Jacques de Gheyn de Jongere, portret van Clusius als een oude man, kopergravure, 1600. KB, nationale bibliotheek, KW 177 A 1 [1].
Houtsneden van aardappel, Braziliaanse boon, paradijsvogel en luiaard in C. Clusius, Exoticorum libri decem. Leiden: officina Plantiniana, 1605. KB, nationale bibliotheek, KW 177 A 1 [3].
Frontispice van C. Clusius, Rariorum plantarum historia. Antwerpen: I. Moretus, 1601. KB, nationale bibliotheek, KW 177 A 1 [1].
Perkamenten band met het verzameld werk van Carolus Clusius. KB, nationale bibliotheek, KW 177 A 1.
Denk eens aan Clusius, als u vanavond achter de pan met aardappels en snijbonen zit of een kleurige bos tulpen in huis haalt, en laat u inspireren door deze nieuwsgierige, hardwerkende natuurliefhebber.
Verder lezen
Kasper van Ommen (red.), The exotic world of Carolus Clusius (1526-1609). Leiden: Leiden University Library, 2009.
Esther van Gelder Tussen hof en keizerskroon. Carolus Clusius en de ontwikkeling van de botanie aan Midden-Europese hoven, 1573-1593. Leiden: Leiden University Press, 2011.
Meer Clusius
Dit jaar wordt de vijfhonderdste geboortedag van Clusius gevierd. Ook de KB besteedt aandacht aan deze pionier van de natuurhistorie. In een themanummer van De Boekenwereld (te verschijnen medio juni 2026) gaan we op zoek naar plantenkenners en boekenverzamelaars die in zijn voetsporen treden. En in de kleine tentoonstelling Flora Mundi. Op zoek naar verdwenen stemmen (juni - oktober 2026) belichten we de verhalen van niet-Europese plantenkenners die schuilgaan achter de prachtig geïllustreerde flora’s met planten uit de voormalige koloniën.
Puzzelen in Leiden
Toen Clusius in 1593 eindelijk (op 67-jarige leeftijd) een vaste aanstelling kreeg aan de Leidse universiteit, brak een gelukkige tijd voor hem aan. Hij was er verantwoordelijk voor de eerste botanische tuin van Nederland en gaf onderwijs aan studenten over planten. Ook kreeg hij de rust en de middelen om aan nieuwe publicaties te werken. Zo publiceerde hij in 1601 het eerste deel van zijn verzameld werk over planten, Rariorum plantarum historia, op groot formaat en met honderden houtsneden en een prachtig gegraveerd frontispice. Het bevatte al zijn eerder gepubliceerde en vele nieuwe plantbeschrijvingen en een appendix over paddenstoelen.
Maar Leiden bood hem nog iets anders: toegang tot nieuwe soorten. De jonge Republiek begaf zich in die tijd net op het wereldtoneel en probeerde een plek te veroveren tussen de zeevarende, handeldrijvende, rovende en oorlogvoerende mogendheden. Toen de schepen van de Eerste Schipvaart in 1597 terugkwamen van hun reis naar Indië, stond de oude botanicus op de kade om de bemanning uit te horen. En toen in 1602 de VOC werd opgericht, stuurde hij instructies mee aan de opvarenden over het verzamelen en bewaren van planten. Het leverde hem een schat aan nieuwe informatie op.
In 1605 verscheen het tweede deel van zijn magnum opus, een dik boek over honderden exotische planten en dieren: Exoticorum libri decem. Het bevatte al zijn kennis van niet-Europese flora en fauna die hij tijdens zijn vele reizen, maar vooral tijdens zijn tijd in Leiden had opgedaan. We vinden hier de eerste wetenschappelijke beschrijvingen en afbeeldingen van Zuid-Amerikaanse plantensoorten als aardappel en tabak, maar ook gordeldieren, pinguïns en luiaards.
Clusius werkte strikt volgens de regels van de empirische onderzoeksmethode: hij noteerde alleen wat hij zelf zag of wat ooggetuigen hem vertelden. Nooit verzon hij er iets bij. Daarom liet hij de bonen en peulen van onbekende bonensoorten uit Afrika en Amerika afbeelden zoals de zeelieden hem toonden, zonder er een plant of bloem bij te verzinnen. En hij nam een illustratie op van een paradijsvogel uit Indonesië zonder poten, omdat die er altijd werden afgesneden door de lokale jagers die de vogels met hun prachtige verenkleed verhandelden aan de Hollanders. Dat leverde vaak onvolledige informatie op, maar al sprokkelend leverde Clusius de puzzelstukken waarop latere botanici zouden voortbouwen.
