De Tiid

Museum De Tiidis een eigentijds museum waar de geschiedenis van Zuidwest Fryslân en de handelsstad Bolsward tot leven komt. In het monumentale stadhuis ontdek je verhalen van iconen zoals Titus Brandsma, Gysbert Japicx en Grutte Pier, die het verleden dichtbij brengen. Daarnaast biedt het museum wisselende tentoonstellingen met Friese kunst, cultuur en verhalen van lokale makers. Elke tentoonstelling geeft een frisse blik op het erfgoed van de regio.

Mar en Fean

De Bibliotheek Mar en Fean telt twaalf vestigingen: Akkrum-Nes, Bolsward, Sneek, Balk, Heerenveen, Joure, Lemmer, Makkum, Workum, Wommels, Koudum en Jubbega. De Bibliotheek Bolsward is onderdeel van Cultuur Historisch Centrum De Tiid, dat zichzelf afficheert als “Huis van Verhalen in het hart van Bolsward”. Behalve de bibliotheek zijn in het prachtig gerenoveerde voormalig stadhuis ook Museum De Tiid, het Gemeentearchief en het Gemeenteloket voor Burgerzaken te vinden. Er is eveneens een VVV-informatiepunt, museumwinkel, trouwzaal, vergaderruimtes, auditorium en horecagelegenheid.

Prikkelen
‘Er zijn best veel overeenkomsten tussen mijn werk voor de bibliotheek en dat voor het museum. In beide gevallen staat de klant op één. Aandacht hebben voor datgene waaraan het publiek behoefte heeft. Aan de andere kant is het niet zo dat de bibliotheekbezoeker automatisch een museumbezoeker is of omgekeerd, maar door gezamenlijk activiteiten te organiseren kun je mensen wel prikkelen. Hoe ik mijn toekomst zie? Ik heb het gevoel dat ik hier de komende jaren nog veel kan leren en bijdragen, dus ik hoop hier nog een hele tijd uitgedaagd te blijven. Nieuwe dingen kunnen leren is voor mij belangrijk, en dat is in deze baan nog volop aan de orde. De directeur betrekt mij nauw bij het organiseren van tentoonstellingen en het meedenken over potentiële publiekstrekkers. Dat is erg stimulerend. Ook mag ik de komende tijd de kar trekken bij de programmering rondom een dichtwedstrijd in het Fries, een initiatief van de stichting Gysbert Japicx, waarvan de prijs in het najaar wordt uitgereikt in De Tiid. Op deze en andere dingen kan ik me echt verheugen.’

Band
In de loop der jaren heeft Irene gewerkt in diverse Friese bibliotheekvestigingen. Ook maakte ze fusies, bezuinigingen en sluitingen mee. Daardoor heeft ze een goed beeld gekregen van de betekenis van de bibliotheek voor de lokale gemeenschap. ‘Als je het publiek in Sint-Nicolaasga vergelijkt met dat in Lemmer of Jubbega, zie je hoe verschillend ze zijn. Voor mij school de uitdaging erin om van bezoekers zo snel mogelijk het vertrouwen te winnen.
Toen ik in Lemmer werkte, was het klantencontact eerst wat moeizaam, maar in de loop der tijd werd het steeds beter en zelfs dusdanig, dat ik cadeautjes en kaartjes kreeg, toen ik in verwachting was van onze zoon. Een innige band met je publiek opbouwen, zie ik als een van de waardevolste zaken in de bibliotheek. Een plek zijn waar mensen graag komen, dat is zo’n belangrijke factor. Een plaats waar men zich gezien en gehoord voelt.’

