Foto: Uit de privécollectie van Freddie Schuldink

Foto: Jasper vd Zwan Fotografie HQ

Freddie tijdens één van zijn vele bergwandelingen in de buurt van Seeboden in Oostenrijk.

Freddie Schuldink: ‘We beoefenen in deze sector topsport: samen boksen we van alles voor elkaar’.

MANAGEMENT

TEKST: ANNE VAN DEN DOOL FOTO’S: ZIE CREDITS langs zijkant

Freddie Schuldink, directeur-bestuurder Bibliotheek Hardenberg en Twenterand

‘Ik houd van structuur’

Sinds 1 januari 2024 is Freddie Schuldink directeur-bestuurder van zowel de Bibliotheek Hardenberg als de Bibliotheek Twenterand. In dat jaar bracht hij meer structuur aan in de organisatie en zette hij stappen richting een bibliotheek, die zichzelf nog beter op de kaart weet te zetten.

Bibliotheekblad 5 • mei 2025

Hoe zou je je leiderschapsstijl typeren?
Ik vind een prettige werkcultuur heel belangrijk: past je functie bij je, heb je het niet te druk? Verder vind ik structuur en verantwoordelijkheid heel belangrijk: is iedereen eigenaar van zijn eigen takenpakket? Tegelijkertijd moet er ruimte zijn om te experimenteren. Volgens mij voelt iedereen in de organisatie zich daar goed bij.

Ik ben heel mensgericht, met veel aandacht voor de collega’s. We werken niet met machines, zeg ik altijd. De basis moet op orde zijn, met goede arbeidsvoorwaarden. Dat is soms best lastig: we zijn kleine organisaties die niet altijd ruime financiële middelen hebben. De komende tijd hoop ik meer te kunnen inzetten op ondersteunende functies, zoals marketing en communicatie en HR, zodat collega’s op dat vlak zo goed mogelijk ontlast worden.

Op welke prestatie ben je trots?
Sinds 2014 is cultuureducatie in de gemeente Hardenberg onderdeel van de bibliotheek. Ik ben er trots op dat we die samenwerking toen zijn aangegaan. Daar pluk ik in mijn huidige functie de vruchten van.

Verder vind ik het heel mooi dat we in Twenterand in één jaar een managementstructuur hebben neergezet die staat als een huis. Daardoor werken we ook tussen afdelingen intensiever samen. Iedereen voelt zich er beter bij: we zetten samen de schouders onder alles wat de bibliotheek is.

Heb je hobby’s?
In het weekend werk ik graag in de tuin. Ook fietsen en wandelen mijn vrouw en ik veel. Verder speel ik graag piano – ik heb zelfs ooit overwogen om naar het conservatorium te gaan, in de richting orgel. Onze drie zoons wonen ook in de buurt – ik ben enkele maanden geleden voor het eerst opa geworden en daar geniet ik enorm van.

Wat is je lievelingsboek of -film?
Ik vind het soms best zoeken naar een goede schrijver. Van Tommy Wieringa geniet ik bijvoorbeeld enorm – zijn verhalende manier van vertellen spreekt me aan. Ik ben ook geen bioscoopbezoeker – af en toe staat op vrijdag- of zaterdagavond thuis een film op, met de open haard aan en een borreltje erbij. Op zulke momenten ben ik vooral op zoek naar ontspanning, met niet te veel denkwerk.

Wat je is je favoriete vakantiebestemming?
Mijn vrouw en ik houden beiden van warm weer. Daarom gingen we de laatste jaren graag naar de Griekse eilanden. We merken wel dat we steeds minder graag vliegen, dus vorig jaar hebben we doorgebracht in Oostenrijk. Deze zomervakantie zijn we waarschijnlijk te vinden in de Dolomieten. Ons tref je niet op een strandbedje, maar met de wandelschoenen aan.

Was je altijd al een lezer?
Dat is een grappige eerste vraag – blijkbaar doet rondlopen in deze sector vermoeden dat iemand veel leest. Dat klopt in mijn geval op dit moment helaas niet helemaal. Ik bezocht met name in mijn studententijd de bibliotheek regelmatig en ik las graag, maar als directeur kom ik aan het lezen van iets anders dan beleidsstukken niet vaak toe. Daarom heb ik een goed voornemen: ik wil weer meer gaan lezen. Het helpt dat mijn vrouw me meeneemt naar de bibliotheek, maar meer dan één boek neem ik vaak niet mee naar huis, wetend dat ik het waarschijnlijk toch niet uitlees.

