Via Dick Scheepstra, toenmalig directeur van de PBC Noord-Holland (nu Probiblio, red.) voor wie hij een schrijfklusje had opgeknapt, kwam historicus en publicist Chris van der Heijden in 1993 terecht bij het Nederlands Bibliotheek en Lectuur Centrum (NBLC) in Den Haag. Terugblikkend zegt hij: ‘Ik ben afkomstig uit een echte boekenfamilie, dus in de bibliotheekwereld voelde ik mij al snel thuis. Tegelijkertijd had die wereld voor mij wel iets stoffigs. Ik ervoer het als een wat ambtelijke omgeving en zelf ben ik allerminst ambtelijk. Ik heb eerder iets rebels over me. Dat ik altijd een beetje tegen de keer was, heeft me mijn hele leven parten gespeeld, maar daar komen we dadelijk ongetwijfeld nog nader over te spreken. Wat ik wel fijn aan de bibliotheekwereld vond – vergeet niet dat ik uit de wereld van de journalistiek kwam, ik had bijvoorbeeld veel gedaan voor de VPRO, NRC en Vrij Nederland, waar niet zelden sprake was van kinnesinne – was dat er alleen maar lieve mensen werkten. Soms misschien wel iets te lief, maar zonder uitzondering innemende lui. Niemand was eropuit je een hak te zetten. Een warm bad.

Ik vind het leuk samen met anderen dingen te doen en daarin kon ik me in de bibliotheek volop uitleven. Behalve dat ze sympathiek waren, bleken de bibliotheekmedewerkers ook bevlogen types, die het – in tegenstelling tot de meesten in de commerciële sector – niet te doen was om een dik salaris maar om maatschappelijk van betekenis te zijn. Nu ik dit zeg, schieten me weer de namen van Jef van Gool en Marian Klaren te binnen. Bij hen en hun collega’s stond de inhoud van het werk op de eerste, tweede en derde plaats.’

Groot en klein
‘Ik ben bij het NBLC gebleven tot 1999. Eén onderdeel van mijn bezigheden was het project sluizen. Internet maakte een grote opmars. De hoeveelheid informatie nam een onstuimige vlucht, dus dacht ik: laten we uit die stortvloed een betrouwbare selectie maken van bijvoorbeeld de tien beste boeken of de vijf beste websites. Dat vind ik nog steeds een goede gedachte. Daarnaast had ik, bij nader inzien weinig origineel, het woord glokalisering bedacht, omdat ik vond dat de bibliotheek heel groot én heel klein moest denken. Aandacht voor globalisering en voor lokale ontwikkelingen. Niet naar de wereld kijken vanuit een nationaal perspectief, maar vanuit een globaal en lokaal gezichtspunt.

Van beide initiatieven is destijds niets terechtgekomen, maar ik geloof nog steeds in groot en klein denken. De mensen verzetten zich ertegen, maar Europa moet echt één worden. Tegelijkertijd moeten we veel meer aandacht geven aan de regio’s en de wijken in grote steden. Een ander initiatief in mijn NBLC-tijd lukte wel. Waar ik me voornamelijk mee bezighield, was het ontwikkelen van collectieve inhoudelijke acties. Men realiseerde zich dat de bibliotheek veel meer was geworden dan een plek vol boeken, en wilde die nieuwe functie op brede schaal uitdragen. Er kwamen lezingen, tentoonstellingen, de week van dit, de week van dat, et cetera. Iedereen realiseerde zich dat de tijd van de klassieke bibliotheek als uitleeninstituut van louter boeken voorgoed voorbij was.’

Linda
Na zijn periode bij het NBLC was Van der Heijden tot aan zijn pensioen werkzaam in het onderwijs als docent bij de School voor de Journalistiek in Utrecht. ‘Gedurende die jaren hebben er zoveel veranderingen in de journalistiek plaatsgevonden... Van aanbodgericht vond er de ommezwaai plaats naar vraaggericht. We zijn daarnaast veel cynischer geworden. Ik geloofde 25 jaar geleden nog dat we met veel inspanning tot iets zouden kunnen komen, waar we het met elkaar over eens zijn. Dat is totaal verdwenen door de polarisatie én de enorme hoeveelheid informatie.

