Een maatschappelijk-educatieve ‘Nederbieb’?
Is Nederland uniek in Europa?
Ontwikkelen openbare bibliotheken zich overal in Europa hetzelfde? Een vergelijking van statistieken (2015-2024) uit twintig landen toont overeenkomsten tussen Nederland en twee noordelijke landen. Is er sprake van een specifiek ‘Noords-Nederlands’ bibliotheekmodel?
Tekst: Frank Huysmans, researchspecialist bij KB nationale bibliotheek • Illustratie: Google Gemini (AI)
Nederland in Europees perspectief
De openbare bibliotheken in Nederland gaat het de laatste jaren voor de wind. De Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) van 2015 heeft zonder twijfel aan deze ontwikkeling bijgedragen. De vijf maatschappelijke functies die VOB en VNG in 2005 al hadden benoemd,1werden in de wet verankerd, evenals de publieke waarden van waaruit die functies worden vervuld. Vijf jaar later was de constatering dat de openbare bibliotheek hierdoor een duidelijker maatschappelijk-educatief profiel hadden gekregen, maar dat dit profiel nog verstevigd kon worden.2 In de Bibliotheekconvenanten en Netwerkagenda’s is die uitdaging de afgelopen jaren opgepakt en vertaald naar (inmiddels: ‘de’) drie maatschappelijke opgaven:
• Het bevorderen van een geletterde samenleving.
• Participatie in de informatiesamenleving
• Een leven lang leren.3
Ontwikkelt de openbare bibliotheek zich elders in Europa in dezelfde richting of hebben we het over een specifiek Nederlandse trend? Een vergelijking van bibliotheekstatistieken voor 2015-2024 met die uit andere Europese landen kan een antwoord op die vraag dichterbij brengen. Voor deze verkenning zijn openbare bronnen op het web uit een twintigtal Europese landen geconsulteerd. Een belangrijke disclaimer vooraf: er zijn nagenoeg geen (vergelijkbare) statistieken over digitale bezoeken en uitleningen beschikbaar. Dit brengt met name een vergelijking met België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk buiten bereik. Met dit en de nodige andere voorbehouden – cijfers zeggen niet alles, niet alle landen beschikken over cijferreeksen, en waar ze er wel zijn, zijn ze niet altijd goed vergelijkbaar – wijzen de statistieken op overeenkomsten met twee noordelijke landen. Een uitgebreider verslag inclusief een onderzoeksverantwoording en een vergelijking van ontwikkelingen in financiën en personeel, is te vinden op www.bibliotheeknetwerk.nl/onderzoek.
Locaties en collecties
In acht van de negen landen waarvoor gegevens beschikbaar zijn, is het aantal bibliotheeklocaties vanaf 2015 gedaald. Alleen in Denemarken kwamen er meer locaties bij (+5%). Van de overige landen hield Nederland het ‘verlies’ met min één procent nog het meest beperkt. Ook in Tsjechië, Finland en Oostenrijk bleef de daling met 3 tot 5 procent binnen de perken. In Polen (-6%) en Zweden (-8%) daalde het aantal locaties wat sterker. Hekkensluiters in deze vergelijking zijn Estland (-11%) en buurland Duitsland (-12%).4 De ontwikkeling in Nederland steekt daarmee gunstig af tegenover de meeste landen. Daar komt nog bij dat de financiële impuls van de SPUK-regeling, gericht op het versterken van de fysieke voorzieningen, in de cijfers van 2024 nog niet of nauwelijks zichtbaar is.
Bij de fysieke collecties is in ons land tussen 2015 en 2024 een daling van 5 procent te zien. Daarmee is Nederland in Europese vergelijking (hier: elf landen) een middenmoter. Waar in Zweden het aantal locaties behoorlijk afnam, groeide de collectieomvang juist met 9 procent. Precies andersom verliep de ontwikkeling in Denemarken: de groei in locaties ging daar juist gepaard met een daling van de fysieke collecties met 25 procent. De overige landen waarvoor cijfers beschikbaar zijn, zitten hier tussenin. Oostenrijk (+1%), Tsjechië (-3%) en Polen (-4%) komen nog voor Nederland, waarna de dalingen meteen in de dubbele cijfers terechtkomen. In Hongarije, Duitsland, Slowakije, Finland en Estland lag de daling tussen de -10 en -20 procent.
