Foto: Bibliotheek Hoogeveen
In deze LinkedIn-sessie van 10 juni over de Netwerkagenda gaan Roy de Witte, directeur-bestuurder, Bibliotheek Hoogeveen en Hester van Beek, directeur-bestuurder a.i. van Stichting Bibliotheek Het Groene Hart met elkaar in gesprek over de SPUK-regeling om bibliotheekvoorzieningen te herstellen en te versterken. (Bron: B Netwerk).
Video: B Netwerk
Foto: Bibliotheek Hoogeveen
Foto: uit de privécollectie van Roy de Witte
MANAGEMENT
TEKST: ANNE VAN DEN DOOL • FOTO’S: ZIE CREDITS langs zijkant •Video: B Netwerk
Roy de Witte, directeur-bestuurder Bibliotheek Hoogeveen
‘We zijn prachtige verhalenvertellers’
Na een langdurige carrière in de politiek besloot Roy de Witte de overstap te maken naar de bibliotheek. Hier kan hij net zo goed zijn maatschappelijke betrokkenheid kwijt: hij houdt oog voor de mens én voor de kleine dingen die levens kunnen veranderen.
Bibliotheekblad 7 • september 2024
Wat je is je favoriete vakantiebestemming?
Ik ben al een tijdje een Texelganger: sinds we kinderen hebben, genieten we daar van de rust en ruimte. Alles gaat daar langzamer dan in de rest van Nederland. En natuurlijk is de natuur er prachtig.
Sinds een aantal jaar gaan we ook graag naar Frankrijk. Daar laad ik helemaal op. Ik heb de autorit erheen wel nodig om het werk los te laten. Als ik er eenmaal ben, ben ik helemaal losgekoppeld. Hoewel: als ik tijdens mijn hardloopronde in de ochtend iets interessants tegenkom, ga ik het toch onderzoeken. Soms zoek ik zelfs de laatste raadsvergadering nog even op en ga ik beleidsstukken lezen, zodat ik weet wat er in een gebied speelt. Stilzitten vind ik lastig: ik kan moeilijk een paar uur in het zwembad liggen.
Wat is je lievelingsboek?
Sinds ik de politiek verlaten heb, heb ik weer moeten leren lezen. Als politicus leer je razendsnel scannend lezen; dat heb ik moeten afleren. Daarnaast had ik lange tijd geen ruimte om voor mijn plezier een boek te pakken. Nu lukt het me weer om een halfuur achter elkaar geconcentreerd te lezen. Daarna moet ik iets anders gaan doen. Ik wil ook overdenken wat ik lees: ik wil daar meer over opzoeken en gedachten over vormen. Ik beleef boeken ten volste.
Wat weten maar weinig mensen over jou?
Ik steek regelmatig de grens met Duitsland over om voetbaltrainingen te observeren. Daar kan ik dan wel weer uren naar kijken: ik vind het intrigerend om te zien hoe wordt samengewerkt binnen een team en welke rol daarin de coach heeft. Dat geeft me altijd weer nieuwe inzichten en inspiratie.
Ben je meer een denker of een doener?
Ik ben meer een doener. Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het kan – die uitspraak van Pippi Langkous haal ik graag aan. Ik voer liever een experiment uit dat mislukt dan dat we blijven stilstaan. Dan verliezen we maar tijd of geld – dat hoort erbij.
Heb je hobby’s?
Ik ben een groot voetballiefhebber. Ik ben twee jaar geleden weer gaan voetballen, en dan echt serieus: één keer per week trainen en in het weekend competitie spelen. Daarnaast ben ik coach van het team van mijn zoon. Sowieso breng ik graag tijd met mijn kinderen door: niet per se door iets actiefs met ze te doen, maar door gewoon toe te kijken terwijl ze aan het spelen zijn.
Daarnaast houd ik natuurlijk van lezen, maar ook van podcasts. Daarin worden de prachtigste verhalen verteld. Als ik aan het hardlopen ben, zet ik er altijd eentje op. Denk bijvoorbeeld aan onze sectorpodcast De bieb is meer, maar ook aan de politieke podcasts Spindoctors en Betrouwbare bronnen. Ik voorzie dan ook grote kansen voor de podcast als onderdeel van ons bibliotheekaanbod.