Een enorm verschil is ook dat de wereld is veranderd van verticaal in horizontaal. Het geloof in een kwalitatieve hiërarchie is geërodeerd. Ik gaf les in onderzoeksjournalistiek en merkte allengs dat de leerling-journalisten vooral geïnteresseerd waren in het schrijven voor een blad als Linda. Nou, ik had niks met Linda. Ik dacht in termen van NRC, Vrij Nederland, Haagse Post, de Groene Amsterdammer, maar die media vonden veel studenten helemaal niet interessant, mede omdat ze daar financieel slechter beloond werden dan bij een blad als Linda.’

Open zenuw
Van der Heijden maakte naam in Nederland met zijn boek Grijs verleden over de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Zijn conclusie dat de meeste landgenoten gedurende de oorlog noch in het verzet hadden gezeten, noch de kant van de Duitsers kozen, maar simpelweg probeerden te overleven, veroorzaakte een storm van reacties. Met zijn stelling raakte hij een open zenuw. ‘Daarvóór had ik al meerdere boeken geschreven – waaronder het boek waar ik het meest trots op ben, Zwarte renaissance over Spanje in het tijdvak 1492-1536, maar Grijs verleden ontketende een mediastorm. Ik zat een uur lang in Buitenhof, werd geïnterviewd door Sonja Barend (zie video hieronder, red.) Iedereen dook erop. Het was het goede boek op het juiste moment. Misschien sloeg het boek ook in als een bom vanwege mijn licht provocatieve manier van schrijven. Ik hield Nederland een spiegel voor en het beeld dat men te zien kreeg, was minder heroïsch dan menigeen lange tijd had gedacht. Omdat sommigen het boek daarmee eenvoudig meenden te kunnen wegzetten werden mijn ouders, die fout waren in de oorlog, er meteen bijgesleept.’

Discriminatie
‘Sinds 1993 woonde ik met een Spaanse vrouw en twee Spaanse kinderen in Nederland. Ik viel van mijn stoel toen ik zag wat er met mijn kinderen gebeurde. Mijn zoon heeft een heel Spaans uiterlijk en werd voortdurend voor Turk uitgemaakt. Mijn dochter ziet er Nederlands uit, maar omdat mijn vrouw haar anders aankleedde dan haar klasgenootjes werd ze regelmatig gediscrimineerd. Ik was verbijsterd, dacht: hè, is dit mijn tolerante Nederland? Dat heeft mij echt aan het denken gezet. Ik besefte: het beeld dat we van onszelf hebben klopt niet. Dit land is veel minder tolerant en veel laffer dan we van onszelf vinden. Het is een van de redenen waarom ik Grijs verleden heb geschreven.’

‘Wat mij eveneens aan het denken zette, was dat men in Spanje heel anders met de wereldbrand van 1939-1945 omging dan in Nederland. Mijn schoonvader koos de kant van Franco, meldde zich net als mijn vader aan bij de Waffen SS, terwijl mijn schoonmoeder fel anti-fascistisch was. Zij kon mijn schoonvaders kop wel inslaan, maar toch wist men daar in Spanje op de een of andere manier beter mee in het reine te komen dan in Nederland waar er geen grijstint bestond tussen zwart en wit.’

‘De vraag die mijn boek voor menig lezer opriep was: wat zou ik zelf hebben gedaan in die situatie? Zou ik in het verzet zijn gegaan? Maar als ik nou kinderen en een baan had? Zou ik mijn bedrijf op het spel hebben gezet? Enzovoort. In het standaardwerk van Lou de Jong was het zwart-wit. Je was of goed of fout geweest in de oorlog. Begrijpelijk, want hij was een telg uit een joods gezin, had tijdens de oorlog in Londen gezeten. Ik heb grote bewondering voor hem als historicus, maar het moment was daar om te laten zien, dat je ook anders tegen de materie kunt aankijken. En die persoon was toevallig ik.’

