Wie zijn al die verschillende mensen die jouw bibliotheek bezoeken?
Wie zijn al die verschillende mensen die jouw bibliotheek bezoeken? Een bibliotheek in een kleine vergrijzende gemeente, zal andere bezoekers -met andere informatiebehoeften- trekken dan een bibliotheek in een multiculturele grootstedelijke gemeente.
Jouw werkgebied in kaart
De bibliotheek is een plek waar iedereen welkom is. Dichtbij huis, waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en zich kunnen ontwikkelen. Met deskundige medewerkers, hulp, programmering en collecties die passen bij verschillende mensen. Maar wie is “iedereen” eigenlijk? Wie zijn die verschillende mensen waar jouw bibliotheek bij moet passen? Welke doelgroep bereik je al, en wie niet? En hoe kun je die inzichten vervolgens gebruiken om je dienstverlening te verbeteren? In deze onderzoeksrubriek helpen we je op weg om jouw werkgebied in kaart te brengen.
Tekst: Annemiek van de Burgt (adviseur onderzoek en kennisdeling) en Mirjam Klaren (adviseur onderzoek), KB nationale bibliotheek • Foto: Shutterstock
Bronnen
1. CBS (2026). Gemeentelijke indeling op 1 januari 2026.
2. VNG (2024). Methodische beschrijving voor de VNG typologie van Nederlandse gemeenten.
3. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) (2025). Nabijheid van bibliotheekvoorzieningen in 2014 vergeleken met 2019, 2023 en 2024.
4. Schippers, N. & Diest, D. van (2025). Gebruik van de openbare bibliotheek. Amsterdam: Motivaction, in opdracht van de KB.
5. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) (2025). Nabijheid voorzieningen; afstand locatie, regionale cijfers.
6. KB (2026). Ontdek welke typen mensen geen lid zijn van de bibliotheek.
Grote lokale verschillen
Nederland telt 342 gemeenten1, elk met een eigen geschiedenis, inrichting en bevolkingssamenstelling. Op basis van de kenmerken van de inwoners en hun leefomstandigheden, maakt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) onderscheid tussen acht typen gemeenten. Door grote verschillen in kenmerken als leeftijd, herkomst, huishoudsamenstelling, werk en inkomen staat elke gemeente voor andere maatschappelijke vraagstukken. Een kleine vergrijzende gemeente als Winterswijk staat bijvoorbeeld voor een andere opgave dan een gemeente met een sterke economische specialisatie, zoals Lisse.2 Weten wie “iedereen” in jouw gemeente(n) is en wat er speelt, helpt jouw bibliotheek om de lokale situatie beter te begrijpen en je dienstverlening daar beter op af te stemmen.
Start met de vraag, niet met de data
Hoe ziet mijn werkgebied eruit? Het is een veelgestelde vraag aan onderzoeksadviseurs van de POI’s, de KB en van buiten het netwerk. En een vraag die je op veel verschillende manieren kunt beantwoorden. Waarvoor je oneindig kunt grasduinen in databronnen, dashboards en tabellen. En jezelf kunt verliezen in uren scrollen op zoek naar interessante data. Trap niet in deze valkuil en begin bij het begin: stel jezelf – en je collega’s – eerst de vraag wat nu écht belangrijk is om inzichtelijk te maken. Vervolgens kun je bepalen welke data nodig zijn om het antwoord op die vraag te onderbouwen. Misschien zijn er ook aannames, of een onderbuikgevoel over wat er speelt in de gemeente, wat je hiermee wilt toetsen. Begin niet te ingewikkeld en breng eerst de basics in kaart. Bijvoorbeeld het aantal inwoners en de verdeling naar kenmerken als leeftijd, herkomst en huishoudsamenstelling. Hiervoor kun je gebruik maken van betrouwbare, onafhankelijke bronnen, zoals de StatLine databank van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en Waarstaatjegemeente.nl van de VNG.
Naar een gedeelde basis
Deze basis in kaart brengen is niet nieuw. Verschillende POI’s hebben op verzoek van bibliotheken dit soort overzichten gemaakt om lokale relevante data te bundelen. Ieder doet dat in een andere vorm, met andere data en andere bronnen. Vanuit Haal meer uit data (Hamud), een samenwerking tussen onderzoeksexperts van POI’s en de KB, wordt daarom gewerkt aan een basis gebiedsprofiel. Zo kunnen we een gedeelde basis neerzetten van de meest relevante, landelijk beschikbare, data over de gemeente(n) in het werkgebied van de bibliotheek. Een basis waar elke bibliotheek mee aan de slag kan om verder te verdiepen, het gesprek aan te gaan en (meer) te werken op basis van data.
