Foto: Henk Hulshof Fotografie
Rik met zijn zoon tijdens het vuurwerk van de Nijmeegse Vierdaagse.
Rik tijdens een fietsvakantie met zijn vrouw in Catalonië.
Rik Winsemius: ‘Ik word nog steeds heel blij van plekken waar iedereen kan samenkomen’.
MANAGEMENT
TEKST: ANNE Louïse VAN DEN DOOL • FOTO's: zie credits langs zijkant
Rik Winsemius, directeur-bestuurder Bibliotheek Wijchen
‘Bij de bibliotheek leer je je eigen verhaal te bouwen’
Sinds 1 november 2025 is Rik Winsemius de nieuwe directeur-bestuurder van de Bibliotheek in Wijchen. Daar kan hij zijn liefde voor lezen, passie voor maatschappelijke vraagstukken en behoefte aan gelijkwaardig samenwerken perfect kwijt. Hoewel hij op een fijne plek terechtkwam, ziet hij nog tal van mogelijkheden om de bibliotheek nog mooier te maken.
Bibliotheekblad 5 • mei / juni 2026
Als het om mijn werk gaat, vind ik het heel mooi om te voelen dat de bibliotheek waarin ik werk wordt omarmd door de hele gemeenschap. Zo werkte het ook toen ik campagnes begeleidde in de politiek: het gaat goed wanneer iedereen een gevoel van eigenaarschap ervaart. Hetzelfde geldt voor de studenten die ik aan de slag liet gaan met circulaire vraagstukken: zij voelden zich vaak zo verantwoordelijk voor zo’n proces dat ze uiteindelijk zelf bedrijfjes begonnen op te zetten. Het belangrijkst is om het vuurtje bij iemand aan te wakkeren waardoor het zelf verder gaat lopen, zoals we dat ook bij de bibliotheek doen.
Heb je hobby’s?
Ik probeer minimaal vier boeken per maand te lezen, en dat lukt vaak ruimschoots. Verder vind ik het heel leuk om zo nu en dan een berg op te fietsen, en fiets ik ook elke dag ruim twintig kilometer heen en terug naar mijn werk. Daarnaast breng ik natuurlijk heel graag tijd door met mijn drie kinderen en speel ik af en toe op een beperkt niveau wat piano in de schoolband. Verder help ik mee met de organisatie van de avondvierdaagse en dat neemt stiekem best wat tijd in beslag. Ik dacht altijd dat ik een enorme einzelgänger was, maar ik blijk clubjes stiekem best leuk te vinden.
Wat is je lievelingsboek of -film?
Ik ben enorm verknocht aan Max, Mischa en het Tet-offensief en ben verknocht aan de Cromwell-trilogie van Hilary Mantel. Daarnaast pak ik er graag allerlei klassiekers bij, bijvoorbeeld van Proust en Rushdie. Ook houd ik van Nederlandstalige schrijvers als Connie Palmen, Judith Fanto, Hugo Claus en Oek de Jong. Daarnaast ben ik best wel dol op sciencefiction. Een brede smaak, dus.
Wat is je favoriete vakantiebestemming?
Ik wil altijd graag naar Italië, maar uiteindelijk stranden we steeds met onze vouwwagen en drie kinderen in Frankrijk. Enfin, als de wijn lekker is, hoor je mij niet klagen.
Wat weten maar weinig mensen over jou?
Op een of andere manier zorgen voorspelbare romantische komedies bij mij altijd voor tranen. Als ik op een begrafenis sta, laat ik geen traan, maar als Love Actually aan staat, houd ik het niet droog. Blijkbaar hoeft een goed verhaal niet altijd ingewikkeld te zijn.
Wat zijn je ambities binnen het directeurschap?
Ik wil de financiële drempels om van de bibliotheek gebruik te maken nog verder verlagen. Daarom hebben we de drempel voor gratis lidmaatschap onlangs verhoogd naar 28 jaar en willen we na de zomer over op boetevrij lenen. Dat helpt om voor iedereen in de maatschappij een safe haven te zijn, waar je je thuis voelt en met zelfontplooiing aan de slag gaat.
Ik wil, kortom, dat we iedere inwoner bereiken. In het ideale geval is iedereen in Wijchen lid van de bibliotheek. Juist in deze tijd, waarin zoveel mensen worstelen met hun plek in de samenleving, is het van zo’n groot belang dat je je eigen verhaal leert bouwen en in de bieb kan dat.
Het klinkt misschien gek, maar ik heb ook zin in de AI-tijd die we tegemoet gaan. Als we de nieuwe technologie kunnen laden met alle kennis, informatie en verhalen die we al hebben, kunnen we tot nieuwe hoogten komen. Deze ontwikkelingen ropen de zeer wezenlijke vraag op wat een mens een mens maakt. Dat antwoord kun je komen ontdekken bij de bibliotheek.
Op welke prestatie ben je trots?
Ik ben ontzettend trots op mijn kinderen, al zijn zij natuurlijk geen prestatie. Zij zijn wel ongelooflijk belangrijk voor mij: ze zijn op een bepaalde manier een betere versie van ons als ouders en tegelijkertijd volstrekt eigen individuen.
Na zes jaar begon het een beetje te kriebelen. Toen zag ik de vacature van directeur-bestuurder bij de bibliotheek in Wijchen en dacht ik meteen: dat is ontzettend leuk. Wijchen is een bijzondere plek: het ligt tegen Nijmegen aan, maar heeft ook een duidelijke eigen signatuur. Het kent zo’n veertigduizend inwoners – dat is groot genoeg om ambitieuze plannen te bedenken, maar ook klein genoeg om zelf de handen uit de mouwen te steken. Ook is deze bieb heel goed gegrond in de lokale samenleving en had al ambitieuze plannen voor de toekomst.
Wat was je eerste indruk van de bieb in Wijchen?
Alles was goed op orde: de financiën stonden stevig, de relatie met de gemeente was goed en de Bibliotheek op school was al flink uitgerold. Tegelijkertijd kwam ik als directeur natuurlijk wel met allerlei nieuwe ideeën binnen, bijvoorbeeld om de openingstijden te verruimen en nieuwe activiteiten te organiseren. Ook was het voor mij een aandachtspunt om al die verschillende onderdelen van de bibliotheek tot één geheel te maken, zodat iedereen met energie aan de slag kan blijven gaan.
Bij een kleinere bibliotheek is het altijd de vraag of je geen onderdeel moet willen zijn van een grotere organisatie, maar ik denk dat onze grootte ook veel voordelen heeft: we zijn wendbaar en mijn collega’s hebben een divers takenpakket. Als je daarnaast goed blijft samenwerken met andere bibliotheken en de POI, heb je zo een heel flexibele en stevige organisatie.
Bijzonder aan de bibliotheeksector is dat we onszelf certificeren. Daar wilde ik graag meer over weten, dus ik ben nu ook bestuurslid bij CBCT. Dat geeft me ook weer makkelijker toegang tot contacten met andere bibliotheken. We hebben allemaal een ongelooflijke liefde voor het vak en dat verbroedert. We zitten ook in een mooie tijd voor de bibliotheek: we zitten op veel fronten in de lift en mogen dagelijks laten zien hoe essentieel de bibliotheek is voor een lokale gemeenschap. Het is mooi om daar als bibliotheekdirecteur aan te kunnen bijdragen.
Is werken bij de bibliotheek anders dan in andere sectoren, of zie je vooral overeenkomsten?
In elke sector werkt het het beste als je het samen doet. Gelijkwaardigheid zorgt er altijd voor dat mensen beter functioneren. Ook heb ik in alle branches waarin ik heb rondgelopen, gezien dat je mensen intern en extern hetzelfde moet behandelen: wanneer je naar buiten toe hoffelijk of zakelijk bent, moet je dat richting je medewerkers ook zijn. Dat is ook de lijn die de vorige directeur in Wijchen al had ingezet.
Verder ben ik heel blij dat we als bibliotheek een visie voor een langere termijn kunnen ontwikkelen en uitvoeren. Ik heb in andere branches gezien hoe lastig het soms kan zijn om elke drie of vier jaar te moeten toewerken naar een aanbesteding en dan soms weer grotendeels opnieuw te moeten beginnen. Wel legt dat extra druk op ons als organisatie om net zo efficiënt te werken als je wanneer je wel onder een aanbesteding valt. We moeten continu richting de gemeente laten zien dat we iedere euro goed besteden. We kunnen dus nooit even achteroverleunen omdat we de komende jaren wel goed zitten.
Ook zie ik heel veel mensen met passie in onze sector rondlopen. Iedereen loopt hier met zoveel energie rond. Als ik het vergelijk met de politiek, is er minder druk om ad hoc te presteren. Er is meer ruimte om nog een keer goed na te denken en het juiste besluit te nemen.
Hoe kwam je bij de bibliotheek terecht?
Bij toeval: een vriend belde omdat hij een klus aangeboden had gekregen en waarvoor hij zelf geen tijd had. Dat was de bibliotheek in Gouda, die zocht naar een manager programmering. De Chocoladefabriek was twee jaar daarvoor opgeleverd. Het zag er prachtig uit en er gebeurde veel, maar dat moest een structureel onderdeel worden van de bieb. Dat was heel leuk om te doen: we organiseerden lezingen, zetten themaprogrammering op en werkten samen met de andere partners, zoals het café dat ook in het pand zit. Daarnaast mochten we de sociale kant van de bibliotheek verder ontwikkelen, met belastinghulp, het DigiTaalhuis en taallessen. Het was de perfecte plek om mijn liefde voor boeken te botvieren én om de verbinding aan te gaan met de inwoners die er gebruik van maken. In de bibliotheek voelde het als thuiskomen. Ik vond alles wat ik daarvoor had gedaan fantastisch, maar hier viel het op zijn plek. Alles wat ik belangrijk vind, komt in de bibliotheek bij elkaar: lezen, zelfontplooiing en gelijkwaardigheid.
Vervolgens besloten mijn vrouw en ik naar Wageningen te verhuizen, omdat we onze kinderen meer ruimte wilden geven om in alle vrijheid op te groeien. Daar kreeg ik een managementfunctie bij Cultura Ede. Ik herkende de community-mentaliteit die ik ook in Gouda had gezien en daar werd ik heel blij van. Ook is Ede een heel mooie combinatie van stad en dorp: er zijn grootstedelijke uitdagingen en voorzieningen, maar ook dorpse verbondenheid en vragen die bij een landelijk gebied horen. We nodigden daar bekende schrijvers uit en dat trok standaard volle zalen. Ook organiseerden we mooie dagen met combinaties van theater, kunst en literatuur. Tegelijkertijd krijg je niet iedereen zomaar bij de bieb naar binnen: met name voor jongeren moet je soms hard je best doen, maar dat lukte elk jaar beter door een goede en verassende programmering en meer collectie voor deze groep.
Mijn ouders zijn beiden leerkracht: ze werkten lange tijd in het onderwijs voor doven en slechthorenden en later speciaal basisonderwijs. Alle rangen, standen en niveaus lopen daar dwars door elkaar, zeker in zo’n kleine dorpsgemeenschap. Je komt iedereen overal tegen. Ik heb van huis uit heel sterk meegekregen dat in de samenleving voor iedereen een plek is en dat je samen van alles kunt bereiken.
Ik word nog steeds heel blij van plekken waar iedereen kan samenkomen. De bibliotheek valt ook in die categorie. De bieb heeft zich de afgelopen tien jaar getransformeerd tot een van de weinige plekken waar heel veel kan en mag, maar niet direct iets hoeft. Je hoeft geen koffie te kopen, geen spullen aan te schaffen, geen dienst af te nemen. Hier draait het niet om macht, status of carrière, maar om verwondering, verbeelding en schoonheid.
Hoe is je loopbaan verlopen?
Ik koos expres voor een studie waarbij ik veel mocht lezen, politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ik moest veel dikke pillen doorwerken over politieke geschiedenis, ontwikkelingen en filosofie en dat vond ik heerlijk. Ook had ik veel affiniteit met de marketingkant; niet voor niets ben ik afgestudeerd op de verkiezingscampagnes van Balkenende en Bos in 2002-2003.
Ik had het enorm naar mijn zin, maar was ook steeds vaker benieuwd waarom al die politieke systemen precies zo in elkaar zaten. Als je maar lang genoeg de waarom-vraag stelt, kom je vanzelf bij de filosofie terecht, dus dat heb ik daarna gestudeerd. Daar voelde ik me nog meer op mijn plek: ik vond het heerlijk om diep in een tekst te duiken en heel precies te lezen.
Naast mijn middelbareschooltijd en mijn studies heb ik ook altijd gewerkt, bijvoorbeeld als tulpenplukker bij een tuinbouwer bij ons de buurt of het veeteeltbedrijf van mijn oom. Daar was ik niet per se goed in, maar ik vond het wel leuk. Die combinatie van hoofd en handen is voor mij perfect: in het veld en aan de lopende band kon ik werken en tegelijkertijd wegdromen. Zulke praktische taken vind ik nog steeds heerlijk om te doen.
Aan het einde van mijn studie werkte ik al een groot deel van de week op de klantenservice van grote bedrijven. Daarnaast werd ik aan het einde van mijn studie filosofie politiek actief en werd ik gemeenteraadslid in Amsterdam. Daar kon ik de kennis uit mijn studie politicologie mooi toepassen. Ook vond ik het fijn om met veel vrijwilligers aan een campagne te werken: het doet er niet toe wie precies de baas is, maar welke resultaten je boekt.
Vervolgens werkte ik bij een woonorganisatie en zette ik een eigen bedrijfje op, waarbij ik enkele politici ondersteunde. Ook verdiepte ik me in de circulaire economie, waarbij ik samen met groepen studenten en net afgestudeerden de reststromen van grote bedrijven onder de loep nam om te kijken welke nieuwe producten je ervan kunt maken.
Was je altijd al een lezer?
De eerste vijf jaar van mijn leven woonde ik in Leiden, daarna verhuisden we naar Hoogkarspel. Ik herinner me dat ik toen al een veellezer was: dat was voor mij de ultieme ontspanning. Op familiefeestjes nam ik altijd drie boeken mee, zodat ik me nooit hoefde te vervelen.
Dat is vandaag de dag nog steeds het geval: ik ga nooit de deur uit zonder boek. Ik vind het prachtig om te kunnen wegdromen in andermans verhaal. Dat heb ik niet alleen bij boeken, maar ook bij de betere films en games. Die wereld kun je ook gedeeltelijk zelf vormgeven. Die mogelijkheid om je eigen beelden en verhalen te creëren gun ik iedereen.
In de bibliotheek vermaakte ik me prima, totdat ik de jeugdafdeling uit had. Pas toen mijn ouders zich ermee bemoeiden, kreeg ik toegang tot de boeken voor volwassenen. Van de eerste romans begreep ik niet alles, maar dat hinderde niet. Ik was vooral fan van de Ludlum-boeken: de spanning en sensatie van die thrillers greep me meteen. Ook kreeg ik toegang tot allerlei verhalen die later door Disney tot films zijn omgetoverd, zoals Robin Hood. Vaak bleek het einde in het origineel een stuk minder rooskleurig. Via boeken kom je in aanraking met de zwaardere kanten van de werkelijkheid, waardoor je het leven steeds beter leert begrijpen.
Foto: Henk Hulshof Fotografie
Na zes jaar begon het een beetje te kriebelen. Toen zag ik de vacature van directeur-bestuurder bij de bibliotheek in Wijchen en dacht ik meteen: dat is ontzettend leuk. Wijchen is een bijzondere plek: het ligt tegen Nijmegen aan, maar heeft ook een duidelijke eigen signatuur. Het kent zo’n veertigduizend inwoners – dat is groot genoeg om ambitieuze plannen te bedenken, maar ook klein genoeg om zelf de handen uit de mouwen te steken. Ook is deze bieb heel goed gegrond in de lokale samenleving en had al ambitieuze plannen voor de toekomst.
Wat was je eerste indruk van de bieb in Wijchen?
Alles was goed op orde: de financiën stonden stevig, de relatie met de gemeente was goed en de Bibliotheek op school was al flink uitgerold. Tegelijkertijd kwam ik als directeur natuurlijk wel met allerlei nieuwe ideeën binnen, bijvoorbeeld om de openingstijden te verruimen en nieuwe activiteiten te organiseren. Ook was het voor mij een aandachtspunt om al die verschillende onderdelen van de bibliotheek tot één geheel te maken, zodat iedereen met energie aan de slag kan blijven gaan.
Bij een kleinere bibliotheek is het altijd de vraag of je geen onderdeel moet willen zijn van een grotere organisatie, maar ik denk dat onze grootte ook veel voordelen heeft: we zijn wendbaar en mijn collega’s hebben een divers takenpakket. Als je daarnaast goed blijft samenwerken met andere bibliotheken en de POI, heb je zo een heel flexibele en stevige organisatie.
Bijzonder aan de bibliotheeksector is dat we onszelf certificeren. Daar wilde ik graag meer over weten, dus ik ben nu ook bestuurslid bij CBCT. Dat geeft me ook weer makkelijker toegang tot contacten met andere bibliotheken. We hebben allemaal een ongelooflijke liefde voor het vak en dat verbroedert. We zitten ook in een mooie tijd voor de bibliotheek: we zitten op veel fronten in de lift en mogen dagelijks laten zien hoe essentieel de bibliotheek is voor een lokale gemeenschap. Het is mooi om daar als bibliotheekdirecteur aan te kunnen bijdragen.
Is werken bij de bibliotheek anders dan in andere sectoren, of zie je vooral overeenkomsten?
In elke sector werkt het het beste als je het samen doet. Gelijkwaardigheid zorgt er altijd voor dat mensen beter functioneren. Ook heb ik in alle branches waarin ik heb rondgelopen, gezien dat je mensen intern en extern hetzelfde moet behandelen: wanneer je naar buiten toe hoffelijk of zakelijk bent, moet je dat richting je medewerkers ook zijn. Dat is ook de lijn die de vorige directeur in Wijchen al had ingezet.
Verder ben ik heel blij dat we als bibliotheek een visie voor een langere termijn kunnen ontwikkelen en uitvoeren. Ik heb in andere branches gezien hoe lastig het soms kan zijn om elke drie of vier jaar te moeten toewerken naar een aanbesteding en dan soms weer grotendeels opnieuw te moeten beginnen. Wel legt dat extra druk op ons als organisatie om net zo efficiënt te werken als je wanneer je wel onder een aanbesteding valt. We moeten continu richting de gemeente laten zien dat we iedere euro goed besteden. We kunnen dus nooit even achteroverleunen omdat we de komende jaren wel goed zitten.
Ook zie ik heel veel mensen met passie in onze sector rondlopen. Iedereen loopt hier met zoveel energie rond. Als ik het vergelijk met de politiek, is er minder druk om ad hoc te presteren. Er is meer ruimte om nog een keer goed na te denken en het juiste besluit te nemen.
Hoe kwam je bij de bibliotheek terecht?
