COLLEGA
TEKST: LINDA VAN PELT • FOTO’S (INCLUSIEF COVER): Ivonne Zijp
Koen Baakman, coördinator/onderzoeker Digitale Inclusie Bibliotheek Rotterdam
‘De werkplek waar ik de meeste tijd doorbreng, is in mijn hoofd’
Velen zijn bij een inclusieve samenleving wellicht geneigd te denken aan de LHBTIQ+formule waaronder iedereen, ongeacht seksuele gerichtheid of genderidentiteit, volwaardig kan participeren. Maar er is nóg een doelgroep die wel wat extra support kan gebruiken. Voor hen zet Koen Baakman zich in met passend onderwijs en ondersteuning op digitaal gebied: Rotterdammers die graag willen (of moeten) meedoen in de digitale samenleving. Koens coördinatie en onderzoek gaan gepaard met een breed denkproces waarbij hij verschillende werkvelden betreedt. Dat hij daar beeldend over kan vertellen is geen wonder voor iemand die is opgeleid tot beeldend kunstenaar.
Bom
Dat de maatschappelijke digitalisering steeds sneller gaat, is geen nieuws.
Dat de lat voor minimale basiskennis van digitale communicatie hoe langer hoe hoger ligt, is bekend.
Dat er alleen al in Nederland miljoenen mensen dit allemaal niet kunnen bijbenen, is een feit.
Toch stemt dit alles Koen Baakman, vakmatig gericht op het digitaal (bij)scholen van hen die dit nodig hebben, niet somber. Hij roept het liedje “De Bom” van Doe Maar in herinnering.
‘De tekst over de dreiging van wat ons begin jaren ‘80 boven het hoofd had kunnen hangen, is niet alleen weer actueel, maar een soort troost. Het is altijd al een puinhoop geweest. Het zal ook nu uiteindelijk wel weer goed komen met de wereld. Ook met de digitale.’
Is dit de optimistische houding die je wel moet hebben als jonge vader van een dochtertje van nog geen half jaar? ‘Wellicht! Maar ik heb altijd al gestreefd naar een open denkhouding. Ook in mijn huidige werk vind ik het de kunst me niet louter te focussen op een vastomlijnd eindresultaat, maar te accepteren dat er gedurende het proces iets ontstaat. Met die flexibiliteit in het perspectief kan je beter inspelen op de realiteit.’
Twee keer intelligent
Om zich beter te kunnen focussen op doelen met een hoog realiteitsgehalte heeft Koen momenteel zijn “neuroplasticiteitskick”. (Neuroplasticiteit is het vermogen van de hersenen om zich aan te passen als reactie op ervaringen en omgevingsinvloeden en om nieuwe dingen te leren, red.)
‘Een groot deel van mijn werk bestaat uit onderzoek. Onder die noemer verdiep ik me graag in wie ze zijn en waaraan ze behoefte hebben: de mensen die ondersteuning nodig hebben bij hun digitale ontwikkeling. In de praktijk bestaat die doelgroep grotendeels uit ouderen. Of, positiever geformuleerd: mensen met veel levenservaring.’ Daarbij haakt hij aan bij een aangrenzend vakgebied, de andragogie (de wetenschap en praktijk van volwasseneneducatie, red.)
‘Er bestaan twee soorten intelligentie,’ probeert Koen het zo concreet mogelijk te maken. ‘Fluïde en gekristalliseerde intelligentie’. Hoe die twee gebruikt worden, hangt volgens hem grotendeels samen met iemands leeftijd. ‘Stel, je bent voor het eerst een fietstocht aan het maken en je krijgt een lekke band. Als je toevallig een rol duct tape bij je hebt, ben je daarmee even geholpen. Heb je vaker gefietst, dan zal je het fietsreparatiesetje vast niet vergeten.’
