de ontlezing. Ik ben zelf op aarde om verhalen te vertellen. Ik ben dankbaar dat ik dat al 45 jaar mag doen. Dus ik kan niet lijdzaam toezien dat verhalen steeds minder aftrek vinden.’

Daar doe je het voor
Inmiddels is het schooljaar zo goed als voorbij. Schrijvers als Bart Chabot, Niña Wijers, Alex Boogers, Mohammed Benzakour, Gerbrand Bakker, Erna Sassen, Gerda Blees en Philip Huff hebben dankzij RomanReuzen door het hele land gereisd. En omdat de scholen zelf een auteur mochten kiezen, is een klein groepje vaak op meerdere plekken geweest. Ook Isik. Behalve bij de OBA heeft hij onder meer in de bibliotheken van Utrecht, Hoorn en Tilburg opgetreden.

Buis kijkt zelf met trots op het project terug. Als fotograaf was de expositie van zijn werk natuurlijk het hoogtepunt. De schrijversportretten waren eerst te zien in Museum Hilversum. ‘Op grote trotters [reclameborden, red.] buiten, heel mooi. Daar doe je het voor.’ Later waren de foto’s onder meer te zien in Eindhoven, tijdens een vierdaags festival voor scholieren, in boekhandel Dominicanen (Maastricht) en het Corendon Hotel in Amsterdam. ‘Niet in bibliotheken. Die hebben er helaas geen ruimte voor.’

Tastbare herinneringen
Ook het boek en de podcastreeks zijn tastbare herinneringen. ‘Fotoboeken verkopen vaak heel slecht. Het is echt een nichemarkt. Nu is dit net iets anders, omdat er ook interviews in staan, maar de eerste druk van 3500 exemplaren is bijna uitverkocht. De uitgeverij is daar in ieder geval blij mee. Of het wordt herdrukt, weet ik niet. Dat is aan Luitingh-Sijthoff. Op een gegeven moment zakt de verkoop ook in. Maar de inhoud blijft in ieder geval nog lang interessant.’

Dat blijkt ook uit de belangstelling voor de afzonderlijke afleveringen van de podcast. ‘De exacte luistercijfers ken ik niet. Maar anders dan bij het boek kent zoiets geen piek in het begin waarna het langzaam wegzakt. Als bijvoorbeeld Abdelkader Benali of Auke Hulst met een nieuw boek komt, gaan mensen op zoek naar informatie en komen ze al googelend bij RomanReuzen uit. Dan zie je direct een opleving van hún aflevering. Zo werkt dat met podcasts.’

Bibliotheekblad 5 • mei / juni 2025

Foto: OBA

Fjodor Buis is een portret- en reportagefotograaf, die furore maakte met Dienaren van de Kroon, een project van 2010-2015, waarbij hij 114 (oud)-ministers in beeld vastlegde. Voor Uitgeverij Atlas Contact maakt hij al sinds jaar en dag auteursportretten. Tentoonstellingen van zijn hand waren bijvoorbeeld: 28 bekende en Markante Haarlemmers in Teylers Museum 1995 en Hals meets Vinci in de Schagchelstraat Haarlem (2017-2018).

Journalist Frénk van der Linden is vooral bekend van zijn interviews voor de Volkskrant en als presentator van het culturele programma Kunststof op NPO Radio 1. Van zijn hand verschenen onder meer de boeken Laten we eerlijk zijn – 25 jaar spraakmakende interviews en De Steniging. Voor de interviewserie Geloof, Dood & Liefde in NRC Handelsblad ontving hij in 1998 de Prijs voor de Nederlandse Dagbladjournalistiek.

Over de initiatiefnemers

Foto: Eimer Wieldraaijer

Enthousiasme overbrengen
De hamvraag is: heeft het project conform de bedoelingen ook mensen tot lezen gebracht? Buis weet het wel zeker. ‘Ik merk het alleen al aan mezelf. Ik heb er alle keren bijgezeten als Frénk de interviews voor het boek deed. Als een schrijver enthousiast over een boek van vroeger vertelt, raak je toch geïntrigeerd en ga je ernaar op zoek. Het respijt van Primo Levi heb ik bijvoorbeeld toen gelezen. Maar ook boeken van de geïnterviewden heb ik daarna opgezocht.’

Zo hoort hij ook na afloop van de ontmoeting met een schrijver soms terug van leraren dat het gesprek wel degelijk zaadjes heeft geplant. ‘Tijdens de interviews merk je er vaak niets van. De dynamiek in de klas maakt het voor leerlingen vaak moeilijk om te zeggen dat je een boek wilt lezen. Het is nu eenmaal niet cool om te lezen. Maar als het gesprek is afgelopen, komen er altijd een of twee leerlingen op de schrijver af met extra vragen. Die, weet je dan, zijn geraakt.’

