Foto: Mel Boas
Jan hier op de foto tijdens een vakantie met zijn vrouw Anna. ‘Voorheen maakten we verre reizen. Door de ziekte van mijn vrouw zoeken we het nu dichter bij huis. Deze manier van vakantie vieren heeft me de ogen geopend voor alle schoonheid die zich dicht bij huis bevindt.’
Jan Brands-Leever: ‘Organisaties van boven naar beneden vormgeven is niet meer van deze tijd: ik ga mensen niet vertellen wat ze moeten doen, dat weten ze zelf het beste.’
Foto: uit de privécollectie van Jan Brands
MANAGEMENT
TEKST: ANNE VAN DEN DOOL • FOTO’S: ZIE CREDITS langs zijkant
Jan Brands-Leever, directeur-bestuurder KunstenHuis Idea
‘Verhalen maken ons tot mens’
Sinds 1 december 2023 staat Jan Brands-Leever aan het hoofd van KunstenHuis Idea, dat zich ontfermt over De Bilt, Bunnik, Soest en Zeist. Dat doet hij vanuit passie voor en ervaring met allerlei verschillende takken van kunst en cultuur: van podiumkunsten tot literatuur, van muzieklessen tot cursussen.
Bibliotheekblad 5 • mei 2024
Wij proberen die disciplines met elkaar te verbinden, ook door mensen aan te spreken op hun interesses: als ze een Spaans boek bij ons lezen, kunnen ze ook een cursus Spaans of flamencodansen bij ons volgen. Ik ben ervan overtuigd dat we onze doelen zo veel beter kunnen bereiken: we zien de mens als geheel. Soms door ze te entertainen, soms door ze de werkelijkheid even te laten vergeten en soms door ze die juist onder ogen te laten zien.
Is werken bij de bibliotheek anders dan in andere sectoren? Wat is het verschil?
De culturen op onze afdelingen verschillen zeker van elkaar. Dat zie ik ook als ik op de algemene ledenvergaderingen van de verschillende sectoren kom. Allemaal hebben ze hun eigen manier van werken. Wel heb ik de bibliotheek in de loop der jaren ongelooflijk zien veranderen: we zijn steeds avontuurlijker geworden, met een steeds breder takenpakket, van welzijn tot kunst en cultuur. Ik hoop dat we dat brede takenpakket kunnen behouden, zonder ons af te zetten tegen andere instanties, maar door juist in verbinding met hen te opereren. Cultuur is niet links of rechts: ze is van ons allemaal.
Hoe zou je je leiderschapsstijl typeren?
Humor is voor mij heel belangrijk. Ook wil ik mensen in staat stellen om zelf besluiten te nemen: medewerkers moeten mij niet de keuzes laten maken, maar mij uitleggen waarom ik voor A of B moet kiezen. Organisaties van boven naar beneden vormgeven is niet meer van deze tijd: ik ga mensen niet vertellen wat ze moeten doen, dat weten ze zelf het beste. Dat past ook bij onze lokale manier van werken: ik kan van een afstandje niet bepalen wat men in Soest moet doen. Wel probeer ik het morele kompas van de organisatie te zijn, om ervoor te zorgen dat we richting houden.
Op welke prestatie ben je trots?
Als ik door de bibliotheek loop, zie ik hoe we elke dag weer het verschil maken in het leven van mensen, bijvoorbeeld doordat ze bij ons in huis een taal leren, we dagbesteding voor ze verzorgen, een avond met bekende schrijvers voor ze verzorgen, noem maar op. Ik ben heel trots dat ik daaraan mag bijdragen.
Heb je hobby’s?
Ik heb geen hobby’s. Waar ik vroeger meerdere boeken per week las, kan ik daar nu niet meer de tijd voor vinden. Op mijn nachtkastje ligt altijd wel een boek, maar daar doe ik heel lang over. Ook films vind ik geweldig, maar het lukt me niet om vaak naar de bioscoop te gaan. Ook ga ik graag naar het theater – onlangs heb ik nog enorm gelachen om Peter Pannekoek.
