Foto: Uit de privécollectie van Jeffreye Vossen
Foto: Remon Kappen
Jeffreye Vossen: ‘We gaan meermaals per jaar naar een themapark. Mijn vrouw en ik hebben een abonnement op Disneyland Parijs’.
Jeffreye Vossen: ‘In Dommeldal staat de samenwerking met het onderwijs nog relatief in de kinderschoenen. Ik wil me de komende jaren graag hardmaken voor een stevige uitbreiding’.
MANAGEMENT
TEKST: ANNE Louïse VAN DEN DOOL • FOTO’S: ZIE CREDITS langs zijkant
Jeffreye Vossen, directeur-bestuurder de Bibliotheek Dommeldal
‘Ik ga graag gedoseerd vooruit’
Na dertig jaar in het onderwijs maakte Jeffreye Vossen in april van dit jaar de overstap naar de bibliotheekbranche: hij werd directeur-bestuurder van de Bibliotheek Dommeldal. Daar krijgt hij de kans om nog directer bij te dragen aan de maatschappij die hij in zijn ambities zo centraal stelt.
Bibliotheekblad 7 • september 2025
Wat is je lievelingsboek of -film?
Ik heb een complete kast met alleen maar politieke boeken, variërend van boeken over de Amerikaanse politiek tot biografieën uiteenlopend van Joop den Uyl, Fidel Castro en mijn favoriete politicus Bill Clinton. Ik doe er alles aan om de wereld beter te leren begrijpen. Op filmvlak voel ik dezelfde drijfveer: ik ga het liefst voor verhalen die gebaseerd zijn op iets wat waargebeurd is, of juist helemaal de andere kant op, voor de fantasiewerelden van Disney, Marvel en Star Wars. Dat is een interessante tegenstelling tussen de volwassene en het kind in mij. Intellectueel word ik graag uitgedaagd, maar ik vind het ook fijn om daar af en toe ook even uit te stappen en me onder te dompelen in een concert of fantasiewereld. Dat maakt het leven een stuk lichter.
Wat je is je favoriete vakantiebestemming?
Niet heel verrassend: we gaan meermaals per jaar naar een themapark. Mijn vrouw en ik hebben een abonnement op Disneyland Parijs. Verder maak ik graag stedentrips, gewoon even weg en nieuwe plekken ontdekken. Verder duiken we graag, dus we zoeken het liefst warme landen op waar dat goed kan, zoals de Caribische eilanden. Ik geniet graag van het leven.
Was je altijd al een lezer?
De bibliotheek was voor mij als kleine jongen heel belangrijk. Ik ben opgegroeid in Weert, een middelgrote stad met een goede bibliotheek en een uitstekende jeugdafdeling. Thuis werd veel gelezen en er stonden dus een hoop boeken in de kast, maar als ik in de bibliotheek was, keek ik nog steeds mijn ogen uit. Vervolgens kwam ik er een tijdje niet: ik werd een echte boekenkoper. Toen ik kinderen kreeg, bezocht ik de bibliotheek weer vaker. Ook in de laatste jaren dat ik werkte in het onderwijs kwam de bibliotheek weer meer bij mij in the picture, maar dan als samenwerkingspartner.
Hoe is je loopbaan verlopen?
Ik ben ontzettend nieuwsgierig en maatschappelijk betrokken – dat zijn mijn belangrijkste drijfveren. Op de middelbare school wilde ik daarom graag journalist worden. Helaas werd ik uitgeloot bij de School voor Journalistiek in Tilburg. Daarop besloot ik maar een jaartje Nederlands te gaan studeren. Dat beviel me zo goed dat ik daadwerkelijk ben afgestudeerd als neerlandicus en voor de klas belandde. Binnen die branche kwam ik al vrij snel terecht in managementfuncties.