Welke rol speelde de bibliotheek in je jeugd?
Ik ben opgegroeid in Mariënberg, een klein dorp in de gemeente Hardenberg. Daar was een kleine bibliotheek, waar ik graag te vinden was. Samen met mijn vrienden zat ik daar als tiener vaak aan de grote tafel op de jeugdafdeling, die daar niet alleen stond om aan te lezen, maar ook om te verblijven. In een dorp met zo weinig voorzieningen was zo’n plek heel welkom. Natuurlijk waren we niet altijd rustig, maar we zijn er nooit uit gegooid. Ik nam ook altijd wel een paar boeken mee – zoals De schippers van de Kameleon en Arendsoog. In mijn studieperiode schakelde ik over naar Alistair MacLean en Maarten ’t Hart.

Kwam die liefde voor het lezen en de bibliotheek ook terug in je studiekeuze?
Ik koos in 1984 voor een studie aan de pabo. Dat had ik altijd al in mijn hoofd: ik wilde leerkracht worden. Natuurlijk wilde ik in die rol zoveel mogelijk kinderen aan het lezen krijgen. Ik begon in groep vier, waarin technisch lezen de hoofdmoot vormde, en schoof in de loop der tijd door naar groep acht, toen enthousiasmeren om zelf te gaan lezen belangrijker werd. Ik probeerde een voorbeeldfunctie te vervullen, door in het dagelijkse programma tijd in te ruimen voor vrij lezen. In het lokaal stond een kast met een mooie collectie, waar men altijd een boek uit mocht pakken. Ook kwamen er leesmoeders langs, die hielpen met technisch lezen.

Als ik terugdenk aan die periode, had ik er best nog wat meer tijd en energie in mogen steken. Er is sindsdien zoveel tijd verstreken en met de vaardigheden van de jeugd op het gebied van technisch lezen is het alleen maar erger geworden. Daarom vind ik het ook zo belangrijk om in de bibliotheek te werken, waar we het onderwijs zo goed mogelijk proberen te ondersteunen. Had ik dat maar gehad toen ik voor de klas stond, denk ik soms. Wel brachten we één of twee keer per jaar een bezoek aan de bibliotheek en een groot deel van de leerlingen kwam daar uit zichzelf al vaak.

Ik heb ook het idee dat toen meer thuis werd gelezen dan nu – dat zien we ook terug in de cijfers. Leerkrachten hebben een voorbeeldfunctie: als zij niet lezen, lezen leerlingen ook niet. Ook culturele vorming is heel belangrijk, waarbij in het onderwijs steeds meer aandacht wordt besteed aan onder andere beeldende kunst, dans, theater en cultureel erfgoed. Ook ik had dat in die tijd nog veel beter kunnen doen.

Hoe is je loopbaan verder verlopen?
Ik heb uiteindelijk bijna vijftien jaar in het onderwijs gewerkt – eerst als groepsleerkracht, later ook als adjunct-directeur. Daar heb ik altijd enorm van genoten – niet alleen van het lesgeven zelf, maar ook van de uitjes, de groep acht-musical en het contact met het voortgezet onderwijs. Wel heb ik altijd gezegd: je moet jong en fris blijven, zeker in het contact met kinderen. Ook had ik het na zoveel jaar wel een beetje gezien: met zo’n strak jaarprogramma kom je op een gegeven moment toch in een sleur terecht.

De overstap naar een andere baan gaat vanuit het onderwijs niet per se makkelijk. Als leerkracht ben je breed georiënteerd, maar je hebt geen specialisme. Uiteindelijk kostte het me meer dan een jaar om een nieuwe plek te vinden. Ik solliciteerde op allerlei functies die ik in de krant zag. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat de ambtenarij misschien wel bij me paste. En inderdaad: in 2003 werd ik bij de gemeente Hardenberg aangenomen – aanvankelijk als beleidsmedewerker onderwijs, later met een portefeuille die zich richtte op cultuur in de breedte. Daar heb ik meer dan twintig jaar met veel plezier gewerkt, tot ik de overstap maakte naar deze functie als bibliotheekdirecteur. Dat voelde als een logische route: ik had al nauw contact met mijn voorganger over de ontwikkelingen in de politiek en in de bibliotheek.