Leden en uitleningen
Het aantal leden (of: geregistreerde gebruikers) op nationaal niveau wordt in de Europese landen op twee manieren gekwantificeerd. Ofwel men telt zoals in Nederland het aantal leden, ongeacht of die iets hebben geleend, ofwel men telt de actieve gebruikers: alleen die leden die in de afgelopen 12 maanden minimaal één fysiek item hebben geleend. Van de landen die cijfers over alle (actieve én passieve) leden bijhouden, is de daling in Nederland (-2%) het geringst. In Estland, Tsjechië en Finland was de teruggang tussen -4 en -9 procent, terwijl het ledental in Hongarije met liefst 31 procent daalde. Van de vijf landen die actieve leden registreren, zijn er drie met een toename. In Denemarken en Oostenrijk bedroeg de toename 3 en in Ierland maar liefst 30 procent sinds 2019 (voor eerdere jaren zijn er geen cijfers). In Zweden (-4%) en Polen (-14%) werd een terugloop waargenomen.
Bij het ontbreken van (vergelijkbare) cijfers over digitale uitleningen voor de meeste landen zeggen trends in fysieke uitleningen lang niet alles. Ze geven in combinatie met trends in bezoeken en activiteiten wel enige informatie over de veranderende functie van fysieke vestigingen. Het aantal uitleningen van fysieke materialen liep volgens de officiële cijfers in Hongarije procentueel nog wat harder terug (-36%). Na Hongarije kent Nederland met min 30 procent de grootste daling van de in totaal elf landen waarvoor cijfers beschikbaar zijn. Ons land wordt in dit opzicht op de voet gevolgd door Tsjechië en Denemarken met respectievelijk -29 en -27 procent. Dalingen waren er ook in Zweden, Duitsland, Estland, Zwitserland en Finland, zij het minder omvangrijk dan in de al genoemde landen. In Oostenrijk (+12%) en Ierland (+25%, sinds 2017) werden juist flinke toenames in fysieke uitleningen geboekt.
Bezoeken en activiteiten
Tegenover de flinke daling in fysieke uitleningen staat dat Nederland van de acht landen met statistische informatie de grootste toename in aantallen bezoeken heeft geboekt tussen 2015 en 2024. In ons land groeide dat met 6 procent. Alleen in Finland was er eveneens een toename te zien (+2%). In Duitsland bleef de teruggang beperkt tot -7 procent. In Denemarken, Tsjechië, Ierland, Zweden en Hongarije liep de procentuele daling in de dubbele cijfers. Hongarije is met -33% opnieuw hekkensluiter.
Over in de bibliotheek georganiseerde activiteiten zijn maar in vijf landen cijfers beschikbaar. Daarbij is het moeilijk vast te stellen wat in die landen als ‘activiteit’ is geteld. Onder de aanname dat de cijfers toch vergelijkbaar zijn, spannen Nederland en Finland de kroon met een toename in activiteiten van respectievelijk +405% en +343 procent. Ook in Denemarken (+68%), Zweden (+22%) en Duitsland (+11 procent) werden meer activiteiten geteld dan bijna tien jaar eerder.
Terwijl in andere Europese landen het aantal fysieke bezoeken aan de bibliotheek is gedaald, ook met meer activiteiten dan een kleine tien jaar geleden, is het in Nederland en Finland gelukt om meer mensen naar de fysieke locaties te trekken. De sterke toename in georganiseerde activiteiten in beide landen heeft daar vast aan bijgedragen.
Een Noords-Nederlands model?