Collectie
In totaal heeft Irene achttien jaar in de bibliotheek gewerkt. Is de functie van de bieb in die kleine twee decennia volgens haar wezenlijk veranderd? ‘Met name in de laatste jaren hebben bibliotheken hun functie dermate verbreed, dat je lastig kunt aangeven wat hun functie in de kern nog is. Het is wat diffuus geworden. Dat hoeft niet per se een nadeel te zijn, maar het is wel zaak je kernfunctie te blijven koesteren en uitdragen. In mijn optiek is de bibliotheek bovenal een plek waar zich kennis bevindt, waar je kennis kunt halen en delen. Chargerend gezegd: een plek waar je naartoe gaat om jezelf te verrijken en niet enkel om het belastingformulier in te vullen. Hiermee zeg ik niet dat we te ver afgedwaald zijn van wie we zijn, maar ik vind wel dat het goed is om je basis in het oog te houden. Als kind voelde ik al de magie van de bieb: je omringd weten door kennis en verhalen. In dat opzicht blijft de aanwezigheid van een goede collectie buitengewoon relevant. Is er geen goede collectie aanwezig, dan verlies je die magie. Zoals het ook belangrijk blijft dat je medewerkers over de kennis beschikken om klanten terdege te kunnen adviseren. Een bibliotheek is zo goed als de mensen die er werken. Waarbij ik aanteken dat er in onze vestigingen van Mar en Fean (zie kader) nog altijd sprake is van een goede collectie en deskundig personeel. Je hoort wel dat ik spreek van “we” en “ons”, want hoewel ik inmiddels een werkkring buiten de bibliotheek heb gevonden, gaat het welbevinden van de branche mij nog altijd aan het hart.’

Feestje
Na achttien jaar – op het laatst werkte ze als communicatiemedewerker voor alle twaalf vestigingen van Mar en Fean: ‘ik schreef blogs over nieuwe boeken, deed het webbeheer, de social media, de nieuwsbrief, maakte posters, etc.’ – stapte Irene over van de bibliotheek naar de museale wereld. De coördinator communicatie & media van Museum De Tiid: ‘Tijdens het opstarten van dit culturele centrum ben ik een tijdje uitgeleend door de bieb om de communicatie hier op te starten en dat klikte zo goed met Pascal Arts, de directeur-bestuurder van Museum De Tiid, dat hij tegen me zei: ‘Ik wil jou hebben’. Waarop ik zei: ‘Ik heb altijd gedacht dat ik tot aan mijn pensioen bij de bibliotheek zou werken, dus ik moet daar wel even over nadenken, maar omdat het zo fascinerend is, wat ik op deze plek allemaal tegenkom, heb ik meer dan een jaar geleden ‘ja’ gezegd. Wat ook meespeelde: ik werd dat jaar veertig. Ik dacht: als ik het doe, dan is dit hét moment. Hoe het bevalt? Heel goed. Het is elke dag weer een feestje om hier te zijn. Ik ben sinds 1 augustus 2024 officieel in dienst van het museum, maar doe de communicatie voor het hele gebouw, dus inclusief de bibliotheek en het gemeentearchief. Vergeet niet dat we veel gezamenlijke activiteiten ontplooien.’

Gehakt draaien, en zo. In dat jaar ben ik bij mezelf te rade gegaan wat ik écht wilde en toen kwam die wens uit mijn jeugd weer boven. Vervolgens heb ik, in 2006, een open sollicitatie naar de bieb in Joure geschreven. Een paar dagen later mocht ik in Heerenveen al op gesprek komen bij de manager van de organisatie waar Joure onder viel. Dat werd een leuk gesprek, waarna ik ben aangenomen als oproepkracht. In no time was ik bijna dagelijks in de bieb van Heerenveen te vinden, in die tijd nog een ouderwetse uitleenbibliotheek. Wat ik me herinner, is dat er ’s ochtends al een rij mensen op de stoep stond te wachten, totdat de bibliotheek openging. En dan met drie man achter de balie: innemen, innemen, innemen. Na maximaal een uur ging je wisselen, opruimen en dan achter de uitleenbalie. Dat werk beviel goed. Ik was als 23-jarige het jonkie in de ploeg, maar werd direct opgenomen in het team, deed invalwerk in bijna alle vestigingen en besloot de bibliotheekopleiding in Leeuwarden te doen. Aan die opleiding heb ik veel te danken. Ik werd klaargestoomd voor het professioneel uitoefenen van het vak. De docenten stonden open voor vernieuwing. Wat ik daar meekreeg, was zeer waardevol. Het praktijkexamen heb ik in Bolsward gedaan. Waar ik best trots op ben: als cijfer kreeg ik een tien. Helaas bestaat die bibliotheekopleiding niet meer en dat vind ik voor de branche als geheel een gemis.’

