Solidair ticketsysteem in Genk slaat aan

Pay what you can

Tamar van Gelder wordt per 1 oktober 2024 de nieuwe directeur-bestuurder van Stichting Lezen. Van Gelder (1975) was sinds 2021 voorzitter van de Algemene Onderwijsbond (AOb), die 83.000 medewerkers in het onderwijs en onderzoek vertegenwoordigt. Van 2016 tot 2021 was zij bij de AOb algemeen secretaris. Daarvoor werkte ze als opleidingsmanager bij het ROC Amsterdam en was ze mede-oprichter van de Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO). Ze is lid van de Raad van Advies SER Diversiteit in Bedrijf en voorzitter van de Stichting van het Onderwijs.

Foto: Stichting Lezen

Om ervoor te zorgen dat leerlingen onder meer beter leren lezen, lanceerde het kabinet in 2022 het Masterplan basisvaardigheden. Scholen in het primair en voortgezet onderwijs kunnen subsidie aanvragen om te werken aan het verbeteren van de basisvaardigheden van hun leerlingen. Naast lezen gaat het om schrijven, rekenen, digitale vaardigheden en burgerschap. Het versterken van de samenwerking van bibliotheken met scholen en de kinderopvang maakt deel uit van het plan. Inmiddels werken sinds het afgelopen jaar 2400 kinderdagverblijven en scholen in het primair onderwijs, het vmbo en het praktijkonderwijs voor het eerst structureel samen met de bibliotheek. Daarnaast bouwen ruim zesduizend kinderopvanglocaties en scholen de komende jaren hun bestaande samenwerking met de lokale bibliotheek verder uit. Zij krijgen (extra) ondersteuning van leesconsulenten en er is meer geld en aandacht voor de leesomgeving inclusief de collectie. De plannen zijn onderdeel van de programma’s BoekStart in de kinderopvang en de Bibliotheek op school, beide ontwikkeld door Stichting Lezen in samenwerking met de KB nationale bibliotheek, en worden uitgevoerd door provinciale en lokale bibliotheekorganisaties. Stichting Lezen verdeelt de komende jaren het door de overheid beschikbaar gestelde geld (87 miljoen euro in vier jaar) over de bibliotheken en monitort samen met de bibliotheken en scholen de ontwikkeling van het leesgedrag en leesplezier van leerlingen en het leesbevorderende gedrag van leraren.

Viviane Dirckx, dienstleider publiekswerking bij de bibliotheek in Genk.

Vlaanderen

Tekst: Elselien Dijkstra • Foto’s: Bibliotheek Genk
• Video: TV Limburg, de regionale tv-zender
voor Belgisch Limburg

De bibliotheek van de Vlaamse stad Genk voerde in 2023 een solidair prijssysteem in. Deelnemers aan culturele activiteiten die de bibliotheek organiseert, mogen zelf kiezen welk tarief ze betalen: een standaard, een hoger of een lager tarief. Dit pay what you can principe werkt zo goed, dat de bibliotheek het nu definitief voor alle activiteiten invoert.

Communicatie
Dat er geen misbruik wordt gemaakt, doordat deelnemers massaal zouden kiezen voor het lage tarief valt ook op. Volgens Viviane Dirckx is communicatie erg belangrijk. ‘De manier waarop de vraag gesteld wordt is heel erg belangrijk’, stelt zij. ‘Het principe is pay what you can niet pay what you want. De vraag die mensen gesteld wordt is welke prijs ze kunnen betalen, niet wat ze willen betalen. Als je vraagt wat mensen willen betalen, dan vraag je eerder naar hun persoonlijke waardeoordeel over de kwaliteit, wat ze over hebben voor de activiteit. Dan bestaat de kans dat mensen een nuchtere berekening gaan maken. Daarom vragen we: “Als een lager tarief het jou vergemakkelijkt om te komen, dan mag je dat selecteren.” En “Kun je iets meer betalen, dan maak je het mogelijk dat anderen minder betalen.”’