Wat je is je favoriete vakantiebestemming?
Voorheen maakten we verre reizen, bijvoorbeeld naar India en Thailand. Door de ziekte van mijn vrouw zoeken we het nu noodgedwongen dichter bij huis. De laatste jaren hebben we prachtige rondreizen gemaakt door Ierland en Portugal. Daardoor zien we nog steeds heel veel van de wereld. Deze manier van vakantie vieren heeft me de ogen geopend voor alle schoonheid die zich dicht bij huis bevindt.
Wat weten maar weinig mensen over jou?
Ik wil graag proberen zelf een boek te schrijven. Ik houd enorm van verhalen vertellen en ik heb in mijn carrière al vaak stukken moeten schrijven, bijvoorbeeld voor vakbladen. Hoe ik daar dan toch de tijd voor ga vinden? Dat wordt inderdaad wel een uitdaging.
Hoe kwam je vervolgens in deze baan?
Een paar jaar geleden werd mijn partner ernstig ziek. Daardoor realiseerde ik me: ik moet de tijd die ik in dit leven krijg goed besteden. Die gedachte confronteerde me met de lange adem die ik de jaren daarvoor had moeten hebben: pas na een jaar of twaalf in de cultuureducatie zag ik de eerste vruchten van mijn werk, onder andere in de vorm van meer waardering voor de sector en verschillende culturele codes. Daar wilde ik niet eindeloos aan blijven trekken.
Toen kwam een baan voorbij waarin alles wat ik tot nu toe heb gedaan samenkwam, als directeur van dit podium voor kunst- en cultuureducatie. Dat leek me een mooie baan voor mij: ik ben geen specialist, maar ik kan wel een goede gesprekspartner zijn voor onze honderden medewerkers, zzp’ers en vrijwilligers, en daarnaast voor de vier gemeenten waarvoor we werken. Mijn brede interesse en ervaring helpen me daarbij enorm.
De vijf kernfuncties in de Wsob vallen precies samen met onze vijf ‘takken van sport’: wij hebben complete afdelingen op het gebied van educatie, ontmoeting, leesbevordering en ga zo maar door.
Was je altijd al een lezer?
Ik vond lezen altijd al heel leuk. Ik was ook een buitenspeelkind: ik was veel in de natuur te vinden. Toch vond ik ook nog de tijd om boeken te verslinden. Mijn ouders waren niet zozeer lezers, vooral harde werkers: ze hadden hun eigen winkel, dus ze waren veel met de zaak in de weer.
Ik groeide op op Schiermonnikoog, en daar was een heel kleine bibliotheek, die ik zo in mijn eentje kon uitlezen. Ik ontdekte daar hoe je met boeken heel nieuwe werelden kon ontdekken. Dat was op zo’n klein eiland ook wel nodig: je kunt er niet zo makkelijk vanaf. Als de boot ’s avonds vertrokken is, kun je nergens meer naartoe. Op zo’n moment kan een boek een uitvlucht bieden. Lezen als hobby past ook bij mijn persoonlijkheid: ik ben heel nieuwsgierig naar andere mensen.
Wanneer verliet je het eiland?
Schiermonnikoog heeft één middelbare school, en dat is een mavoschool. Wie dat aankon, ging naar die school; wie dat niet redde, moest naar een andere school op het vasteland. Ik kon dat niveau aan, en dus bleef ik op het eiland. Op de mavo verveelde ik me stierlijk: ik heb nooit huiswerk hoeven maken.
Vanaf mijn twaalfde werkte ik daarnaast in de horeca, en ik vond dat ik daar een opleiding in moest gaan doen. Op mijn zestiende vertrok ik daarom van het eiland om te gaan studeren aan de middelbare hotelschool. Al snel merkte ik dat dat geen match was: je moest er óf heel goed in zijn óf uit een gezin komen waarin genoeg geld was om een eigen zaak te beginnen. Ik besloot dus om verder te gaan studeren: ik meldde me aan voor de bibliotheekacademie in Groningen.