Los eindje
Van het een kwam het ander, want wat volgde was een stroom publicaties van zijn hand over de oorlog, culminerend in een studie naar het zwarte verleden van zijn ouders, getiteld Over de rand laait het vuur. ‘Zoals gezegd hoorde ik na publicatie van Grijs verleden direct: hij wil zijn vader verdedigen. Psychologie van de koude grond, want men wist niet eens welke relatie ik met mijn ouders had, maar goed. Later dacht ik: het is tijd om klaarheid te scheppen, er moet een boek over mijn ouders komen, wat leidde tot een hoop gedoe in de familie. Uiteindelijk heeft het een tijd geduurd voordat dit boek verscheen – ik werd ziek, raakte verzeild in een scheiding – maar dit jaar was het zover. Het was een los eindje dat geknoopt moest worden.

Of ik door het schrijven van dit boek meer begrip heb gekregen voor mijn ouders en de keuze die ze maakten? Zeker, al zal niet iedereen dat snappen. Weet je wat het is? Mensen zijn niet meer in staat om de oorlog te zien zonder het antisemitisme, zonder de Shoah. De laatste 25 jaar is het verhaal van de oorlog de Shoah geworden. Men kan niet begrijpen dat dat destijds niet zo was. Mijn vader was een katholieke man. Hij fladderde wel mee met die antisemitische wind, maar dat deden ze in de katholieke kerk al tweeduizend jaar. Ik vind dat mijn vader moreel een zuiver mens was, hoe raar het ook is om dat te zeggen van iemand die heeft meegedaan aan het moreel meest onzuivere systeem denkbaar. Dan kun je, zoals bijna iedereen, zeggen: wat je nu beweert, is onzin.

Je kunt ook zeggen: hoe is het in godsnaam mogelijk dat een normaal mens deze keuze maakt? In mijn colleges haalde ik vaak het voorbeeld aan van Lynndie England, een voormalig Amerikaanse reserviste die het symbool werd van de mishandelingen van Iraakse gevangenen in de Abu Ghraib-gevangenis. Een heel gewoon meisje dat als een beest tekeerging. Van jezelf zeggen dat jij je nooit tot zoiets zult verlagen, is levensgevaarlijk. Gewone mensen zijn tot alles in staat. Dat is de kern van mijn verzet tegen Lou de Jong en het zwart-witdenken. Mensen die zwart-wit denken plaatsen zichzelf altijd in het witte kamp. Dat alleen al bewijst dat zo’n redenering niet klopt. De praktijk bewijst immers het tegendeel.’

Is de Tweede Wereldoorlog na het schrijven van Over de rand laait het vuur voor Van der Heijden een gesloten boek? ‘Ja, ik denk het wel. Nu ben ik met heel andere dingen bezig, vooral op het gebied van spiritualiteit en religie. En dan niet in metafysische zin, maar meer in relatie tot de natuur, wereldbeelden, filosofie. Met de oorlog ben ik wel een beetje klaar. Onlangs ben ik in Vietnam en Cambodja geweest. Het tempelcomplex van Angkor heeft diepe indruk op me gemaakt. Ik ben daar al weken over aan het lezen, en dat zal de komende jaren, boekenverslinder die ik nu eenmaal ben, wel zo blijven.’

Wanhopig
Maakt hij zich zorgen over de polarisatie in deze tijd, de hernieuwde spanningen op het wereldtoneel? ‘Wat in Israël gebeurt, vind ik onbegrijpelijk. Als een joodse regering al niet in staat is mededogen te betrachten na alle gruwelen die men zelf als volk heeft meegemaakt, wie dan wel? Waar is dan de hoop gebleven? Ik heb ooit een ander polemisch boekje geschreven – Israël, een onherstelbare vergissing – waarmee ik me keerde tegen het besluit van de Verenigde Naties, maar ik snap niet dat we dag in, dag uit moeten aanzien wat er in Gaza gebeurt. Ik ben behoorlijk wanhopig over mijn totale onvermogen daar iets aan te doen. Ik woon heerlijk in Kortenhoef, ben niet rijk, maar kan alles doen wat ik wil, heb een heel leuk leven. Maar wat ik niet kan volgen is dat er mensen zijn die doodleuk verdedigen wat daar gebeurt. Er zijn mensen die zeggen: Hamas, dat zijn allemaal terroristen, en dit beetje collateral damage wat daar gebeurt moet je maar voor lief nemen. Over de polarisatie van standpunten maak ik me zorgen, want ik denk dat dat ten tijde van de Vietnamoorlog echt anders was. Toen waren we het er wel met z’n allen over eens dat het platgooien van dorpen met fosforbommen not done was. Misschien heeft het met leeftijd te maken, misschien speelt mijn interesse in spiritualiteit een rol, maar ik ervaar mijn machteloosheid sterker dan ooit.’