De eerste maanden heb ik vooral kennisgemaakt met het personeel en onze partners. Vlak voordat ik begon, heb ik er een paar dagen en nachten doorgebracht, om dichter bij de Hoogeveners te komen. Daardoor ben ik ze beter gaan begrijpen: het zijn echte doeners, die met hun poten in de klei staan.
Nu is het taak de organisatie opnieuw te positioneren. Door bezuinigingen zijn we kwetsbaar geworden: we konden niet voldoen aan de maatschappelijke vraag en verwachtingen. Ik ben dus direct begonnen de organisatie te versterken, onder meer door meer en een ander type personeel aan te nemen: niet de typische bibliothecaris, maar iemand met een hart voor de bibliotheek en een goed gevoel voor de dialoog met de klant.
Daardoor verandert de sfeer ten goede en ontstaat een ander soort gesprek. We krijgen nu ook andere mensen binnen. Dat zien we nu ook terug in onze stijgende ledenaantallen: ook mensen die eerder hun lidmaatschap opzegden komen nu terug. De collectie is daarbij een mooi middel om tot zo’n connectie te komen: we blijven nu eenmaal boekenschuivers en verhalenvertellers, en daar zijn we goed in. Bij ons mag en moet iedereen zich thuis voelen.
Ook met het onderwijs halen we de banden weer aan: we zetten een nieuw aanbod neer, waardoor scholen weer met ons willen samenwerken. Ook onze leesconsulenten leven daardoor weer op.
Is werken bij de bibliotheek anders dan in andere sectoren? Wat is het verschil?
In de basis is iedereen intrinsiek gemotiveerd om het goede te doen voor mensen – dat geldt zowel voor de bibliotheek als voor de politiek. In de bibliotheek bouw je wel meer duurzame relaties op: de politiek is in die zin veel vluchtiger. In de bibliotheek hebben we aandacht voor elkaar: we benutten de tijd en de ruimte om mensen aan ons te binden.
Wel kunnen we in de bibliotheek nog iets leren van de snelheid waarmee in de politiek wordt gereageerd op actuele ontwikkelingen. Aan de andere kant: ook daarin maken we een comeback, mede met dank aan de gelden die onze kant op komen. We hebben duidelijke maatschappelijke opdrachten en sluiten mooie samenwerkingsverbanden. Dat moeten we wel blijven volhouden: we moeten buiten de gebaande paden blijven denken en van elkaar blijven leren, juist ook buiten de sector. Wij werken bijvoorbeeld samen met graffitikunstenaars: zij benaderen de buurt totaal anders dan wij, en daar kunnen we veel van opsteken.
Hoe zou je je leiderschapsstijl typeren?
Ik ben meer een coach dan een leider: ik geef veel ruimte aan het vakmanschap van een medewerker, team of organisatie. Ik ben graag een meewerkend voorman, zodat ik in de praktijk kan zien of iets wel of niet werkt. Tegelijkertijd spreek ik me graag uit over de toekomst: ik formuleer dromen en ambities en bedenk hoe we daarnaartoe kunnen.
Tijdens overleggen teken ik soms, om te laten zien welke functie wij als bibliotheek hebben. Laatst verbeeldde ik de bibliotheek als een haven, van waaruit we met speedbootjes ten strijde kunnen trekken. Soms duurt het even voordat zo’n metafoor landt, maar uiteindelijk heb ik wel het idee dat het helpt om met elkaar het goede gesprek te kunnen voeren.
Ik geloof in elke medewerker. Dat komt ook door mijn eigen verleden: als iemand mij op de basisschool in de klas had zien zitten, met mijn moeite met de k en de p, had niemand verwacht dat ik bibliotheekdirecteur zou worden. Dat verhaal vertel ik graag: ik vind het belangrijk die kwetsbaarheid te tonen en te laten zien wat je allemaal kunt bereiken wanneer je doorzet.
Daarnaast vind ik het belangrijk altijd interesse te tonen in de ander. Toen een klant laatst weinig enthousiast bleek over onze dienstverlening, heb ik anderhalf uur lang een kop thee met haar gedronken. Ik wil mensen de veiligheid bieden om zich te uiten. Misschien hoort dat officieel niet bij mijn takenpakket, maar het is wel mijn stijl.
Ik ben een intuïtief bestuurder. Als mijn gevoel goed zit, ga ik erachteraan. Het leven valt niet te plannen: er komen altijd nieuwe mogelijkheden op je pad, zoals deze functie voor mij.
Op welke prestatie ben je trots?
Ik ben trots op alle kleine ontwikkelingen die ik in gang heb mogen zetten. In de politiek wordt altijd groots gedacht, in termen van nieuwe wegen en de energietransitie, maar voor mij gaat het om de minieme bewegingen in dorpen waardoor het leven van inwoners een stukje beter wordt. Denk bijvoorbeeld aan jongeren die toch een uitkering konden krijgen of een school die heropend kon worden. Die herinneringen vervullen me met trots.
Mis je de politiek?
De mensen wel, maar het systeem niet. Veel mensen zien politiek niet als middel maar als doel. Politicus ben je bovendien elk moment van de dag. Als ik door de supermarkt liep, werd ik continu aangesproken. Soms nam ik mijn vader mee, zodat hij op mijn kinderen kon passen als ik vragen kreeg. Als ik daar nu op terugkijk, voelt dat als een andere wereld. Soms vraag ik me af: was het de moeite wel waard? Af en toe moet ik concluderen dat dat niet altijd het geval is geweest. Ik krijg nog steeds bedankjes voor wat ik in die twaalf jaar voor elkaar heb gekregen, maar dat weegt niet altijd op tegen de kosten. In de politiek verlies je jezelf en je thuis veel te makkelijk.
Hoe kwam je bij de bibliotheek terecht?
Nadat ik stopte als politicus, heb ik een paar maanden rust genomen. Vervolgens ging ik op zoek naar een plek waar ik andere mensen gelukkiger kon maken – het liefst buiten mijn eigen omgeving, omdat inwoners me daar nog steeds zouden kennen als politicus.
Toen kwam de functie van directeur-bestuurder bij de Bibliotheek Hoogeveen voorbij. Ik was heel benieuwd naar die functie en die stad: daar wilde ik me graag in verdiepen. Het gevoel was meteen goed. Bovendien kende ik het bibliotheekwezen al als bestuurlijke opdrachtgever. In die hoedanigheid was ik bijvoorbeeld nauw betrokken bij het werk van Rijnbrink.
Was je altijd al een lezer?
Als jonge jongen was ik geen fanatiek lezer, maar was ik wel een fervent bezoeker van de bibliobus die door het dorp, het Twentse Manderveen, reed. Ik kwam daar niet zozeer voor de boeken, maar voor de chauffeur: die zat vol met verhalen, een soort variaties op De Griezelbus van Paul van Loon. Hij kwam op vrijdagmiddag langs en luidde zo het weekend in.
De bibliobuschauffeur was niet alleen bibliothecaris: hij zette af en toe ook de bus langs de kant van het voetbalveld om met ons een potje te spelen. Daar kon hij niets van, maar hij deed het toch. Zo ontstond bij mij ook de motivatie om te lezen: ik voelde me bij hem op mijn gemak, terwijl taal voor mij geen vanzelfsprekendheid was. In die tijd stotterde ik: ik had moeite met het uitspreken van de k en de p.
Mijn ouders hadden het vaak druk. Mijn moeder overleed toen ik elf was; mijn vader had weinig tijd om met mij naar de bibliotheek te gaan. Ik werd opgevoed door het hele dorp, onder wie ook de bibliobuschauffeur. Toen was die bus voor mij heel vanzelfsprekend; nu zie ik hoe essentieel het was dat die rijdende bibliotheek door mijn dorp kwam. De bibliothecaris van de bus is inmiddels overleden, maar ik denk dat hij het heel bijzonder zou vinden om me nu te zien in deze rol als directeur-bestuurder van een bibliotheek.
De chauffeur heeft met zijn speelse manier van werken heel veel jongens en meisjes in het dorp aan het lezen gekregen. Nog steeds zie ik de bibliobus als een grote verrijking van het aanbod van de bibliotheek. Als ik de kans krijg er eentje aan te schaffen voor onze organisatie, doe ik het meteen. We hebben in Hoogeveen een prachtige centrale vestiging, maar kijken ook goed wat de omliggende dorpen nodig hebben. De bibliobus kan een mooie oplossing zijn.
Hoe ben je je loopbaan begonnen?
Ik heb altijd het gevoel gehad iets te willen teruggeven aan de maatschappij: die heeft, vooral in mijn jeugd, zo veel voor mij betekend. Na de middelbare school ging ik daarom technische bedrijfskunde studeren, in de hoop een betekenisvolle positie te verwerven in de samenleving. Daarnaast werd ik op mijn achttiende politiek actief, ook om meer te kunnen betekenen voor jongeren. Al snel kwam ik met voorkeursstemmen in de gemeenteraad. Dat was een mooie match: het beviel me goed om burgers te vertegenwoordigen en een luisterend oor te bieden.
Uiteindelijk werd ik op mijn 24e wethouder van de gemeente Tubbergen. Ik had daarbij steevast een sociale, culturele en maatschappelijke portefeuille, waaronder ook de bibliotheek viel. Na een paar jaar maakte ik de overstap naar de provincie, als gedeputeerde. Ook daar kreeg ik veel energie van. Wel was ik een atypische bestuurder: ik was vooral gericht op een breed draagvlak, en niet alleen maar op het doordrammen van mijn eigen zin. Ik geloof in gemeenschapskracht, waarbij iedereen een stem en een plek krijgt. Dat is ook hoe ik aan het roer van de bibliotheek sta: ik ga uit van de kennis en kunde van collega’s.
Intussen heb ik ook een prachtig gezin opgebouwd: ik ben getrouwd met Joyce, met wie ik vier kinderen heb, waarvan de oudste twaalf is en de jongste zes. Een jaar geleden zei de oudste tegen mij: ik zie je nooit – als ik jou wil bereiken, moet ik het bestuurssecretariaat bellen. Die avond heb ik meteen besloten afscheid te nemen van de politiek: ik wil er zijn voor mijn vrouw en kinderen, zoals zij er andersom ook altijd zijn voor mij.
Video: B Netwerk
Foto: Bibliotheek Hoogeveen
Wat je is je favoriete vakantiebestemming?
Ik ben al een tijdje een Texelganger: sinds we kinderen hebben, genieten we daar van de rust en ruimte. Alles gaat daar langzamer dan in de rest van Nederland. En natuurlijk is de natuur er prachtig.
Sinds een aantal jaar gaan we ook graag naar Frankrijk. Daar laad ik helemaal op. Ik heb de autorit erheen wel nodig om het werk los te laten. Als ik er eenmaal ben, ben ik helemaal losgekoppeld. Hoewel: als ik tijdens mijn hardloopronde in de ochtend iets interessants tegenkom, ga ik het toch onderzoeken. Soms zoek ik zelfs de laatste raadsvergadering nog even op en ga ik beleidsstukken lezen, zodat ik weet wat er in een gebied speelt. Stilzitten vind ik lastig: ik kan moeilijk een paar uur in het zwembad liggen.
Wat is je lievelingsboek?
Sinds ik de politiek verlaten heb, heb ik weer moeten leren lezen. Als politicus leer je razendsnel scannend lezen; dat heb ik moeten afleren. Daarnaast had ik lange tijd geen ruimte om voor mijn plezier een boek te pakken. Nu lukt het me weer om een halfuur achter elkaar geconcentreerd te lezen. Daarna moet ik iets anders gaan doen. Ik wil ook overdenken wat ik lees: ik wil daar meer over opzoeken en gedachten over vormen. Ik beleef boeken ten volste.
Wat weten maar weinig mensen over jou?
Ik steek regelmatig de grens met Duitsland over om voetbaltrainingen te observeren. Daar kan ik dan wel weer uren naar kijken: ik vind het intrigerend om te zien hoe wordt samengewerkt binnen een team en welke rol daarin de coach heeft. Dat geeft me altijd weer nieuwe inzichten en inspiratie.
Ben je meer een denker of een doener?
Ik ben meer een doener. Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het kan – die uitspraak van Pippi Langkous haal ik graag aan. Ik voer liever een experiment uit dat mislukt dan dat we blijven stilstaan. Dan verliezen we maar tijd of geld – dat hoort erbij.
