Aan de Hogeschool voor Toerisme en Verkeer in Breda haalde Stephan de Vilder in 1988 zijn bachelor-diploma. Reflecterend op zijn studiekeuze zegt hij: ‘Ik hield van reizen en zag mezelf iets in de reisbranche doen. Voordien had ik al een jaar in Italië gewoond, omdat ik graag in het buitenland wilde wonen. Na mijn studie heb ik veel gereisd, ook voor mijn werk. In eerste instantie bij KLM, waar ik een paar jaar als steward actief was. En vervolgens was ik vaak onderweg voor twee sportmerken.’ Stephan doelt hierbij op zijn functies als advertising manager op het Europese hoofdkantoor van ASICS in Hoofddorp en naderhand head of communication bij Adidas op diens Amsterdamse vestiging. Bij ASICS was hij met name verantwoordelijk voor de Europese campagnes.

De kennis die hij er opdeed zou hij later in de bibliotheekwereld aanwenden voor het helpen ontwikkelen van de retailformule. Wat hem bovenal aantrok in de baan in Hoofddorp, was het feit dat het Japanse bedrijf koos voor de weg van de geleidelijkheid bij het veroveren van de mondiale markt. ‘Iets wat haaks staat op de aanpak van een Amerikaans merk als Nike. Bij ASICS stond kwaliteit centraal. Men maakte goede producten en had een goed verhaal. Ik vind het belangrijk zelf in een verhaal te geloven om het te kunnen verkopen, en dat was daar mogelijk. Ik was er trots op om voor dat merk te werken.’ Nadat hij zes jaar voor ASICS had gewerkt, vroeg Adidas hem om bij het Duitse bedrijf hoofd communicatie voor de Benelux te worden. Eenmaal aan de slag bemerkte Stephan het cultuurverschil. ‘Waar ASICS meer een hardloopmerk is, bleek Adidas vooral een voetbalmerk. Zo sponsorde Adidas onder meer Ajax. Ik leerde de voetbalwereld kennen zoals deze op het hoogste niveau is, en dat sprak mij niet aan. Vanuit het Adidas-hoofdkantoor in Herzogenaurath, waar ook Puma zetelt, werd alles top-down georganiseerd. De allocaties voor het marketingbudget waren voor 95% al bepaald. Anders gezegd: ik kon mijn ei daar niet kwijt. Ik wil ergens echt een bijdrage aan kunnen leveren. Bij ASICS was ik de ontwikkelaar, bij Adidas moest ik de trein op de rails houden. Omdat ik spijt had van mijn overstap heb ik na een jaar ontslag genomen.’

Enthousiast
‘Op zoek naar iets maatschappelijks kwam ik in contact met Jan-Ewout van der Putten, toenmalig directeur bij de Vereniging van Openbare Bibliotheken. Ik mocht op sollicitatiegesprek komen bij Jos Debeij, en dan is er slechts één ding mogelijk, en dat is dat je net als hij enthousiast wordt. Jos vertelde over de grote ambities van de sector, met als speerpunt Bibliotheek.nl. Ik kon aan de slag bij het ICT-expertisecentrum Laurens en vond het fijn mijn bijdrage te leveren aan de landelijke campagnes, zoals de telefonische en online vragendienst Al@din. Een andere inspirator in die tijd was Rob Bruijnzeels, en dat gold ook voor Jan-Ewout die de VOB op de kaart wist te zetten.’
Toch volgde na zes jaar VOB (2002-2008) Stephans overstap naar de OBD, waar hij tot 2011 in dienst zou blijven. ‘Die stap zette ik op verzoek van Jos, die bij de in Nijverdal gevestigde POI op zoek was naar een programmamanager marketing. Mark Deckers was een van mijn nieuwe en inspirerende collega’s. Omdat ik ook daar eigen initiatieven kon ontplooien, heb ik dat ervaren als een prettige tijd. Waar ik wel met een dubbel gevoel op terugkijk, is de ontwikkeling van de bibliotheekformule: de white box (het Overijsselse model) en de black box (het Groningse model). De gedachte was om de bibliotheek via een eigentijdse inrichting meer te doen aansluiten op de behoefte en de wensen van het publiek, waarbij we de voordelen zouden benutten van gezamenlijk inkopen. Het idee was om daarmee het lokale maatschappelijk ondernemerschap meer ruimte te geven. Maar ik denk nu dat het ook het lokale initiatief in de weg kan staan. Wat niet wegneemt dat veel bibliotheken in Nederland inderdaad werden ingericht volgens het Overijsselse en Groningse concept, en daaruit is ontegenzeglijk veel goeds voortgekomen.’