‘Hoewel ik geboren ben in Sneek, voel ik me een echte Jouster,’ zegt Irene Venema. ‘In Joure ligt mijn jeugd. Vlakbij ons huis was de bibliotheek. Ik kon er lopend naartoe, over een mooi paadje langs het water en dat deed ik wekelijks. Behalve dat ik graag met mijn neus in de boeken zat, was ik een buitenkind. Als ik niet in de bieb te vinden was, was ik wel in bomen aan het klimmen of hutten aan het bouwen. Het fijnste van alles vond ik buiten lezen. Lekker wegdromen in een boek en tegelijkertijd de vogeltjes horen fluiten. Behoud van de natuur, geen rotzooi achterlaten in het milieu, het waren zaken die me al jong aan het hart gingen. Ik zet me nog steeds in voor de natuur, ben bijvoorbeeld actief om de kievit- en gruttopopulatie in Friesland op peil te houden. Samen met mijn man Gerwin en onze zoon Siem (13) ben ik nazorger, zoals dat heet. Dit houdt in dat we vanaf maart het land in gaan om te kijken waar de nesten in het weiland liggen, en die markeren we dan met stokjes. Ook geven we de aantallen door.’

Opleiding
‘Tegen een schoolvriendinnetje heb ik ooit gezegd toen we langs de bibliotheek liepen: ‘Later, als ik groot ben, wil ik daar werken’. Zij moest toen heel hard lachen en zei: ‘Waarom wil je dáár nou werken’? Vanwege die reactie heb ik dit idee een tijdje verdrongen, want na de middelbare school ben ik een koksopleiding gaan doen. Koken was een van mijn hobby’s, maar ik had algauw in de gaten, dat werken in de horeca niet bij mij paste. Daarna ben ik de kinderopvang ingerold. Aansluitend was ik een jaar onderwijsassistent. Voor beide opleidingen geldt dat ik de theorie boeiend vond, maar de praktijk viel me tegen. Ik zag mij dit werk niet de rest van mijn leven doen. Intussen had ik een bijbaantje gekregen bij de Albert Heijn in Joure, waar ik in de slagerij werkte.

Van de bibliotheek naar een Museum

Irene Venema-Algra dacht haar hele leven in de bibliotheek te blijven werken, maar het pakte anders uit. Na achttien jaar besloot Irene Venema het over een andere boeg te gooien. Vanwaar die stap?

‘Nieuwe dingen kunnen leren is voor mij belangrijk’

DE CARRIÈRESWITCH

Tekst en foto’s: EIMER WIELDRAAIJER

Bibliotheekblad 3 • maart 2025

Prikkelen
‘Er zijn best veel overeenkomsten tussen mijn werk voor de bibliotheek en dat voor het museum. In beide gevallen staat de klant op één. Aandacht hebben voor datgene waaraan het publiek behoefte heeft. Aan de andere kant is het niet zo dat de bibliotheekbezoeker automatisch een museumbezoeker is of omgekeerd, maar door gezamenlijk activiteiten te organiseren kun je mensen wel prikkelen. Hoe ik mijn toekomst zie? Ik heb het gevoel dat ik hier de komende jaren nog veel kan leren en bijdragen, dus ik hoop hier nog een hele tijd uitgedaagd te blijven. Nieuwe dingen kunnen leren is voor mij belangrijk, en dat is in deze baan nog volop aan de orde. De directeur betrekt mij nauw bij het organiseren van tentoonstellingen en het meedenken over potentiële publiekstrekkers. Dat is erg stimulerend. Ook mag ik de komende tijd de kar trekken bij de programmering rondom een dichtwedstrijd in het Fries, een initiatief van de stichting Gysbert Japicx, waarvan de prijs in het najaar wordt uitgereikt in De Tiid. Op deze en andere dingen kan ik me echt verheugen.’

De Tiid

Museum De Tiidis een eigentijds museum waar de geschiedenis van Zuidwest Fryslân en de handelsstad Bolsward tot leven komt. In het monumentale stadhuis ontdek je verhalen van iconen zoals Titus Brandsma, Gysbert Japicx en Grutte Pier, die het verleden dichtbij brengen. Daarnaast biedt het museum wisselende tentoonstellingen met Friese kunst, cultuur en verhalen van lokale makers. Elke tentoonstelling geeft een frisse blik op het erfgoed van de regio.