Zijn de ontwikkelingen in de Nederlandse openbare bibliotheken ook elders in Europa zichtbaar? Wie de statistieken op zich laat inwerken, ziet overeenkomsten tussen de Nederlandse en Finse bibliotheekstelsels, en in iets mindere mate met het Deense. Het aantal fysieke locaties daalde of groeide licht, het aantal (actieve) leden bleef ongeveer gelijk, de georganiseerde activiteiten namen sterk in getal toe, waarmee de bezoeken toenamen of niet al te sterk daalden. Alle drie landen hebben ook een inmiddels goed ‘ingeburgerde’ digitale bibliotheek.
Opvallend is wel dat in Finland de fysieke uitleningen redelijk op peil zijn gebleven waar ze in Denemarken en bij ons flink zijn afgenomen. In Denemarken lag de toename in activiteiten op een lager peil en zijn de aantallen bezoeken ook gedaald, waar ze in ons land en in Finland zijn gegroeid. Minder grote overeenkomsten zijn er met de Zweedse en Tsjechische modellen. In vergelijking met de andere landen overheersen toch wel de verschillen.
Statistieken
De Nederlandse statistieken zijn te vinden op https://www.bibliotheeknetwerk.nl/dashboard/dashboard-bibliotheekstatistiek."
1.Nog te vinden op https://www.dsp-groep.nl/publicatie/richtlijn-voor-basisbibliotheken-richtlijn-voor-basisbibliotheken-algemeen/.
2.B. van Mil, J. Mulder, F. Uyterlinde, M. Goes & R. Koning (2019), Evaluatie Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, Den Haag: Kwink Groep/Panteia/Rebel.
3.Zie https://www.bibliotheeknetwerk.nl/, onder ‘Thema’s’.
4.In Hongarije liep het aantal geregistreerde locaties met 9 procent terug, maar een andere wijze van registreren leidt hier tot een lichte vertekening. De werkelijke daling was waarschijnlijk iets minder groot.
Bibliotheekblad 1 • januari 2026
Onderzoek
onderzoek
Een maatschappelijk-educatieve ‘Nederbieb’?
Is Nederland uniek in Europa?
Bibliotheekblad 1 • januari 2026
Ontwikkelen openbare bibliotheken zich overal in Europa hetzelfde? Een vergelijking van statistieken (2015-2024) uit twintig landen toont overeenkomsten tussen Nederland en twee noordelijke landen. Is er sprake van een specifiek ‘Noords-Nederlands’ bibliotheekmodel?
Tekst: Frank Huysmans, researchspecialist bij KB nationale bibliotheek • Illustratie: Google Gemini (AI)
Nederland in Europees perspectief
De openbare bibliotheken in Nederland gaat het de laatste jaren voor de wind. De Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) van 2015 heeft zonder twijfel aan deze ontwikkeling bijgedragen. De vijf maatschappelijke functies die VOB en VNG in 2005 al hadden benoemd,1werden in de wet verankerd, evenals de publieke waarden van waaruit die functies worden vervuld. Vijf jaar later was de constatering dat de openbare bibliotheek hierdoor een duidelijker maatschappelijk-educatief profiel hadden gekregen, maar dat dit profiel nog verstevigd kon worden.2 In de Bibliotheekconvenanten en Netwerkagenda’s is die uitdaging de afgelopen jaren opgepakt en vertaald naar (inmiddels: ‘de’) drie maatschappelijke opgaven:
• Het bevorderen van een geletterde samenleving.
