Centjes verdienen
Hij omschrijft zichzelf als persoon met een boerenachtergrond, een voorliefde voor buitenwerk, géén leesfanaat en iemand met weinig zitvlees. Dat Adri Zwambag in de boekenbranche zou gaan werken, lag aanvankelijk dus niet zo voor de hand. Als polderjongen (‘Ik ben geboren in Vreeswijk, langs de Lek, vlakbij de sluizen.’) verloochende hij zijn achtergrond niet. ‘Mijn vader was een fanatieke hobbyboer en ik hielp hem regelmatig. Vanaf mijn elfde was ik bijna iedere woensdagmiddag en zaterdag aan het helpen bij een koeienboer: voeren, stallen uitmesten. We hadden een groot gezin met negen kinderen. Als je wat wilde, dan moest je zelf centjes verdienen. Een goede regel, want op die manier heb ik veel geleerd.’
Biblioklussenbus
Nadat hij klaar was met de mavo, had Adri, zoals hij zelf omschrijft, “verschillende baantjes”: in de fruitteelt, bij een varkensbedrijf en hij draaide ook een tijdje mee op de vuilniswagen. Tot het tijd werd voor de dienstplicht, op de leeftijd van zeventien en een half. Toen hij veertien maanden later afzwaaide als soldaat, was er geen direct werkperspectief. Maar dat duurde maar kort.
‘Mijn schoonvader was huismeester bij de Provinciale Bibliotheek Centrale in Utrecht (de voorloper van BiSC, red.) en vertelde over de vacature voor 20 uur op een bibliobus.’ Adri wist in die tijd niet eens wat een bibliobus was, maar besloot wél te solliciteren. Mét succes, want hij kreeg zelfs een aanstelling voor 40 uur. ‘Twintig uur op de bus. En nog eens twintig uur voor allerhande klussen: verhuizingen, verbouwingen en andere technische werkzaamheden bij de bibliotheeklocaties. Gelukkig had ik tijdens mijn diensttijd mijn vrachtwagenrijbewijs gehaald.’ Die zogeheten handymanchauffeurbaan leek hem wel wat. ‘Beter dan de hele dag binnen zitten. Daar word ik doodongelukkig van!”
Buitenbeentje bij de bieb
Op 1 november 1980 reed Adri voor het eerst weg vanaf het hoofdkantoor met een gevarieerde boekencollectie aan boord: jeugd- en volwassenenliteratuur.
‘Er ging ook een bibliothecaris mee, want van boeken had ik geen verstand.’
Toch groeide die boekenkennis in de loop der tijd automatisch. Nee, niet doordat Adri zelf veel ging lezen. Het spreekwoordelijke “wie appelen vaart, die appelen eet” ging voor hem niet op.
‘Ik ben niet zo’n leesfanaat. Hooguit tijdens de vakantie had ik weleens een detective mee in de koffer. Maar normaal gesproken had ik voor lezen geen tijd. Te druk! Met ons gezin en de kinderen. En naast mijn werk voor BiSC ben ik ook nog lang blijven helpen op het boerenbedrijf waar ik als jongen al actief was. Zeker toen de boer en zijn vrouw ouder en daardoor fysiek minder sterk waren geworden, voelde ik me verantwoordelijk.’
Maar door de contacten met fanatieke lezers die regelmatig naar de bibliobus kwamen, vernam Adri veel meningen over de gelezen boeken. ‘Door goed te luisteren leer je je klanten in de loop der jaren kennen. Zo werd het steeds gemakkelijker in te schatten wat ook een interessant boek voor iemand zou kunnen zijn. Dus ik ging hoe langer hoe meer leesadviezen geven.’ Die kruisbestuiving werd duidelijk erg gewaardeerd en door alle positieve feedback kreeg Adri steeds meer lol in zijn werk.