In die tijd ontwikkelden steeds meer schoolbibliotheken zich tot mediatheken. Ik stond ernaast toen op grote boekenmarkten op scholen hele collecties van de hand werden gedaan. Dat vond ik een bijzonder pijnlijke zaak: ik ben een echte analoge lezer. Ik was dan ook extra blij, toen ik zag dat de schoolbibliotheken de laatste jaren een comeback maakten, in nauwe samenwerking met de openbare bibliotheken. Die samenwerking draait niet alleen om collecties, maar ook om het delen van expertise. Leerkrachten voelen vaak veel passie voor lezen, maar hebben er vaak de ruimte niet voor in hun drukke baan om zich er echt in te specialiseren. In Dommeldal staat de samenwerking met het onderwijs nog relatief in de kinderschoenen; ik wil me de komende jaren graag hardmaken voor een stevige uitbreiding.
Hoe kwam je bij de bibliotheek terecht?
Na meer dan dertig jaar in het onderwijs had ik zo’n beetje alle rollen wel gehad. Op het laatst was ik bestuurder, en ik merkte interessant genoeg dat ik in die functie niet zo gelukkig was. Ik miste mensen om me heen: je zit als onderwijsbestuurder niet tussen de docenten en de leerlingen, maar bent altijd te gast op je eigen scholen. Dat paste niet zo goed bij mij als mensenmens.
Daarom ging ik om me heen kijken: welke rollen zou ik nog meer kunnen vervullen binnen het maatschappelijk domein, dicht tegen het onderwijs aan? Al snel kwam ik terecht bij die ene prettige samenwerkingspartner: de bibliotheek. Hier kan ik dagelijks samenwerken met mijn collega’s en tegelijkertijd mijn bestuurlijke ervaring gebruiken. Bovendien voelt dit werk heel betekenisvol. De bibliotheek staat midden in de samenleving: we betekenen echt iets voor de gemeenschap. Ook mijn oude liefde voor taal en boeken stroomt hier weer volop door mijn aderen.
Wat was je eerste indruk van de bieb?
Het was meteen een warm bad. Iedereen die in de bibliotheek werkt, heeft een hart voor de zaak. Allemaal nemen ze de volle verantwoordelijkheid voor hun stukje binnen het grotere geheel. Uiteindelijk is het mijn rol als directeur-bestuurder om collega’s die ruimte te geven en te stimuleren dat zij dat werk zo goed mogelijk doen.
Verder viel de prachtige diversiteit aan bibliotheken in ons werkgebied me op. Ze passen allemaal op hun eigen manier perfect bij de gemeenschap. Neem bijvoorbeeld Mierlo: een pand dat de vorm heeft van een opengeklapt boek en lang geleden is ontstaan vanuit een burgerinitiatief. Die vestiging wordt nog steeds volop gedragen door de gemeenschap. Of het Dommelhuis in Son en Breugel, dat een paar jaar geleden nog de prijs voor Beste Bibliotheek kreeg en waarin onder meer ook een theater te vinden is. Die vestiging draait juist volop op samenwerkingen met andere professionele en vrijwilligersorganisaties in die gemeente. Geldrop is onze grootste kern: daar heeft de bibliotheek juist een wat meer stadse uitstraling.
In al onze vestigingen staat samenwerking voorop. Dat kent soms ook uitdagingen: sommige maatschappelijke opdrachten die we als bibliotheek hebben meegekregen, worden al door een andere organisatie – vaak vrijwillig – opgepakt. In dat geval gaan we met elkaar in gesprek en ontstaan er alsnog mooie samenwerkingen. Onze bibliotheek heeft naast professionele medewerkers inmiddels ruim tweehonderdvijftig vrijwilligers. Dat zegt iets over het draagvlak in onze gemeenten.
Wat is je indruk van de bibliotheeksector in de breedte?
Ik ervoer direct een sterke onderlinge verbondenheid: niet alleen landelijk, maar ook provinciaal en regionaal, in de vorm van nauw overleg met andere Brabantse bibliotheken en specifiek de Brainport-bibliotheken in Eindhoven en omgeving. Daardoor weet ik mijn collega’s in bijvoorbeeld Weert, Eindhoven en Helmond makkelijk te vinden: ik kan ze altijd bellen met een vraag. Dat geldt ook voor de ondersteuning vanuit Cubiss. Het onderwijs kent zulke netwerken ook, maar die zijn een stuk formeler. Het onderwijs heeft meer neiging zelf het wiel te willen uitvinden; in de bibliotheeksector wordt nauwer samengewerkt en met en van elkaar geleerd. Dat hielp mij als kersverse directeur-bestuurder in een voor mij onbekende sector enorm.
