Ondanks de afname van het aantal mediatheken in het voortgezet onderwijs, kreeg het Odulphuslyceum in Tilburg afgelopen maart een nieuwe mediatheek. Omroep Tilburg maakte een reportage.
Hoge tevredenheid, maar flinke afname aantallen:
Mediatheken vervullen een belangrijke rol in het voortgezet onderwijs. Ze bieden onder andere een uitgebreid boekenaanbod en deskundige ondersteuning, dragen bij aan leesbevordering en vormen een veilige haven voor leerlingen. Het aantal mediatheken neemt echter af, en het vak van mediathecaris staat onder druk. Nieuw onderzoek brengt in beeld hoe het is gesteld met mediatheken en hoe de positie van de mediatheek versterkt kan worden.1 Openbare bibliotheken kunnen hier op verschillende manieren aan bijdragen.
Mediatheken in het voortgezet onderwijs
TEKST: Bjorn Schrijen, adviseur onderzoek en
kennisdeling bij de KB, de nationale bibliotheek
• Video: Omroep Tilburg
Meer lezen?
Het onderzoek Mediatheken in het voortgezet onderwijs is te downloaden in een verkorte en volledige vorm gepubliceerd door Stichting Lezen. Naast alle onderzoeksresultaten bevat deze publicatie ook good practices. Hierin laten mediathecarissen onder meer zien hoe zij drempels om te lezen verlagen, zorgen voor een positieve vibe en samenwerken met docenten.
Bronnen
• Rossum, V. van & Kieft, M. (2024). Mediatheken in het voortgezet onderwijs. Stand van zaken 2023. Amsterdam: Stichting Lezen. (Directe download).
• Bron: Klaren, M. & Schrijen, B. (2024). Bibliotheken en de samenwerking met het voortgezet onderwijs 2022-2023. Den Haag: KB.
Het aantal mediatheken met mediathecaris is de afgelopen jaren gedaald: van 709 in 2012 naar 427 in 2022. Bovendien naderen veel mediathecarissen de pensioengerechtigde leeftijd, is er weinig jonge aanwas en bestaat de opleiding tot onderwijsmediathecaris niet meer. Hierdoor wordt het voortbestaan van mediatheken – en daarmee hun toegevoegde waarde rondom leesbevordering en/of digitale geletterdheid – bedreigd, terwijl er juist veel zorgen zijn over de taalvaardigheid van jongeren en digitale geletterdheid nog niet is ingevoerd als vakgebied binnen het onderwijs.
Daarom hebben Stichting Lezen, de Beroepsverenigingen van Mediathecarissen in het Onderwijs (BMO) en de KB, de nationale bibliotheek een inventariserend onderzoek laten uitvoeren door Vera van Rossum (DUO Onderwijsonderzoek & Advies) en Marleen Kieft (MK Onderzoek + Advies). Zij hebben circa 200 mediathecarissen en 250 schoolleiders een vragenlijst voorgelegd. De resultaten zijn vervolgens uitgediept in interviews met mediathecarissen en schoolleiders.
Hoge tevredenheid over bestaande mediatheken
Hoewel er dus zorgen zijn over de toekomst van het mediatheekwerk, blijkt uit het onderzoek hoge tevredenheid over bestaande mediatheken. Gemiddeld beoordelen mediathecarissen de mediatheek met een 7,7 en schoolleiders met een 7,5.
De mediatheekruimte zelf wordt vaak als sterk punt genoemd. In vier van de vijf scholen is de mediatheek in een aparte ruimte gevestigd (van gemiddeld 191 m2), die veelal wordt beschreven als centraal gelegen en/of goed vindbaar. Op een gemiddelde schooldag bezoekt ruim 13% van de leerlingen de mediatheek.
De meeste mediatheken zijn vijf dagen per week en zeven of acht uur per dag geopend. Gedurende deze openingstijden is er (vrijwel) altijd een medewerker aanwezig. Gemiddeld werken er 2,1 betaalde medewerkers in de mediatheek. De meesten van hen zijn zeer ervaren: gemiddeld werken zij al vijftien jaar bij de mediatheek. Voor het werk in de mediatheek zijn gemiddeld 42,6 betaalde uren beschikbaar. Voor zeven van de tien mediathecarissen zijn de uren die zij hebben (ruim) voldoende om het werk in de mediatheek goed uit te kunnen voeren.