Ruimte
Na het landelijke en provinciale niveau kwam Stephan in 2014 in dienst bij een regionale instelling: de Bibliotheek Kennemerwaard. Lachend: ‘Klopt, ik ben steeds verder afgedaald… Bij de OBD had ik geen full-time baan. Mede daarom was ik in 2009 al parttime begonnen als burn-outcoach. Ik kon mijn contract in Overijssel weliswaar verlengen, maar moest dan in de buurt gaan wonen. In overleg met mijn gezin – wij wonen in Haarlem, mijn vrouw werkte in Amsterdam, en mijn twee kinderen zouden naar de middelbare school gaan – hebben we besloten niet te verhuizen.

Op zoek naar een andere part-time baan – dus naast mijn coachingwerk – kwam ik terecht bij de Bibliotheek Kennemerwaard, waar ik aan de slag kon als accountmanager en programmamaker. Op innovatiegebied met de poten in de klei staan, dat was het leuke aan deze job. Aan mijn baas Jan Kaldenbach en directeur Erna Winters had ik inspirerende leidinggevenden. Zij gaven mij alle ruimte om initiatieven te nemen. Ik begon in Alkmaar met bijeenkomsten op het gebied van duurzaamheid. Er ontstond een kleine community van enthousiaste bewoners en kleine zelfstandige ondernemers. We sloten ons aan bij een landelijk netwerk van stadsambassades waar diverse duurzame en sociale initiatieven samenkwamen. In de samenwerking van de bibliotheek met co-working space Het Nieuwe warenhuis ontstond uiteindelijk Creatieve Universiteit Alkmaar (CUA). Tevens mocht ik voor een werkruil drie maanden naar Australië, waar ik de samenwerking van teams rondom programmering heb verbeterd. Daar kwamen mijn visie en expertise op het gebied van coaching en bibliotheekwerk samen. Uiteindelijk werd ik bij een reorganisatietraject afgewezen voor een nieuwe functie als coach. Dat was een teleurstelling, juist vanwege mijn ervaring als coach, maar achteraf denk ik ook dat mijn grootste enthousiasme lag bij de vernieuwing en samenwerking.’

Hardlopen
Met als gevolg dat Stephan in 2020 afscheid nam van de bibliotheekwereld. Wat was voor hem indertijd de aanleiding om zich verder te bekwamen als burn-outcoach? ‘Ik ben altijd hardloper geweest, kom graag in de natuur. Voor mij is dat hardlopen een goede manier om ontspanning te ervaren, om tot rust te komen met een druk gezin en druk werk. Dat was voor mij de inspiratiebron om dit werk te gaan doen. In de loop der tijd heb ik allerlei opleidingen gevolgd en ik ben nu CSR-erkend coach en CSR-partner. Vorig jaar heb ik nog een specifieke opleiding voor burn-outbegeleiding gedaan. Wat ik nu doe, schenkt me heel veel voldoening als ik merk dat ik mensen op een andere manier naar zichzelf heb laten kijken, een meer waarderende manier. Ook krijg ik een inkijkje in allerlei sectoren, wat tegemoetkomt aan mijn nieuwsgierigheid. Momenteel werk ik bijvoorbeeld voor een archieforganisatie, die qua cultuur dicht tegen bibliotheken aanzit.

