Foto's: Kevita Junior i.o.v. TextielMuseum
Foto's: Maria van der Heyden i.o.v. TextielMuseum
Foto's: Joep Vogels i.o.v. TextielMuseum
Foto's: Tommy de Lange i.o.v. TextielMuseum
Foto: Patty van den Elshout i.o.v. TextielMuseum
Jantiene van Elk, bibliothecaris van het TextielMuseum.
De bibliotheek van het TextielMuseum
Midden in het Tilburgse TextielMuseum bevindt zich de grootste in textiel gespecialiseerde bibliotheek van Nederland. Voor senior librarian Jantiene van Elk is de bibliotheek niet alleen een plek om boeken te verzamelen. Ze wil de collectie delen met iedereen: van onderzoekers en studenten tot burgers. Daarvoor maakt ze de collectie beter toegankelijk en betrekt ze burgers bij onderzoek. Hoe pakt ze dat aan?
‘De bibliotheekcollectie toegankelijk maken en delen is de kern van mijn werk’
Bijzondere Bibliotheken
TEKST: Anneke de Maat • FOTO'S: zie credits
langs zijkant • Video: TextielMuseum
Stalenkamer: textiel zien en voelen
In de Stalenkamer vind je bijvoorbeeld stalen van huishoudtextiel, zoals damast van bedrijven als E.J. van Dissel & Zonen en W.J. van Hoogerwou & Zonen, interieurtextiel van bedrijven als Weverij De Ploeg en handwerktechnieken. Er zijn ook stalenboeken uit de textielindustrie, voornamelijk van Tilburgse bedrijven als AaBe, Mommers & Co., Franken en van de Textielschool. ‘Van stalenboeken kun je erg veel leren’, zegt Jantiene. ‘Daarom wilde ik deze beschikbaar stellen voor gebruik door geïnteresseerden, studenten, vormgevers en kunstenaars. De conservatoren moesten er even aan wennen, maar hebben het idee omarmd.’
Textielwarenkast
In de bibliotheek staat ook een Textielwarenkast waarin je 24 grondstoffen voor textiel kunt zien én voelen. Je kunt er ook de halffabricaten en eindproducten die met die grondstoffen gemaakt worden zien en voelen: van katoen tot fleece. Het TextielMuseum verzamelt niet alleen het eindproduct, maar ook alles over het ontwerpproces van schets naar stalen, legt Jantiene uit. ‘Ons museum gaat over het maakproces, en dat je zie terug in de bibliotheek waar we die grondstoffen en stalen tonen.’
De bibliotheek biedt boeken over textieltechniek, textielkunst en -vormgeving, en de textielindustrie (over het leven van de fabrikanten en de arbeiders). Er komen zo’n 5.000 bezoekers per jaar, onder wie veel studenten van kunstacademies, textielliefhebbers en scholieren. Er zijn studie- en werkplekken. Jantiene biedt ondersteuning bij literatuuronderzoek. Op dinsdag, woensdag en donderdag is de bibliotheek open voor bezoekers.
Burgers betrekken
Jantiene is altijd op zoek naar manieren om de boeken ‘uit het duister van het depot te halen en goed toegankelijk te maken voor mensen: van onderzoekers tot burgers’. Ze ging eerst op zoek naar onderzoekers waarvoor de stalenboeken voor het museum interessant konden zijn. Daarvoor bezocht ze conferenties over stalenboeken en over ‘het gebruik van kleurstof door de geschiedenis’. Een bezoek aan een Erfgoedlab inspireerde haar om zich meer te gaan richten op het betrekken van burgers bij onderzoek.
Toen het TextielMuseum in 2021 een tentoonstelling ging maken over kleurstof, startte ze een project om met burgers de collectie verfreceptenboeken te onderzoeken. In verfreceptenboeken schreven ververs met de hand op hoe ze textiel verfden. De handschriften zijn vaak lastig leesbaar. Jantiene liet een flink aantal verfreceptenboeken, van tussen 1700 en 1970, digitaliseren bij het Regionaal Archief Tilburg. Vervolgens vroeg ze het archief of ze vijf van hun vrijwilligers mocht lenen om de handschriften te transcriberen. De vrijwilligers zetten de handschriften woord voor woord over naar een Word-document, waardoor ze nu makkelijk te lezen en te doorzoeken zijn.
