Video: FERS

Op 25 juni organiseerde FERS een webinar dat in het teken stond van leesbevordering in het mbo-onderwijs.

Tijdens de afgelopen editie van Verhalenavond vertelde Age Veldboom zijn verhaal in de bibliotheek van Drachten. ‘Na afloop kreeg ik veel positieve reacties en complimenten van het publiek en dat geeft je een tevreden gevoel.’

Elke derde vrijdag in november wordt in Friesland de Verhalenavond georganiseerd. Getty Bouma, adviseur Leven lang ontwikkelen bij POI Fers, deelt haar enthousiasme.

‘Binnen het Friese samenwerkingsverband van de vijf bibliotheekorganisaties en de POI Fers wordt een jaarlijkse Netwerkagenda gemaakt. Dit jaar is een van de speerpunten ‘het versterken van het verhalenklimaat’. Een heel mooi middel is het project Verhalenavond. Het delen van verhalen zit heel erg in de Friese cultuur. Sommige verhalen worden al eeuwen verteld, zoals over Grutte Pier, een Friese boer en volksheld in de zestiende eeuw.

‘Tijdens de Verhalenavond vertellen rond de 250 bekende en onbekende Friezen een persoonlijk verhaal over hun reis in het leven. Ze doen dat op logische of vertrouwde locaties in Friesland: dit kan een huiskamer zijn, een bankje onder de appelboom, een museum, een bibliotheek, een dorpshuis, een gemeentehuis, een kerk of een poppodium.

‘Een verhaal moet aan enkele voorwaarden voldoen. Het moet zeven à acht minuten duren. Het moet persoonlijk zijn. En het moet een link hebben met het thema. Dit jaar is dat “Toen ik dapper was”.

‘De verteller vertelt steeds aan verschillende groepjes luisteraars hetzelfde verhaal. Zo kan het dus zijn dat een verteller in de huiskamer voor een gezelschap van zes mensen vertelt en een bekende Fries in de prachtige Prinsentuin in Leeuwarden voor vijftig man publiek. De verteller beslist zelf hoeveel mensen hij/zij wil en kan ontvangen. En vol is vol. Het is een project dat grotendeels georganiseerd wordt door de inwoners zelf en waar jaarlijks rond de vijfduizend luisteraars op af komen.

‘Een schitterend voorbeeld vond ik het verhaal dat een man uit Syrië vertelde. Hij woonde in een dorpje dicht bij Leeuwarden met zo’n 1500 inwoners. Hij woonde er al acht jaar, sprak redelijk Nederlands, groette iedereen en maakte een praatje, maar mensen kenden hem niet echt. Tijdens de Verhalenavond vertelt hij in het kort zijn levensverhaal. Zo wordt hij in één keer onderdeel van het dorp. Mensen weten nu een verbintenis met hem te maken. Dat heeft zijn hele leven veranderd.

‘Of neem die vrouw die een persoonlijk verhaal vertelde over de wolf. In die tijd waren wolven net in opkomst in Nederland. Wat gebeurde er in de zaal? Mensen die heel stellig anti-wolf waren, gingen anders kijken, doordat ze dit verhaal hoorden. Je voelde het besef doordringen: “Hé, er zijn ook heel andere perspectieven van waaruit je iets kunt benaderen.”

‘Dat is voor mij de kern van de Verhalenavond: luisteren naar verhalen helpt om “bubbels” te doorbreken, het helpt om andere perspectieven te leren kennen, om mensen te verbinden. Daarom is het niet verwonderlijk dat verhalen vertellen een thema is waar heel veel bibliotheekorganisaties op dit moment mee bezig zijn.’


Een verhaal helpt bubbels doorbreken

Samenwerking rondom Friese mbo-student

Hoe maak je lezen leuk voor mbo-studenten? In Friesland zetten de vijf bibliotheekorganisaties, de POI en het ROC samen “De Bibliotheek op school” in. ‘Ik geloof dat het lezen in je zit en dat je geraakt kunt worden.’