Hoe kwam je in je huidige rol terecht?
Toen mijn voorganger vertrok, dacht ik in eerste instantie niet aan mezelf als zijn opvolger. Toen realiseerde ik me wat een mooie manier het me leek om de laatste jaren van mijn loopbaan in te vullen. Nog steeds ben ik heel blij dat ik de overstap heb gemaakt: ik ga elke dag met veel plezier naar mijn werk.

Ik werk voor twee organisaties: de bibliotheek in Hardenberg en in Twenterand, met respectievelijk elf en vier vestigingen. In beide organisaties mag ik samenwerken met heel betrokken collega’s. Ook heb ik een breed netwerk in beide gemeenten, met nauw contact met andere instellingen. Verder vind ik het heerlijk om in de bibliotheek rond te wandelen. Ik heb niet eens een eigen kantoor: ik ben altijd onderweg.

Daarnaast vind ik het fantastisch om te zien hoe de bibliotheek in beweging is, met allerhande projecten en vormen van financiering die ons verder brengen, zowel in de provincie als landelijk. De zorgplicht gaat ons eveneens veel brengen. Er is zoveel reuring in deze sector, je verveelt je nooit.

Wel maak ik me zorgen om komend ravijnjaar. Gemeenten moeten goed kijken hoe ze ons in dat jaar kunnen blijven ondersteunen. Met mijn achtergrond in het ambtelijk apparaat weet ik mijn weg gelukkig wel te vinden in al die bestuurlijke besluitvormingsprocessen.

Wat was je eerste indruk van de bieb?
Ik kwam in Hardenberg al regelmatig in de bibliotheek. Die is enkele jaren geleden opnieuw ingericht, met een prachtig resultaat. We zitten in één pand met meerdere onderwijsinstellingen, dus er komen altijd jongeren over de vloer.

Dat mooie plaatje kende ik, maar de interne organisatie was nog nieuw voor me. Ook de gemeente Twenterand was voor mij nog onbekend. De omgeving is vergelijkbaar, met dezelfde problematiek – met name laaggeletterdheid, mede voortkomend uit het sterke dialect dat in deze omgeving leeft, staat hier hoog op de agenda.

Die gecombineerde directeursfunctie bestond al een aantal jaar toen ik solliciteerde. Dat is best een uitdaging: ik werk in totaal meer dan veertig uur per week. Ik streef ernaar dat de komende jaren terug te brengen tot een reguliere werkweek.

In Hardenberg zag ik al veel structuur. In Twenterand is de organisatie kleiner, met loyale medewerkers, maar een duidelijke aansturing was er minder. Daarop heb ik ingezet met een nieuwe managementstructuur, inclusief een sterke projectleider, die voor beide organisaties werkt.

Wat is je indruk van de bibliotheeksector in de breedte?
Het netwerk van de provincie Overijssel kende ik vanuit de gemeente al goed: ik was al nauw betrokken bij het overleg tussen ambtenaren en bibliotheekdirecteuren. Ook kwam ik al geregeld bij Rijnbrink over de vloer. Nu zie ik dat netwerk meer van binnenuit. We beoefenen in deze sector topsport, realiseer ik me steeds meer: samen boksen we van alles voor elkaar. Als je van uitdaging houdt, moet je bij de bibliotheek gaan werken, zeg ik altijd.

Is werken bij de bibliotheek anders dan in andere sectoren? Wat is het verschil?
Het grote verschil zit ‘m in het personeel. In het onderwijs en de gemeente kom je alleen maar mensen tegen met dezelfde achtergrond: ze hebben de pabo of bedrijfskunde gedaan. In de bibliotheek is dat veel diverser: van collega’s met een klassieke bibliotheekopleiding tot medewerkers met een onderwijsachtergrond. Dat vind ik een heel mooie kruisbestuiving: blijkbaar zijn wij als bibliotheeksector aantrekkelijk voor leerkrachten. Wel zijn onze arbeidsvoorwaarden in de bibliotheek minder riant dan in het onderwijs, waarschuw ik altijd, maar toch maken ze de overstap, omdat ze na een aantal jaar voor de klas merken hoe intensief dat is. Een baan in de bieb is relatief meer relaxed – hoewel je in veel functies een hoop verantwoordelijkheden krijgt.