Band
In de loop der jaren heeft Irene gewerkt in diverse Friese bibliotheekvestigingen. Ook maakte ze fusies, bezuinigingen en sluitingen mee. Daardoor heeft ze een goed beeld gekregen van de betekenis van de bibliotheek voor de lokale gemeenschap. ‘Als je het publiek in Sint-Nicolaasga vergelijkt met dat in Lemmer of Jubbega, zie je hoe verschillend ze zijn. Voor mij school de uitdaging erin om van bezoekers zo snel mogelijk het vertrouwen te winnen.
Toen ik in Lemmer werkte, was het klantencontact eerst wat moeizaam, maar in de loop der tijd werd het steeds beter en zelfs dusdanig, dat ik cadeautjes en kaartjes kreeg, toen ik in verwachting was van onze zoon. Een innige band met je publiek opbouwen, zie ik als een van de waardevolste zaken in de bibliotheek. Een plek zijn waar mensen graag komen, dat is zo’n belangrijke factor. Een plaats waar men zich gezien en gehoord voelt.’

Collectie
In totaal heeft Irene achttien jaar in de bibliotheek gewerkt. Is de functie van de bieb in die kleine twee decennia volgens haar wezenlijk veranderd? ‘Met name in de laatste jaren hebben bibliotheken hun functie dermate verbreed, dat je lastig kunt aangeven wat hun functie in de kern nog is. Het is wat diffuus geworden. Dat hoeft niet per se een nadeel te zijn, maar het is wel zaak je kernfunctie te blijven koesteren en uitdragen. In mijn optiek is de bibliotheek bovenal een plek waar zich kennis bevindt, waar je kennis kunt halen en delen. Chargerend gezegd: een plek waar je naartoe gaat om jezelf te verrijken en niet enkel om het belastingformulier in te vullen. Hiermee zeg ik niet dat we te ver afgedwaald zijn van wie we zijn, maar ik vind wel dat het goed is om je basis in het oog te houden. Als kind voelde ik al de magie van de bieb: je omringd weten door kennis en verhalen. In dat opzicht blijft de aanwezigheid van een goede collectie buitengewoon relevant. Is er geen goede collectie aanwezig, dan verlies je die magie. Zoals het ook belangrijk blijft dat je medewerkers over de kennis beschikken om klanten terdege te kunnen adviseren. Een bibliotheek is zo goed als de mensen die er werken. Waarbij ik aanteken dat er in onze vestigingen van Mar en Fean (zie kader) nog altijd sprake is van een goede collectie en deskundig personeel. Je hoort wel dat ik spreek van “we” en “ons”, want hoewel ik inmiddels een werkkring buiten de bibliotheek heb gevonden, gaat het welbevinden van de branche mij nog altijd aan het hart.’

Feestje
Na achttien jaar – op het laatst werkte ze als communicatiemedewerker voor alle twaalf vestigingen van Mar en Fean: ‘ik schreef blogs over nieuwe boeken, deed het webbeheer, de social media, de nieuwsbrief, maakte posters, etc.’ – stapte Irene over van de bibliotheek naar de museale wereld. De coördinator communicatie & media van Museum De Tiid: ‘Tijdens het opstarten van dit culturele centrum ben ik een tijdje uitgeleend door de bieb om de communicatie hier op te starten en dat klikte zo goed met Pascal Arts, de directeur-bestuurder van Museum De Tiid, dat hij tegen me zei: ‘Ik wil jou hebben’. Waarop ik zei: ‘Ik heb altijd gedacht dat ik tot aan mijn pensioen bij de bibliotheek zou werken, dus ik moet daar wel even over nadenken, maar omdat het zo fascinerend is, wat ik op deze plek allemaal tegenkom, heb ik meer dan een jaar geleden ‘ja’ gezegd. Wat ook meespeelde: ik werd dat jaar veertig. Ik dacht: als ik het doe, dan is dit hét moment. Hoe het bevalt? Heel goed. Het is elke dag weer een feestje om hier te zijn. Ik ben sinds 1 augustus 2024 officieel in dienst van het museum, maar doe de communicatie voor het hele gebouw, dus inclusief de bibliotheek en het gemeentearchief. Vergeet niet dat we veel gezamenlijke activiteiten ontplooien.’