Samenwerkingsverbanden / onderwijs / mbo

Tekst: Stan Verhaag
Foto’s: Stichting Lezen*

Leuk of essentieel?
Uiteraard hebben de drie samenwerkingspartners zich ook gebogen over de eeuwige vraag die met elk leesbevorderingsproject samenhangt: willen we dat de doelgroep lezen leuk gaat vinden, of volstaat het feit dat lezen een essentiële vaardigheid is? Het antwoord van deze drie partners laat aan duidelijkheid niets te wensen over: ja, mbo-studenten moeten het leuk gaan vinden, anders is de leesmissie kans- en uitzichtloos.

Hoe doe je dat, lezen leuk maken? Bij de aftrap van “De Bibliotheek op school” op het mbo-college in Sneek op 9 september kwam de Leeuwardense stadsdichter Marrit Jellema vertellen hoe het boek Alleen op de wereld van Hector Malot haar leven veranderde. Rixt Heegsma was diep onder de indruk: ‘De vier mbo-klassen die erbij waren, zaten in stilte te luisteren. Marrits verhaal kwam echt binnen. Daar geloof ik in.’

Bert Deuling wordt blij van de podcast die twee mbo-studenten onlangs begonnen en waarin ze zich exclusief (en in het Fries) richten op hun medestudenten: ‘Zij bespreken daarin de boeken die ze zelf hebben gelezen en delen hun enthousiasme erover. Op die manier promoten ze die boeken bij hun medestudenten. Betere reclame is niet denkbaar.’

En Simone Schoonhoven wijst op het bestaan van websites waar jongeren hun zelfgeschreven verhalen delen met elkaar: ‘Mijn dochter schrijft zulke verhalen. Het is misschien geen literatuur, maar het maakt wel dat jongeren gaan lezen.’

Voor het grijpen
Terug naar de samenwerking en naar “De Bibliotheek op school”. Waarom is juist deze aanpak zo geschikt om het lezen te bevorderen onder mbo-studenten? Bert Deuling: ‘Als je lezen wilt bevorderen, dan moet je als allereerste zorgen dat aan één simpele voorwaarde wordt voldaan: boeken die aansluiten bij de belevingswereld en het leesniveau van de studenten, moeten voor het grijpen zijn. Op de opleidingscentra van Firda zie je weinig boeken – behalve bij de opleidingen voor pedagogisch werk en voor onderwijsassistenten. Staan die boeken er wél, dan nodigt dat studenten uit. Met “De Bibliotheek op school” is dat gegarandeerd. Bovendien betrekt de leesconsulent docenten bij het lezen en geeft hen handvatten. Er zijn hele bevlogen, leesbevorderende docenten die in de les tijd vrij maken om te lezen, boekentips geven en met studenten praten over boeken.’

Rixt Heegsma is blij met de “doorgaande leeslijn” die binnen deze aanpak belangrijk wordt gemaakt. ‘In onze bibliotheken en op scholen waar wij komen zie ik basisschoolleerlingen die razend enthousiast aan het lezen zijn. Wat een plezier straalt daar van af! Tot pakweg groep 6, dan raken veel kinderen dat enthousiasme gaandeweg voor een groot deel (tijdelijk) kwijt, dat is de bekende leesdip. “De Bibliotheek op school” is gericht op een doorgaande lijn van 0 tot 20 jaar op het gebied van lezen en digitale geletterdheid. Daarin vormen 16 tot 20-jarigen in het beroepsonderwijs een aparte doelgroep.’ En dat is nodig, benadrukt Heegsma: ‘Onze provinciale leesconsulent verdiept zich in wat speelt er op zo’n mbo: Hoe werkt het daar? En hoe sluiten we daarbij aan? En bij de docenten? Want mbo is natuurlijk een heel andere tak van onderwijs dan het voortgezet onderwijs.’