Daardoor groeide ook mijn liefde voor het bibliotheekvak. Ik wilde graag iets met verhalen en communicatie doen. Waarom zeggen mensen tegen elkaar wat ze zeggen? Die vraag fascineerde me mateloos. Nu realiseer ik me dat dat is wat de mens tot mens maakt: we kunnen ideeën en verhalen aan elkaar overdragen. Dat is ook waarin we ons onderscheiden van andere dieren.
Vanuit die interesse ging ik ook nog communicatiewetenschappen studeren, waar ik afstudeerde op dramaseries. Zo rolde ik mijn eerste baan in, bij de producent van diezelfde dramaseries. Eerlijk gezegd vond ik het geen fijne cultuur: alle onprettige verhalen die nu naar boven komen, ondervond ik toen aan den lijve. Daarom stapte ik over naar de musical- en muziekwereld als productieleider.
Welke omzwervingen maakte je voordat je bij de bibliotheek terechtkwam?
In mijn carrière maakte ik allerlei interessante overstappen. Zo werd ik op een gegeven moment directeur van de VVV van Nijmegen en omstreken. Daarin miste ik de praktische insteek en de verhalen. Daarom stapte ik over naar de KRO, naar de afdeling Verenigingsstaf. Ik kreeg daar alle vrijheid: ik mocht zelfs van televisieprogramma’s theatertours maken.
De Mediawet werd steeds strenger, waardoor zulke zaken op een gegeven moment niet meer mochten. Ik stapte over naar de cultuureducatie. Dat leek me een mooie rustige plek: wat kon daar nu misgaan? Dat heb ik geweten: toen ik in 2010 instapte, kwamen net de bezuinigingen vanuit het gedoogkabinet Rutte I op ons dak. Het was jarenlang een kwestie van overleven: muziekscholen, volksuniversiteiten en theaters sloten bij bosjes.
Foto: Mel Boas
Wij proberen die disciplines met elkaar te verbinden, ook door mensen aan te spreken op hun interesses: als ze een Spaans boek bij ons lezen, kunnen ze ook een cursus Spaans of flamencodansen bij ons volgen. Ik ben ervan overtuigd dat we onze doelen zo veel beter kunnen bereiken: we zien de mens als geheel. Soms door ze te entertainen, soms door ze de werkelijkheid even te laten vergeten en soms door ze die juist onder ogen te laten zien.
Is werken bij de bibliotheek anders dan in andere sectoren? Wat is het verschil?
De culturen op onze afdelingen verschillen zeker van elkaar. Dat zie ik ook als ik op de algemene ledenvergaderingen van de verschillende sectoren kom. Allemaal hebben ze hun eigen manier van werken. Wel heb ik de bibliotheek in de loop der jaren ongelooflijk zien veranderen: we zijn steeds avontuurlijker geworden, met een steeds breder takenpakket, van welzijn tot kunst en cultuur. Ik hoop dat we dat brede takenpakket kunnen behouden, zonder ons af te zetten tegen andere instanties, maar door juist in verbinding met hen te opereren. Cultuur is niet links of rechts: ze is van ons allemaal.
Hoe zou je je leiderschapsstijl typeren?
Humor is voor mij heel belangrijk. Ook wil ik mensen in staat stellen om zelf besluiten te nemen: medewerkers moeten mij niet de keuzes laten maken, maar mij uitleggen waarom ik voor A of B moet kiezen. Organisaties van boven naar beneden vormgeven is niet meer van deze tijd: ik ga mensen niet vertellen wat ze moeten doen, dat weten ze zelf het beste. Dat past ook bij onze lokale manier van werken: ik kan van een afstandje niet bepalen wat men in Soest moet doen. Wel probeer ik het morele kompas van de organisatie te zijn, om ervoor te zorgen dat we richting houden.
Op welke prestatie ben je trots?