Bij toeval: een vriend belde omdat hij een klus aangeboden had gekregen en waarvoor hij zelf geen tijd had. Dat was de bibliotheek in Gouda, die zocht naar een manager programmering. De Chocoladefabriek was twee jaar daarvoor opgeleverd. Het zag er prachtig uit en er gebeurde veel, maar dat moest een structureel onderdeel worden van de bieb. Dat was heel leuk om te doen: we organiseerden lezingen, zetten themaprogrammering op en werkten samen met de andere partners, zoals het café dat ook in het pand zit. Daarnaast mochten we de sociale kant van de bibliotheek verder ontwikkelen, met belastinghulp, het DigiTaalhuis en taallessen. Het was de perfecte plek om mijn liefde voor boeken te botvieren én om de verbinding aan te gaan met de inwoners die er gebruik van maken. In de bibliotheek voelde het als thuiskomen. Ik vond alles wat ik daarvoor had gedaan fantastisch, maar hier viel het op zijn plek. Alles wat ik belangrijk vind, komt in de bibliotheek bij elkaar: lezen, zelfontplooiing en gelijkwaardigheid.
Vervolgens besloten mijn vrouw en ik naar Wageningen te verhuizen, omdat we onze kinderen meer ruimte wilden geven om in alle vrijheid op te groeien. Daar kreeg ik een managementfunctie bij Cultura Ede. Ik herkende de community-mentaliteit die ik ook in Gouda had gezien en daar werd ik heel blij van. Ook is Ede een heel mooie combinatie van stad en dorp: er zijn grootstedelijke uitdagingen en voorzieningen, maar ook dorpse verbondenheid en vragen die bij een landelijk gebied horen. We nodigden daar bekende schrijvers uit en dat trok standaard volle zalen. Ook organiseerden we mooie dagen met combinaties van theater, kunst en literatuur. Tegelijkertijd krijg je niet iedereen zomaar bij de bieb naar binnen: met name voor jongeren moet je soms hard je best doen, maar dat lukte elk jaar beter door een goede en verassende programmering en meer collectie voor deze groep.
Rik tijdens een fietsvakantie met zijn vrouw in Catalonië.
Rik Winsemius: ‘Ik word nog steeds heel blij van plekken waar iedereen kan samenkomen’.
Als het om mijn werk gaat, vind ik het heel mooi om te voelen dat de bibliotheek waarin ik werk wordt omarmd door de hele gemeenschap. Zo werkte het ook toen ik campagnes begeleidde in de politiek: het gaat goed wanneer iedereen een gevoel van eigenaarschap ervaart. Hetzelfde geldt voor de studenten die ik aan de slag liet gaan met circulaire vraagstukken: zij voelden zich vaak zo verantwoordelijk voor zo’n proces dat ze uiteindelijk zelf bedrijfjes begonnen op te zetten. Het belangrijkst is om het vuurtje bij iemand aan te wakkeren waardoor het zelf verder gaat lopen, zoals we dat ook bij de bibliotheek doen.
Heb je hobby’s?
Ik probeer minimaal vier boeken per maand te lezen, en dat lukt vaak ruimschoots. Verder vind ik het heel leuk om zo nu en dan een berg op te fietsen, en fiets ik ook elke dag ruim twintig kilometer heen en terug naar mijn werk. Daarnaast breng ik natuurlijk heel graag tijd door met mijn drie kinderen en speel ik af en toe op een beperkt niveau wat piano in de schoolband. Verder help ik mee met de organisatie van de avondvierdaagse en dat neemt stiekem best wat tijd in beslag. Ik dacht altijd dat ik een enorme einzelgänger was, maar ik blijk clubjes stiekem best leuk te vinden.
Wat is je lievelingsboek of -film?
Ik ben enorm verknocht aan Max, Mischa en het Tet-offensief en ben verknocht aan de Cromwell-trilogie van Hilary Mantel. Daarnaast pak ik er graag allerlei klassiekers bij, bijvoorbeeld van Proust en Rushdie. Ook houd ik van Nederlandstalige schrijvers als Connie Palmen, Judith Fanto, Hugo Claus en Oek de Jong. Daarnaast ben ik best wel dol op sciencefiction. Een brede smaak, dus.
Wat is je favoriete vakantiebestemming?
Ik wil altijd graag naar Italië, maar uiteindelijk stranden we steeds met onze vouwwagen en drie kinderen in Frankrijk. Enfin, als de wijn lekker is, hoor je mij niet klagen.
Wat weten maar weinig mensen over jou?
Op een of andere manier zorgen voorspelbare romantische komedies bij mij altijd voor tranen. Als ik op een begrafenis sta, laat ik geen traan, maar als Love Actually aan staat, houd ik het niet droog. Blijkbaar hoeft een goed verhaal niet altijd ingewikkeld te zijn.
Wat zijn je ambities binnen het directeurschap?
Ik wil de financiële drempels om van de bibliotheek gebruik te maken nog verder verlagen. Daarom hebben we de drempel voor gratis lidmaatschap onlangs verhoogd naar 28 jaar en willen we na de zomer over op boetevrij lenen. Dat helpt om voor iedereen in de maatschappij een safe haven te zijn, waar je je thuis voelt en met zelfontplooiing aan de slag gaat.
Ik wil, kortom, dat we iedere inwoner bereiken. In het ideale geval is iedereen in Wijchen lid van de bibliotheek. Juist in deze tijd, waarin zoveel mensen worstelen met hun plek in de samenleving, is het van zo’n groot belang dat je je eigen verhaal leert bouwen en in de bieb kan dat.
Het klinkt misschien gek, maar ik heb ook zin in de AI-tijd die we tegemoet gaan. Als we de nieuwe technologie kunnen laden met alle kennis, informatie en verhalen die we al hebben, kunnen we tot nieuwe hoogten komen. Deze ontwikkelingen ropen de zeer wezenlijke vraag op wat een mens een mens maakt. Dat antwoord kun je komen ontdekken bij de bibliotheek.
Op welke prestatie ben je trots?
Ik ben ontzettend trots op mijn kinderen, al zijn zij natuurlijk geen prestatie. Zij zijn wel ongelooflijk belangrijk voor mij: ze zijn op een bepaalde manier een betere versie van ons als ouders en tegelijkertijd volstrekt eigen individuen.
Rik met zijn zoon tijdens het vuurwerk van de Nijmeegse Vierdaagse.
Bibliotheekblad 5 • mei / juni 2026
Sinds 1 november 2025 is Rik Winsemius de nieuwe directeur-bestuurder van de Bibliotheek in Wijchen. Daar kan hij zijn liefde voor lezen, passie voor maatschappelijke vraagstukken en behoefte aan gelijkwaardig samenwerken perfect kwijt. Hoewel hij op een fijne plek terechtkwam, ziet hij nog tal van mogelijkheden om de bibliotheek nog mooier te maken.
‘Bij de bibliotheek leer je je eigen verhaal te bouwen’
Rik Winsemius, directeur-bestuurder Bibliotheek Wijchen
TEKST: ANNE Louïse VAN DEN DOOL • FOTO's: zie credits langs zijkant
MANAGEMENT
Mijn ouders zijn beiden leerkracht: ze werkten lange tijd in het onderwijs voor doven en slechthorenden en later speciaal basisonderwijs. Alle rangen, standen en niveaus lopen daar dwars door elkaar, zeker in zo’n kleine dorpsgemeenschap. Je komt iedereen overal tegen. Ik heb van huis uit heel sterk meegekregen dat in de samenleving voor iedereen een plek is en dat je samen van alles kunt bereiken.
Ik word nog steeds heel blij van plekken waar iedereen kan samenkomen. De bibliotheek valt ook in die categorie. De bieb heeft zich de afgelopen tien jaar getransformeerd tot een van de weinige plekken waar heel veel kan en mag, maar niet direct iets hoeft. Je hoeft geen koffie te kopen, geen spullen aan te schaffen, geen dienst af te nemen. Hier draait het niet om macht, status of carrière, maar om verwondering, verbeelding en schoonheid.