Gehakt draaien, en zo. In dat jaar ben ik bij mezelf te rade gegaan wat ik écht wilde en toen kwam die wens uit mijn jeugd weer boven. Vervolgens heb ik, in 2006, een open sollicitatie naar de bieb in Joure geschreven. Een paar dagen later mocht ik in Heerenveen al op gesprek komen bij de manager van de organisatie waar Joure onder viel. Dat werd een leuk gesprek, waarna ik ben aangenomen als oproepkracht. In no time was ik bijna dagelijks in de bieb van Heerenveen te vinden, in die tijd nog een ouderwetse uitleenbibliotheek. Wat ik me herinner, is dat er ’s ochtends al een rij mensen op de stoep stond te wachten, totdat de bibliotheek openging. En dan met drie man achter de balie: innemen, innemen, innemen. Na maximaal een uur ging je wisselen, opruimen en dan achter de uitleenbalie. Dat werk beviel goed. Ik was als 23-jarige het jonkie in de ploeg, maar werd direct opgenomen in het team, deed invalwerk in bijna alle vestigingen en besloot de bibliotheekopleiding in Leeuwarden te doen. Aan die opleiding heb ik veel te danken. Ik werd klaargestoomd voor het professioneel uitoefenen van het vak. De docenten stonden open voor vernieuwing. Wat ik daar meekreeg, was zeer waardevol. Het praktijkexamen heb ik in Bolsward gedaan. Waar ik best trots op ben: als cijfer kreeg ik een tien. Helaas bestaat die bibliotheekopleiding niet meer en dat vind ik voor de branche als geheel een gemis.’

Van de bibliotheek naar een Museum

Bibliotheekblad 3 • maart 2025

Mar en Fean

De Bibliotheek Mar en Fean telt twaalf vestigingen: Akkrum-Nes, Bolsward, Sneek, Balk, Heerenveen, Joure, Lemmer, Makkum, Workum, Wommels, Koudum en Jubbega. De Bibliotheek Bolsward is onderdeel van Cultuur Historisch Centrum De Tiid, dat zichzelf afficheert als “Huis van Verhalen in het hart van Bolsward”. Behalve de bibliotheek zijn in het prachtig gerenoveerde voormalig stadhuis ook Museum De Tiid, het Gemeentearchief en het Gemeenteloket voor Burgerzaken te vinden. Er is eveneens een VVV-informatiepunt, museumwinkel, trouwzaal, vergaderruimtes, auditorium en horecagelegenheid.

‘Hoewel ik geboren ben in Sneek, voel ik me een echte Jouster,’ zegt Irene Venema. ‘In Joure ligt mijn jeugd. Vlakbij ons huis was de bibliotheek. Ik kon er lopend naartoe, over een mooi paadje langs het water en dat deed ik wekelijks. Behalve dat ik graag met mijn neus in de boeken zat, was ik een buitenkind. Als ik niet in de bieb te vinden was, was ik wel in bomen aan het klimmen of hutten aan het bouwen. Het fijnste van alles vond ik buiten lezen. Lekker wegdromen in een boek en tegelijkertijd de vogeltjes horen fluiten. Behoud van de natuur, geen rotzooi achterlaten in het milieu, het waren zaken die me al jong aan het hart gingen. Ik zet me nog steeds in voor de natuur, ben bijvoorbeeld actief om de kievit- en gruttopopulatie in Friesland op peil te houden. Samen met mijn man Gerwin en onze zoon Siem (13) ben ik nazorger, zoals dat heet. Dit houdt in dat we vanaf maart het land in gaan om te kijken waar de nesten in het weiland liggen, en die markeren we dan met stokjes. Ook geven we de aantallen door.’

Opleiding
‘Tegen een schoolvriendinnetje heb ik ooit gezegd toen we langs de bibliotheek liepen: ‘Later, als ik groot ben, wil ik daar werken’. Zij moest toen heel hard lachen en zei: ‘Waarom wil je dáár nou werken’? Vanwege die reactie heb ik dit idee een tijdje verdrongen, want na de middelbare school ben ik een koksopleiding gaan doen. Koken was een van mijn hobby’s, maar ik had algauw in de gaten, dat werken in de horeca niet bij mij paste. Daarna ben ik de kinderopvang ingerold. Aansluitend was ik een jaar onderwijsassistent. Voor beide opleidingen geldt dat ik de theorie boeiend vond, maar de praktijk viel me tegen. Ik zag mij dit werk niet de rest van mijn leven doen. Intussen had ik een bijbaantje gekregen bij de Albert Heijn in Joure, waar ik in de slagerij werkte.

Irene Venema-Algra dacht haar hele leven in de bibliotheek te blijven werken, maar het pakte anders uit. Na achttien jaar besloot Irene Venema het over een andere boeg te gooien. Vanwaar die stap?

‘Nieuwe dingen kunnen leren is voor mij belangrijk’

Tekst en foto’s: EIMER WIELDRAAIJER

DE CARRIÈRESWITCH