Foto: Bibliotheken Noord Fryslân

Jolianne Hellemans: ‘Het liefst ga ik naar ons huis in Italië. Daar maken we olijfolie en vijgenchutney van onze eigen bomen. Dat vind ik heerlijk gefrut, waar we nog de hele winter van kunnen genieten’.

Jolianne Hellemans: ‘Ik probeer rust te bewaren, ook als die rust er niet per se is. Verder wil ik duidelijk zijn, bijvoorbeeld door aan te geven welke kant we op gaan en waarom’.

MANAGEMENT

TEKST: ANNE Louïse VAN DEN DOOL FOTO's: zie credits langs zijkant

Jolianne Hellemans, directeur-bestuurder Bibliotheken Noord Fryslân

‘Ons grootste kapitaal zijn niet de boeken, maar de mensen’

Inmiddels staat Jolianne Hellemans bijna twee jaar aan het roer van de Bibliotheken Noord Fryslân. Daar brengt ze het gedachtegoed in de praktijk dat ze al vanaf haar jeugd in Afrika heeft meegekregen: kijk met een open blik naar de ander.

Bibliotheekblad 7 • september 2026

Hoe zou je je leiderschapsstijl typeren?
Ik geef veel vertrouwen aan mijn medewerkers. Ik probeer rust te bewaren, ook als die rust er niet per se is. Verder wil ik duidelijk zijn, bijvoorbeeld door aan te geven welke kant we op gaan en waarom. Ik wil dat collega’s begrijpen waarom we de dingen doen die we doen. Samen zijn we een vloot, met allemaal boten met hun eigen kapiteins. Het is mijn verantwoordelijkheid als directeur-bestuurder om te kijken of we allemaal nog steeds dezelfde kant op gaan. Iedereen mag zelf sturen, maar wel binnen de kaders die we met elkaar hebben afgesproken.

Verder geloof ik heel sterk dat het belangrijk is dat medewerkers in balans zijn, en waar ze naartoe kunnen als ze zich even wat minder voelen. We zitten hier niet de hele dag met de armen om elkaars schouders, maar we ondersteunen elkaar wel. Het werk- en het privéleven vragen allebei iets van een mens. Als het ene onderdeel van je leven even wat meer van je vraagt, moet daar ruimte voor zijn. Je kunt wel een Oscarwinnende performance achter je laptop houden, maar als je gedachten totaal ergens anders zijn, heeft zo’n toneelstuk weinig zin. Ons grootste kapitaal zijn niet de boeken, maar de mensen. Die wil je dus behouden en goed verzorgen.

Op welke prestatie ben je trots?
Ik ben vooral blij dat ik altijd werk heb gedaan waarin ik veel plezier had. Wanneer dat blije gevoel wegging, voelde ik ook de ruimte om weer te gaan. Ik voel me een zondagskind in de banen die ik heb mogen vervullen: ik heb altijd mooie dingen mogen doen. Steeds heb ik richting kunnen geven in contact met anderen. Ik ben heel ongeduldig met schilderen of computers, maar met mensen heb ik engelengeduld.

Heb je hobby’s?
Ik ben knettergek op spelletjes. Ik heb een ouderwetse flipperkast en daar ben ik dol op. Ook als er ergens een quiz is in een café, moet je mij bellen. Verder houd ik van klieren in mijn tuin: ik ben enorm graag met planten in de weer. Niet dat het daar een aangeharkt geheel is, maar ik heb er wel enorm veel plezier in.

Ik zou graag willen zeggen dat ik ook van sport houd, maar dat is simpelweg niet zo. Ik heb lange tijd getennist, maar vanwege mijn zwakke botten mag dat niet meer. Wel heb ik een hond, waarmee ik graag naar buiten trek. Mijn liefde voor planten en dieren heb ik overgehouden aan de tropen: elke soort zoek ik op. Die dingen houden mij in balans.