Als ik door de bibliotheek loop, zie ik hoe we elke dag weer het verschil maken in het leven van mensen, bijvoorbeeld doordat ze bij ons in huis een taal leren, we dagbesteding voor ze verzorgen, een avond met bekende schrijvers voor ze verzorgen, noem maar op. Ik ben heel trots dat ik daaraan mag bijdragen.
Heb je hobby’s?
Ik heb geen hobby’s. Waar ik vroeger meerdere boeken per week las, kan ik daar nu niet meer de tijd voor vinden. Op mijn nachtkastje ligt altijd wel een boek, maar daar doe ik heel lang over. Ook films vind ik geweldig, maar het lukt me niet om vaak naar de bioscoop te gaan. Ook ga ik graag naar het theater – onlangs heb ik nog enorm gelachen om Peter Pannekoek.
Wat je is je favoriete vakantiebestemming?
Voorheen maakten we verre reizen, bijvoorbeeld naar India en Thailand. Door de ziekte van mijn vrouw zoeken we het nu noodgedwongen dichter bij huis. De laatste jaren hebben we prachtige rondreizen gemaakt door Ierland en Portugal. Daardoor zien we nog steeds heel veel van de wereld. Deze manier van vakantie vieren heeft me de ogen geopend voor alle schoonheid die zich dicht bij huis bevindt.
Wat weten maar weinig mensen over jou?
Ik wil graag proberen zelf een boek te schrijven. Ik houd enorm van verhalen vertellen en ik heb in mijn carrière al vaak stukken moeten schrijven, bijvoorbeeld voor vakbladen. Hoe ik daar dan toch de tijd voor ga vinden? Dat wordt inderdaad wel een uitdaging.
Hoe kwam je vervolgens in deze baan?
Een paar jaar geleden werd mijn partner ernstig ziek. Daardoor realiseerde ik me: ik moet de tijd die ik in dit leven krijg goed besteden. Die gedachte confronteerde me met de lange adem die ik de jaren daarvoor had moeten hebben: pas na een jaar of twaalf in de cultuureducatie zag ik de eerste vruchten van mijn werk, onder andere in de vorm van meer waardering voor de sector en verschillende culturele codes. Daar wilde ik niet eindeloos aan blijven trekken.
Toen kwam een baan voorbij waarin alles wat ik tot nu toe heb gedaan samenkwam, als directeur van dit podium voor kunst- en cultuureducatie. Dat leek me een mooie baan voor mij: ik ben geen specialist, maar ik kan wel een goede gesprekspartner zijn voor onze honderden medewerkers, zzp’ers en vrijwilligers, en daarnaast voor de vier gemeenten waarvoor we werken. Mijn brede interesse en ervaring helpen me daarbij enorm.
De vijf kernfuncties in de Wsob vallen precies samen met onze vijf ‘takken van sport’: wij hebben complete afdelingen op het gebied van educatie, ontmoeting, leesbevordering en ga zo maar door.
Foto: uit de privécollectie van Jan Brands
Bibliotheekblad 5 • mei 2024
Jan hier op de foto tijdens een vakantie met zijn vrouw Anna. ‘Voorheen maakten we verre reizen. Door de ziekte van mijn vrouw zoeken we het nu dichter bij huis. Deze manier van vakantie vieren heeft me de ogen geopend voor alle schoonheid die zich dicht bij huis bevindt.’
Was je altijd al een lezer?
Ik vond lezen altijd al heel leuk. Ik was ook een buitenspeelkind: ik was veel in de natuur te vinden. Toch vond ik ook nog de tijd om boeken te verslinden. Mijn ouders waren niet zozeer lezers, vooral harde werkers: ze hadden hun eigen winkel, dus ze waren veel met de zaak in de weer.