Financiële afspraken
Een belangrijk aandachtspunt is uiteraard ook de financiering van dit leesproject. Hoe hebben de drie partners dat georganiseerd? Voor de inzet van “De bibliotheek op school” wordt gebruik gemaakt van de subsidieregeling Masterplan Basisvaardigheden II, die beschikbaar is voor de driejarige looptijd van het programma. In het eerste schooljaar waarin een college start met “De Bibliotheek op school” wordt zo een groot deel van de kosten gedekt. Maar daarna zijn de opleidingscentra zelf aan zet: in het tweede en derde collegejaar moet een college grotendeels zelf voor de kosten staan.

Ook hier zijn goede afspraken vooraf cruciaal, benadrukt Bert Deuling: ‘Zodat een mbo-college niet bijvoorbeeld in een tweede of derde jaar zegt: ‘Sorry, we hebben niet voldoende budget om dezelfde inzet van leesconsulenten te handhaven.’ Dat hebben we als partners uitvoerig met elkaar besproken en de drie opleidingscentra gingen daarmee akkoord. We hebben de begroting vooraf uitgewerkt, zodat de opleidingscentra precies weten voor welke kosten ze in het tweede en derde jaar komen te staan. En daar hebben ze in hun begroting geld voor gereserveerd. Zulke goede financiële afspraken zijn belangrijk voor de continuïteit.’ En na die drie jaar? ‘Die eerste periode is bedoeld als implementatieperiode om het goed in de benen te zetten. Het idee is dat “De Bibliotheek op school” daarna is ingebed in het beleid, het budget en het curriculum van de individuele opleidingscentra.’

Wat werkt?
Stel dat de hele organisatie erachter staat en dat de financiering geregeld is, dan resteert nog wel één belangrijke vraag, zegt Simone Schoonhoven tot slot: ‘Waar wij heel nieuwsgierig naar zijn, is: wat werkt nou en wat werkt niet? Vandaar dat wij op een gegeven moment gaan kijken of dit project werkelijk bijdraagt aan het verbeteren van de leesvaardigheid. Want we weten allemaal dat het niet makkelijk is om mensen aan het lezen te krijgen, om het in hun systeem te krijgen. Dat willen we dan ook graag onderzoeken. Via leesplezier naar leesvaardigheid: dat is het doel. Onze studenten maken allemaal dezelfde examens op het gebied van leesvaardigheid. We gaan volgen of daar een positieve ontwikkeling in zit.’

Bert Deuling heeft er alle vertrouwen in: ‘In de contacten die ik tot nu toe heb met de docenten in Leeuwarden-Noord en Drachten, bespeur ik zeker bij de docenten Nederlands alleen maar dat ze heel blij zijn met deze aanpak. Het blijft niet bij losse activiteiten, ze hoeven niet meer naar de kringloop voor boeken en zijn heel blij met de structurele aanpak. En in Sneek zijn we eerder begonnen dan gepland omdat docenten te kennen gaven dat ze graag aan de slag wilden.’

Rixt Heegsma: ‘In de media gaat het tegenwoordig vaak over dreigende laaggeletterdheid en jongeren die ongemotiveerd zouden zijn om te lezen. Ik geloof echt dat het lezen in je zit, dat het fijn is geholpen te worden om een goede keuze te maken voor een boek en dat je vervolgens geraakt wordt. Met dit project gaat het ons bij veel meer jongeren lukken om dat moment te pakken. Je moet ook hoopvol blijven, vind ik.’

Nawoord redactie
*De foto’s bij dit artikel zijn afkomstig uit de folder De Bibliotheek op school en het mbo.

Wegwijzer voor leesmediaconsulenten die (gaan) samenwerken met het mbo.
Deze folder is HIER te downloaden.