• Participatie in de informatiesamenleving
• Een leven lang leren.3
Ontwikkelt de openbare bibliotheek zich elders in Europa in dezelfde richting of hebben we het over een specifiek Nederlandse trend? Een vergelijking van bibliotheekstatistieken voor 2015-2024 met die uit andere Europese landen kan een antwoord op die vraag dichterbij brengen. Voor deze verkenning zijn openbare bronnen op het web uit een twintigtal Europese landen geconsulteerd. Een belangrijke disclaimer vooraf: er zijn nagenoeg geen (vergelijkbare) statistieken over digitale bezoeken en uitleningen beschikbaar. Dit brengt met name een vergelijking met België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk buiten bereik. Met dit en de nodige andere voorbehouden – cijfers zeggen niet alles, niet alle landen beschikken over cijferreeksen, en waar ze er wel zijn, zijn ze niet altijd goed vergelijkbaar – wijzen de statistieken op overeenkomsten met twee noordelijke landen. Een uitgebreider verslag inclusief een onderzoeksverantwoording en een vergelijking van ontwikkelingen in financiën en personeel, is te vinden op www.bibliotheeknetwerk.nl/onderzoek.
Locaties en collecties
In acht van de negen landen waarvoor gegevens beschikbaar zijn, is het aantal bibliotheeklocaties vanaf 2015 gedaald. Alleen in Denemarken kwamen er meer locaties bij (+5%). Van de overige landen hield Nederland het ‘verlies’ met min één procent nog het meest beperkt. Ook in Tsjechië, Finland en Oostenrijk bleef de daling met 3 tot 5 procent binnen de perken. In Polen (-6%) en Zweden (-8%) daalde het aantal locaties wat sterker. Hekkensluiters in deze vergelijking zijn Estland (-11%) en buurland Duitsland (-12%).4 De ontwikkeling in Nederland steekt daarmee gunstig af tegenover de meeste landen. Daar komt nog bij dat de financiële impuls van de SPUK-regeling, gericht op het versterken van de fysieke voorzieningen, in de cijfers van 2024 nog niet of nauwelijks zichtbaar is.
Bij de fysieke collecties is in ons land tussen 2015 en 2024 een daling van 5 procent te zien. Daarmee is Nederland in Europese vergelijking (hier: elf landen) een middenmoter. Waar in Zweden het aantal locaties behoorlijk afnam, groeide de collectieomvang juist met 9 procent. Precies andersom verliep de ontwikkeling in Denemarken: de groei in locaties ging daar juist gepaard met een daling van de fysieke collecties met 25 procent. De overige landen waarvoor cijfers beschikbaar zijn, zitten hier tussenin. Oostenrijk (+1%), Tsjechië (-3%) en Polen (-4%) komen nog voor Nederland, waarna de dalingen meteen in de dubbele cijfers terechtkomen. In Hongarije, Duitsland, Slowakije, Finland en Estland lag de daling tussen de -10 en -20 procent.
Leden en uitleningen
Het aantal leden (of: geregistreerde gebruikers) op nationaal niveau wordt in de Europese landen op twee manieren gekwantificeerd. Ofwel men telt zoals in Nederland het aantal leden, ongeacht of die iets hebben geleend, ofwel men telt de actieve gebruikers: alleen die leden die in de afgelopen 12 maanden minimaal één fysiek item hebben geleend. Van de landen die cijfers over alle (actieve én passieve) leden bijhouden, is de daling in Nederland (-2%) het geringst. In Estland, Tsjechië en Finland was de teruggang tussen -4 en -9 procent, terwijl het ledental in Hongarije met liefst 31 procent daalde. Van de vijf landen die actieve leden registreren, zijn er drie met een toename. In Denemarken en Oostenrijk bedroeg de toename 3 en in Ierland maar liefst 30 procent sinds 2019 (voor eerdere jaren zijn er geen cijfers). In Zweden (-4%) en Polen (-14%) werd een terugloop waargenomen.
Bij het ontbreken van (vergelijkbare) cijfers over digitale uitleningen voor de meeste landen zeggen trends in fysieke uitleningen lang niet alles. Ze geven in combinatie met trends in bezoeken en activiteiten wel enige informatie over de veranderende functie van fysieke vestigingen. Het aantal uitleningen van fysieke materialen liep volgens de officiële cijfers in Hongarije procentueel nog wat harder terug (-36%). Na Hongarije kent Nederland met min 30 procent de grootste daling van de in totaal elf landen waarvoor cijfers beschikbaar zijn. Ons land wordt in dit opzicht op de voet gevolgd door Tsjechië en Denemarken met respectievelijk -29 en -27 procent. Dalingen waren er ook in Zweden, Duitsland, Estland, Zwitserland en Finland, zij het minder omvangrijk dan in de al genoemde landen. In Oostenrijk (+12%) en Ierland (+25%, sinds 2017) werden juist flinke toenames in fysieke uitleningen geboekt.