De stad Genk ligt vlak bij Maastricht en de bibliotheek heeft vanwege het lage lidmaatschapsgeld ook veel Nederlandse leden. Toch verwacht Viviane Dirckx geen grote toeloop van Nederlanders. ‘We hebben wel veel Nederlandse leden die een keer per maand met het hele gezin materialen komen lenen, zij maken er een dagje uit van. Maar naar de activiteiten komen doorgaans alleen mensen uit de regio. De Nederlandse leden die we hebben, komen meestal uit Maastricht. Daar zijn ook voldoende culturele activiteiten.’

Eerlijk
Na akkoord van het stadsbestuur besloot de bibliotheek eind 2023 om gedurende een testperiode met het pay what you can-principe te werken. Er werden zeven activiteiten georganiseerd waarbij mensen konden kiezen welke prijs ze betaalden. Per activiteit stelde de bibliotheek drie prijzen voor: een standaardtarief, een hoger tarief en een lager tarief. Mensen met een verhoogde tegemoetkoming (in Nederland vergelijkbaar met het bijstandsniveau) kregen vijftig procent korting op het lage tarief. Het streefdoel was dat een derde van de deelnemers het suggestietarief zou betalen, een derde het hoge tarief, en een derde het lage.

Uit het onderzoek naar de testperiode bleek dat er 241 tickets waren verkocht:

•65,6 % van de tickets werd verkocht aan de suggestieprijs.
•16,2 % van de deelnemers was bereid om meer te betalen dan de suggestieprijs.
•12 % van de deelnemers koos ervoor om minder te betalen dan de suggestieprijs.
•6,2% van de tickets werd verkocht aan verminderd tarief (de helft van de laagste prijs).

De gemiddelde prijs die werd betaald kwam neer op de vroegere standaardprijs. Voldoende opbrengsten dus, maar wel een meer eerlijker verdeling.

Schroom
Dat maar 12 % van de deelnemers koos voor het lagere tarief kan betekenen dat er weinig deelnemers waren met geldproblemen, en dat die doelgroep nog onvoldoende wordt bereikt. Het tarief van activiteiten is mogelijk niet de enige drempel, die mensen kunnen ervaren om deel te nemen. Daarom werkt de bibliotheek nauw samen met partnerorganisaties. Tijdens de testperiode was het doel om bij elke activiteit minimaal vijf deelnemers uit kansengroepen te bereiken via toeleiding van partnerorganisaties; dat werden er per activiteit minimaal twee. Maar de kansengroepen hebben wel geparticipeerd, blijkt uit het onderzoek dat de bibliotheek deed. Na afloop van elke activiteit kregen deelnemers een vragenlijst. Volgens de conclusie van dat onderzoek bestond de groep uit ‘een groot aandeel niet-werkenden, een groot aandeel die het financieel niet breed heeft, en een belangrijk aandeel anderstaligen’.

Het kan ook betekenen dat mensen schroom hebben om voor het lage tarief te kiezen. De meeste tickets worden online verkocht; ook dat kan een drempel zijn voor mensen uit kansengroepen. Daarom wordt er gekeken of er aan de kassa een ander systeem kan worden gecreëerd, waarbij niet direct voor iedereen zichtbaar is welk tarief iemand kiest, laat Viviane Dirckx weten.

Het achterliggende idee van het pay what you can principe is dat door een solidair prijssysteem meer mensen deel kunnen nemen aan activiteiten. Het pay what you can principe draagt bij aan vijf duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s), blijkt uit een artikel van Jan Colla (communicatiemedewerker bij de bibliotheek van Genk) in het tijdschrift META. Pay what you can past in het armoedebeleid (SDG 1 geen armoede) en zou moeten leiden tot minder ongelijkheid (SDG 100).

Door een meer divers publiek te bereiken draagt het bij aan ontwikkelingsdoel 11: duurzame steden en gemeenschappen. Omdat deelnemers zelf verantwoordelijk worden voor de toegangsprijs die ze kiezen, draagt pay what you can bij aan een verantwoorde consumptie (SDG 12). En aangezien de bibliotheek verschillende partners betrekt bij het beleid om meer kansengroepen te bereiken, draagt het ook bij aan ontwikkelingsdoel 17, partnerschappen. Kortom: de bibliotheek van Genk wil met het nieuwe prijssysteem een bredere doelgroep bereiken, en zorgen dat kortingen terechtkomen bij mensen die het echt nodig hebben.

