Over het onderzoek
Niet-lezers en light lezers is het 70e onderzoek dat door NIQ GfK is uitgevoerd in opdracht van Stichting Marktonderzoek Boekenvak (SMB): een samenwerkingsverband tussen de Koninklijke Boekverkopersbond, Groep Algemene Uitgevers, CPNB, Stichting Lezen en de KB. Sinds 2007 laat SMB consumentenonderzoek uitvoeren naar het lezen, kopen en lenen van boeken. Jaarlijks wordt één algemeen onderzoek uitgevoerd en drie onderzoeken naar specifieke thema’s. Alle onderzoeksrapporten zijn verzameld op https://kvbboekwerk.nl/consumentenonderzoek.
In gesprek met niet-lezers en light lezers
Ruim 2 miljoen Nederlanders boven de 14 jaar lezen nooit boeken, en bijna 3 miljoen Nederlanders doen dat minder dan één keer per maand. Het bereiken van deze doelgroep vormt misschien wel de grootste kans voor bibliotheken en het boekenvak, maar tevens een grote uitdaging. In een nieuw onderzoek komen deze ‘niet-lezers’ en ‘light lezers’ aan het woord.1Wat zou hen ertoe kunnen bewegen om toch (vaker) een boek op te pakken?
Tekst: Bjorn Schrijen, adviseur onderzoek en kennisdeling bij de KB, de nationale bibliotheek • Video’s: De Leescoalitie en B Netwerk
Bronnen en noten
1. NielsenIQ GfK (2024). Niet-lezers & light lezers. Kwalitatief onderzoek. Amstelveen: NielsenIQ Gfk.
2. Zie www.wieleestheefteengoedverhaal.nl.
3. Nagelhout, E., Richards, C. & Qing, L. (2024). Boeken lezen, lenen en kopen. Reguliere meting 2024 (meting 67). Amstelveen: GfK (in opdracht van Stichting Marktonderzoek Boekenvak).
4. Buisman, M., Bollen, I., Jacobs, B., Huijts, T., Cornelisse, R., Van Guilik, N., Elshof, D., & Van Griensven, L. (2024). PIAAC 2023. Kernvaardigheden van volwassenen. Resultaten van de Nederlandse survey 2023. Amstelveen: Kohnstamm Instituut.
5. Oogfonds (z.j.). Feiten en cijfers. Geraadpleegd op 3-2-2025.
6. Een voorbeeld hiervan is de website www.howlongtoread.com, die de geschatte leestijd van een boek geeft door het aantal woorden in een boek te delen door het gemiddelde leestempo.
7. Zie www.bibliotheeknetwerk.nl/nieuws/nieuwe-campagne-voor-digitaal-lezen
De belangrijkste drempel is echter dat de meeste geïnterviewden niet ontevreden zijn over hun huidige situatie. Ze zien vaak wel de positieve kanten van lezen, maar voelen veelal niet de behoefte om dat ook meer te gaan doen. Ze vinden bijvoorbeeld hun huidige tijdsbesteding prima (‘ik heb zoveel om handen, dat ik geen boek nodig heb om me bezig te houden’), of gaan ervanuit dat (meer) lezen toch niet gaat lukken.
Hoe kunnen we leesdrempels verlagen?
Als niet-lezers en light lezers niet (meer) willen gaan lezen, wordt het dan een onmogelijke opgave hen toch te bereiken? Moeten we dan – net als de jongen uit de commercial – maar hopen op wat magie?
Gelukkig niet, want in de gesprekken brachten de geïnterviewden ook ideeën naar voren, die hen mogelijk toch zouden kunnen helpen om meer te gaan lezen. Zo hebben zij vooral baat bij concrete tips voor boeken, die specifiek voor hen persoonlijk aantrekkelijk zijn. Voor veel van de geïnterviewden zijn dat liever non-fictieboeken dan fictieboeken. Het lezen van non-fictie heeft vaak een achterliggend doel – bijvoorbeeld om jezelf te ontwikkelen – en men kan non-fictie boeken makkelijker even tussendoor lezen.