Wat zijn je ambities binnen het directeurschap?
Ik wil structuur aanbrengen en zorgen voor betere arbeidsvoorwaarden. Daarnaast wil ik werken aan een beter imago voor de bibliotheek. Veel mensen zien ons nog als één grote boekenkast. Van dat stoffige beeld wil ik af, onder meer met een pr-plan voor beide bibliotheekorganisaties. We laten nu al meer zien dat we er zijn. Zo rijden we sinds vorig jaar bijvoorbeeld rond in een elektrische bus, gestyled in de kleuren van de bibliotheek, met termen als ‘lees’, ‘leer’, ‘ontdek’, ‘verwonder’ en ‘ontmoet’ op de zijkant. Wanneer we daarmee voor een schoolgebouw staan, vallen we op.

Daarnaast willen we het aantal vestigingen uitbreiden en de inrichting van onze bestaande filialen upgraden. We fungeren steeds vaker als huiskamer van de stad, vaak als onderdeel van een multifunctionele accommodatie, met veel mooie samenwerkingen tot gevolg. In dat kader is onze hoofdvestiging in de gemeente Twenterand een grote uitdaging: die gaat dit jaar verhuizen naar het gemeentehuis. De planvorming is rond, maar de laatste financiële afspraken met de gemeente moeten nog worden gemaakt. Ook hierin helpt het dat ik het klappen van de zweep daar vrij aardig ken.

Ook de versterking van onze programmering krijgt aandacht. Hierin probeer ik eveneens meer structuur aan te brengen: wat is de behoefte van de inwoners van onze 29 Hardenbergse kernen? Onze elf vestigingen zijn daar vaak niet groot genoeg om grote activiteiten te organiseren en toch wil ik overal kwaliteit bieden. Samen met de collega’s hoop ik ervoor te zorgen dat er over enkele jaren echt een andere bibliotheek staat.

Ik heb verder geen persoonlijke ambities: ik heb nog een jaar of acht tot mijn pensioen, en ik denk dat ik me hier in die jaren prima ga vermaken.

Foto: Uit de privécollectie van Freddie Schuldink

Freddie tijdens één van zijn vele bergwandelingen in de buurt van Seeboden in Oostenrijk.

Foto: Jasper vd Zwan Fotografie HQ

Freddie Schuldink: ‘We beoefenen in deze sector topsport: samen boksen we van alles voor elkaar’.

Foto: Bibliotheek Hoogeveen

Bibliotheekblad 5 • mei 2025

Sinds 1 januari 2024 is Freddie Schuldink directeur-bestuurder van zowel de Bibliotheek Hardenberg als de Bibliotheek Twenterand. In dat jaar bracht hij meer structuur aan in de organisatie en zette hij stappen richting een bibliotheek, die zichzelf nog beter op de kaart weet te zetten.

‘Ik houd van structuur’

Freddie Schuldink, directeur-bestuurder Bibliotheek Hardenberg en Twenterand

TEKST: ANNE VAN DEN DOOL FOTO’S: ZIE CREDITS langs zijkant

MANAGEMENT

Was je altijd al een lezer?
Dat is een grappige eerste vraag – blijkbaar doet rondlopen in deze sector vermoeden dat iemand veel leest. Dat klopt in mijn geval op dit moment helaas niet helemaal. Ik bezocht met name in mijn studententijd de bibliotheek regelmatig en ik las graag, maar als directeur kom ik aan het lezen van iets anders dan beleidsstukken niet vaak toe. Daarom heb ik een goed voornemen: ik wil weer meer gaan lezen. Het helpt dat mijn vrouw me meeneemt naar de bibliotheek, maar meer dan één boek neem ik vaak niet mee naar huis, wetend dat ik het waarschijnlijk toch niet uitlees.

Welke rol speelde de bibliotheek in je jeugd?
Ik ben opgegroeid in Mariënberg, een klein dorp in de gemeente Hardenberg. Daar was een kleine bibliotheek, waar ik graag te vinden was. Samen met mijn vrienden zat ik daar als tiener vaak aan de grote tafel op de jeugdafdeling, die daar niet alleen stond om aan te lezen, maar ook om te verblijven. In een dorp met zo weinig voorzieningen was zo’n plek heel welkom. Natuurlijk waren we niet altijd rustig, maar we zijn er nooit uit gegooid. Ik nam ook altijd wel een paar boeken mee – zoals De schippers van de Kameleon en Arendsoog. In mijn studieperiode schakelde ik over naar Alistair MacLean en Maarten ’t Hart.