Verfreceptenboeken onderzoeken
Daarna onderzocht Jantiene met een andere groep vrijwilligers de verfreceptenboeken. ‘We keken waar en van wie de bedrijven waren en we onderzochten of we die recepten nu nog konden maken met de natuurlijke kleurstoffen die ze toen gebruikten. We hebben het uitgeprobeerd in kleine pannetjes. Tot slot keken we waar die kleurstoffen vandaan kwamen. Die bleken veelal te komen uit verre en koloniale gebieden zoals Latijns-Amerika en Indonesië. Aan het onderzoek deden mensen uit heel Nederland mee. Zowel mensen die zelf thuis textiel verven als mensen met historische belangstelling.’
AI-transcriptietool Transkribus
‘We gaan nu samen met drie kunstenaars de Driessencollectie onderzoeken. Die collectie bevat zo’n zeventig manuscripten en stalenboeken over hun drukprocessen en over hun producten. Die gaan we digitaliseren. Voor het transcriberen zetten we dit keer de AI-transcriptietool Transkribus in.’
De collectie Driessen is een ‘ongemakkelijke collectie’, want de Leidsche Katoenmaatschappij maakte imitatiebatik. Batik werd vroeger met de hand gemaakt op Java. In de 19e eeuw ging men in Europa de originele batiks machinaal produceren om ze vervolgens goedkoop te verkopen in Indonesië. Jantiene: ‘De Indonesiërs waren kritische consumenten en kochten weinig imitatiebatik. De Nederlanders boorden toen een nieuwe afzetmarkt aan in Afrika. De kunstenaars die met ons het onderzoek doen zijn afkomstig uit die vroegere koloniale gebieden. Het toegankelijk maken van deze collectie is van belang zodat de kunstenaars en andere geïnteresseerden er onderzoek in kunnen doen. Door Transkribus en met hulp van vrijwilligers maken we de boeken goed doorzoekbaar. Ook dit keer wil ik een community van vrijwilligers opbouwen. Mijn drijfveer is dat kennis de wereld beter kan maken en dat we kunnen leren van het verleden!’
Tilburg was vanaf de 18e eeuw een van de belangrijkste textielsteden van Nederland. Het was dé wolstad van Nederland, vertelt Jantiene van Elk, die sinds 2005 als bibliothecaris in de bibliotheek van het museum werkt. Eerst was er in Tilburg vooral veel huisnijverheid. Vervolgens kwamen de fabrieken. In 1871 bevond meer dan 75 procent van de Nederlandse wolindustrie zich in Tilburg. Er waren 53 stoommachines en er werkten 4.617 arbeiders. Daarnaast waren er in Tilburg wasserijen, spinnerijen en weverijen. Rond 1950 wilde de gemeenteraad van Tilburg een museum oprichten. Vanwege de geschiedenis van de stad koos de gemeenteraad voor een museum waarin textiel centraal staat.
Collectie Driessen van de Leidsche Katoenmaatschappij
Het TextielMuseum ging in 1958 open. Het had toen nog geen bibliotheek maar al wel een rijke boekencollectie, weet Jantiene. ‘De gemeenteraad had in 1954 al de collectie Driessen van de Leidsche Katoenmaatschappij aangekocht. Deze Katoenmaatschappij, die in 1936 failliet was gegaan, was gespecialiseerd in het machinaal bedrukken van stoffen met batikpatronen. Het bedrijf had veel kennis verzameld over textieldruk en het had hun drukprocessen beschreven. Driessens boekencollectie omvatte ook een grote collectie oude drukken (van voor 1870). Het oudste boek in de TextielMuseum-bibliotheek komt uit die collectie Driessen. Het dateert uit rond 1540 en gaat over textielverven in Italië.’