Daarnaast werk ik voor een GGZ-instelling, een assurantiekantoor, en een onderwijsinstelling. Ook voor een groot advocatenkantoor en de gemeente Amsterdam heb ik medewerkers begeleid. En niet te vergeten bibliotheken. Als ik daarvan iets heb geleerd, is het dat burn-out in alle sectoren voorkomt. Soms vanwege de cultuur – zo vindt men het in de advocatuur vanzelfsprekend dat je zestig uur in de week werkt – soms omdat een sector onder zware druk staat – denk aan het onderwijs, de zorg en de GGZ. Daar is veel verzuim en een groot tekort aan specialisten, waardoor mensen wel eens werk moeten doen waarvoor ze niet zijn opgeleid. Wat ook een rol speelt: veel mensen vinden het lastig om voor zichzelf op te komen.’

Mensgericht
Met welke klachten komen bibliotheekmedewerkers bij hem? ‘Goede vraag. Ik vind het lastig een stempel op bibliotheken in het algemeen te drukken. Generaliserend zou je kunnen zeggen dat dingen in bibliotheekland soms niet expliciet worden uitgesproken. Er heerst niet zelden onduidelijkheid op een aantal fronten. Bibliotheken hebben weliswaar een mensgerichte cultuur, maar mensen durven elkaar niet snel de waarheid te zeggen. Sommigen zijn daar gevoelig voor, waarbij ik onmiddellijk aanteken dat ook in de bibliotheekwereld organisaties onderling heel sterk verschillen qua cultuur.’

Is het ene type mens gevoeliger voor een burn-out dan het andere type? ‘Zeker. Iemand die burn-out gevoelig is kan meestal minder goed relativeren. Wat mij erg aanspreekt in het werken met mensen die een burn-out hebben, is dat zij doorgaans zeer talentvol zijn. Daar passen ook karaktereigenschappen als perfectionisme en controle willen houden bij, evenals iets goed willen doen voor anderen. Deze mensen pleasen anderen graag ten koste van zichzelf en hanteren een hoge standaard van kwaliteit.’

Natuur
Heeft hij de omvang van het probleem zien groeien sinds 2009? ‘Het is enorm gegroeid. Tegelijkertijd is de begeleiding sterk toegenomen. Jammer is wel dat er voor herstel via de ARBO’s vaak wordt ingezet op cognitief-gedragstherapeuten, terwijl het voor de herstelbegeleiding belangrijk is dat mensen fysiek begeleid worden. En dat is wat ik doe. Eerst moet het zenuwstelsel tot rust komen, daarna moet de energie terugkomen en pas daarna moet het cognitief functioneren verbeteren. Ik houd mij overigens ook steeds meer met preventie bezig. In beide gevallen begint mijn aanpak bij stressreductie en de energiehuishouding. Dat gebeurt niet binnenshuis in een kamertje, maar buiten in de natuur, door te bewegen, met ademhaling te werken en weer vertrouwen in je eigen lichaam te krijgen. Door weer goed te gaan slapen en meer van dat soort dingen.’

‘Maar om op je vraag of het probleem toeneemt terug te komen: ik begeleid steeds vaker jongere mensen. Waren het vijftien jaar geleden vooral veertigers en vijftigers, nu zijn het twintigers en dertigers. Soms heb ik cliënten die jonger zijn dan mijn eigen kinderen. Dan denk ik: hoe is het mogelijk dat je op zo’n jonge leeftijd al een burn-out krijgt, maar het is toch echt zo. Daaraan ligt onder andere ten grondslag dat veel jongeren een irreëel maakbaarheidsidee hebben, zo van: ik wil op mijn dertigste alle ballast uit verleden en heden overboord hebben gegooid en daarna mijn droom verwezenlijken.’

Duurzaam
Intake en vragenlijst bepalen de startsituatie van zijn aanpak. ‘Soms moet je een situatie eerst stabiliseren, voordat iemand tijd en aandacht kan besteden aan het eigen herstel. Is iemand deels nog aan het werk, dan let ik erop dat hij of zij tijdens dat werk niet overbelast raakt. Met andere woorden: je moet eerst de condities creëren om aan het herstel te kunnen werken. Vervolgens ga ik met mensen de duinen in en werken we op diverse manieren aan ontspanning. Dat kan door stukjes te gaan rennen, door ademhalingsoefeningen, door informatie over de hormoonhuishouding, het stresssysteem of energiebeheer, of door een combinatie van dat alles.

