Foto: Bibliotheek Eemland

Foto: uit de privécollectie van Paul Adels

Paul Adels: ‘Ik ben geen machtsdenker en heb heel veel geduld.
Als iets nu niet lukt, proberen we het over een halfjaar nog een keer’.

Paul Adels: ‘Bas en ik verzamelen Europese popmuziek in de oorspronkelijke landstaal, dus niet in het Engels. Wanneer we op vakantie zijn, duiken we altijd lokale platenzaken in’.

MANAGEMENT

TEKST: ANNE Louïse VAN DEN DOOL FOTO’S: ZIE CREDITS langs zijkant

Paul Adels, directeur-bestuurder Bibliotheek Eemland

‘Ik ben altijd op zoek naar mogelijkheden om te groeien’

Sinds 1 januari van dit jaar staat Paul Adels aan het roer van de Bibliotheek Eemland. Na verschillende marketingfuncties en zes mooie jaren als directeur-bestuurder bij Theek 5 maakt hij zich nu hard voor Amersfoort en omgeving, waar hem en de organisatie allerlei mooie uitdagingen te wachten staan.

Bibliotheekblad 8 • oktober 2025

Wat je is je favoriete vakantiebestemming?
Ik ben een enorme eurofiel: Europa biedt zoveel diversiteit in natuur en cultuur. Het is zo’n gekke lappendeken, die met de Koude Oorlog een radicale breuk heeft gekend, met grote verschillen in ontwikkeling tot gevolg. We gaan dan ook graag naar landen die voorheen achter het IJzeren Gordijn lagen. Afgelopen zomer zijn we drie weken in Polen geweest. Dat land is getekend door de geschiedenis en het leed dat het de afgelopen tweehonderd jaar heeft meegemaakt. Als je door die ogen naar een land kijkt, brengt dat voor mij veel verdieping aan.

Wat weten maar weinig mensen over jou?
Bas en ik verzamelen Europese popmuziek in de oorspronkelijke landstaal, dus niet in het Engels. Wanneer we op vakantie zijn, duiken we altijd lokale platenzaken in. We hebben thuis een kamer vol muziek, waar we graag met een wijntje naar zitten te luisteren. We spelen vaak een spel waarbij we steeds voortborduren op de nummerkeuze van de ander. Zo houden we elkaar lekker bezig.

Nawoord redactie ('worstenbroodjesmentaliteit')
*De term worstenbroodjesmentaliteit verwijst niet naar een vastomlijnde psychologische term, maar naar de Brabantse cultuur van gezelligheid, traditie en samenzijn rondom het worstenbroodje. Het gaat om het gevoel van verbondenheid en gedeelde identiteit die het worstenbroodje met zich meebrengt, vooral tijdens feestelijke gelegenheden zoals Kerst en Carnaval. 

Hoe zou je je leiderschapsstijl typeren?
Ik hang geen bepaalde wetenschappelijke methode aan, maar denk dat ik wel het meest in de buurt kom van een dienend leider. Ook heb ik een aantal basisprincipes in mijn hoofd die ik graag nastreef. Zo vind ik voorbeeldgedrag heel belangrijk: als we in de organisatie iets afspreken, moet ik dat als eerste laten zien. Dat geldt ook voor onze rol richting de klant: als we een plek willen zijn waar je je een leven lang kunt ontwikkelen, moeten we dat als medewerkers ook doen.

Ook handig: ik ben geen machtsdenker en heb heel veel geduld. Als iets nu niet lukt, proberen we het over een halfjaar nog een keer. Ik probeer mee te gaan in het ritme van de organisatie. Voor mij geen radicale reorganisaties, maar met een zachte hand veranderingen bewerkstelligen.

Op welke prestatie ben je trots?
Ik ben trots op de rol die ik heb gespeeld in de herpositionering van De Hypotheker en het mee-ontwikkelen van de campagne ‘Jazeker, De Hypotheker’ – dat was voor mij een kantelpunt in mijn carrière. Verder kijk ik met trots terug op mijn betrokkenheid bij de Brabantse Bibliotheekvereniging: toen ik daar vertrok, stond er een hechte club, waar alle bibliotheken met veel plezier aan deelnamen.

Heb je hobby’s?
Ik ben dol op een combinatie van cultuur en natuur. Mijn man Bas en ik lopen graag langeafstandspaden – komend weekend gaan we weer op stap. Zulke ervaringen zijn voor mij belangrijk om rust te nemen en van een afstandje op mezelf te reflecteren. Verder ben ik een enorme cultuurconsument: ik ga heel graag naar het theater en de film.

Verder sport ik, maar dat is meer een noodzakelijk kwaad: ik beleef er weinig plezier aan. Ik sta dus twee keer per week in de sportschool, waarvan één keer met Bas en een personal trainer – dat maakt het wel iets leuker.

Wat is je lievelingsboek?
Ik probeer altijd fictie en non-fictie op mijn nachtkastje te hebben liggen. Deze zomer heb ik bijvoorbeeld Revolusi van David Van Reybroeck en de biografie van Etty Hillesum gelezen, naast De Buddenbrooks van Thomas Mann. Als ik meer wil ontspannen, ga ik voor sciencefiction en fantasy.

Was je altijd al een lezer?
Het antwoord is volmondig ja. Mijn moeder heeft mijn broer en mij vanaf het begin van ons leven op sleeptouw genomen naar de bibliotheek in Krimpen aan den IJssel. Daar moesten we altijd minimaal een paar serieuze leesboeken uitkiezen, maar we mochten zeker ook wat strips meepakken.

Mijn broer was een nog veel grotere lezer dan ik – niet voor niets is hij later Nederlands gaan studeren en docent geworden. Aangezien ik graag de beste wil zijn als ik ergens voor ga, moest ik dus op zoek naar een andere passie. Wel ben ik altijd hobbymatig blijven lezen. Ik houd de boekenbijlages van de kranten goed bij, maar ik wil er vooral plezier in houden.

Hoe is je loopbaan verlopen?
Ik koos bewust niet voor een studie Nederlands omdat ik mijn broer niet achterna wilde, maar koos wel iets dat ertegenaan schuurt: ik ging voor een hbo-opleiding marketing en communicatie. Ik wilde graag de reclamewereld in: ik was altijd aan het tekenen en knutselen en kon mijn creativiteit in deze studie goed kwijt, was mijn gedachte.

Al snel kwam ik er echter achter dat veel mensen nog veel beter met hun handen zijn dan ik. Wel vond ik de conceptuele kant heel interessant: hoe bouw je een merk? Hoe creëer je een emotie in de hoofden van je klanten? Die kant ben ik dus opgegaan. Daarbij kwam mijn liefde voor tekst me goed van pas. Zo heb ik drie jaar op de marketingafdeling van De Hypotheker gewerkt, waar ik verantwoordelijk was voor allerlei communicatiecampagnes, waaronder de fameuze pay-off ‘Jazeker, De Hypotheker’, die nog steeds staat als een huis.

Vervolgens ben ik in Amsterdam gaan werken bij het Grenswisselkantoor. Dat was vlak voor de invoering van de euro, wat betekende dat er veel vestigingen dicht moesten en mensen weg moesten. Als marketeer leek het me een uitdaging om die herpositionering goed te begeleiden. Het waren de tropenjaren van mijn carrière: we werden meermaals overgenomen, waar ik veel van leerde. Het was echter ook vermoeiend, dus na zes jaar was ik op.

Hoe kwam je bij de bibliotheek terecht?
Na mijn ervaring in het bedrijfsleven wilde ik me gaan inzetten voor een organisatie met maatschappelijke betekenis. Daarom ben ik voor een ROC gaan werken, waar ik verantwoordelijk was voor de afdeling marketing en communicatie. Na vier jaar kwam er een reorganisatie en kreeg ik de vraag of ik mijn rol wilde verbreden en, naast marketing, ook leiding wilde geven aan onderwijs en innovatie van het ROC. Dat wilde ik maar al te graag.

Na een aantal jaar kwam er in 2015 een vacature als strategisch manager vrij bij de Bibliotheek Rotterdam. Dat leek me een fantastische plek, waar ik me verder kon ontwikkelen op het gebied van een leven lang leren. Ik had er ook een persoonlijke band mee: mijn grootouders woonden tegenover de huidige vestiging, dus ik heb het pand gebouwd zien worden.

Rotterdam was een fantastische leerschool, waar ik helemaal besmet ben geraakt met het bibliotheekvirus: van de boeken tot de evenementen en activiteiten, alles vond ik mooi. Na vier jaar kreeg ik echter een telefoontje: de directeur van Theek 5 vertrekt, heb je interesse? Dat leek me een bieb met een prettige schaal, met prachtige gebouwen en mooie ambities. Die stap besloot ik dus te zetten.

Ik heb uiteindelijk zes jaar met veel plezier bij Theek 5 gewerkt. Ook dat was een ontzettend leerzame plek. Je weet pas hoe het is om directeur-bestuurder te zijn als je het doet. Het is stiekem best een eenzame rol: natuurlijk doe je het met de hele organisatie, maar uiteindelijk heb jij de eindverantwoordelijkheid. Daarom is het zo belangrijk om met collega-directeuren te kunnen sparren. Gelukkig mocht ik al vrij snel onderdeel worden van het bestuur van de Vereniging Brabantse Bibliotheken, waar alle zestien bibliotheken in zitten, en waarvan ik vijf jaar voorzitter ben geweest. Ik kijk met veel warmte terug op die samenwerking: zo’n enorme gelijkgestemdheid, de worstenbroodjesmentaliteit (zie nawoord, red.), betaalt zich echt uit.

Waarom maakte je de overstap naar de Bibliotheek Eemland?
In mijn loopbaan heb ik steeds zo’n vijf jaar op dezelfde plek gezeten. Ik was er nog niet aan toe om weg te gaan bij Theek 5, maar toen ik hoorde dat de directeur van de Bibliotheek Eemland met pensioen zou gaan, begon ik me toch achter de oren te krabben. Wil ik in de bibliotheeksector blijven, vroeg ik mezelf eerst en het antwoord daarop was volmondig ja. Toen was de keuze snel gemaakt.

Bibliotheek Eemland heeft een groter verzorgingsgebied, met Amersfoort als grote stad. Ik ben een stadsjongen, dus dat past goed bij mij. Bovendien kent het werkgebied van Theek 5 geen vervolgonderwijs en in Amersfoort wel. Een prettige bijkomstigheid is dat het werkgebied vanuit mijn woonplaats Utrecht een stuk dichterbij is.

Wat is je eerste indruk van de Bibliotheek Eemland?
Toen ik overstapte van Theek 5 naar de Bibliotheek Eemland, wilde ik graag leren om meer te besturen en wat minder ‘hands on’ directeur zijn. Ik ben altijd op zoek naar mogelijkheden om te groeien en hier zag ik kansen om mezelf te verbeteren. Ik vind een gevoel van controle belangrijk en daarbij kan ik geneigd zijn zelf ook de mouwen op te stropen en zelf aan de slag te gaan. Het leek me goed om wat meer op afstand te kunnen gaan staan zonder dat gevoel van controle te verliezen.

In Amersfoort zijn allerlei gremia waarvan je als bibliotheek onderdeel bent, maar waar je niet zelf aan het stuur zit. Neem bijvoorbeeld het directieoverleg van de acht Amersfoortse culturele instellingen die subsidie krijgen van de gemeente, waaronder de bibliotheek, de musea en het poppodium. We zijn allemaal verschillend, maar hebben wel een gezamenlijke missie. Hoe pak je dat als bestuurder aan, zonder zelf je zin te veel door te duwen? Daar zit bij mij ruimte voor groei.

Wat is je indruk van de bibliotheeksector in de breedte?
Er zijn zo’n 130 bibliotheekorganisaties die allemaal met dezelfde dienstverlening bezig zijn, maar ook nuanceverschillen kennen. Hoe noemen we onze activiteiten? Hoe worden de gelden verdeeld? Daar zaten ook tussen Theek 5 en de Bibliotheek Eemland toch meer verschillen dan ik dacht. Ook het takenpakket van de POI verschilt: BiSC is anders georganiseerd dan Cubiss. De komende tijd wordt dat, met het oog op de steeds nauwere samenwerking, ongetwijfeld meer gelijkgetrokken. Daar zit voor mij wel een punt van zorg: niet alle POI’s kunnen hun werkgebied dezelfde ondersteuning bieden. Geen probleem als POI’s zich meer specialiseren, maar dan moeten we die kennis wel landelijk delen en toegankelijk maken voor alle bibliotheken.

Is werken bij de bibliotheek anders dan in andere sectoren? Wat is het verschil?
In vergelijking met het ROC zijn medewerkers bij de bibliotheek meer bevlogen en betrokken. Ik heb in het onderwijs zoveel jonge professionals zien vertrekken of hun bevlogenheid zien verliezen, puur door een onprettig systeem met een hoop regelgeving en af en toe heel hoge werkdruk. In de bibliotheek werkt niemand voor het geld; we hoeven nooit met elkaar in discussie over of het wel belangrijk is wat we doen. Dat past veel beter bij mij als mens.

In de twaalf jaar in de commerciële sector was men een stuk explicieter dan in de bieb. We gaan in deze branche graag conflicten uit de weg en daarmee ontnemen we onszelf soms kansen om onszelf nog verder te verbeteren.

Wat zijn je ambities binnen het directeurschap van de Bibliotheek Eemland?
We worstelen hier met dezelfde vraagstukken met iedere andere bibliotheek: de wereld om ons heen is enorm in beweging. Hoe kunnen we binnen die wereld toch een stabiele situatie creëren, van waaruit we die hectiek te lijf gaan?

Het leuke aan de Bibliotheek Eemland vind ik de diversiteit in het werkgebied. Rotterdam is een echte stadsbibliotheek en Theek 5 bestaat vooral uit dorpsgemeenten. Nu heb ik een combinatie daarvan onder mijn hoede. Hoe breng je dat toch als één verhaal naar buiten? In dat vraagstuk wil ik me de komende jaren graag vastbijten. Daarbij kan ik de ervaring van de afgelopen jaren goed gebruiken – niet alleen in de bibliotheekbranche, maar ook als marketeer.

Verder wil ik me graag inzetten om het de komende jaren als provincie Utrecht goed te doen, in samenwerking met de andere bibliotheken en BiSC. Daarbij is onze schaal een beperking en dus ook de financiële kant. We hebben hier veel minder slagkracht dan in Brabant. Het zou ons daarbij helpen als BiSC, nu zij is gefuseerd met Cubiss, voor de komende jaren haar positionering aanscherpt. Juist op de inhoud van het bibliotheekwerk kan zij voor de Utrechtse bibliotheken van nog meer betekenis zijn. Daar is echt behoefte aan én daar liggen dus kansen.

Foto: uit de privécollectie van Paul Adels

Paul Adels: ‘Bas en ik verzamelen Europese popmuziek in de oorspronkelijke landstaal, dus niet in het Engels. Wanneer we op vakantie zijn, duiken we altijd lokale platenzaken in’.

Foto: Bibliotheek Hoogeveen

Bibliotheekblad 8 • oktober 2025

Sinds 1 januari van dit jaar staat Paul Adels aan het roer van de Bibliotheek Eemland. Na verschillende marketingfuncties en zes mooie jaren als directeur-bestuurder bij Theek 5 maakt hij zich nu hard voor Amersfoort en omgeving, waar hem en de organisatie allerlei mooie uitdagingen te wachten staan.

‘Ik ben altijd op zoek naar mogelijkheden om te groeien’

Paul Adels, directeur-bestuurder Bibliotheek Eemland

TEKST: ANNE Louïse VAN DEN DOOL FOTO’S: ZIE CREDITS langs zijkant

MANAGEMENT

Wat je is je favoriete vakantiebestemming?
Ik ben een enorme eurofiel: Europa biedt zoveel diversiteit in natuur en cultuur. Het is zo’n gekke lappendeken, die met de Koude Oorlog een radicale breuk heeft gekend, met grote verschillen in ontwikkeling tot gevolg. We gaan dan ook graag naar landen die voorheen achter het IJzeren Gordijn lagen. Afgelopen zomer zijn we drie weken in Polen geweest. Dat land is getekend door de geschiedenis en het leed dat het de afgelopen tweehonderd jaar heeft meegemaakt. Als je door die ogen naar een land kijkt, brengt dat voor mij veel verdieping aan.

Wat weten maar weinig mensen over jou?
Bas en ik verzamelen Europese popmuziek in de oorspronkelijke landstaal, dus niet in het Engels. Wanneer we op vakantie zijn, duiken we altijd lokale platenzaken in. We hebben thuis een kamer vol muziek, waar we graag met een wijntje naar zitten te luisteren. We spelen vaak een spel waarbij we steeds voortborduren op de nummerkeuze van de ander. Zo houden we elkaar lekker bezig.

Nawoord redactie ('worstenbroodjesmentaliteit')
*De term worstenbroodjesmentaliteit verwijst niet naar een vastomlijnde psychologische term, maar naar de Brabantse cultuur van gezelligheid, traditie en samenzijn rondom het worstenbroodje. Het gaat om het gevoel van verbondenheid en gedeelde identiteit die het worstenbroodje met zich meebrengt, vooral tijdens feestelijke gelegenheden zoals Kerst en Carnaval. 

Hoe zou je je leiderschapsstijl typeren?
Ik hang geen bepaalde wetenschappelijke methode aan, maar denk dat ik wel het meest in de buurt kom van een dienend leider. Ook heb ik een aantal basisprincipes in mijn hoofd die ik graag nastreef. Zo vind ik voorbeeldgedrag heel belangrijk: als we in de organisatie iets afspreken, moet ik dat als eerste laten zien. Dat geldt ook voor onze rol richting de klant: als we een plek willen zijn waar je je een leven lang kunt ontwikkelen, moeten we dat als medewerkers ook doen.

Ook handig: ik ben geen machtsdenker en heb heel veel geduld. Als iets nu niet lukt, proberen we het over een halfjaar nog een keer. Ik probeer mee te gaan in het ritme van de organisatie. Voor mij geen radicale reorganisaties, maar met een zachte hand veranderingen bewerkstelligen.

Op welke prestatie ben je trots?
Ik ben trots op de rol die ik heb gespeeld in de herpositionering van De Hypotheker en het mee-ontwikkelen van de campagne ‘Jazeker, De Hypotheker’ – dat was voor mij een kantelpunt in mijn carrière. Verder kijk ik met trots terug op mijn betrokkenheid bij de Brabantse Bibliotheekvereniging: toen ik daar vertrok, stond er een hechte club, waar alle bibliotheken met veel plezier aan deelnamen.

Heb je hobby’s?
Ik ben dol op een combinatie van cultuur en natuur. Mijn man Bas en ik lopen graag langeafstandspaden – komend weekend gaan we weer op stap. Zulke ervaringen zijn voor mij belangrijk om rust te nemen en van een afstandje op mezelf te reflecteren. Verder ben ik een enorme cultuurconsument: ik ga heel graag naar het theater en de film.

Verder sport ik, maar dat is meer een noodzakelijk kwaad: ik beleef er weinig plezier aan. Ik sta dus twee keer per week in de sportschool, waarvan één keer met Bas en een personal trainer – dat maakt het wel iets leuker.

Wat is je lievelingsboek?
Ik probeer altijd fictie en non-fictie op mijn nachtkastje te hebben liggen. Deze zomer heb ik bijvoorbeeld Revolusi van David Van Reybroeck en de biografie van Etty Hillesum gelezen, naast De Buddenbrooks van Thomas Mann. Als ik meer wil ontspannen, ga ik voor sciencefiction en fantasy.

Paul Adels: ‘Ik ben geen machtsdenker en heb heel veel geduld.
Als iets nu niet lukt, proberen we het over een halfjaar nog een keer’.

Foto: Bibliotheek Eemland

Was je altijd al een lezer?
Het antwoord is volmondig ja. Mijn moeder heeft mijn broer en mij vanaf het begin van ons leven op sleeptouw genomen naar de bibliotheek in Krimpen aan den IJssel. Daar moesten we altijd minimaal een paar serieuze leesboeken uitkiezen, maar we mochten zeker ook wat strips meepakken.

Mijn broer was een nog veel grotere lezer dan ik – niet voor niets is hij later Nederlands gaan studeren en docent geworden. Aangezien ik graag de beste wil zijn als ik ergens voor ga, moest ik dus op zoek naar een andere passie. Wel ben ik altijd hobbymatig blijven lezen. Ik houd de boekenbijlages van de kranten goed bij, maar ik wil er vooral plezier in houden.

Hoe is je loopbaan verlopen?
Ik koos bewust niet voor een studie Nederlands omdat ik mijn broer niet achterna wilde, maar koos wel iets dat ertegenaan schuurt: ik ging voor een hbo-opleiding marketing en communicatie. Ik wilde graag de reclamewereld in: ik was altijd aan het tekenen en knutselen en kon mijn creativiteit in deze studie goed kwijt, was mijn gedachte.

Al snel kwam ik er echter achter dat veel mensen nog veel beter met hun handen zijn dan ik. Wel vond ik de conceptuele kant heel interessant: hoe bouw je een merk? Hoe creëer je een emotie in de hoofden van je klanten? Die kant ben ik dus opgegaan. Daarbij kwam mijn liefde voor tekst me goed van pas. Zo heb ik drie jaar op de marketingafdeling van De Hypotheker gewerkt, waar ik verantwoordelijk was voor allerlei communicatiecampagnes, waaronder de fameuze pay-off ‘Jazeker, De Hypotheker’, die nog steeds staat als een huis.

Vervolgens ben ik in Amsterdam gaan werken bij het Grenswisselkantoor. Dat was vlak voor de invoering van de euro, wat betekende dat er veel vestigingen dicht moesten en mensen weg moesten. Als marketeer leek het me een uitdaging om die herpositionering goed te begeleiden. Het waren de tropenjaren van mijn carrière: we werden meermaals overgenomen, waar ik veel van leerde. Het was echter ook vermoeiend, dus na zes jaar was ik op.

Hoe kwam je bij de bibliotheek terecht?
Na mijn ervaring in het bedrijfsleven wilde ik me gaan inzetten voor een organisatie met maatschappelijke betekenis. Daarom ben ik voor een ROC gaan werken, waar ik verantwoordelijk was voor de afdeling marketing en communicatie. Na vier jaar kwam er een reorganisatie en kreeg ik de vraag of ik mijn rol wilde verbreden en, naast marketing, ook leiding wilde geven aan onderwijs en innovatie van het ROC. Dat wilde ik maar al te graag.

Na een aantal jaar kwam er in 2015 een vacature als strategisch manager vrij bij de Bibliotheek Rotterdam. Dat leek me een fantastische plek, waar ik me verder kon ontwikkelen op het gebied van een leven lang leren. Ik had er ook een persoonlijke band mee: mijn grootouders woonden tegenover de huidige vestiging, dus ik heb het pand gebouwd zien worden.

Rotterdam was een fantastische leerschool, waar ik helemaal besmet ben geraakt met het bibliotheekvirus: van de boeken tot de evenementen en activiteiten, alles vond ik mooi. Na vier jaar kreeg ik echter een telefoontje: de directeur van Theek 5 vertrekt, heb je interesse? Dat leek me een bieb met een prettige schaal, met prachtige gebouwen en mooie ambities. Die stap besloot ik dus te zetten.

Ik heb uiteindelijk zes jaar met veel plezier bij Theek 5 gewerkt. Ook dat was een ontzettend leerzame plek. Je weet pas hoe het is om directeur-bestuurder te zijn als je het doet. Het is stiekem best een eenzame rol: natuurlijk doe je het met de hele organisatie, maar uiteindelijk heb jij de eindverantwoordelijkheid. Daarom is het zo belangrijk om met collega-directeuren te kunnen sparren. Gelukkig mocht ik al vrij snel onderdeel worden van het bestuur van de Vereniging Brabantse Bibliotheken, waar alle zestien bibliotheken in zitten, en waarvan ik vijf jaar voorzitter ben geweest. Ik kijk met veel warmte terug op die samenwerking: zo’n enorme gelijkgestemdheid, de worstenbroodjesmentaliteit (zie nawoord, red.), betaalt zich echt uit.

Waarom maakte je de overstap naar de Bibliotheek Eemland?
In mijn loopbaan heb ik steeds zo’n vijf jaar op dezelfde plek gezeten. Ik was er nog niet aan toe om weg te gaan bij Theek 5, maar toen ik hoorde dat de directeur van de Bibliotheek Eemland met pensioen zou gaan, begon ik me toch achter de oren te krabben. Wil ik in de bibliotheeksector blijven, vroeg ik mezelf eerst en het antwoord daarop was volmondig ja. Toen was de keuze snel gemaakt.

Bibliotheek Eemland heeft een groter verzorgingsgebied, met Amersfoort als grote stad. Ik ben een stadsjongen, dus dat past goed bij mij. Bovendien kent het werkgebied van Theek 5 geen vervolgonderwijs en in Amersfoort wel. Een prettige bijkomstigheid is dat het werkgebied vanuit mijn woonplaats Utrecht een stuk dichterbij is.

Wat is je eerste indruk van de Bibliotheek Eemland?
Toen ik overstapte van Theek 5 naar de Bibliotheek Eemland, wilde ik graag leren om meer te besturen en wat minder ‘hands on’ directeur zijn. Ik ben altijd op zoek naar mogelijkheden om te groeien en hier zag ik kansen om mezelf te verbeteren. Ik vind een gevoel van controle belangrijk en daarbij kan ik geneigd zijn zelf ook de mouwen op te stropen en zelf aan de slag te gaan. Het leek me goed om wat meer op afstand te kunnen gaan staan zonder dat gevoel van controle te verliezen.

In Amersfoort zijn allerlei gremia waarvan je als bibliotheek onderdeel bent, maar waar je niet zelf aan het stuur zit. Neem bijvoorbeeld het directieoverleg van de acht Amersfoortse culturele instellingen die subsidie krijgen van de gemeente, waaronder de bibliotheek, de musea en het poppodium. We zijn allemaal verschillend, maar hebben wel een gezamenlijke missie. Hoe pak je dat als bestuurder aan, zonder zelf je zin te veel door te duwen? Daar zit bij mij ruimte voor groei.

Wat is je indruk van de bibliotheeksector in de breedte?
Er zijn zo’n 130 bibliotheekorganisaties die allemaal met dezelfde dienstverlening bezig zijn, maar ook nuanceverschillen kennen. Hoe noemen we onze activiteiten? Hoe worden de gelden verdeeld? Daar zaten ook tussen Theek 5 en de Bibliotheek Eemland toch meer verschillen dan ik dacht. Ook het takenpakket van de POI verschilt: BiSC is anders georganiseerd dan Cubiss. De komende tijd wordt dat, met het oog op de steeds nauwere samenwerking, ongetwijfeld meer gelijkgetrokken. Daar zit voor mij wel een punt van zorg: niet alle POI’s kunnen hun werkgebied dezelfde ondersteuning bieden. Geen probleem als POI’s zich meer specialiseren, maar dan moeten we die kennis wel landelijk delen en toegankelijk maken voor alle bibliotheken.

Is werken bij de bibliotheek anders dan in andere sectoren? Wat is het verschil?
In vergelijking met het ROC zijn medewerkers bij de bibliotheek meer bevlogen en betrokken. Ik heb in het onderwijs zoveel jonge professionals zien vertrekken of hun bevlogenheid zien verliezen, puur door een onprettig systeem met een hoop regelgeving en af en toe heel hoge werkdruk. In de bibliotheek werkt niemand voor het geld; we hoeven nooit met elkaar in discussie over of het wel belangrijk is wat we doen. Dat past veel beter bij mij als mens.

In de twaalf jaar in de commerciële sector was men een stuk explicieter dan in de bieb. We gaan in deze branche graag conflicten uit de weg en daarmee ontnemen we onszelf soms kansen om onszelf nog verder te verbeteren.

Wat zijn je ambities binnen het directeurschap van de Bibliotheek Eemland?
We worstelen hier met dezelfde vraagstukken met iedere andere bibliotheek: de wereld om ons heen is enorm in beweging. Hoe kunnen we binnen die wereld toch een stabiele situatie creëren, van waaruit we die hectiek te lijf gaan?

Het leuke aan de Bibliotheek Eemland vind ik de diversiteit in het werkgebied. Rotterdam is een echte stadsbibliotheek en Theek 5 bestaat vooral uit dorpsgemeenten. Nu heb ik een combinatie daarvan onder mijn hoede. Hoe breng je dat toch als één verhaal naar buiten? In dat vraagstuk wil ik me de komende jaren graag vastbijten. Daarbij kan ik de ervaring van de afgelopen jaren goed gebruiken – niet alleen in de bibliotheekbranche, maar ook als marketeer.

Verder wil ik me graag inzetten om het de komende jaren als provincie Utrecht goed te doen, in samenwerking met de andere bibliotheken en BiSC. Daarbij is onze schaal een beperking en dus ook de financiële kant. We hebben hier veel minder slagkracht dan in Brabant. Het zou ons daarbij helpen als BiSC, nu zij is gefuseerd met Cubiss, voor de komende jaren haar positionering aanscherpt. Juist op de inhoud van het bibliotheekwerk kan zij voor de Utrechtse bibliotheken van nog meer betekenis zijn. Daar is echt behoefte aan én daar liggen dus kansen.