Precies vijfhonderd jaar geleden werd Carolus Clusius (1526–1609) geboren: een van de grootste natuuronderzoekers van zijn tijd. Hij is hier vooral bekend als de eerste directeur van de Leidse hortus botanicus én als kenner en kweker van bolgewassen uit het Midden-Oosten, zoals tulpen, hyacinten en keizerskronen. Daarmee legde hij de basis voor wat later zou uitgroeien tot de beroemde Nederlandse tulpencultuur. Maar zijn verhaal reikt verder.
Clusius was een van de productiefste geleerden van zijn tijd, een echte humanist met een brede interesse, grote talenkennis en een kritische, onderzoekende blik. Hij onderzocht Romeinse grafstenen, tekende landkaarten en vertaalde reisverslagen. Maar zijn hart lag bij de natuur en vooral bij de planten. Vanaf 1557, toen zijn Franse vertaling van Dodoens’ Cruijdeboeck verscheen, tot zijn overlijden in 1609 publiceerde hij tientallen werken op dat gebied. De meeste werden uitgegeven door de beroemde drukker Christoffel Plantijn (1520–1589) en diens erfgenamen in Antwerpen en Leiden.
De KB bewaart veel van Clusius’ boeken, maar één springt eruit: een circa 30 centimeter hoge perkamenten band met zijn verzameld werk over de natuur. Daarin staan onder meer Rariorum plantarum historia (“Beschrijving van zeldzame planten”) uit 1601 en Exoticorum libri decem (“Tien boeken over exotica”) uit 1605. Al bladerend door het boek kunnen we Clusius volgen op zijn levenslange ontdekkingsreis door het plantenrijk.
Botaniserend door Europa
Clusius werd geboren in het Vlaamse Atrecht (nu Arras, in Noord-Frankrijk). Na studies in klassieke talen, rechten en geneeskunde legde hij zich fulltime toe op het onderzoek naar planten. Daarmee toonde hij zich een kind van de zogenaamde “botanische renaissance”, een heropleving van de wetenschappelijke belangstelling voor planten. Artsen, apothekers en andere geleerden wilden hun kennis van geneeskrachtige kruiden verbeteren, door klassieke teksten te vergelijken met wat zij zelf in het wild aantroffen. Clusius leende hun kritische blik en empirische methodes, maar ging een stap verder: hij was niet alleen geïnteresseerd in geneeskrachtige kruiden, maar in álle planten.
In een door godsdienststrijd en oorlogen verscheurd Europa ging Clusius op zoek naar nog onbekende planten. Alles wilde hij in kaart brengen. Zo reisde hij te paard naar Zuid-Frankrijk, Spanje en Portugal om wilde kruiden te beschrijven. Ook beklom hij de hoogste toppen in Oostenrijk om bergplanten te bestuderen. Vlak bij de grens met het Ottomaanse Rijk deed hij onderzoek naar paddenstoelen, terwijl Habsburgse soldaten hem beschermden. Zijn waarnemingen uit het veld publiceerde hij in rijk geïllustreerde boeken op handzaam formaat. Ze zijn de voorlopers van de moderne flora’s, met beschrijvingen van wilde planten uit een bepaald gebied.
Tijdens zijn reizen door Europa maakte Clusius ook kennis met de vele exotische plantensoorten die handelaars, diplomaten en soldaten mee terug namen van hun overzeese reizen. Zo kwam hij in Spanje en Portugal in aanraking met onbekende planten uit de koloniën in Zuid-Amerika en Azië, zoals de vijfcactus, tabaksplant en pepers en jasmijn. En in Wenen zag hij in de keizerlijke siertuinen kleurige tulpen, hyacinten en keizerskronen uit het Ottomaanse Rijk bloeien. Clusius was erg succesvol in het vermeerderen van dit zeldzame plantenmateriaal in zijn eigen tuinen, waardoor hij nieuwe beschrijvingen kon publiceren. Zijn onderzoek en boeken maakten hem beroemd. Rijke tuineigenaren vroegen hem om hun tuinen te verfraaien met exotische bloemen, kruiden en fruitgewassen.
Bibliotheekblad 5 • mei / juni 2026
Het verzameld werk van Carolus Clusius
Tulpen, snijbonen en aardappels. Dodo’s, paradijsvogels en luiaards… Het zijn maar een paar voorbeelden van de honderden planten- en dierensoorten die de zestiende-eeuwse botanicus Carolus Clusius beschreef, vaak als eerste. In de KB ligt zijn verzameld werk: een dikke perkamenten band die je meeneemt op zijn ontdekkingen door het plantenrijk.
Pionier in planten
Topstukken uit de KB nationale bibliotheek
Tekst: Esther van Gelder, conservator oude drukken bij de KB nationale bibliotheek • foto's: KB Beeldstudio
Denk eens aan Clusius, als u vanavond achter de pan met aardappels en snijbonen zit of een kleurige bos tulpen in huis haalt, en laat u inspireren door deze nieuwsgierige, hardwerkende natuurliefhebber.
Verder lezen
Kasper van Ommen (red.), The exotic world of Carolus Clusius (1526-1609). Leiden: Leiden University Library, 2009.
Esther van Gelder Tussen hof en keizerskroon. Carolus Clusius en de ontwikkeling van de botanie aan Midden-Europese hoven, 1573-1593. Leiden: Leiden University Press, 2011.
Meer Clusius
Dit jaar wordt de vijfhonderdste geboortedag van Clusius gevierd. Ook de KB besteedt aandacht aan deze pionier van de natuurhistorie. In een themanummer van De Boekenwereld (te verschijnen medio juni 2026) gaan we op zoek naar plantenkenners en boekenverzamelaars die in zijn voetsporen treden. En in de kleine tentoonstelling Flora Mundi. Op zoek naar verdwenen stemmen (juni - oktober 2026) belichten we de verhalen van niet-Europese plantenkenners die schuilgaan achter de prachtig geïllustreerde flora’s met planten uit de voormalige koloniën.
Puzzelen in Leiden
Toen Clusius in 1593 eindelijk (op 67-jarige leeftijd) een vaste aanstelling kreeg aan de Leidse universiteit, brak een gelukkige tijd voor hem aan. Hij was er verantwoordelijk voor de eerste botanische tuin van Nederland en gaf onderwijs aan studenten over planten. Ook kreeg hij de rust en de middelen om aan nieuwe publicaties te werken. Zo publiceerde hij in 1601 het eerste deel van zijn verzameld werk over planten, Rariorum plantarum historia, op groot formaat en met honderden houtsneden en een prachtig gegraveerd frontispice. Het bevatte al zijn eerder gepubliceerde en vele nieuwe plantbeschrijvingen en een appendix over paddenstoelen.
Maar Leiden bood hem nog iets anders: toegang tot nieuwe soorten. De jonge Republiek begaf zich in die tijd net op het wereldtoneel en probeerde een plek te veroveren tussen de zeevarende, handeldrijvende, rovende en oorlogvoerende mogendheden. Toen de schepen van de Eerste Schipvaart in 1597 terugkwamen van hun reis naar Indië, stond de oude botanicus op de kade om de bemanning uit te horen. En toen in 1602 de VOC werd opgericht, stuurde hij instructies mee aan de opvarenden over het verzamelen en bewaren van planten. Het leverde hem een schat aan nieuwe informatie op.
In 1605 verscheen het tweede deel van zijn magnum opus, een dik boek over honderden exotische planten en dieren: Exoticorum libri decem. Het bevatte al zijn kennis van niet-Europese flora en fauna die hij tijdens zijn vele reizen, maar vooral tijdens zijn tijd in Leiden had opgedaan. We vinden hier de eerste wetenschappelijke beschrijvingen en afbeeldingen van Zuid-Amerikaanse plantensoorten als aardappel en tabak, maar ook gordeldieren, pinguïns en luiaards.
Clusius werkte strikt volgens de regels van de empirische onderzoeksmethode: hij noteerde alleen wat hij zelf zag of wat ooggetuigen hem vertelden. Nooit verzon hij er iets bij. Daarom liet hij de bonen en peulen van onbekende bonensoorten uit Afrika en Amerika afbeelden zoals de zeelieden hem toonden, zonder er een plant of bloem bij te verzinnen. En hij nam een illustratie op van een paradijsvogel uit Indonesië zonder poten, omdat die er altijd werden afgesneden door de lokale jagers die de vogels met hun prachtige verenkleed verhandelden aan de Hollanders. Dat leverde vaak onvolledige informatie op, maar al sprokkelend leverde Clusius de puzzelstukken waarop latere botanici zouden voortbouwen.
Frontispice van C. Clusius, Rariorum plantarum historia. Antwerpen: I. Moretus, 1601. KB, nationale bibliotheek, KW 177 A 1 [1].
Perkamenten band met het verzameld werk van Carolus Clusius. KB, nationale bibliotheek, KW 177 A 1.
Jacques de Gheyn de Jongere, portret van Clusius als een oude man, kopergravure, 1600. KB, nationale bibliotheek, KW 177 A 1 [1].
Precies vijfhonderd jaar geleden werd Carolus Clusius (1526–1609) geboren: een van de grootste natuuronderzoekers van zijn tijd. Hij is hier vooral bekend als de eerste directeur van de Leidse hortus botanicus én als kenner en kweker van bolgewassen uit het Midden-Oosten, zoals tulpen, hyacinten en keizerskronen. Daarmee legde hij de basis voor wat later zou uitgroeien tot de beroemde Nederlandse tulpencultuur. Maar zijn verhaal reikt verder.