Vanaf de jaren zestig zakte de textielindustrie in Nederland en Tilburg in. De productie verplaatste zich naar landen met goedkopere arbeidskrachten zoals Spanje, Italië en Portugal. Wolbedrijven en fabrieken in Tilburg moesten hun deuren sluiten. Veel bedrijven, particulieren en ook de textielschool schonken hun collecties, waarin ook veel (stalen)boeken, aan het TextielMuseum. In de jaren zeventig stelde het museum een bibliothecaris aan die een bibliotheekcollectiebeleid opstelde en de collectie classificeerde.
Open opstelling
Tot 1986 zat het TextielMuseum in een textielfabrikantenvilla en zat de bibliotheek op verschillende andere plekken in de stad. Toen het TextielMuseum zich in 1986 in een oude textielfabriek in de Goirkestraat vestigde, kreeg de bibliotheek een eigen plek en een mooi depot binnen het museumgebouw. Maar de bibliotheek zat wel flink verstopt in het museum, zegt Jantiene. Na de uitbreiding van het museum in 2008 kreeg de bibliotheek een beter toegankelijke plek. Jantiene begeleidde die verhuizing. ‘We hebben nu een grote, prettige ruimte met een open bibliotheekopstelling. Dat vind ik erg belangrijk. Bezoekers moeten kunnen browsen en toevallige ontdekkingen kunnen doen.’
Sinds de verhuizing in 2010 heeft de bibliotheek een Stalenkamer. Jantiene kwam op het idee voor de Stalenkamer omdat na de verhuizing de bibliotheek en het depot erg ver uit elkaar kwamen te liggen. Ze wil dat mensen het textiel echt kunnen zien en voelen. De Stalenkamer is een geklimatiseerde ruimte waar een selectie van de stalenboeken uit de museum- en de bibliotheekcollectie te zien is. Bezoekers kunnen ze in de bibliotheek bestuderen.
Bibliotheekblad 5 • mei 2024
De bibliotheek van het TextielMuseum
Foto's: Joep Vogels i.o.v. TextielMuseum
Foto's: Tommy de Lange i.o.v. TextielMuseum
Foto's: Kevita Junior i.o.v. TextielMuseum
Foto: Patty van den Elshout i.o.v. TextielMuseum
Foto's: Maria van der Heyden i.o.v. TextielMuseum
Stalenkamer: textiel zien en voelen
In de Stalenkamer vind je bijvoorbeeld stalen van huishoudtextiel, zoals damast van bedrijven als E.J. van Dissel & Zonen en W.J. van Hoogerwou & Zonen, interieurtextiel van bedrijven als Weverij De Ploeg en handwerktechnieken. Er zijn ook stalenboeken uit de textielindustrie, voornamelijk van Tilburgse bedrijven als AaBe, Mommers & Co., Franken en van de Textielschool. ‘Van stalenboeken kun je erg veel leren’, zegt Jantiene. ‘Daarom wilde ik deze beschikbaar stellen voor gebruik door geïnteresseerden, studenten, vormgevers en kunstenaars. De conservatoren moesten er even aan wennen, maar hebben het idee omarmd.’
Textielwarenkast
In de bibliotheek staat ook een Textielwarenkast waarin je 24 grondstoffen voor textiel kunt zien én voelen. Je kunt er ook de halffabricaten en eindproducten die met die grondstoffen gemaakt worden zien en voelen: van katoen tot fleece. Het TextielMuseum verzamelt niet alleen het eindproduct, maar ook alles over het ontwerpproces van schets naar stalen, legt Jantiene uit. ‘Ons museum gaat over het maakproces, en dat je zie terug in de bibliotheek waar we die grondstoffen en stalen tonen.’
De bibliotheek biedt boeken over textieltechniek, textielkunst en -vormgeving, en de textielindustrie (over het leven van de fabrikanten en de arbeiders). Er komen zo’n 5.000 bezoekers per jaar, onder wie veel studenten van kunstacademies, textielliefhebbers en scholieren. Er zijn studie- en werkplekken. Jantiene biedt ondersteuning bij literatuuronderzoek. Op dinsdag, woensdag en donderdag is de bibliotheek open voor bezoekers.