Nee, het is bij lange na niet de eerste keer dat Firda (zeven mbo-opleidingscentra in Friesland met 23.000 studenten), de vijf Friese bibliotheken en ondersteuningsorganisatie FERS de handen ineenslaan. Maar het is wel de eerste keer dat ze zich samen zo nadrukkelijk richten tot mbo-studenten. In april 2024 ondertekenden ze een intentieovereenkomst, met daarin het doel dat alle mbo-opleidingscentra in Friesland op termijn gaan werken met “De Bibliotheek op school”, waarbij elke partij de eigen expertise inbrengt om de gezamenlijke doelen te bereiken. De mbo-opleidingscentra in Leeuwarden-Noord, Drachten en Sneek zijn in 2025 als eerste gestart met “De Bibliotheek op school.” Het is de eerste keer in ons land dat een aantal scholen en bibliotheken als één organisatie samenwerken met Firda, met één programma en één provinciale leesconsulent.

Elk initiatief welkom
Al enkele jaren zijn Firda, Fers en de bibliotheken samen met andere organisaties in de provincie betrokken bij het Friese Leesoffensief. Bovendien was Firda zelf ook al een leescampagne gestart: “Heel Firda leest”. Maar Rixt Heegsma (directeur-bestuurder bij Bibliotheken Mar en Fean) is niet bang voor overlap: ‘Het sluit allemaal op elkaar aan en is met elkaar verweven.’

Simone Schoonhoven (directeur Onderwijs en Kwaliteit bij Firda): ‘Onze eigen leescampagne én onze nieuwe samenwerking met Fers en de bibliotheken komen heel mooi samen met onze samenwerking in het Fries Leesoffensief. We hebben binnen Firda afgesproken dat alle opleidingen lezen bevorderen. Daarbij is elk initiatief welkom.’ Schoonhoven voegt eraan toe dat toen Friesland College en Friese Poort in 2023 fuseerden tot Firda (“Firda” is Zweeds voor “vieren”, red.) deze spiksplinternieuwe fusieorganisatie speerpunten bepaalde: ‘Een belangrijk speerpunt is dat we niet alleen opleiden voor een specifiek vak, maar juist veel aandacht besteden aan algemene vaardigheden. Denk aan burgerschap, rekenen en Nederlands. Die vaardigheden zijn cruciaal voor jonge mensen om goed te kunnen functioneren in onze best wel ingewikkelde maatschappij.’

Brede betrokkenheid
Rixt Heegsma benadrukt dat elk van de drie partners garant moet staan voor brede betrokkenheid in de eigen organisatie, van werkvloer tot bestuurskamer. ‘Wij hebben vooraf tegen elkaar gezegd: ‘Er gebeuren al allerlei mooie dingen, maar laten we hier een structurele samenwerking van maken.’ Zowel het CvB van Firda als schooldirecteuren als teamleiders en docenten hebben we te pakken in deze samenwerking.’

Die brede betrokkenheid is cruciaal, meent Bert Deuling (adviseur taal- en leesbevordering beroepsonderwijs bij Fers): ‘Als directies zo’n samenwerking niet dragen en evenmin bevorderen binnen hun teams, verdwijnt alles wat je opbouwt na verloop van tijd weer. Dat zien we helaas best vaak gebeuren. Het management moet de leesbevordering voor een langere periode borgen in het onderwijscurriculum van de mbo-opleidingscentra. Wij zijn dan ook heel blij dat Firda zo betrokken is.’

Simone Schoonhoven: ‘Ik ben er heel erg van overtuigd dat lezen heel verrijkend is en dat leesvaardigheid een heel groot goed is. Het is iets om te koesteren en te behouden. Soms ben ik een beetje bang dat we straks alleen nog maar in plaatjes kunnen denken. Dus het woord, de tekst, het geschrevene: ik ben er privé dol op, maar ik vind het ook heel belangrijk voor iedereen.’