In gesprek en verdiepen
Deze basisgegevens bieden mooie aanknopingspunten om het gesprek aan te gaan en het beeld van je werkgebied verder te verdiepen. Wonen er veel jonge kinderen in de gemeente? Dan kan het interessant zijn om ook het aantal kinderopvang- en schoollocaties mee te nemen in jouw profiel. Wonen er juist veel ouderen? Dan kun je ook cijfers over gezondheid of eenzaamheid opnemen om verder te verdiepen. Vergelijkingen kunnen ook helpen om de cijfers beter te duiden. Bijvoorbeeld door de samenstelling van je gemeente af te zetten tegen landelijke statistieken, een vergelijkbare gemeente, of een vergelijkbare bibliotheek. Dit maakt inzichtelijk waarin jouw gemeente zich van andere onderscheidt.
Bibliotheekdata
Naast de algemene sociodemografische data per gemeente, biedt het CBS ook inzicht in specifieke bibliotheekdata, die het beeld over je werkgebied kunnen verrijken. Zo onderzoekt het CBS de afstand tot verschillende typen locaties van de bibliotheek. Daarbij kun je de vergelijking maken tussen de afstand met de auto of met de fiets3, het meest gebruikte vervoersmiddel voor een bezoek aan de bibliotheek4. Ook is het mogelijk te vergelijken met de afstand tot scholen, winkels, horeca, musea of andere lokale voorzieningen5.
Om het jaar voert het CBS in samenwerking met het bibliotheeknetwerk de Landelijke Gegevensverzameling Bibliotheekleden uit. Voor de bibliotheken die hieraan deelnemen, koppelt het CBS de ledengegevens aan verschillende statistische bronnen. Het resultaat: een tabellenset per bibliotheek, die inzicht biedt in de kenmerken van de inwoners, bibliotheekleden en niet-leden in het totale werkgebied van de bibliotheek, per gemeente en per wijk. Dit levert waardevolle inzichten op over wat voor mensen en huishoudens lid zijn van de bibliotheek, en welke groepen je bibliotheek nog niet bereikt6.
Van inzicht naar actie
Al deze bronnen geven een mooi inkijkje in de samenstelling van je werkgebied. Maar alleen een mooi overzicht verdwijnt makkelijk in de la. Hoe kun je deze cijfers nu gebruiken om je dienstverlening te verbeteren? Het gesprek over de cijfers is daarvoor cruciaal. Wat valt jou en je collega’s op? Hoe duiden jullie je werkgebied? Deze inzichten kunnen helpen de dienstverlening (nog) beter af te stemmen op de bezoeker van nu en de toekomst. Zo kan zo’n bundeling aan statistieken je helpen bij de inrichting van (nieuwe) bibliotheeklocaties, afstemming van de programmering op de inwoners, het aangaan van nieuwe samenwerkingen of het bepalen van een communicatiestrategie voor specifieke doelgroepen.
Op het Nationale Bibliotheekcongres kunnen bibliotheken tijdens de workshop “Een huis voor iedereen: maar wie zijn dat eigenlijk?” zelf aan de slag om hun werkgebied in kaart te brengen. Tijdens deze workshop maak je kennis met het basis gebiedsprofiel dat wordt ontwikkeld vanuit Hamud (Haal meer uit data). Hiermee zetten we een gedeelde basis neer voor de meest relevante algemene statistieken over het werkgebied van de bibliotheek. Dit helpt je op weg, om vanuit de basis verder te verdiepen en uiteindelijk concrete vragen over je werkgebied te beantwoorden. Uiteraard duik je ook in de data, om zelf een profiel op te stellen voor één van de gemeenten van jouw bibliotheek. Adviseurs van Probiblio, KB, BiSC en ZB helpen je tijdens de workshop bij het maken van jouw profiel.
Meer informatie over het Nationale Bibliotheekcongres is HIER te vinden.