Om een boek te kunnen vinden dat aansluit bij de eigen wensen, is ook (meer) praktische informatie nodig. Men wil bijvoorbeeld kunnen zien of een boek toegankelijk en makkelijk leesbaar is, of het (in het geval van een serie) nodig is om voorgaande delen gelezen te hebben, hoe lang de gemiddelde leesduur is6en waarom een boek goed is. Voor mensen met een leesbeperking is het daarnaast belangrijk te weten dat de collectie van Passend Lezen voor hen veel te bieden heeft.
Omdat deze doelgroep weinig leest en boeken als duur ziet, lijken ‘kleine’ bibliotheekabonnementen (waarbij je bijvoorbeeld maar een klein aantal titels kunt lenen of een klein bedrag betaalt per uitlening) met een lange(re) uitleenperiode voor hen het meest interessant. Als idee werd daarbij genoemd om een proefabonnement aan te bieden waarbij een aantal boeken voor jou geselecteerd wordt. Een ander genoemd idee is de mogelijkheid om na het lezen van een boek alvast een nieuw boek voor je in de bibliotheek klaar te laten leggen, om mee te nemen bij het inleveren van het vorige boek. Dit kan een laagdrempelige kennismaking met de bibliotheek vormen, die tegelijkertijd helpt keuzestress tegen te gaan.
Vergeet het lezen niet
Ten slotte wordt ook reclame genoemd: zowel als algemene reminder om het lezen niet te ‘vergeten’, als voor specifieke titels. Gezien de resultaten uit het onderzoek lijkt het vooral waardevol om daarbij zowel te richten op het ontspannende effect van lezen (om de associatie met ‘moeite’ tegen te gaan) als op de mogelijkheid om meer kennis op te doen (gezien de voorkeur van de geïnterviewden voor non-fictie).
Aan deze aanbeveling om reclame te maken wordt de komende maanden alvast voldaan. Voor het digitale leesaanbod in de online Bibliotheek start in 2025 de campagne ‘Hetzelfde verhaal, maar dan digitaal’, die zich voornamelijk richt op incidentele lezers.7En in het najaar krijgt de campagne ‘Wie leest heeft een goed verhaal’ een nieuw hoofdstuk, waarin hopelijk opnieuw een niet-lezer een lezer wordt.
Andere leesdrempels
Daarnaast worden in het onderzoek enkele andere omstandigheden genoemd die bovengenoemde redenen kunnen versterken. Een aanzienlijk deel van de bevolking kampt met één of meerdere beperkingen, die het lezen kunnen bemoeilijken. Zo hebben ruim 2,5 miljoen volwassenen (16-75 jaar) lage taalvaardigheden en hebben ruim 300.000 Nederlanders een visuele beperking.4,5
Omdat de geïnterviewden weinig lezen, vinden ze het bovendien moeilijk om een nieuw boek te vinden in het enorme boekenaanbod. Het is gemakkelijk om een verkeerde keuze te maken en dat brengt keuzestress met zich mee. Ook kosten vormen daarmee een risico: als je niet zeker weet of je een boek leuk gaat vinden, zijn de kosten voor een boek of een bibliotheekabonnement voor een heel jaar al snel te hoog.
Hoe wordt een niet-lezer een lezer? Voor de jonge hoofdpersoon van de campagne ‘Wie leest heeft een goed verhaal’ – die eind 2024 door de Leescoalitie werd gestart – is het de liefde.1In de commercial zien we hoe hij een oogje heeft op een klasgenoot, maar zij heeft juist meer oog voor haar boek dan voor hem. Uiteindelijk koopt de jongen hetzelfde boek, waarna het hem niet meer loslaat – totdat hij al lezende per ongeluk tegen haar opbotst. Beide boeken vallen op de grond, en wanneer de jongen het boek weer openslaat, staat op de eerste pagina de vraag of hij samen wil lezen.