Bibliotheekblad 8 • oktober 2025

Via leesplezier naar leesvaardigheid

Op 25 juni organiseerde FERS een webinar dat in het teken stond van leesbevordering in het mbo-onderwijs.

Foto: Jelmer de Haas

Elke derde vrijdag in november wordt in Friesland de Verhalenavond georganiseerd. Getty Bouma, adviseur Leven lang ontwikkelen bij POI Fers, deelt haar enthousiasme.

‘Binnen het Friese samenwerkingsverband van de vijf bibliotheekorganisaties en de POI Fers wordt een jaarlijkse Netwerkagenda gemaakt. Dit jaar is een van de speerpunten ‘het versterken van het verhalenklimaat’. Een heel mooi middel is het project Verhalenavond. Het delen van verhalen zit heel erg in de Friese cultuur. Sommige verhalen worden al eeuwen verteld, zoals over Grutte Pier, een Friese boer en volksheld in de zestiende eeuw.

‘Tijdens de Verhalenavond vertellen rond de 250 bekende en onbekende Friezen een persoonlijk verhaal over hun reis in het leven. Ze doen dat op logische of vertrouwde locaties in Friesland: dit kan een huiskamer zijn, een bankje onder de appelboom, een museum, een bibliotheek, een dorpshuis, een gemeentehuis, een kerk of een poppodium.

‘Een verhaal moet aan enkele voorwaarden voldoen. Het moet zeven à acht minuten duren. Het moet persoonlijk zijn. En het moet een link hebben met het thema. Dit jaar is dat “Toen ik dapper was”.

‘De verteller vertelt steeds aan verschillende groepjes luisteraars hetzelfde verhaal. Zo kan het dus zijn dat een verteller in de huiskamer voor een gezelschap van zes mensen vertelt en een bekende Fries in de prachtige Prinsentuin in Leeuwarden voor vijftig man publiek. De verteller beslist zelf hoeveel mensen hij/zij wil en kan ontvangen. En vol is vol. Het is een project dat grotendeels georganiseerd wordt door de inwoners zelf en waar jaarlijks rond de vijfduizend luisteraars op af komen.

‘Een schitterend voorbeeld vond ik het verhaal dat een man uit Syrië vertelde. Hij woonde in een dorpje dicht bij Leeuwarden met zo’n 1500 inwoners. Hij woonde er al acht jaar, sprak redelijk Nederlands, groette iedereen en maakte een praatje, maar mensen kenden hem niet echt. Tijdens de Verhalenavond vertelt hij in het kort zijn levensverhaal. Zo wordt hij in één keer onderdeel van het dorp. Mensen weten nu een verbintenis met hem te maken. Dat heeft zijn hele leven veranderd.

‘Of neem die vrouw die een persoonlijk verhaal vertelde over de wolf. In die tijd waren wolven net in opkomst in Nederland. Wat gebeurde er in de zaal? Mensen die heel stellig anti-wolf waren, gingen anders kijken, doordat ze dit verhaal hoorden. Je voelde het besef doordringen: “Hé, er zijn ook heel andere perspectieven van waaruit je iets kunt benaderen.”

‘Dat is voor mij de kern van de Verhalenavond: luisteren naar verhalen helpt om “bubbels” te doorbreken, het helpt om andere perspectieven te leren kennen, om mensen te verbinden. Daarom is het niet verwonderlijk dat verhalen vertellen een thema is waar heel veel bibliotheekorganisaties op dit moment mee bezig zijn.’


Tijdens de afgelopen editie van Verhalenavond vertelde Age Veldboom zijn verhaal in de bibliotheek van Drachten. ‘Na afloop kreeg ik veel positieve reacties en complimenten van het publiek en dat geeft je een tevreden gevoel.’