Wat is je lievelingsboek? En houd je verder van cultuur?
De boeken schieten er helaas een beetje bij in. Wanneer ik naar mijn huis in Italië ga, haal ik dat in. Daar staat mijn eigen boekenkast, vol met mijn eigen lievelingsexemplaren. Ik maak lijstjes op basis van literaire prijzen en lovende recensies in de kranten. Verder ben ik enorm dol op detectives. Ook houd ik van dunne boekjes van Japanse filosofen, die heel veel kunnen vertellen in heel weinig woorden. Over zulke teksten kan ik de rest van de dag blijven nadenken, meer dan over dikke pillen waar ik me doorheen moet worstelen.

Daarnaast ga ik graag naar het museum en het theater. Verder ben ik een fan van muziek. Ik ga bijvoorbeeld graag naar North Sea Jazz of andere festivals in dat genre.

Wat is je favoriete vakantiebestemming?
Het liefst ga ik naar ons huis in Italië. Daar maken we olijfolie en vijgenchutney van onze eigen bomen. Dat vind ik heerlijk gefrut, waar we nog de hele winter van kunnen genieten. Verder hebben we wildcamera’s rond het huis opgehangen, waarop we kunnen zien wat voor vossen en zwijnen allemaal rond ons huis lopen. Dat brengt me weer een beetje terug naar de tijd in Afrika, toen we de hele tijd voelden: de mens is niet de enige die hier rondloopt. Die nederigheid probeer ik tot op de dag van vandaag te behouden. Daarbij helpt het ook dat ik vrienden uit alle landen waar ik ooit heb gewoond ben blijven zien. Dat contact zet me telkens weer met beide voeten op de grond.


Is werken bij de bibliotheek anders dan in andere sectoren? Wat is het verschil?
Toen ik de overstap maakte naar de bibliotheeksector, vond men dat een interessante keuze, maar ik vond het direct heel logisch. Het mag niet uitmaken waar je wieg heeft gestaan om je te ontwikkelen tot een gezonde en goed geïnformeerde burger, vind ik. Dat past naadloos bij de publieke gezondheid, maar ook bij de bieb. Dat draait niet alleen om curatie, maar ook om preventie: je moet de problemen voor zijn, of dat nu gaat om ziekte of laaggeletterdheid.

Wat zijn je ambities binnen het directeurschap?
Ik zou het heel mooi vinden als we de organisatie toekomstbestendig kunnen maken, waarbij we goed kunnen inspelen op de vraagstukken die spelen in de wereld om ons heen. Dat vraagt om een zekere flexibiliteit en rust in de structuur, waardoor je organisatie stabiel staat. Dat geeft ruimte om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen.

Verder heb je daarvoor medewerkers met bepaalde competenties nodig. Sommige collega’s zijn ooit met een bepaald beeld bij de bibliotheek begonnen en hebben dat de afgelopen jaren zien veranderen. Communicatie is veel belangrijker geworden: hoor je bijvoorbeeld welke vraag een bezoeker daadwerkelijk stelt? Ik zoek nu meer naar medewerkers die iets met mensen hebben dan met boeken. Verder is zelfstandigheid belangrijk, waarbij je verantwoordelijkheid ervaart in het helpen van de burger op een veelheid aan fronten.

Daarbij is het wel zaak een duidelijke focus in je organisatie aan te brengen. De wettelijke taken zijn heel breed. De vraag is dus: waar gaan wij voor? In ons komende meerjarenbeleidsplan staan drie focuspunten: jeugd, digitaal burgerschap en basisvaardigheden. Met name dat laatste is binnen ons werkgebied een aandachtspunt – niet alleen op het vasteland, maar ook op de Waddeneilanden, waar wij ook gevestigd zijn. Deze doelgroep komt niet vanzelfsprekend naar de bibliotheek. We moeten hen dus wellicht op andere plekken proberen te bereiken. Wij zitten in een uitgestrekt werkgebied met relatief weinig inwoners, dus de bibliotheek dicht bij de burger krijgen is soms een uitdaging. Dat zijn lastige afwegingen, waarmee we de komende jaren aan de slag gaan