Hopelijk helpt de campagne veel mensen zich ook (voor het eerst) te verliezen in een boek, want er zijn in Nederland veel mensen die zelden of nooit lezen. Hoewel de leesfrequentie in 2024 iets toenam, las 14% van de bevolking van 14 jaar en ouder nooit een boek, en 19% minder dan eens per maand.2Deze circa 5 miljoen niet-lezers en light lezers vormen een belangrijke doelgroep voor bibliotheken, leesbevorderaars en het boekenvak. Voor een nieuw onderzoek in opdracht van Stichting Marktonderzoek Boekenvak zijn daarom 14 niet-lezers en light lezers uitgebreid gesproken over hun leesmotivatie en leeshouding. Hoewel het met deze methode moeilijk is om representatieve uitspraken over de hele doelgroep te doen, zijn dergelijke diepte-interviews wel bij uitstek geschikt om een dieper inzicht in de doelgroep te krijgen en nieuwe ideeën te genereren.
Waarom lezen mensen niet (veel)?
De mensen die in het onderzoek zijn gesproken, noemen twee belangrijke redenen waarom zij niet of weinig lezen. Op de eerste plaats ervaren zij te weinig rust en concentratie om een boek te lezen – al lukt dit in weekenden en vakanties soms beter. Concentratie en rust worden echter wel als randvoorwaarden gezien, waardoor een gebrek hieraan een drempel kan zijn om te gaan lezen. Zo vertelt één respondent: ‘Bij een boek moet je geconcentreerd zijn. Je moet erover nadenken anders sla je het niet op. Dan kan je net zo goed niks doen’.
De tweede belangrijke reden is de concurrentie van andere activiteiten: van zowel noodzakelijke activiteiten (‘de vaatwasser moet uitgeruimd’), als van activiteiten die aantrekkelijker worden gevonden (‘’s avonds (…) kijken we op de bank een serie met wat lekkers erbij. Je doet dan toch wat met zijn tweeën’). Daaronder zijn ook activiteiten die vergelijkbare functies als het boek vervullen, zoals het kijken van series om van verhalen te genieten, of het lezen van artikelen op internet om kennis op te doen.
Bibliotheekblad 3 • maart 2025
Onderzoek
onderzoek
Bronnen en noten
1. NielsenIQ GfK (2024). Niet-lezers & light lezers. Kwalitatief onderzoek. Amstelveen: NielsenIQ Gfk.
2. Zie www.wieleestheefteengoedverhaal.nl.
3. Nagelhout, E., Richards, C. & Qing, L. (2024). Boeken lezen, lenen en kopen. Reguliere meting 2024 (meting 67). Amstelveen: GfK (in opdracht van Stichting Marktonderzoek Boekenvak).
4. Buisman, M., Bollen, I., Jacobs, B., Huijts, T., Cornelisse, R., Van Guilik, N., Elshof, D., & Van Griensven, L. (2024). PIAAC 2023. Kernvaardigheden van volwassenen. Resultaten van de Nederlandse survey 2023. Amstelveen: Kohnstamm Instituut.
5. Oogfonds (z.j.). Feiten en cijfers. Geraadpleegd op 3-2-2025.
6. Een voorbeeld hiervan is de website www.howlongtoread.com, die de geschatte leestijd van een boek geeft door het aantal woorden in een boek te delen door het gemiddelde leestempo.
7. Zie www.bibliotheeknetwerk.nl/nieuws/nieuwe-campagne-voor-digitaal-lezen
De belangrijkste drempel is echter dat de meeste geïnterviewden niet ontevreden zijn over hun huidige situatie. Ze zien vaak wel de positieve kanten van lezen, maar voelen veelal niet de behoefte om dat ook meer te gaan doen. Ze vinden bijvoorbeeld hun huidige tijdsbesteding prima (‘ik heb zoveel om handen, dat ik geen boek nodig heb om me bezig te houden’), of gaan ervanuit dat (meer) lezen toch niet gaat lukken.
Hoe kunnen we leesdrempels verlagen?
Als niet-lezers en light lezers niet (meer) willen gaan lezen, wordt het dan een onmogelijke opgave hen toch te bereiken? Moeten we dan – net als de jongen uit de commercial – maar hopen op wat magie?