Een verhaal helpt bubbels doorbreken

Leuk of essentieel?
Uiteraard hebben de drie samenwerkingspartners zich ook gebogen over de eeuwige vraag die met elk leesbevorderingsproject samenhangt: willen we dat de doelgroep lezen leuk gaat vinden, of volstaat het feit dat lezen een essentiële vaardigheid is? Het antwoord van deze drie partners laat aan duidelijkheid niets te wensen over: ja, mbo-studenten moeten het leuk gaan vinden, anders is de leesmissie kans- en uitzichtloos.

Hoe doe je dat, lezen leuk maken? Bij de aftrap van “De Bibliotheek op school” op het mbo-college in Sneek op 9 september kwam de Leeuwardense stadsdichter Marrit Jellema vertellen hoe het boek Alleen op de wereld van Hector Malot haar leven veranderde. Rixt Heegsma was diep onder de indruk: ‘De vier mbo-klassen die erbij waren, zaten in stilte te luisteren. Marrits verhaal kwam echt binnen. Daar geloof ik in.’

Bert Deuling wordt blij van de podcast die twee mbo-studenten onlangs begonnen en waarin ze zich exclusief (en in het Fries) richten op hun medestudenten: ‘Zij bespreken daarin de boeken die ze zelf hebben gelezen en delen hun enthousiasme erover. Op die manier promoten ze die boeken bij hun medestudenten. Betere reclame is niet denkbaar.’

En Simone Schoonhoven wijst op het bestaan van websites waar jongeren hun zelfgeschreven verhalen delen met elkaar: ‘Mijn dochter schrijft zulke verhalen. Het is misschien geen literatuur, maar het maakt wel dat jongeren gaan lezen.’

Voor het grijpen
Terug naar de samenwerking en naar “De Bibliotheek op school”. Waarom is juist deze aanpak zo geschikt om het lezen te bevorderen onder mbo-studenten? Bert Deuling: ‘Als je lezen wilt bevorderen, dan moet je als allereerste zorgen dat aan één simpele voorwaarde wordt voldaan: boeken die aansluiten bij de belevingswereld en het leesniveau van de studenten, moeten voor het grijpen zijn. Op de opleidingscentra van Firda zie je weinig boeken – behalve bij de opleidingen voor pedagogisch werk en voor onderwijsassistenten. Staan die boeken er wél, dan nodigt dat studenten uit. Met “De Bibliotheek op school” is dat gegarandeerd. Bovendien betrekt de leesconsulent docenten bij het lezen en geeft hen handvatten. Er zijn hele bevlogen, leesbevorderende docenten die in de les tijd vrij maken om te lezen, boekentips geven en met studenten praten over boeken.’

Rixt Heegsma is blij met de “doorgaande leeslijn” die binnen deze aanpak belangrijk wordt gemaakt. ‘In onze bibliotheken en op scholen waar wij komen zie ik basisschoolleerlingen die razend enthousiast aan het lezen zijn. Wat een plezier straalt daar van af! Tot pakweg groep 6, dan raken veel kinderen dat enthousiasme gaandeweg voor een groot deel (tijdelijk) kwijt, dat is de bekende leesdip. “De Bibliotheek op school” is gericht op een doorgaande lijn van 0 tot 20 jaar op het gebied van lezen en digitale geletterdheid. Daarin vormen 16 tot 20-jarigen in het beroepsonderwijs een aparte doelgroep.’ En dat is nodig, benadrukt Heegsma: ‘Onze provinciale leesconsulent verdiept zich in wat speelt er op zo’n mbo: Hoe werkt het daar? En hoe sluiten we daarbij aan? En bij de docenten? Want mbo is natuurlijk een heel andere tak van onderwijs dan het voortgezet onderwijs.’

Financiële afspraken
Een belangrijk aandachtspunt is uiteraard ook de financiering van dit leesproject. Hoe hebben de drie partners dat georganiseerd? Voor de inzet van “De bibliotheek op school” wordt gebruik gemaakt van de subsidieregeling Masterplan Basisvaardigheden II, die beschikbaar is voor de driejarige looptijd van het programma. In het eerste schooljaar waarin een college start met “De Bibliotheek op school” wordt zo een groot deel van de kosten gedekt. Maar daarna zijn de opleidingscentra zelf aan zet: in het tweede en derde collegejaar moet een college grotendeels zelf voor de kosten staan.