Bij dat laatste is er sprake van de tweede vorm van intelligentie, de zogeheten gekristalliseerde intelligentie, gebaseerd op opgedane kennis en ervaring. ‘Als je ooit een lange wandeling hebt gemaakt en onderweg enorme dorst en trek hebt gekregen, ga je een volgende keer niet meer met een lege rugzak van huis,’ geeft hij nog een voorbeeld.
Absurd
Dat vermogen om te kunnen teruggrijpen op eerdere ervaringen is deels een pré, maar kan mensen van een zekere leeftijd ook in de weg zitten, was ooit Koens eureka-moment. ‘Ik houd niet van hokjesdenken, maar in algemene zin neemt met het stijgen der leeftijd het vermogen – én lef – af om nieuwe dingen te proberen. Misschien deels omdat je een grote bron aan eerdere ervaringen hebt waaruit je kunt putten? Maar bij het omgaan met computers, smartphones werkt die terugbliktactiek niet, want in vroeger tijden was er immers geen digitalisering.’
Binnen bepaalde grenzen tóch aan kennisoverdracht werken, zit Koen in het bloed. ‘Mijn ouders waren allebei actief in het basisonderwijs. Mijn vader als schooldirecteur en mijn moeder als ambulant begeleider voor kinderen die dat nodig hadden. Ook zelf heb ik veel interesse in het meedenken over en meewerken aan de ontwikkeling van mensen. In mijn begintijd bij Bibliotheek Rotterdam was ik als medewerker basisvaardigheden en activiteitencoördinator vooral uitvoerend actief. Toen in de zomer van 2023 de vacature van coördinator/onderzoeker Digitale Inclusie vrijkwam, heb ik met enthousiasme gesolliciteerd.’
Hij herinnert zich nog dat een gozer van (toen) begin 30 een wat onverwachte verschijning werd gevonden. ‘Maar het was voornamelijk leuke scepsis waarmee ik welkom werd geheten. ‘Hé ik had jou hier niet verwacht,’ zei de programmamanager tijdens het sollicitatiegesprek. Ze kende mij nog uit de tijd dat ik barista was in Ommoord.
Met mijn 34 jaren “schoon aan de haak” heb ik al veel levens geleid: een studie aan de kunstacademie, werken als componist, muziekproducer en medewerker van een designmuseum. Het gekste beroep dat ik gehad heb, was in de ongedierte- en plaagdierenbestrijding. Ik ging verhuizen vanuit Den Bosch naar Rotterdam en moest daar uren maken en geld verdienen en deze mogelijkheid diende zich aan. Bovendien was ik zo absurd nieuwsgierig naar die baan. Ik wil sowieso zoveel mogelijk weten. Dat maakt het leven leuker. Nieuwsgierigheid is ook een basisvoorwaarde om dingen te leren. Als je iets niet interessant vindt, onthoud je het niet.’
Snapchatten met de gemeente
Bij Bibliotheek Rotterdam zijn er de bekende computercursussen, zoals Klik & Tik, die hoofdzakelijk bij de bibliotheeklocaties worden georganiseerd en waarbij deelnemers zelfstandig leren omgaan met computer of tablet en internet. ‘Prima initiatieven,’ vindt Koen. ‘Verspreid over de hele stad worden er ook smartphonecursussen en themalessen met professionele docenten georganiseerd, vaak in buurtcentra waar toch al community's samenkomen. Bibliotheek Rotterdam is de regievoerder van het Netwerk Digitale Inclusie waar zo’n 50 lokale en landelijke partners bij aangesloten zijn. Ons gemeenschappelijke doel is om mensen digitaal vaardig én zelfredzaam te maken.’
Het doet enigszins denken aan het oude spreekwoord van de Chinese filosoof Lao Tzu: "Geef een man een vis en hij heeft eten voor een dag. Leer hem vissen en hij heeft eten voor de rest van zijn leven".
‘Deelnemers moeten wél het belang van de digitale zelfredzaamheid inzien,’ benoemt Koen een cruciale basisvoorwaarde. ‘Zonder dat is het logisch dat mensen niet gemotiveerd zijn om zich in nieuwe zaken te verdiepen. Als ze mij bijvoorbeeld zouden vertellen dat ik voortaan via snapchat met de gemeente moet gaan communiceren, sta ik ook niet direct te juichen!’