Deze dynamiek maakt het voor Buis moeilijk vast te stellen of RomanReuzen het gehoopte succes is gebleken. ‘We wilden enthousiasme overbrengen. Ik denk zeker dat dat is gelukt. Al die ontmoetingen waren net zo leuk als in de OBA met Murat. Veel leerlingen die nu een schrijver hebben ontmoet, zullen dat onthouden. Ik herinner me de schrijversontmoetingen van vroeger óók nog. Maar hoeveel van hen daardoor meer gaan lezen – of überhaupt gaan lezen – is onmogelijk te bepalen.’

Schrijvers uitnodigen werkt
Uit eerder onderzoek van De Schrijverscentrale, die jaarlijks bemiddelt voor meer dan 6000 optredens van schrijvers in bibliotheken, scholen, literaire cafés en waar dan ook, is gebleken hoe groot de impact van een ontmoeting met een schrijver is. Het geeft een extra boost aan de leesmotivatie en het leesplezier van leerlingen in alle leeftijden – óók in NT2-klassen. Ze gaan er daadwerkelijk meer door lezen. Ook werkt het inspirerend voor docenten om meer met lezen te doen.

RomanReuzen maakt ontmoetingen voor de bovenbouw van de middelbare school op een toegankelijke manier mogelijk, vindt ook zelfstandig programmamaker Marjolein Hordijk, die er achter de schermen veel voor heeft gedaan. ‘Veel leesbevordering is gericht op het vmbo en mbo. Voor hogere schoolniveaus wordt weinig gedaan, omdat de gedachte vaak is dat die leerlingen toch wel lezen. Dat is niet zo. En dan is RomanReuzen nog met ontzettend veel energie opgepakt ook.’

De crux zit volgens haar in de voorbereiding op scholen. Leerlingen lezen het boek van de schrijver en stellen met de hele klas een gedegen vragenlijst op. ‘Tegelijk bereiden Frénk en Fjodor de schrijvers erop voor dat de leerlingen hen alles mogen vragen. Dat zorgt voor een openheid die de leerlingen voelen. Dat ze zelf het interview mogen doen, geeft ze ook een gevoel van autonomie. Ik hoor dan ook regelmatig van collega’s uit de bibliotheekwereld hoe geweldig het was.’

Betaalbaar aanbod
Ook Petra Willemsteijn, een van de leesmediaconsulenten van de OBA, had er direct bij haar scholen op aangedrongen om gebruik te maken van het betaalbare aanbod van RomanReuzen. Daaronder het Marcanti College. ‘Het is niet altijd makkelijk leerlingen aan het lezen te krijgen. Samen met de docent maken we elk jaar een leesplan waarin we proberen een gedragsverandering te bewerkstelligen. Een schrijversbezoek is daarvoor een van de krachtigste middelen.’

Dan kun je zeggen: waarom dan niet iedere maand een schrijver uitnodigen? Zo simpel is het niet. Er hangt ten eerste een prijskaartje aan. ‘Vooral de subsidie die op RomanReuzen zat, maakte het interessant daaraan mee te doen. Een schrijver ontvangen is voor scholen toch kostbaar.’ Ook vereist het een degelijke voorbereiding. ‘Het idee dat je een schrijver gaat ontmoeten, wekt veel zin op om zijn of haar boek te gaan lezen. Maar in de praktijk lukt dat niet altijd.’

Dat bleek bij het bezoek van Murat Isik. Het vuistdikke Wees onzichtbaar telt in de reguliere papieren uitgave 600 pagina’s. Vier havo had daar klassikaal slechts een deel van gelezen. Willemsteijn: ‘Evengoed kijk ik heel positief terug op deze ochtend. De klas had mooie vragen voorbereid en de schrijver betrok hen goed in zijn verhaal. Je merkte aan alles dat iedereen luisterde. Ik weet zeker dat een groot aantal na afloop heeft gedacht: en nu ga ik het boek uitlezen ook.’

Meer lezen?
Willemsteijn is niet de enige die er zo over denkt. Ook Isik zelf gloeit nog na terwijl hij zich alweer mentaal voorbereidt op de sessie met vijf havo. ‘Ik vond dit onwijs leuk om te doen’, zegt hij. ‘De groep luisterde en had veel vragen. Ze waren enthousiast en nieuwsgierig. Daar sla ik op aan, dan kun je echt het gesprek aangaan. Het is belangrijk ook. Ik wist zelf als kind niets over boeken. Als je hen erover vertelt, is dat een stimulans om meer te gaan lezen.’