Ook hier zijn goede afspraken vooraf cruciaal, benadrukt Bert Deuling: ‘Zodat een mbo-college niet bijvoorbeeld in een tweede of derde jaar zegt: ‘Sorry, we hebben niet voldoende budget om dezelfde inzet van leesconsulenten te handhaven.’ Dat hebben we als partners uitvoerig met elkaar besproken en de drie opleidingscentra gingen daarmee akkoord. We hebben de begroting vooraf uitgewerkt, zodat de opleidingscentra precies weten voor welke kosten ze in het tweede en derde jaar komen te staan. En daar hebben ze in hun begroting geld voor gereserveerd. Zulke goede financiële afspraken zijn belangrijk voor de continuïteit.’ En na die drie jaar? ‘Die eerste periode is bedoeld als implementatieperiode om het goed in de benen te zetten. Het idee is dat “De Bibliotheek op school” daarna is ingebed in het beleid, het budget en het curriculum van de individuele opleidingscentra.’

Wat werkt?
Stel dat de hele organisatie erachter staat en dat de financiering geregeld is, dan resteert nog wel één belangrijke vraag, zegt Simone Schoonhoven tot slot: ‘Waar wij heel nieuwsgierig naar zijn, is: wat werkt nou en wat werkt niet? Vandaar dat wij op een gegeven moment gaan kijken of dit project werkelijk bijdraagt aan het verbeteren van de leesvaardigheid. Want we weten allemaal dat het niet makkelijk is om mensen aan het lezen te krijgen, om het in hun systeem te krijgen. Dat willen we dan ook graag onderzoeken. Via leesplezier naar leesvaardigheid: dat is het doel. Onze studenten maken allemaal dezelfde examens op het gebied van leesvaardigheid. We gaan volgen of daar een positieve ontwikkeling in zit.’

Bert Deuling heeft er alle vertrouwen in: ‘In de contacten die ik tot nu toe heb met de docenten in Leeuwarden-Noord en Drachten, bespeur ik zeker bij de docenten Nederlands alleen maar dat ze heel blij zijn met deze aanpak. Het blijft niet bij losse activiteiten, ze hoeven niet meer naar de kringloop voor boeken en zijn heel blij met de structurele aanpak. En in Sneek zijn we eerder begonnen dan gepland omdat docenten te kennen gaven dat ze graag aan de slag wilden.’

Rixt Heegsma: ‘In de media gaat het tegenwoordig vaak over dreigende laaggeletterdheid en jongeren die ongemotiveerd zouden zijn om te lezen. Ik geloof echt dat het lezen in je zit, dat het fijn is geholpen te worden om een goede keuze te maken voor een boek en dat je vervolgens geraakt wordt. Met dit project gaat het ons bij veel meer jongeren lukken om dat moment te pakken. Je moet ook hoopvol blijven, vind ik.’

Nawoord redactie
*De foto’s bij dit artikel zijn afkomstig uit de folder De Bibliotheek op school en het mbo.

Wegwijzer voor leesmediaconsulenten die (gaan) samenwerken met het mbo.
Deze folder is HIER te downloaden.

Bibliotheekblad 8 • oktober 2025

Nee, het is bij lange na niet de eerste keer dat Firda (zeven mbo-opleidingscentra in Friesland met 23.000 studenten), de vijf Friese bibliotheken en ondersteuningsorganisatie FERS de handen ineenslaan. Maar het is wel de eerste keer dat ze zich samen zo nadrukkelijk richten tot mbo-studenten. In april 2024 ondertekenden ze een intentieovereenkomst, met daarin het doel dat alle mbo-opleidingscentra in Friesland op termijn gaan werken met “De Bibliotheek op school”, waarbij elke partij de eigen expertise inbrengt om de gezamenlijke doelen te bereiken. De mbo-opleidingscentra in Leeuwarden-Noord, Drachten en Sneek zijn in 2025 als eerste gestart met “De Bibliotheek op school.” Het is de eerste keer in ons land dat een aantal scholen en bibliotheken als één organisatie samenwerken met Firda, met één programma en één provinciale leesconsulent.