Kwam die liefde voor het lezen en de bibliotheek ook terug in je studiekeuze?
Ik koos in 1984 voor een studie aan de pabo. Dat had ik altijd al in mijn hoofd: ik wilde leerkracht worden. Natuurlijk wilde ik in die rol zoveel mogelijk kinderen aan het lezen krijgen. Ik begon in groep vier, waarin technisch lezen de hoofdmoot vormde, en schoof in de loop der tijd door naar groep acht, toen enthousiasmeren om zelf te gaan lezen belangrijker werd. Ik probeerde een voorbeeldfunctie te vervullen, door in het dagelijkse programma tijd in te ruimen voor vrij lezen. In het lokaal stond een kast met een mooie collectie, waar men altijd een boek uit mocht pakken. Ook kwamen er leesmoeders langs, die hielpen met technisch lezen.

Als ik terugdenk aan die periode, had ik er best nog wat meer tijd en energie in mogen steken. Er is sindsdien zoveel tijd verstreken en met de vaardigheden van de jeugd op het gebied van technisch lezen is het alleen maar erger geworden. Daarom vind ik het ook zo belangrijk om in de bibliotheek te werken, waar we het onderwijs zo goed mogelijk proberen te ondersteunen. Had ik dat maar gehad toen ik voor de klas stond, denk ik soms. Wel brachten we één of twee keer per jaar een bezoek aan de bibliotheek en een groot deel van de leerlingen kwam daar uit zichzelf al vaak.

Ik heb ook het idee dat toen meer thuis werd gelezen dan nu – dat zien we ook terug in de cijfers. Leerkrachten hebben een voorbeeldfunctie: als zij niet lezen, lezen leerlingen ook niet. Ook culturele vorming is heel belangrijk, waarbij in het onderwijs steeds meer aandacht wordt besteed aan onder andere beeldende kunst, dans, theater en cultureel erfgoed. Ook ik had dat in die tijd nog veel beter kunnen doen.

Hoe is je loopbaan verder verlopen?
Ik heb uiteindelijk bijna vijftien jaar in het onderwijs gewerkt – eerst als groepsleerkracht, later ook als adjunct-directeur. Daar heb ik altijd enorm van genoten – niet alleen van het lesgeven zelf, maar ook van de uitjes, de groep acht-musical en het contact met het voortgezet onderwijs. Wel heb ik altijd gezegd: je moet jong en fris blijven, zeker in het contact met kinderen. Ook had ik het na zoveel jaar wel een beetje gezien: met zo’n strak jaarprogramma kom je op een gegeven moment toch in een sleur terecht.

De overstap naar een andere baan gaat vanuit het onderwijs niet per se makkelijk. Als leerkracht ben je breed georiënteerd, maar je hebt geen specialisme. Uiteindelijk kostte het me meer dan een jaar om een nieuwe plek te vinden. Ik solliciteerde op allerlei functies die ik in de krant zag. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat de ambtenarij misschien wel bij me paste. En inderdaad: in 2003 werd ik bij de gemeente Hardenberg aangenomen – aanvankelijk als beleidsmedewerker onderwijs, later met een portefeuille die zich richtte op cultuur in de breedte. Daar heb ik meer dan twintig jaar met veel plezier gewerkt, tot ik de overstap maakte naar deze functie als bibliotheekdirecteur. Dat voelde als een logische route: ik had al nauw contact met mijn voorganger over de ontwikkelingen in de politiek en in de bibliotheek.

Hoe kwam je in je huidige rol terecht?
Toen mijn voorganger vertrok, dacht ik in eerste instantie niet aan mezelf als zijn opvolger. Toen realiseerde ik me wat een mooie manier het me leek om de laatste jaren van mijn loopbaan in te vullen. Nog steeds ben ik heel blij dat ik de overstap heb gemaakt: ik ga elke dag met veel plezier naar mijn werk.