Kortingsafspraken
We hebben Pay what you can afgekeken van andere Vlaamse culturele instellingen’, aldus Viviane Dirckx, dienstleider publiekswerking bij de bibliotheek in Genk. ‘Vlaamse cultuurhuizen, zoals het Kaaitheater in Brussel, de Kunsthal in Gent en Scandinavische landen, voerden eerder soortgelijke principes in.’ In Nederland werkt onder andere Theater aan de Rijn in de Rozet in Arnhem ook met pay what you can.

Voorafgaand aan de invoering ervan deed de bibliotheek van Genk een publieksonderzoek. ‘Daaruit bleek dat veel mensen bereid waren om meer te betalen voor onze activiteiten’, vertelt Viviane Dirckx. ‘Ze beoordeelden de kwaliteit van de activiteiten hoog, en waren ook bereid om meer te betalen, mogelijk vanwege het lage lidmaatschapstarief (inwoners van Genk betalen jaarlijks 7,50 euro, een gangbaar tarief in Vlaamse bibliotheken, red.). Ook hebben we overlegd met verschillende partners, zoals Armoedebeleid van de stad, en met organisaties waar kortingsafspraken mee waren. Leden van de cultuurvereniging Davidsfonds kregen bijvoorbeeld korting op de activiteiten van de bibliotheek vanwege de onderlinge samenwerking, terwijl die groep vooral bestaat uit hoger opgeleide gepensioneerden. Daarnaast waren er ook doelgroepen die geen korting kregen, maar het wel goed konden gebruiken.’

Bibliotheekblad 8 • oktober 2024

Communicatie
Dat er geen misbruik wordt gemaakt, doordat deelnemers massaal zouden kiezen voor het lage tarief valt ook op. Volgens Viviane Dirckx is communicatie erg belangrijk. ‘De manier waarop de vraag gesteld wordt is heel erg belangrijk’, stelt zij. ‘Het principe is pay what you can niet pay what you want. De vraag die mensen gesteld wordt is welke prijs ze kunnen betalen, niet wat ze willen betalen. Als je vraagt wat mensen willen betalen, dan vraag je eerder naar hun persoonlijke waardeoordeel over de kwaliteit, wat ze over hebben voor de activiteit. Dan bestaat de kans dat mensen een nuchtere berekening gaan maken. Daarom vragen we: “Als een lager tarief het jou vergemakkelijkt om te komen, dan mag je dat selecteren.” En “Kun je iets meer betalen, dan maak je het mogelijk dat anderen minder betalen.”’

De stad Genk ligt vlak bij Maastricht en de bibliotheek heeft vanwege het lage lidmaatschapsgeld ook veel Nederlandse leden. Toch verwacht Viviane Dirckx geen grote toeloop van Nederlanders. ‘We hebben wel veel Nederlandse leden die een keer per maand met het hele gezin materialen komen lenen, zij maken er een dagje uit van. Maar naar de activiteiten komen doorgaans alleen mensen uit de regio. De Nederlandse leden die we hebben, komen meestal uit Maastricht. Daar zijn ook voldoende culturele activiteiten.’

Eerlijk
Na akkoord van het stadsbestuur besloot de bibliotheek eind 2023 om gedurende een testperiode met het pay what you can-principe te werken. Er werden zeven activiteiten georganiseerd waarbij mensen konden kiezen welke prijs ze betaalden. Per activiteit stelde de bibliotheek drie prijzen voor: een standaardtarief, een hoger tarief en een lager tarief. Mensen met een verhoogde tegemoetkoming (in Nederland vergelijkbaar met het bijstandsniveau) kregen vijftig procent korting op het lage tarief. Het streefdoel was dat een derde van de deelnemers het suggestietarief zou betalen, een derde het hoge tarief, en een derde het lage.