Gelukkig niet, want in de gesprekken brachten de geïnterviewden ook ideeën naar voren, die hen mogelijk toch zouden kunnen helpen om meer te gaan lezen. Zo hebben zij vooral baat bij concrete tips voor boeken, die specifiek voor hen persoonlijk aantrekkelijk zijn. Voor veel van de geïnterviewden zijn dat liever non-fictieboeken dan fictieboeken. Het lezen van non-fictie heeft vaak een achterliggend doel – bijvoorbeeld om jezelf te ontwikkelen – en men kan non-fictie boeken makkelijker even tussendoor lezen.
Om een boek te kunnen vinden dat aansluit bij de eigen wensen, is ook (meer) praktische informatie nodig. Men wil bijvoorbeeld kunnen zien of een boek toegankelijk en makkelijk leesbaar is, of het (in het geval van een serie) nodig is om voorgaande delen gelezen te hebben, hoe lang de gemiddelde leesduur is6en waarom een boek goed is. Voor mensen met een leesbeperking is het daarnaast belangrijk te weten dat de collectie van Passend Lezen voor hen veel te bieden heeft.
Omdat deze doelgroep weinig leest en boeken als duur ziet, lijken ‘kleine’ bibliotheekabonnementen (waarbij je bijvoorbeeld maar een klein aantal titels kunt lenen of een klein bedrag betaalt per uitlening) met een lange(re) uitleenperiode voor hen het meest interessant. Als idee werd daarbij genoemd om een proefabonnement aan te bieden waarbij een aantal boeken voor jou geselecteerd wordt. Een ander genoemd idee is de mogelijkheid om na het lezen van een boek alvast een nieuw boek voor je in de bibliotheek klaar te laten leggen, om mee te nemen bij het inleveren van het vorige boek. Dit kan een laagdrempelige kennismaking met de bibliotheek vormen, die tegelijkertijd helpt keuzestress tegen te gaan.
Vergeet het lezen niet
Ten slotte wordt ook reclame genoemd: zowel als algemene reminder om het lezen niet te ‘vergeten’, als voor specifieke titels. Gezien de resultaten uit het onderzoek lijkt het vooral waardevol om daarbij zowel te richten op het ontspannende effect van lezen (om de associatie met ‘moeite’ tegen te gaan) als op de mogelijkheid om meer kennis op te doen (gezien de voorkeur van de geïnterviewden voor non-fictie).
Aan deze aanbeveling om reclame te maken wordt de komende maanden alvast voldaan. Voor het digitale leesaanbod in de online Bibliotheek start in 2025 de campagne ‘Hetzelfde verhaal, maar dan digitaal’, die zich voornamelijk richt op incidentele lezers.7En in het najaar krijgt de campagne ‘Wie leest heeft een goed verhaal’ een nieuw hoofdstuk, waarin hopelijk opnieuw een niet-lezer een lezer wordt.
Andere leesdrempels
Daarnaast worden in het onderzoek enkele andere omstandigheden genoemd die bovengenoemde redenen kunnen versterken. Een aanzienlijk deel van de bevolking kampt met één of meerdere beperkingen, die het lezen kunnen bemoeilijken. Zo hebben ruim 2,5 miljoen volwassenen (16-75 jaar) lage taalvaardigheden en hebben ruim 300.000 Nederlanders een visuele beperking.4,5
Omdat de geïnterviewden weinig lezen, vinden ze het bovendien moeilijk om een nieuw boek te vinden in het enorme boekenaanbod. Het is gemakkelijk om een verkeerde keuze te maken en dat brengt keuzestress met zich mee. Ook kosten vormen daarmee een risico: als je niet zeker weet of je een boek leuk gaat vinden, zijn de kosten voor een boek of een bibliotheekabonnement voor een heel jaar al snel te hoog.