Parallellen
Wordt hij ook wanhopig van Trump, AfD, PVV, Meloni? ‘Op zich heb ik geen bezwaar tegen een vorm van rechts denken. Dat moet kunnen. Mijn vader was geen nazi, maar een echte fascist in de historische betekenis van het woord. Een katholieke anti-revolutionair. Hij geloofde niet in de ideeën van de Franse Revolutie. Pim Fortuyn schreef mij ooit: “In de jaren zestig streefden we naar ruimte, maar we ontdekten de leegte”. Dat vind ik helemaal niet zo’n domme gedachte. Met een jongen als Thierry Baudet ben ik het erg oneens, maar tegelijkertijd ben ik persoonlijk zeer op hem gesteld. Ik vind het goed dat er iemand is als Wilders. Ik vind het goed dat het migratiedebat wordt gevoerd, want dat houdt ons scherp. Wel vind ik de enorme dominantie van Trump en zijn totale onvermogen tot zelfreflectie weerzinwekkend. Zoals ik ook het optreden van Netanyahu, die alleen bezig is met zijn eigen belang, verwerpelijk vind. Of Poetin, die leeft in een wereld die allang niet meer bestaat, namelijk die van natiestaten.

Kijk, als je me vraagt of ik parallellen zie met de jaren dertig van de vorige eeuw, dan zeg ik: die zijn er, maar waar ik me nog meer zorgen over maak, is de manier waarop we omgaan met onze omgeving. Als kind mocht ik graag salamanders zoeken langs de groene slootjes bij Maartensdijk. Vanmorgen heb ik nog een lange fietstocht rond het Naardermeer gemaakt, maar ik zag niet één groen slootje.’

Gemeenschap
‘Ook vroeger waren er idioten als Trump, waren mensen bezig elkaar te vermoorden, maar het verschil is dat we dit soort dingen nu de hele dag te horen en te zien krijgen door de massa informatie die over ons wordt uitgestort. Dat maakt mede dat we tegenwoordig, meer dan ooit, behoefte hebben aan gemeenschap. En de bibliotheek is een heel voor de hand liggende plek om dat gevoel te ervaren. Een van de weinige plekken in de samenleving waar iedereen nog komt. Toen de tv kwam, zei men: de radio verdwijnt. Toen de videorecorder kwam, riep men: de bioscoop is ten dode opgeschreven. Toen het internet zich aandiende, luidde de waarschuwing: het boek legt het loodje. Niets van dat alles is waar gebleken. Die nieuwe media zijn er gewoon bij gekomen. De bibliotheek als plek van boeken en ontmoeting zal altijd blijven. Wij zijn en blijven mensen, we worden echt geen digitale robots. Mensen vinden het leuk met elkaar te praten, hun twijfels te delen, nieuwe ervaringen op te doen, en waar kan dat beter dan in de bieb? Dat vond ik al toen ik nog bij het NBLC werkte, en dat vind ik nog steeds.’

Van het voormalige NBLC naar een carrière als historicus/publicist

Bekend is dat zijn boek Grijs verleden over Nederland en de Tweede Wereldoorlog (2001) veel stof deed opwaaien. Minder bekend is dat de auteur, historicus Chris van der Heijden, vóór de verschijning van zijn spraakmakende studie, enkele jaren voor de voorloper van de VOB (het NBLC) werkte. Bij het NBLC richtte hij zich onder meer op de impact van internet en gezamenlijke bibliotheekcampagnes. Hoe kijkt hij terug op die tijd en welke rol ziet hij, bijna drie decennia later, weggelegd voor de bieb van nu?