Ook voel ik me sterk ondersteund door de VOB en de landelijke lobby die zij voert. Ik vond de documenten die ik bij mijn intrede in de sector onder ogen kreeg van hoge kwaliteit. Van stedelijke tot plattelandsbibliotheken: iedereen opereert binnen de eigen mogelijkheden heel professioneel.
Zijn er meer verschillen tussen de bibliotheek en het onderwijs?
Het onderwijs is van nature gericht op ontwikkeling: er wordt sterk geïnvesteerd in medewerkers, met scholing en goede gesprekken over persoonlijke drijfveren. Dat speelt in de bibliotheek minder. Er zijn flink wat bibliotheekopleidingen, maar het lukt niet altijd om mensen daarheen te krijgen. Ik vraag me af waardoor dat komt: is het een kwestie van bescheidenheid? Mogelijk heeft het ook te maken met de cao: in het onderwijs is voor deskundigheidsbevordering een aparte post opgenomen. Daarvoor lijkt in de bibliotheek zowel qua tijd als geld helaas minder ruimte.
Wat zijn je ambities binnen het directeurschap?
Ik wil graag op zoek naar de balans tussen de klassieke bibliotheek en alle nieuwe functies die er de afgelopen jaren bij zijn gekomen. Die eerste component krijgt niet altijd meer de aandacht die hij verdient. Daarnaast zie ik grote kansen voor de samenwerking met het onderwijs. Verder wil ik meer aandacht besteden aan democratisch burgerschap. De bibliotheek is een unieke, neutrale plek. In een wereld die zo sterk gepolariseerd raakt, kunnen we een belangrijke rol spelen: door te informeren en tot denken aan te zetten, maar ook door mensen elkaar te laten ontmoeten. Dat kan bijna nergens meer op een laagdrempelige manier. Ook in Dommeldal wil ik die waarde goed borgen. Later dit jaar starten we met een nieuwe beleidsvisie, waarin we het verhaal van onze bibliotheek opnieuw goed kunnen neerzetten.
Hoe zou je je leiderschapsstijl typeren?
Medewerkers zijn je grootste kapitaal. Als een collega goed in zijn vel zit, kan die de gasten van de bibliotheek ook prettig ontvangen. Ik wil dat faciliteren, met name door duidelijke kaders te bieden, met daarbinnen veel persoonlijke ruimte voor iedereen. In kleurentests kom ik als groen en geel uit de bus: ik wil veel samen doen, maar ben uiteindelijk wel degene die de knoop doorhakt. Ik houd niet van stilstand: ik ga graag gedoseerd vooruit, passend bij het tempo dat de organisatie kan behappen. En ik ben een rasoptimist: ik bekijk het glas graag van de volle kant en zoek altijd naar hoe dingen wel kunnen.
Op welke prestatie ben je trots?
Een jaar of vijftien geleden was ik rector van mijn eigen oude middelbare school. Ik gaf als relatieve jongeling leiding aan docenten van wie ik deels zelf nog les had gehad. Daar maakten we de transitie naar een nieuw schoolgebouw – een redelijk unieke aangelegenheid in het onderwijs: dat doe je gemiddeld maar eens in de veertig jaar.
Als je aan collega’s vraagt hoe dat nieuwe pand eruit moet zien, zeggen ze: doe mij maar hetzelfde gebouw, maar met nieuwe stenen – terwijl het natuurlijk een uitgelezen kans is om te innoveren. In dat nieuwe pand moest het nieuwe, competentiegerichte leren een betere plek krijgen. Dat proces stuitte op weerstand: men zag het niet voor zich.