Afhankelijk van hoeveel sessies ervoor nodig zijn, gaan mensen dat aansluitend integreren in hun dagelijks leven. En vervolgens gaan we met zelfonderzoek aan de slag. Wat zijn de oorzaken dat je hierin terecht bent gekomen? In hoeverre heeft het te maken met je persoonlijkheid, je overtuigingen, je denk- en gedragspatronen? Wat maakt dat je zo hard gewerkt hebt? Dat je geen nee kan zeggen? Wat maakt dat je het zo belangrijk vindt om het anderen naar de zin te maken? Ik probeer hen op een kritisch-constructieve manier een spiegel voor te houden. Dat onderzoek is nodig om mensen duurzaam te herstellen, want als ze niks in hun gedrag veranderen, komt het probleem terug.’

Zijn dit doorgaans trajecten van langere duur? ‘Preventieve trajecten kunnen heel kort zijn, afhankelijk van de situatie, bij curatieve trajecten gaat het om pakweg zes à zeven maanden. In het begin zie ik mijn cliënten elke week, maar op een gegeven moment neemt die frequentie af. Of ik mij in deze begeleiding als een vis in het water voel? Absoluut. Ik ben 61 en heb mijn draai gevonden in dit werk. Wel mis ik het soms om deel te zijn van een organisatie, samen te werken aan iets nieuws. Door de intensiteit van de persoonlijke coaching wil ik dat tot een paar dagen per week beperken en dat geeft me weer ruimte om er andere projecten naast te doen.’

Leiding
Heeft dit werk Stephan ook iets over hemzelf geleerd? ‘Ik ben indertijd min of meer in de marketing gerold. Het is niet iets wat ik per se altijd gewild heb, maar voor het werken met mensen geldt dat wel. Als ik geen burn-outcoach was geweest, was ik waarschijnlijk psycholoog of journalist geworden. Ik ben ontzettend nieuwsgierig naar wat mensen beweegt, vind het fijn het directe effect van mijn handelen te zien. Als burn-outcoach kun je op een heel directe manier veel voor mensen betekenen, en dankzij mijn ervaring in organisaties en bedrijven herken ik situaties snel. Medewerkers goed aansturen en bescherming bieden is niet wat elke leidinggevende automatisch doet. Hoe vaak hoor je niet dat een leidinggevende tegen een medewerker zegt: “Je kunt altijd bij mij terecht als je ergens mee zit”. In de praktijk is dit vaak een loze kreet en geen blijk van betrokkenheid.’

Kan Stephan zelf goed relativeren, of neemt hij de misère van zijn cliënten wel eens mee naar huis? ‘Mijn betrokkenheid bij mensen gaat erg ver, maar het kruipt niet onder mijn huid. Ik heb wel de neiging het té goed te willen doen voor mijn cliënten. Dat neemt niet weg dat ik professioneel genoeg ben om mijn grens te bewaken. Al met al voel ik mij echt op mijn plek in deze rol. Vaak hebben mensen met een burn-out geen idee hoe ze uit de ellende moeten komen. De urgentie is groot en zodra ik dat zie, wil ik er samen met die mensen voor gaan om hun leven weer op de rit te krijgen.’

Meer informatie is te vinden op: vannieuwewaarde.nl.


Van marketeer tot burn-outcoach

In de bibliotheeksector werkte hij op landelijk, provinciaal en lokaal niveau. Daarna gooide hij het roer om en legde zich toe op het specialisme waar hij al in zijn bibliotheektijd mee was begonnen: als coach mensen met een burn-out weer op de been helpen. In gesprek met Stephan de Vilder over zijn bijzondere carrièreswitch.

