Mediaopvoeding: welke zorgen en behoeften hebben opvoeders?
Onderzoeksbureau Regioplan voerde in opdracht van de KB onderzoek uit naar de behoeften en zorgen van ouders rondom mediaopvoeding en de rol die zij daarin zien voor de openbare bibliotheken. Duidelijk wordt dat alle geïnterviewden veel met het onderwerp bezig zijn en allemaal bepaalde regels, zoals schermtijd, hanteren. Zij zien risico’s in sociale vergelijking met leeftijdsgenoten, sociale media en hun invloed op de ontwikkeling van het kind. Opvoeders hebben behoefte aan sparren met andere opvoeders over het onderwerp en aan eenduidige informatie en normen over mediagebruik onder kinderen. Zij zien hierin een rol voor de openbare bibliotheek, omdat dit een laagdrempelige en toegankelijke plek is.
Tekst: Anne-Katelijne Rotteveel (Impactonderzoeker bij de KB, nationale bibliotheek) • Rowan Olierook (Adviseur Digitale Geletterdheid Jeugd) • Video: Pexels / Kindel Media
Uit eerdere onderzoeken naar het onderwerp blijkt dat kinderen dagelijks meer tijd aan media besteden dan wat de World Health Organization als richtlijn geeft. Toch is de schermtijd na jarenlange stijging in vergelijking met vorige jaren wat afgenomen. Dit wordt mogelijk verklaard doordat opvoeders zich toenemend bewust zijn van de mogelijke risico’s van mediagebruik. Uit eerdere onderzoeken blijkt dan ook dat ouders regelmatig worstelen met de mediaopvoeding van hun kinderen. Er wordt vooral passief opgevoed door op afstand mee te kijken en in de gaten te houden wat kinderen doen of bekijken op televisie, telefoon of tablet. Slechts 64% van de opvoeders praat over media-activiteiten met hun kinderen en hoe ouder kinderen worden, hoe minder uitleg ouders geven. Veel ouders hebben een schermtijd voor hun kinderen ingesteld, maar de helft van de ouders heeft moeite deze afspraken vol te houden (Nikken & Tuijnman, 2025). Het huidige onderzoek bouwt voort op bestaande kennis door kwalitatieve gesprekken te voeren met in totaal zeventien opvoeders van kinderen van 0-6 jaar en van 7-12 jaar. De gesprekken gingen over de ervaringen, uitdagingen en behoeften van opvoeders rondom mediaopvoeding.
Zorgen en twijfels
De opvoeders die zijn geïnterviewd, zijn zelf vaak al bewust met mediagebruik en opvoeding bezig. De belangrijkste afspraken die zij met hun kinderen hebben, zijn schermtijd en wat kinderen online mogen zien en doen. Zij hopen dat hun kinderen naar hen toekomen als er iets vervelends gebeurt.
Naast de risico’s zien opvoeders ook de positieve kanten van media. Zij vinden het bijvoorbeeld gezellig en verbindend om met het gezin een film te kijken. Ook digitaal contact met familie in het buitenland of met vriendjes zorgt voor verbinding. Opvoeders zien ook de educatieve waarde van media zoals het Klokhuis of Jeugdjournaal. Daarnaast zien zij ook dat de huidige maatschappij veelal digitaal is en willen zij hun kinderen hiervoor klaarstomen.
Opvoeders hebben veel zorgen en twijfels over mediagebruik en mediaopvoeding van hun kinderen:
Sociale vergelijking (de invloed van leeftijdsgenoten): bijvoorbeeld als vrienden meer media mogen gebruiken of al eerder een smartphone krijgen.
Sociale media en online pesten.
Zorgen over invloed op ontwikkeling: zoals bijziendheid of verslaving, verminderde concentratie en impact op de mentale gezondheid.
Balans vinden in de mediaopvoeding: enerzijds willen ze hun kinderen beschermen, maar anderzijds ook niet afschermen van de wereld of ze laten achterlopen.
Al deze knelpunten spelen volgens opvoeders een sterkere rol in de puberteit. Veel ouders geven aan nu nog wel veel in de hand te kunnen houden, maar zich vooral zorgen te maken over de toekomst.
Kennisbehoeften
Ongeveer de helft van de geïnterviewden geeft aan actief informatie rondom mediaopvoeding te zoeken. Bronnen zijn dan bijvoorbeeld YouTube, specifieke sites zoals schermvrijopvoeden.nl, nieuwsartikelen, flyers en onderzoeken. Ook uit gesprekken met partner, familie of vrienden halen zij informatie. De bibliotheek wordt niet vaak genoemd als plek op nieuwe kennis op te doen.
Opvoeders hebben behoefte aan meer kennis en vaardigheden over:
Een goede, positieve en veilige omgang met veelgebruikte apps.