Burgers betrekken
Jantiene is altijd op zoek naar manieren om de boeken ‘uit het duister van het depot te halen en goed toegankelijk te maken voor mensen: van onderzoekers tot burgers’. Ze ging eerst op zoek naar onderzoekers waarvoor de stalenboeken voor het museum interessant konden zijn. Daarvoor bezocht ze conferenties over stalenboeken en over ‘het gebruik van kleurstof door de geschiedenis’. Een bezoek aan een Erfgoedlab inspireerde haar om zich meer te gaan richten op het betrekken van burgers bij onderzoek.
Toen het TextielMuseum in 2021 een tentoonstelling ging maken over kleurstof, startte ze een project om met burgers de collectie verfreceptenboeken te onderzoeken. In verfreceptenboeken schreven ververs met de hand op hoe ze textiel verfden. De handschriften zijn vaak lastig leesbaar. Jantiene liet een flink aantal verfreceptenboeken, van tussen 1700 en 1970, digitaliseren bij het Regionaal Archief Tilburg. Vervolgens vroeg ze het archief of ze vijf van hun vrijwilligers mocht lenen om de handschriften te transcriberen. De vrijwilligers zetten de handschriften woord voor woord over naar een Word-document, waardoor ze nu makkelijk te lezen en te doorzoeken zijn.
Verfreceptenboeken onderzoeken
Daarna onderzocht Jantiene met een andere groep vrijwilligers de verfreceptenboeken. ‘We keken waar en van wie de bedrijven waren en we onderzochten of we die recepten nu nog konden maken met de natuurlijke kleurstoffen die ze toen gebruikten. We hebben het uitgeprobeerd in kleine pannetjes. Tot slot keken we waar die kleurstoffen vandaan kwamen. Die bleken veelal te komen uit verre en koloniale gebieden zoals Latijns-Amerika en Indonesië. Aan het onderzoek deden mensen uit heel Nederland mee. Zowel mensen die zelf thuis textiel verven als mensen met historische belangstelling.’
AI-transcriptietool Transkribus
‘We gaan nu samen met drie kunstenaars de Driessencollectie onderzoeken. Die collectie bevat zo’n zeventig manuscripten en stalenboeken over hun drukprocessen en over hun producten. Die gaan we digitaliseren. Voor het transcriberen zetten we dit keer de AI-transcriptietool Transkribus in.’
De collectie Driessen is een ‘ongemakkelijke collectie’, want de Leidsche Katoenmaatschappij maakte imitatiebatik. Batik werd vroeger met de hand gemaakt op Java. In de 19e eeuw ging men in Europa de originele batiks machinaal produceren om ze vervolgens goedkoop te verkopen in Indonesië. Jantiene: ‘De Indonesiërs waren kritische consumenten en kochten weinig imitatiebatik. De Nederlanders boorden toen een nieuwe afzetmarkt aan in Afrika. De kunstenaars die met ons het onderzoek doen zijn afkomstig uit die vroegere koloniale gebieden. Het toegankelijk maken van deze collectie is van belang zodat de kunstenaars en andere geïnteresseerden er onderzoek in kunnen doen. Door Transkribus en met hulp van vrijwilligers maken we de boeken goed doorzoekbaar. Ook dit keer wil ik een community van vrijwilligers opbouwen. Mijn drijfveer is dat kennis de wereld beter kan maken en dat we kunnen leren van het verleden!’
Jantiene van Elk, bibliothecaris van het TextielMuseum.