Uiteindelijk duurde het hele proces vijf jaar, maar hadden collega’s er wel zin in. Ook dat lukte alleen maar door gedoseerd vooruit te gaan en door mensen in hun waarde te laten. We hadden oog voor de manier waarop we mensen konden prikkelen om weer passie voor het project te gaan voelen. Elke keer als ik dat gebouw zie en die mensen tegenkom, ben ik weer trots op hoe we dat voor elkaar gekregen hebben. Het was ook een proces vol persoonlijke groei, waarin ik veel heb geleerd over leiderschap.
Heb je hobby’s?
Natuurlijk houd ik van lezen, maar daar kom ik veel te weinig aan toe. Ik heb een gezin met kinderen van 14, 20 en 21 jaar, met wie ik veel onderneem. Verder heb ik een obsessie voor alles wat te maken heeft met Disney, stripverhalen en cartoons. Dat is niet alleen iets van mij, maar inmiddels van het hele gezin. Dat is een subcultuur waarin je je helemaal kunt onderdompelen: van de nieuwste attracties in themaparken wereldwijd tot alle ontwikkelingen binnen Disney als bedrijf. Ook de persoon Walt Disney is voor mij nog steeds een grote inspiratiebron. Die hobby past heel goed bij de optimistische kant van mijn persoonlijkheid: me helemaal verliezen in de magie van andere werelden.
Verder houd ik van basketballen en muziek. Ik ga graag naar concerten, en dan met name americana en country. Om die reden ga ik geregeld naar Engeland of Ierland, omdat daar artiesten optreden die hier niet zo snel komen. En ik ben een echte nieuwsjunkie: van sociale media tot podcasts, van kranten tot tijdschriften en non-fictie, ik verslind het allemaal. Daarbij probeer ik zoveel mogelijk uit bubbels te blijven: ik neem ook verhalen tot me van mensen met wie ik het totaal oneens ben, maar die ik wel graag wil leren kennen. Ik heb ook een behoorlijk lange tijd in de gemeenteraad gezeten; daar probeerde ik net zo goed altijd het redelijke midden te zijn.
Wat is je lievelingsboek of -film?
Ik heb een complete kast met alleen maar politieke boeken, variërend van boeken over de Amerikaanse politiek tot biografieën uiteenlopend van Joop den Uyl, Fidel Castro en mijn favoriete politicus Bill Clinton. Ik doe er alles aan om de wereld beter te leren begrijpen. Op filmvlak voel ik dezelfde drijfveer: ik ga het liefst voor verhalen die gebaseerd zijn op iets wat waargebeurd is, of juist helemaal de andere kant op, voor de fantasiewerelden van Disney, Marvel en Star Wars. Dat is een interessante tegenstelling tussen de volwassene en het kind in mij. Intellectueel word ik graag uitgedaagd, maar ik vind het ook fijn om daar af en toe ook even uit te stappen en me onder te dompelen in een concert of fantasiewereld. Dat maakt het leven een stuk lichter.
Wat je is je favoriete vakantiebestemming?
Niet heel verrassend: we gaan meermaals per jaar naar een themapark. Mijn vrouw en ik hebben een abonnement op Disneyland Parijs. Verder maak ik graag stedentrips, gewoon even weg en nieuwe plekken ontdekken. Verder duiken we graag, dus we zoeken het liefst warme landen op waar dat goed kan, zoals de Caribische eilanden. Ik geniet graag van het leven.
Jeffreye Vossen: ‘We gaan meermaals per jaar naar een themapark. Mijn vrouw en ik hebben een abonnement op Disneyland Parijs’.
Foto: Remon Kappen
Jeffreye Vossen: ‘In Dommeldal staat de samenwerking met het onderwijs nog relatief in de kinderschoenen. Ik wil me de komende jaren graag hardmaken voor een stevige uitbreiding’.
Foto: Bibliotheek Hoogeveen
Bibliotheekblad 7 • september 2025
Na dertig jaar in het onderwijs maakte Jeffreye Vossen in april van dit jaar de overstap naar de bibliotheekbranche: hij werd directeur-bestuurder van de Bibliotheek Dommeldal. Daar krijgt hij de kans om nog directer bij te dragen aan de maatschappij die hij in zijn ambities zo centraal stelt.
‘Ik ga graag gedoseerd vooruit’
Jeffreye Vossen, directeur-bestuurder de Bibliotheek Dommeldal
TEKST: ANNE Louïse VAN DEN DOOL • FOTO’S: ZIE CREDITS langs zijkant
MANAGEMENT
Was je altijd al een lezer?
De bibliotheek was voor mij als kleine jongen heel belangrijk. Ik ben opgegroeid in Weert, een middelgrote stad met een goede bibliotheek en een uitstekende jeugdafdeling. Thuis werd veel gelezen en er stonden dus een hoop boeken in de kast, maar als ik in de bibliotheek was, keek ik nog steeds mijn ogen uit. Vervolgens kwam ik er een tijdje niet: ik werd een echte boekenkoper. Toen ik kinderen kreeg, bezocht ik de bibliotheek weer vaker. Ook in de laatste jaren dat ik werkte in het onderwijs kwam de bibliotheek weer meer bij mij in the picture, maar dan als samenwerkingspartner.
Hoe is je loopbaan verlopen?
Ik ben ontzettend nieuwsgierig en maatschappelijk betrokken – dat zijn mijn belangrijkste drijfveren. Op de middelbare school wilde ik daarom graag journalist worden. Helaas werd ik uitgeloot bij de School voor Journalistiek in Tilburg. Daarop besloot ik maar een jaartje Nederlands te gaan studeren. Dat beviel me zo goed dat ik daadwerkelijk ben afgestudeerd als neerlandicus en voor de klas belandde. Binnen die branche kwam ik al vrij snel terecht in managementfuncties.
In die tijd ontwikkelden steeds meer schoolbibliotheken zich tot mediatheken. Ik stond ernaast toen op grote boekenmarkten op scholen hele collecties van de hand werden gedaan. Dat vond ik een bijzonder pijnlijke zaak: ik ben een echte analoge lezer. Ik was dan ook extra blij, toen ik zag dat de schoolbibliotheken de laatste jaren een comeback maakten, in nauwe samenwerking met de openbare bibliotheken. Die samenwerking draait niet alleen om collecties, maar ook om het delen van expertise. Leerkrachten voelen vaak veel passie voor lezen, maar hebben er vaak de ruimte niet voor in hun drukke baan om zich er echt in te specialiseren. In Dommeldal staat de samenwerking met het onderwijs nog relatief in de kinderschoenen; ik wil me de komende jaren graag hardmaken voor een stevige uitbreiding.
Hoe kwam je bij de bibliotheek terecht?
Na meer dan dertig jaar in het onderwijs had ik zo’n beetje alle rollen wel gehad. Op het laatst was ik bestuurder, en ik merkte interessant genoeg dat ik in die functie niet zo gelukkig was. Ik miste mensen om me heen: je zit als onderwijsbestuurder niet tussen de docenten en de leerlingen, maar bent altijd te gast op je eigen scholen. Dat paste niet zo goed bij mij als mensenmens.
Daarom ging ik om me heen kijken: welke rollen zou ik nog meer kunnen vervullen binnen het maatschappelijk domein, dicht tegen het onderwijs aan? Al snel kwam ik terecht bij die ene prettige samenwerkingspartner: de bibliotheek. Hier kan ik dagelijks samenwerken met mijn collega’s en tegelijkertijd mijn bestuurlijke ervaring gebruiken. Bovendien voelt dit werk heel betekenisvol. De bibliotheek staat midden in de samenleving: we betekenen echt iets voor de gemeenschap. Ook mijn oude liefde voor taal en boeken stroomt hier weer volop door mijn aderen.
Wat was je eerste indruk van de bieb?
Het was meteen een warm bad. Iedereen die in de bibliotheek werkt, heeft een hart voor de zaak. Allemaal nemen ze de volle verantwoordelijkheid voor hun stukje binnen het grotere geheel. Uiteindelijk is het mijn rol als directeur-bestuurder om collega’s die ruimte te geven en te stimuleren dat zij dat werk zo goed mogelijk doen.