Heb je hobby’s?
Ik ben een groot voetballiefhebber. Ik ben twee jaar geleden weer gaan voetballen, en dan echt serieus: één keer per week trainen en in het weekend competitie spelen. Daarnaast ben ik coach van het team van mijn zoon. Sowieso breng ik graag tijd met mijn kinderen door: niet per se door iets actiefs met ze te doen, maar door gewoon toe te kijken terwijl ze aan het spelen zijn.
Daarnaast houd ik natuurlijk van lezen, maar ook van podcasts. Daarin worden de prachtigste verhalen verteld. Als ik aan het hardlopen ben, zet ik er altijd eentje op. Denk bijvoorbeeld aan onze sectorpodcast De bieb is meer, maar ook aan de politieke podcasts Spindoctors en Betrouwbare bronnen. Ik voorzie dan ook grote kansen voor de podcast als onderdeel van ons bibliotheekaanbod.
Foto: Bibliotheek Hoogeveen
In deze LinkedIn-sessie van 10 juni over de Netwerkagenda gaan Roy de Witte, directeur-bestuurder, Bibliotheek Hoogeveen en Hester van Beek, directeur-bestuurder a.i. van Stichting Bibliotheek Het Groene Hart met elkaar in gesprek over de SPUK-regeling om bibliotheekvoorzieningen te herstellen en te versterken. (Bron: B Netwerk).
Bibliotheekblad 7 • september 2024
De eerste maanden heb ik vooral kennisgemaakt met het personeel en onze partners. Vlak voordat ik begon, heb ik er een paar dagen en nachten doorgebracht, om dichter bij de Hoogeveners te komen. Daardoor ben ik ze beter gaan begrijpen: het zijn echte doeners, die met hun poten in de klei staan.
Nu is het taak de organisatie opnieuw te positioneren. Door bezuinigingen zijn we kwetsbaar geworden: we konden niet voldoen aan de maatschappelijke vraag en verwachtingen. Ik ben dus direct begonnen de organisatie te versterken, onder meer door meer en een ander type personeel aan te nemen: niet de typische bibliothecaris, maar iemand met een hart voor de bibliotheek en een goed gevoel voor de dialoog met de klant.
Daardoor verandert de sfeer ten goede en ontstaat een ander soort gesprek. We krijgen nu ook andere mensen binnen. Dat zien we nu ook terug in onze stijgende ledenaantallen: ook mensen die eerder hun lidmaatschap opzegden komen nu terug. De collectie is daarbij een mooi middel om tot zo’n connectie te komen: we blijven nu eenmaal boekenschuivers en verhalenvertellers, en daar zijn we goed in. Bij ons mag en moet iedereen zich thuis voelen.
Ook met het onderwijs halen we de banden weer aan: we zetten een nieuw aanbod neer, waardoor scholen weer met ons willen samenwerken. Ook onze leesconsulenten leven daardoor weer op.
Is werken bij de bibliotheek anders dan in andere sectoren? Wat is het verschil?
In de basis is iedereen intrinsiek gemotiveerd om het goede te doen voor mensen – dat geldt zowel voor de bibliotheek als voor de politiek. In de bibliotheek bouw je wel meer duurzame relaties op: de politiek is in die zin veel vluchtiger. In de bibliotheek hebben we aandacht voor elkaar: we benutten de tijd en de ruimte om mensen aan ons te binden.
Wel kunnen we in de bibliotheek nog iets leren van de snelheid waarmee in de politiek wordt gereageerd op actuele ontwikkelingen. Aan de andere kant: ook daarin maken we een comeback, mede met dank aan de gelden die onze kant op komen. We hebben duidelijke maatschappelijke opdrachten en sluiten mooie samenwerkingsverbanden. Dat moeten we wel blijven volhouden: we moeten buiten de gebaande paden blijven denken en van elkaar blijven leren, juist ook buiten de sector. Wij werken bijvoorbeeld samen met graffitikunstenaars: zij benaderen de buurt totaal anders dan wij, en daar kunnen we veel van opsteken.
Hoe zou je je leiderschapsstijl typeren?