Was je altijd al een lezer?
Ik ben opgegroeid in de bushbush van Afrika, in Ghana en Nigeria. Daar kreeg ik les van mijn moeder. Dat vond ik heel leuk: ik kreeg veel tijd om te lezen. Er was nog geen internet en de post was niet zo snel, dus ik las maar gewoon alles wat ik voor mijn neus kreeg, of dat nu in het Nederlands was of in het Engels. Als we bezoek uit Nederland kregen, nam men altijd boeken mee.

Naarmate ik ouder werd en aan het werk ging, kreeg ik minder tijd om zoveel te lezen. Wel heb ik altijd genoten van het voeden van mijn kinderen met mooie verhalen. Met hen kon ik boeken uitzoeken bij de bibliotheek die ik tijdens mijn eigen jeugd ook zo goed had kunnen gebruiken.

Toen ik als jonge tiener in Nederland aankwam, was dat erg wennen. Ik vond het gek dat ik zoveel kleren aan moest: in Afrika liep ik altijd op blote voeten rond. Gelukkig ging het op school algauw goed, en ook de grote hoeveelheid boeken in de bibliotheek vond ik fantastisch. Ook vond ik het heerlijk om eens per week op school te worden voorgelezen.

Hoe is je loopbaan verlopen?
Eigenlijk wilde ik actrice worden. Tegelijkertijd was ik erg begaan met mensen, dus hulpverlening was ook iets voor mij. Daarom verdiepte ik me in de psychiatrie, waarna ik een master gezondheidswetenschappen volgde, wat voor een groot deel sociale psychologie behelst. Waarom doen mensen zoals ze doen? Hoe opereren ze in groepen? Dat vind ik nog altijd machtig interessant.

Vervolgens heb ik veel in de publieke gezondheidszorg gewerkt, zowel in Nederland als in het buitenland, waaronder in Albanië. Verder ben ik op een gegeven moment teruggekeerd naar Afrika, de plek waar ik ben opgegroeid. Veel van de prikkels die we in ons leven ervaren, kan ik daar achter me laten. Je houdt je daar alleen maar bezig met de elementaire onderdelen van het leven: komt er water uit de kraan, ben ik gezond, gaat het goed met mijn vrienden?

Tegelijkertijd houd ik enorm van Nederland. Daarom heb ik een tweede huis in Umbrië in Italië, waar ik het liefst vier keer per jaar naartoe trek. Voor mij is dat het perfecte midden tussen Nederland en Afrika. Doordat ik in verschillende culturen heb rondgelopen, ben ik minder geneigd veronderstellingen te hebben over wat een ander aan ons heeft, ook in de bibliotheek. Denken te weten wat goed is voor een ander heeft namelijk ook iets aanmatigends. Taal is daarin ontzettend belangrijk: het is essentieel dat je je goed weet te uiten. Ik heb bijvoorbeeld weinig met de term third space: waarom moeten we uitgerekend met een ontoegankelijk Engels woord aangeven dat we een plek voor iedereen zijn?

Hoe kwam je bij de bibliotheek terecht?
Ik werkte op dat moment bij de GGD in Groningen en was al een beetje aan het rondkijken. Per ongeluk zag ik de vacaturetekst en meteen dacht ik: dit is een match. Ik had al veel ervaring met gesprekken met gemeenten over maatschappelijke vraagstukken. Ook had ik al veel gewerkt met mensen met lage basisvaardigheden. Bij de GGD werkten we zelfs al samen met de bibliotheek, dus ik ken de brede functie van de bieb al enigszins. Hoe meer en meer ik las over de opdracht die er lag, des te enthousiaster werd ik.