‘Wat ik nu doe, schenkt me heel veel voldoening’

DE CARRIÈRESWITCH

Tekst en foto’s: EIMER WIELDRAAIJER

Bibliotheekblad 7 • september 2026

Van marketeer tot burn-outcoach

Bibliotheekblad 7 • september 2026

Aan de Hogeschool voor Toerisme en Verkeer in Breda haalde Stephan de Vilder in 1988 zijn bachelor-diploma. Reflecterend op zijn studiekeuze zegt hij: ‘Ik hield van reizen en zag mezelf iets in de reisbranche doen. Voordien had ik al een jaar in Italië gewoond, omdat ik graag in het buitenland wilde wonen. Na mijn studie heb ik veel gereisd, ook voor mijn werk. In eerste instantie bij KLM, waar ik een paar jaar als steward actief was. En vervolgens was ik vaak onderweg voor twee sportmerken.’ Stephan doelt hierbij op zijn functies als advertising manager op het Europese hoofdkantoor van ASICS in Hoofddorp en naderhand head of communication bij Adidas op diens Amsterdamse vestiging. Bij ASICS was hij met name verantwoordelijk voor de Europese campagnes.

De kennis die hij er opdeed zou hij later in de bibliotheekwereld aanwenden voor het helpen ontwikkelen van de retailformule. Wat hem bovenal aantrok in de baan in Hoofddorp, was het feit dat het Japanse bedrijf koos voor de weg van de geleidelijkheid bij het veroveren van de mondiale markt. ‘Iets wat haaks staat op de aanpak van een Amerikaans merk als Nike. Bij ASICS stond kwaliteit centraal. Men maakte goede producten en had een goed verhaal. Ik vind het belangrijk zelf in een verhaal te geloven om het te kunnen verkopen, en dat was daar mogelijk. Ik was er trots op om voor dat merk te werken.’ Nadat hij zes jaar voor ASICS had gewerkt, vroeg Adidas hem om bij het Duitse bedrijf hoofd communicatie voor de Benelux te worden. Eenmaal aan de slag bemerkte Stephan het cultuurverschil. ‘Waar ASICS meer een hardloopmerk is, bleek Adidas vooral een voetbalmerk. Zo sponsorde Adidas onder meer Ajax. Ik leerde de voetbalwereld kennen zoals deze op het hoogste niveau is, en dat sprak mij niet aan. Vanuit het Adidas-hoofdkantoor in Herzogenaurath, waar ook Puma zetelt, werd alles top-down georganiseerd. De allocaties voor het marketingbudget waren voor 95% al bepaald. Anders gezegd: ik kon mijn ei daar niet kwijt. Ik wil ergens echt een bijdrage aan kunnen leveren. Bij ASICS was ik de ontwikkelaar, bij Adidas moest ik de trein op de rails houden. Omdat ik spijt had van mijn overstap heb ik na een jaar ontslag genomen.’

Enthousiast
‘Op zoek naar iets maatschappelijks kwam ik in contact met Jan-Ewout van der Putten, toenmalig directeur bij de Vereniging van Openbare Bibliotheken. Ik mocht op sollicitatiegesprek komen bij Jos Debeij, en dan is er slechts één ding mogelijk, en dat is dat je net als hij enthousiast wordt. Jos vertelde over de grote ambities van de sector, met als speerpunt Bibliotheek.nl. Ik kon aan de slag bij het ICT-expertisecentrum Laurens en vond het fijn mijn bijdrage te leveren aan de landelijke campagnes, zoals de telefonische en online vragendienst Al@din. Een andere inspirator in die tijd was Rob Bruijnzeels, en dat gold ook voor Jan-Ewout die de VOB op de kaart wist te zetten.’
Toch volgde na zes jaar VOB (2002-2008) Stephans overstap naar de OBD, waar hij tot 2011 in dienst zou blijven. ‘Die stap zette ik op verzoek van Jos, die bij de in Nijverdal gevestigde POI op zoek was naar een programmamanager marketing. Mark Deckers was een van mijn nieuwe en inspirerende collega’s. Omdat ik ook daar eigen initiatieven kon ontplooien, heb ik dat ervaren als een prettige tijd. Waar ik wel met een dubbel gevoel op terugkijk, is de ontwikkeling van de bibliotheekformule: de white box (het Overijsselse model) en de black box (het Groningse model). De gedachte was om de bibliotheek via een eigentijdse inrichting meer te doen aansluiten op de behoefte en de wensen van het publiek, waarbij we de voordelen zouden benutten van gezamenlijk inkopen. Het idee was om daarmee het lokale maatschappelijk ondernemerschap meer ruimte te geven. Maar ik denk nu dat het ook het lokale initiatief in de weg kan staan. Wat niet wegneemt dat veel bibliotheken in Nederland inderdaad werden ingericht volgens het Overijsselse en Groningse concept, en daaruit is ontegenzeglijk veel goeds voortgekomen.’

