Foto: De Bibliotheek Enschede-Haaksbergen

Illustratie: Google Gemini (AI)

De gemeente en het geld voor de bieb

Uitkering gaat niet altijd naar bedoelde bestemming

SPUK-gelden

Tekst: Stan Verhaag • Illustraties:
zie credits langs zijkant

Heinkenszand wil ‘verblijfwaarde’ vergroten

‘De programmering naar een hoger niveau trekken en de verblijfwaarde van de bibliotheek vergroten.’ Dat wil directeur Robin Bierens van Bibliotheek Oosterschelde bereiken met de SPUK-gelden in de bibliotheekvestiging in Heinkenszand, gemeente Borssele. Wat hij bedoelt met ‘verblijfwaarde’? ‘Dat als je de bibliotheek binnenkomt het daar aantrekkelijk is. Dat je lekker kan zitten, een goede kop koffie kan krijgen en in een gezellige atmosfeer kan afspreken.’ Bierens is directeur van de bibliotheken op Tholen, Schouwen-Duiveland en in Kapelle, Goes, Reimerswaal en Borssele. Dankzij de SPUK-gelden en de Decentralisatie-uitkeringen worden drie vestigingen vernieuwd en/of uitgebreid en is er eentje verhuisd. In Goes is de metamorfose al gerealiseerd – en met resultaat: ‘Daar hebben wij echt een hele mooie vestiging, ingericht door architect Aat Vos. Wij kunnen daar de vraag niet aan als het gaat om programmering en activiteiten.’

Twekkelerveld trekt nu ook studenten

‘Een mooie, frisse, volwaardige bibliotheekvestiging’: die is volgens directeur Jan Hoogenberg van Bibliotheek Haaksbergen-Enschede sinds kort te vinden in de Enschedese wijk Twekkelerveld. De inrichting is vernieuwd, de collectie is geactualiseerd en de openingstijden zijn uitgebreid. ‘We willen de huiskamer van de wijk zijn,’ zegt Hoogenberg over de ambities. De eerste maanden sinds de opening lijkt dat al aardig te lukken, want ook studenten die in deze wijk wonen weten de vestiging nu te vinden. Hoogenberg vroeg het voor bestaande vestigingen maximale SPUK-bedrag van 225.000 euro aan. Dat omschrijft hij als ‘het zetje dat we nodig hadden’ na tien jaar van bezuiniging en versobering. Bovendien is de gemeentelijke subsidie per inwoner in Enschede met 19 euro erg laag en is één op de vier inwoners er laaggeletterd, het op twee na hoogste aantal van Nederland. ‘Gezien de sociale problematiek moeten onze zes bibliotheekvestigingen allemaal volwaardig zijn,’ concludeert Hoogenberg. Hij vroeg eenzelfde SPUK-bedrag aan voor het dorp Glanerbrug: ‘Die vestiging geven we na de zomer een stevige impuls.’

Foto: Let’s Face it

Terwijl de fraaie effecten van de SPUK-gelden steeds meer zichtbaar worden, besteedt menige gemeente de ‘Decentralisatie-uitkering openbare bibliotheken’ (bijna drie euro per inwoner in 2025 en in 2026) niet aan de bieb. Wat doe je dan? Over de sympathie van de Kamer, de bestemming van een uitkering en een amendement van de gemeenteraad.

In tegenstelling tot de SPUK-regelingen gaat het bij de Decentralisatie-uitkering niet om ‘geoormerkt’ geld; gemeenten zijn dus niet verplicht om het geld daadwerkelijk aan de bibliotheek te spenderen.

Bezoekers Mete, Efe en Gülcan bij een Maakplaats-workshop in de nieuwe vestiging Twekkelerveld.

gekregen om samen met de VNG een handreiking op te stellen. Met die handreiking heb je als ambtenaar richting je collega's van Financiën een verhaal: Dit is niet alleen wat de bibliotheken erover roepen, want zij van WC-Eend adviseren natuurlijk WC-Eend, maar dit is ook wat wij als gemeenten verstaan onder volwaardig bibliotheekwerk.’