Ik groeide op op Schiermonnikoog, en daar was een heel kleine bibliotheek, die ik zo in mijn eentje kon uitlezen. Ik ontdekte daar hoe je met boeken heel nieuwe werelden kon ontdekken. Dat was op zo’n klein eiland ook wel nodig: je kunt er niet zo makkelijk vanaf. Als de boot ’s avonds vertrokken is, kun je nergens meer naartoe. Op zo’n moment kan een boek een uitvlucht bieden. Lezen als hobby past ook bij mijn persoonlijkheid: ik ben heel nieuwsgierig naar andere mensen.
Wanneer verliet je het eiland?
Schiermonnikoog heeft één middelbare school, en dat is een mavoschool. Wie dat aankon, ging naar die school; wie dat niet redde, moest naar een andere school op het vasteland. Ik kon dat niveau aan, en dus bleef ik op het eiland. Op de mavo verveelde ik me stierlijk: ik heb nooit huiswerk hoeven maken.
Vanaf mijn twaalfde werkte ik daarnaast in de horeca, en ik vond dat ik daar een opleiding in moest gaan doen. Op mijn zestiende vertrok ik daarom van het eiland om te gaan studeren aan de middelbare hotelschool. Al snel merkte ik dat dat geen match was: je moest er óf heel goed in zijn óf uit een gezin komen waarin genoeg geld was om een eigen zaak te beginnen. Ik besloot dus om verder te gaan studeren: ik meldde me aan voor de bibliotheekacademie in Groningen.
Daardoor groeide ook mijn liefde voor het bibliotheekvak. Ik wilde graag iets met verhalen en communicatie doen. Waarom zeggen mensen tegen elkaar wat ze zeggen? Die vraag fascineerde me mateloos. Nu realiseer ik me dat dat is wat de mens tot mens maakt: we kunnen ideeën en verhalen aan elkaar overdragen. Dat is ook waarin we ons onderscheiden van andere dieren.
Vanuit die interesse ging ik ook nog communicatiewetenschappen studeren, waar ik afstudeerde op dramaseries. Zo rolde ik mijn eerste baan in, bij de producent van diezelfde dramaseries. Eerlijk gezegd vond ik het geen fijne cultuur: alle onprettige verhalen die nu naar boven komen, ondervond ik toen aan den lijve. Daarom stapte ik over naar de musical- en muziekwereld als productieleider.
Welke omzwervingen maakte je voordat je bij de bibliotheek terechtkwam?
In mijn carrière maakte ik allerlei interessante overstappen. Zo werd ik op een gegeven moment directeur van de VVV van Nijmegen en omstreken. Daarin miste ik de praktische insteek en de verhalen. Daarom stapte ik over naar de KRO, naar de afdeling Verenigingsstaf. Ik kreeg daar alle vrijheid: ik mocht zelfs van televisieprogramma’s theatertours maken.
De Mediawet werd steeds strenger, waardoor zulke zaken op een gegeven moment niet meer mochten. Ik stapte over naar de cultuureducatie. Dat leek me een mooie rustige plek: wat kon daar nu misgaan? Dat heb ik geweten: toen ik in 2010 instapte, kwamen net de bezuinigingen vanuit het gedoogkabinet Rutte I op ons dak. Het was jarenlang een kwestie van overleven: muziekscholen, volksuniversiteiten en theaters sloten bij bosjes.
Sinds 1 december 2023 staat Jan Brands-Leever aan het hoofd van KunstenHuis Idea, dat zich ontfermt over De Bilt, Bunnik, Soest en Zeist. Dat doet hij vanuit passie voor en ervaring met allerlei verschillende takken van kunst en cultuur: van podiumkunsten tot literatuur, van muzieklessen tot cursussen.
‘Verhalen maken ons tot mens’
Jan Brands-Leever: ‘Organisaties van boven naar beneden vormgeven is niet meer van deze tijd: ik ga mensen niet vertellen wat ze moeten doen, dat weten ze zelf het beste.’
Jan Brands-Leever, directeur-bestuurder KunstenHuis Idea
TEKST: ANNE VAN DEN DOOL
FOTO’S: ZIE CREDITS BIJ DE FOTO
MANAGEMENT