In vrijwel alle mediatheken kunnen leerlingen terecht om boeken te lenen. Gemiddeld hebben ze daar de keuze uit 7.000 boeken – ruim zes per leerling. Dit is aanzienlijk meer dan de norm van drie boeken per leerling die binnen het programma de Bibliotheek op school gesteld wordt. Een ruime meerderheid van de mediathecarissen is bovendien positief over de omvang, de samenstelling en de diversiteit van de collectie – al vinden relatief veel mediathecarissen dat er te weinig non-fictieboeken aanwezig zijn.
Naast het uitlenen van boeken organiseren vier van de vijf mediatheken ook andere leesbevorderingsactiviteiten. Ze doen bijvoorbeeld mee aan Lezen voor de Lijst, organiseren schrijversbezoeken, voeren activiteiten en/of werkvormen zoals vrij lezen uit, of nemen deel aan leesbevorderingsprogramma’s en -campagnes als de Bibliotheek op school en Read2Me!.
Mogelijkheden voor verbetering
Toch zijn er ook aspecten waarin bestaande mediatheken versterkt kunnen worden. Zo blijkt dat een kwart van de mediathecarissen geen relevante opleiding of cursus heeft gevolgd, dat een derde van de mediatheken geen beleidsplan heeft en dat op een derde van de scholen de kwaliteit van de mediatheek niet gemonitord of geëvalueerd wordt. Mediathecarissen zelf noemen de samenwerking met vaksecties, de betrokkenheid bij het onderwijs en zichtbaarheid als belangrijke verbeterpunten. Net als schoolleiders zien ze ook mogelijkheden in de grootte en inrichting van de ruimte en het uitbreiden en actualiseren van de collectie.
Ook blijkt dat de mediatheek rondom digitale geletterdheid nog een beperktere rol speelt dan op het gebied van leesbevordering. Hoewel een meerderheid van de mediathecarissen aangeeft dat in hun mediatheek enige tot veel aandacht is voor praktische ICT-vaardigheden, digitale informatievaardigheden en mediawijsheid, vindt slechts een kwart dat de mediatheek een belangrijke rol vervult op het gebied van digitale geletterdheid. Schoolleiders blijken ook verdeeld over de vraag of mediatheken een rol in digitale geletterdheid moeten hebben of dat deze verantwoordelijkheid meer bij (vak)docenten ligt.
Aanbevelingen voor versterking mediatheekwerk
Uit het onderzoek volgen verschillende aanbevelingen om de kwaliteit van het mediatheekwerk te verhogen. Een deel hiervan is gericht aan Stichting Lezen en de KB. Het is bijvoorbeeld van belang dat mediathecarissen de mogelijkheid hebben om relevante opleidingen en cursussen te volgen. Het ontbreken van een volwaardige mediathecarisopleiding wordt hierin als gemis ervaren. Om de kwaliteit van mediatheken te waarborgen, adviseren de onderzoekers daarnaast om een nieuw evaluatie-instrument te ontwikkelen waarmee mediathecarissen de kwaliteit van de mediatheek kunnen monitoren.
Andere aanbevelingen voor Stichting Lezen en de KB zijn gericht op het verhogen van het aantal mediatheken. Hierin liggen onder meer kansen in het ontwikkelen van een normenkader voor nieuw te bouwen schoolgebouwen, in het vergroten van (de bekendheid van) subsidiemogelijkheden en in het proactief benaderen van scholen die de potentie hebben om een nieuwe mediatheek te openen. Ook kan het waardevol zijn om (met aanvullend onderzoek) de toegevoegde waarde van de mediatheek scherper te formuleren om daarmee de schoolleiders te kunnen overtuigen die deze waarde nu nog niet zien.
Wat kan de bibliotheek doen?