Goede lokale gesprek
Terug naar de bibliotheek. Stel, de decentralisatie-uitkering waar je als bibliotheek recht op hebt, komt niet naar je toe. Wat dan? Volgens Klaas Gravesteijn kan de wethouder een rol spelen. ‘Ik zat laatst in een overleg met enkele wethouders,’ vertelt hij. ‘Eén van hen zei: ‘Het valt nog niet mee om de Decentralisatie-uitkering aan de bieb te besteden. En dan moet het ook nog langs de gemeenteraad!’ Waarop een andere wethouder zei: ‘Ach, je moet niet zo zeuren. Ik heb dat bedrag gewoon in de begroting opgenomen en ik stuur het gewoon naar de bibliotheek. Even wat bestuurlijke moed tonen, kom op!’ Dus het ligt er ook een beetje aan hoe je er als gemeente in zit.’

Gravesteijn beschouwt ‘het goede lokale gesprek tussen bibliotheek en gemeente’ als hét middel om de gemeente te verleiden om de Decentralisatie-uitkering de bestemming bibliotheek te geven – en zoveel mogelijk andere financiële middelen. Wat daarbij volgens hem gaat helpen, is dat gemeenten straks in het kader van hun zorgplicht een meerjarenbeleidsplan voor bibliotheekwerk moeten opstellen: ‘Daar moet ook een financiële paragraaf in zitten. Het idee is dat die het bibliotheekwerk verstevigt, maar ook het gesprek tussen gemeente en bibliotheek verbetert.’

Bibliotheek Oosterschelde-directeur Robin Bierens erkent dat het lokale gesprek anno 2025 cruciaal is: ‘Het relationele is tegenwoordig uitermate belangrijk. Ik vind dat leuk en mijn MT gelukkig ook. Ik zit hier in Zeeland soms tot elf uur ‘s avonds bij een gemeenteraadsvergadering en dan babbel ik ook nog na. Vervolgens rijd ik over de A58 terug naar Brabant en denk ik: Nou, het was een lange dag! Maar een paar maanden later zie ik dan een amendement van de voltallige gemeenteraad die tegen de wethouder zegt: ‘Investeer in onze bibliotheek. Stel de gehele Decentralisatie-uitkering ter beschikking, maar leg er ook nog geld bij om die bibliotheek goed neer te zetten.’ Kijk, dat geeft een heel bevredigend gevoel.’

Inhouden op subsidie
En dan is er nog een tweede manier waarop gemeenten anders met de Decentralisatie-uitkering omgaan dan de bedoeling is, ziet Klaas Gravesteijn: ‘Sommige gemeenten zeggen: Oké, de Decentralisatie-uitkering spenderen we geheel aan de bibliotheek, maar dan houden we hetzelfde bedrag wel in op de exploitatiesubsidie die jullie van ons krijgen.’ Hoe reageert Aad van Tongeren op dit fenomeen? ‘De Decentralisatie-uitkering is een aanvullend budget. Dat vervolgens bestaande financiering wordt teruggetrokken, is iets wat we niet graag zien, maar waar we ook niks aan kunnen doen.’ Ziet hij een rol voor de VNG als gemeentelijke koepelorganisatie om hierin op te treden? ‘De VNG staat heel erg voor de vrijheid van de gemeente. Dus die zal niet snel zeggen: U moet het per se aan de bibliotheken besteden.’

Toch doet de VOB een poging, vertelt Klaas Gravesteijn: ‘Wij hebben voorjaar 2024 van toenmalig staatssecretaris Gräper de opdracht

Brief van de minister
In het kielzog van de SPUK-regeling kwam het ministerie op de proppen met een “Decentralisatie-uitkering”, bedoeld om de nieuw opgebouwde bibliotheekcapaciteit voort te zetten en de bestaande bibliotheken te verbeteren tot aan de invoering van de nieuwe wet. Het gaat om 2,95 euro per inwoner in 2025 en 2,90 euro in 2026 (met een minimum van 100.000 euro per gemeente), een bedrag dat als het aan de minister ligt ook na 2026 jaarlijks wordt uitgekeerd.