Verder viel de prachtige diversiteit aan bibliotheken in ons werkgebied me op. Ze passen allemaal op hun eigen manier perfect bij de gemeenschap. Neem bijvoorbeeld Mierlo: een pand dat de vorm heeft van een opengeklapt boek en lang geleden is ontstaan vanuit een burgerinitiatief. Die vestiging wordt nog steeds volop gedragen door de gemeenschap. Of het Dommelhuis in Son en Breugel, dat een paar jaar geleden nog de prijs voor Beste Bibliotheek kreeg en waarin onder meer ook een theater te vinden is. Die vestiging draait juist volop op samenwerkingen met andere professionele en vrijwilligersorganisaties in die gemeente. Geldrop is onze grootste kern: daar heeft de bibliotheek juist een wat meer stadse uitstraling.
In al onze vestigingen staat samenwerking voorop. Dat kent soms ook uitdagingen: sommige maatschappelijke opdrachten die we als bibliotheek hebben meegekregen, worden al door een andere organisatie – vaak vrijwillig – opgepakt. In dat geval gaan we met elkaar in gesprek en ontstaan er alsnog mooie samenwerkingen. Onze bibliotheek heeft naast professionele medewerkers inmiddels ruim tweehonderdvijftig vrijwilligers. Dat zegt iets over het draagvlak in onze gemeenten.
Wat is je indruk van de bibliotheeksector in de breedte?
Ik ervoer direct een sterke onderlinge verbondenheid: niet alleen landelijk, maar ook provinciaal en regionaal, in de vorm van nauw overleg met andere Brabantse bibliotheken en specifiek de Brainport-bibliotheken in Eindhoven en omgeving. Daardoor weet ik mijn collega’s in bijvoorbeeld Weert, Eindhoven en Helmond makkelijk te vinden: ik kan ze altijd bellen met een vraag. Dat geldt ook voor de ondersteuning vanuit Cubiss. Het onderwijs kent zulke netwerken ook, maar die zijn een stuk formeler. Het onderwijs heeft meer neiging zelf het wiel te willen uitvinden; in de bibliotheeksector wordt nauwer samengewerkt en met en van elkaar geleerd. Dat hielp mij als kersverse directeur-bestuurder in een voor mij onbekende sector enorm.
Ook voel ik me sterk ondersteund door de VOB en de landelijke lobby die zij voert. Ik vond de documenten die ik bij mijn intrede in de sector onder ogen kreeg van hoge kwaliteit. Van stedelijke tot plattelandsbibliotheken: iedereen opereert binnen de eigen mogelijkheden heel professioneel.
Zijn er meer verschillen tussen de bibliotheek en het onderwijs?
Het onderwijs is van nature gericht op ontwikkeling: er wordt sterk geïnvesteerd in medewerkers, met scholing en goede gesprekken over persoonlijke drijfveren. Dat speelt in de bibliotheek minder. Er zijn flink wat bibliotheekopleidingen, maar het lukt niet altijd om mensen daarheen te krijgen. Ik vraag me af waardoor dat komt: is het een kwestie van bescheidenheid? Mogelijk heeft het ook te maken met de cao: in het onderwijs is voor deskundigheidsbevordering een aparte post opgenomen. Daarvoor lijkt in de bibliotheek zowel qua tijd als geld helaas minder ruimte.
Wat zijn je ambities binnen het directeurschap?
Ik wil graag op zoek naar de balans tussen de klassieke bibliotheek en alle nieuwe functies die er de afgelopen jaren bij zijn gekomen. Die eerste component krijgt niet altijd meer de aandacht die hij verdient. Daarnaast zie ik grote kansen voor de samenwerking met het onderwijs. Verder wil ik meer aandacht besteden aan democratisch burgerschap. De bibliotheek is een unieke, neutrale plek. In een wereld die zo sterk gepolariseerd raakt, kunnen we een belangrijke rol spelen: door te informeren en tot denken aan te zetten, maar ook door mensen elkaar te laten ontmoeten. Dat kan bijna nergens meer op een laagdrempelige manier. Ook in Dommeldal wil ik die waarde goed borgen. Later dit jaar starten we met een nieuwe beleidsvisie, waarin we het verhaal van onze bibliotheek opnieuw goed kunnen neerzetten.