Bezoeken en activiteiten
Tegenover de flinke daling in fysieke uitleningen staat dat Nederland van de acht landen met statistische informatie de grootste toename in aantallen bezoeken heeft geboekt tussen 2015 en 2024. In ons land groeide dat met 6 procent. Alleen in Finland was er eveneens een toename te zien (+2%). In Duitsland bleef de teruggang beperkt tot -7 procent. In Denemarken, Tsjechië, Ierland, Zweden en Hongarije liep de procentuele daling in de dubbele cijfers. Hongarije is met -33% opnieuw hekkensluiter.
Over in de bibliotheek georganiseerde activiteiten zijn maar in vijf landen cijfers beschikbaar. Daarbij is het moeilijk vast te stellen wat in die landen als ‘activiteit’ is geteld. Onder de aanname dat de cijfers toch vergelijkbaar zijn, spannen Nederland en Finland de kroon met een toename in activiteiten van respectievelijk +405% en +343 procent. Ook in Denemarken (+68%), Zweden (+22%) en Duitsland (+11 procent) werden meer activiteiten geteld dan bijna tien jaar eerder.
Terwijl in andere Europese landen het aantal fysieke bezoeken aan de bibliotheek is gedaald, ook met meer activiteiten dan een kleine tien jaar geleden, is het in Nederland en Finland gelukt om meer mensen naar de fysieke locaties te trekken. De sterke toename in georganiseerde activiteiten in beide landen heeft daar vast aan bijgedragen.
Een Noords-Nederlands model?
Zijn de ontwikkelingen in de Nederlandse openbare bibliotheken ook elders in Europa zichtbaar? Wie de statistieken op zich laat inwerken, ziet overeenkomsten tussen de Nederlandse en Finse bibliotheekstelsels, en in iets mindere mate met het Deense. Het aantal fysieke locaties daalde of groeide licht, het aantal (actieve) leden bleef ongeveer gelijk, de georganiseerde activiteiten namen sterk in getal toe, waarmee de bezoeken toenamen of niet al te sterk daalden. Alle drie landen hebben ook een inmiddels goed ‘ingeburgerde’ digitale bibliotheek.
Opvallend is wel dat in Finland de fysieke uitleningen redelijk op peil zijn gebleven waar ze in Denemarken en bij ons flink zijn afgenomen. In Denemarken lag de toename in activiteiten op een lager peil en zijn de aantallen bezoeken ook gedaald, waar ze in ons land en in Finland zijn gegroeid. Minder grote overeenkomsten zijn er met de Zweedse en Tsjechische modellen. In vergelijking met de andere landen overheersen toch wel de verschillen.
Statistieken
De Nederlandse statistieken zijn te vinden op https://www.bibliotheeknetwerk.nl/dashboard/dashboard-bibliotheekstatistiek."
1.Nog te vinden op https://www.dsp-groep.nl/publicatie/richtlijn-voor-basisbibliotheken-richtlijn-voor-basisbibliotheken-algemeen/.
2.B. van Mil, J. Mulder, F. Uyterlinde, M. Goes & R. Koning (2019), Evaluatie Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, Den Haag: Kwink Groep/Panteia/Rebel.
3.Zie https://www.bibliotheeknetwerk.nl/, onder ‘Thema’s’.
4.In Hongarije liep het aantal geregistreerde locaties met 9 procent terug, maar een andere wijze van registreren leidt hier tot een lichte vertekening. De werkelijke daling was waarschijnlijk iets minder groot.