Aan de slag op het Nationale Bibliotheekcongres (18 juni)
Bibliotheekblad 5 • mei / juni 2026
Onderzoek
Bronnen
1. CBS (2026). Gemeentelijke indeling op 1 januari 2026.
2. VNG (2024). Methodische beschrijving voor de VNG typologie van Nederlandse gemeenten.
3. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) (2025). Nabijheid van bibliotheekvoorzieningen in 2014 vergeleken met 2019, 2023 en 2024.
4. Schippers, N. & Diest, D. van (2025). Gebruik van de openbare bibliotheek. Amsterdam: Motivaction, in opdracht van de KB.
5. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) (2025). Nabijheid voorzieningen; afstand locatie, regionale cijfers.
6. KB (2026). Ontdek welke typen mensen geen lid zijn van de bibliotheek.
onderzoek
Wie zijn al die verschillende mensen die jouw bibliotheek bezoeken? Een bibliotheek in een kleine vergrijzende gemeente, zal andere bezoekers -met andere informatiebehoeften- trekken dan een bibliotheek in een multiculturele grootstedelijke gemeente.
Aan de slag op het Nationale Bibliotheekcongres (18 juni)
Op het Nationale Bibliotheekcongres kunnen bibliotheken tijdens de workshop “Een huis voor iedereen: maar wie zijn dat eigenlijk?” zelf aan de slag om hun werkgebied in kaart te brengen. Tijdens deze workshop maak je kennis met het basis gebiedsprofiel dat wordt ontwikkeld vanuit Hamud (Haal meer uit data). Hiermee zetten we een gedeelde basis neer voor de meest relevante algemene statistieken over het werkgebied van de bibliotheek. Dit helpt je op weg, om vanuit de basis verder te verdiepen en uiteindelijk concrete vragen over je werkgebied te beantwoorden. Uiteraard duik je ook in de data, om zelf een profiel op te stellen voor één van de gemeenten van jouw bibliotheek. Adviseurs van Probiblio, KB, BiSC en ZB helpen je tijdens de workshop bij het maken van jouw profiel.
Meer informatie over het Nationale Bibliotheekcongres is HIER te vinden.
Wie zijn al die verschillende mensen die jouw bibliotheek bezoeken?
Jouw werkgebied in kaart
Bibliotheekblad 5 • mei / juni 2026
De bibliotheek is een plek waar iedereen welkom is. Dichtbij huis, waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en zich kunnen ontwikkelen. Met deskundige medewerkers, hulp, programmering en collecties die passen bij verschillende mensen. Maar wie is “iedereen” eigenlijk? Wie zijn die verschillende mensen waar jouw bibliotheek bij moet passen? Welke doelgroep bereik je al, en wie niet? En hoe kun je die inzichten vervolgens gebruiken om je dienstverlening te verbeteren? In deze onderzoeksrubriek helpen we je op weg om jouw werkgebied in kaart te brengen.
Tekst: Annemiek van de Burgt (adviseur onderzoek en kennisdeling) en Mirjam Klaren (adviseur onderzoek), KB nationale bibliotheek • Foto: Shutterstock
Grote lokale verschillen
Nederland telt 342 gemeenten1, elk met een eigen geschiedenis, inrichting en bevolkingssamenstelling. Op basis van de kenmerken van de inwoners en hun leefomstandigheden, maakt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) onderscheid tussen acht typen gemeenten. Door grote verschillen in kenmerken als leeftijd, herkomst, huishoudsamenstelling, werk en inkomen staat elke gemeente voor andere maatschappelijke vraagstukken. Een kleine vergrijzende gemeente als Winterswijk staat bijvoorbeeld voor een andere opgave dan een gemeente met een sterke economische specialisatie, zoals Lisse.2 Weten wie “iedereen” in jouw gemeente(n) is en wat er speelt, helpt jouw bibliotheek om de lokale situatie beter te begrijpen en je dienstverlening daar beter op af te stemmen.