Wat was je eerste indruk van de bieb?
Ik zag welke veranderingen de bibliotheek de afgelopen jaren had doorgemaakt. Geen enkel maatschappelijk vraagstuk kun je meer alleen oplossen, is mijn overtuiging, en dat heeft de bibliotheek ook goed begrepen.

Ik heb me eerlijk gezegd wel verbaasd over de structuren die in de bibliotheeksector leven. Daaraan zie je dat we nog wel met een professionaliseringsslag bezig zijn. Tegelijkertijd werken we al heel goed met elkaar samen, via landelijke organisaties als de VOB. Blijkbaar zijn er genoeg thema’s die ons allemaal met elkaar verbinden. Hoe langer ik hier rondloop, des te meer begrijp ik ook hoe verschillend we zijn: sommige bibliotheken zitten in één organisatie met een erfgoedhuis, museum of ander type instelling. Daardoor verandert ook je organisatiestructuur en maatschappelijke opdracht.

Verder voel ik in de bibliotheekwereld een sterke familiecultuur – dat heeft iets moois, maar af en toe mag het ook wel iets professioneler. Sommige collega’s vinden die slag nog best lastig. Met mijn achtergrond vind ik dat transitieproces ongelooflijk interessant.

Soms gaat het daardoor wiebelen, maar dat hebben we nodig om een toekomstbestendige organisatie te zijn. Daar hoort ook goed werkgeverschap bij. Daarbij is ook het belangrijk dat je verzekerd bent van een aantal basisvoorwaarden, zoals financiën. De relaties met onze gemeentes zijn cruciaal als het gaat om de vraag of we wel of geen geld krijgen. Bij ons is die relatie goed, maar bij andere bibliotheekorganisaties is dat niet altijd het geval. Als je een medewerker geen langdurig contract kunt garanderen omdat die financiën zo wiebelig zijn, is dat geen goed teken.

Toen ik hier kwam, werkten we al vanuit de visie van zelforganisatie. Het managementteam bepaalt de opdracht, waarna de clusters zelf bepalen hoe ze daarmee aan de slag gaan. Dat bevalt ons heel goed: het vraagt eigenaarschap, en dat helpt bij de omslag naar een professionele cultuur. Ook kun je je doelen alleen maar bereiken als je integraal met elkaar samenwerkt om de vijf kernfuncties een plek te geven. Een inwoner denkt niet: nu kom ik iets uit de koker digitaal burgerschap of leesbevordering halen. Dat kunnen onze collega’s dus ook niet denken: we moeten de verschillende domeinen met elkaar verbinden.

Is werken bij de bibliotheek anders dan in andere sectoren? Wat is het verschil?
Toen ik de overstap maakte naar de bibliotheeksector, vond men dat een interessante keuze, maar ik vond het direct heel logisch. Het mag niet uitmaken waar je wieg heeft gestaan om je te ontwikkelen tot een gezonde en goed geïnformeerde burger, vind ik. Dat past naadloos bij de publieke gezondheid, maar ook bij de bieb. Dat draait niet alleen om curatie, maar ook om preventie: je moet de problemen voor zijn, of dat nu gaat om ziekte of laaggeletterdheid.

Hoe zou je je leiderschapsstijl typeren?
Ik geef veel vertrouwen aan mijn medewerkers. Ik probeer rust te bewaren, ook als die rust er niet per se is. Verder wil ik duidelijk zijn, bijvoorbeeld door aan te geven welke kant we op gaan en waarom. Ik wil dat collega’s begrijpen waarom we de dingen doen die we doen. Samen zijn we een vloot, met allemaal boten met hun eigen kapiteins. Het is mijn verantwoordelijkheid als directeur-bestuurder om te kijken of we allemaal nog steeds dezelfde kant op gaan. Iedereen mag zelf sturen, maar wel binnen de kaders die we met elkaar hebben afgesproken.