Hoe om te gaan met digitale en sociale media in de puberteit.
De invloed van media op de ontwikkeling van het jonge kind.
Zij zijn op zoek naar betrouwbare en eenduidige informatie in meerdere talen.
Ook zijn opvoeders op zoek naar eenduidige richtlijnen of regels. Volgens opvoeders kan de school, maar ook de landelijke politiek en maatschappelijk debat een rol spelen in het bepalen van deze normen en richtlijnen.
Opvoeders hebben behoeften aan het open gesprek met elkaar en met hun kinderen. In dit gesprek willen ze interesse tonen in het mediagebruik, zonder daarbij te oordelen of te willen controleren. Kinderen kunnen in dit gesprek dan ook hun ervaringen en vragen bespreken. Dit zou bijvoorbeeld gefaciliteerd kunnen worden in een panelgesprek.
Daarnaast hebben opvoeders behoefte aan sparren en uitwisselen over mediaopvoeding met andere opvoeders. Dit doen zij soms al met opvoeders uit hun eigen omgeving, maar zij zouden graag diepgaander in gesprek gaan tijdens een bijeenkomst. Ten slotte hebben opvoeders ook behoefte aan leuke, laagdrempelige en educatieve activiteiten voor kinderen. Opvoeders zien de school ook als belangrijke partner op dit onderwerp, bijvoorbeeld om te behandelen bij ouderbijeenkomsten op school. Overigens geven niet alle respondenten aan behoefte te hebben aan aanvullende ondersteuning,
Rol van de bibliotheek
Opvoeders zien zeker een rol voor de bibliotheek in de ondersteuning bij mediaopvoeding. Zij noemen de bibliotheek een laagdrempelige, publieke en toegankelijke voorziening. Ook ontmoeten opvoeders elkaar hier al en worden er al activiteiten voor kinderen georganiseerd. Zij zien een rol voor de bibliotheek in het informeren en geven van voorlichting. Bijvoorbeeld door het organiseren van inloopspreekuren, informatiebijeenkomsten, uitdelen van flyers of het faciliteren van een gesprek tussen ouders. Ook in de samenwerking met scholen en consultatiebureaus zien opvoeders kansen. Opvoeders merken op dat er ook duidelijker beleid dient te komen voor het mediagebruik in bibliotheken zelf, zoals bijvoorbeeld de regels en instellingen van het gebruik van de openbare computers.
Professionals zelf zien nog het belang van een koppeling tussen (voor)lezen en media, bijvoorbeeld een app behorende bij een boek.
Uitdagingen voor de bibliotheek om een rol te spelen op dit gebied is de beeldvorming: de bibliotheek wordt nog niet altijd gezien als een partner op dit gebied. Daarnaast is er maar beperkte tijd en prioriteit die partners hebben voor mediaopvoeding naast alle andere onderwerpen die besproken moeten worden. Daarom raden professionals aan om aan te sluiten bij wat er al is, bijvoorbeeld bij een bestaande ouderavond.
Het is daarnaast een uitdaging voor de bibliotheek om aan te sluiten bij doelgroepen die de bibliotheek nu nog niet of weinig bezoeken. Hiervoor wordt wederom genoemd om aan te sluiten bij wat er al is en waar ouders wel al aanwezig zijn. Volgens professionals is het vooral nodig om een lange adem te hebben in het bereiken van nieuwe doelgroepen voor de bibliotheek. Dus blijven programmeren en zorgen dat de informatie en de activiteit zelf zo toegankelijk en bereikbaar mogelijk zijn.
Kortom, als laagdrempelige ontmoetingsplek en belangrijke schakel in lokale netwerken kan de bibliotheek een betekenisvolle rol spelen wat betreft mediaopvoeding. Dat doen ze met (gezinsgerichte) programmering voor opvoeders en kinderen, door het gesprek te stimuleren en door te verwijzen naar betrouwbare informatie. Met de uitkomsten van dit onderzoek kun je gerichter aan de slag met mediaopvoeding, in samenwerking met zorginstellingen, onderwijs en in je bibliotheekprogrammering.
Verder lezen
Kopman, T. & Schippers, N. (2025). Omnibus biculturele Nederlanders 2025. Motivaction.
Nikken, P., & Tuijnman, A. (2025). Verdiepend onderzoek Iene Miene Media: Samen met media. Netwerk Mediawijsheid.
Probiblio & ITTA UvA (2025). De effecten van digitaal mediagebruik op de taalontwikkeling van jonge kinderen. Inzichten en aanbevelingen over mediaopvoeding uit de wetenschap. Probiblio & ITTA UvA.