Ik werk voor twee organisaties: de bibliotheek in Hardenberg en in Twenterand, met respectievelijk elf en vier vestigingen. In beide organisaties mag ik samenwerken met heel betrokken collega’s. Ook heb ik een breed netwerk in beide gemeenten, met nauw contact met andere instellingen. Verder vind ik het heerlijk om in de bibliotheek rond te wandelen. Ik heb niet eens een eigen kantoor: ik ben altijd onderweg.

Daarnaast vind ik het fantastisch om te zien hoe de bibliotheek in beweging is, met allerhande projecten en vormen van financiering die ons verder brengen, zowel in de provincie als landelijk. De zorgplicht gaat ons eveneens veel brengen. Er is zoveel reuring in deze sector, je verveelt je nooit.

Wel maak ik me zorgen om komend ravijnjaar. Gemeenten moeten goed kijken hoe ze ons in dat jaar kunnen blijven ondersteunen. Met mijn achtergrond in het ambtelijk apparaat weet ik mijn weg gelukkig wel te vinden in al die bestuurlijke besluitvormingsprocessen.

Wat was je eerste indruk van de bieb?
Ik kwam in Hardenberg al regelmatig in de bibliotheek. Die is enkele jaren geleden opnieuw ingericht, met een prachtig resultaat. We zitten in één pand met meerdere onderwijsinstellingen, dus er komen altijd jongeren over de vloer.

Dat mooie plaatje kende ik, maar de interne organisatie was nog nieuw voor me. Ook de gemeente Twenterand was voor mij nog onbekend. De omgeving is vergelijkbaar, met dezelfde problematiek – met name laaggeletterdheid, mede voortkomend uit het sterke dialect dat in deze omgeving leeft, staat hier hoog op de agenda.

Die gecombineerde directeursfunctie bestond al een aantal jaar toen ik solliciteerde. Dat is best een uitdaging: ik werk in totaal meer dan veertig uur per week. Ik streef ernaar dat de komende jaren terug te brengen tot een reguliere werkweek.

In Hardenberg zag ik al veel structuur. In Twenterand is de organisatie kleiner, met loyale medewerkers, maar een duidelijke aansturing was er minder. Daarop heb ik ingezet met een nieuwe managementstructuur, inclusief een sterke projectleider, die voor beide organisaties werkt.

Wat is je indruk van de bibliotheeksector in de breedte?
Het netwerk van de provincie Overijssel kende ik vanuit de gemeente al goed: ik was al nauw betrokken bij het overleg tussen ambtenaren en bibliotheekdirecteuren. Ook kwam ik al geregeld bij Rijnbrink over de vloer. Nu zie ik dat netwerk meer van binnenuit. We beoefenen in deze sector topsport, realiseer ik me steeds meer: samen boksen we van alles voor elkaar. Als je van uitdaging houdt, moet je bij de bibliotheek gaan werken, zeg ik altijd.

Is werken bij de bibliotheek anders dan in andere sectoren? Wat is het verschil?
Het grote verschil zit ‘m in het personeel. In het onderwijs en de gemeente kom je alleen maar mensen tegen met dezelfde achtergrond: ze hebben de pabo of bedrijfskunde gedaan. In de bibliotheek is dat veel diverser: van collega’s met een klassieke bibliotheekopleiding tot medewerkers met een onderwijsachtergrond. Dat vind ik een heel mooie kruisbestuiving: blijkbaar zijn wij als bibliotheeksector aantrekkelijk voor leerkrachten. Wel zijn onze arbeidsvoorwaarden in de bibliotheek minder riant dan in het onderwijs, waarschuw ik altijd, maar toch maken ze de overstap, omdat ze na een aantal jaar voor de klas merken hoe intensief dat is. Een baan in de bieb is relatief meer relaxed – hoewel je in veel functies een hoop verantwoordelijkheden krijgt.

Wat zijn je ambities binnen het directeurschap?
Ik wil structuur aanbrengen en zorgen voor betere arbeidsvoorwaarden. Daarnaast wil ik werken aan een beter imago voor de bibliotheek. Veel mensen zien ons nog als één grote boekenkast. Van dat stoffige beeld wil ik af, onder meer met een pr-plan voor beide bibliotheekorganisaties. We laten nu al meer zien dat we er zijn. Zo rijden we sinds vorig jaar bijvoorbeeld rond in een elektrische bus, gestyled in de kleuren van de bibliotheek, met termen als ‘lees’, ‘leer’, ‘ontdek’, ‘verwonder’ en ‘ontmoet’ op de zijkant. Wanneer we daarmee voor een schoolgebouw staan, vallen we op.