Clusius was een van de productiefste geleerden van zijn tijd, een echte humanist met een brede interesse, grote talenkennis en een kritische, onderzoekende blik. Hij onderzocht Romeinse grafstenen, tekende landkaarten en vertaalde reisverslagen. Maar zijn hart lag bij de natuur en vooral bij de planten. Vanaf 1557, toen zijn Franse vertaling van Dodoens’ Cruijdeboeck verscheen, tot zijn overlijden in 1609 publiceerde hij tientallen werken op dat gebied. De meeste werden uitgegeven door de beroemde drukker Christoffel Plantijn (1520–1589) en diens erfgenamen in Antwerpen en Leiden.
De KB bewaart veel van Clusius’ boeken, maar één springt eruit: een circa 30 centimeter hoge perkamenten band met zijn verzameld werk over de natuur. Daarin staan onder meer Rariorum plantarum historia (“Beschrijving van zeldzame planten”) uit 1601 en Exoticorum libri decem (“Tien boeken over exotica”) uit 1605. Al bladerend door het boek kunnen we Clusius volgen op zijn levenslange ontdekkingsreis door het plantenrijk.
Botaniserend door Europa
Clusius werd geboren in het Vlaamse Atrecht (nu Arras, in Noord-Frankrijk). Na studies in klassieke talen, rechten en geneeskunde legde hij zich fulltime toe op het onderzoek naar planten. Daarmee toonde hij zich een kind van de zogenaamde “botanische renaissance”, een heropleving van de wetenschappelijke belangstelling voor planten. Artsen, apothekers en andere geleerden wilden hun kennis van geneeskrachtige kruiden verbeteren, door klassieke teksten te vergelijken met wat zij zelf in het wild aantroffen. Clusius leende hun kritische blik en empirische methodes, maar ging een stap verder: hij was niet alleen geïnteresseerd in geneeskrachtige kruiden, maar in álle planten.
In een door godsdienststrijd en oorlogen verscheurd Europa ging Clusius op zoek naar nog onbekende planten. Alles wilde hij in kaart brengen. Zo reisde hij te paard naar Zuid-Frankrijk, Spanje en Portugal om wilde kruiden te beschrijven. Ook beklom hij de hoogste toppen in Oostenrijk om bergplanten te bestuderen. Vlak bij de grens met het Ottomaanse Rijk deed hij onderzoek naar paddenstoelen, terwijl Habsburgse soldaten hem beschermden. Zijn waarnemingen uit het veld publiceerde hij in rijk geïllustreerde boeken op handzaam formaat. Ze zijn de voorlopers van de moderne flora’s, met beschrijvingen van wilde planten uit een bepaald gebied.
Tijdens zijn reizen door Europa maakte Clusius ook kennis met de vele exotische plantensoorten die handelaars, diplomaten en soldaten mee terug namen van hun overzeese reizen. Zo kwam hij in Spanje en Portugal in aanraking met onbekende planten uit de koloniën in Zuid-Amerika en Azië, zoals de vijfcactus, tabaksplant en pepers en jasmijn. En in Wenen zag hij in de keizerlijke siertuinen kleurige tulpen, hyacinten en keizerskronen uit het Ottomaanse Rijk bloeien. Clusius was erg succesvol in het vermeerderen van dit zeldzame plantenmateriaal in zijn eigen tuinen, waardoor hij nieuwe beschrijvingen kon publiceren. Zijn onderzoek en boeken maakten hem beroemd. Rijke tuineigenaren vroegen hem om hun tuinen te verfraaien met exotische bloemen, kruiden en fruitgewassen.
Het verzameld werk van Carolus Clusius
Tulpen, snijbonen en aardappels. Dodo’s, paradijsvogels en luiaards… Het zijn maar een paar voorbeelden van de honderden planten- en dierensoorten die de zestiende-eeuwse botanicus Carolus Clusius beschreef, vaak als eerste. In de KB ligt zijn verzameld werk: een dikke perkamenten band die je meeneemt op zijn ontdekkingen door het plantenrijk.
Pionier in planten
Tekst: Esther van Gelder, conservator oude drukken bij de KB nationale bibliotheek • foto's: KB Beeldstudio
Houtsneden van aardappel, Braziliaanse boon, paradijsvogel en luiaard in C. Clusius, Exoticorum libri decem. Leiden: officina Plantiniana, 1605. KB, nationale bibliotheek, KW 177 A 1 [3].
Bibliotheekblad 5 • mei / juni 2026
Topstukken uit de KB nationale bibliotheek