‘Met de oorlog ben ik wel een beetje klaar’

DE CARRIÈRESWITCH

Tekst en foto’s: EIMER WIELDRAAIJERVideo: VARA

Bibliotheekblad 8 • oktober 2025

Van het voormalige NBLC naar een carrière als historicus/publicist

Bibliotheekblad 8 • oktober 2025

Via Dick Scheepstra, toenmalig directeur van de PBC Noord-Holland (nu Probiblio, red.) voor wie hij een schrijfklusje had opgeknapt, kwam historicus en publicist Chris van der Heijden in 1993 terecht bij het Nederlands Bibliotheek en Lectuur Centrum (NBLC) in Den Haag. Terugblikkend zegt hij: ‘Ik ben afkomstig uit een echte boekenfamilie, dus in de bibliotheekwereld voelde ik mij al snel thuis. Tegelijkertijd had die wereld voor mij wel iets stoffigs. Ik ervoer het als een wat ambtelijke omgeving en zelf ben ik allerminst ambtelijk. Ik heb eerder iets rebels over me. Dat ik altijd een beetje tegen de keer was, heeft me mijn hele leven parten gespeeld, maar daar komen we dadelijk ongetwijfeld nog nader over te spreken. Wat ik wel fijn aan de bibliotheekwereld vond – vergeet niet dat ik uit de wereld van de journalistiek kwam, ik had bijvoorbeeld veel gedaan voor de VPRO, NRC en Vrij Nederland, waar niet zelden sprake was van kinnesinne – was dat er alleen maar lieve mensen werkten. Soms misschien wel iets te lief, maar zonder uitzondering innemende lui. Niemand was eropuit je een hak te zetten. Een warm bad.

Ik vind het leuk samen met anderen dingen te doen en daarin kon ik me in de bibliotheek volop uitleven. Behalve dat ze sympathiek waren, bleken de bibliotheekmedewerkers ook bevlogen types, die het – in tegenstelling tot de meesten in de commerciële sector – niet te doen was om een dik salaris maar om maatschappelijk van betekenis te zijn. Nu ik dit zeg, schieten me weer de namen van Jef van Gool en Marian Klaren te binnen. Bij hen en hun collega’s stond de inhoud van het werk op de eerste, tweede en derde plaats.’

Groot en klein
‘Ik ben bij het NBLC gebleven tot 1999. Eén onderdeel van mijn bezigheden was het project sluizen. Internet maakte een grote opmars. De hoeveelheid informatie nam een onstuimige vlucht, dus dacht ik: laten we uit die stortvloed een betrouwbare selectie maken van bijvoorbeeld de tien beste boeken of de vijf beste websites. Dat vind ik nog steeds een goede gedachte. Daarnaast had ik, bij nader inzien weinig origineel, het woord glokalisering bedacht, omdat ik vond dat de bibliotheek heel groot én heel klein moest denken. Aandacht voor globalisering en voor lokale ontwikkelingen. Niet naar de wereld kijken vanuit een nationaal perspectief, maar vanuit een globaal en lokaal gezichtspunt.

Van beide initiatieven is destijds niets terechtgekomen, maar ik geloof nog steeds in groot en klein denken. De mensen verzetten zich ertegen, maar Europa moet echt één worden. Tegelijkertijd moeten we veel meer aandacht geven aan de regio’s en de wijken in grote steden. Een ander initiatief in mijn NBLC-tijd lukte wel. Waar ik me voornamelijk mee bezighield, was het ontwikkelen van collectieve inhoudelijke acties. Men realiseerde zich dat de bibliotheek veel meer was geworden dan een plek vol boeken, en wilde die nieuwe functie op brede schaal uitdragen. Er kwamen lezingen, tentoonstellingen, de week van dit, de week van dat, et cetera. Iedereen realiseerde zich dat de tijd van de klassieke bibliotheek als uitleeninstituut van louter boeken voorgoed voorbij was.’

Linda
Na zijn periode bij het NBLC was Van der Heijden tot aan zijn pensioen werkzaam in het onderwijs als docent bij de School voor de Journalistiek in Utrecht. ‘Gedurende die jaren hebben er zoveel veranderingen in de journalistiek plaatsgevonden... Van aanbodgericht vond er de ommezwaai plaats naar vraaggericht. We zijn daarnaast veel cynischer geworden. Ik geloofde 25 jaar geleden nog dat we met veel inspanning tot iets zouden kunnen komen, waar we het met elkaar over eens zijn. Dat is totaal verdwenen door de polarisatie én de enorme hoeveelheid informatie.