En de leerlingen zelf? ‘Hij gaf ons echt zijn tijd. Dat kon je goed merken’, zegt Sohaib. ‘Hij beantwoordde enthousiast al onze vragen’, vindt Elif. ‘Het is leuk dat je hem nu beter hebt leren kennen’, analyseert Brian. ‘Hij vertelde over zijn persoonlijk leven en ervaringen. Het is leuk dat terug te zien in zijn boek.’ Sohaib: ‘Door zijn migratieachtergrond sprak het me toch al aan. Dat is herkenbaar.’ Brian: ‘En de thuisproblematiek. Dat herken ik ook.’

Dus gaan ze nu ook meer lezen? ‘Het hangt van het boek af. Ik heb niet echt veel tijd’, zegt Elif. Maar voor de andere twee geldt dat zeker. ‘Toen ik klein was, moest ik van mijn vader veel lezen, omdat mijn Nederlands nog niet zo goed was’, zegt Sohaib. ‘Ik woon pas negen jaar in Nederland. Toen het niet meer verplicht was, werd het minder. Maar verhalen zijn toch leuk.’ En Brian zegt: ‘Ik wilde toch al meer gaan lezen. Ik zit ook in de boekenclub van school. Maar dit boek ga ik nu zeker uitlezen.’

Murat Isik schreef de prijswinnende bestsellers Wees onzichtbaar en In de mist van Golden Gate Park.

Foto: OBA

Onder de noemer RomanReuzen zetten fotograaf Fjodor Buis en journalist Frénk van der Linden een groots multimediaal leesbevorderingsproject op, waarmee ze vooral enthousiasme wilden overbrengen. Dat heeft zijn uitwerking niet gemist, zeggen alle betrokkenen nu het zijn einde nadert. (Bibliotheekblad schreef in maart 2025 ook over dit project. Dat artikel kunt u HIER teruglezen.).

Bibliotheekblad 5 • mei / juni 2025

‘Het is leuk om een schrijver beter te leren kennen’

Een twintigtal leerlingen uit 4 havo van het Marcanti College – en hun docenten – zitten op de zesde etage van de centrale vestiging van de OBA in een kring geboeid te luisteren naar schrijver Murat Isik.

Romanreuzen zetten aan tot lezen

Leesbevordering

Een woensdagochtend op een dag dat de lente voor het eerst lijkt door te breken. In het OBA Forum heerst een geconcentreerde rust. Een twintigtal leerlingen uit 4 havo van het Marcanti College – en hun docenten – zitten hier op de zesde etage van de centrale vestiging van de Openbare Bibliotheek Amsterdam in een kring geboeid te luisteren naar de schrijver van de prijswinnende bestsellers Wees onzichtbaar (2017) en In de mist van Golden Gate Park (2024): Murat Isik.

Elif en Brian stellen namens de klas de vragen. Waarom is hij ooit begonnen met schrijven? Wat vindt hij moeilijk aan schrijven? Had hij gedacht er ooit succes mee te hebben? En zou hij zelf het scenario voor de verfilming willen schrijven? Isik geeft steeds uitgebreid antwoord. Over de autobiografische achtergrond van zijn werk bijvoorbeeld. Net als Metin, de hoofdpersoon van Wees onzichtbaar, groeide hij op in de Bijlmer en werd hij op school gepest.

De klas wordt door hem zo op zijn gemak gesteld dat sommige leerlingen tegen het einde, tijdens het rondje ‘vragen uit de zaal’, niet op kunnen houden. Zelfs nadat Fjodor Buis, de moderator vandaag, de slotvraag heeft aangekondigd, blíjven de vragen komen. Van wie krijgt hij steun bij het schrijven? Kan hij ervan rondkomen? Hoeveel verdient hij dan? Isik geeft steeds antwoord. Maar helaas, vijf havo wacht op hem voor de volgende sessie. De ontmoeting moet echt eindigen.

Een eenvoudig verzoek
Het bezoek van het Marcanti College aan de OBA is een direct uitvloeisel van het project RomanReuzen. Het begon ooit met een eenvoudig verzoek van Buis aan de bekende journalist Frénk van der Linden, die boven zijn fotostudio woont. Wilde hij misschien interviews maken bij de vijftig schrijversportretten die Buis wilde bundelen in een boek? Dat mondde uiteindelijk, behalve in een boek, uit in een podcastreeks, een reizende expositie, postzegels én een reeks ontmoetingen van scholieren met schrijvers.