In Zeeland krijgen alle zes vestigingen van Bibliotheek Oosterschelde de Decentralisatie-uitkering toegekend; in totaal gaat het om zes ton per jaar op een begroting van 6,5 miljoen. ‘Enkele gemeenten hebben de betreffende bedragen zelfs al in hun begroting opgenomen,’ vertelt directeur Robin Bierens. Bij Bibliotheek Enschede-Haaksbergen ligt het wat ingewikkelder: ‘In Haaksbergen wordt de decentralisatievergoeding één op één aan ons toegekend,’ zegt directeur Jan Hoogenberg. ‘In Enschede is het wel aangemerkt als geld voor bibliotheekbeleid, maar wordt dat beleid de komende periode verder ontwikkeld door de gemeente in overleg met ons, waarbij “participatie” één van de uitgangspunten is. Ook beperkt dat beleid zich niet meer tot de portefeuille cultuur, maar betrekt de gemeente er andere portefeuilles bij, zoals educatie en onderwijs.’

Niet-geoormerkt geld
In tegenstelling tot de SPUK-regelingen gaat het bij de Decentralisatie-uitkering niet om ‘geoormerkt’ geld; gemeenten zijn dus niet verplicht om het geld daadwerkelijk aan bibliotheken te spenderen. Daarom schreef minister Bruins in maart een brief aan de gemeenten, die hij besloot met deze woorden: ‘Mijn oproep aan u is om de aan uw gemeente toegekende financiële middelen aan de bibliotheek te besteden.’ Desondanks blijkt menige gemeente de verleiding niet te kunnen weerstaan om (een deel van) de Decentralisatie-uitkering te besteden aan bijvoorbeeld thuiszorg of stadskantoren. De VOB becijferde vorig jaar al dat grofweg een derde van de gemeenten de uitkering niet aan de bibliotheek uitgaf, ongeveer een derde deed dat slechts gedeeltelijk en een derde deed het volledig.

Klaas Gravesteijn (VOB) kan daar enig begrip voor opbrengen: ‘Het is niet zo dat met dat geld slechte doelen gediend worden. Dus je kan het de gemeente niet helemaal kwalijk nemen.’ Toch zit het hem niet lekker: ‘Ik kijk ook wel naar OCW, want als je een beleidsdoelstelling hebt waar je geld voor inzet, dan moet je ook zorgen dat dat geld bij die beleidsdoelstelling terecht komt.’ Robin Bierens is nog uitgesprokener over de Decentralisatie-uitkering: ‘Ik ben hier nu vier jaar directeur en ik kijk nog steeds een beetje als buitenstaander en bedrijfskundige, maar ook als burger en bestuurder naar deze branche. Ik vind het te gek voor woorden hoe het in dit land gaat: het Rijk stelt geld voor bibliotheken beschikbaar aan gemeenten, die vervolgens toch nog zelf kunnen bepalen of ze het wel of niet uitgeven aan dat doel. Ik verbaas me daarover. Sterker nog, ik vind het ongehoord.’

Hoe kijkt Aad van Tongeren aan tegen de manier waarop de Decentralisatie-uitkering wordt toegekend? ‘Idealiter zouden we het op een andere manier doen, maar meer keuzes waren er helaas niet.’ Aan de andere kant is de betrokkenheid van gemeenten ook ‘heel belangrijk’, vindt Van Tongeren: ‘De gemeenten moeten ervoor zorgen dat de bibliotheken goed zijn ingebed, ook in het lokale beleid, dus dat er relaties zijn met het onderwijs en met andere beleidsterreinen. Dat inbedden kunnen we nooit vanuit Den Haag regelen. Dus vandaar dat de Decentralisatie-uitkering via de gemeenten loopt.’ Van Tongeren is nieuwsgierig naar de cijfers die de KB elk jaar publiceert over de bibliotheeksector: ‘In theorie moet in die cijfers straks een bedrag van zestig miljoen euro terug te vinden zijn als een plus op de uitgaven. Stel nu dat het een plus is van dertig miljoen, dan is dat een belangrijk signaal dat een deel van het geld aan andere dingen is besteed dan de bibliotheek.’