Start met de vraag, niet met de data
Hoe ziet mijn werkgebied eruit? Het is een veelgestelde vraag aan onderzoeksadviseurs van de POI’s, de KB en van buiten het netwerk. En een vraag die je op veel verschillende manieren kunt beantwoorden. Waarvoor je oneindig kunt grasduinen in databronnen, dashboards en tabellen. En jezelf kunt verliezen in uren scrollen op zoek naar interessante data. Trap niet in deze valkuil en begin bij het begin: stel jezelf – en je collega’s – eerst de vraag wat nu écht belangrijk is om inzichtelijk te maken. Vervolgens kun je bepalen welke data nodig zijn om het antwoord op die vraag te onderbouwen. Misschien zijn er ook aannames, of een onderbuikgevoel over wat er speelt in de gemeente, wat je hiermee wilt toetsen. Begin niet te ingewikkeld en breng eerst de basics in kaart. Bijvoorbeeld het aantal inwoners en de verdeling naar kenmerken als leeftijd, herkomst en huishoudsamenstelling. Hiervoor kun je gebruik maken van betrouwbare, onafhankelijke bronnen, zoals de StatLine databank van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en Waarstaatjegemeente.nl van de VNG.
Naar een gedeelde basis
Deze basis in kaart brengen is niet nieuw. Verschillende POI’s hebben op verzoek van bibliotheken dit soort overzichten gemaakt om lokale relevante data te bundelen. Ieder doet dat in een andere vorm, met andere data en andere bronnen. Vanuit Haal meer uit data (Hamud), een samenwerking tussen onderzoeksexperts van POI’s en de KB, wordt daarom gewerkt aan een basis gebiedsprofiel. Zo kunnen we een gedeelde basis neerzetten van de meest relevante, landelijk beschikbare, data over de gemeente(n) in het werkgebied van de bibliotheek. Een basis waar elke bibliotheek mee aan de slag kan om verder te verdiepen, het gesprek aan te gaan en (meer) te werken op basis van data.
In gesprek en verdiepen
Deze basisgegevens bieden mooie aanknopingspunten om het gesprek aan te gaan en het beeld van je werkgebied verder te verdiepen. Wonen er veel jonge kinderen in de gemeente? Dan kan het interessant zijn om ook het aantal kinderopvang- en schoollocaties mee te nemen in jouw profiel. Wonen er juist veel ouderen? Dan kun je ook cijfers over gezondheid of eenzaamheid opnemen om verder te verdiepen. Vergelijkingen kunnen ook helpen om de cijfers beter te duiden. Bijvoorbeeld door de samenstelling van je gemeente af te zetten tegen landelijke statistieken, een vergelijkbare gemeente, of een vergelijkbare bibliotheek. Dit maakt inzichtelijk waarin jouw gemeente zich van andere onderscheidt.
Bibliotheekdata
Naast de algemene sociodemografische data per gemeente, biedt het CBS ook inzicht in specifieke bibliotheekdata, die het beeld over je werkgebied kunnen verrijken. Zo onderzoekt het CBS de afstand tot verschillende typen locaties van de bibliotheek. Daarbij kun je de vergelijking maken tussen de afstand met de auto of met de fiets3, het meest gebruikte vervoersmiddel voor een bezoek aan de bibliotheek4. Ook is het mogelijk te vergelijken met de afstand tot scholen, winkels, horeca, musea of andere lokale voorzieningen5.
Om het jaar voert het CBS in samenwerking met het bibliotheeknetwerk de Landelijke Gegevensverzameling Bibliotheekleden uit. Voor de bibliotheken die hieraan deelnemen, koppelt het CBS de ledengegevens aan verschillende statistische bronnen. Het resultaat: een tabellenset per bibliotheek, die inzicht biedt in de kenmerken van de inwoners, bibliotheekleden en niet-leden in het totale werkgebied van de bibliotheek, per gemeente en per wijk. Dit levert waardevolle inzichten op over wat voor mensen en huishoudens lid zijn van de bibliotheek, en welke groepen je bibliotheek nog niet bereikt6.
Van inzicht naar actie
Al deze bronnen geven een mooi inkijkje in de samenstelling van je werkgebied. Maar alleen een mooi overzicht verdwijnt makkelijk in de la. Hoe kun je deze cijfers nu gebruiken om je dienstverlening te verbeteren? Het gesprek over de cijfers is daarvoor cruciaal. Wat valt jou en je collega’s op? Hoe duiden jullie je werkgebied? Deze inzichten kunnen helpen de dienstverlening (nog) beter af te stemmen op de bezoeker van nu en de toekomst. Zo kan zo’n bundeling aan statistieken je helpen bij de inrichting van (nieuwe) bibliotheeklocaties, afstemming van de programmering op de inwoners, het aangaan van nieuwe samenwerkingen of het bepalen van een communicatiestrategie voor specifieke doelgroepen.