Elk initiatief welkom
Al enkele jaren zijn Firda, Fers en de bibliotheken samen met andere organisaties in de provincie betrokken bij het Friese Leesoffensief. Bovendien was Firda zelf ook al een leescampagne gestart: “Heel Firda leest”. Maar Rixt Heegsma (directeur-bestuurder bij Bibliotheken Mar en Fean) is niet bang voor overlap: ‘Het sluit allemaal op elkaar aan en is met elkaar verweven.’

Simone Schoonhoven (directeur Onderwijs en Kwaliteit bij Firda): ‘Onze eigen leescampagne én onze nieuwe samenwerking met Fers en de bibliotheken komen heel mooi samen met onze samenwerking in het Fries Leesoffensief. We hebben binnen Firda afgesproken dat alle opleidingen lezen bevorderen. Daarbij is elk initiatief welkom.’ Schoonhoven voegt eraan toe dat toen Friesland College en Friese Poort in 2023 fuseerden tot Firda (“Firda” is Zweeds voor “vieren”, red.) deze spiksplinternieuwe fusieorganisatie speerpunten bepaalde: ‘Een belangrijk speerpunt is dat we niet alleen opleiden voor een specifiek vak, maar juist veel aandacht besteden aan algemene vaardigheden. Denk aan burgerschap, rekenen en Nederlands. Die vaardigheden zijn cruciaal voor jonge mensen om goed te kunnen functioneren in onze best wel ingewikkelde maatschappij.’

Brede betrokkenheid
Rixt Heegsma benadrukt dat elk van de drie partners garant moet staan voor brede betrokkenheid in de eigen organisatie, van werkvloer tot bestuurskamer. ‘Wij hebben vooraf tegen elkaar gezegd: ‘Er gebeuren al allerlei mooie dingen, maar laten we hier een structurele samenwerking van maken.’ Zowel het CvB van Firda als schooldirecteuren als teamleiders en docenten hebben we te pakken in deze samenwerking.’

Die brede betrokkenheid is cruciaal, meent Bert Deuling (adviseur taal- en leesbevordering beroepsonderwijs bij Fers): ‘Als directies zo’n samenwerking niet dragen en evenmin bevorderen binnen hun teams, verdwijnt alles wat je opbouwt na verloop van tijd weer. Dat zien we helaas best vaak gebeuren. Het management moet de leesbevordering voor een langere periode borgen in het onderwijscurriculum van de mbo-opleidingscentra. Wij zijn dan ook heel blij dat Firda zo betrokken is.’

Simone Schoonhoven: ‘Ik ben er heel erg van overtuigd dat lezen heel verrijkend is en dat leesvaardigheid een heel groot goed is. Het is iets om te koesteren en te behouden. Soms ben ik een beetje bang dat we straks alleen nog maar in plaatjes kunnen denken. Dus het woord, de tekst, het geschrevene: ik ben er privé dol op, maar ik vind het ook heel belangrijk voor iedereen.’

Hoe maak je lezen leuk voor mbo-studenten? In Friesland zetten de vijf bibliotheekorganisaties, de POI en het ROC samen “De Bibliotheek op school” in. ‘Ik geloof dat het lezen in je zit en dat je geraakt kunt worden.’

Via leesplezier naar leesvaardigheid

Tekst: Stan Verhaag
Foto’s: Stichting Lezen*

Samenwerkingsverbanden / onderwijs / mbo

Samenwerking rondom Friese mbo-student