Uit het onderzoek naar de testperiode bleek dat er 241 tickets waren verkocht:

•65,6 % van de tickets werd verkocht aan de suggestieprijs.
•16,2 % van de deelnemers was bereid om meer te betalen dan de suggestieprijs.
•12 % van de deelnemers koos ervoor om minder te betalen dan de suggestieprijs.
•6,2% van de tickets werd verkocht aan verminderd tarief (de helft van de laagste prijs).

De gemiddelde prijs die werd betaald kwam neer op de vroegere standaardprijs. Voldoende opbrengsten dus, maar wel een meer eerlijker verdeling.

Schroom
Dat maar 12 % van de deelnemers koos voor het lagere tarief kan betekenen dat er weinig deelnemers waren met geldproblemen, en dat die doelgroep nog onvoldoende wordt bereikt. Het tarief van activiteiten is mogelijk niet de enige drempel, die mensen kunnen ervaren om deel te nemen. Daarom werkt de bibliotheek nauw samen met partnerorganisaties. Tijdens de testperiode was het doel om bij elke activiteit minimaal vijf deelnemers uit kansengroepen te bereiken via toeleiding van partnerorganisaties; dat werden er per activiteit minimaal twee. Maar de kansengroepen hebben wel geparticipeerd, blijkt uit het onderzoek dat de bibliotheek deed. Na afloop van elke activiteit kregen deelnemers een vragenlijst. Volgens de conclusie van dat onderzoek bestond de groep uit ‘een groot aandeel niet-werkenden, een groot aandeel die het financieel niet breed heeft, en een belangrijk aandeel anderstaligen’.

Het kan ook betekenen dat mensen schroom hebben om voor het lage tarief te kiezen. De meeste tickets worden online verkocht; ook dat kan een drempel zijn voor mensen uit kansengroepen. Daarom wordt er gekeken of er aan de kassa een ander systeem kan worden gecreëerd, waarbij niet direct voor iedereen zichtbaar is welk tarief iemand kiest, laat Viviane Dirckx weten.

Viviane Dirckx, dienstleider publiekswerking bij de bibliotheek in Genk.

Het achterliggende idee van het pay what you can principe is dat door een solidair prijssysteem meer mensen deel kunnen nemen aan activiteiten. Het pay what you can principe draagt bij aan vijf duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s), blijkt uit een artikel van Jan Colla (communicatiemedewerker bij de bibliotheek van Genk) in het tijdschrift META. Pay what you can past in het armoedebeleid (SDG 1 geen armoede) en zou moeten leiden tot minder ongelijkheid (SDG 100).

Door een meer divers publiek te bereiken draagt het bij aan ontwikkelingsdoel 11: duurzame steden en gemeenschappen. Omdat deelnemers zelf verantwoordelijk worden voor de toegangsprijs die ze kiezen, draagt pay what you can bij aan een verantwoorde consumptie (SDG 12). En aangezien de bibliotheek verschillende partners betrekt bij het beleid om meer kansengroepen te bereiken, draagt het ook bij aan ontwikkelingsdoel 17, partnerschappen. Kortom: de bibliotheek van Genk wil met het nieuwe prijssysteem een bredere doelgroep bereiken, en zorgen dat kortingen terechtkomen bij mensen die het echt nodig hebben.

Kortingsafspraken
We hebben Pay what you can afgekeken van andere Vlaamse culturele instellingen’, aldus Viviane Dirckx, dienstleider publiekswerking bij de bibliotheek in Genk. ‘Vlaamse cultuurhuizen, zoals het Kaaitheater in Brussel, de Kunsthal in Gent en Scandinavische landen, voerden eerder soortgelijke principes in.’ In Nederland werkt onder andere Theater aan de Rijn in de Rozet in Arnhem ook met pay what you can.