Over het onderzoek
Niet-lezers en light lezers is het 70e onderzoek dat door NIQ GfK is uitgevoerd in opdracht van Stichting Marktonderzoek Boekenvak (SMB): een samenwerkingsverband tussen de Koninklijke Boekverkopersbond, Groep Algemene Uitgevers, CPNB, Stichting Lezen en de KB. Sinds 2007 laat SMB consumentenonderzoek uitvoeren naar het lezen, kopen en lenen van boeken. Jaarlijks wordt één algemeen onderzoek uitgevoerd en drie onderzoeken naar specifieke thema’s. Alle onderzoeksrapporten zijn verzameld op https://kvbboekwerk.nl/consumentenonderzoek.
In gesprek met niet-lezers en light lezers
Hoe wordt een niet-lezer een lezer? Voor de jonge hoofdpersoon van de campagne ‘Wie leest heeft een goed verhaal’ – die eind 2024 door de Leescoalitie werd gestart – is het de liefde.1In de commercial zien we hoe hij een oogje heeft op een klasgenoot, maar zij heeft juist meer oog voor haar boek dan voor hem. Uiteindelijk koopt de jongen hetzelfde boek, waarna het hem niet meer loslaat – totdat hij al lezende per ongeluk tegen haar opbotst. Beide boeken vallen op de grond, en wanneer de jongen het boek weer openslaat, staat op de eerste pagina de vraag of hij samen wil lezen.
Hopelijk helpt de campagne veel mensen zich ook (voor het eerst) te verliezen in een boek, want er zijn in Nederland veel mensen die zelden of nooit lezen. Hoewel de leesfrequentie in 2024 iets toenam, las 14% van de bevolking van 14 jaar en ouder nooit een boek, en 19% minder dan eens per maand.2Deze circa 5 miljoen niet-lezers en light lezers vormen een belangrijke doelgroep voor bibliotheken, leesbevorderaars en het boekenvak. Voor een nieuw onderzoek in opdracht van Stichting Marktonderzoek Boekenvak zijn daarom 14 niet-lezers en light lezers uitgebreid gesproken over hun leesmotivatie en leeshouding. Hoewel het met deze methode moeilijk is om representatieve uitspraken over de hele doelgroep te doen, zijn dergelijke diepte-interviews wel bij uitstek geschikt om een dieper inzicht in de doelgroep te krijgen en nieuwe ideeën te genereren.
Waarom lezen mensen niet (veel)?
De mensen die in het onderzoek zijn gesproken, noemen twee belangrijke redenen waarom zij niet of weinig lezen. Op de eerste plaats ervaren zij te weinig rust en concentratie om een boek te lezen – al lukt dit in weekenden en vakanties soms beter. Concentratie en rust worden echter wel als randvoorwaarden gezien, waardoor een gebrek hieraan een drempel kan zijn om te gaan lezen. Zo vertelt één respondent: ‘Bij een boek moet je geconcentreerd zijn. Je moet erover nadenken anders sla je het niet op. Dan kan je net zo goed niks doen’.
De tweede belangrijke reden is de concurrentie van andere activiteiten: van zowel noodzakelijke activiteiten (‘de vaatwasser moet uitgeruimd’), als van activiteiten die aantrekkelijker worden gevonden (‘’s avonds (…) kijken we op de bank een serie met wat lekkers erbij. Je doet dan toch wat met zijn tweeën’). Daaronder zijn ook activiteiten die vergelijkbare functies als het boek vervullen, zoals het kijken van series om van verhalen te genieten, of het lezen van artikelen op internet om kennis op te doen.
Bibliotheekblad 3 • maart 2025
Ruim 2 miljoen Nederlanders boven de 14 jaar lezen nooit boeken, en bijna 3 miljoen Nederlanders doen dat minder dan één keer per maand. Het bereiken van deze doelgroep vormt misschien wel de grootste kans voor bibliotheken en het boekenvak, maar tevens een grote uitdaging. In een nieuw onderzoek komen deze ‘niet-lezers’ en ‘light lezers’ aan het woord.1Wat zou hen ertoe kunnen bewegen om toch (vaker) een boek op te pakken?
Tekst: Bjorn Schrijen, adviseur onderzoek en kennisdeling bij de KB, de nationale bibliotheek • Video’s: De Leescoalitie en B Netwerk