Daarnaast willen we het aantal vestigingen uitbreiden en de inrichting van onze bestaande filialen upgraden. We fungeren steeds vaker als huiskamer van de stad, vaak als onderdeel van een multifunctionele accommodatie, met veel mooie samenwerkingen tot gevolg. In dat kader is onze hoofdvestiging in de gemeente Twenterand een grote uitdaging: die gaat dit jaar verhuizen naar het gemeentehuis. De planvorming is rond, maar de laatste financiële afspraken met de gemeente moeten nog worden gemaakt. Ook hierin helpt het dat ik het klappen van de zweep daar vrij aardig ken.

Ook de versterking van onze programmering krijgt aandacht. Hierin probeer ik eveneens meer structuur aan te brengen: wat is de behoefte van de inwoners van onze 29 Hardenbergse kernen? Onze elf vestigingen zijn daar vaak niet groot genoeg om grote activiteiten te organiseren en toch wil ik overal kwaliteit bieden. Samen met de collega’s hoop ik ervoor te zorgen dat er over enkele jaren echt een andere bibliotheek staat.

Ik heb verder geen persoonlijke ambities: ik heb nog een jaar of acht tot mijn pensioen, en ik denk dat ik me hier in die jaren prima ga vermaken.

Hoe zou je je leiderschapsstijl typeren?
Ik vind een prettige werkcultuur heel belangrijk: past je functie bij je, heb je het niet te druk? Verder vind ik structuur en verantwoordelijkheid heel belangrijk: is iedereen eigenaar van zijn eigen takenpakket? Tegelijkertijd moet er ruimte zijn om te experimenteren. Volgens mij voelt iedereen in de organisatie zich daar goed bij.

Ik ben heel mensgericht, met veel aandacht voor de collega’s. We werken niet met machines, zeg ik altijd. De basis moet op orde zijn, met goede arbeidsvoorwaarden. Dat is soms best lastig: we zijn kleine organisaties die niet altijd ruime financiële middelen hebben. De komende tijd hoop ik meer te kunnen inzetten op ondersteunende functies, zoals marketing en communicatie en HR, zodat collega’s op dat vlak zo goed mogelijk ontlast worden.

Op welke prestatie ben je trots?
Sinds 2014 is cultuureducatie in de gemeente Hardenberg onderdeel van de bibliotheek. Ik ben er trots op dat we die samenwerking toen zijn aangegaan. Daar pluk ik in mijn huidige functie de vruchten van.

Verder vind ik het heel mooi dat we in Twenterand in één jaar een managementstructuur hebben neergezet die staat als een huis. Daardoor werken we ook tussen afdelingen intensiever samen. Iedereen voelt zich er beter bij: we zetten samen de schouders onder alles wat de bibliotheek is.

Heb je hobby’s?
In het weekend werk ik graag in de tuin. Ook fietsen en wandelen mijn vrouw en ik veel. Verder speel ik graag piano – ik heb zelfs ooit overwogen om naar het conservatorium te gaan, in de richting orgel. Onze drie zoons wonen ook in de buurt – ik ben enkele maanden geleden voor het eerst opa geworden en daar geniet ik enorm van.

Wat is je lievelingsboek of -film?
Ik vind het soms best zoeken naar een goede schrijver. Van Tommy Wieringa geniet ik bijvoorbeeld enorm – zijn verhalende manier van vertellen spreekt me aan. Ik ben ook geen bioscoopbezoeker – af en toe staat op vrijdag- of zaterdagavond thuis een film op, met de open haard aan en een borreltje erbij. Op zulke momenten ben ik vooral op zoek naar ontspanning, met niet te veel denkwerk.

Wat je is je favoriete vakantiebestemming?
Mijn vrouw en ik houden beiden van warm weer. Daarom gingen we de laatste jaren graag naar de Griekse eilanden. We merken wel dat we steeds minder graag vliegen, dus vorig jaar hebben we doorgebracht in Oostenrijk. Deze zomervakantie zijn we waarschijnlijk te vinden in de Dolomieten. Ons tref je niet op een strandbedje, maar met de wandelschoenen aan.