Verder geloof ik heel sterk dat het belangrijk is dat medewerkers in balans zijn, en waar ze naartoe kunnen als ze zich even wat minder voelen. We zitten hier niet de hele dag met de armen om elkaars schouders, maar we ondersteunen elkaar wel. Het werk- en het privéleven vragen allebei iets van een mens. Als het ene onderdeel van je leven even wat meer van je vraagt, moet daar ruimte voor zijn. Je kunt wel een Oscarwinnende performance achter je laptop houden, maar als je gedachten totaal ergens anders zijn, heeft zo’n toneelstuk weinig zin. Ons grootste kapitaal zijn niet de boeken, maar de mensen. Die wil je dus behouden en goed verzorgen.

Op welke prestatie ben je trots?
Ik ben vooral blij dat ik altijd werk heb gedaan waarin ik veel plezier had. Wanneer dat blije gevoel wegging, voelde ik ook de ruimte om weer te gaan. Ik voel me een zondagskind in de banen die ik heb mogen vervullen: ik heb altijd mooie dingen mogen doen. Steeds heb ik richting kunnen geven in contact met anderen. Ik ben heel ongeduldig met schilderen of computers, maar met mensen heb ik engelengeduld.

Heb je hobby’s?
Ik ben knettergek op spelletjes. Ik heb een ouderwetse flipperkast en daar ben ik dol op. Ook als er ergens een quiz is in een café, moet je mij bellen. Verder houd ik van klieren in mijn tuin: ik ben enorm graag met planten in de weer. Niet dat het daar een aangeharkt geheel is, maar ik heb er wel enorm veel plezier in.

Ik zou graag willen zeggen dat ik ook van sport houd, maar dat is simpelweg niet zo. Ik heb lange tijd getennist, maar vanwege mijn zwakke botten mag dat niet meer. Wel heb ik een hond, waarmee ik graag naar buiten trek. Mijn liefde voor planten en dieren heb ik overgehouden aan de tropen: elke soort zoek ik op. Die dingen houden mij in balans.

Wat is je lievelingsboek? En houd je verder van cultuur?
De boeken schieten er helaas een beetje bij in. Wanneer ik naar mijn huis in Italië ga, haal ik dat in. Daar staat mijn eigen boekenkast, vol met mijn eigen lievelingsexemplaren. Ik maak lijstjes op basis van literaire prijzen en lovende recensies in de kranten. Verder ben ik enorm dol op detectives. Ook houd ik van dunne boekjes van Japanse filosofen, die heel veel kunnen vertellen in heel weinig woorden. Over zulke teksten kan ik de rest van de dag blijven nadenken, meer dan over dikke pillen waar ik me doorheen moet worstelen.

Daarnaast ga ik graag naar het museum en het theater. Verder ben ik een fan van muziek. Ik ga bijvoorbeeld graag naar North Sea Jazz of andere festivals in dat genre.

Wat is je favoriete vakantiebestemming?
Het liefst ga ik naar ons huis in Italië. Daar maken we olijfolie en vijgenchutney van onze eigen bomen. Dat vind ik heerlijk gefrut, waar we nog de hele winter van kunnen genieten. Verder hebben we wildcamera’s rond het huis opgehangen, waarop we kunnen zien wat voor vossen en zwijnen allemaal rond ons huis lopen. Dat brengt me weer een beetje terug naar de tijd in Afrika, toen we de hele tijd voelden: de mens is niet de enige die hier rondloopt. Die nederigheid probeer ik tot op de dag van vandaag te behouden. Daarbij helpt het ook dat ik vrienden uit alle landen waar ik ooit heb gewoond ben blijven zien. Dat contact zet me telkens weer met beide voeten op de grond.


Jolianne Hellemans: ‘Het liefst ga ik naar ons huis in Italië. Daar maken we olijfolie en vijgenchutney van onze eigen bomen. Dat vind ik heerlijk gefrut, waar we nog de hele winter van kunnen genieten’.

Foto: Bibliotheken Noord Fryslân

Jolianne Hellemans: ‘Ik probeer rust te bewaren, ook als die rust er niet per se is. Verder wil ik duidelijk zijn, bijvoorbeeld door aan te geven welke kant we op gaan en waarom’.

Bibliotheekblad 7 • september 2026

Inmiddels staat Jolianne Hellemans bijna twee jaar aan het roer van de Bibliotheken Noord Fryslân. Daar brengt ze het gedachtegoed in de praktijk dat ze al vanaf haar jeugd in Afrika heeft meegekregen: kijk met een open blik naar de ander.

‘Ons grootste kapitaal zijn niet de boeken, maar de mensen’

Jolianne Hellemans, directeur-bestuurder Bibliotheken Noord Fryslân

TEKST: ANNE Louïse VAN DEN DOOL FOTO's: zie credits langs zijkant

MANAGEMENT

Was je altijd al een lezer?
Ik ben opgegroeid in de bushbush van Afrika, in Ghana en Nigeria. Daar kreeg ik les van mijn moeder. Dat vond ik heel leuk: ik kreeg veel tijd om te lezen. Er was nog geen internet en de post was niet zo snel, dus ik las maar gewoon alles wat ik voor mijn neus kreeg, of dat nu in het Nederlands was of in het Engels. Als we bezoek uit Nederland kregen, nam men altijd boeken mee.

Naarmate ik ouder werd en aan het werk ging, kreeg ik minder tijd om zoveel te lezen. Wel heb ik altijd genoten van het voeden van mijn kinderen met mooie verhalen. Met hen kon ik boeken uitzoeken bij de bibliotheek die ik tijdens mijn eigen jeugd ook zo goed had kunnen gebruiken.

Toen ik als jonge tiener in Nederland aankwam, was dat erg wennen. Ik vond het gek dat ik zoveel kleren aan moest: in Afrika liep ik altijd op blote voeten rond. Gelukkig ging het op school algauw goed, en ook de grote hoeveelheid boeken in de bibliotheek vond ik fantastisch. Ook vond ik het heerlijk om eens per week op school te worden voorgelezen.

Hoe is je loopbaan verlopen?
Eigenlijk wilde ik actrice worden. Tegelijkertijd was ik erg begaan met mensen, dus hulpverlening was ook iets voor mij. Daarom verdiepte ik me in de psychiatrie, waarna ik een master gezondheidswetenschappen volgde, wat voor een groot deel sociale psychologie behelst. Waarom doen mensen zoals ze doen? Hoe opereren ze in groepen? Dat vind ik nog altijd machtig interessant.

Vervolgens heb ik veel in de publieke gezondheidszorg gewerkt, zowel in Nederland als in het buitenland, waaronder in Albanië. Verder ben ik op een gegeven moment teruggekeerd naar Afrika, de plek waar ik ben opgegroeid. Veel van de prikkels die we in ons leven ervaren, kan ik daar achter me laten. Je houdt je daar alleen maar bezig met de elementaire onderdelen van het leven: komt er water uit de kraan, ben ik gezond, gaat het goed met mijn vrienden?

Tegelijkertijd houd ik enorm van Nederland. Daarom heb ik een tweede huis in Umbrië in Italië, waar ik het liefst vier keer per jaar naartoe trek. Voor mij is dat het perfecte midden tussen Nederland en Afrika. Doordat ik in verschillende culturen heb rondgelopen, ben ik minder geneigd veronderstellingen te hebben over wat een ander aan ons heeft, ook in de bibliotheek. Denken te weten wat goed is voor een ander heeft namelijk ook iets aanmatigends. Taal is daarin ontzettend belangrijk: het is essentieel dat je je goed weet te uiten. Ik heb bijvoorbeeld weinig met de term third space: waarom moeten we uitgerekend met een ontoegankelijk Engels woord aangeven dat we een plek voor iedereen zijn?