Hoe zou je je leiderschapsstijl typeren?
Medewerkers zijn je grootste kapitaal. Als een collega goed in zijn vel zit, kan die de gasten van de bibliotheek ook prettig ontvangen. Ik wil dat faciliteren, met name door duidelijke kaders te bieden, met daarbinnen veel persoonlijke ruimte voor iedereen. In kleurentests kom ik als groen en geel uit de bus: ik wil veel samen doen, maar ben uiteindelijk wel degene die de knoop doorhakt. Ik houd niet van stilstand: ik ga graag gedoseerd vooruit, passend bij het tempo dat de organisatie kan behappen. En ik ben een rasoptimist: ik bekijk het glas graag van de volle kant en zoek altijd naar hoe dingen wel kunnen.
Op welke prestatie ben je trots?
Een jaar of vijftien geleden was ik rector van mijn eigen oude middelbare school. Ik gaf als relatieve jongeling leiding aan docenten van wie ik deels zelf nog les had gehad. Daar maakten we de transitie naar een nieuw schoolgebouw – een redelijk unieke aangelegenheid in het onderwijs: dat doe je gemiddeld maar eens in de veertig jaar.
Als je aan collega’s vraagt hoe dat nieuwe pand eruit moet zien, zeggen ze: doe mij maar hetzelfde gebouw, maar met nieuwe stenen – terwijl het natuurlijk een uitgelezen kans is om te innoveren. In dat nieuwe pand moest het nieuwe, competentiegerichte leren een betere plek krijgen. Dat proces stuitte op weerstand: men zag het niet voor zich.
Uiteindelijk duurde het hele proces vijf jaar, maar hadden collega’s er wel zin in. Ook dat lukte alleen maar door gedoseerd vooruit te gaan en door mensen in hun waarde te laten. We hadden oog voor de manier waarop we mensen konden prikkelen om weer passie voor het project te gaan voelen. Elke keer als ik dat gebouw zie en die mensen tegenkom, ben ik weer trots op hoe we dat voor elkaar gekregen hebben. Het was ook een proces vol persoonlijke groei, waarin ik veel heb geleerd over leiderschap.
Heb je hobby’s?
Natuurlijk houd ik van lezen, maar daar kom ik veel te weinig aan toe. Ik heb een gezin met kinderen van 14, 20 en 21 jaar, met wie ik veel onderneem. Verder heb ik een obsessie voor alles wat te maken heeft met Disney, stripverhalen en cartoons. Dat is niet alleen iets van mij, maar inmiddels van het hele gezin. Dat is een subcultuur waarin je je helemaal kunt onderdompelen: van de nieuwste attracties in themaparken wereldwijd tot alle ontwikkelingen binnen Disney als bedrijf. Ook de persoon Walt Disney is voor mij nog steeds een grote inspiratiebron. Die hobby past heel goed bij de optimistische kant van mijn persoonlijkheid: me helemaal verliezen in de magie van andere werelden.
Verder houd ik van basketballen en muziek. Ik ga graag naar concerten, en dan met name americana en country. Om die reden ga ik geregeld naar Engeland of Ierland, omdat daar artiesten optreden die hier niet zo snel komen. En ik ben een echte nieuwsjunkie: van sociale media tot podcasts, van kranten tot tijdschriften en non-fictie, ik verslind het allemaal. Daarbij probeer ik zoveel mogelijk uit bubbels te blijven: ik neem ook verhalen tot me van mensen met wie ik het totaal oneens ben, maar die ik wel graag wil leren kennen. Ik heb ook een behoorlijk lange tijd in de gemeenteraad gezeten; daar probeerde ik net zo goed altijd het redelijke midden te zijn.