De drie aanwinsten: almanakken voor de jaren 1800, 1802 en 1822.
‘Het varken’, uit: Prentjes almanach voor kinderen voor het jaar 1802, p.14.
‘Het nut der par á plu’, uit: Printjes almanach voor kinderen, 1822, p.12.
‘De haar-kapper’, uit: Printjes almanach voor kinderen, 1822, p.10.
‘Verklaring van den almanak’ in het exemplaar voor 1822.
Voorplat van de almanak voor het jaar 1800.
De drie aanwinsten: almanakken voor de jaren 1800, 1802 en 1822.
Jaarboekjes voor de jeugd:
Almanakken zijn jaarlijks uitgegeven boekjes op zakformaat, die kalenderbladen en allerhande nuttige informatie bevatten. Eind 18eeeuw werden ook almanakken speciaal voor kinderen gemaakt. Een aantal daarvan bespreekt collectiespecialist Karin Vingerhoets in deze aflevering van Topstukken van de KB.
Houtgraafs Prentjes almanach voor kinderen
TOPSTUKKEN van de kb
TEKST: Karin Vingerhoets, collectiespecialist KB
• FOTO'S: Jos Uljee, KB Beeldstudio
Het nut der par á plu
Eertijds liep men door den regen,
Zonder dat m’iets bij zich had,
Dat het vallend vocht kon weeren,
En werd men soms druipend nat;
Slechts een enkel buitje regen
Gaf ons dikwijls waarlijk leed;
Wijl het vaak de hoeden, kleedren
In den grond bederven deedt.-
Ook den Mensch werd, daardoor, dikwijls
Zwaar verkouden; daar men nu
Voor geen regen hoeft te vreezen,
Bij ’t gebruik der Par á Plu.
(Uit: Printjes almanach voor kinderen, 1822, p.12)
In een enkel geval klinkt de wijze les voor ons als moderne lezers wat cru. Zo beschrijft onderstaand gedichtje dat een gierigaard, net als een varken, pas nuttig is na zijn dood.
Het opgeheven vingertje
Tot slot bevatten de meeste almanakken nog enkele korte opvoedkundige verhalen. Deze teksten zijn sterk moralistisch van aard en niet geïllustreerd. De titels geven al iets van de strenge inhoud prijs: “Het edel Medelyden dubbeld betaald”, “Die kwaad doet, die straf ontmoet”, “Gesprek tusschen een vader en zijn zoon, over de nietigheid van het wenschen”, “Doet toch nooit kwaad in de hoope, dat het niet uitkomen zal” en “Zedelyke winter-gedachten.” Het is mogelijk dat deze korte verhalen ook in andere bundels zijn gepubliceerd, maar dat vergt nader onderzoek.
Het varken
’t Varken, dat ons, in zyn leven,
Noch vermaak, noch voordeel geeft,
Leeft dus enkeld, om te groeijen
Tot het zynen wasdom heeft;
Nauwlyks is deez’ tyd gekomen,
Of het knorrig, morsig zwyn
Moet, tot voedsel voor het mensdom,
Straks ten prooi des slagters zyn.-
Even als het vuile varken,
Zo is ook de Gierigaart,
Die geen nut doet in zyn leven,
Dan, dat hy slegts schatten gaart;
Die, door zyne vuige schraapzugt,
Schandelyk word, en, zeer gewis,
Als het Zwyn, ook aan zyne Erven
Na zyn dood eerst nuttig is.
(Uit: Prentjes almanach voor kinderen voor het jaar 1802, p.14)
Verder worden enkele winkels beschreven zoals De tabak’s winkel en De kruiden-winkel. De beroepen en neringen passen bij de oorspronkelijke gebruikersgroep van almanakken: kooplieden en handelaren. De beschreven beroepen zijn voor de lezertjes van toen herkenbaar, ze konden deze mensen in hun dagelijks leven tegenkomen. Ons biedt het een inkijkje in het werkende leven van lang geleden.
Naast de beroepen is een tweede categorie te onderscheiden, namelijk spelletjes en speelgoed, waaronder: Het popje, Het springtouw, Handje plak, Blindemannetje, ’t Kegelspel, Het bikkelspel, Het koot- of rinkel-spel en Het wiptouw.