Bibliotheekblad 7 • september 2025
Onderzoek
onderzoek
Mediaopvoeding: welke zorgen en behoeften hebben opvoeders?
Uit eerdere onderzoeken naar het onderwerp blijkt dat kinderen dagelijks meer tijd aan media besteden dan wat de World Health Organization als richtlijn geeft. Toch is de schermtijd na jarenlange stijging in vergelijking met vorige jaren wat afgenomen. Dit wordt mogelijk verklaard doordat opvoeders zich toenemend bewust zijn van de mogelijke risico’s van mediagebruik. Uit eerdere onderzoeken blijkt dan ook dat ouders regelmatig worstelen met de mediaopvoeding van hun kinderen. Er wordt vooral passief opgevoed door op afstand mee te kijken en in de gaten te houden wat kinderen doen of bekijken op televisie, telefoon of tablet. Slechts 64% van de opvoeders praat over media-activiteiten met hun kinderen en hoe ouder kinderen worden, hoe minder uitleg ouders geven. Veel ouders hebben een schermtijd voor hun kinderen ingesteld, maar de helft van de ouders heeft moeite deze afspraken vol te houden (Nikken & Tuijnman, 2025). Het huidige onderzoek bouwt voort op bestaande kennis door kwalitatieve gesprekken te voeren met in totaal zeventien opvoeders van kinderen van 0-6 jaar en van 7-12 jaar. De gesprekken gingen over de ervaringen, uitdagingen en behoeften van opvoeders rondom mediaopvoeding.
Zorgen en twijfels
De opvoeders die zijn geïnterviewd, zijn zelf vaak al bewust met mediagebruik en opvoeding bezig. De belangrijkste afspraken die zij met hun kinderen hebben, zijn schermtijd en wat kinderen online mogen zien en doen. Zij hopen dat hun kinderen naar hen toekomen als er iets vervelends gebeurt.
Naast de risico’s zien opvoeders ook de positieve kanten van media. Zij vinden het bijvoorbeeld gezellig en verbindend om met het gezin een film te kijken. Ook digitaal contact met familie in het buitenland of met vriendjes zorgt voor verbinding. Opvoeders zien ook de educatieve waarde van media zoals het Klokhuis of Jeugdjournaal. Daarnaast zien zij ook dat de huidige maatschappij veelal digitaal is en willen zij hun kinderen hiervoor klaarstomen.
Opvoeders hebben veel zorgen en twijfels over mediagebruik en mediaopvoeding van hun kinderen:
Sociale vergelijking (de invloed van leeftijdsgenoten): bijvoorbeeld als vrienden meer media mogen gebruiken of al eerder een smartphone krijgen.
Sociale media en online pesten.
Zorgen over invloed op ontwikkeling: zoals bijziendheid of verslaving, verminderde concentratie en impact op de mentale gezondheid.
Balans vinden in de mediaopvoeding: enerzijds willen ze hun kinderen beschermen, maar anderzijds ook niet afschermen van de wereld of ze laten achterlopen.
Al deze knelpunten spelen volgens opvoeders een sterkere rol in de puberteit. Veel ouders geven aan nu nog wel veel in de hand te kunnen houden, maar zich vooral zorgen te maken over de toekomst.
Kennisbehoeften
Ongeveer de helft van de geïnterviewden geeft aan actief informatie rondom mediaopvoeding te zoeken. Bronnen zijn dan bijvoorbeeld YouTube, specifieke sites zoals schermvrijopvoeden.nl, nieuwsartikelen, flyers en onderzoeken. Ook uit gesprekken met partner, familie of vrienden halen zij informatie. De bibliotheek wordt niet vaak genoemd als plek op nieuwe kennis op te doen.
Opvoeders hebben behoefte aan meer kennis en vaardigheden over:
Een goede, positieve en veilige omgang met veelgebruikte apps.
Hoe om te gaan met digitale en sociale media in de puberteit.
De invloed van media op de ontwikkeling van het jonge kind.
Zij zijn op zoek naar betrouwbare en eenduidige informatie in meerdere talen.
Ook zijn opvoeders op zoek naar eenduidige richtlijnen of regels. Volgens opvoeders kan de school, maar ook de landelijke politiek en maatschappelijk debat een rol spelen in het bepalen van deze normen en richtlijnen.
Opvoeders hebben behoeften aan het open gesprek met elkaar en met hun kinderen. In dit gesprek willen ze interesse tonen in het mediagebruik, zonder daarbij te oordelen of te willen controleren. Kinderen kunnen in dit gesprek dan ook hun ervaringen en vragen bespreken. Dit zou bijvoorbeeld gefaciliteerd kunnen worden in een panelgesprek.