Ik ben meer een coach dan een leider: ik geef veel ruimte aan het vakmanschap van een medewerker, team of organisatie. Ik ben graag een meewerkend voorman, zodat ik in de praktijk kan zien of iets wel of niet werkt. Tegelijkertijd spreek ik me graag uit over de toekomst: ik formuleer dromen en ambities en bedenk hoe we daarnaartoe kunnen.
Tijdens overleggen teken ik soms, om te laten zien welke functie wij als bibliotheek hebben. Laatst verbeeldde ik de bibliotheek als een haven, van waaruit we met speedbootjes ten strijde kunnen trekken. Soms duurt het even voordat zo’n metafoor landt, maar uiteindelijk heb ik wel het idee dat het helpt om met elkaar het goede gesprek te kunnen voeren.
Ik geloof in elke medewerker. Dat komt ook door mijn eigen verleden: als iemand mij op de basisschool in de klas had zien zitten, met mijn moeite met de k en de p, had niemand verwacht dat ik bibliotheekdirecteur zou worden. Dat verhaal vertel ik graag: ik vind het belangrijk die kwetsbaarheid te tonen en te laten zien wat je allemaal kunt bereiken wanneer je doorzet.
Daarnaast vind ik het belangrijk altijd interesse te tonen in de ander. Toen een klant laatst weinig enthousiast bleek over onze dienstverlening, heb ik anderhalf uur lang een kop thee met haar gedronken. Ik wil mensen de veiligheid bieden om zich te uiten. Misschien hoort dat officieel niet bij mijn takenpakket, maar het is wel mijn stijl.
Ik ben een intuïtief bestuurder. Als mijn gevoel goed zit, ga ik erachteraan. Het leven valt niet te plannen: er komen altijd nieuwe mogelijkheden op je pad, zoals deze functie voor mij.
Op welke prestatie ben je trots?
Ik ben trots op alle kleine ontwikkelingen die ik in gang heb mogen zetten. In de politiek wordt altijd groots gedacht, in termen van nieuwe wegen en de energietransitie, maar voor mij gaat het om de minieme bewegingen in dorpen waardoor het leven van inwoners een stukje beter wordt. Denk bijvoorbeeld aan jongeren die toch een uitkering konden krijgen of een school die heropend kon worden. Die herinneringen vervullen me met trots.
Mis je de politiek?
De mensen wel, maar het systeem niet. Veel mensen zien politiek niet als middel maar als doel. Politicus ben je bovendien elk moment van de dag. Als ik door de supermarkt liep, werd ik continu aangesproken. Soms nam ik mijn vader mee, zodat hij op mijn kinderen kon passen als ik vragen kreeg. Als ik daar nu op terugkijk, voelt dat als een andere wereld. Soms vraag ik me af: was het de moeite wel waard? Af en toe moet ik concluderen dat dat niet altijd het geval is geweest. Ik krijg nog steeds bedankjes voor wat ik in die twaalf jaar voor elkaar heb gekregen, maar dat weegt niet altijd op tegen de kosten. In de politiek verlies je jezelf en je thuis veel te makkelijk.
Hoe kwam je bij de bibliotheek terecht?
Nadat ik stopte als politicus, heb ik een paar maanden rust genomen. Vervolgens ging ik op zoek naar een plek waar ik andere mensen gelukkiger kon maken – het liefst buiten mijn eigen omgeving, omdat inwoners me daar nog steeds zouden kennen als politicus.
Toen kwam de functie van directeur-bestuurder bij de Bibliotheek Hoogeveen voorbij. Ik was heel benieuwd naar die functie en die stad: daar wilde ik me graag in verdiepen. Het gevoel was meteen goed. Bovendien kende ik het bibliotheekwezen al als bestuurlijke opdrachtgever. In die hoedanigheid was ik bijvoorbeeld nauw betrokken bij het werk van Rijnbrink.
Foto: uit de privécollectie van Roy de Witte
Was je altijd al een lezer?
Als jonge jongen was ik geen fanatiek lezer, maar was ik wel een fervent bezoeker van de bibliobus die door het dorp, het Twentse Manderveen, reed. Ik kwam daar niet zozeer voor de boeken, maar voor de chauffeur: die zat vol met verhalen, een soort variaties op De Griezelbus van Paul van Loon. Hij kwam op vrijdagmiddag langs en luidde zo het weekend in.
De bibliobuschauffeur was niet alleen bibliothecaris: hij zette af en toe ook de bus langs de kant van het voetbalveld om met ons een potje te spelen. Daar kon hij niets van, maar hij deed het toch. Zo ontstond bij mij ook de motivatie om te lezen: ik voelde me bij hem op mijn gemak, terwijl taal voor mij geen vanzelfsprekendheid was. In die tijd stotterde ik: ik had moeite met het uitspreken van de k en de p.
Mijn ouders hadden het vaak druk. Mijn moeder overleed toen ik elf was; mijn vader had weinig tijd om met mij naar de bibliotheek te gaan. Ik werd opgevoed door het hele dorp, onder wie ook de bibliobuschauffeur. Toen was die bus voor mij heel vanzelfsprekend; nu zie ik hoe essentieel het was dat die rijdende bibliotheek door mijn dorp kwam. De bibliothecaris van de bus is inmiddels overleden, maar ik denk dat hij het heel bijzonder zou vinden om me nu te zien in deze rol als directeur-bestuurder van een bibliotheek.
De chauffeur heeft met zijn speelse manier van werken heel veel jongens en meisjes in het dorp aan het lezen gekregen. Nog steeds zie ik de bibliobus als een grote verrijking van het aanbod van de bibliotheek. Als ik de kans krijg er eentje aan te schaffen voor onze organisatie, doe ik het meteen. We hebben in Hoogeveen een prachtige centrale vestiging, maar kijken ook goed wat de omliggende dorpen nodig hebben. De bibliobus kan een mooie oplossing zijn.
Hoe ben je je loopbaan begonnen?
Ik heb altijd het gevoel gehad iets te willen teruggeven aan de maatschappij: die heeft, vooral in mijn jeugd, zo veel voor mij betekend. Na de middelbare school ging ik daarom technische bedrijfskunde studeren, in de hoop een betekenisvolle positie te verwerven in de samenleving. Daarnaast werd ik op mijn achttiende politiek actief, ook om meer te kunnen betekenen voor jongeren. Al snel kwam ik met voorkeursstemmen in de gemeenteraad. Dat was een mooie match: het beviel me goed om burgers te vertegenwoordigen en een luisterend oor te bieden.
Uiteindelijk werd ik op mijn 24e wethouder van de gemeente Tubbergen. Ik had daarbij steevast een sociale, culturele en maatschappelijke portefeuille, waaronder ook de bibliotheek viel. Na een paar jaar maakte ik de overstap naar de provincie, als gedeputeerde. Ook daar kreeg ik veel energie van. Wel was ik een atypische bestuurder: ik was vooral gericht op een breed draagvlak, en niet alleen maar op het doordrammen van mijn eigen zin. Ik geloof in gemeenschapskracht, waarbij iedereen een stem en een plek krijgt. Dat is ook hoe ik aan het roer van de bibliotheek sta: ik ga uit van de kennis en kunde van collega’s.
Intussen heb ik ook een prachtig gezin opgebouwd: ik ben getrouwd met Joyce, met wie ik vier kinderen heb, waarvan de oudste twaalf is en de jongste zes. Een jaar geleden zei de oudste tegen mij: ik zie je nooit – als ik jou wil bereiken, moet ik het bestuurssecretariaat bellen. Die avond heb ik meteen besloten afscheid te nemen van de politiek: ik wil er zijn voor mijn vrouw en kinderen, zoals zij er andersom ook altijd zijn voor mij.
Na een langdurige carrière in de politiek besloot Roy de Witte de overstap te maken naar de bibliotheek. Hier kan hij net zo goed zijn maatschappelijke betrokkenheid kwijt: hij houdt oog voor de mens én voor de kleine dingen die levens kunnen veranderen.
‘We zijn prachtige verhalenvertellers’
Roy de Witte, directeur-bestuurder Bibliotheek Hoogeveen
TEKST: ANNE VAN DEN DOOL • FOTO’S: ZIE CREDITS langs zijkant •Video: B Netwerk
MANAGEMENT