De gedichtjes zijn over het algemeen aansprekend voor kinderen. Ze bevatten soms een lichte morele of religieuze les, een stukje geschiedenis of uitleg van een uitvinding. Een grappig voorbeeld is ‘Het nut der par á plu’:
De haar-kapper
“’t Haar te snijden en te krullen,
Lieve Dame! dat’s mijn zaak;
‘k Doe het, ja! wel om den broodde,
Maar ook altijd met vermaak.-
‘k Heb daarin een groot behagen:
Als het lieffelijk gelaat
Eener Dame, door ’t beöefnen
Mijner kunst, nog schoonder staat.-
Dit is waarheid; want op logens
Heeft men mij nog nooit betrapt.”-
Dit vertelt de Dames-Kapper,
Daar hij eene Juffer kapt.-
(Uit: Printjes almanach voor
kinderen, 1822, p.10)
Voor ons als 21e-eeuwse lezers openen de informatieve pagina’s een wereld die bijna vergeten is: mensen waren toentertijd uren onderweg in oncomfortabele trekschuiten, die vanaf de kant werden voortgetrokken door twee of drie paarden. In zo’n almanak kun je lezen dat je ‘binnen 9 of 10 uur’ van Amsterdam, ‘door het groote Noord-hollandsche Kanaal’, naar het Nieuwe Diep kon reizen. Voor dezelfde route zit je nu twintig minuten in de auto. Ook over de weg reizen ging vroeger veel moeizamer dan nu. Wegen bestonden aan het begin van de 19eeeuw veelal uit onverharde karrensporen en rubberbanden waren nog niet uitgevonden. De almanakken laten zien dat mensen zich tussen bekende steden als Amsterdam, Alkmaar, Haarlem, Den Haag, Delft, Leiden, Rotterdam, Utrecht en Nijmegen konden verplaatsen met zogenaamde ‘diligences’ (geveerde koetsen voor personenvervoer). Daar hing een prijskaartje aan, maar er stond tegenover dat je niet geradbraakt werd tijdens de rit én je mocht per persoon tien kilo aan bagage kosteloos meenemen.
De pagina’s met feitelijke informatie zou je wellicht niet verwachten in een almanak voor kinderen. Wat hebben kinderen hieraan? Het diende een educatief doel: zo konden kinderen zich voorbereiden op het volwassen leven.
Plaatjes en gedichtjes
De kinderalmanakken bevatten ook pagina’s met plaatjes en gedichtjes. De aanwinsten bevatten elk zo’n vijftien handgekleurde illustraties met bijbehorende korte gedichten die specifiek voor een kinderpubliek bestemd zijn. De meeste gedichtjes geven uitleg over alledaagse ambachten en beroepen van mannen en enkele vrouwen (De boekbinder, De steenzager, De stoelenmatter, De haringverkooper, De lepel-maker, De schaarslyper, De koek-kramer, De schoenmaker, De kruijer, De ijzerkoper, De grasmaaijer, De omroeper, De wagenmaker, De boterboerin, De mode-kraamster, De mosselvrouw, Het pottenmeisje). Als voorbeeld lees je hier over ‘de haar-kapper’:
Nuttige gegevens
De kinderalmanakken bevatten steeds een aantal pagina’s met nuttige informatie, die kan variëren per jaargang. Elke almanak bevat in ieder geval een lijstje met wetenswaardige jaartallen en andere cijfers. De uitgave voor 1822 geeft bijvoorbeeld aan dat de schepping van de wereld 5583 jaar geleden was en de Onafhankelijkheid der Nederlanden 9 jaar geleden. Het lijstje bevat verder getallen die helpen bepalen wanneer Pasen valt en de data van (Joodse) feestdagen als ‘Hamansfeest’ en ‘Looverhuttenfeest’. Elke almanak bevat ook standaard een uitgebreide kalender met heiligendagen en maanstanden.
De verdere inhoud van het nuttige gedeelte kan per jaar variëren, zoals zons- en maansverduisteringen, verjaardagen van het koninklijk huis, de tijden van het luiden van de poortklok van de stad Amsterdam, het vertrek van de post (zowel binnenlandse als buitenlandse correspondentie), de vertrektijden en kosten van trekschuiten, en financiële gegevens zoals prijzen voor (post)zegels en voor het huren van huizen, landerijen en schepen. Deze gegevens zijn met name voor de oorspronkelijke volwassen gebruikers van almanakken handig. De kooplieden, schippers, ambtenaren en handelslui konden dankzij deze gegevens hun zaken regelen en vooruitplannen.
Aanwinsten
Onlangs verwierf de KB op veilingen een aantal exemplaren van de extreem zeldzame reeks Prentjes Almanak voor Kinderen, die firma Houtgraaf te Amsterdam uitgaf tussen 1795 en 1840. De naam van de reeks is door de jaren heen op verschillende manieren gespeld: Prentjes of Printjes, Almanak of Almanach. Er zijn 45 van deze kinderalmanakken verschenen en helaas is driekwart daarvan verdwenen. De KB bezit negen almanakken uit deze reeks. Drie daarvan zijn recent aangekocht, namelijk de exemplaren voor de jaren 1800, 1802 en 1822. Ze zijn opgenomen onder aanvraagnummer KW GW T100064.