‘In eerste instantie hield Frénk de boot af’, blikt Buis terug. ‘Vijftig interviews, zei hij, weet je hoeveel tijd dat kost!? Ieder gesprek moet je voorbereiden en uitwerken, daar kon hij niet aan beginnen. Maar een paar dagen later kwam hij erop terug. Kon hij geen podcastreeks maken? Dát had hij nog nooit gedaan. Ook bedacht hij een kernvraag: wat is het boek dat schrijvers tussen hun 15de en 25ste het diepst had geraakt en hoe werkt dat door bij hun dierbaarste boek van eigen hand?’

Indringende leeservaringen
Toen kregen beiden de geest. Er moest toch een boek over RomanReuzen komen, dat vorig jaar verscheen bij Luitingh-Sijthoff. ‘Daardoor ging Frénk uiteindelijk alsnog ruim vijftig teksten schrijven.’ De foto’s moesten worden geëxposeerd. Enzovoorts. Maar het belangrijkste was het laatste element: alle schrijvers zouden ook beschikbaar zijn voor ontmoetingen met scholieren, die nu zélf de leeftijd hebben voor hun eerste indringende leeservaringen.

Dat maakte van RomanReuzen een groots leesbevorderingsproject. Schrijvers traden tijdens het schooljaar 2025-2026 zo’n vijftig keer op in bibliotheken voor schoolklassen op voorwaarde dat de leerlingen het boek hadden gelezen en zelf de schrijver interviewden. Mede door subsidies van onder meer het Letterenfonds en het Cultuurfonds en sponsoring van PostNL en Corendon konden bibliotheken de schrijvers tegen gereduceerd tarief boeken.

‘Als je zou uitrekenen wat ik hier per uur aan verdien’, vertelde Van der Linden eerder in Boekblad, het vakblad voor de boekenbranche, ‘zal dat iets in de sfeer van 6,10 euro zijn. Bruto. Maar ik heb dit in de eerste plaats gemaakt, omdat ik iets wilde doen aan wat mij ongelooflijk dwars zit: de ontlezing. Ik ben zelf op aarde om verhalen te vertellen. Ik ben dankbaar dat ik dat al 45 jaar mag doen. Dus ik kan niet lijdzaam toezien dat verhalen steeds minder aftrek vinden.’

Daar doe je het voor
Inmiddels is het schooljaar zo goed als voorbij. Schrijvers als Bart Chabot, Niña Wijers, Alex Boogers, Mohammed Benzakour, Gerbrand Bakker, Erna Sassen, Gerda Blees en Philip Huff hebben dankzij RomanReuzen door het hele land gereisd. En omdat de scholen zelf een auteur mochten kiezen, is een klein groepje vaak op meerdere plekken geweest. Ook Isik. Behalve bij de OBA heeft hij onder meer in de bibliotheken van Utrecht, Hoorn en Tilburg opgetreden.

Buis kijkt zelf met trots op het project terug. Als fotograaf was de expositie van zijn werk natuurlijk het hoogtepunt. De schrijversportretten waren eerst te zien in Museum Hilversum. ‘Op grote trotters [reclameborden, red.] buiten, heel mooi. Daar doe je het voor.’ Later waren de foto’s onder meer te zien in Eindhoven, tijdens een vierdaags festival voor scholieren, in boekhandel Dominicanen (Maastricht) en het Corendon Hotel in Amsterdam. ‘Niet in bibliotheken. Die hebben er helaas geen ruimte voor.’

Tastbare herinneringen
Ook het boek en de podcastreeks zijn tastbare herinneringen. ‘Fotoboeken verkopen vaak heel slecht. Het is echt een nichemarkt. Nu is dit net iets anders, omdat er ook interviews in staan, maar de eerste druk van 3500 exemplaren is bijna uitverkocht. De uitgeverij is daar in ieder geval blij mee. Of het wordt herdrukt, weet ik niet. Dat is aan Luitingh-Sijthoff. Op een gegeven moment zakt de verkoop ook in. Maar de inhoud blijft in ieder geval nog lang interessant.’

Dat blijkt ook uit de belangstelling voor de afzonderlijke afleveringen van de podcast. ‘De exacte luistercijfers ken ik niet. Maar anders dan bij het boek kent zoiets geen piek in het begin waarna het langzaam wegzakt. Als bijvoorbeeld Abdelkader Benali of Auke Hulst met een nieuw boek komt, gaan mensen op zoek naar informatie en komen ze al googelend bij RomanReuzen uit. Dan zie je direct een opleving van hún aflevering. Zo werkt dat met podcasts.’

Tekst: Maarten Dessing • Foto’s:
zie credits langs zijkant