In het versterken van het mediatheekwerk liggen daarnaast mogelijkheden voor de openbare bibliotheken. Momenteel werkt iets meer dan de helft van de mediatheken samen met een bibliotheek. Mediatheken bestellen bijvoorbeeld materialen bij de bibliotheek, organiseren samen leesbevorderingsactiviteiten of hebben contact met een leesconsulent. Dit betekent echter dat een groot deel van de mediatheken (nog) niet samenwerkt met een bibliotheek, bijvoorbeeld omdat de eigen collectie en/of expertise als groot genoeg wordt ervaren. De onderzoekers bevelen bibliotheken daarom aan om scholen met een mediatheek actief te benaderen voor een samenwerking, en daarbij te laten zien wat (ook voor mediatheken met een grote collectie) de meerwaarde van een samenwerking is.
In zo’n verkennend gesprek kan ook het programma de Bibliotheek op school ter sprake komen. Slechts een van de vijf mediathecarissen en een van de drie schoolleiders geven aan dat hun school op dit moment deelneemt aan de Bibliotheek op school. Ook hier worden afdoende eigen collectie en expertise als redenen genoemd om niet deel te nemen, maar voor een deel van de scholen geldt ook dat zij simpelweg nog niet bekend zijn met het programma. Positief is dat zulke verkennende gesprekken al steeds vaker voorkomen. In 2022-2023 voerden 76 bibliotheken met 273 schoollocaties verkennende gesprekken om een samenwerking op te starten volgens de aanpak de Bibliotheek op school of een vergelijkbare aanpak. Vanuit het Masterplan basisvaardigheden is er ook voor dit jaar en de komende twee jaar geld beschikbaar voor uitbreiding en doorontwikkeling van vo-locaties met de Bibliotheek op school.
Ten slotte wordt in het onderzoek de meerwaarde benoemd van (het opzetten van) een regionaal mediathecarisoverleg onder leiding van de bibliotheek. Overleg tussen mediatheken van verschillende scholen komt nu nog weinig voor, maar degenen die hier ervaring mee hebben, noemen positieve opbrengsten. Deze overleggen kunnen bijvoorbeeld leiden tot nieuwe ideeën, oplossingen voor knelpunten of gezamenlijke projecten.
Bibliotheekblad 5 • mei 2024
Onderzoek
Hoge tevredenheid, maar flinke afname aantallen:
Meer lezen?
Het onderzoek Mediatheken in het voortgezet onderwijs is te downloaden in een verkorte en volledige vorm gepubliceerd door Stichting Lezen. Naast alle onderzoeksresultaten bevat deze publicatie ook good practices. Hierin laten mediathecarissen onder meer zien hoe zij drempels om te lezen verlagen, zorgen voor een positieve vibe en samenwerken met docenten.
Bronnen
• Rossum, V. van & Kieft, M. (2024). Mediatheken in het voortgezet onderwijs. Stand van zaken 2023. Amsterdam: Stichting Lezen. (Directe download).
• Bron: Klaren, M. & Schrijen, B. (2024). Bibliotheken en de samenwerking met het voortgezet onderwijs 2022-2023. Den Haag: KB.
Het aantal mediatheken met mediathecaris is de afgelopen jaren gedaald: van 709 in 2012 naar 427 in 2022. Bovendien naderen veel mediathecarissen de pensioengerechtigde leeftijd, is er weinig jonge aanwas en bestaat de opleiding tot onderwijsmediathecaris niet meer. Hierdoor wordt het voortbestaan van mediatheken – en daarmee hun toegevoegde waarde rondom leesbevordering en/of digitale geletterdheid – bedreigd, terwijl er juist veel zorgen zijn over de taalvaardigheid van jongeren en digitale geletterdheid nog niet is ingevoerd als vakgebied binnen het onderwijs.
Daarom hebben Stichting Lezen, de Beroepsverenigingen van Mediathecarissen in het Onderwijs (BMO) en de KB, de nationale bibliotheek een inventariserend onderzoek laten uitvoeren door Vera van Rossum (DUO Onderwijsonderzoek & Advies) en Marleen Kieft (MK Onderzoek + Advies). Zij hebben circa 200 mediathecarissen en 250 schoolleiders een vragenlijst voorgelegd. De resultaten zijn vervolgens uitgediept in interviews met mediathecarissen en schoolleiders.