Hoe is je loopbaan verlopen?
Ik koos expres voor een studie waarbij ik veel mocht lezen, politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ik moest veel dikke pillen doorwerken over politieke geschiedenis, ontwikkelingen en filosofie en dat vond ik heerlijk. Ook had ik veel affiniteit met de marketingkant; niet voor niets ben ik afgestudeerd op de verkiezingscampagnes van Balkenende en Bos in 2002-2003.
Ik had het enorm naar mijn zin, maar was ook steeds vaker benieuwd waarom al die politieke systemen precies zo in elkaar zaten. Als je maar lang genoeg de waarom-vraag stelt, kom je vanzelf bij de filosofie terecht, dus dat heb ik daarna gestudeerd. Daar voelde ik me nog meer op mijn plek: ik vond het heerlijk om diep in een tekst te duiken en heel precies te lezen.
Naast mijn middelbareschooltijd en mijn studies heb ik ook altijd gewerkt, bijvoorbeeld als tulpenplukker bij een tuinbouwer bij ons de buurt of het veeteeltbedrijf van mijn oom. Daar was ik niet per se goed in, maar ik vond het wel leuk. Die combinatie van hoofd en handen is voor mij perfect: in het veld en aan de lopende band kon ik werken en tegelijkertijd wegdromen. Zulke praktische taken vind ik nog steeds heerlijk om te doen.
Aan het einde van mijn studie werkte ik al een groot deel van de week op de klantenservice van grote bedrijven. Daarnaast werd ik aan het einde van mijn studie filosofie politiek actief en werd ik gemeenteraadslid in Amsterdam. Daar kon ik de kennis uit mijn studie politicologie mooi toepassen. Ook vond ik het fijn om met veel vrijwilligers aan een campagne te werken: het doet er niet toe wie precies de baas is, maar welke resultaten je boekt.
Vervolgens werkte ik bij een woonorganisatie en zette ik een eigen bedrijfje op, waarbij ik enkele politici ondersteunde. Ook verdiepte ik me in de circulaire economie, waarbij ik samen met groepen studenten en net afgestudeerden de reststromen van grote bedrijven onder de loep nam om te kijken welke nieuwe producten je ervan kunt maken.
Was je altijd al een lezer?
De eerste vijf jaar van mijn leven woonde ik in Leiden, daarna verhuisden we naar Hoogkarspel. Ik herinner me dat ik toen al een veellezer was: dat was voor mij de ultieme ontspanning. Op familiefeestjes nam ik altijd drie boeken mee, zodat ik me nooit hoefde te vervelen.
Dat is vandaag de dag nog steeds het geval: ik ga nooit de deur uit zonder boek. Ik vind het prachtig om te kunnen wegdromen in andermans verhaal. Dat heb ik niet alleen bij boeken, maar ook bij de betere films en games. Die wereld kun je ook gedeeltelijk zelf vormgeven. Die mogelijkheid om je eigen beelden en verhalen te creëren gun ik iedereen.
In de bibliotheek vermaakte ik me prima, totdat ik de jeugdafdeling uit had. Pas toen mijn ouders zich ermee bemoeiden, kreeg ik toegang tot de boeken voor volwassenen. Van de eerste romans begreep ik niet alles, maar dat hinderde niet. Ik was vooral fan van de Ludlum-boeken: de spanning en sensatie van die thrillers greep me meteen. Ook kreeg ik toegang tot allerlei verhalen die later door Disney tot films zijn omgetoverd, zoals Robin Hood. Vaak bleek het einde in het origineel een stuk minder rooskleurig. Via boeken kom je in aanraking met de zwaardere kanten van de werkelijkheid, waardoor je het leven steeds beter leert begrijpen.