Gedeelde smart(phone)
Maar waarin schuilt nu het bijzondere in de digitale aanpak in de Maasstad?
‘Bijvoorbeeld in klassikale lessen,’ aldus Koen. ‘Voor sommigen blijkt de beoogde zelfredzaamheid, zeker in het begin, te hoog gegrepen. Dat is niet erg, want ieder mens heeft immers eigen mogelijkheden én grenzen. Om daarop goed te kunnen inspelen, organiseren we vele malen per jaar groepslessen op het vlak van digitalisering. Daar komt van alles aan bod, ook de zogeheten transitie skills. Als je geleerd hebt hoe een bepaalde website werkt, betekent dit niet automatisch dat je ook direct goed kunt surfen op een site met een heel andere opbouw. Voor een brein met veel levenservaring werkt dat nu eenmaal anders dan bij een jong hoofd. En voor sommigen hebben zulke educatieve digitaliseringsbijeenkomsten vooral een sociaal karakter. Zijn er bijvoorbeeld anderen die óók niet zo handig kunnen omgaan met hun smartphone, dan voel je je daardoor waarschijnlijk minder machteloos, onzeker of alleen.’
Tot slot wil hij ook graag de ándere kant van digitalisering benoemen. ‘Vooral bij kwetsbare mensen speelt het risico van oplichting en uitbuiting, zodra je je vaker op het internet begeeft. Ook dat mogen we niet over het hoofd zien. Ik houd ervan om met anderen te praten en brainstormen over zulke zaken, maar heb ook mijn eigen denkruimte nodig. Veel van de werkprocessen spelen zich namelijk af in mijn hoofd!’
Een bijna filosofische opmerking van de coördinator/onderzoeker Digitale Inclusie in de stad van “geen woorden maar daden”.
Bibliotheekblad 8 • oktober 2025
Bibliotheekblad 8 • oktober 2025
Bom
Dat de maatschappelijke digitalisering steeds sneller gaat, is geen nieuws.
Dat de lat voor minimale basiskennis van digitale communicatie hoe langer hoe hoger ligt, is bekend.
Dat er alleen al in Nederland miljoenen mensen dit allemaal niet kunnen bijbenen, is een feit.
Toch stemt dit alles Koen Baakman, vakmatig gericht op het digitaal (bij)scholen van hen die dit nodig hebben, niet somber. Hij roept het liedje “De Bom” van Doe Maar in herinnering.
‘De tekst over de dreiging van wat ons begin jaren ‘80 boven het hoofd had kunnen hangen, is niet alleen weer actueel, maar een soort troost. Het is altijd al een puinhoop geweest. Het zal ook nu uiteindelijk wel weer goed komen met de wereld. Ook met de digitale.’
Is dit de optimistische houding die je wel moet hebben als jonge vader van een dochtertje van nog geen half jaar? ‘Wellicht! Maar ik heb altijd al gestreefd naar een open denkhouding. Ook in mijn huidige werk vind ik het de kunst me niet louter te focussen op een vastomlijnd eindresultaat, maar te accepteren dat er gedurende het proces iets ontstaat. Met die flexibiliteit in het perspectief kan je beter inspelen op de realiteit.’
Twee keer intelligent
Om zich beter te kunnen focussen op doelen met een hoog realiteitsgehalte heeft Koen momenteel zijn “neuroplasticiteitskick”. (Neuroplasticiteit is het vermogen van de hersenen om zich aan te passen als reactie op ervaringen en omgevingsinvloeden en om nieuwe dingen te leren, red.)
‘Een groot deel van mijn werk bestaat uit onderzoek. Onder die noemer verdiep ik me graag in wie ze zijn en waaraan ze behoefte hebben: de mensen die ondersteuning nodig hebben bij hun digitale ontwikkeling. In de praktijk bestaat die doelgroep grotendeels uit ouderen. Of, positiever geformuleerd: mensen met veel levenservaring.’ Daarbij haakt hij aan bij een aangrenzend vakgebied, de andragogie (de wetenschap en praktijk van volwasseneneducatie, red.)