Hoge tevredenheid over bestaande mediatheken
Hoewel er dus zorgen zijn over de toekomst van het mediatheekwerk, blijkt uit het onderzoek hoge tevredenheid over bestaande mediatheken. Gemiddeld beoordelen mediathecarissen de mediatheek met een 7,7 en schoolleiders met een 7,5.
De mediatheekruimte zelf wordt vaak als sterk punt genoemd. In vier van de vijf scholen is de mediatheek in een aparte ruimte gevestigd (van gemiddeld 191 m2), die veelal wordt beschreven als centraal gelegen en/of goed vindbaar. Op een gemiddelde schooldag bezoekt ruim 13% van de leerlingen de mediatheek.
De meeste mediatheken zijn vijf dagen per week en zeven of acht uur per dag geopend. Gedurende deze openingstijden is er (vrijwel) altijd een medewerker aanwezig. Gemiddeld werken er 2,1 betaalde medewerkers in de mediatheek. De meesten van hen zijn zeer ervaren: gemiddeld werken zij al vijftien jaar bij de mediatheek. Voor het werk in de mediatheek zijn gemiddeld 42,6 betaalde uren beschikbaar. Voor zeven van de tien mediathecarissen zijn de uren die zij hebben (ruim) voldoende om het werk in de mediatheek goed uit te kunnen voeren.
In vrijwel alle mediatheken kunnen leerlingen terecht om boeken te lenen. Gemiddeld hebben ze daar de keuze uit 7.000 boeken – ruim zes per leerling. Dit is aanzienlijk meer dan de norm van drie boeken per leerling die binnen het programma de Bibliotheek op school gesteld wordt. Een ruime meerderheid van de mediathecarissen is bovendien positief over de omvang, de samenstelling en de diversiteit van de collectie – al vinden relatief veel mediathecarissen dat er te weinig non-fictieboeken aanwezig zijn.
Naast het uitlenen van boeken organiseren vier van de vijf mediatheken ook andere leesbevorderingsactiviteiten. Ze doen bijvoorbeeld mee aan Lezen voor de Lijst, organiseren schrijversbezoeken, voeren activiteiten en/of werkvormen zoals vrij lezen uit, of nemen deel aan leesbevorderingsprogramma’s en -campagnes als de Bibliotheek op school en Read2Me!.
Mogelijkheden voor verbetering
Toch zijn er ook aspecten waarin bestaande mediatheken versterkt kunnen worden. Zo blijkt dat een kwart van de mediathecarissen geen relevante opleiding of cursus heeft gevolgd, dat een derde van de mediatheken geen beleidsplan heeft en dat op een derde van de scholen de kwaliteit van de mediatheek niet gemonitord of geëvalueerd wordt. Mediathecarissen zelf noemen de samenwerking met vaksecties, de betrokkenheid bij het onderwijs en zichtbaarheid als belangrijke verbeterpunten. Net als schoolleiders zien ze ook mogelijkheden in de grootte en inrichting van de ruimte en het uitbreiden en actualiseren van de collectie.
Ook blijkt dat de mediatheek rondom digitale geletterdheid nog een beperktere rol speelt dan op het gebied van leesbevordering. Hoewel een meerderheid van de mediathecarissen aangeeft dat in hun mediatheek enige tot veel aandacht is voor praktische ICT-vaardigheden, digitale informatievaardigheden en mediawijsheid, vindt slechts een kwart dat de mediatheek een belangrijke rol vervult op het gebied van digitale geletterdheid. Schoolleiders blijken ook verdeeld over de vraag of mediatheken een rol in digitale geletterdheid moeten hebben of dat deze verantwoordelijkheid meer bij (vak)docenten ligt.
Aanbevelingen voor versterking mediatheekwerk
Uit het onderzoek volgen verschillende aanbevelingen om de kwaliteit van het mediatheekwerk te verhogen. Een deel hiervan is gericht aan Stichting Lezen en de KB. Het is bijvoorbeeld van belang dat mediathecarissen de mogelijkheid hebben om relevante opleidingen en cursussen te volgen. Het ontbreken van een volwaardige mediathecarisopleiding wordt hierin als gemis ervaren. Om de kwaliteit van mediatheken te waarborgen, adviseren de onderzoekers daarnaast om een nieuw evaluatie-instrument te ontwikkelen waarmee mediathecarissen de kwaliteit van de mediatheek kunnen monitoren.