Hoe kwam je bij de bibliotheek terecht?
Ik werkte op dat moment bij de GGD in Groningen en was al een beetje aan het rondkijken. Per ongeluk zag ik de vacaturetekst en meteen dacht ik: dit is een match. Ik had al veel ervaring met gesprekken met gemeenten over maatschappelijke vraagstukken. Ook had ik al veel gewerkt met mensen met lage basisvaardigheden. Bij de GGD werkten we zelfs al samen met de bibliotheek, dus ik ken de brede functie van de bieb al enigszins. Hoe meer en meer ik las over de opdracht die er lag, des te enthousiaster werd ik.

Wat was je eerste indruk van de bieb?
Ik zag welke veranderingen de bibliotheek de afgelopen jaren had doorgemaakt. Geen enkel maatschappelijk vraagstuk kun je meer alleen oplossen, is mijn overtuiging, en dat heeft de bibliotheek ook goed begrepen.

Ik heb me eerlijk gezegd wel verbaasd over de structuren die in de bibliotheeksector leven. Daaraan zie je dat we nog wel met een professionaliseringsslag bezig zijn. Tegelijkertijd werken we al heel goed met elkaar samen, via landelijke organisaties als de VOB. Blijkbaar zijn er genoeg thema’s die ons allemaal met elkaar verbinden. Hoe langer ik hier rondloop, des te meer begrijp ik ook hoe verschillend we zijn: sommige bibliotheken zitten in één organisatie met een erfgoedhuis, museum of ander type instelling. Daardoor verandert ook je organisatiestructuur en maatschappelijke opdracht.

Verder voel ik in de bibliotheekwereld een sterke familiecultuur – dat heeft iets moois, maar af en toe mag het ook wel iets professioneler. Sommige collega’s vinden die slag nog best lastig. Met mijn achtergrond vind ik dat transitieproces ongelooflijk interessant.

Soms gaat het daardoor wiebelen, maar dat hebben we nodig om een toekomstbestendige organisatie te zijn. Daar hoort ook goed werkgeverschap bij. Daarbij is ook het belangrijk dat je verzekerd bent van een aantal basisvoorwaarden, zoals financiën. De relaties met onze gemeentes zijn cruciaal als het gaat om de vraag of we wel of geen geld krijgen. Bij ons is die relatie goed, maar bij andere bibliotheekorganisaties is dat niet altijd het geval. Als je een medewerker geen langdurig contract kunt garanderen omdat die financiën zo wiebelig zijn, is dat geen goed teken.

Toen ik hier kwam, werkten we al vanuit de visie van zelforganisatie. Het managementteam bepaalt de opdracht, waarna de clusters zelf bepalen hoe ze daarmee aan de slag gaan. Dat bevalt ons heel goed: het vraagt eigenaarschap, en dat helpt bij de omslag naar een professionele cultuur. Ook kun je je doelen alleen maar bereiken als je integraal met elkaar samenwerkt om de vijf kernfuncties een plek te geven. Een inwoner denkt niet: nu kom ik iets uit de koker digitaal burgerschap of leesbevordering halen. Dat kunnen onze collega’s dus ook niet denken: we moeten de verschillende domeinen met elkaar verbinden.

Is werken bij de bibliotheek anders dan in andere sectoren? Wat is het verschil?
Toen ik de overstap maakte naar de bibliotheeksector, vond men dat een interessante keuze, maar ik vond het direct heel logisch. Het mag niet uitmaken waar je wieg heeft gestaan om je te ontwikkelen tot een gezonde en goed geïnformeerde burger, vind ik. Dat past naadloos bij de publieke gezondheid, maar ook bij de bieb. Dat draait niet alleen om curatie, maar ook om preventie: je moet de problemen voor zijn, of dat nu gaat om ziekte of laaggeletterdheid.