Een enorm verschil is ook dat de wereld is veranderd van verticaal in horizontaal. Het geloof in een kwalitatieve hiërarchie is geërodeerd. Ik gaf les in onderzoeksjournalistiek en merkte allengs dat de leerling-journalisten vooral geïnteresseerd waren in het schrijven voor een blad als Linda. Nou, ik had niks met Linda. Ik dacht in termen van NRC, Vrij Nederland, Haagse Post, de Groene Amsterdammer, maar die media vonden veel studenten helemaal niet interessant, mede omdat ze daar financieel slechter beloond werden dan bij een blad als Linda.’

Open zenuw
Van der Heijden maakte naam in Nederland met zijn boek Grijs verleden over de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Zijn conclusie dat de meeste landgenoten gedurende de oorlog noch in het verzet hadden gezeten, noch de kant van de Duitsers kozen, maar simpelweg probeerden te overleven, veroorzaakte een storm van reacties. Met zijn stelling raakte hij een open zenuw. ‘Daarvóór had ik al meerdere boeken geschreven – waaronder het boek waar ik het meest trots op ben, Zwarte renaissance over Spanje in het tijdvak 1492-1536, maar Grijs verleden ontketende een mediastorm. Ik zat een uur lang in Buitenhof, werd geïnterviewd door Sonja Barend (zie video hieronder, red.) Iedereen dook erop. Het was het goede boek op het juiste moment. Misschien sloeg het boek ook in als een bom vanwege mijn licht provocatieve manier van schrijven. Ik hield Nederland een spiegel voor en het beeld dat men te zien kreeg, was minder heroïsch dan menigeen lange tijd had gedacht. Omdat sommigen het boek daarmee eenvoudig meenden te kunnen wegzetten werden mijn ouders, die fout waren in de oorlog, er meteen bijgesleept.’

Discriminatie
‘Sinds 1993 woonde ik met een Spaanse vrouw en twee Spaanse kinderen in Nederland. Ik viel van mijn stoel toen ik zag wat er met mijn kinderen gebeurde. Mijn zoon heeft een heel Spaans uiterlijk en werd voortdurend voor Turk uitgemaakt. Mijn dochter ziet er Nederlands uit, maar omdat mijn vrouw haar anders aankleedde dan haar klasgenootjes werd ze regelmatig gediscrimineerd. Ik was verbijsterd, dacht: hè, is dit mijn tolerante Nederland? Dat heeft mij echt aan het denken gezet. Ik besefte: het beeld dat we van onszelf hebben klopt niet. Dit land is veel minder tolerant en veel laffer dan we van onszelf vinden. Het is een van de redenen waarom ik Grijs verleden heb geschreven.’

‘Wat mij eveneens aan het denken zette, was dat men in Spanje heel anders met de wereldbrand van 1939-1945 omging dan in Nederland. Mijn schoonvader koos de kant van Franco, meldde zich net als mijn vader aan bij de Waffen SS, terwijl mijn schoonmoeder fel anti-fascistisch was. Zij kon mijn schoonvaders kop wel inslaan, maar toch wist men daar in Spanje op de een of andere manier beter mee in het reine te komen dan in Nederland waar er geen grijstint bestond tussen zwart en wit.’

‘De vraag die mijn boek voor menig lezer opriep was: wat zou ik zelf hebben gedaan in die situatie? Zou ik in het verzet zijn gegaan? Maar als ik nou kinderen en een baan had? Zou ik mijn bedrijf op het spel hebben gezet? Enzovoort. In het standaardwerk van Lou de Jong was het zwart-wit. Je was of goed of fout geweest in de oorlog. Begrijpelijk, want hij was een telg uit een joods gezin, had tijdens de oorlog in Londen gezeten. Ik heb grote bewondering voor hem als historicus, maar het moment was daar om te laten zien, dat je ook anders tegen de materie kunt aankijken. En die persoon was toevallig ik.’