Ruimte
Na het landelijke en provinciale niveau kwam Stephan in 2014 in dienst bij een regionale instelling: de Bibliotheek Kennemerwaard. Lachend: ‘Klopt, ik ben steeds verder afgedaald… Bij de OBD had ik geen full-time baan. Mede daarom was ik in 2009 al parttime begonnen als burn-outcoach. Ik kon mijn contract in Overijssel weliswaar verlengen, maar moest dan in de buurt gaan wonen. In overleg met mijn gezin – wij wonen in Haarlem, mijn vrouw werkte in Amsterdam, en mijn twee kinderen zouden naar de middelbare school gaan – hebben we besloten niet te verhuizen.

Op zoek naar een andere part-time baan – dus naast mijn coachingwerk – kwam ik terecht bij de Bibliotheek Kennemerwaard, waar ik aan de slag kon als accountmanager en programmamaker. Op innovatiegebied met de poten in de klei staan, dat was het leuke aan deze job. Aan mijn baas Jan Kaldenbach en directeur Erna Winters had ik inspirerende leidinggevenden. Zij gaven mij alle ruimte om initiatieven te nemen. Ik begon in Alkmaar met bijeenkomsten op het gebied van duurzaamheid. Er ontstond een kleine community van enthousiaste bewoners en kleine zelfstandige ondernemers. We sloten ons aan bij een landelijk netwerk van stadsambassades waar diverse duurzame en sociale initiatieven samenkwamen. In de samenwerking van de bibliotheek met co-working space Het Nieuwe warenhuis ontstond uiteindelijk Creatieve Universiteit Alkmaar (CUA). Tevens mocht ik voor een werkruil drie maanden naar Australië, waar ik de samenwerking van teams rondom programmering heb verbeterd. Daar kwamen mijn visie en expertise op het gebied van coaching en bibliotheekwerk samen. Uiteindelijk werd ik bij een reorganisatietraject afgewezen voor een nieuwe functie als coach. Dat was een teleurstelling, juist vanwege mijn ervaring als coach, maar achteraf denk ik ook dat mijn grootste enthousiasme lag bij de vernieuwing en samenwerking.’

Hardlopen
Met als gevolg dat Stephan in 2020 afscheid nam van de bibliotheekwereld. Wat was voor hem indertijd de aanleiding om zich verder te bekwamen als burn-outcoach? ‘Ik ben altijd hardloper geweest, kom graag in de natuur. Voor mij is dat hardlopen een goede manier om ontspanning te ervaren, om tot rust te komen met een druk gezin en druk werk. Dat was voor mij de inspiratiebron om dit werk te gaan doen. In de loop der tijd heb ik allerlei opleidingen gevolgd en ik ben nu CSR-erkend coach en CSR-partner. Vorig jaar heb ik nog een specifieke opleiding voor burn-outbegeleiding gedaan. Wat ik nu doe, schenkt me heel veel voldoening als ik merk dat ik mensen op een andere manier naar zichzelf heb laten kijken, een meer waarderende manier. Ook krijg ik een inkijkje in allerlei sectoren, wat tegemoetkomt aan mijn nieuwsgierigheid. Momenteel werk ik bijvoorbeeld voor een archieforganisatie, die qua cultuur dicht tegen bibliotheken aanzit.