Andere aanbevelingen voor Stichting Lezen en de KB zijn gericht op het verhogen van het aantal mediatheken. Hierin liggen onder meer kansen in het ontwikkelen van een normenkader voor nieuw te bouwen schoolgebouwen, in het vergroten van (de bekendheid van) subsidiemogelijkheden en in het proactief benaderen van scholen die de potentie hebben om een nieuwe mediatheek te openen. Ook kan het waardevol zijn om (met aanvullend onderzoek) de toegevoegde waarde van de mediatheek scherper te formuleren om daarmee de schoolleiders te kunnen overtuigen die deze waarde nu nog niet zien.
Wat kan de bibliotheek doen?
In het versterken van het mediatheekwerk liggen daarnaast mogelijkheden voor de openbare bibliotheken. Momenteel werkt iets meer dan de helft van de mediatheken samen met een bibliotheek. Mediatheken bestellen bijvoorbeeld materialen bij de bibliotheek, organiseren samen leesbevorderingsactiviteiten of hebben contact met een leesconsulent. Dit betekent echter dat een groot deel van de mediatheken (nog) niet samenwerkt met een bibliotheek, bijvoorbeeld omdat de eigen collectie en/of expertise als groot genoeg wordt ervaren. De onderzoekers bevelen bibliotheken daarom aan om scholen met een mediatheek actief te benaderen voor een samenwerking, en daarbij te laten zien wat (ook voor mediatheken met een grote collectie) de meerwaarde van een samenwerking is.
In zo’n verkennend gesprek kan ook het programma de Bibliotheek op school ter sprake komen. Slechts een van de vijf mediathecarissen en een van de drie schoolleiders geven aan dat hun school op dit moment deelneemt aan de Bibliotheek op school. Ook hier worden afdoende eigen collectie en expertise als redenen genoemd om niet deel te nemen, maar voor een deel van de scholen geldt ook dat zij simpelweg nog niet bekend zijn met het programma. Positief is dat zulke verkennende gesprekken al steeds vaker voorkomen. In 2022-2023 voerden 76 bibliotheken met 273 schoollocaties verkennende gesprekken om een samenwerking op te starten volgens de aanpak de Bibliotheek op school of een vergelijkbare aanpak. Vanuit het Masterplan basisvaardigheden is er ook voor dit jaar en de komende twee jaar geld beschikbaar voor uitbreiding en doorontwikkeling van vo-locaties met de Bibliotheek op school.
Ten slotte wordt in het onderzoek de meerwaarde benoemd van (het opzetten van) een regionaal mediathecarisoverleg onder leiding van de bibliotheek. Overleg tussen mediatheken van verschillende scholen komt nu nog weinig voor, maar degenen die hier ervaring mee hebben, noemen positieve opbrengsten. Deze overleggen kunnen bijvoorbeeld leiden tot nieuwe ideeën, oplossingen voor knelpunten of gezamenlijke projecten.
Bibliotheekblad 5 • mei 2024
Ondanks de afname van het aantal mediatheken in het voortgezet onderwijs, kreeg het Odulphuslyceum in Tilburg afgelopen maart een nieuwe mediatheek. Omroep Tilburg maakte een reportage.
Mediatheken vervullen een belangrijke rol in het voortgezet onderwijs. Ze bieden onder andere een uitgebreid boekenaanbod en deskundige ondersteuning, dragen bij aan leesbevordering en vormen een veilige haven voor leerlingen. Het aantal mediatheken neemt echter af, en het vak van mediathecaris staat onder druk. Nieuw onderzoek brengt in beeld hoe het is gesteld met mediatheken en hoe de positie van de mediatheek versterkt kan worden.1 Openbare bibliotheken kunnen hier op verschillende manieren aan bijdragen.
Mediatheken in het voortgezet onderwijs
TEKST: Bjorn Schrijen, adviseur onderzoek en kennisdeling bij de KB, de nationale bibliotheek • Video: Omroep Tilburg
Onderzoek