Los eindje
Van het een kwam het ander, want wat volgde was een stroom publicaties van zijn hand over de oorlog, culminerend in een studie naar het zwarte verleden van zijn ouders, getiteld Over de rand laait het vuur. ‘Zoals gezegd hoorde ik na publicatie van Grijs verleden direct: hij wil zijn vader verdedigen. Psychologie van de koude grond, want men wist niet eens welke relatie ik met mijn ouders had, maar goed. Later dacht ik: het is tijd om klaarheid te scheppen, er moet een boek over mijn ouders komen, wat leidde tot een hoop gedoe in de familie. Uiteindelijk heeft het een tijd geduurd voordat dit boek verscheen – ik werd ziek, raakte verzeild in een scheiding – maar dit jaar was het zover. Het was een los eindje dat geknoopt moest worden.

Of ik door het schrijven van dit boek meer begrip heb gekregen voor mijn ouders en de keuze die ze maakten? Zeker, al zal niet iedereen dat snappen. Weet je wat het is? Mensen zijn niet meer in staat om de oorlog te zien zonder het antisemitisme, zonder de Shoah. De laatste 25 jaar is het verhaal van de oorlog de Shoah geworden. Men kan niet begrijpen dat dat destijds niet zo was. Mijn vader was een katholieke man. Hij fladderde wel mee met die antisemitische wind, maar dat deden ze in de katholieke kerk al tweeduizend jaar. Ik vind dat mijn vader moreel een zuiver mens was, hoe raar het ook is om dat te zeggen van iemand die heeft meegedaan aan het moreel meest onzuivere systeem denkbaar. Dan kun je, zoals bijna iedereen, zeggen: wat je nu beweert, is onzin.

Je kunt ook zeggen: hoe is het in godsnaam mogelijk dat een normaal mens deze keuze maakt? In mijn colleges haalde ik vaak het voorbeeld aan van Lynndie England, een voormalig Amerikaanse reserviste die het symbool werd van de mishandelingen van Iraakse gevangenen in de Abu Ghraib-gevangenis. Een heel gewoon meisje dat als een beest tekeerging. Van jezelf zeggen dat jij je nooit tot zoiets zult verlagen, is levensgevaarlijk. Gewone mensen zijn tot alles in staat. Dat is de kern van mijn verzet tegen Lou de Jong en het zwart-witdenken. Mensen die zwart-wit denken plaatsen zichzelf altijd in het witte kamp. Dat alleen al bewijst dat zo’n redenering niet klopt. De praktijk bewijst immers het tegendeel.’

Is de Tweede Wereldoorlog na het schrijven van Over de rand laait het vuur voor Van der Heijden een gesloten boek? ‘Ja, ik denk het wel. Nu ben ik met heel andere dingen bezig, vooral op het gebied van spiritualiteit en religie. En dan niet in metafysische zin, maar meer in relatie tot de natuur, wereldbeelden, filosofie. Met de oorlog ben ik wel een beetje klaar. Onlangs ben ik in Vietnam en Cambodja geweest. Het tempelcomplex van Angkor heeft diepe indruk op me gemaakt. Ik ben daar al weken over aan het lezen, en dat zal de komende jaren, boekenverslinder die ik nu eenmaal ben, wel zo blijven.’

Wanhopig
Maakt hij zich zorgen over de polarisatie in deze tijd, de hernieuwde spanningen op het wereldtoneel? ‘Wat in Israël gebeurt, vind ik onbegrijpelijk. Als een joodse regering al niet in staat is mededogen te betrachten na alle gruwelen die men zelf als volk heeft meegemaakt, wie dan wel? Waar is dan de hoop gebleven? Ik heb ooit een ander polemisch boekje geschreven – Israël, een onherstelbare vergissing – waarmee ik me keerde tegen het besluit van de Verenigde Naties, maar ik snap niet dat we dag in, dag uit moeten aanzien wat er in Gaza gebeurt. Ik ben behoorlijk wanhopig over mijn totale onvermogen daar iets aan te doen. Ik woon heerlijk in Kortenhoef, ben niet rijk, maar kan alles doen wat ik wil, heb een heel leuk leven. Maar wat ik niet kan volgen is dat er mensen zijn die doodleuk verdedigen wat daar gebeurt. Er zijn mensen die zeggen: Hamas, dat zijn allemaal terroristen, en dit beetje collateral damage wat daar gebeurt moet je maar voor lief nemen. Over de polarisatie van standpunten maak ik me zorgen, want ik denk dat dat ten tijde van de Vietnamoorlog echt anders was. Toen waren we het er wel met z’n allen over eens dat het platgooien van dorpen met fosforbommen not done was. Misschien heeft het met leeftijd te maken, misschien speelt mijn interesse in spiritualiteit een rol, maar ik ervaar mijn machteloosheid sterker dan ooit.’