Tilburg was vanaf de 18e eeuw een van de belangrijkste textielsteden van Nederland. Het was dé wolstad van Nederland, vertelt Jantiene van Elk, die sinds 2005 als bibliothecaris in de bibliotheek van het museum werkt. Eerst was er in Tilburg vooral veel huisnijverheid. Vervolgens kwamen de fabrieken. In 1871 bevond meer dan 75 procent van de Nederlandse wolindustrie zich in Tilburg. Er waren 53 stoommachines en er werkten 4.617 arbeiders. Daarnaast waren er in Tilburg wasserijen, spinnerijen en weverijen. Rond 1950 wilde de gemeenteraad van Tilburg een museum oprichten. Vanwege de geschiedenis van de stad koos de gemeenteraad voor een museum waarin textiel centraal staat.
Collectie Driessen van de Leidsche Katoenmaatschappij
Het TextielMuseum ging in 1958 open. Het had toen nog geen bibliotheek maar al wel een rijke boekencollectie, weet Jantiene. ‘De gemeenteraad had in 1954 al de collectie Driessen van de Leidsche Katoenmaatschappij aangekocht. Deze Katoenmaatschappij, die in 1936 failliet was gegaan, was gespecialiseerd in het machinaal bedrukken van stoffen met batikpatronen. Het bedrijf had veel kennis verzameld over textieldruk en het had hun drukprocessen beschreven. Driessens boekencollectie omvatte ook een grote collectie oude drukken (van voor 1870). Het oudste boek in de TextielMuseum-bibliotheek komt uit die collectie Driessen. Het dateert uit rond 1540 en gaat over textielverven in Italië.’
Vanaf de jaren zestig zakte de textielindustrie in Nederland en Tilburg in. De productie verplaatste zich naar landen met goedkopere arbeidskrachten zoals Spanje, Italië en Portugal. Wolbedrijven en fabrieken in Tilburg moesten hun deuren sluiten. Veel bedrijven, particulieren en ook de textielschool schonken hun collecties, waarin ook veel (stalen)boeken, aan het TextielMuseum. In de jaren zeventig stelde het museum een bibliothecaris aan die een bibliotheekcollectiebeleid opstelde en de collectie classificeerde.
Open opstelling
Tot 1986 zat het TextielMuseum in een textielfabrikantenvilla en zat de bibliotheek op verschillende andere plekken in de stad. Toen het TextielMuseum zich in 1986 in een oude textielfabriek in de Goirkestraat vestigde, kreeg de bibliotheek een eigen plek en een mooi depot binnen het museumgebouw. Maar de bibliotheek zat wel flink verstopt in het museum, zegt Jantiene. Na de uitbreiding van het museum in 2008 kreeg de bibliotheek een beter toegankelijke plek. Jantiene begeleidde die verhuizing. ‘We hebben nu een grote, prettige ruimte met een open bibliotheekopstelling. Dat vind ik erg belangrijk. Bezoekers moeten kunnen browsen en toevallige ontdekkingen kunnen doen.’
Sinds de verhuizing in 2010 heeft de bibliotheek een Stalenkamer. Jantiene kwam op het idee voor de Stalenkamer omdat na de verhuizing de bibliotheek en het depot erg ver uit elkaar kwamen te liggen. Ze wil dat mensen het textiel echt kunnen zien en voelen. De Stalenkamer is een geklimatiseerde ruimte waar een selectie van de stalenboeken uit de museum- en de bibliotheekcollectie te zien is. Bezoekers kunnen ze in de bibliotheek bestuderen.
Bibliotheekblad 5 • mei 2024
Midden in het Tilburgse TextielMuseum bevindt zich de grootste in textiel gespecialiseerde bibliotheek van Nederland. Voor senior librarian Jantiene van Elk is de bibliotheek niet alleen een plek om boeken te verzamelen. Ze wil de collectie delen met iedereen: van onderzoekers en studenten tot burgers. Daarvoor maakt ze de collectie beter toegankelijk en betrekt ze burgers bij onderzoek. Hoe pakt ze dat aan?
‘De bibliotheekcollectie toegankelijk maken en delen is de kern van mijn werk’
TEKST: Anneke de Maat • FOTO'S: zie credits
langs zijkant • Video: TextielMuseum
Bijzondere Bibliotheken