Voorafgaand aan de invoering ervan deed de bibliotheek van Genk een publieksonderzoek. ‘Daaruit bleek dat veel mensen bereid waren om meer te betalen voor onze activiteiten’, vertelt Viviane Dirckx. ‘Ze beoordeelden de kwaliteit van de activiteiten hoog, en waren ook bereid om meer te betalen, mogelijk vanwege het lage lidmaatschapstarief (inwoners van Genk betalen jaarlijks 7,50 euro, een gangbaar tarief in Vlaamse bibliotheken, red.). Ook hebben we overlegd met verschillende partners, zoals Armoedebeleid van de stad, en met organisaties waar kortingsafspraken mee waren. Leden van de cultuurvereniging Davidsfonds kregen bijvoorbeeld korting op de activiteiten van de bibliotheek vanwege de onderlinge samenwerking, terwijl die groep vooral bestaat uit hoger opgeleide gepensioneerden. Daarnaast waren er ook doelgroepen die geen korting kregen, maar het wel goed konden gebruiken.’

De bibliotheek van de Vlaamse stad Genk voerde in 2023 een solidair prijssysteem in. Deelnemers aan culturele activiteiten die de bibliotheek organiseert, mogen zelf kiezen welk tarief ze betalen: een standaard, een hoger of een lager tarief. Dit pay what you can principe werkt zo goed, dat de bibliotheek het nu definitief voor alle activiteiten invoert.

In de Leescoalitie werken tien organisaties samen om zo veel mogelijk mensen aan het (voor)lezen te krijgen. Een belangrijke doelgroep is de jeugd, die steeds minder leest. Met het stimuleren van lezen wil de Leescoalitie de laaggeletterdheid terugdringen. De samenwerkende partijen zijn: Stichting Lezen (voorzitter), KB nationale bibliotheek, Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, Vereniging van Openbare Bibliotheken, Nederlands Letterenfonds, Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum, De Taalunie, Stichting Lezen & Schrijven, De Schoolschrijver en De Schrijverscentrale.

Om ervoor te zorgen dat leerlingen onder meer beter leren lezen, lanceerde het kabinet in 2022 het Masterplan basisvaardigheden. Scholen in het primair en voortgezet onderwijs kunnen subsidie aanvragen om te werken aan het verbeteren van de basisvaardigheden van hun leerlingen. Naast lezen gaat het om schrijven, rekenen, digitale vaardigheden en burgerschap. Het versterken van de samenwerking van bibliotheken met scholen en de kinderopvang maakt deel uit van het plan. Inmiddels werken sinds het afgelopen jaar 2400 kinderdagverblijven en scholen in het primair onderwijs, het vmbo en het praktijkonderwijs voor het eerst structureel samen met de bibliotheek. Daarnaast bouwen ruim zesduizend kinderopvanglocaties en scholen de komende jaren hun bestaande samenwerking met de lokale bibliotheek verder uit. Zij krijgen (extra) ondersteuning van leesconsulenten en er is meer geld en aandacht voor de leesomgeving inclusief de collectie. De plannen zijn onderdeel van de programma’s BoekStart in de kinderopvang en de Bibliotheek op school, beide ontwikkeld door Stichting Lezen in samenwerking met de KB nationale bibliotheek, en worden uitgevoerd door provinciale en lokale bibliotheekorganisaties. Stichting Lezen verdeelt de komende jaren het door de overheid beschikbaar gestelde geld (87 miljoen euro in vier jaar) over de bibliotheken en monitort samen met de bibliotheken en scholen de ontwikkeling van het leesgedrag en leesplezier van leerlingen en het leesbevorderende gedrag van leraren.

Tamar van Gelder wordt per 1 oktober 2024 de nieuwe directeur-bestuurder van Stichting Lezen. Van Gelder (1975) was sinds 2021 voorzitter van de Algemene Onderwijsbond (AOb), die 83.000 medewerkers in het onderwijs en onderzoek vertegenwoordigt. Van 2016 tot 2021 was zij bij de AOb algemeen secretaris. Daarvoor werkte ze als opleidingsmanager bij het ROC Amsterdam en was ze mede-oprichter van de Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO). Ze is lid van de Raad van Advies SER Diversiteit in Bedrijf en voorzitter van de Stichting van het Onderwijs.

Bibliotheekblad 8 • oktober 2024

Tekst: Elselien Dijkstra • Foto’s: Bibliotheek Genk
• Video: TV Limburg, de regionale tv-zender
voor Belgisch Limburg

Pay what you can

Solidair ticketsysteem in Genk slaat aan

Vlaanderen