Daarnaast werk ik voor een GGZ-instelling, een assurantiekantoor, en een onderwijsinstelling. Ook voor een groot advocatenkantoor en de gemeente Amsterdam heb ik medewerkers begeleid. En niet te vergeten bibliotheken. Als ik daarvan iets heb geleerd, is het dat burn-out in alle sectoren voorkomt. Soms vanwege de cultuur – zo vindt men het in de advocatuur vanzelfsprekend dat je zestig uur in de week werkt – soms omdat een sector onder zware druk staat – denk aan het onderwijs, de zorg en de GGZ. Daar is veel verzuim en een groot tekort aan specialisten, waardoor mensen wel eens werk moeten doen waarvoor ze niet zijn opgeleid. Wat ook een rol speelt: veel mensen vinden het lastig om voor zichzelf op te komen.’

Mensgericht
Met welke klachten komen bibliotheekmedewerkers bij hem? ‘Goede vraag. Ik vind het lastig een stempel op bibliotheken in het algemeen te drukken. Generaliserend zou je kunnen zeggen dat dingen in bibliotheekland soms niet expliciet worden uitgesproken. Er heerst niet zelden onduidelijkheid op een aantal fronten. Bibliotheken hebben weliswaar een mensgerichte cultuur, maar mensen durven elkaar niet snel de waarheid te zeggen. Sommigen zijn daar gevoelig voor, waarbij ik onmiddellijk aanteken dat ook in de bibliotheekwereld organisaties onderling heel sterk verschillen qua cultuur.’

Is het ene type mens gevoeliger voor een burn-out dan het andere type? ‘Zeker. Iemand die burn-out gevoelig is kan meestal minder goed relativeren. Wat mij erg aanspreekt in het werken met mensen die een burn-out hebben, is dat zij doorgaans zeer talentvol zijn. Daar passen ook karaktereigenschappen als perfectionisme en controle willen houden bij, evenals iets goed willen doen voor anderen. Deze mensen pleasen anderen graag ten koste van zichzelf en hanteren een hoge standaard van kwaliteit.’

Natuur
Heeft hij de omvang van het probleem zien groeien sinds 2009? ‘Het is enorm gegroeid. Tegelijkertijd is de begeleiding sterk toegenomen. Jammer is wel dat er voor herstel via de ARBO’s vaak wordt ingezet op cognitief-gedragstherapeuten, terwijl het voor de herstelbegeleiding belangrijk is dat mensen fysiek begeleid worden. En dat is wat ik doe. Eerst moet het zenuwstelsel tot rust komen, daarna moet de energie terugkomen en pas daarna moet het cognitief functioneren verbeteren. Ik houd mij overigens ook steeds meer met preventie bezig. In beide gevallen begint mijn aanpak bij stressreductie en de energiehuishouding. Dat gebeurt niet binnenshuis in een kamertje, maar buiten in de natuur, door te bewegen, met ademhaling te werken en weer vertrouwen in je eigen lichaam te krijgen. Door weer goed te gaan slapen en meer van dat soort dingen.’

‘Maar om op je vraag of het probleem toeneemt terug te komen: ik begeleid steeds vaker jongere mensen. Waren het vijftien jaar geleden vooral veertigers en vijftigers, nu zijn het twintigers en dertigers. Soms heb ik cliënten die jonger zijn dan mijn eigen kinderen. Dan denk ik: hoe is het mogelijk dat je op zo’n jonge leeftijd al een burn-out krijgt, maar het is toch echt zo. Daaraan ligt onder andere ten grondslag dat veel jongeren een irreëel maakbaarheidsidee hebben, zo van: ik wil op mijn dertigste alle ballast uit verleden en heden overboord hebben gegooid en daarna mijn droom verwezenlijken.’

Duurzaam
Intake en vragenlijst bepalen de startsituatie van zijn aanpak. ‘Soms moet je een situatie eerst stabiliseren, voordat iemand tijd en aandacht kan besteden aan het eigen herstel. Is iemand deels nog aan het werk, dan let ik erop dat hij of zij tijdens dat werk niet overbelast raakt. Met andere woorden: je moet eerst de condities creëren om aan het herstel te kunnen werken. Vervolgens ga ik met mensen de duinen in en werken we op diverse manieren aan ontspanning. Dat kan door stukjes te gaan rennen, door ademhalingsoefeningen, door informatie over de hormoonhuishouding, het stresssysteem of energiebeheer, of door een combinatie van dat alles.