Parallellen
Wordt hij ook wanhopig van Trump, AfD, PVV, Meloni? ‘Op zich heb ik geen bezwaar tegen een vorm van rechts denken. Dat moet kunnen. Mijn vader was geen nazi, maar een echte fascist in de historische betekenis van het woord. Een katholieke anti-revolutionair. Hij geloofde niet in de ideeën van de Franse Revolutie. Pim Fortuyn schreef mij ooit: “In de jaren zestig streefden we naar ruimte, maar we ontdekten de leegte”. Dat vind ik helemaal niet zo’n domme gedachte. Met een jongen als Thierry Baudet ben ik het erg oneens, maar tegelijkertijd ben ik persoonlijk zeer op hem gesteld. Ik vind het goed dat er iemand is als Wilders. Ik vind het goed dat het migratiedebat wordt gevoerd, want dat houdt ons scherp. Wel vind ik de enorme dominantie van Trump en zijn totale onvermogen tot zelfreflectie weerzinwekkend. Zoals ik ook het optreden van Netanyahu, die alleen bezig is met zijn eigen belang, verwerpelijk vind. Of Poetin, die leeft in een wereld die allang niet meer bestaat, namelijk die van natiestaten.

Kijk, als je me vraagt of ik parallellen zie met de jaren dertig van de vorige eeuw, dan zeg ik: die zijn er, maar waar ik me nog meer zorgen over maak, is de manier waarop we omgaan met onze omgeving. Als kind mocht ik graag salamanders zoeken langs de groene slootjes bij Maartensdijk. Vanmorgen heb ik nog een lange fietstocht rond het Naardermeer gemaakt, maar ik zag niet één groen slootje.’

Gemeenschap
‘Ook vroeger waren er idioten als Trump, waren mensen bezig elkaar te vermoorden, maar het verschil is dat we dit soort dingen nu de hele dag te horen en te zien krijgen door de massa informatie die over ons wordt uitgestort. Dat maakt mede dat we tegenwoordig, meer dan ooit, behoefte hebben aan gemeenschap. En de bibliotheek is een heel voor de hand liggende plek om dat gevoel te ervaren. Een van de weinige plekken in de samenleving waar iedereen nog komt. Toen de tv kwam, zei men: de radio verdwijnt. Toen de videorecorder kwam, riep men: de bioscoop is ten dode opgeschreven. Toen het internet zich aandiende, luidde de waarschuwing: het boek legt het loodje. Niets van dat alles is waar gebleken. Die nieuwe media zijn er gewoon bij gekomen. De bibliotheek als plek van boeken en ontmoeting zal altijd blijven. Wij zijn en blijven mensen, we worden echt geen digitale robots. Mensen vinden het leuk met elkaar te praten, hun twijfels te delen, nieuwe ervaringen op te doen, en waar kan dat beter dan in de bieb? Dat vond ik al toen ik nog bij het NBLC werkte, en dat vind ik nog steeds.’

Bekend is dat zijn boek Grijs verleden over Nederland en de Tweede Wereldoorlog (2001) veel stof deed opwaaien. Minder bekend is dat de auteur, historicus Chris van der Heijden, vóór de verschijning van zijn spraakmakende studie, enkele jaren voor de voorloper van de VOB (het NBLC) werkte. Bij het NBLC richtte hij zich onder meer op de impact van internet en gezamenlijke bibliotheekcampagnes. Hoe kijkt hij terug op die tijd en welke rol ziet hij, bijna drie decennia later, weggelegd voor de bieb van nu?

‘Met de oorlog ben ik wel een beetje klaar’

Tekst en foto’s: EIMER WIELDRAAIJERVideo: VARA

DE CARRIÈRESWITCH