De Wsob werpt zijn schaduw vooruit. In het voorjaar van 2023 ging SPUK (de regeling Eenmalige specifieke uitkering lokale bibliotheekvoorzieningen) van start. Het doel: het netwerk van de openbare bibliotheken in Nederland versterken in de aanloop naar een aanpassing van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) in 2026. ‘Met de SPUK-gelden zijn al behoorlijk wat bibliotheekvestigingen geopend en bestaande vestigingen versterkt,’ meldt de VOB op zijn website. En namens OCW kan Aad van Tongeren voorlopige cijfers noemen: ‘Landelijk worden met het SPUK-geld ongeveer vijftig nieuwe vestigingen geopend; honderd vestigingen worden geüpgraded tot volwaardige vestigingen; en tweehonderd vestigingen breiden hun openingstijden uit en daarmee hun dienstverlening. Als ministerie zijn wij heel tevreden.’

Geen elitecultuur
De SPUK-regeling kwam in 2023 als geroepen. Volgens Aad van Tongeren was het totaal aantal bibliotheekvestigingen in Nederland tussen 2012 en 2022 teruggelopen van zo’n 840 naar 740. Op grond van die cijfers zou je het misschien niet zeggen, maar toch is de landelijke politiek de bibliotheek van oudsher gunstig gezind, weet Aad van Tongeren: ‘De bibliotheek heeft altijd de sympathie van de Tweede Kamer gehad. Kamerleden delen altijd hun persoonlijke ervaringen die zij hebben met de bieb: ‘Daar heb ik leren lezen’ of ‘Daar heb ik me kunnen verdiepen in zus en zo.’ En elke partij heeft zijn eigen reden om enthousiast te zijn, ziet Van Tongeren: ‘De BBB vindt bibliotheken op het platteland belangrijk; GroenLinks-PVDA wil vestigingen in de grote steden; en de PVV vindt dat de bieb geen elitecultuur is, dat de bieb er is voor iedereen van hoog tot laag. Dus van links tot rechts vindt iedereen de bibliotheek belangrijk. Alleen: er kwam nooit geld bij. Onder het vorige kabinet hebben we de sympathie voor het eerst kunnen verzilveren in de vorm van de SPUK-regeling.’

Helemaal niet nodig
Hoe blij Robin Bierens als directeur van Bibliotheek Oosterschelde ook is met de SPUK-gelden die zijn organisatie kreeg toegewezen (zie kadertekst), toch wil hij één opmerking maken bij de procedure: ‘Gemeenten moesten de SPUK aanvragen bij OCW. Vervolgens moeten de gemeenten dat geld “doorbeschikken” naar ons als bibliotheken. Daar heeft een ambtenaar heel veel werk aan. Vervolgens moeten wij de verantwoording klaarzetten, zodat de gemeenten die in hun CISA-systematiek richting het Rijk kunnen gebruiken. Dat is omslachtig en inefficiënt. En dan heb ik de regelingen rondom de IDO-gelden, de Bibliotheek op school en Masterbasisvaardigheden van het onderwijsveld nog niet genoemd. Met zes gemeenten en met veel financiering die we hebben aangevraagd en – gelukkig – toegekend gekregen, is het een uitdaging om dat allemaal te managen. Dit is niet zozeer een nadeel van al het geld dat we krijgen, maar het is wel een kanttekening.’

Op zijn beurt plaatst Aad van Tongeren een kanttekening bij Bierens’ kanttekening. Van Tongeren noemt de SPUK als voorbeeld: ‘Als ministerie vragen wij aan gemeenten om de bedragen te verantwoorden die ze van ons ontvangen. Die verantwoording is simpel: “U hebt in uw aanvraag gezegd dat u zus en zo zou doen; is dat ook gebeurd? En hoeveel geld hebt u uitgegeven?” Klaar. Maar sommige gemeenten gaan er eens goed voor zitten en voegen hun eigen input toe: “Hoeveel kost dit deel van de verbouwing? En dat deel? En welke aannemer heeft het gedaan?” Nou, dat is voor ons niet nodig, hoor. Dat willen wij als ministerie helemaal niet weten. Wij vragen niet veel van de gemeente, vraag als gemeente dan ook niet zoveel aan jullie bibliotheken.’