‘Er bestaan twee soorten intelligentie,’ probeert Koen het zo concreet mogelijk te maken. ‘Fluïde en gekristalliseerde intelligentie’. Hoe die twee gebruikt worden, hangt volgens hem grotendeels samen met iemands leeftijd. ‘Stel, je bent voor het eerst een fietstocht aan het maken en je krijgt een lekke band. Als je toevallig een rol duct tape bij je hebt, ben je daarmee even geholpen. Heb je vaker gefietst, dan zal je het fietsreparatiesetje vast niet vergeten.’
Bij dat laatste is er sprake van de tweede vorm van intelligentie, de zogeheten gekristalliseerde intelligentie, gebaseerd op opgedane kennis en ervaring. ‘Als je ooit een lange wandeling hebt gemaakt en onderweg enorme dorst en trek hebt gekregen, ga je een volgende keer niet meer met een lege rugzak van huis,’ geeft hij nog een voorbeeld.
Absurd
Dat vermogen om te kunnen teruggrijpen op eerdere ervaringen is deels een pré, maar kan mensen van een zekere leeftijd ook in de weg zitten, was ooit Koens eureka-moment. ‘Ik houd niet van hokjesdenken, maar in algemene zin neemt met het stijgen der leeftijd het vermogen – én lef – af om nieuwe dingen te proberen. Misschien deels omdat je een grote bron aan eerdere ervaringen hebt waaruit je kunt putten? Maar bij het omgaan met computers, smartphones werkt die terugbliktactiek niet, want in vroeger tijden was er immers geen digitalisering.’
Binnen bepaalde grenzen tóch aan kennisoverdracht werken, zit Koen in het bloed. ‘Mijn ouders waren allebei actief in het basisonderwijs. Mijn vader als schooldirecteur en mijn moeder als ambulant begeleider voor kinderen die dat nodig hadden. Ook zelf heb ik veel interesse in het meedenken over en meewerken aan de ontwikkeling van mensen. In mijn begintijd bij Bibliotheek Rotterdam was ik als medewerker basisvaardigheden en activiteitencoördinator vooral uitvoerend actief. Toen in de zomer van 2023 de vacature van coördinator/onderzoeker Digitale Inclusie vrijkwam, heb ik met enthousiasme gesolliciteerd.’
Hij herinnert zich nog dat een gozer van (toen) begin 30 een wat onverwachte verschijning werd gevonden. ‘Maar het was voornamelijk leuke scepsis waarmee ik welkom werd geheten. ‘Hé ik had jou hier niet verwacht,’ zei de programmamanager tijdens het sollicitatiegesprek. Ze kende mij nog uit de tijd dat ik barista was in Ommoord.
Met mijn 34 jaren “schoon aan de haak” heb ik al veel levens geleid: een studie aan de kunstacademie, werken als componist, muziekproducer en medewerker van een designmuseum. Het gekste beroep dat ik gehad heb, was in de ongedierte- en plaagdierenbestrijding. Ik ging verhuizen vanuit Den Bosch naar Rotterdam en moest daar uren maken en geld verdienen en deze mogelijkheid diende zich aan. Bovendien was ik zo absurd nieuwsgierig naar die baan. Ik wil sowieso zoveel mogelijk weten. Dat maakt het leven leuker. Nieuwsgierigheid is ook een basisvoorwaarde om dingen te leren. Als je iets niet interessant vindt, onthoud je het niet.’