Bibliotheekblad 1 • januari 2025
Het opgeheven vingertje
Tot slot bevatten de meeste almanakken nog enkele korte opvoedkundige verhalen. Deze teksten zijn sterk moralistisch van aard en niet geïllustreerd. De titels geven al iets van de strenge inhoud prijs: “Het edel Medelyden dubbeld betaald”, “Die kwaad doet, die straf ontmoet”, “Gesprek tusschen een vader en zijn zoon, over de nietigheid van het wenschen”, “Doet toch nooit kwaad in de hoope, dat het niet uitkomen zal” en “Zedelyke winter-gedachten.” Het is mogelijk dat deze korte verhalen ook in andere bundels zijn gepubliceerd, maar dat vergt nader onderzoek.
‘Het nut der par á plu’, uit: Printjes almanach voor kinderen, 1822, p.12.
‘Het varken’, uit: Prentjes almanach voor kinderen voor het jaar 1802, p.14.
Het varken
’t Varken, dat ons, in zyn leven,
Noch vermaak, noch voordeel geeft,
Leeft dus enkeld, om te groeijen
Tot het zynen wasdom heeft;
Nauwlyks is deez’ tyd gekomen,
Of het knorrig, morsig zwyn
Moet, tot voedsel voor het mensdom,
Straks ten prooi des slagters zyn.-
Even als het vuile varken,
Zo is ook de Gierigaart,
Die geen nut doet in zyn leven,
Dan, dat hy slegts schatten gaart;
Die, door zyne vuige schraapzugt,
Schandelyk word, en, zeer gewis,
Als het Zwyn, ook aan zyne Erven
Na zyn dood eerst nuttig is.
(Uit: Prentjes almanach voor kinderen voor het jaar 1802, p.14)
‘De haar-kapper’, uit: Printjes almanach voor kinderen, 1822, p.10.
‘Verklaring van den almanak’ in het exemplaar voor 1822.
Nuttige gegevens
De kinderalmanakken bevatten steeds een aantal pagina’s met nuttige informatie, die kan variëren per jaargang. Elke almanak bevat in ieder geval een lijstje met wetenswaardige jaartallen en andere cijfers. De uitgave voor 1822 geeft bijvoorbeeld aan dat de schepping van de wereld 5583 jaar geleden was en de Onafhankelijkheid der Nederlanden 9 jaar geleden. Het lijstje bevat verder getallen die helpen bepalen wanneer Pasen valt en de data van (Joodse) feestdagen als ‘Hamansfeest’ en ‘Looverhuttenfeest’. Elke almanak bevat ook standaard een uitgebreide kalender met heiligendagen en maanstanden.
De verdere inhoud van het nuttige gedeelte kan per jaar variëren, zoals zons- en maansverduisteringen, verjaardagen van het koninklijk huis, de tijden van het luiden van de poortklok van de stad Amsterdam, het vertrek van de post (zowel binnenlandse als buitenlandse correspondentie), de vertrektijden en kosten van trekschuiten, en financiële gegevens zoals prijzen voor (post)zegels en voor het huren van huizen, landerijen en schepen. Deze gegevens zijn met name voor de oorspronkelijke volwassen gebruikers van almanakken handig. De kooplieden, schippers, ambtenaren en handelslui konden dankzij deze gegevens hun zaken regelen en vooruitplannen.
Voorplat van de almanak voor het jaar 1800.
Jaarboekjes voor de jeugd:
De drie aanwinsten: almanakken voor de jaren 1800, 1802 en 1822.
Bibliotheekblad 1 • januari 2025
Almanakken zijn jaarlijks uitgegeven boekjes op zakformaat, die kalenderbladen en allerhande nuttige informatie bevatten. Eind 18eeeuw werden ook almanakken speciaal voor kinderen gemaakt. Een aantal daarvan bespreekt collectiespecialist Karin Vingerhoets in deze aflevering van Topstukken van de KB.