Generatiegrenzen
Ook de mix van oud en jong in het menselijk contact was een plus. ‘Met mijn eigen toko door de provincie rijden leek me vanaf het begin al leuk. Maar dat ik zo zou genieten van het menselijk contact had ik niet verwacht. Met sommige vaste busbezoekers ben ik lang meegegroeid. We stonden vaak bij scholen en op zulke locaties zag je kinderen komen als kleintjes, vervolgens als brugklassers. Daarna verdwenen ze een tijd uit beeld om jaren later weer op te duiken met hun eigen kinderen. De meeste gezichten herkende ik nog wel, maar zij herinnerden zich mij zeker. ‘Ben je nu nog steeds op die bus?’ kreeg ik regelmatig te horen.’
In de begintijd werden de uitgeleende boeken geregistreerd door het stempelen volgens het toenmalige karmac-systeem met kaartjes voorzien van nummers. ‘Eind jaren ‘80 kwamen de computers. Ik heb daar ooit een korte training voor gekregen, maar het meeste leerde je toch al doende in de praktijk. Datzelfde geldt voor het inwerken van de tijdschriften.’
Laatste der Mohikanen
In de loop der jaren heeft Adri drie verschillende bibliobussen bemand. ‘Vooral bij die laatste was ik actief betrokken bij het ontwerp. Het was binnen best krap en er stonden veel boekenrekken, dus je moest roeien met de ruimte die je hebt,’ geeft hij zijn eigen draai. ‘Een praktische indeling was een must en de cabine in de touringcar was tegelijkertijd ook de werkruimte.’
De vernieuwingsslagen bleken echter niet onbegrensd. ‘Toen ik begon op de bibliobus stond die alleen op maandagmorgen stil. Gaandeweg waren gemeenten steeds minder bereid tot financiële steun, met als consequentie dat het rijrooster werd ingekrompen tot op het laatst nog maar anderhalve dag per week.’ Adri herinnert zich nog de protesten van de dorpsbewoners die in actie kwamen tegen het besluit de bibliobus te schrappen. ‘Ik snapte het volkomen. Alles verdween uit de kleine kernen: de SRV, de PTT.’ En als laatste der Mohikanen stond in 2009 ook de bibliobus definitief stil.
‘Het bleek niet meer rendabel,’ klinkt het enigszins gelaten. Om er met trots op te laten volgen dat de derde bibliobus in Dick Bruna-kleuren wél mooi een Japanse televisieploeg naar Nederland heeft weten te trekken! (In Japan is Nijntje onder de naam Miffy razendpopulair, red.)
Krachtpatser en televisiegezicht
Sinds 2009 was Adri vier dagen per week actief voor het interbibliothecair leenverkeer van BiSC. Drieënhalve dag reed hij met een bestelbus vol boeken langs de verschillende bibliotheekfilialen. En op woensdagmiddag zat hij op het hoofdkantoor voor de administratie en coördinatie, want sinds 2012 was hij ook de coördinator van de in totaal vijf chauffeurs, waaronder een paar oproepkrachten voor piektijden.
‘De provincie Utrecht heeft negen regio’s en ook regio Amersfoort/Eemland wordt door ons verzorgd. Vooral in die laatste regio reed ik zelf vaak.’
Het menselijk contact met bibliobusbezoekers heeft hij in het begin best gemist, maar in de loop der tijd had Adri zijn regelmatige gesprekjes, vaak mét een kopje koffie, op de diverse bibliotheeklocaties.
‘Op sommige plekken was ik – met de sleutel en de alarmcode – ver vóór de koffietijd binnen. Mijn rondes startten namelijk al om kwart over zeven en pas vanaf negen uur komen de eerste medewerkers op de vestigingen.’
Hoewel de boekenkratten tegenwoordig wat kleiner zijn dan vroeger, was het vele malen per dag dragen van 20 tot 23 kilo per krat toch nog een heel gesjouw. ‘Vooral studieboeken leggen veel gewicht in de schaal,’ aldus krachtpatser Adri die zich gezegend voelt met een van nature sterke rug. Zelfs rond de pensioengerechtigde leeftijd voelde hij zich nog een soort “jonkie”.
‘Na 45 jaar vertrek ik met veel goede herinneringen.’
De mooiste? De keren dat hij Sinterklaas op originele wijze bij een school mocht voorrijden. En natuurlijk zijn optreden als vaste chauffeur in 2014 aan het RTV Utrecht-programma “Giphart Leent Uit” waarvoor Ronald Giphart een ronde maakte langs verschillende bibliotheken in de provincie Utrecht.
'Toen riepen mensen regelmatig dat ze me op TV hadden gezien!'
COLLEGA
TEKST: LINDA VAN PELT • FOTO’S (INCLUSIEF COVER): Ivonne Zijp
Adri Zwambag, coördinator Logistiek bij BiSC Utrecht
‘Van de hele dag binnen zitten word ik doodongelukkig’
Op 10 december 2025 nam Adri Zwambag op “gepaste wijze” afscheid van zijn (oud)collega’s en andere bekenden op het hoofdkantoor van BisC in Bunnik. Gepast dat bekent in Adri’s geval een eenvoudige, bescheiden reünie met een beperkte groep genodigden, want hij hoeft niet zo nodig groots in de belangstelling te staan. Gelukkig is hij wel bereid voor Bibliotheekblad een boekje open te doen over de ruim vier decennia dat hij onderweg was met pennenvruchten voor jong en oud. Tussen de Utrechtse bibliotheeklocaties onderling, maar tot 2009 ook naar de kleinere dorpskernen in de provincie om grage lezers te voorzien van nieuwe inspiratie. ‘En in de loop der jaren leerde ik mijn klanten kennen,’ vertelt hij enthousiast. ‘Op die manier is het redelijk gemakkelijk om mensen te verrassen met boeken waarvan ik verwachtte dat die hen zeer zeker zouden aanspreken.’ De blije gezichten achteraf vertelden vaak dat het “raak” was geweest.
Bibliotheekblad 1 • januari 2026
Op 10 december 2025 nam Adri Zwambag op “gepaste wijze” afscheid van zijn (oud)collega’s en andere bekenden op het hoofdkantoor van BisC in Bunnik. Gepast dat bekent in Adri’s geval een eenvoudige, bescheiden reünie met een beperkte groep genodigden, want hij hoeft niet zo nodig groots in de belangstelling te staan. Gelukkig is hij wel bereid voor Bibliotheekblad een boekje open te doen over de ruim vier decennia dat hij onderweg was met pennenvruchten voor jong en oud. Tussen de Utrechtse bibliotheeklocaties onderling, maar tot 2009 ook naar de kleinere dorpskernen in de provincie om grage lezers te voorzien van nieuwe inspiratie. ‘En in de loop der jaren leerde ik mijn klanten kennen,’ vertelt hij enthousiast. ‘Op die manier is het redelijk gemakkelijk om mensen te verrassen met boeken waarvan ik verwachtte dat die hen zeer zeker zouden aanspreken.’ De blije gezichten achteraf vertelden vaak dat het “raak” was geweest.
Adri Zwambag, coördinator Logistiek bij BiSC Utrecht
‘Van de hele dag binnen zitten word ik doodongelukkig’
Bibliotheekblad 1 • januari 2026
TEKST: LINDA VAN PELT
• FOTO’S (INCLUSIEF COVER): Ivonne Zijp
COLLEGA
Centjes verdienen
Hij omschrijft zichzelf als persoon met een boerenachtergrond, een voorliefde voor buitenwerk, géén leesfanaat en iemand met weinig zitvlees. Dat Adri Zwambag in de boekenbranche zou gaan werken, lag aanvankelijk dus niet zo voor de hand. Als polderjongen (‘Ik ben geboren in Vreeswijk, langs de Lek, vlakbij de sluizen.’) verloochende hij zijn achtergrond niet. ‘Mijn vader was een fanatieke hobbyboer en ik hielp hem regelmatig. Vanaf mijn elfde was ik bijna iedere woensdagmiddag en zaterdag aan het helpen bij een koeienboer: voeren, stallen uitmesten. We hadden een groot gezin met negen kinderen. Als je wat wilde, dan moest je zelf centjes verdienen. Een goede regel, want op die manier heb ik veel geleerd.’
Biblioklussenbus
Nadat hij klaar was met de mavo, had Adri, zoals hij zelf omschrijft, “verschillende baantjes”: in de fruitteelt, bij een varkensbedrijf en hij draaide ook een tijdje mee op de vuilniswagen. Tot het tijd werd voor de dienstplicht, op de leeftijd van zeventien en een half. Toen hij veertien maanden later afzwaaide als soldaat, was er geen direct werkperspectief. Maar dat duurde maar kort.
‘Mijn schoonvader was huismeester bij de Provinciale Bibliotheek Centrale in Utrecht (de voorloper van BiSC, red.) en vertelde over de vacature voor 20 uur op een bibliobus.’ Adri wist in die tijd niet eens wat een bibliobus was, maar besloot wél te solliciteren. Mét succes, want hij kreeg zelfs een aanstelling voor 40 uur. ‘Twintig uur op de bus. En nog eens twintig uur voor allerhande klussen: verhuizingen, verbouwingen en andere technische werkzaamheden bij de bibliotheeklocaties. Gelukkig had ik tijdens mijn diensttijd mijn vrachtwagenrijbewijs gehaald.’ Die zogeheten handymanchauffeurbaan leek hem wel wat. ‘Beter dan de hele dag binnen zitten. Daar word ik doodongelukkig van!”
Buitenbeentje bij de bieb
Op 1 november 1980 reed Adri voor het eerst weg vanaf het hoofdkantoor met een gevarieerde boekencollectie aan boord: jeugd- en volwassenenliteratuur.
‘Er ging ook een bibliothecaris mee, want van boeken had ik geen verstand.’
Toch groeide die boekenkennis in de loop der tijd automatisch. Nee, niet doordat Adri zelf veel ging lezen. Het spreekwoordelijke “wie appelen vaart, die appelen eet” ging voor hem niet op.
‘Ik ben niet zo’n leesfanaat. Hooguit tijdens de vakantie had ik weleens een detective mee in de koffer. Maar normaal gesproken had ik voor lezen geen tijd. Te druk! Met ons gezin en de kinderen. En naast mijn werk voor BiSC ben ik ook nog lang blijven helpen op het boerenbedrijf waar ik als jongen al actief was. Zeker toen de boer en zijn vrouw ouder en daardoor fysiek minder sterk waren geworden, voelde ik me verantwoordelijk.’
Maar door de contacten met fanatieke lezers die regelmatig naar de bibliobus kwamen, vernam Adri veel meningen over de gelezen boeken. ‘Door goed te luisteren leer je je klanten in de loop der jaren kennen. Zo werd het steeds gemakkelijker in te schatten wat ook een interessant boek voor iemand zou kunnen zijn. Dus ik ging hoe langer hoe meer leesadviezen geven.’ Die kruisbestuiving werd duidelijk erg gewaardeerd en door alle positieve feedback kreeg Adri steeds meer lol in zijn werk.
Generatiegrenzen
Ook de mix van oud en jong in het menselijk contact was een plus. ‘Met mijn eigen toko door de provincie rijden leek me vanaf het begin al leuk. Maar dat ik zo zou genieten van het menselijk contact had ik niet verwacht. Met sommige vaste busbezoekers ben ik lang meegegroeid. We stonden vaak bij scholen en op zulke locaties zag je kinderen komen als kleintjes, vervolgens als brugklassers. Daarna verdwenen ze een tijd uit beeld om jaren later weer op te duiken met hun eigen kinderen. De meeste gezichten herkende ik nog wel, maar zij herinnerden zich mij zeker. ‘Ben je nu nog steeds op die bus?’ kreeg ik regelmatig te horen.’
In de begintijd werden de uitgeleende boeken geregistreerd door het stempelen volgens het toenmalige karmac-systeem met kaartjes voorzien van nummers. ‘Eind jaren ‘80 kwamen de computers. Ik heb daar ooit een korte training voor gekregen, maar het meeste leerde je toch al doende in de praktijk. Datzelfde geldt voor het inwerken van de tijdschriften.’
Laatste der Mohikanen
In de loop der jaren heeft Adri drie verschillende bibliobussen bemand. ‘Vooral bij die laatste was ik actief betrokken bij het ontwerp. Het was binnen best krap en er stonden veel boekenrekken, dus je moest roeien met de ruimte die je hebt,’ geeft hij zijn eigen draai. ‘Een praktische indeling was een must en de cabine in de touringcar was tegelijkertijd ook de werkruimte.’
De vernieuwingsslagen bleken echter niet onbegrensd. ‘Toen ik begon op de bibliobus stond die alleen op maandagmorgen stil. Gaandeweg waren gemeenten steeds minder bereid tot financiële steun, met als consequentie dat het rijrooster werd ingekrompen tot op het laatst nog maar anderhalve dag per week.’ Adri herinnert zich nog de protesten van de dorpsbewoners die in actie kwamen tegen het besluit de bibliobus te schrappen. ‘Ik snapte het volkomen. Alles verdween uit de kleine kernen: de SRV, de PTT.’ En als laatste der Mohikanen stond in 2009 ook de bibliobus definitief stil.
‘Het bleek niet meer rendabel,’ klinkt het enigszins gelaten. Om er met trots op te laten volgen dat de derde bibliobus in Dick Bruna-kleuren wél mooi een Japanse televisieploeg naar Nederland heeft weten te trekken! (In Japan is Nijntje onder de naam Miffy razendpopulair, red.)
Krachtpatser en televisiegezicht
Sinds 2009 was Adri vier dagen per week actief voor het interbibliothecair leenverkeer van BiSC. Drieënhalve dag reed hij met een bestelbus vol boeken langs de verschillende bibliotheekfilialen. En op woensdagmiddag zat hij op het hoofdkantoor voor de administratie en coördinatie, want sinds 2012 was hij ook de coördinator van de in totaal vijf chauffeurs, waaronder een paar oproepkrachten voor piektijden.
‘De provincie Utrecht heeft negen regio’s en ook regio Amersfoort/Eemland wordt door ons verzorgd. Vooral in die laatste regio reed ik zelf vaak.’
Het menselijk contact met bibliobusbezoekers heeft hij in het begin best gemist, maar in de loop der tijd had Adri zijn regelmatige gesprekjes, vaak mét een kopje koffie, op de diverse bibliotheeklocaties.
‘Op sommige plekken was ik – met de sleutel en de alarmcode – ver vóór de koffietijd binnen. Mijn rondes startten namelijk al om kwart over zeven en pas vanaf negen uur komen de eerste medewerkers op de vestigingen.’
Hoewel de boekenkratten tegenwoordig wat kleiner zijn dan vroeger, was het vele malen per dag dragen van 20 tot 23 kilo per krat toch nog een heel gesjouw. ‘Vooral studieboeken leggen veel gewicht in de schaal,’ aldus krachtpatser Adri die zich gezegend voelt met een van nature sterke rug. Zelfs rond de pensioengerechtigde leeftijd voelde hij zich nog een soort “jonkie”.
‘Na 45 jaar vertrek ik met veel goede herinneringen.’
De mooiste? De keren dat hij Sinterklaas op originele wijze bij een school mocht voorrijden. En natuurlijk zijn optreden als vaste chauffeur in 2014 aan het RTV Utrecht-programma “Giphart Leent Uit” waarvoor Ronald Giphart een ronde maakte langs verschillende bibliotheken in de provincie Utrecht.
'Toen riepen mensen regelmatig dat ze me op TV hadden gezien!'