Snapchatten met de gemeente
Bij Bibliotheek Rotterdam zijn er de bekende computercursussen, zoals Klik & Tik, die hoofdzakelijk bij de bibliotheeklocaties worden georganiseerd en waarbij deelnemers zelfstandig leren omgaan met computer of tablet en internet. ‘Prima initiatieven,’ vindt Koen. ‘Verspreid over de hele stad worden er ook smartphonecursussen en themalessen met professionele docenten georganiseerd, vaak in buurtcentra waar toch al community's samenkomen. Bibliotheek Rotterdam is de regievoerder van het Netwerk Digitale Inclusie waar zo’n 50 lokale en landelijke partners bij aangesloten zijn. Ons gemeenschappelijke doel is om mensen digitaal vaardig én zelfredzaam te maken.’
Het doet enigszins denken aan het oude spreekwoord van de Chinese filosoof Lao Tzu: "Geef een man een vis en hij heeft eten voor een dag. Leer hem vissen en hij heeft eten voor de rest van zijn leven".
‘Deelnemers moeten wél het belang van de digitale zelfredzaamheid inzien,’ benoemt Koen een cruciale basisvoorwaarde. ‘Zonder dat is het logisch dat mensen niet gemotiveerd zijn om zich in nieuwe zaken te verdiepen. Als ze mij bijvoorbeeld zouden vertellen dat ik voortaan via snapchat met de gemeente moet gaan communiceren, sta ik ook niet direct te juichen!’
Gedeelde smart(phone)
Maar waarin schuilt nu het bijzondere in de digitale aanpak in de Maasstad?
‘Bijvoorbeeld in klassikale lessen,’ aldus Koen. ‘Voor sommigen blijkt de beoogde zelfredzaamheid, zeker in het begin, te hoog gegrepen. Dat is niet erg, want ieder mens heeft immers eigen mogelijkheden én grenzen. Om daarop goed te kunnen inspelen, organiseren we vele malen per jaar groepslessen op het vlak van digitalisering. Daar komt van alles aan bod, ook de zogeheten transitie skills. Als je geleerd hebt hoe een bepaalde website werkt, betekent dit niet automatisch dat je ook direct goed kunt surfen op een site met een heel andere opbouw. Voor een brein met veel levenservaring werkt dat nu eenmaal anders dan bij een jong hoofd. En voor sommigen hebben zulke educatieve digitaliseringsbijeenkomsten vooral een sociaal karakter. Zijn er bijvoorbeeld anderen die óók niet zo handig kunnen omgaan met hun smartphone, dan voel je je daardoor waarschijnlijk minder machteloos, onzeker of alleen.’
Tot slot wil hij ook graag de ándere kant van digitalisering benoemen. ‘Vooral bij kwetsbare mensen speelt het risico van oplichting en uitbuiting, zodra je je vaker op het internet begeeft. Ook dat mogen we niet over het hoofd zien. Ik houd ervan om met anderen te praten en brainstormen over zulke zaken, maar heb ook mijn eigen denkruimte nodig. Veel van de werkprocessen spelen zich namelijk af in mijn hoofd!’
Een bijna filosofische opmerking van de coördinator/onderzoeker Digitale Inclusie in de stad van “geen woorden maar daden”.
Velen zijn bij een inclusieve samenleving wellicht geneigd te denken aan de LHBTIQ+formule waaronder iedereen, ongeacht seksuele gerichtheid of genderidentiteit, volwaardig kan participeren. Maar er is nóg een doelgroep die wel wat extra support kan gebruiken. Voor hen zet Koen Baakman zich in met passend onderwijs en ondersteuning op digitaal gebied: Rotterdammers die graag willen (of moeten) meedoen in de digitale samenleving. Koens coördinatie en onderzoek gaan gepaard met een breed denkproces waarbij hij verschillende werkvelden betreedt. Dat hij daar beeldend over kan vertellen is geen wonder voor iemand die is opgeleid tot beeldend kunstenaar.
‘De werkplek waar ik de meeste tijd doorbreng, is in mijn hoofd’
Koen Baakman, coördinator/onderzoeker Digitale Inclusie Bibliotheek Rotterdam
TEKST: LINDA VAN PELT
• FOTO’S (INCLUSIEF COVER): Ivonne Zijp
COLLEGA