Afhankelijk van hoeveel sessies ervoor nodig zijn, gaan mensen dat aansluitend integreren in hun dagelijks leven. En vervolgens gaan we met zelfonderzoek aan de slag. Wat zijn de oorzaken dat je hierin terecht bent gekomen? In hoeverre heeft het te maken met je persoonlijkheid, je overtuigingen, je denk- en gedragspatronen? Wat maakt dat je zo hard gewerkt hebt? Dat je geen nee kan zeggen? Wat maakt dat je het zo belangrijk vindt om het anderen naar de zin te maken? Ik probeer hen op een kritisch-constructieve manier een spiegel voor te houden. Dat onderzoek is nodig om mensen duurzaam te herstellen, want als ze niks in hun gedrag veranderen, komt het probleem terug.’

Zijn dit doorgaans trajecten van langere duur? ‘Preventieve trajecten kunnen heel kort zijn, afhankelijk van de situatie, bij curatieve trajecten gaat het om pakweg zes à zeven maanden. In het begin zie ik mijn cliënten elke week, maar op een gegeven moment neemt die frequentie af. Of ik mij in deze begeleiding als een vis in het water voel? Absoluut. Ik ben 61 en heb mijn draai gevonden in dit werk. Wel mis ik het soms om deel te zijn van een organisatie, samen te werken aan iets nieuws. Door de intensiteit van de persoonlijke coaching wil ik dat tot een paar dagen per week beperken en dat geeft me weer ruimte om er andere projecten naast te doen.’

Leiding
Heeft dit werk Stephan ook iets over hemzelf geleerd? ‘Ik ben indertijd min of meer in de marketing gerold. Het is niet iets wat ik per se altijd gewild heb, maar voor het werken met mensen geldt dat wel. Als ik geen burn-outcoach was geweest, was ik waarschijnlijk psycholoog of journalist geworden. Ik ben ontzettend nieuwsgierig naar wat mensen beweegt, vind het fijn het directe effect van mijn handelen te zien. Als burn-outcoach kun je op een heel directe manier veel voor mensen betekenen, en dankzij mijn ervaring in organisaties en bedrijven herken ik situaties snel. Medewerkers goed aansturen en bescherming bieden is niet wat elke leidinggevende automatisch doet. Hoe vaak hoor je niet dat een leidinggevende tegen een medewerker zegt: “Je kunt altijd bij mij terecht als je ergens mee zit”. In de praktijk is dit vaak een loze kreet en geen blijk van betrokkenheid.’

Kan Stephan zelf goed relativeren, of neemt hij de misère van zijn cliënten wel eens mee naar huis? ‘Mijn betrokkenheid bij mensen gaat erg ver, maar het kruipt niet onder mijn huid. Ik heb wel de neiging het té goed te willen doen voor mijn cliënten. Dat neemt niet weg dat ik professioneel genoeg ben om mijn grens te bewaken. Al met al voel ik mij echt op mijn plek in deze rol. Vaak hebben mensen met een burn-out geen idee hoe ze uit de ellende moeten komen. De urgentie is groot en zodra ik dat zie, wil ik er samen met die mensen voor gaan om hun leven weer op de rit te krijgen.’

Meer informatie is te vinden op: vannieuwewaarde.nl.


In de bibliotheeksector werkte hij op landelijk, provinciaal en lokaal niveau. Daarna gooide hij het roer om en legde zich toe op het specialisme waar hij al in zijn bibliotheektijd mee was begonnen: als coach mensen met een burn-out weer op de been helpen. In gesprek met Stephan de Vilder over zijn bijzondere carrièreswitch.

‘Wat ik nu doe, schenkt me heel veel voldoening’

Tekst en foto’s: EIMER WIELDRAAIJER

DE CARRIÈRESWITCH