Daarnaast hebben opvoeders behoefte aan sparren en uitwisselen over mediaopvoeding met andere opvoeders. Dit doen zij soms al met opvoeders uit hun eigen omgeving, maar zij zouden graag diepgaander in gesprek gaan tijdens een bijeenkomst. Ten slotte hebben opvoeders ook behoefte aan leuke, laagdrempelige en educatieve activiteiten voor kinderen. Opvoeders zien de school ook als belangrijke partner op dit onderwerp, bijvoorbeeld om te behandelen bij ouderbijeenkomsten op school. Overigens geven niet alle respondenten aan behoefte te hebben aan aanvullende ondersteuning,
Rol van de bibliotheek
Opvoeders zien zeker een rol voor de bibliotheek in de ondersteuning bij mediaopvoeding. Zij noemen de bibliotheek een laagdrempelige, publieke en toegankelijke voorziening. Ook ontmoeten opvoeders elkaar hier al en worden er al activiteiten voor kinderen georganiseerd. Zij zien een rol voor de bibliotheek in het informeren en geven van voorlichting. Bijvoorbeeld door het organiseren van inloopspreekuren, informatiebijeenkomsten, uitdelen van flyers of het faciliteren van een gesprek tussen ouders. Ook in de samenwerking met scholen en consultatiebureaus zien opvoeders kansen. Opvoeders merken op dat er ook duidelijker beleid dient te komen voor het mediagebruik in bibliotheken zelf, zoals bijvoorbeeld de regels en instellingen van het gebruik van de openbare computers.
Professionals zelf zien nog het belang van een koppeling tussen (voor)lezen en media, bijvoorbeeld een app behorende bij een boek.
Uitdagingen voor de bibliotheek om een rol te spelen op dit gebied is de beeldvorming: de bibliotheek wordt nog niet altijd gezien als een partner op dit gebied. Daarnaast is er maar beperkte tijd en prioriteit die partners hebben voor mediaopvoeding naast alle andere onderwerpen die besproken moeten worden. Daarom raden professionals aan om aan te sluiten bij wat er al is, bijvoorbeeld bij een bestaande ouderavond.
Het is daarnaast een uitdaging voor de bibliotheek om aan te sluiten bij doelgroepen die de bibliotheek nu nog niet of weinig bezoeken. Hiervoor wordt wederom genoemd om aan te sluiten bij wat er al is en waar ouders wel al aanwezig zijn. Volgens professionals is het vooral nodig om een lange adem te hebben in het bereiken van nieuwe doelgroepen voor de bibliotheek. Dus blijven programmeren en zorgen dat de informatie en de activiteit zelf zo toegankelijk en bereikbaar mogelijk zijn.
Kortom, als laagdrempelige ontmoetingsplek en belangrijke schakel in lokale netwerken kan de bibliotheek een betekenisvolle rol spelen wat betreft mediaopvoeding. Dat doen ze met (gezinsgerichte) programmering voor opvoeders en kinderen, door het gesprek te stimuleren en door te verwijzen naar betrouwbare informatie. Met de uitkomsten van dit onderzoek kun je gerichter aan de slag met mediaopvoeding, in samenwerking met zorginstellingen, onderwijs en in je bibliotheekprogrammering.
Verder lezen
Kopman, T. & Schippers, N. (2025). Omnibus biculturele Nederlanders 2025. Motivaction.
Nikken, P., & Tuijnman, A. (2025). Verdiepend onderzoek Iene Miene Media: Samen met media. Netwerk Mediawijsheid.
Probiblio & ITTA UvA (2025). De effecten van digitaal mediagebruik op de taalontwikkeling van jonge kinderen. Inzichten en aanbevelingen over mediaopvoeding uit de wetenschap. Probiblio & ITTA UvA.
Bibliotheekblad 7 • september 2025
Onderzoeksbureau Regioplan voerde in opdracht van de KB onderzoek uit naar de behoeften en zorgen van ouders rondom mediaopvoeding en de rol die zij daarin zien voor de openbare bibliotheken. Duidelijk wordt dat alle geïnterviewden veel met het onderwerp bezig zijn en allemaal bepaalde regels, zoals schermtijd, hanteren. Zij zien risico’s in sociale vergelijking met leeftijdsgenoten, sociale media en hun invloed op de ontwikkeling van het kind. Opvoeders hebben behoefte aan sparren met andere opvoeders over het onderwerp en aan eenduidige informatie en normen over mediagebruik onder kinderen. Zij zien hierin een rol voor de openbare bibliotheek, omdat dit een laagdrempelige en toegankelijke plek is.
Tekst: Anne-Katelijne Rotteveel (Impactonderzoeker bij de KB, nationale bibliotheek) • Rowan Olierook (Adviseur Digitale Geletterdheid Jeugd) • Video: Pexels / Kindel Media