Bibliotheekblad 7 • september 2025

Foto: De Bibliotheek Enschede-Haaksbergen

Bezoekers Mete, Efe en Gülcan bij een Maakplaats-workshop in de nieuwe vestiging Twekkelerveld.

In tegenstelling tot de SPUK-regelingen gaat het bij de Decentralisatie-uitkering niet om ‘geoormerkt’ geld; gemeenten zijn dus niet verplicht om het geld daadwerkelijk aan de bibliotheek te spenderen.

Illustratie: Google Gemini (AI)

Uitkering gaat niet altijd naar bedoelde bestemming

Twekkelerveld trekt nu ook studenten

‘Een mooie, frisse, volwaardige bibliotheekvestiging’: die is volgens directeur Jan Hoogenberg van Bibliotheek Haaksbergen-Enschede sinds kort te vinden in de Enschedese wijk Twekkelerveld. De inrichting is vernieuwd, de collectie is geactualiseerd en de openingstijden zijn uitgebreid. ‘We willen de huiskamer van de wijk zijn,’ zegt Hoogenberg over de ambities. De eerste maanden sinds de opening lijkt dat al aardig te lukken, want ook studenten die in deze wijk wonen weten de vestiging nu te vinden. Hoogenberg vroeg het voor bestaande vestigingen maximale SPUK-bedrag van 225.000 euro aan. Dat omschrijft hij als ‘het zetje dat we nodig hadden’ na tien jaar van bezuiniging en versobering. Bovendien is de gemeentelijke subsidie per inwoner in Enschede met 19 euro erg laag en is één op de vier inwoners er laaggeletterd, het op twee na hoogste aantal van Nederland. ‘Gezien de sociale problematiek moeten onze zes bibliotheekvestigingen allemaal volwaardig zijn,’ concludeert Hoogenberg. Hij vroeg eenzelfde SPUK-bedrag aan voor het dorp Glanerbrug: ‘Die vestiging geven we na de zomer een stevige impuls.’

De Wsob werpt zijn schaduw vooruit. In het voorjaar van 2023 ging SPUK (de regeling Eenmalige specifieke uitkering lokale bibliotheekvoorzieningen) van start. Het doel: het netwerk van de openbare bibliotheken in Nederland versterken in de aanloop naar een aanpassing van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) in 2026. ‘Met de SPUK-gelden zijn al behoorlijk wat bibliotheekvestigingen geopend en bestaande vestigingen versterkt,’ meldt de VOB op zijn website. En namens OCW kan Aad van Tongeren voorlopige cijfers noemen: ‘Landelijk worden met het SPUK-geld ongeveer vijftig nieuwe vestigingen geopend; honderd vestigingen worden geüpgraded tot volwaardige vestigingen; en tweehonderd vestigingen breiden hun openingstijden uit en daarmee hun dienstverlening. Als ministerie zijn wij heel tevreden.’

Geen elitecultuur
De SPUK-regeling kwam in 2023 als geroepen. Volgens Aad van Tongeren was het totaal aantal bibliotheekvestigingen in Nederland tussen 2012 en 2022 teruggelopen van zo’n 840 naar 740. Op grond van die cijfers zou je het misschien niet zeggen, maar toch is de landelijke politiek de bibliotheek van oudsher gunstig gezind, weet Aad van Tongeren: ‘De bibliotheek heeft altijd de sympathie van de Tweede Kamer gehad. Kamerleden delen altijd hun persoonlijke ervaringen die zij hebben met de bieb: ‘Daar heb ik leren lezen’ of ‘Daar heb ik me kunnen verdiepen in zus en zo.’ En elke partij heeft zijn eigen reden om enthousiast te zijn, ziet Van Tongeren: ‘De BBB vindt bibliotheken op het platteland belangrijk; GroenLinks-PVDA wil vestigingen in de grote steden; en de PVV vindt dat de bieb geen elitecultuur is, dat de bieb er is voor iedereen van hoog tot laag. Dus van links tot rechts vindt iedereen de bibliotheek belangrijk. Alleen: er kwam nooit geld bij. Onder het vorige kabinet hebben we de sympathie voor het eerst kunnen verzilveren in de vorm van de SPUK-regeling.’

Helemaal niet nodig
Hoe blij Robin Bierens als directeur van Bibliotheek Oosterschelde ook is met de SPUK-gelden die zijn organisatie kreeg toegewezen (zie kadertekst), toch wil hij één opmerking maken bij de procedure: ‘Gemeenten moesten de SPUK aanvragen bij OCW. Vervolgens moeten de gemeenten dat geld “doorbeschikken” naar ons als bibliotheken. Daar heeft een ambtenaar heel veel werk aan. Vervolgens moeten wij de verantwoording klaarzetten, zodat de gemeenten die in hun CISA-systematiek richting het Rijk kunnen gebruiken. Dat is omslachtig en inefficiënt. En dan heb ik de regelingen rondom de IDO-gelden, de Bibliotheek op school en Masterbasisvaardigheden van het onderwijsveld nog niet genoemd. Met zes gemeenten en met veel financiering die we hebben aangevraagd en – gelukkig – toegekend gekregen, is het een uitdaging om dat allemaal te managen. Dit is niet zozeer een nadeel van al het geld dat we krijgen, maar het is wel een kanttekening.’

Op zijn beurt plaatst Aad van Tongeren een kanttekening bij Bierens’ kanttekening. Van Tongeren noemt de SPUK als voorbeeld: ‘Als ministerie vragen wij aan gemeenten om de bedragen te verantwoorden die ze van ons ontvangen. Die verantwoording is simpel: “U hebt in uw aanvraag gezegd dat u zus en zo zou doen; is dat ook gebeurd? En hoeveel geld hebt u uitgegeven?” Klaar. Maar sommige gemeenten gaan er eens goed voor zitten en voegen hun eigen input toe: “Hoeveel kost dit deel van de verbouwing? En dat deel? En welke aannemer heeft het gedaan?” Nou, dat is voor ons niet nodig, hoor. Dat willen wij als ministerie helemaal niet weten. Wij vragen niet veel van de gemeente, vraag als gemeente dan ook niet zoveel aan jullie bibliotheken.’

Heinkenszand wil ‘verblijfwaarde’ vergroten

‘De programmering naar een hoger niveau trekken en de verblijfwaarde van de bibliotheek vergroten.’ Dat wil directeur Robin Bierens van Bibliotheek Oosterschelde bereiken met de SPUK-gelden in de bibliotheekvestiging in Heinkenszand, gemeente Borssele. Wat hij bedoelt met ‘verblijfwaarde’? ‘Dat als je de bibliotheek binnenkomt het daar aantrekkelijk is. Dat je lekker kan zitten, een goede kop koffie kan krijgen en in een gezellige atmosfeer kan afspreken.’ Bierens is directeur van de bibliotheken op Tholen, Schouwen-Duiveland en in Kapelle, Goes, Reimerswaal en Borssele. Dankzij de SPUK-gelden en de Decentralisatie-uitkeringen worden drie vestigingen vernieuwd en/of uitgebreid en is er eentje verhuisd. In Goes is de metamorfose al gerealiseerd – en met resultaat: ‘Daar hebben wij echt een hele mooie vestiging, ingericht door architect Aat Vos. Wij kunnen daar de vraag niet aan als het gaat om programmering en activiteiten.’

Inhouden op subsidie
En dan is er nog een tweede manier waarop gemeenten anders met de Decentralisatie-uitkering omgaan dan de bedoeling is, ziet Klaas Gravesteijn: ‘Sommige gemeenten zeggen: Oké, de Decentralisatie-uitkering spenderen we geheel aan de bibliotheek, maar dan houden we hetzelfde bedrag wel in op de exploitatiesubsidie die jullie van ons krijgen.’ Hoe reageert Aad van Tongeren op dit fenomeen? ‘De Decentralisatie-uitkering is een aanvullend budget. Dat vervolgens bestaande financiering wordt teruggetrokken, is iets wat we niet graag zien, maar waar we ook niks aan kunnen doen.’ Ziet hij een rol voor de VNG als gemeentelijke koepelorganisatie om hierin op te treden? ‘De VNG staat heel erg voor de vrijheid van de gemeente. Dus die zal niet snel zeggen: U moet het per se aan de bibliotheken besteden.’

Toch doet de VOB een poging, vertelt Klaas Gravesteijn: ‘Wij hebben voorjaar 2024 van toenmalig staatssecretaris Gräper de opdracht

Bibliotheekblad 7 • september 2025

Terwijl de fraaie effecten van de SPUK-gelden steeds meer zichtbaar worden, besteedt menige gemeente de ‘Decentralisatie-uitkering openbare bibliotheken’ (bijna drie euro per inwoner in 2025 en in 2026) niet aan de bieb. Wat doe je dan? Over de sympathie van de Kamer, de bestemming van een uitkering en een amendement van de gemeenteraad.

De gemeente en het geld voor de bieb

SPUK-gelden

Tekst: Stan Verhaag • Illustraties:
zie credits langs zijkant

Brief van de minister
In het kielzog van de SPUK-regeling kwam het ministerie op de proppen met een “Decentralisatie-uitkering”, bedoeld om de nieuw opgebouwde bibliotheekcapaciteit voort te zetten en de bestaande bibliotheken te verbeteren tot aan de invoering van de nieuwe wet. Het gaat om 2,95 euro per inwoner in 2025 en 2,90 euro in 2026 (met een minimum van 100.000 euro per gemeente), een bedrag dat als het aan de minister ligt ook na 2026 jaarlijks wordt uitgekeerd.

In Zeeland krijgen alle zes vestigingen van Bibliotheek Oosterschelde de Decentralisatie-uitkering toegekend; in totaal gaat het om zes ton per jaar op een begroting van 6,5 miljoen. ‘Enkele gemeenten hebben de betreffende bedragen zelfs al in hun begroting opgenomen,’ vertelt directeur Robin Bierens. Bij Bibliotheek Enschede-Haaksbergen ligt het wat ingewikkelder: ‘In Haaksbergen wordt de decentralisatievergoeding één op één aan ons toegekend,’ zegt directeur Jan Hoogenberg. ‘In Enschede is het wel aangemerkt als geld voor bibliotheekbeleid, maar wordt dat beleid de komende periode verder ontwikkeld door de gemeente in overleg met ons, waarbij “participatie” één van de uitgangspunten is. Ook beperkt dat beleid zich niet meer tot de portefeuille cultuur, maar betrekt de gemeente er andere portefeuilles bij, zoals educatie en onderwijs.’

Niet-geoormerkt geld
In tegenstelling tot de SPUK-regelingen gaat het bij de Decentralisatie-uitkering niet om ‘geoormerkt’ geld; gemeenten zijn dus niet verplicht om het geld daadwerkelijk aan bibliotheken te spenderen. Daarom schreef minister Bruins in maart een brief aan de gemeenten, die hij besloot met deze woorden: ‘Mijn oproep aan u is om de aan uw gemeente toegekende financiële middelen aan de bibliotheek te besteden.’ Desondanks blijkt menige gemeente de verleiding niet te kunnen weerstaan om (een deel van) de Decentralisatie-uitkering te besteden aan bijvoorbeeld thuiszorg of stadskantoren. De VOB becijferde vorig jaar al dat grofweg een derde van de gemeenten de uitkering niet aan de bibliotheek uitgaf, ongeveer een derde deed dat slechts gedeeltelijk en een derde deed het volledig.

Klaas Gravesteijn (VOB) kan daar enig begrip voor opbrengen: ‘Het is niet zo dat met dat geld slechte doelen gediend worden. Dus je kan het de gemeente niet helemaal kwalijk nemen.’ Toch zit het hem niet lekker: ‘Ik kijk ook wel naar OCW, want als je een beleidsdoelstelling hebt waar je geld voor inzet, dan moet je ook zorgen dat dat geld bij die beleidsdoelstelling terecht komt.’ Robin Bierens is nog uitgesprokener over de Decentralisatie-uitkering: ‘Ik ben hier nu vier jaar directeur en ik kijk nog steeds een beetje als buitenstaander en bedrijfskundige, maar ook als burger en bestuurder naar deze branche. Ik vind het te gek voor woorden hoe het in dit land gaat: het Rijk stelt geld voor bibliotheken beschikbaar aan gemeenten, die vervolgens toch nog zelf kunnen bepalen of ze het wel of niet uitgeven aan dat doel. Ik verbaas me daarover. Sterker nog, ik vind het ongehoord.’

Hoe kijkt Aad van Tongeren aan tegen de manier waarop de Decentralisatie-uitkering wordt toegekend? ‘Idealiter zouden we het op een andere manier doen, maar meer keuzes waren er helaas niet.’ Aan de andere kant is de betrokkenheid van gemeenten ook ‘heel belangrijk’, vindt Van Tongeren: ‘De gemeenten moeten ervoor zorgen dat de bibliotheken goed zijn ingebed, ook in het lokale beleid, dus dat er relaties zijn met het onderwijs en met andere beleidsterreinen. Dat inbedden kunnen we nooit vanuit Den Haag regelen. Dus vandaar dat de Decentralisatie-uitkering via de gemeenten loopt.’ Van Tongeren is nieuwsgierig naar de cijfers die de KB elk jaar publiceert over de bibliotheeksector: ‘In theorie moet in die cijfers straks een bedrag van zestig miljoen euro terug te vinden zijn als een plus op de uitgaven. Stel nu dat het een plus is van dertig miljoen, dan is dat een belangrijk signaal dat een deel van het geld aan andere dingen is besteed dan de bibliotheek.’

gekregen om samen met de VNG een handreiking op te stellen. Met die handreiking heb je als ambtenaar richting je collega's van Financiën een verhaal: Dit is niet alleen wat de bibliotheken erover roepen, want zij van WC-Eend adviseren natuurlijk WC-Eend, maar dit is ook wat wij als gemeenten verstaan onder volwaardig bibliotheekwerk.’

Goede lokale gesprek
Terug naar de bibliotheek. Stel, de decentralisatie-uitkering waar je als bibliotheek recht op hebt, komt niet naar je toe. Wat dan? Volgens Klaas Gravesteijn kan de wethouder een rol spelen. ‘Ik zat laatst in een overleg met enkele wethouders,’ vertelt hij. ‘Eén van hen zei: ‘Het valt nog niet mee om de Decentralisatie-uitkering aan de bieb te besteden. En dan moet het ook nog langs de gemeenteraad!’ Waarop een andere wethouder zei: ‘Ach, je moet niet zo zeuren. Ik heb dat bedrag gewoon in de begroting opgenomen en ik stuur het gewoon naar de bibliotheek. Even wat bestuurlijke moed tonen, kom op!’ Dus het ligt er ook een beetje aan hoe je er als gemeente in zit.’

Gravesteijn beschouwt ‘het goede lokale gesprek tussen bibliotheek en gemeente’ als hét middel om de gemeente te verleiden om de Decentralisatie-uitkering de bestemming bibliotheek te geven – en zoveel mogelijk andere financiële middelen. Wat daarbij volgens hem gaat helpen, is dat gemeenten straks in het kader van hun zorgplicht een meerjarenbeleidsplan voor bibliotheekwerk moeten opstellen: ‘Daar moet ook een financiële paragraaf in zitten. Het idee is dat die het bibliotheekwerk verstevigt, maar ook het gesprek tussen gemeente en bibliotheek verbetert.’

Bibliotheek Oosterschelde-directeur Robin Bierens erkent dat het lokale gesprek anno 2025 cruciaal is: ‘Het relationele is tegenwoordig uitermate belangrijk. Ik vind dat leuk en mijn MT gelukkig ook. Ik zit hier in Zeeland soms tot elf uur ‘s avonds bij een gemeenteraadsvergadering en dan babbel ik ook nog na. Vervolgens rijd ik over de A58 terug naar Brabant en denk ik: Nou, het was een lange dag! Maar een paar maanden later zie ik dan een amendement van de voltallige gemeenteraad die tegen de wethouder zegt: ‘Investeer in onze bibliotheek. Stel de gehele Decentralisatie-uitkering ter beschikking, maar leg er ook nog geld bij om die bibliotheek goed neer te zetten.’ Kijk, dat geeft een heel bevredigend gevoel.’