Houtgraafs Prentjes almanach voor kinderen
De haar-kapper
“’t Haar te snijden en te krullen,
Lieve Dame! dat’s mijn zaak;
‘k Doe het, ja! wel om den broodde,
Maar ook altijd met vermaak.-
‘k Heb daarin een groot behagen:
Als het lieffelijk gelaat
Eener Dame, door ’t beöefnen
Mijner kunst, nog schoonder staat.-
Dit is waarheid; want op logens
Heeft men mij nog nooit betrapt.”-
Dit vertelt de Dames-Kapper,
Daar hij eene Juffer kapt.-
(Uit: Printjes almanach voor
kinderen, 1822, p.10)
Voor ons als 21e-eeuwse lezers openen de informatieve pagina’s een wereld die bijna vergeten is: mensen waren toentertijd uren onderweg in oncomfortabele trekschuiten, die vanaf de kant werden voortgetrokken door twee of drie paarden. In zo’n almanak kun je lezen dat je ‘binnen 9 of 10 uur’ van Amsterdam, ‘door het groote Noord-hollandsche Kanaal’, naar het Nieuwe Diep kon reizen. Voor dezelfde route zit je nu twintig minuten in de auto. Ook over de weg reizen ging vroeger veel moeizamer dan nu. Wegen bestonden aan het begin van de 19eeeuw veelal uit onverharde karrensporen en rubberbanden waren nog niet uitgevonden. De almanakken laten zien dat mensen zich tussen bekende steden als Amsterdam, Alkmaar, Haarlem, Den Haag, Delft, Leiden, Rotterdam, Utrecht en Nijmegen konden verplaatsen met zogenaamde ‘diligences’ (geveerde koetsen voor personenvervoer). Daar hing een prijskaartje aan, maar er stond tegenover dat je niet geradbraakt werd tijdens de rit én je mocht per persoon tien kilo aan bagage kosteloos meenemen.
De pagina’s met feitelijke informatie zou je wellicht niet verwachten in een almanak voor kinderen. Wat hebben kinderen hieraan? Het diende een educatief doel: zo konden kinderen zich voorbereiden op het volwassen leven.
Plaatjes en gedichtjes
De kinderalmanakken bevatten ook pagina’s met plaatjes en gedichtjes. De aanwinsten bevatten elk zo’n vijftien handgekleurde illustraties met bijbehorende korte gedichten die specifiek voor een kinderpubliek bestemd zijn. De meeste gedichtjes geven uitleg over alledaagse ambachten en beroepen van mannen en enkele vrouwen (De boekbinder, De steenzager, De stoelenmatter, De haringverkooper, De lepel-maker, De schaarslyper, De koek-kramer, De schoenmaker, De kruijer, De ijzerkoper, De grasmaaijer, De omroeper, De wagenmaker, De boterboerin, De mode-kraamster, De mosselvrouw, Het pottenmeisje). Als voorbeeld lees je hier over ‘de haar-kapper’:
TEKST: Karin Vingerhoets, collectiespecialist KB
• FOTO'S: Jos Uljee, KB Beeldstudio
TOPSTUKKEN van de kb
Aanwinsten
Onlangs verwierf de KB op veilingen een aantal exemplaren van de extreem zeldzame reeks Prentjes Almanak voor Kinderen, die firma Houtgraaf te Amsterdam uitgaf tussen 1795 en 1840. De naam van de reeks is door de jaren heen op verschillende manieren gespeld: Prentjes of Printjes, Almanak of Almanach. Er zijn 45 van deze kinderalmanakken verschenen en helaas is driekwart daarvan verdwenen. De KB bezit negen almanakken uit deze reeks. Drie daarvan zijn recent aangekocht, namelijk de exemplaren voor de jaren 1800, 1802 en 1822. Ze zijn opgenomen onder aanvraagnummer KW GW T100064.
De drie aanwinsten: almanakken voor de jaren 1800, 1802 en 1822.
Het nut der par á plu
Eertijds liep men door den regen,
Zonder dat m’iets bij zich had,
Dat het vallend vocht kon weeren,
En werd men soms druipend nat;
Slechts een enkel buitje regen
Gaf ons dikwijls waarlijk leed;
Wijl het vaak de hoeden, kleedren
In den grond bederven deedt.-
Ook den Mensch werd, daardoor, dikwijls
Zwaar verkouden; daar men nu
Voor geen regen hoeft te vreezen,
Bij ’t gebruik der Par á Plu.
(Uit: Printjes almanach voor kinderen, 1822, p.12)
In een enkel geval klinkt de wijze les voor ons als moderne lezers wat cru. Zo beschrijft onderstaand gedichtje dat een gierigaard, net als een varken, pas nuttig is na zijn dood.
Verder worden enkele winkels beschreven zoals De tabak’s winkel en De kruiden-winkel. De beroepen en neringen passen bij de oorspronkelijke gebruikersgroep van almanakken: kooplieden en handelaren. De beschreven beroepen zijn voor de lezertjes van toen herkenbaar, ze konden deze mensen in hun dagelijks leven tegenkomen. Ons biedt het een inkijkje in het werkende leven van lang geleden.
Naast de beroepen is een tweede categorie te onderscheiden, namelijk spelletjes en speelgoed, waaronder: Het popje, Het springtouw, Handje plak, Blindemannetje, ’t Kegelspel, Het bikkelspel, Het koot- of rinkel-spel en Het wiptouw.
De gedichtjes zijn over het algemeen aansprekend voor kinderen. Ze bevatten soms een lichte morele of religieuze les, een stukje geschiedenis of uitleg van een uitvinding. Een grappig voorbeeld is ‘Het nut der par á plu’: